- Nieuw stikstofdrama, maar dan keer 1000 -

column Hans van Soest Hans van Soest stelt dat Nederland afstevent op een nieuw, veel groter stikstofdrama door een nieuwe Europese verordening voor natuurherstel. Waar het huidige stikstofbeleid al leidt tot grote problemen voor boeren, bouw en infrastructuur, gaat deze Europese wet volgens hem nog veel verder. De verordening verplicht lidstaten niet alleen Natura 2000-gebieden te beschermen, maar ook natuurherstel af te dwingen in álle leefomgevingen, inclusief steden en dorpen. Dat kan grote gevolgen hebben voor woningbouw, infrastructuur en bedrijvigheid. Volgens berekeningen van adviesbureaus kunnen vergunningen massaal worden geweigerd als de regels strikt worden toegepast. Van Soest wijst erop dat Nederland in 2030 al grotendeels aan de regels moet voldoen en daarna verder moet opschalen. Dit kan betekenen dat voor woningbouw groen moet verdwijnen, maar elders weer natuur moet worden teruggebracht — mogelijk zelfs per boom gecompenseerd. Hij noemt het beleid onuitvoerbaar, juridisch kwetsbaar en extreem kostbaar, met een geschatte prijs van tientallen miljarden euro’s. Volgens de auteur ontbreekt regie vanuit Den Haag, is onduidelijk hoe de regels in de praktijk moeten worden toegepast en weet zelfs de overheid nog niet precies wat de wet inhoudt. Terwijl het huidige stikstofprobleem nog niet is opgelost, wordt Nederland zo alweer geconfronteerd met nieuwe, ingrijpende Europese verplichtingen. Zijn conclusie: dit dreigt geen herhaling te worden van het stikstofdossier, maar een veel grotere crisis — een stikstofdrama “keer duizend”. Bron Tubantia

Nieuwe regels voor intern salderen gelden nu ook voor bestemmingsplannen

[quote]Voor boeren betekent dit onder meer dat bestemmingsplannen strenger worden beoordeeld op stikstof. Intern salderen is lastiger en vindt later in het proces plaats. Oude rechten tellen niet meer automatisch mee in de eerste beoordeling. Goede vastlegging van wat feitelijk en legaal aanwezig was, wordt nog belangrijker.[/quote] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op woensdagochtend 14 januari nieuwe uitspraken gedaan over intern salderen die gevolgen hebben. Deze regels golden al voor vergunningen, maar gelden nu ook voor bestemmingsplannen. Bij een nieuw bestemmingsplan moet eerst een voortoets worden gedaan. Daarin wordt gekeken: kan dit plan schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden? Nieuw is dat in die voortoets niet meer intern gesaldeerd mag worden. Bij intern salderen kan het gaan om nieuwe plannen, waarbij een oude stal met veel uitstoot verdwijnt of nieuwe activiteiten met minder uitstoot ervoor in de plaats komen. Er mag dus vanaf nu niet meer worden gekeken naar wat er vroeger al mocht of stond. Als niet meteen kan worden uitgesloten dat er schade is aan de natuur, dan is een passende beoordeling verplicht. Intern salderen mag dus alleen nog in de passende beoordeling, niet in de voortoets.

Het loont niet meer. Biologische melkveehouders gaan terug naar conventioneel.

De EU wil 25% biologische landbouw in 2030. Dat gaat dus niet gebeuren. Het wordt tijd dat ze die utopie eens gaan bijstellen in Brussel. Veel consumenten geloven dat biologische landbouw het beste voldoet aan het principe van duurzaamheid. Maar de hoge productiekosten maken het voor veel boeren steeds moeilijker. Dit is ook het geval voor boer Thomas Konzelmann, in Truchtelfingen (Duitsland). Hij boert al sinds 2007 biologisch. Maar daar zou op middellange termijn wel eens een einde aan kunnen komen, legt de boer uit in een interview met de Schwäbische Zeitung. Voor de boer betekent dit een terugkeer naar conventionele landbouw. De productie kosten zijn de afgelopen jaren bijna geëxplodeerd. Maar uiteindelijk gaan mensen bij het boodschappen doen nog steeds voor de goedkopere commerciële merken. Veel consumenten kunnen zich biologisch niet veroorloven. Het gebrek aan vraag, maakt het voor Konzelmann steeds moeilijker om winstgevend te werken. Steeds meer bedrijven in zijn regio kondigen werktijdverkorting aan, wat betekent dat mensen nog meer op hun geld letten. De grote machtsongelijkheid tussen de vele zuivelbedrijven en de vier grote detailhandelsbedrijven is mede oorzaak van de problemen. "Retailers vullen hun zakken ten koste van producenten en consumenten", zegt Konzelmann. De toekomst van zijn bedrijf is daarom uiterst onzeker.

Stroomuitval in Nederland, hoe regelen jullie dat?

Ik zit de laatste tijd steeds vaker te denken: wat als hier de stroom er ineens uit ligt? En dan niet een half uurtje, maar gewoon langer. Met alles wat tegenwoordig elektrisch is op het bedrijf, ben je dan snel klaar. Melken, koelen, water, ventilatie – alles hangt aan stroom. En als de stroom weg is, is vaak ook het water weg. Dat vind ik misschien nog wel het spannendst. Ik ben benieuwd hoe jullie collega’s dit geregeld hebben, want in de praktijk loop je meteen tegen dit soort dingen aan: Noodstroom / aggregaat Hebben jullie een vast aggregaat of een mobiele? Automatisch starten of zelf aansluiten? Waar loopt bij jullie alles op: hele stal of alleen kritische onderdelen? Hoe lang kun je ermee draaien voordat de diesel op is? Melken bij stroomuitval Kun je nog melken of ligt alles plat? Robot of melkstal: wat blijft werken op noodstroom en wat niet? En vooral: hoe doen jullie het spoelen van de melkinstallatie als er geen stroom én geen water is? Water voor de koeien Hebben jullie een buffertank of voorraad? Draait de waterpomp mee op noodstroom? Hoe lang red je het voordat je echt in de knel komt? Melkkoeling Blijft de koeling draaien op noodstroom? Hoe lang kun je melk verantwoord bewaren? Wat als de RMO niet kan komen? Ventilatie en klimaat Hoe kritisch is dit bij jullie staltype? Hebben jullie iets van noodventilatie of is alles elektrisch? Alarmering Krijg je nog meldingen als de stroom weg is? Werkt mobiel internet dan nog, of valt dat ook weg? Ik merk dat je dit soort dingen eigenlijk pas goed doordenkt als je er al middenin zit… en dan ben je te laat. Benieuwd hoe anderen dit aanpakken. Wat werkt goed? Waar ben je tegenaan gelopen? En wat zou je, als je opnieuw moest beginnen, anders doen? Lijkt me goed om hier wat praktijkervaringen te delen. 💪🚜

LTO Noord: verdubbeling ruimteclaim voor stationering F-35’s op Lelystad Airport schokkend

Persbericht Lto Noord Vandaag werd bekend dat Defensie voor de stationering van F-35’s op Lelystad Airport niet 60 tot 90 hectare aan extra ruimte nodig heeft, maar 150 tot 240 hectare. LTO Noord vindt deze cijfers schokkend. Daarnaast zijn in Drenthe direct betrokkenen vandaag door Defensie bijgepraat over de uitbreiding van oefenterrein De Haar waarbii de zorgen en emoties hoog zijn opgelopen. Dit maakt volgens LTO Noord duidelijk dat Defensie in dit proces bijzonder zorgvuldig en royaal moet handelen. Zowel in Flevoland als in Drenthe zijn direct betrokkenen geïnformeerd. In Drenthe was de boodschap dat de uitbreiding definitief doorgaat. Voorzitter Dirk Bruins: ,,Dat was een hele zware boodschap zo vlak voor de kerst. Ik leef enorm mee met de gezinnen die weten dat verder boeren onmogelijk is geworden.” ,,De extra ruimtebehoefte in Flevoland komt te liggen op de meest vruchtbare gronden die je je kunt voorstellen. Die zijn, zoals Defensie ook stelt, van groot belang voor de Nederlandse en Europese onafhankelijke voedselvoorziening,” zegt Dirk Bruins, voorzitter van LTO Noord. Defensie zegt dat uit verdiepend onderzoek is gebleken dat er voor invulling van de volledige jachtvliegtuigbehoefte 150 tot 240 Ha aan ruimte nodig is voor de fysieke uitbreiding van de luchthaven inclusief verlenging van de start- en landingsbaan. 240 hectare staat gelijk aan 400 voetbalvelden. Uitbreidingsplannen De uitbreidingsplannen die Defensie heeft zijn vandaag ongewijzigd door de ministerraad goedgekeurd. Het gaat onder meer om een nieuwe kazerne in Flevoland, uitbreiding van oefenterrein De Haar (bij Assen), munitieopslag in Staphorst en Kollumerwaard, en locaties waar helikopters kunnen laagvliegen. Daarnaast meldde Defensie de grotere ruimtebehoefte. Gigantische claim Voorzitter Dirk Bruins: ,,Ik schrik enorm van deze nieuwe claim op gronden. En de gevolgen van de uitbreidingen in zijn algemeenheid, zeker ook in Drenthe. De waterhuishouding moet worden aangepast, hoe groot wordt de geluidsoverlast en infrastructuren moeten veranderen. Hoe dat allemaal uitpakt moeten we bezien. Maar dat dit vlak voor de kerst uit de hoge hoed wordt getoverd levert wéér onrust op.” Daarnaast is LTO Noord verbolgen over het feit dat Defensie niet eerder kenbaar heeft gemaakt dat het meer ruimte nodig heeft voor de stationering van F-35’s. Dirk Bruins: ,,Ik vind het lastig te geloven dat dit soort kennis niet gewoon paraat is binnen een organisatie als Defensie.”

Verstraten nieuwe voorzitter vakgroep Melkveehouderij

Jos Verstraten (61) uit het Brabantse Westerbeek wordt de nieuwe voorzitter van de vakgroep Melkveehouderij. Daarmee volgt hij Erwin Wunnekink op. Met de benoeming van Verstraten kiest LTO voor continuïteit en ervaring binnen de vakgroep. Verstraten is geen onbekende binnen de vakgroep Melkveehouderij. De afgelopen acht jaar was hij actief als bestuurder en in die rol zich al intensief ingezet voor de belangen van melkveehouders. In zijn nieuwe rol als voorzitter wil hij voortbouwen op deze jarenlange bestuurlijke ervaring en zijn uitgebreide kennis van de sector inzetten. Met hernieuwde energie begint Verstraten aan zijn voorzitterschap: “De melkveehouderij staat op een keerpunt. Stikstof, waterkwaliteit en de mestplafonds hangen als een donkere wolk boven de sector. Tegelijkertijd lijkt er steeds meer ruimte te zijn voor doelsturing. Ik wil mij als voorzitter inzetten om de ondernemende melkveehouder weer aan het roer van zijn/haar bedrijf te krijgen. Doelsturing gaat daarbij helpen”, aldus Jos. Met Jos Verstraten als voorzitter wil de vakgroep Melkveehouderij zich blijven inzetten voor een toekomstbestendige sector, waarin ruimte is voor ondernemerschap en duidelijke, haalbare doelen voor melkveehouders.

Ger Koopmans, Roy Meijer, Jeroen van Wijk en overige bestuurders....waar zijn jullie mee bezig?

Een half jaar geleden hebben Ger Koopmans en Roy Meijer samen met Vereniging Nederlandse Gemeenten en IPO het bouwstenen akkoord gepresenteerd. Jeroen v Wijk is betrokken geweest bij de uitwerking van de plannen in Utrecht, weer andere bestuurders zijn betrokken geweest bij de plannen in Noord Brabant en Zuid Holland. Vanmiddag is JC, overige bestuursleden van SSC, een paar advocaten en ondergetekende in Westbroek geweest. We hebben hun verhaal aangehoord en tips gegeven hoe te handelen op de brieven die Mirjam Sterk als gedeputeerde heeft verzonden. Een algemene brief met maatregelen om te komen tot een ammoniak plafond per ha, een PAS melders brief met een ontmoediging om nog verder te ondernemen, een zoneringsbrief met ernstige gebruiksbeperkingen en de laatste brief voor de ondernemers in de N2000 en vogelrichtlijn gebieden. Allemaal ontstaan op basis van overleg met belangenbehartiging en het bouwstenen akkoord. Het was een goede bijeenkomst, maar ik ben (we zijn) het zat om pro deo op te draven voor de puinhopen die benoemde bestuurders achter laten. En waarvoor? Niet voor de natuur, niet voor de vergunningverlening. Morgen is Flevoland aan de beurt. Nota bene tekent LTO voor het uitfaseren van gewasbescherming en laten ze zich een probleem aan praten. Dwing je vertegenwoordigers tot aftreden, vanavond nog. Ze zijn nooit geen ondernemer geweest, ze zijn incapabel en uit op persoonlijk succes, maar over jullie ruggen!

Onzichtbare uitfasering van boeren’: een kritische blik op het beleid

Opinie van Jaap Majoor Bzn uit Laag Zuthem Politiek Den Haag laat onze boeren op een slimme, maar voor hen kosteloze manier uit Nederland verdwijnen. Wat speelt er? Door een reeks van ondoorzichtige maatregelen komen de inkomsten van boeren steeds verder onder druk te staan. Het gevolg is dat het financieel onmogelijk wordt om een bedrijf over te nemen of voort te zetten, waardoor boeren noodgedwongen stoppen. Aangescherpte regels en beperkingen 1. Wetsvoorstel Holman – beperking mesttransport tot 50 km Linkse partijen omarmen het voorstel dat mest niet verder dan 50 kilometer mag worden vervoerd. Hierdoor kan mest vaak niet meer naar akkerbouwgebieden worden gebracht. Gevolgen: - akkerbouwers krijgen tekort aan mest; - voor melkveehouders wordt mestafzet onbetaalbaar én soms onmogelijk. Een koe produceert ca. 28 m³ mest per jaar. Afzetkosten lopen op tot €35 per m³ of meer. 28 m³ x €35 ≈ €980 per koe. Bij 10.000 liter melk per koe per jaar is dit bijna 10 cent per liter. De melkprijs is momenteel ± 45 cent per liter. Als er geen afzet binnen 50 km is, moet de boer stoppen. Alternatief? Extra land kopen. Maar dat is nauwelijks haalbaar. Tot voor kort mocht een boer 250 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare plaatsen. Door vruchtbare gronden en voldoende water worden in Nederland veel producten per hectare geoogst, maar dat vraagt ook veel mineralen. Daarom kochten boeren kunstmest als aanvulling. Veel boeren waren volledig grondgebonden. Nu moeten ze naar 170 kg stikstof per hectare. Daardoor kunnen ze een groot deel van hun mest niet meer kwijt op eigen land. Het wetsvoorstel verlangt volledige grondgebondenheid, waardoor extra grond moet worden gekocht – terwijl boeren vaak al voldoende voer hebben. Rekenvoorbeeld: Bedrijf met 115 koeien, 1,15 miljoen liter melk, 60 ha land Door verlaging van 250 naar 170 kg stikstof is 30% extra grond nodig Nodig: 18 ha Prijs: > €100.000 per ha Totaal: €1,8 miljoen extra investering Rente/aflossing: ± €95.000 per jaar, 30 jaar lang → Meer dan 8 cent per liter melk extra kosten, exclusief bewerking en lasten. Totaal: > 10 cent per liter melk 2. Wens overheid: natur-inclusieve landbouw Dit vraagt nóg meer grond en verdubbelt de grondkosten. Wispelturige spelregels en geopolitiek Door handelsoorlogen worden landbouwproducten ingezet als drukmiddel tussen continenten. Prijzen worden steeds onvoorspelbaarder. Daarbovenop komen steeds veranderende regels vanuit de overheid, die steeds minder aansluiten bij de praktijk. Boeren werken met zeer kleine marges. Grote prijsschommelingen en onzeker beleid zijn niet op te vangen en kunnen leiden tot faillissement. Voorbeelden uit huidige regelgeving - Verplicht rustgewas telen eens per 4 jaar (7e Actieprogramma Nitraat) - Kortingen op stikstofruimte bij te laat zaaien van vanggewassen - 30 kg korting op dierlijke mest per hectare bij graslandvernieuwing - Boeren weten de regels vaak niet eens meer. Veel zeggen: “Ik moet het aan de mestadviseur of boekhouder vragen.” Negatief imago door media Boeren worden vaak neergezet als vervuilers. Negatieve berichten domineren. Veel wetenschappers die wél in het veld kijken en constateren dat het met de natuur op veel plekken goed gaat, krijgen nauwelijks podium. Ook wordt vaak gesteld dat: - bouw stilligt door stikstof uit landbouw, - gewasbeschermingsmiddelen ziektes veroorzaken, terwijl bewijs ontbreekt. Uitspraken in de politiek Een waarschijnlijk toekomstige minister-president sprak: “De landbouw vraagt veel ruimte en levert weinig toegevoegde waarde voor de schatkist.” Maar verdwijnen boeren betekent ook verdwijnen van verwerkende bedrijven, handel en logistiek. Elke agrariër creëert werk voor ongeveer 10 anderen en vormt een stabiele pijler onder onze handelsbalans. Kader Richtlijn Water (KRW) Ook deze richtlijn hangt de sector boven het hoofd. Het oppervlaktewater zou vervuild zijn en de boer is de veroorzaker. Maar: - Nederland ligt laag en ontvangt water uit het buitenland - Duitsland voldoet zelf niet aan EU-normen - Normen in Nederland zijn strenger dan Europees Ook riooloverstorten bij regenval worden genegeerd. Wil de overheid écht aan eigen normen voldoen? Dan moeten helofytenfilters worden aangelegd. Dat kost geld, maar werkt. - Nieuwe landbouwvisies - Voorstellen uit de achterban van D66, CDA, VVD en GL-PvdA: - sterk beperken van gewasbescherming en kunstmest - overstappen op strokenlandbouw In theorie mooi, in praktijk onhaalbaar: - opbrengsten dalen sterk - kosten stijgen fors - Voedsel wordt duurder en Nederland wordt afhankelijk van import. Conclusie Alle nieuwe regels hangen als een zwaard van Damocles boven de landbouw en nemen boeren de Lust om door te gaan. Terwijl: - de wereldbevolking richting 10 miljard groeit, - landbouwgrond wereldwijd afneemt, - oogstopbrengsten onzeker worden, - kunstmeststoffen opraken, - oorlogen voedselzekerheid bedreigen. Juist dan heeft Nederland de kennis en techniek in huis om duurzaam voedsel te produceren. Oproep Boer, hou vol! Wij op het platteland waarderen jullie. En denk maar zo: Mensen uit de grote stad weten vaak niet beter. — Jaap Majoor, Laag Zuthem

Gaat gedeputeerde M Sterk van de provincie Utrecht het werk afmaken van Bleker en Koopmans?

Gedeputeerde M Sterk is voornemens om vandaag de veehouders van de provincie Utrecht de stuipen op het lijf te jagen , zo staat te lezen in een interne app. Om 10 uur worden de belangenbehartigers bijgepraat .(voor zover de kopstukken er niet aan mee gewerkt hebben) , Burgemeester en hoofden van politie korpsen zijn al gebriefd. 2400 veehouders krijgen een brief vandaag met een uiteenlopende boodschap. De kern van de boodschap is "oprotten". Voor 13 gezinnen zal het boerenleven vrij binnen kort al op houden. Waarom? Mirjam Sterk wil zich over de rug van de boeren profileren als de daadkrachtig bestuurder die in de aanloop tot een ministerspost even een bak ellende uitstort over boeren gezinnen. Reden? Realisatie NNN en herstelmaatregelen N2000. Wat heeft Ger Koopmans en Henk Bleker hier mee te maken? In 2011 sloot staatssecretaris Henk Bleker ( de persoon die nu de belangenbehartiging doet voor alle melkvee partijen) een Natuur Akkoord met landschappen. 100.000 ha minder voor realisatie Natuur Netwerk Nederland. Ger Koopmans was op dat moment al bezig met de PAS. Maar het natuur akkoord en de PAS liep vast door de blokkade van de landschappen. En de dealmaker Bleker liet de provincies 2 miljard euro in tien jaar aan smeergeld betalen aan de landschappen, voor herstelmaatregelen (in de rechtzaal......) en het spel was op de wagen. En na wat door Bleker en Ger gefinancierde rechtszaken en 15 jaar verder en de held van natuur minnend Nederland gaat verder daar waar Bleker en Koopmans stopten. https://www.mlvc.nl/images/uploaded/files/Stikstofakkoord%2C%20het%20moest%20en%20zou%20er%20komen.pdf (link kopiëren en plakken) De PAS ontstond door met herstel en bron maatregelen vrijstellingen uit te delen. Landschappen kregen geldt om aan te tonen dat dat niet mogelijk was (diverse juristen w.o. Franca Damen waarschuwde toen al) En na 15 jaar komen deze personen , Bleker en Koopmans, met een bouwstenen plan om met herstel en bron maatregelen bedrijven waardeloos te maken. Wie de geschiedenis kent, kent de toekomst. Voor de Utrechtse veehouders, maar ook voor de Brabantse (kunnen het zelfde spel verwachten), veel sterkte. (en ps, heb niet te veel vertrouwen in uw bestuurders, zij zijn hoogstens een onderdeel van het systeem)

Ultrabewerkt eten schaadt volgens nieuwe studie bijna al onze organen

Ultrabewerkt eten kan leiden tot onder andere diabetes, kanker en depressie, staat in een nieuwe overzichtsstudie in het wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. De effecten van dit soort voeding zijn volgens de onderzoekers in alle organen te zien. Dat ultrabewerkt voedsel als chips, frisdrank, worst en supermarktbrood niet goed voor ons is, was al langer duidelijk. Maar niet eerder werden de gevolgen zo gedetailleerd in kaart gebracht als in de driedelige publicatie in The Lancet. 43 onderzoekers bundelden daarvoor de resultaten van 104 eerdere onderzoeken naar ultrabewerkt voedsel. Dit is een term voor industriële producten die meestal weinig tot geen voedingswaarde bevatten en waar veel ongezonde stoffen aan worden toegevoegd, zoals vetten, suikers en kleur-, geur- en smaakstoffen. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat het eten van dit soort voeding niet alleen leidt tot overgewicht, maar ook de kans op twaalf soorten aandoeningen vergroot. Daaronder vallen hart- en vaatziekten, diabetes, kanker, nierziekten en depressie. Over het algemeen leidt het veelvuldig eten van ultrabewerkt voedsel volgens de onderzoekers tot een grotere kans op vroegtijdig overlijden. Dat de gevolgen verstrekkend zijn, blijkt uit het feit dat de effecten in bijna alle organen te zien zijn, schrijven de wetenschappers. "Het bewijsmateriaal suggereert sterk dat mensen biologisch niet zijn toegerust om dit voedsel te consumeren", zei Carlos A. Monteiro, een van de auteurs van het onderzoek.

Doel volgende formatiefase: D66 en CDA moeten doorbraak vinden op stikstof en energie

D66 moet met CDA allereerst Nederland van het stikstofslot halen en een antwoord bedenken op het energievraagstuk. Dan houd je bedrijven hier en kan je de nodige huizen bouwen. Dat is wat er achter de plannen zit van verkenner Koolmees, waar de Tweede Kamer vandaag over debatteerde, blijkt uit gesprekken met betrokkenen. In het verslag van Koolmees worden vijf thema's genoemd waar de twee partijen zich over moeten buigen. Maar achter de schermen is te horen dat het succes van de nieuwe formatiefase afhangt van stikstof en energie. Als je die slepende problemen 'lostrekt', kan je verder met Nederland, is het idee. De komende drie weken moet er, onder leiding van informateurs Wijers en Buma, worden gezocht naar plannen op dit gebied waar andere partijen niet omheen kunnen. Stikstofplan omarmen Op stikstof ligt er al een prima uitgangspunt, klinkt het achter de schermen. Het gaat om een stikstofreductieplan van bestuurders en boeren van deze zomer. Het meest waarschijnlijke is dat dit wordt omarmd door D66 en CDA, ook omdat andere partijen te porren zijn om het stikstofprobleem op deze manier aan te pakken. In het plan van onder meer de provincies, gemeenten en boerenorganisatie LTO is dwang richting boeren in het uiterste geval niet uitgesloten. Daarmee zou het juridisch voldoende moeten zijn om van het stikstofslot te komen. Wopke-Wiebes Wat energie betreft moet er worden gekeken naar de zogenoemde netcongestie. De drukte op het stroomnet zet op dit moment een rem op de woningbouw en groei van bedrijven. Om dat op te lossen wordt geopperd om het Nationaal Groeifonds (ook wel Wopke-Wiebes-Fonds) nieuw leven in te blazen. Met die miljarden zou de portemonnee getrokken kunnen worden voor netbeheerders als Alliander en Stedin om het elektriciteitsnet de nodige boost te geven. In het debat ging D66-leider Jetten vandaag niet in op deze specifieke thema's, maar hij stelde wel dat hij met het CDA inzet op "grote doorbraken". En ook dat hij "antwoord wil geven op de vraagstukken die bepalend zijn voor de toekomst van Nederland". CDA-leider Bontenbal zei de lijst met vraagstukken "behapbaar" te willen houden. Bij het schrijven moeten D66 en CDA de komende weken andere partijen, die nodig zijn voor meerderheden, in gedachten houden. "Die kunnen dan beoordelen of ze aanknopingspunten zien om mee te werken", aldus Koolmees, daarmee vooral doelend op GroenLinks-PvdA, VVD en JA21. Met breed gedragen oplossingen als basis, zou de formatie kunnen uitdraaien op een minderheidskabinet van D66, CDA met VVD erbij. Op dit moment is dat een veelgehoorde uitkomst. JA21 en GL-PvdA zouden het kabinet dan kunnen steunen op verschillende terreinen die voor die partij belangrijk zijn. Duidelijk is dat ogenschijnlijk voor de hand liggende meerderheidsvarianten (op dit moment) niet mogelijk zijn. D66-GL-PvdA-CDA-VVD is veel genoemd, maar VVD wil écht niet met GL-PvdA. En voor een variant met JA21 in plaats van GL-PvdA zijn de verschillen tussen D66 en JA21 te groot. Broodnodige steun Steun van GroenLinks-PvdA zal voor een minderheidskabinet broodnodig zijn, omdat die partij veel zetels in de Eerste Kamer heeft (waar kabinetsplannen ook goedgekeurd moeten worden). BBB is daar ook een grote machtsfactor, maar die partij wil geen stappen zetten op het gebied van stikstof. De afhankelijkheid van GL-PvdA is de reden dat de VVD de komende weken buitenspel staat, terwijl de verwachting is dat de partij uiteindelijk wel in een kabinet belandt. Als de VVD in deze fase al volledig zou aanhaken, zou dat GL-PvdA kunnen afschrikken, is de redenering. Bewindspersonen van andere partijen? De verwachting is dat GL-PvdA stappen op stikstof en energie uiteindelijk zal steunen - ook als ze niet meeregeren - omdat dat te belangrijke onderwerpen zijn om te laten lopen. GL-PvdA-leider Klaver benadrukte vandaag in het debat dat hij "veel vertrouwen" heeft in het vervolg van de formatie. Terwijl VVD-leider Yesilgöz haar onvrede uitsprak. Ze betoogde dat haar partij wel mee had willen schrijven en zei te vrezen dat dit de opmaat is naar een "links kabinet" met GL-PvdA. En dat gaat de VVD echt niet meemaken, zo zeggen ze. Te horen is wel, in aanvulling op het minderheidskabinet-idee, dat er van constructieve partijen een paar bewindspersonen kunnen worden gestrikt. Daarbij zou je kunnen denken aan een minister van migratie van JA21-huize en een minister van Energie en Klimaat uit de GL-PvdA-gelederen. Die bewindspersonen treden dan op 'persoonlijke titel' toe tot het kabinet. Maar zover is het allemaal nog niet. Harde noten Naast stikstof en energie zijn er nog drie andere thema's uit het advies van Koolmees waar D66 en CDA over moeten nadenken. Dat zijn wonen, migratie en veiligheid. Ook die onderwerpen zijn belangrijk, en er gaan ongetwijfeld harde noten over worden gekraakt, maar pas als die andere twee zijn getackeld. In het debat gaf de verkenner nog een advies mee aan de Kamer over de vijf thema's. "Ik denk dat een soort pacificatie moet worden gevonden." Minder polariseren en op zoek naar de overeenkomsten dus. De komende weken zal blijken of Jetten en Bontenbal daartoe een aanzet kunnen geven.

Rapport-Meester bevestigt stikstofkoers die BBB heeft ingezet Gepubliceerd op 24 oktober 2025

BBB verwelkomt het vandaag naar de Tweede Kamer gestuurde rapport van prof. dr. Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening en statistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In zijn rapport stelt hij dat het stikstofbeleid van de afgelopen jaren wetenschappelijk ondeugdelijk, bestuurlijk onverdedigbaar en gebaseerd op schijnnauwkeurige rekenmodellen en fictieve drempelwaarden was. Meester is een internationaal erkend wiskundige, gespecialiseerd in de betrouwbaarheid van modellen en de logica van wetenschappelijke bewijsvoering. Zijn rapport ‘De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid’ bevestigt de noodzaak van de koerswijziging die het huidige kabinet, onder aansturing van BBB minister Femke Wiersma en staatssecretaris Jean Rummenie, heeft ingezet. Directe meting stikstofdepositie bestaat niet Volgens Meester bestaan er geen directe metingen van stikstofdepositie, terwijl modellen zoals Aerius/OPS rekenen met aannames in plaats van meetgegevens. Ook de Kritische Depositiewaarde (KDW), waarop vergunningen jarenlang zijn gebaseerd, blijkt geen harde grens maar een benadering met grote onzekerheidsmarges. Zijn conclusie dat beleid niet langer mag steunen op “schijnnauwkeurige cijfers” maar op meetbare realiteit, sluit nauw aan bij de lijn die het kabinet nu volgt: een stikstof- én natuurbeleid dat is gebaseerd op meten, monitoring en brede ecologische beoordeling. Ondersteuning voor aanpak BBB ziet het rapport als een wetenschappelijke bevestiging van de beleidsverandering die nu plaatsvindt. De ingezette aanpak richt zich niet meer uitsluitend op stikstof, maar ook op waterhuishouding, bodemkwaliteit, beheer en invasieve soorten. Daarmee wordt gewerkt aan een breder, realistischer en uitvoerbaarder natuurbeleid dat de ecologische werkelijkheid recht doet én perspectief biedt aan boeren, bouwers en ondernemers. Wetenschappelijke onderbouwing Eerdere adviescommissies, zoals Trojan (2008) en Huys Nederland (2009), waarschuwden al dat stikstof niet als absolute graadmeter voor natuurkwaliteit gebruikt kon worden. Het rapport-Meester onderbouwt nu wetenschappelijk waarom die waarschuwingen terecht waren en waarom de koers van de afgelopen jaren onhoudbaar is gebleken. De bevindingen geven volgens BBB vertrouwen dat de nieuwe, meetbare en uitvoerbare aanpak de juiste weg is om Nederland uit de stikstoffuik te krijgen. Keuze is: stilstand of vooruitgang “Het rapport van professor Meester bevestigt wetenschappelijk wat wij al sinds onze oprichting zeggen: je kunt geen land besturen op modellen die meer aannemen dan meten”, zegt partijleider Caroline van der Plas. “Dit is een steun in de rug voor de koers die onze bewindspersonen ingezet hebben: van modelnauwkeurigheid naar meetbare werkelijkheid. Op woensdag 29 oktober kiezen we niet tussen partijen, maar tussen stilstand of vooruitgang. BBB kiest voor beleid dat werkt in de praktijk, op basis van feiten en gezond verstand.”" Bron: https://boerburgerbeweging.nl/fractienieuws/rapport-meester-bevestigt-stikstofkoers-die-bbb-heeft-ingezet/#:~:text=Rapport%2DMeester%20bevestigt,en%20gezond%20verstand.%E2%80%9D

Stikstofclaim informatie over gevaar doelsturing

Onderwerp: Reactie Stikstofclaim op bericht creëren van onrust In appgroepen gaat een bericht rond welke een reactie is op een artikel geschreven door Wouter de Heij. De Heij heeft de brief van Stichting Stikstofclaim en een post daarover door SSC-voorzitter Vogelaar als basis. Het bericht als reactie stelt dat wij, als Stikstofclaim, pertinent onjuiste stellingnames aangaan inzake het plan van IPO, VNG, VNO/NCW, LTO, Waterschappen en NAJK. Welke onjuiste stellingnames dat dan zouden zijn wordt niet beschreven. Blijkbaar durven de schrijvers van de reactie dat niet aan of, nog beroerder, ze kunnen het niet vanwege gebrek aan doordenken van het plan op effecten. LTO stelt dat vrijwel alle deskundigen, wetenschappers en het ministerie het eens zijn over een twee sporenbeleid dat bestaat uit het aanpassen van het wettelijk kader, KDW uit de wet en stoppen met Aerius en maatregelen daar waar nodig. Dat klopt en die stelling heeft Stichting Stikstofclaim ook. De wet deugt niet en behoeft aanpassing. Echter, waar LTO fout zit is dat een groot gedeelte van de wetenschappers en deskundigen zouden stellen dat er eerst stikstofreductie moet plaatsvinden voordat vergunningverlening weer mogelijk gaat worden. Dit laatste is pertinent onjuist. Ervaren stikstofjuristen en advocaten, en wij werken met een zestal van de meest ervaren stikstofadvocaten, onderschrijven dit niet. Voortoets en additionaliteit. Generieke stikstofreductie gaat niet leiden tot ruimte om vergunningverlening op gang te brengen. Volgens diverse uitspraken van de Raad van State en ook nog eens bevestigd door de uitspraak van 18 december 2024, moeten alle nieuwe vergunningaanvragen als geheel object een beoordeling krijgen middels de voortoets op additionaliteit. Zelfs alle vergunningen verleend tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 moeten opnieuw de voortoets op additionaliteit doorlopen. Ook de 8 zogenaamd gelegaliseerde PAS melders. Als de vergunde of te vergunnen hoeveelheid stikstof nodig is om een overschrijding op de KDW ongedaan te maken dan komt dat eerst aan de beurt en wat dan over is kan mogelijk in een vergunning worden beschikt. In het rapport van Houthoff van februari 2025 wordt verwezen naar intern en extern salderen als mogelijkheden en dat de uitspraak van 18 december door de Raad van State (Rendac en Amercentrale) een reparatie behoeft. Hoe dit dan moet is door Houthoff uitgebreid beschreven, maar iedereen met een klein beetje juridische ervaring kan weten dat een dergelijk proces de eerstkomende paar jaar niet door de overheid wordt afgerond. Voor legalisatie van de PAS melders stond ook drie jaar en dit is inmiddels met drie jaar verlengd. Overigens, in het rapport Houthoff komt het woord veehouderij 1 x voor in een voetnoot verder niet. Het woord boerderij kom 4 keer voor in relatie tot opkoop voor woningbouw en het woord bouw/gebouwd een keer of zes in combinatie met woningbouw. In die zin leest het stuk van Houthoff als of het geschreven is voor Bouwend Nederland. Doelsturing In het rapport Houthoff komt het woord doelsturing niet voor. Terwijl doelsturing en het gaan verstrekken van een stikstofplafond per bedrijf of referentiehoeveelheid stikstof per ha of per dier of fosfaatrecht één van onze kritiekpunten is. Ook het PBL is kritisch op doelsturing. Hoe doelsturing in te vullen en hoe doelsturing juridisch geborgd meetbaar en handhaafbaar moet worden daarvoor heeft de minister 1 miljard euro op haar begroting gezet. Natuurlijk is het dan begrijpelijk dat zo ongeveer alle adviesclubs en aandeelhouders van adviesclubs en organisaties die adviesprojecten uit voeren razend enthousiast zijn over doelsturing. Immers ze kunnen uit de staatsruif voor doelsturing gaan eten en de komende jaren hun declarabele uren gaan vullen. Stikstofquotum In het rapport Houthoff wordt op de pagina’s 5 en 18 verwezen naar het instellen van een stikstofquotum. Bij het instellen van doelsturing krijgen alle bedrijven een referentiehoeveelheid of zoals vermeld in rapport Houthoff een stikstofquotum. - Krijgt zo een quotum of referentiehoeveelheid waarde? - Wordt het wel of niet verhandelbaar? Uit gesprekken met ambtenaren van LVVN is de denklijn aangegeven dat er wordt nagedacht over het koppelen van kg N per fosfaatrecht. De tot op heden falende stikstofjuristen van LVVN nemen daarmee bewust een afslag van het instellen van een vorm die het per direct of in de toekomst mogelijk maakt om zonder schadeloosstelling te korten op stikstofemissie. Handig voor de Staat, een regelrechte bedreiging voor veehouders. Uit het NVV-arrest weten we dat de Staat tot 10% zonder compensatie kan korten op door de Staat uitgegeven rechten. Een linkse coalitie zal daartoe niet schromen. Reductie maakt vergunningverlening mogelijk? Door de samenstellers van het Bouwstenen document (LTO, NAJK, provincies, gemeenten en waterschappen) wordt gesteld dat door 42% of 46% generieke reductie van dat quotum de vergunningverlening van het slot komt. Dit is pertinent onjuist, zoals blijkt uit uitspraken van de Raad van State van zowel november 2022, april 2023 en december 2024, waarin duidelijk werd vastgesteld dat vergunningverlening niet afhankelijk is van generieke stikstofreductie, maar van project-specifieke toetsing op basis van artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn. Het PBL rapporteerde in haar evaluatierapport stikstofbeleid 2024 bovendien dat generieke emissiereductie geen nieuwe ontwikkelruimte schept zolang KDW- overschrijdingen blijven bestaan. En zowel de commissie Hordijk (2020) als het adviescollege stikstofproblematiek (Remkes, 2021) concludeerden eveneens dat vergunningverlening alleen mogelijk is als per project aantoonbaar geen significante negatieve effecten optreden, ongeacht generieke reductiedoelen. Staf heeft ooit in beeld gebracht hoeveel emissiereductie er zal moeten plaatsvinden om de KDW- overschrijdingen ongedaan te maken. Zelfs bij verwijdering van alle vee wordt in de meeste N2000 gebieden de KDW nog overschreden. Zie kaart hieronder. De groene gebieden zullen bij het volledig verdwijnen van veehouderij de KDW niet meer overschrijden de overige wel. Milieu informatie Een stikstofreferentie of stikstofquotum is milieu informatie. Alle dierhouders in Nederland hebben afgelopen week een brief ontvangen van minister Wiersma dat hun dieraantallen geregistreerd staan en dat deze doormiddel van een WOO verzoek openbaar worden gemaakt per UBN. Dat wordt nog even zoeken voor de verzoekers om daar de adressen bij te vinden. Veehouders in Gelderland hebben tevens een brief ontvangen dat hun adresgegevens en postcode samen met hun vergunning openbaar worden gemaakt en dat wordt een feestje voor clubs als MOB. Het verstrekken van een stikstofreferentie of quotum, of dat nu per ha, per dier of per fosfaatrecht zal worden gedaan, het maakt niet uit het is milieu-informatie. Dat betekent dat het met een WOO-verzoek opvraagbaar is en dat zal worden gedaan. Net als vorige week gaat het ministerie dan weer brieven aan boeren versturen dat ze het heel erg jammer vinden maar dat ze de gegevens per adres, postcode en x- & y- coördinaat openbaar moet maken. Politici die gaan roepen dat het niet zou moeten kunnen en schandalig is en LTO en NAJK die luid protest aantekenen. Maar de minister en de politici en LTO en NAJK zijn dan alweer lang vergeten dat ze daar uitgebreid op zijn gewezen door Stichting Stikstofclaim en Agractie. De stikstofreferentie van ieder boerenbedrijf komt dus openbaar. Dat is één van de ingrediënten voor succesvolle handhavingsverzoeken door de MOB. Juridische gevolgen doelsturing De juridische gevolgen van doelsturing en het gaan verstrekken van referenties op basis waarvan een reductie van stikstof per bedrijf middels doelsturing zal moeten gaan plaatsvinden, zijn niet doordacht en niet scherp in beeld bij alle doelsturing aanhangers. Het afgeven van referentiehoeveelheden stikstof in wat voor vorm dan ook legt alle bedrijven die een dergelijke referentie, plafond of quotum krijgen op het hakblok bij MOB. Doelsturing gaat ook niet snel tot vergunningverlening leiden. Het is een nieuwe insteek, vraagt nieuwe wetten en al met al zitten alle sectoren nog vele jaren op slot. Bovendien kunnen we in dit geval leren van de fouten van andere landen. In Duitsland, Denemarken en Ierland hebben ze al ervaring met de risico’s van doelsturing en digitale emissieregistratie. In Duitsland leidde verplichte stikstofregistratie per perceel tot datalekken, modelinspecties en een uitspraak van het Bundesverfassungsgericht (BvR 2656/18, 2021) dat de overheid het evenredigheidsbeginsel schond, door onevenredige toezicht last bij boeren te leggen. In Ierland verplicht het Nitrates Action Programme boeren tot kwartaalrapportages met als gevolg openbaarmaking van bedrijfsgegevens onder EU-richtlijn 2003/4/EG en duizenden audits met intrekking van derogaties. Deze voorbeelden tonen hoe politieke doelsturing de juridische en administratieve druk verplaatst van overheid naar ondernemer, met verlies van rechtszekerheid en vertrouwen als gevolg De PAS is uitgelopen op een drama voor de PAS melders. De invoering van doelsturing wordt een drama voor alle veehouders. Zeg later nooit dat er niet is gewaarschuwd. Onrust Wellicht ten overvloede, het doel van deze reactie is natuurlijk niet het creëren van onrust, maar het voorkomen van (herhaaldelijke) beleidsfouten die de sector opnieuw jarenlang zullen achtervolgen, zoals we nu met de erfenis van de PAS zitten. Stichting Stikstofclaim informeert veehouders over de mogelijke gevolgen van niet goed doordachte plannen. Dat die informatie tot grote zorgen leidt is terecht. Iedereen die een beetje inzicht heeft in de gevolgen van het voorgestelde beleid weet dat het niet positief zal uitwerken voor de positie van boerenbedrijven en boerengezinnen. Houdbare oplossingen Wat zijn oplossingen die juridisch wel houdbaar zijn? Tweeledig: Op korte termijn; oplossingen binnen de huidige wet kunnen relatief snel, binnen een half jaar, worden gerealiseerd. - Invoering van een rekenkundige ondergrens van 1 mol of iets hoger. Dat gaat een behoorlijk aantal Pasmelders en anderen helpen. En bouwprojecten helpen. - Draaien aan de knop droge depositie in Aerius. - Meten, meten, meten van depositie in de natuur en niet het luchtconcentratie geneuzel. Door metingen kan er sterkere argumentatie worden aangedragen in rechtszaken. - Gebiedsgericht op basis van vrijwilligheid reduceren dichtbij stikstofgevoelige natuur. (plan Agractie) - Natuurherstelwerkzaamheden, schaapskuddes, steenmeel toepassen, plaggen en goed natuurbeheer. Natuurherstelwerkzaamheden volgens afrekenbare beheersplannen. Op de langere termijn; wetswijzigingen waarbij de KDW geen hoofdrol meer spelen en Aerius wordt vervangen door daadwerkelijk beoordeling op basis van instandhouding in combinatie met satelliet- waarnemingen Bovenstaande zijn elementen van een aanpak die binnen het huidige wettelijke kader snel tot resultaat kunnen leiden en perspectief zekerheid kunnen bieden aan duizenden boerenbedrijven en Nederland van het slot kunnen krijgen. Nogmaals, wij houden met argumenten staande dat het overgaan naar doelsturing een grotere dwaling is dan het ooit instellen van de PAS. Het spreekwoord van ezel en steen is hier dubbel van toepassing. Iedere politieke partij met doelsturing in het verkiezingsprogram legt boeren op het hakblok bij MOB en geeft het krimpmes in handen van ambtenaren en politici om zonder compensatie voor de boer te korten. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

Prikkebordconsultatie: Onderhandelingsmacht in tijden van melkschaarste

In de uitspraak van de ACM in de zaak tussen Lactalis en de leveranciersvereniging LVLC over oneerlijke handelspraktijken (https://www.acm.nl/system/files/documents/acm-verklaart-bezwaren-tegen-besluit-lactalis-vanwege-overtreding-wet-ohp-ongegrond.pdf) komt zes keer de term onderhandelingsmacht voor. Onderhandelingsmacht is de mate waarin afnemers of leveranciers de prijzen of voorwaarden van hun af te nemen of te leveren producten of diensten kunnen beïnvloeden. Je zou verwachten dat in tijden van melkschaarste de leveranciers van particuliere zuivelondernemingen over een grote onderhandelingsmacht beschikken, zeker als ze zich hebben verenigd zoals de leveranciers van Vreugdenhil en Lactalis. Alle zuivelondernemingen zijn immers op zoek naar nieuwe leveranciers/leden, en door te dreigen met overstappen moeten de particuliere zuivelondernemingen de melkprijs wel verhogen om verzekerd te zijn van voldoende melk. In werkelijkheid blijkt de onderhandelingsmacht van leveranciersverenigingen zwaar tegen te vallen. Zo bungelt de melkprijs van Vreugdenhil dit jaar onderaan in melkprijsvergelijkingen (https://www.prikkebord.nl/topic/353020/) en is Lactalis in staat om de leveranciersvereniging te passeren als er over een nieuw melkprijsbeleid moet worden onderhandeld (zie nr. 99 in de uitspraak) De vraag aan de bezoekers van het prikkebord is dus: wat moeten de leveranciersverenigingen van Vreugdenhil en Lactalis doen om hun onderhandelingsmacht ten opzichte van Vreugdenhil en Lactalis te vergroten?

NSC-Kamerlid Harm Holman komt met initiatiefwet Grondgebondenheid

PERSBERICHT - ‘Ruimte voor boeren om te boeren, vergoeding voor maatschappelijke opgaven’ Den Haag, 1 juli 2025 – Tweede Kamerlid Harm Holman komt na de zomer met een initiatiefwet om Grondgebonden landbouw te verankeren in de wet. Het voorstel maakt onderscheid tussen een agrarische hoofdstructuur, met een focus op voedselproductie, en maatschappelijke landbouwgebieden, met meer ruimte voor natuur en aanvullende vergoedingen. Hiermee komt er voor boeren eindelijk duidelijkheid en handelingsperspectief, in het al decennialang vastzittende landbouwdossier. Boeren weten al jaren niet waar ze aan toe zijn: regels veranderen voortdurend. Tegelijkertijd stapelen maatschappelijke problemen zich op: de stikstofuitstoot blijft te hoog, de waterkwaliteit voldoet niet aan Europese normen en natuurdoelen worden niet gehaald. Zonder duidelijke keuzes in het landgebruik en landbouwbeleid blijven deze opgaven onoplosbaar. Nederland moet van het slot. Met dit wetsvoorstel krijgen boeren weer perspectief en pakken we grote maatschappelijke uitdagingen zoals stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteit aan. "Het is tijd voor beleid dat werkt voor boer én omgeving," aldus Harm Holman, Tweede Kamerlid voor Nieuw Sociaal Contract en ex-melkveehouder uit Drenthe. "We zetten hiermee een fundamentele stap richting structuur en zekerheid, waar de sector al jaren op wacht." Landbouwbeleid op basis van gebiedstype Het wetsvoorstel legt via ruimtelijke ordening twee typen landbouwgebieden vast: Agrarische hoofdstructuur: Vruchtbare gebieden waar voedselproductie centraal staat. Boeren kunnen hier binnen duidelijke kaders duurzaam ondernemen en bijdragen aan milieudoelen. De inzet van technologie en doelsturing wordt actief ondersteund, met ruimte voor samenwerking en beloning bij prestaties. Maatschappelijke landbouwgebieden: dit betreft gebieden waar maatschappelijke doelen zoals stikstofreductie, waterkwaliteit en biodiversiteit centraal staan. Boeren in deze gebieden gaan vanuit de overheid een vaste beloning ontvangen voor hun bijdrage aan maatschappelijke diensten. Provincies bepalen via gebiedsprocessen welke gronden hiervoor in aanmerking komen. Einde aan willekeur, herstel van vertrouwen Het voorstel maakt een einde aan de grilligheid van het huidige beleid en voorkomt willekeur. Door onderscheid te maken tussen type gronden en landbouwdoelen ontstaat een gebalanceerd systeem dat recht doet aan zowel het vakmanschap van boeren als de ecologische opgaven van onze tijd. Holman: "Hiermee zorgen we voor een structurele oplossing. We voorkomen dat duizenden familiebedrijven verdwijnen én we zetten serieuze stappen richting onze natuur- en klimaatdoelen. We bieden boeren handelingsperspectief en duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten. Boeren moeten weer kunnen boeren en betaald worden wanneer zij maatschappelijk uitdagingen oppakken. Met het voorstel neemt de overheid eindelijk weer regie in een dossier dat al veertig jaar vastzit. Nieuw Sociaal Contract kiest bewust voor een realistische koers: beleid dat uitvoerbaar is, handelsperspectief biedt en draagvlak heeft – bij boeren, provincies én samenleving. Aanvullende informatie: Over de agrarische hoofdstructuur Zit op de meest vruchtbare bodems. Hier kunnen boeren gewoon weer boeren. Hier zal een graslandnorm komen voor de waterkwaliteit, met een ruim ingroeipad: oplopend van 0,2 hectare grasland in 2028 tot 0,35 hectare grasland per GVE in 2034. Minimaal 80% van de boeren voldoet al aan deze uiteindelijke norm. Andere boeren kunnen inzetten op samenwerking met akkerbouwers voor hun mestafzet (al dan niet in Renure vorm) Ruimte voor doelsturing en inzet van technologie voor bijdragen aan milieudoelen op basis van presteren en belonen. We omarmen het Marke model. Over de maatschappelijke landbouwgronden - In deze gebieden ligt de focus op maatschappelijke uitdagingen: stikstof, co2, bodemdaling, kwaliteit landschap; belevingswaarde, luchtkwaliteit, droogte, waterkwaliteit, agrarische diversiteit, biodiversiteit - Hier zal een lagere GVE-norm gelden (1,5 GVE/ha vanaf 2034) om aan al die maatschappelijke uitdagingen bij te kunnen dragen. - Hier staat een vaste betaling voor boeren van ca. 1000-2500 € per hectare tegenover. - Provincies bepalen in samenspraak met boeren via gebiedsprocessen welke gronden worden bestemd als maatschappelijke grond. - Een boer in dit gebied krijgt ruim de tijd en keuzemogelijkheden om een manier van boeren te vinden die bij hem of haar past.

Oproep aan politiek: beken kleur en erken bestaande definitie Grondgebondenheid

Grondgebondenheid op bedrijfsniveau is ruggengraat van toekomstbestendige melkveehouderij Nederland heeft Brussel toegezegd: in 2032 is de melkveehouderij grondgebonden. Maar die afspraak dreigt te worden uitgehold. In plaats van vast te houden aan de bestaande wettelijke definitie - op bedrijfsniveau géén fosfaatoverschot – wordt in politiek en sector ingezet op vertraging en zelfs herdefiniëring. Waarom? Omdat de pijnlijke realiteit is dat met de huidige norm ruim de helft van de melkveebedrijven die doelstelling niet haalt. “En in plaats van daar eerlijk over te zijn, wordt er gedaan alsof er geen definitie is. Dat is geen richting geven, dat is iedereen in het ongewisse laten,” stelt Netwerk GRONDig. Wettelijke definitie bestaat al – en werkt Volgens GRONDig is de juridische definitie helder: een melkveebedrijf is grondgebonden als het geen fosfaatoverschot heeft – zoals vastgelegd in de Meststoffenwet. In de praktijk betekent dit omgerekend circa 2 GVE per hectare. De definitie is ook gekoppeld aan het fosfaatrechtenstelsel. “Dat is geen mening, dat is beleid,” zegt voorzitter Jacob van Emst. “Maar toch doen Kamerleden en sectororganisaties alsof die definitie nog verzonnen moet worden. Daarmee ondermijnen ze de duidelijkheid waar melkveehouders recht op hebben.” Sectororganisaties duiken weg voor eigen visiedocumenten Netwerk GRONDig is ook kritisch op de houding van de sectororganisaties. “Jarenlang klonk het luid vanuit zuivel en sector, dat de melkveehouderij grondgebonden moet worden. Nu het concreet moet worden uitgevoerd, verschuiven partijen het begrip naar ‘regionaal’ of zelfs ‘nationale grondgebondenheid’. Alsof mest rondrijden door het hele land een vorm van grondgebondenheid is,” aldus Van Emst. “Dat is geen duurzaamheid, dat is boekhoudkundig schuiven met mestoverschot en alle problemen die daarmee samenhangen.” Graslandnorm ongewenst en overbodig Een alternatief dat in Den Haag circuleert – een ‘graslandnorm’ – lijkt aantrekkelijk, maar is volgens GRONDig een fundamenteel verkeerde invulling. “Dan telt alleen gras mee, en vallen bedrijven die zelf hectares met granen, mais of voedergewassen telen voor hun vee buiten de boot.. Dat is niet circulair – dat is cosmetisch. Het benadeeld daarbij de voorlopers, de melkveebedrijven die qua rantsoen zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn.” Dat behoud van grasland belangrijk is, erkent voorzitter Jacob: ”Versterk de huidige definitie dan met de voorwaarde van minimaal 80% grasland van het bedrijfsareaal. Daar hoef je geen nieuwe definitie voor te verzinnen met bureaucratische rekenformules.” Politiek ontwijkt wat juist besproken moet worden Volgens GRONDig moet het debat niet om definities draaien, maar om het echte pijnpunt dat de helft van de sector niet aan de huidige definitienorm voldoet. “Het antwoord is niet: de lat verlagen. Het antwoord is: intensieve boeren een transitie pad bieden en de grondgebonden melkveehouders met rust laten. Geen schijnzekerheid, maar échte keuzes en wij roepen Kamerleden en de minister op om kleur te bekennen.” Samenvattend: Oproep van Netwerk GRONDig aan de Kamerleden: • Houd vast aan de bestaande wettelijke definitie uit de Meststoffenwet (géén fosfaatoverschot per bedrijf); • Versterk deze met ecologische criteria zoals minimaal 80% grasland en mestafzet binnen een straal van 20 km van het melkveebedrijf; • Ontwikkel een transitie pad (meersporenbeleid) met helder einddoel in 2032: o grondgebonden bedrijven krijgen erkenning, rust en ontwikkelruimte; o niet-grondgebonden bedrijven volgen een realistisch, maar verplicht transitie pad; • Voorkom dat papieren constructies het beleid gaan domineren. Grondgebondenheid op bedrijfsniveau is geen modeterm of rekbaar etiket. Het is de ruggengraat van een landbouw die stikstof, mest en waterkwaliteit bij de bron in balans houdt. En dat vraagt om politieke duidelijkheid – én sectorbreed leiderschap.

Negatieve nabetaling mogelijk in nieuw melkprijsbeleid Lactalis Leerdammer

Twee maanden geleden heeft Lactalis Leerdammer naar aanleiding van de uitspraak van de ACM het nieuwe melkprijsbeleid bekend gemaakt. Tot nu toe is daar niet veel aandacht besteed, terwijl het toch een paar bijzondere onderdelen bevat. Meest opvallend is de mogelijkheid voor Lactalis Leerdammer om een negatieve nabetaling aan de leveranciers op te leggen. Anders gezegd: Lactalis Leerdammer kan eerder uitbetaald melkgeld terugvorderen en inhouden op later uit te betalen melkgeld. Hoe ziet het nieuwe melkprijsbeleid er uit? Lactalis Leerdammer hanteert een formule (zie afbeelding 1) aan de hand waarvan de maandelijkse melkprijs wordt berekend. Na 12 maanden resulteert dit in de gemiddelde jaarmelkprijs. Er zijn vier mogelijke omstandigheden op grond waarvan Lactalis Leerdammer maximaal 5% naar boven en 5% naar beneden mag afwijken van deze jaarmelkprijs. In april van het volgende jaar bekijkt Lactalis Leerdammer of zich een van die omstandigheden heeft voorgedaan (zie afbeelding 2). De meest in het oog springende omstandigheid is: c. een markt- en/of bedrijfsmatige verstoring die leidt tot een omzetdaling van 10% of meer ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar in afzetmarkten waar Lactalis Leerdammer een relatief groot omzetaandeel heeft, waaronder Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland; Op grond van deze omstandigheid kan alleen naar beneden worden afgeweken. Als Lactalis Leerdammer gebruik maakt van deze omstandigheid dan leidt dit dus tot een negatieve nabetaling. Verder is voor de leveranciers niet te controleren of Lactalis Leerdammer terecht gebruik maakt van deze omstandigheid. De leveranciers kunnen immers niet controleren of de omzetcijfers die door Lactalis Leerdammer worden verstrekt correct zijn. Leveranciers van Lactalis Leerdammer lopen in het nieuwe melkprijsbeleid dus het risico dat ze vier maanden na afloop van het jaar nog maximaal 2,5 cent per kg geleverde melk moeten terugbetalen aan Lactalis Leerdammer.

Wij van BBB lopen niet weg. Niet voor verantwoordelijkheid, niet voor moeilijke keuzes

BBBericht van Caroline: Beste BBB’ers, De afgelopen dagen stonden in het teken van politieke onrust. Dinsdag viel het kabinet. Vandaag was het debat in de Tweede Kamer en is het tijd om vooruit te kijken. Want wat er ook gebeurt in Den Haag: Nederland wacht niet. De problemen in ons land lossen zichzelf niet op. En daarom doen wij wat wij altijd doen: doorgaan. Voor Nederland. De val van het kabinet is teleurstellend. Niet voor onszelf, maar voor de mensen die op ons rekenen. Die duidelijk hebben gekozen voor een andere koers. Voor boeren, burgers en ondernemers die willen dat er eindelijk wordt gebouwd, dat de voedselmakers weer toekomst zien, dat onze defensie op orde komt, en dat onze nationale belangen zwaarder wegen dan politieke spelletjes. Wij van BBB lopen niet weg. Niet voor verantwoordelijkheid, niet voor moeilijke keuzes. Juist bij tegenwind moet je harder trappen op de fiets. Want alleen zo komen we vooruit. Als partijleider ben ik trots op onze bewindspersonen die ieder op hun eigen manier laten zien wat verantwoordelijkheid betekent: ⁠• Mona Keijzer, onze vicepremier en minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, verwoordde het krachtig: “We hadden als kabinet een dikke meerderheid in de Kamer om de problemen in Nederland op te lossen. Daar is het kleed onder weggetrokken, zonder argumenten. Maar ik werk door, de woningnood in Nederland kan niet nog een jaar wachten.” ⁠⁠• Femke Wiersma, onze minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur blijft strijdbaar: “Ik blijf me inzetten voor goed beleid voor onze boeren. Ook demissionair voel ik die verantwoordelijkheid. Ik ga door tot het laatste moment dat ik dit ambt mag dragen. Dat verdient iedereen in ons land.” ⁠• ⁠Gijs Tuinman, onze staatssecretaris van Defensie, spreekt zoals je van een veteraan mag verwachten: “Ik loop nooit weg. In Afghanistan niet en ook niet nu het kabinet is gevallen. In deze onzekere wereld is één ding glashelder: we moeten blijven leveren om onze Nederlandse krijgsmacht te versterken.” ⁠ ⁠• Jean Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur weet waar hij het voor doet: “Missionair of demissionair. Ik blijf me vanuit dit ministerie inzetten voor onze boeren, tuinders en vissers. Zij leggen het werk niet neer, ik dus ook niet.” ⁠• En Eddie van Marum, staatssecretaris voor Groningen, is daar waar hij hoort: “De val van het kabinet zorgt voor teleurstelling en onzekerheid. Weglopen voor moeilijkheden is niet mijn stijl. Ik blijf me keihard inzetten voor Groningen en Noord-Drenthe.” Deze houding is geen uitzondering, het is wie wij zijn als BBB. Wij staan voor een sociaal-rechts geluid dat werkt aan echte oplossingen. We laten ons niet leiden door politieke spelletjes of ego’s, maar door gezond verstand en verantwoordelijkheid. Juist nu. Wat gisteren is gebeurd, is gebeurd. Maar vandaag werken wij verder. Voor betaalbare woningen. Voor toekomst voor boeren, tuinders en vissers. Voor veiligheid, een streng asielbeleid, een sterke economie en een landsbestuur dat betrouwbaar is. Dank voor jullie vertrouwen. Dank voor jullie inzet, in het land en op lokaal niveau. We blijven doorgaan. Voor Nederland! Met hartelijke groet, Caroline van der Plas Partijleider

Voor de melkveehouderij komt een tijdelijke, vrijwillige extensiveringsregeling, om de permanente emissiereductie te borgen

Het kabinet presenteerde onlangs een startpakket aan maatregelen. Daarmee wil het de activiteiten die vanwege stikstof zijn stilgelegd weer op gang brengen. Zowel vanuit de Kamer als vanuit de maatschappij is er veel kritiek op de plannen. De meeste Kamerfracties vinden de plannen niet toereikend. In een recent Kamerdebat gaf premier Schoof aan dat pijnlijke keuzes onvermijdelijk zijn. De premier constateert dat het nog jaren duurt voordat de benodigde vermindering van stikstof is behaald. En dat het huidige plan “een eerste stap” is om weer vergunningen te kunnen verlenen. Voor de veehouderij moet het startpakket opleveren dat de vergunningverlening van het slot gaat en veehouders weer kunnen investeren én innoveren. We zetten voor u op een rij welke maatregelen staan gepland. Nederland van het slot Twee rechterlijke uitspraken onderstrepen de urgentie om stikstof te verminderen en natuur te herstellen. De recente uitspraak van de Raad van State over intern salderen heeft de ruimte voor vergunningsverlening verder beperkt. Anderzijds is er de urgentie om verschillende sectoren weer op gang te brengen. Daarom presenteerde het kabinet een startpakket om Nederland van het slot af te krijgen. Het kabinet wil een wetenschappelijk onderbouwde rekenkundige ondergrens voor de stikstofneerslag invoeren, een nieuw vergunningstelsel, sturing op stikstofuitstoot in plaats van stikstofneerslag en een regionale aanpak rondom de gebieden met de meest urgente opgave. Via een Kamerbrief maakte het kabinet de plannen voor verschillende sectoren bekend. Voor de agrarische sector zijn de belangrijkste plannen regelingen voor extensivering, vrijwillige beëindiging en doelsturing. Na de zomer wil het kabinet een nieuw vergunningsstelsel presenteren, gebaseerd op een beter inzicht in de staat van de natuur en alle bijhorende drukfactoren. Ook kijkt het kabinet voor de langere termijn naar het herijken van Natura 2000-gebieden. Emissiereductie in alle sectoren Het kabinet wil in 2035 een emissiereductie van 50 procent ten opzichte van 2019 realiseren voor industrie, mobiliteit en bouw. Voor landbouw geldt een emissiereductie van 42 tot 46 procent. Om dit te bereiken, zijn nu maatregelen vastgesteld waarop het kabinet de komende periode gaat voortbouwen. Alle sectoren dragen daaraan bij. Voor de industrie zijn de maatregelen onder meer gericht op verdere verduurzaming van afvalverbrandingsinstallaties en het intensiveren van de aanpak piekbelasting industrie. Voor de landbouw kiest het kabinet voor doelsturing, natuurlijk verloop en extra inzet van middelen rond bepaalde Natura 2000-gebieden, zoals agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Voor mobiliteit en bouw denkt het kabinet aan verduurzaming van de binnenvaart en het spoorgoederenvervoer in de Rotterdamse haven, verduurzaming van wegverkeer en gebiedsgerichte trajectcontroles rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Budget en doelsturing Het kabinet maakt 1,6 miljard euro vrij uit het Hoofdlijnenakkoord, naast de 600 miljoen euro die in de Voorjaarsnota al is vrijgemaakt. Daarnaast komt er structureel 213 miljoen euro vrij. Uit dit totale startbedrag van 2,2 miljard euro komt voor de periode 2026 tot en met 2030 een bedrag van 200 miljoen euro beschikbaar voor doelsturing, inclusief normen, data-infrastructuur, toezicht en handhaving. Het kabinet wil toewerken naar een stoffenbalans op bedrijfsniveau en investeren in sensoren en meetsystemen. Boeren krijgen ondersteuning met benchmarkgegevens en kennis over reductiemaatregelen. Voor waterkwaliteit komt er een doelgerichte aanpak met de sector, gebaseerd op indicatoren zoals stikstofmetingen. Doelsturing geeft boeren ruimte om stikstofreductie te realiseren via eigen maatregelen, zoals managent- of stalmaatregelen. Dit kan via afrekenbare, bedrijfsspecifieke normen, die technisch en economisch haalbaar zijn. Het kabinet overweegt ondersteunende maatregelen, onder andere gericht op innovatie. Waar mogelijk sluiten nieuwe regelingen aan bij bestaande stelsels, om stapeling van verplichtingen en extra stelsels te voorkomen. Specifiek melkveehouderij Voor de melkveehouderij komt een tijdelijke, vrijwillige extensiveringsregeling, om de permanente emissiereductie te borgen. Dit moet ook de mestmarkt verlichten en helpen om de klimaat- en ammoniakdoelen te bereiken: de reductie van 0,5 Mton CO2-equivalenten en 0,6 kton ammoniak. Voor de periode 2025 tot en met 2029 is hiervoor 627 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast verkennen de zuivelindustrie en banken een private bijdrage. Voor veehouders die willen stoppen, komt er 750 miljoen euro beschikbaar voor een vrijwillige beëindigingsregeling. Deze regeling richt zich op gebieden met de meest urgente stikstofproblematiek. Voor natuurherstel trekt het kabinet 100 miljoen euro extra uit. Naast deze algemene maatregelen gaat het kabinet aan de slag in de gebieden met de meest urgente opgave, zoals de Veluwe en de Peel. Hiervoor heeft het kabinet 600 miljoen euro vrijgemaakt. Uitwerking van de invulling vindt plaats in overleg met de provincies.

Bewoners rond Haaksbergen geschokt door vernattingsplannen provincie

De provincie Overijssel heeft vergaande plannen voor het onder water zetten van een groot gebied vruchtbare landbouwgrond bij het dorp Buurse. Bewoners voelen zich overdonderd door de plannen, die al lang in de maak blijken te zijn, zonder dat iemand dit besefte. “Als dit doorgaat, is het einde verhaal voor de landbouw en leefbaarheid in dit gebied”, zegt Robert ten Cate, een van de oprichters van de Vereniging Behoud Platteland die zich verzet tegen de maatregelen en een eigen participatietraject is gestart voor de bewoners van het gebied, die ook bang zijn voor de gevolgen voor hun huizen. In 2023 ontvingen de bewoners van het buitengebied een brief van de gemeente Haaksbergen, waar het dorp Buurse onder valt, met een uitnodiging voor een bijeenkomst over de toekomst van de landbouw. “Die presentatie sloeg bij ons in als een bom”, vertelt bewoner Robert ten Cate. “De beschrijving was nogal vaag. Daar wilden we meer over weten. Er werd ons verteld dat de landbouw op de kop wordt gezet, dat we naar een vegetarisch dieet gaan en dat er een strikte vorm van extensivering zal komen — minder vee dus. In de maanden daarna werd pas duidelijk dat de kern van dit verhaal ligt bij het veengebied, het Haaksbergerveen. Om de natuur te verbeteren en in stand te houden wordt in de omliggende gronden het waterpeil verhoogd.”

Waarom een Landbouwakkoord bij de Denen wel slaagde

[quote]“In Denemarken werken ze niet met voorschriften, maar met gedeelde doelen. Daar zit de energie. Dáár ontstaat vooruitgang.” - Martin Scholten[/quote] Martin Scholten is betrokken bij een brede Deens samenwerking, waarin de acht universiteiten met elkaar samen steun geven aan de transitie van het voedselsysteem, waarin de overheid met de sector en de ngo’s verenigd zijn in één doel: duurzame landbouw gericht op de toekomst, innovatief om een klimaat, milieu en natuurvriendelijke voedselproductie te borgen. Geen regelgeving als startpunt, maar een gezamenlijk gedragen routekaart met een pact op doelen. Niet omdat het zo moet, maar met een enorme bereidheid omdat het kan – én werkt als je samen aan de slag gaat. In deze blog analyseren we waarom het in Denemarken wel lukte; een Landbouwakkoord sluiten. De ruimte van TLR (Technisch Laboratorium Rotterdam) in Ridderkerk vormde onlangs het decor voor een sessie die naar meer smaakt. Martin Scholten – strateeg, wetenschapper en verbonden aan onder andere Wageningen University & Research, Aarhus University én Imagro – nam Delphy bij TLR mee naar ‘zijn’ Denemarken. Niet letterlijk, maar in gedachten en geest. Want daar, in dat relatief kleine Scandinavische land, krijgt de landbouwtoekomst wél verrassend veel vorm, inhoud en gang. Een Landbouwakkoord dat gaat over het hele voedselsysteem en alle landgebruik, en dat wel beklonken is. Wat kunnen we daarvan leren – en toepassen in Nederland? Vijf lessen uit Denemarken Martin deelde vijf elementen die volgens hem cruciaal zijn in het Deense succesverhaal: 1. De aard van het beestje Denen zijn collectiever ingesteld dan Nederlanders. Ze houden rekening met elkaar, hebben elkaar nodig, zijn terughoudend hun eigen wil door te drijven als dat nodig is. Dat geeft vertrouwen. Ze doen daar een beroep op elkaar met betrekking tot iets wat goed is. “Als ik rekening kan houden met de belangen van een ander, dan doe ik dat.” Wij Nederlanders zijn vrijer, eigengereider, uitgesprokener en individualistischer. Dat kán tot botsingen en polarisatie leiden. “En daarmee naar een neiging tot verplichtende regelgeving met op voorhand harde afspraken, uit onderling wantrouwen.” Door ons bewust te zijn van die verschillen, kunnen we beter leren samenwerken – ook binnen Nederland. 2. De politieke arena In Denemarken vormen vier middenpartijen steevast de stabiele kern van het regeringsbeleid. Ze zoeken actief verbinding en houden rekening met de belangen van de oppositie, in plaats van te vervallen in onenigheid van het polariserende debat. Dat creëert bestuurlijke rust en ruimte voor lange termijnbeleid. “Eensgezind het compromis zoeken, is de stabiele factor in dit sociaaldemocratisch denken.” 3. De issues die ertoe doen Waar Nederland worstelt met ‘het klimaat- en stikstofdossier’, werkt Denemarken vanuit milieukwaliteit, natuurkwaliteit én landbouwperspectief. Martin: “Beoordeel de natuur op basis van wat je ziet dat goed en fout gaat, en help de natuur met passend en zinvol maatwerk.” Geen generiek wettelijk kader met een wiskundig model, maar werkbare kaders met praktische ruimte voor verbetering. 4. De logistieke positie Nederland is ingericht op de import en export via Rotterdam en Schiphol, met een blik op de wereldeconomie. Denemarken produceert evenveel voedsel, met vier keer minder consumerende mensen, maar exporteert minder voedsel: 40% is van Deense bodem en biologisch. Die combinatie van schaal én verbondenheid met de eigen markt biedt perspectief. “Een rijkgeschakeerd landschap vormt de basis van de 6.000 agrarische ondernemers die ware landgoedbeheerders zijn. De landbouw of veehouderij is niet geconcentreerd, maar veel meer verspreid. Terwijl het aantal varkens gelijk is aan dat in Nederland, zie je geen concentraties van varkens. Nederland is meer gespecialiseerd en uniform, 50.000 boeren op dezelfde hoeveelheid agrarische grond als de 6000 Deense boeren tot hun beschikking hebben.” 5. De institutionele organisatiegraad In Denemarken bestaat er nog één krachtige sectororganisatie (voor de landbouw én de rest van het voedselsysteem) met een speciale minister voor de groene transitie die prominent lid is van het kernkabinet. Ook de ngo’s zijn sterk verenigd. In Nederland is dat allemaal erg versnipperd geraakt en dat belemmert de slagkracht. Samenwerking in het groen, mét doorzettingsmacht, blijkt cruciaal voor resultaat. Dan kan je voortgang boeken op basis van leren door doen, met vertrouwen naar een toekomst voor landbouw én natuur. Van frustratie naar vertrouwen Wat Martin raakt, is de daadkracht die hij in Denemarken ervaart – en de frustratie over de impasse in Nederland. “We blijven hier hangen in regels, terwijl we weten dat het anders kan. Niet meehuilen over wat niet meer mag, maar ondernemers ondersteunen in maatwerk met wat wél kan.” Imagro deelt die overtuiging. Of het nu gaat om gebiedsgericht werken, verdienmodellen voor morgen of het bouwen aan ketens die kloppen: wij geloven als optimistische aanjagers in het gesprek, de verbinding en het gezamenlijke eigenaarschap Wat vraagt dat van ons? De oproep van Martin is helder: Wees zuinig op wat er wél is. Koester het landschap, cultuur en biodiversiteit wat er is. Stel doelen, geen regels. En werk daar samen naartoe. Werk regionaal, met nationale rugdekking. Innovatie is aldoende leren. Meten is weten. Gebruik kennis als motor voor vooruitgang. Bij Imagro en Delphy nemen we die lessen ter harte. Niet door het Deense model één-op-één over te nemen, maar door te doen wat in Nederland nodig is: kiezen voor Richting, Ruimte én Realisme. Samen met ondernemers, ketenpartners en kennisinstellingen. Want de toekomst begint hier. En nu.

Aerius/OPS, gevalideerd?

Nu de MOB het voorzien heeft op onherroepelijke vergunningen wordt het tijd dat kabinet, kamers, provincies en RIVM eens met de waarheid op de proppen komen. Aerius/OPS berekent een te verwachten plaats specifieke luchtconcentratie ammoniak en of stikstofoxide. DEPAC instellingen bepalen welk deel van deze concentratie kan zorgen voor depositie. In 2022 heeft Jan Cees Vogelaar WOO stukken gekregen die inzicht gaven in de validatie van het Aerius/OPS model. Hieronder naslagwerk. https://www.stikstofclaim.nl/updates/uit-wob-stukken-blijkt-aerius-ongeschikt In deze stukken zit een verspreidingsonderzoek, aan de hand van een Amerikaanse energie centrale Kincaid. En twee onderzoeken uit North Carolina USA en Falster DK waarbij ammoniak luchtconcentratie is gemeten op 2 meter hoogte rond stallen met ammoniak emissie van twee grote varkensbedrijven (emissie 34300 kg NH3 en 2361 kg NH3). Nu komt het. Kincaid centrale stoot 4937 gram zwaveldioxide per seconde uit een schoorsteen van 187 meter hoogte en een hoge temperatuur. Op een 30 tal punten heeft men in een cirkel rond de energie centrale zwaveldioxide luchtconcentratie gemeten. het verste punt dat er nog enige invloed was van de energiecentrale was 19.6 km. Nogmaals, men heeft zwaveldioxide gemeten. En met de data van deze metingen heeft RIVM een regressie lijn gedistilleerd en gebruikt als validatie voor de verspreiding van NH3 en NOx Even een weetje, mol gewicht: Zwaveldioxide: 64 gram Ammoniak: 17 gram atmosfeer: 28 gram Doordat de concentratie zwaveldioxide in de Nederlandse lucht in de laatste 30 jaar fors is afgenomen naar een verwaarloosbare hoeveelheid , is er nauwelijks meer sprake van een reactie tussen ammoniak en zwaveldioxide. Toen het model eind jaren 80 werd gebouwd door oa Erisman, was dat een compleet ander geval. Maar zowel ammoniak als zwaveldioxide zijn fors afgenomen in de atmosfeer. Dus een validatie van de verspreiding van oa ammoniak met zwaveldioxide is niet valide!!!! Dan de twee varkensboerderijen. Bij het grootste bedrijf werd er tot 700 m rond de bron ammoniakconcentratie gemeten . Maar we praten hier wel over een zeer groot bedrijf. Bij het bedrijf in DK werd tot 300 meter rond de stal ammoniak gemeten. Dit bedrijf is een meer vergelijkbaar bedrijf zoals we dat in Nederland ook kennen. Ook met deze data heeft RIVM een regressie lijn gecreëerd die zorgt voor validatie van de rekenregels . Wat ook verschillend is , is dat een ammoniak bron meestal maar 6 a 7 meter 'uitstootschoorsteen' heeft , en omgerekend een 0.00012 gram ammoniak per seconde heeft met een omgevingstemperatuur. Nogal een verschil met de bijna 5000 gram zwaveldioxide op 187 m hoogte. Wat RIVM vervolgens doet is dat het in Nederland ammoniak concentraties in de natuur meet en die met de rekenregels en regressie lijnen rekenkundig aan een bron koppelt. En dat is de reinste onzin!!!! Een bron , onder Nederlandse omstandigheden, geeft een verhoogde ammoniak concentratie in de directe omgeving van de stal. Aerius koppelt rekenkundig op basis van de verspreiding van zwaveldioxide de gemeten ammoniakconcentratie in de natuur rekenkundig aan een bron. En dat is nooit valide!!!! Het wordt tijd dat kabinet , politiek en RIVM over haar schaduw heeft stapt en haar mea culpa uitspreekt! Woensdag is er een commissie debat Natuur en Stikstof. Ik denk dat we allemaal wel eens van de politiek duidelijk mogen eisen!!! En een rechtsbescherming! Niet op basis van een kreupel model maar op basis van waarnemingen en realiteit!!!! Ik ben benieuwd welke politieke partij lef, hoop en trots toont....

Realisme

@Realisme


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 1d geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering