Live updates

‘Stop gesprekken over 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, Tweede Kamer kom in actie!’

Eerst duidelijkheid over ecologische normstelling oppervlaktewateren Op 18 mei zal de Tweede Kamer debatteren over de invulling van het toekomstige mestbeleid. Aanleiding vormde onder meer het vorige maand verschenen rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ‘Evaluatie Meststoffenwet’ waarin gesteld wordt dat het mestbeleid al jaren niet meer effectief genoeg is. Het PBL geeft aan dat er voor een aantal gebieden in Nederland een forse opgave ligt voor de land- en tuinbouw, voor het bereiken van de doelstellingen: een ecologische goede kwaliteit grond- en oppervlaktewater. Uit lopend onderzoek in opdracht van Stichting Mesdag Zuivelfonds blijken grote hiaten in deze doelstellingen. Voor alle Nederlandse wateren wordt dezelfde ecologische doelen voorgeschreven, ongeacht of het om natuur- of landbouwgebied gaat. In de praktijk blijkt echter dat lokale overheden relatief vaak afwijken van de landelijke richtnorm en hogere natuurdoelen opleggen aan de land- en tuinbouw dan aan de natuurgebieden zelf. De Stichting Mesdag Zuivelfonds vindt dit een bizarre en ongewenste situatie. Uit analyse van de database met waternormen (eigendom van het rijk, de provincies en waterschappen) blijkt onder meer dat waterschappen in West-Nederland in hoge mate afwijken van de landelijke richtnormen voor nutriënten. Zo hebben meerdere waterschappen ervoor gekozen hogere natuurdoelen (strengere nutriëntennormen) na te streven in land- en tuinbouwgebieden, dan in natuurgebieden zelf. Voor tientallen natuurgebieden, waaronder dertien Natura 2000 gebieden, zijn de ecologische doelen ‘afgewaardeerd’ en veel lichter dan de richtnormen voorschrijven. Terwijl in hetzelfde gebied de normen voor de land- en tuinbouw zijn aangescherpt. Praktijkvoorbeelden Boerenpolder ‘Ronde Venen’ (links) en natuurpolder ‘Groot Mijdrecht’ (beide provincie Utrecht) liggen op een steenworp afstand van elkaar. De landelijke richtnorm voor beide polders is ≤ 2,8 mg N/l. Voor de boeren in het gebied is de norm echter aangescherpt naar ≤ 0,88 mg N/l terwijl natuurbeheerder Natuurmonumenten mag volstaan met ≤ 10,21 mg N/l. Meer voorbeelden van gebieden waar alleen voor natuur de nutriëntennormen zijn opgehoogd: Oostvaardersplassen en Lepelaarsplassen in Flevoland (fosfaat), Kortenhoefse Plassen en Ankeveense Plassen in Utrecht (stikstof), Amsterdamse Waterleidingduinen en Nationaal Park Zuid- Kennemerland in Noord-Holland (stikstof), Natuur- en recreatiegebieden Hoge Bergse Bos en Lage Bergse Bos in Zuid-Holland (stikstof en fosfaat). In enkele Natura 2000-gebieden, zoals de Waterleidingplas bij Amsterdam en de duingebieden Meijendel en Solleveld bij Den Haag, waar tevens drinkwater wordt gewonnen voor menselijke consumptie, is er sprake van een nog grotere afwaardering van de doelen. De nutriëntennormen zijn hier met honderden tot duizenden procenten opgehoogd (versoepeld) ten opzichte van de landelijke richtnorm, waardoor de doelen altijd worden gehaald. Ondanks herhaalde verzoeken bij waterschappen en provincies worden er geen gedocumenteerde onderbouwingen aangeleverd waarom de ecologische streefdoelen voor nutriënten voor boerenafwateringen strenger zijn dan voor natuurwateren. De resultaten van deze studie, uitgevoerd door onderzoeksjournalist Geesje Rotgers, zullen in de loop van mei worden gepubliceerd. Eerst nader onderzoek Het Mesdagfonds roept partijen op om de gesprekken over de invulling van het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn te stoppen en eerst nader onderzoek te doen naar de onderbouwing van de voorgestelde maatregelen en normstelling, en verzoekt de Tweede Kamer met spoed om onderzoek. Het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn kan leiden tot verdergaande beperkingen van bemesting op landbouwgronden zonder dat deze zicht geven op het behalen van de waterkwaliteitsdoelen, omdat enerzijds de normstelling onvoldoende is onderbouwd en/of anderzijds de herkomst van de vervuiling onvoldoende in beeld is. (Naar dat laatste liet Stichting Mesdag Zuivelfonds vorig jaar onderzoek doen.) Ook is er onvoldoende zicht op de redenen waarom de waterkwaliteit al zo’n tien jaar niet meer verbetert, ondanks dat er zo’n 30 procent minder mest (zowel stikstof als fosfaat) op het land terecht komt. Op basis van de strengere normering voor boerenafwateringen rapporteren het PBL en de Nederlandse overheid (ministerie I&M) aan Brussel dat de landbouw de normen overschrijdt en bij natuurlijke wateren er een geringere overschrijding is. Actieprogramma Nitraatrichtlijn controversieel verklaren Stichting Mesdag Zuivelfonds verzoekt de Tweede Kamer om het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn controversieel te verklaren en eerst zorg te dragen voor helderheid waarom natuurwateren in delen van Nederland 4 tot 200 keer soepelere normen hebben dan boerenafwateringen.

Het is veiliger om helemaal geen stier te houden

Ruim veertig procent van de agrarische bedrijven in Nederland heeft een dekrijpe stier op stal, becijferde CRV ,,Met een stier gaat het vaker mis dan wij in de pers lezen", vertelt Gerrit Schulting. Hij is adviseur arbeidsveiligheid en deed onderzoek naar de risico's van fokstieren in de melkveehouderij. ,,Sinds 2012 zijn er ruim 60 ongevallen geweest tussen mens en stier. Hoeveel precies met een dodelijke afloop, weet ik niet. Het zal gemiddeld om twee tot drie dodelijke incidenten per jaar gaan. Soms overlijdt een boer zonder dat breed bekend wordt dat het door een stier kwam. De ruchtbaarheid die er aan zo'n incident wordt gegeven blijft meestal beperkt." In 2012 ging het gruwelijk mis in het Gelderse Hengelo, niet ver van Toldijk. Toen kwamen twee broers van 61 en 58 jaar oud in de stal om het leven nadat ze door een stier werden gegrepen. Het beest werd afgemaakt door een dierenarts, die kort daarna tegen deze krant zei: "Andermaal blijkt dat een stier onbetrouwbaar is. Als je zo'n dier in de stal hebt, moet je ogen in de rug hebben, er kan altijd wat gebeuren." Meer: http://www.destentor.nl/home/het-gevaar-ligt-altijd-op-de-loer-met-een-stier~a8c55a3c/

Jongveegetal

Per vandaag: "Jongveegetal" weer een nieuw referentiegetal! • elk melkproducerend bedrijf dient voor het bereiken of behouden van zijn GVE-reductie zorg te dragen voor het in stand houden van het aandeel jongvee binnen de totale melkveestapel op zijn bedrijf. Hiertoe wordt voor elk melkproducerend bedrijf een jongveegetal geïntroduceerd. Dit getal wordt berekend door het aantal runderen (uitgedrukt in GVE) van de houder op 28 april 2017 van 0 tot 1 jaar en van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd te delen door het aantal runderen van de houder op die datum dat ten minste eenmaal heeft gekalfd. Het melkproducerende bedrijf kan jongvee afvoeren naar elke gewenste bestemming. Echter, wanneer het bedrijf voor bereiken of instandhouden van de reductie alleen of meer dan evenredig in jongvee reduceert, wordt niet langer voldaan aan de gewenste jongveeverhouding (het jongveegetal). Dan zal, bij het bepalen of daadwerkelijk voldoende gereduceerd is, om onder het doelstellingsaantal of het referentieaantal te komen, op basis van het jongveegetal alsnog het teveel afgevoerde jongvee worden meegeteld op het bedrijf.

Groeten uit Bali

Ik ben een lekker weekje op vakantie op Bali. Dankzij (of ondanks) de koloniale Nederlanders kunnen ze de mest hier zo verwerken dat het uiteindelijk 200 dollar per kg waard word :): https://www.zuidoostaziemagazine.com/de-duurste-koffie-ter-wereld/ https://scontent-sit4-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/18118656_1460687777315267_8906564278295121749_n.jpg?oh=37f04572077a0560b96441800739c577&oe=597FE68E https://scontent-sit4-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/18118558_1460712837312761_1481259840118631624_n.jpg?oh=22d8afb95243f92771da5110b3c2842f&oe=597BE341 https://scontent-sit4-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/18157104_1461823460535032_2618842464131544237_n.jpg?oh=f6b94dd18339fdb968a8fdc304c8a076&oe=597F9576 Meer foto´s: https://www.facebook.com/grasbaal/media_set?set=a.1460685963982115.1073741851.100001221769221&type=3&pnref=story