Live updates

masterclass anticiperen door Josl/Jos Verstraten!

Dit melde Josl in het door mij gestarte topic over de peildatum destijds; Ik zat er net zo in als jij Hans, dat het referentiemoment al lang achter ons lag. Totdat ik hoorde dat onder de bestuurders NZO en het kringetje daaromheen diverse harde groeiers zaten die hun schaapjes op het droge hebben. Dus heb ik de gok genomen en 30 veel te dure vaarzen gekocht eind mei, voor wat het waard is. Of het goed uitpakt weet ik niet, ik voel me er enigszins schuldig onder maar weet ook dat ik aan de verkeerde kant zit als het om een knelgevallenregeling gaat en dan blijft er niet veel keus over.Wel gewoon nederlandse vaarzen. Bij de verkoper gaan ze er nu niet af ( want hij had ze in 2014 ook al) en hij heeft eerst de vaarzen verkocht en straks kan hij nog de rechten verkopen. En bij mij komen ze er waarschijnlijk niet voor 100% bij. http://www.prikkebord.nl/topic/81478/#p1203493 Zat Jos ook bij de regiegroep besprekingen? Wat toevallig dat de peildatum zo goed uitpakt voor alle lto/nzo bestuurders.. Laat de rest daar maar lekker voor inleveren! Wat een misselijke vertoning...

Fendt 309 Vario

Fendt 313 Vario

LTO - Onze worsteling met fosfaat

Door Jos Verstraten, Afgelopen week is het 3 jaar geleden dat ik bestuurder werd bij LTO. En in die 3 jaren draaide bijna alles rondom één centraal thema: fosfaat. Het zich voortslepende fosfaatdossier beweegt zich in de laatste maanden van het jaar richting een climax en tegelijkertijd een deceptie. In de vakgroep is de basislijn altijd helder geweest: derogatie behouden is noodzakelijk voor de Nederlandse veehouderij en groei in dieren kan alleen binnen de grenzen van de milieukaders (stikstof, fosfaat, NH3 en CO2). Aangezien de groei te onstuimig was, is een begrenzing in de vorm van het fosfaatrechtenstelsel geïntroduceerd. Knip LTO wilde een transitiemodel: afromen van rechten gedurende 6 jaren om onder het fosfaatplafond te komen. Dit was in Brussel echter vanwege het ontbreken van garantie voor nog langere overschrijding van het plafond onacceptabel. Er zouden dan ook meer rechten uitgedeeld worden dan het sectorplafond groot was en dat is ongeoorloofde staatsteun. Diezelfde reden zorgde ook voor uitstel van de invoering naar 2018 waardoor de sector genoodzaakt was om voor de tussenliggende periode zelf een oplossing te ontwikkelen: het fosfaatreductieplan. Op 6 december 2016 werd met een grote meerderheid de Fosfaatwet aangenomen. De knip werd gemaakt tussen grondgebonden of niet met de daarbij horende consequentie ten aanzien van de korting. De afroming bij verhandeling van rechten werd voorbestemd aan grondgebonden bedrijven en jonge ondernemers. De vakgroep had ingezet op het invoeren van een referentie gebaseerd op het gemiddelde aantal dieren tussen 1 januari 2015 en 2 juli. Daar ging de Kamer om juridische reden niet in mee. 2 juli 2015 werd het ijkpunt. De pijn van de beperking voor iedereen en de krimp voor velen wordt breed gevoeld en leidt soms tot grote frustraties. De diversiteit in onze sector is groot wat tot veel spanningen en wijzen naar elkaar heeft geleid. Voor het binnenhalen van de derogatie hebben we een hoge prijs betaald, maar het besef is er steeds meer dat ook zonder een derogatie er grenzen zijn aan groei. Opdracht 3 jaar geleden kreeg ik van de inmiddels opgeheven vakgroep ZLTO een specifieke opdracht mee richting de vakgroep LTO Melkveehouderij: als gevolg van de introductie van fosfaatrechten mogen er geen bedrijven omvallen. Ik heb deze opdracht zeer serieus genomen. Er is de afgelopen jaren veel inzet gepleegd richting de groep bedrijven, binnen en buiten LTO Nederland om, die buitenproportioneel de negatieve gevolgen voelen van de nieuwe wet. Vele mogelijkheden en oplossingen zijn de revue gepasseerd. Zo wilde de vakgroep er fosfaat voor reserveren, maar zo werkt het niet. Je kunt niet vóóraf een volume vastleggen, je kunt alleen kaders stellen. Het volume vloeit uit de kaders voort. Die kaders kan je niet als bestuurders vaststellen, daarom zijn mede op ons initiatief de kaders nader geduid door de knelgevallencommissie Kalden en vastgesteld in de Tweede Kamer. De commissie Kalden vond 1% korting voor knelgevallen door de niet-grondgebonden bedrijven het maximaal aanvaardbare. Daardoor gaven de kaders weinig ruimte. De commissie gaf vorig jaar al aan dat disproportionaliteit niet generiek te bepalen was maar individueel getoetst moest worden. Het ontschotten ( met veel mitsen en maren) tussen sectoren was ook een mogelijkheid geweest om extra ruimte te generen. Als gevolg van onvoldoende draagvlak binnen zowel de sectoren als politiek is dit echter niet gebeurd. Rumoer De laatste tijd is er ook veel rumoer ontstaan rondom het uitdelen van rechten aan de vleesveehouderij waarbij de suggestie is gewekt dat deze onterecht is en hier ruimte zit voor knelgevallen. Feit is dat door de identieke diercategoriën in de meststoffenwet jongvee van vleesvee is meegetrokken in het stelsel. Dankzij met name de inzet van de vakgroep Vleesvee, is er sprake van ontvlechting, op vrijwillige basis. De overheid heeft vleesveehouders gecontroleerd en in veel gevallen herbeschikt op de juiste diercategorie: rechten voor vleesvee zijn alleen toegestaan voor jongvee bedoelt om een kalf te krijgen. Door enkele opportunisten wordt voortdurend gewezen op bereidheid van Brussel voor een transitiemodel. Daarmee wordt steeds valse hoop gegeven. Brussel wil best meedenken maar onder voorwaarde dat er géén overschrijding van het fosfaatplafond plaatsvindt en er géén extra rechten of ontheffingen boven het sectorplafond worden uitgegeven omdat dit ongeoorloofde staatssteun is. Geen draagvlak Daardoor blijft er uiteindelijk maar één optie over en dat is meer ruimte halen bij niet grondgebonden melkveehouders. Er is teveel gebeurd en te weinig solidariteit in onze sector om dat offer vrijwillig te brengen. Daarbij zorgt het weer voor nieuwe knelgevallen. Het geeft een onbehaaglijk gevoel dat daarmee de basis van onze vereniging, samenwerken aan het collectieve belang, word aangetast. Mijn opdracht vanuit ZLTO heb ik niet 100% waar kunnen maken. Inmiddels is wel duidelijk dat er bedrijven zullen moeten stoppen omdat zij de last niet kunnen dragen of dat hun lot afhangt van de rechtsgang waarbij het de vraag is of het bedrijf gedurende dat proces in de benen is te houden. We kennen allemaal schrijnende gevallen. De kritiek van melkveehouders op de LTO organisatie zoals die zich deze week ontspringt in de media, is heftig. Ik interpreteer het als een kreet van wanhoop en frustratie richting politiek, collega’s en bestuurders. Gevoelsmatig begrijpelijk en ik voel me als bestuurder ook aangesproken. Maar tegelijkertijd ben ik ook van mening dat wij de afgelopen jaren het maximale eruit hebben gehaald. Hoe onbevredigend het eindresultaat dan ook is. Jos Verstraten is bestuurslid van de vakgroep LTO Melkveehouderij

Fendt 720

Fendt 828

John Deere 5100R

John Deere 5090M

Fendt 800 Serie

Raad van Bestuur WUR blokkeert vrijgave ammoniakdata.

WUR kom op met de juiste gegevens!, de veehouderij heeft hier recht op!. Of zijn ze bang dat anders het hele mestbeleid als een te hard opgeblazen ballon in een keer helemaal uit elkaar knalt?: Persbericht Leeuwarden 15 juni 2018 Vrijdag 8 juni is tijdens een Rathenau-bijeenkomst met wetenschappers en het Mesdagfonds bekend geworden dat WUR nog de beschikking heeft over verloren gewaande data van ammoniakproeven tussen 1997 en 2011. Natuurlijk heeft het Mesdagfonds naar aanleiding van dit opmerkelijke nieuws aan WUR verzocht om die data ter beschikking te stellen. Tot onze teleurstelling heeft de Raad van Bestuur van WUR ingegrepen en de verloren gewaande data niet ter beschikking gesteld. Wel is van WUR een aanbod ontvangen om reeds bewerkte data ter beschikking te stellen. In 2015 zijn echter al meetdata ter beschikking gesteld, maar dit betroffen data uit veldproeven die geen enkele relatie hebben met het huidige ammoniakbeleid voor de veehouderij. M.a.w. met de wel beschikbaar gestelde data is het niet mogelijk de onderbouwing van het huidige beleid te toetsen. Wat wil het Mesdagfonds? We hebben de ruwe meetdata nodig van bemestingsexperimenten waarop het huidige ammoniakbeleid voor de melkveehouderij is gebaseerd. Het gaat dan specifiek om meetdata van in ieder geval veldexperimenten met bovengronds bemesten, mestinjectie en sleepvoet.1 Het format daarvan is ons en WUR bekend. Voor de SUM publicatie van Hanekamp et al. (2017) zijn de ruwe data van de publicatie van Huijsmans en Hol (2012; Rapport 445) ontvangen. Het betrof hier echter de mesttoediening en inwerken in aardappelruggen en de mesttoediening in sleuven op niet beteeld geploegd kleibouwland. En dus geen relevante data. Wat wil Mesdagfonds niet? Het Mesdagfonds heeft geen behoefte aan voorbewerkte data waar essentiële gegevens zijn verwijderd of aanpassingen in zijn gemaakt. Wat doet Mesdagfonds als vervolg? Het Mesdagfonds heeft donderdag 14 juni schriftelijk de Tweede Kamer verzocht tot ingrijpen. 1 De resultaten van deze proeven hebben geleid tot tabel 1 van het SUM-artikel van Huijsmans et al. uit 2016 (doi: 10.1111/sum.12201, p. 110). Het is deze tabel die we al drie jaar lang proberen te reproduceren. De komende maanden worden nog een aantal door Mesdag gefinancierde onderzoeken afgerond. De voorlopige resultaten van deze onderzoeken wijzen in dezelfde richting, namelijk dat de huidige onderzoeken en onderzoeksmethoden leiden tot forse overschattingen van de ammoniakemissie door de veehouderij en dus een overschatting van de effectiviteit van de miljarden aan investeringen die zijn besteed aan ammoniak reducerende maatregelen. Iets wat in de veronderstelde mate niet aanwezig is toch trachten te reduceren geeft hoge kosten en weinig resultaat. Het Mesdagfonds roept WUR op om alsnog de gevraagde gegevens te overleggen, waarvan het bestaan nu bekend gemaakt is en door diverse bronnen ook vanuit WUR intern is bevestigd. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Mesdagfonds

Fendt Farmer 1Z

Ford 2000