Reactie Stichting Stikstof Claim (SSC) op het coalitieakkoord D66, VVD en CDA

Vandaag, 30 januari 2026, is het coalitieakkoord gepubliceerd dat de afgelopen weken tot stand is gekomen na onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA. Het akkoord is breder dan alleen landbouw, stikstof en natuur. Onze reactie richt zich op deze drie onderwerpen, die voor SSC-aangeslotenen van groot belang zijn. Onze eerste beoordeling is dat er goede elementen in het akkoord zitten. Tegelijkertijd bevat het akkoord een wezenlijke, onvoldoende doordachte inzet op een nieuw doelsturingsgericht vergunningenstelsel. Dit zal de huidige onzekere periode sinds de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 met nog eens acht jaar verlengen. Positieve punten uit het akkoord 1. Natuur meten en monitoren Positief is dat de coalitie inzet op daadwerkelijke metingen van stikstofdepositie en op het gebruik van satellietgegevens om rekenmodellen te kalibreren en te valideren. Ook wordt ingezet op monitoring van stikstofdepositie in natuurgebieden. Daarnaast is SSC positief over de verplichting voor natuurorganisaties om, naar aanleiding van bodemanalyses, mitigerende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld bekalken). Ook positief is de inzet om prioritering aan te brengen in de mate van stikstofgevoeligheid van natuurgebieden. Niet overal hoeft stikstofbeleid tot forse maatregelen te leiden. Minder positief is SSC over de inzet om natuurgebieden meer met elkaar te verbinden. In de praktijk zal dit leiden tot nog meer natuur en daarmee nog meer beperkingen. Daar zitten we niet op te wachten. 2. Stikstofbeleid De eerdergenoemde prioritering van natuurgebieden bij de noodzaak tot stikstofmaatregelen zien wij als een juiste stap: niet alles hoeft overal. Positief is ook dat wordt ingezet op vrijwillige maatregelen en dat gebieden niet volledig op slot gaan, maar dat wordt gekeken naar wat wél mogelijk is. Daarnaast moeten provinciale plannen gaan voldoen aan landelijke randvoorwaarden, wat zorgt voor meer eenheid in beleid. Dat het beleid zich richt op het prioritair opkopen van verouderde bedrijven en bedrijven dichtbij stikstofgevoelige natuur zien wij eveneens als een positieve ontwikkeling. Het invoeren van een rekenkundige ondergrens (RKO) is een goede stap. Hiervoor is overigens geen stikstofreductie nodig, zoals het coalitieakkoord stelt. De RKO volgt uit een wiskundige analyse van de ruis in het rekenmodel. Deze ruis bedraagt circa 10 mol, waardoor een RKO van 1 mol morgen al zonder bezwaar kan worden toegepast. De coalitie trekt tot 2035 een bedrag van 20 miljard euro uit. Voor fors beleid is ook fors geld nodig. Nog niet duidelijk is of dit geld afkomstig is uit herschikking van bestaande middelen of dat het om extra middelen gaat. Positief is ook dat in 2032 wordt toegewerkt naar grondgebondenheid. Dit als stip op de horizon zetten geeft richting. Tevens is dit één van de weinige mogelijkheden om weer derogatie van de EU te verkrijgen voor het toestaan van meer dierlijke mest dan de huidige norm van 170 kg stikstof per hectare. Wij realiseren ons dat dit voor sommige bedrijven een zeer forse stap is, maar als de norm van 170 kg N per hectare blijft bestaan, is dat funest voor alle bedrijven. Tot slot zijn wij positief over het uit de wet halen van de KDW (kritische depositiewaarde). Wel maken wij ons grote zorgen over het voorgestelde alternatief voor vergunningverlening via doelsturing. Kritiekpunten Als Stichting Stikstof Claim zijn wij zeer kritisch op generieke emissiereductie. Deze geeft namelijk geen enkele ruimte voor vergunningverlening. Dat is een illusie. Landbouw is niet de enige uitstoter van stikstof en ook het buitenland vormt een forse component. Bovendien is generieke emissiereductie gebaseerd op de onjuiste theorie dat ammoniak grote afstanden aflegt. In werkelijkheid komt circa 65% tot 75% van de ammoniakemissie terecht op boerengrond. Generieke reductie op grotere afstand van natuur helpt de natuur dus niet. Zeer kritisch zijn wij ook op het ombouwen van het vergunningenstelsel naar doelsturing. Doelsturing is gebaseerd op rekenmodellen en natuurlijke processen met nóg grotere onzekerheden dan het huidige Aerius-model. In plaats van van regen naar de drup te gaan, duw je de veehouderij hiermee het luchtledige in met een loze belofte die nooit kan worden waargemaakt. Bij doelsturing wordt een boer in hoge mate afhankelijk van weersomstandigheden. Je krijgt vaste doelen, maar steeds veranderende (on)mogelijkheden om die doelen te bereiken. De door LTO en NAJK in het bouwstenenakkoord met IPO afgesproken generieke stikstofreductie van 42%/46% vanaf 2019 zal worden opgenomen in de wet. Los van de vraag of deze reductie haalbaar is, zijn wij ervan overtuigd dat deze generieke reductie – gezien recente rechterlijke uitspraken – niet gaat helpen om vergunningverlening weer op gang te brengen. 4. Nieuw vergunningenstelsel Ons grootste kritiekpunt is het voorgenomen nieuwe vergunningenstelsel, gericht op doelsturing en daarmee gepaard gaande onzekerheden. Nog belangrijker: een nieuw juridisch stelsel voor vergunningen betekent een forse verlenging van de huidige onzekere periode. Het ontwikkelen van een nieuw vergunningenstelsel kost circa 2 tot 3 jaar voordat een wet uitvoerbaar is. Daarna volgt naar verwachting een periode van ongeveer 5 jaar met gerechtelijke procedures. Alles bij elkaar zal dit coalitievoorstel de onzekere periode van de afgelopen zeven jaar verlengen met minimaal acht jaar. Dit is voor de meeste bedrijven ronduit funest en hierover is onvoldoende nagedacht. Deze reactie is een eerste beoordeling op basis van de tekst van het coalitieakkoord. Op basis hiervan zullen wij de komende maanden gesprekken voeren met leden van de Tweede Kamer, nieuwe bewindslieden en andere organisaties. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

'VRIJWILLIGE KRIMP IN KOEIEN GAAT VERREWEG DE MINSTE PIJN DOEN' - DEEL 1

[b]Deel 2: https://www.prikkebord.nl/topic/354718/ Deel 3: https://www.prikkebord.nl/topic/354771/ - Gaan we naar € 1 per kilo melk? - Hoeveel koeien moeten er uit? - En wat wordt de impact van de door Harm Holman bedachte wet grondgebondenheid op de Nederlandse melkveehouderij? Een interview met Lubbert van Dellen van Flynth over de drie thema’s die op de Agrarische Schouw van donderdag 24 september 2025 onder melkveehouders hét gesprek van de dag zullen zijn. • Tekst: Jelle Feenstra • Foto: Binne-Louw Katsma Eerst de markt. Zijn we op weg naar een melkprijs van 1 euro per kilo?[/b] ‘Dat zie ik niet gebeuren, maar het is niet irreëel om te verwachten dat de melkprijs blijvend tussen de 50 en de 70 cent gaat bewegen. Omdat wereldwijd de omvang van de melkveehouderij ter discussie staat en er sprake is van krimp. In Australië, Nieuw-Zeeland én Europa is sprake van duidelijke krimp om verschillende redenen. Dat wordt niet opgevuld. China groeit veel minder hard dan de oorspronkelijke plannen en ook van meer melkproductie in Oost-Europa komt maar weinig terecht. Alleen in Noord-Amerika trekt het wat aan en Zuid-Amerika is een gebied om serieus in de gaten te houden.’ [b]Als die melkprijs stijgt, kan het toch ook zijn dat akkerbouwers weer gaan melken nu de aardappelprijzen in elkaar zijn gestort?[/b] ‘In Duitsland, waar de melkproductie in tien jaar tijd met zo’n 20% is gedaald, het meest van alle Europese landen, denkt een akkerbouwer bij omschakeling eerst aan kippen en dan pas aan koeien. Koeien staan bekend als moeilijk, daarvoor moet je een specialist zijn. En ik denk dat dit in toenemende mate wereldwijd geldt. Als je minder antibiotica en geneesmiddelen mag gebruiken, wordt het gewoon steeds moeilijker om met minder hulpmiddelen economisch rendabel koeien te houden. Denk ook aan arbeid, wat je op een melkveebedrijf 24/7 nodig hebt.’ [b]Dan ziet de toekomst er voor de blijvers onder de melkveehouders heel goed uit?.[/b] ‘Dat deel ik, met een paar duidelijke kanttekeningen. Als Europa de grens wagenwijd openzet voor mondiaal geproduceerde producten, kan een groei van de productie in Zuid-Amerika en Noord-Amerika consequenties hebben. Een ander scenario is dat we door mondiale spanningen te maken krijgen met een Europa dat in de eerste plaats denkt aan eigen voedselzekerheid. Voor de melkveehouderij is dat het beste scenario. Omdat wij in Europa structureel meer melk consumeren dan produceren. Tot tien jaar geleden was Europa netto-exporterend, tegenwoordig zijn we netto-importerend. Het geeft aan dat we de afgelopen tien jaar steeds minder melk zijn gaan produceren in Europa.’ [b]Hoor ik je nu zeggen dat Europa wat meer moet gaan opereren als de Amerikaanse president Trump?[/b] ‘Voor de melkveehouderij zou dat goed zijn. Maar Europa heeft ook een auto-industrie met tegenovergestelde belangen als de melkveehouderij en zuivelsector. De geschiedenis leert dat Europa landbouwbelangen vrij gemakkelijk weggeeft ten gunste van industrie of diensten. Toch zie ik beweging. Zo komt er in Frankrijk binnenkort een subsidie- en steunregeling op groei van de melkveehouderij. Daarmee is Frankrijk een van de eerste Europese landen die weer serieus inzet op groei van de eigen veestapel. Omdat er te veel stoppers zijn. Ik vind dat een opmerkelijk signaal.’ [b]Wat is je tweede kanttekening?[/b] ‘Zodra de melkprijs boven de 60 cent komt, gaan afnemers serieus kijken naar substituties van zuivelproducten. Er wordt ook steeds vaker gesproken over hybride producten, een mengsel van zuivel en plantaardig. Daar moet je wel rekening mee houden.’ Bij structurele marges van 15 tot 20 cent per kilo melk kan ik mij niks voorstellen. ‘Dat zie ik ook niet gebeuren. En vergeet niet, iedereen doet nu ineens of melkveehouders bakken met geld verdienen. Maar op 2022 na waren de marges de laatste zes jaar marginaal en te dun om de toekomst aan te kunnen. Veel lopende rekeningen zijn nog maar net weer op niveau. Oftewel: met het geld dat nu wordt verdiend, zijn allerlei kosten uit het verleden weggewerkt. Komt bij: tussen 2010 en 2014 zijn er veel nieuwe stallen gebouwd. Maar er was ook een categorie boeren die toen die stap naar een nieuwe stal niet kon maken. Die zitten nu met een stal van 30 of 40 jaar oud. Schrik niet hoeveel het kost om die nu nieuw te bouwen.’ Om maar niet te spreken van al die andere kosten die blijven stijgen. ‘In het melkquotumtijdperk werd er 20 tot 22 cent per liter betaald voor een kilo leasemelk. Nu wordt er stevig betaald voor mestafvoer en fosfaatrechten. We zien toenemende dierwelzijnseisen in en rondom gebouwen. Een grote groeiende kostenpost is arbeid. Dat leidt tot meer automatisering maar ook schaalvergroting. En het eigen machinepark staat onder druk. De loonwerker rukt op. Omdat niet alleen het mannetje op de machine, maar vooral ook de machine zelf duurder is geworden. Vijf jaar oude machines zijn nu duurder dan ze vijf jaar geleden nieuw kostten.’ Toch heeft de Nederlandse melkveehouderij er economisch in jaren niet zo florissant voor gestaan. Het staat in schril contrast met de blijvende roep om een kleinere veestapel. ‘Waar we momenteel het meeste last van hebben, is het met Europa afgesproken fosfaat- en stikstofplafond. We moeten voor 2025 en de jaren daarna onder 440 kilo stikstof en 135 miljoen kilo fosfaat blijven. Het stikstofplafond gaan we redden, grote knelpunt is het fosfaatplafond. De varkens- en pluimveesector leverden de afgelopen paar jaar hun bijdrage aan krimp van de veestapel en komen naar verwachting uit onder de plafonds. De melkveehouderij zit er met zo’n 8% nog duidelijk boven. Met de LBV-stoppers verwachten we daar nog zo’n 2,5% afhalen, waarmee je als melkveesector over 2025 uitkomt op een overschrijding van het fosfaatplafond van ruim 5%. Dat zijn de harde Brusselse normen waar de Nederlandse ministers hun handtekeningen onder hebben gezet. De exacte cijfers weten we in het voorjaar van 2026.’ [b]En dus?[/b] ‘Het betekent dat we ondanks de euforie over de marktprijzen op dit moment ruwweg 75.000 melkkoeien te veel hebben in Nederland. De waterkwaliteit gaat écht de goede kant op, maar dat wil niet zeggen dat we zomaar even een uitzondering krijgen van Brussel om boven het fosfaatplafond te produceren. En je moet dat ook in het grotere plaatje zien. Denemarken, Duitsland, Ierland, allemaal moesten of moeten ze krimpen. Welk land in Europa gaat dan een verzoek van Nederland om niet te krimpen steunen? Krimp van de veestapel is onvermijdelijk, daar komen we echt niet onderuit.’ [b]Hoe gaat die krimp in Nederland eruit zien?[/b] ‘Er zijn twee opties: óf we zetten met z’n allen de schouders onder het spoor van vrijwillige krimp. Of we laten het erop aankomen en wachten op de onvermijdelijke ingreep van het landbouwministerie.’ [b]Wat heeft jouw voorkeur?[/b] ‘Persoonlijk denk ik dat het voor de sector een pre is om vrijwillig te krimpen. Doe je dat niet, dan krijg je op korte termijn de grote pijn van generieke krimp en dat kan diep inhakken op gezonde, maar stevig gefinancierde melkveebedrijven. Veel melkveebedrijven hebben geen opvolger. Als die een paar jaar eerder de keuze maken om te stoppen met hulp van die vrijwillige regeling, dan is de hele pijn uit de sector en kan iedereen verder, inclusief al die jonge boeren met dikke financieringen, die houd je overeind.’ Deel 2: https://www.prikkebord.nl/topic/354718/ Deel 3: https://www.prikkebord.nl/topic/354771/ [i]De complete publicatie komt uit magazine Agrarische Schouw die deze week onder melkveehouders in Noord-Nederland wordt verspreid.[/i]

RFC gaat rente van melkveehouders betalen.

Zuivelindustrie investeert in een toekomstbestendige melkveehouderij De zuivelondernemingen verenigd in de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) gaan de komende jaren extra investeren in een toekomstbestendige, innovatieve melkveehouderij. De zuivelbedrijven stellen melkveehouders die in de problemen zijn gekomen met de afzet van mest, in staat tegen gunstige financiële voorwaarden te investeren in een duurzame toekomst van hun bedrijf. De zuivelondernemingen doen dit op verzoek van de gezamenlijke melkveehouderijorganisaties in Nederland: Agractie, DDB, LTO, NAJK, Natuurweide, Netwerk Grondig en NMV. Zij hebben een plan van aanpak gemaakt om de mestproblematiek te hoofd te bieden. Onderdeel daarvan is een vrijwillige extensiveringsregeling waarmee melkveehouders kunnen kiezen voor een tijdelijk lagere veebezetting. Zij krijgen daarvoor een vergoeding van de overheid. Op verzoek van de melkveehouderijorganisaties maakt de zuivelindustrie het mogelijk dat deze melkveebedrijven desondanks kunnen blijven investeren in een duurzame toekomst. Banken voeren regeling uit In samenwerking met de banken (in elk geval Rabobank, ING en ABN Amro) wordt deelnemende melkveehouders de mogelijkheid geboden een deel van hun leningen te herfinancieren tegen gunstige rentetarieven. Daardoor hebben zij lagere financiële lasten en meer perspectief op een duurzaam voortbestaan van hun bedrijf. De zuivelindustrie neemt een deel van de rentekorting voor haar rekening. Verdere uitwerking volgt De regeling wordt de komende weken verder uitgewerkt in nauwe samenwerking met de banken en de primaire partijen. Daarbij ziet de zuivelindustrie erop toe dat alle daarvoor in aanmerking komende melkveehouders toegang kunnen krijgen tot de regeling en dat deze past binnen de geldende juridische kaders, zoals de Mededingingswet en de Wet oneerlijke handelspraktijken. Bijdrage aan structurele oplossing mestrcrisis Met deze bijdrage neemt de zuivelindustrie haar verantwoordelijkheid voor de keten en onderstreept zij haar inzet voor een duurzame en robuuste toekomst van de Nederlandse melkveehouderij. De investering draagt niet alleen bij aan een structurele oplossing van de mestcrisis. Zij biedt ook ruimte voor innovatie en voor een duurzame ontwikkeling van de melkveehouderij. Dat is in het belang van de hele zuivelketen. Vijf antwoorden op belangrijke vragen 1. Waarom doet FrieslandCampina hieraan mee? FrieslandCampina staat pal voor een gezonde en toekomstbestendige, innovatieve melkveehouderij. Samen met de andere NZO-leden vinden wij dat deze investeringsregeling daaraan bijdraagt. 2. Hoe helpt deze regeling de mestproblematiek op te lossen? Deze investeringsregeling biedt melkveehouders die als gevolg van de beperkte mestafzetmogelijkheden gedwongen zijn een deel van hun melkveestapel af te stoten de kans om tegen gunstige financiële voorwaarden toch te investeren in de toekomst van hun bedrijf. 3. Als je een beroep wilt doen op deze regeling moet je een deel van je koeien afstoten. De bijdrage van de zuivelindustrie betekent dus eigenlijk dat we als veehouders dus onze eigen krimp betalen? Die suggestie klopt niet. Melkveehouders die ervoor kiezen om een deel van hun melkveestapel af te stoten krijgen daarvoor geld van de overheid: hun fosfaatrechten worden vergoed en zij ontvangen een extensiveringspremie. De bijdrage van de zuivelindustrie maakt het juist mogelijk dat deze melkveehouders desondanks toch kunnen investeren in de toekomst van hun bedrijf. Want met de investeringsregeling hoeven zij een aantal jaren minder rente te betalen. 4. Wat zijn de gunstige financiële voorwaarden die deze regeling biedt? De melkveehouders die meedoen aan deze regeling hoeven vijf jaar lang geen risico-opslag aan de banken te betalen en krijgen een extra rentekorting van 0,5%. 5. Vanaf wanneer kan ik gebruik maken van de regeling? Zowel de vrijwillige extensiveringsregeling van het ministerie van LVVN als de investeringsregeling van de zuivelindustrie moeten nog nader worden uitgewerkt. Zodra er meer bekend is over de investeringsregeling zal FrieslandCampina zijn melkveehouders daarover informeren.

De ontmaskering van BBB in het stikstofdossier

NRC 1ste Editie Publish Date: 27 Jan 2025 12:00 Section: OPINIE Length: 1314 words ABSTRACT Na de uitspraak van de Haagse rechter vorige week rijst de vraag: zijn de jarenlange claims en voorstellen van regeringspartij BBB in het stikstofdossier ontmaskerd als een lege huls? VOLLEDIGE TEKST: In april 2022 zei BBB-leider Caroline van der Plas in de Kamer: ,,Ik hoor hartstikke graag tot de Twijfelbrigade." De groep die de verslechtering van de natuur in twijfel trekt omdat er onvoldoende bewijs voor zou zijn. Later, juni 2022, opnieuw in de Kamer, zei ze: ,,Ik hoop dat heel veel mensen lid worden van de Twijfelbrigade." Het paste bij haar. Sinds een uitspraak van de Raad van State in 2019 tobde de politiek met het stikstofvraagstuk. Om de natuur te beschermen mocht Nederland van de rechter geen extra stikstof meer uitstoten - maar de agrosector verzette zich tegen ingrepen. En Van der Plas kwam in 2021 in de Kamer op een verkiezingsprogramma dat de sector steunde: ,,Alle stikstofmaatregelen gaan van tafel en er komen geen nieuwe." Nadat haar partij maart 2023 de grootste werd bij de Statenverkiezingen, herhaalde ze dit daags erna met zoveel woorden in EenVandaag. En vorig jaar zomer werden in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof op haar initiatief dan ook de voornaamste onderdelen van het stikstofbeleid van het kabinet-Rutte III en het kabinet-Rutte IV (2017-2024) geschrapt - al bleef de stikstofwet uit 2021, ingediend door Rutte III, in tact. Toen kwam vorige week woensdag: de Haagse rechtbank noemde het stikstofbeleid van dit kabinet in een kritisch vonnis onrechtmatig omdat het onvoldoende werk maakt van de wettelijke verplichting de stikstofuitstoot terug te dringen. De rechter eist onmiddellijke actie. Maar met ruttiaanse lenigheid draaide Van der Plas alles om. Het probleem is niet stikstof, was haar analyse, het probleem is de stikstofwet van 2021: de normen daarin zijn te streng, dus die moeten worden versoepeld. Alsof vuurwerkoverlast wordt veroorzaakt door een vuurwerkverbod. Bovendien zijn de basis onder die stikstofwet de Europese Vogel- (1976) en Habitatrichtlijnen (1992), die als norm stellen dat de natuur in EU-lidstaten niet mag verslechteren. Een norm die Nederland al jaren overtreedt, aldus gerechtelijke uitspraken van een kleine twee decennia: van de Raad van State (in 2008 en 2019) tot en met de Haagse rechtbank vorige week. Dus de facto werden zo de claims waarmee Caroline van der Plas een geslaagd politicus werd - het stikstofbeleid kan weg, nieuw beleid is onnodig - voor de derde keer in zeventien jaar ontmaskerd als een fabeltje. En de vraag is dan: wat zegt zo'n kaakslag voor zo'n prominent politicus over de stand van de democratie? Bij Van der Plas, journalist van beroep, lopen feiten en marketing al jaren door elkaar. Begin deze eeuw belandt ze in de landbouwpers. Als communicatiemedewerker van de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders (NVV) schrijft ze tien jaar terug columns waarin ze varkenshouders aanspoort hun imago te beschermen. ,,Communiceer via lokale kranten en weekbladen. Wees trots op uw beroep, trots op uw bedrijf." In 2017 introduceert ze in een groepsgesprek voor het blad van veevoedermultinational De Heus de slogan die de agrosector nog steeds hanteert: ,,Wij maken uw voedsel." En als zomer 2019, na de uitspraak van de Raad van State, de boerenprotesten op uitbreken staan, lanceert ze de BoerBurgerBeweging in Pigbusiness. Hoogste tijd dat Den Haag kennismaakt met ,,Gezond Boerenverstand" om de ,,goed georganiseerde groene lobby", die probeert ,,de agrosector te limiteren", van repliek te dienen. In de sector hangt een broeierige sfeer. Het confronterende Farmers Defence Force (FDF) roert zich, protesterende boeren zeggen dat de overheid stikstofdata manipuleert. Het komt tot een climax als een belangenbehartiger van de melkveesector, het Mesdagfonds, begin 2020 onderzoek publiceert waaruit zou blijken dat het aandeel van de landbouw in het stikstofvraagstuk veel kleiner is dan de overheid claimt. Na de presentatie, die massale media-aandacht krijgt, brengen FDF-boeren een ode aan de onderzoeksjournalist die de feiten op tafel kreeg. Aspirerend politicus Van der Plas doet er verslag van in Pigbusiness. Twee maanden later moet het Mesdagfonds zijn cijfers rechtzetten: de overheid had het aandeel van de landbouw toch goed. Volgens het BBB-verkiezingsprogramma voor 2021 zijn ,,miljarden verslindende" maatregelen tegen de stikstofoverlast onnodig. En zodra Van der Plas na de verkiezingen van 2021 per trekker op het Binnenhof arriveert is zij een mediamagneet. Ze toont zich een sterke debater. Maar D66 is in 2021 verkiezingswinnaar en cruciaal in de formatie: de partij wil ingrijpen in de agrosector. Die verzet zich: drie agromultinationals van Quote 500-families stellen eind 2021 tonnen ter beschikking voor contra-onderzoek naar het landbouwbeleid. De maanden daarna steunt Van der Plas in de Kamer de Twijfelbrigade. Ook verkondigt ze geregeld de complottheorie dat het kabinetsplan om veehouders uit te kopen niet om de natuur draait: de overheid heeft grond nodig, claimt ze, ,,voor huizen voor miljoenen mensen die nog in Nederland gepropt moeten worden". Als BBB voorjaar 2023 de grootste wordt bij de Statenverkiezingen, breekt de invloedrijkste periode van de partij aan. Rutte IV aarzelt over het ingezette stikstofbeleid van vooral boeren uitkopen. Het CDA, machtspartij van weleer, kwijnt weg door het BBB-succes. In de VVD bestaat de vrees dat CDA-voorman Wopke Hoekstra, die al in 2022 twijfel over het stikstofbeleid uitsprak, het kabinet bij 2023 laat struikelen over stikstof. Het speelt mee als de VVD zomer 2023 een kabinetsval over migratie initieert. Het BBB-programma voor de Kamerverkiezingen van november 2023 hamert er nog steeds op dat de stikstofwet, die stikstofuitstoot moet terugdringen, ,,volledig op de schop" moet. Het vraagstuk wordt met ,,innovatie" opgelost. De 130 km/uur kan terug. Na de formatie van het kabinet-Schoof blijkt dat BBB achter het besluit zit om het Stikstoffonds (25 miljard euro) voor boerenuitkoop te schrappen. CDA-voorman Henri Bontenbal wil er najaar 2024 alsnog 5 miljard voor vrijmaken. Van der Plas weigert. Een kwetsbare positie. Bontenbal: ,,U maakte het vorige kabinet allerlei verwijten, maar nu hebt u veel minder geld voor de agrarische sector. Dat is toch een blunder?" Zo zwalkt de partij tussen onervarenheid en overmoed. ,,BBB zit in het centrum van de macht maar is nog altijd op zoek naar zichzelf", constateert NRC-collega Eppo König eind 2024. De hoofdredacteur van Nieuwe Oogst ziet in november nog kansen voor de partij, maar: ,,Het begin van dat nieuwe beleid moet onderhand wel komen." Begin januari zinspeelt FDF op ,,een andere minister van Landbouw" als sommige stikstofproblemen niet snel worden opgelost. De uitspraak van de Haagse rechtbank had kortom op geen slechter moment kunnen komen. Een partij die met duidelijkheid en grootspraak Den Haag bereikte, ontmoet alsnog een werkelijkheid die zij jaren negeerde. Want als ,,innovatie" de oplossing is, zoals BBB blijft claimen, hadden de agromultinationals dit natuurlijk allang zelf gerealiseerd. Uiteraard zijn er politieke uitwegen. Hoger beroep. Wag the dog. Een nieuwe adviescommissie, desnoods een vroege val van het kabinet. Maar of dat nog werkt? Misschien zou reflectie onder kiezers, gekozenen en media geen kwaad kunnen nu blijkt dat feitenontkenners zoveel electoraal succes hebben. En het agro-industrieel complex er in blijft slagen een oplossing te traineren. Al is het geruststellende ook dat de gevolgen, dankzij de trias politica, gewoon op tafel liggen. En misschien is het te gemakkelijk - of te vroeg - voor de conclusie dat BBB is ontmaskerd als een lege huls. Evengoed is het bewijs van het tegendeel onder het kabinet-Schoof nog niet geleverd. Met ruttiaanse lenigheid draaide Van der Plas alles om Dit artikel is een weergave van Machtige Tijden. Een exclusieve nieuwsbrief van Tom-Jan Meeus.

klant

@klant


Topics
0
Reacties
21
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 1u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering