Henk Bleker aan het roer bij NMV

[b]Na een roerige periode brengt de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) weer rust in de organisatie met het aanstellen van Henk Bleker als interim-voorzitter.[/b] Tijdens de ALV van 1 september trad het volledige bestuur van de NMV terug als gevolg van bestuurlijke onmin. Door de ALV is het Landelijk Bestuur – een afvaardiging van de regio’s – mandaat verleend voor het aanstellen van een interim-voorzitter die de organisatie gaat leiden. Deze interim-voorzitter is nu gevonden in de persoon van Henk Bleker. Bleker (68) kan buigen op een lange carrière in politiek en bestuur. Hij was namens het CDA onder meer tien jaar lang gedeputeerde in Groningen en staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in het kabinet-Rutte I. Na zijn terugtreden uit de politiek was Bleker sinds 2014 onder andere voorzitter van Vee&Logistiek, de belangenorganisatie voor ondernemers in de veehandel en het veetransport. Deze functie legde hij eerder dit jaar neer. [b]Hart voor de agrarische sector[/b] Met het aanstellen van Bleker heeft de NMV een voorzitter met hart voor de agrarische sector en korte lijnen richting de politiek. Er liggen in Den Haag verschillende hete dossiers op tafel, waaronder het 7e actieplan nitraatrichtlijn en de onsmakelijke voorstellen om het stikstofdossier uit het slop te trekken. De inzet van de NMV is om hier het boerengeluid terug te brengen. Bleker: „Ik hoefde niet lang na te denken om ‘ja’ te zeggen op de vraag vanuit de NMV. Elke dag wordt weer het bewijs geleverd hoe belangrijk het is om een sterke belangenorganisatie voor de Nederlandse melkveehouders te hebben. Daar wil ik me de komende tijd graag voor inzetten.” Wat Bleker heel erg aanspreekt in de NMV is dat het een echte lédenorganisatie is waardoor belangenbehartiging plaatsvindt direct vanuit de praktijk van de boer en boerin. “Als ik aan het lobbyen en onderhandelen ben in Den Haag, wil ik dat niet doen vanuit een ‘papieren werkelijkheid’ maar met die kennis die me vanuit de praktijk wordt aangereikt.” Na het aanstellen van Bleker gaat het Landelijk Bestuur op de achtergrond verder met het bouwen aan een sterke Nederlandse Melkveehouders Vakbond. In de komende periode wordt het Dagelijks Bestuur verder ingevuld om te strijden voor het boerenbelang. Bron: Leden nieuwsbrief NMV

Kamervragen stikstof

2021Z09211 (ingezonden 28 mei 2021) Vragen van het lid Eppink (JA21) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de technische toelichting op 12 mei 2021 aan de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de aanpak van de stikstofproblematiek. Hoe groot is het aandeel stikstofdepositie uit het buitenland, na nadere berekeningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) volgend op het advies van de commissie-Hordijk die tot een bijstelling heeft moeten leiden van de te hoog ingeschatte aanname van 35%? Wat is het toenemend effect op de depositie van stikstof uit het buitenland op Nederlandse natuurgebieden nu de daling over de grenzen aanzienlijk minder snel verloopt dan de stevige reductie van 64% die Nederland in de afgelopen dertig jaar zelf heeft verwezenlijkt? Hoeveel kilogram stikstofdepositie per hectare is afkomstig uit welke bron (landbouw, industrie, verkeer, scheepvaart, buitenland, overige) en wat is de verdeling van deze neerslag uitgesplitst naar vermelde bronnen over natuur, landbouwgronden en stedelijk gebied? Tot welke afstand van de bron bij verschillende emissievormen van stikstof (landbouw, industrie, verkeer, scheepvaart, buitenland, overige) zal stikstofuitstoot leiden tot meetbare stikstofdepositie? Welke percentages aan onzekerheden zijn er bij de berekende emissies en de herkomst van deze emissies? Welke percentages aan onzekerheden zijn er bij de berekende deposities en de herkomst van de deposities? In welke natuurgebieden wordt de stikstofdepositie op een andere wijze gemeten dan met behulp van de luchtconcentratiemetingen en modelleringen van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) en de Conditional Time Averaged Gradient (COTAG)-metingen van het RIVM? In welke natuurgebieden is de afgelopen dertig jaar zowel de droge als de natte stikstofdepositie met behulp van welke methoden daadwerkelijk gemeten en is een herkomstbepaling gedaan van deze gemeten stikstofdepositie? In welke natuurgebieden zijn de afgelopen dertig jaar regelmatig bodemonderzoeken gedaan naar de samenstelling van de grond, waarbij stikstof en andere mogelijke verzurende stoffen zoals zwavel zijn geanalyseerd? Kunt u een overzicht sturen van het verloop van de bodemonderzoeken van de 161 Natura 2000-gebieden van de afgelopen dertig jaar? Kunt u een rapportage sturen over het verloop van alle verzurende stoffen in het bovenste grondwater in de natuurgebieden en in welke mate deze bijdragen aan de verzuring op een schaal van 1 tot 10? Kunt u de wetenschappelijk onderbouwing van de kritische depositiewaarde (KDW) zenden en de wetenschappelijke onderbouwing bij welk niveau van stikstofdepositie op de bodem welke ecologische effecten en significante beïnvloeding van ecosystemen daadwerkelijk waarneembaar zijn? Kunt u een overzicht sturen van alle oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit en deze verschillende oorzaken in een vergelijkend overzicht plaatsen?

Oplossing voor het stikstofprobleem:Belangenpartijen doen sector in de uitverkoop .

Een oplossing voor het stikstof probleem kan zijn brongerichte maatregelen, met name technische oplossingen. De Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) ziet dit als de oplossing om ruimte te creeren voor vrijstelling bouw, oplossing PAS knelgevallen en natuurherstel. Maar diverse uitspraken (rechtbank Groningen en NB) trekken de juridische houdbaarheid van technische maatregelen in twijfel. Dit komt doordat Nederland een andere interpretatie heeft over uitleg van artikel 6 van de Habitiat richtlijn dan Brussel. Daardoor ligt de vergunningverlening wederom stil. Belangenpartijen, die lnv ondersteunt hebben met de Wsn, blijven de technische maatregelen als de oplossing zien. Zij negeren de juridische padstelling. Het bedrijfsleven is bereid astronomische bedragen te investeren in ruil voor onze stikstof. Wij kunnen deze stikstof vrijmaken met technische maatregelen. Vervolgens kan de MOB deze maatregelen met succes aanvechten. Zo dragen de belangenpartijen bij aan een enorme veereductie en uitverkoop van de veehouderij. Het stikstofprobleem is er omdat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijk antwoord is op een juridische vraagstelling. Dus LTO, NAJK, SER en Lely, BETER TEN HALVE GEKEERD DAN TEN HELE GEDWAALD. (nu ben ik de laatste tijd weinig actief hier, dit ivm afspraken van de webmaster met zuivelmensen, die mij het werk probeerde onmogelijk te maken. Vanaf nu ga ik hier weer een actievere rol spelen, ik hoop met steun van jullie allen)

John Spithoven: De grens is bereikt!

Naar aanleiding van een voorval deze week binnen Zuivelnl heb ik een bericht met een aantal verzoeken aan de heer van der Tak, voorzitter LTO Nederland, gezonden . Hieronder het bericht, wat via app contact is verzonden. Wij hebben elkaar een aantal weken geleden kort gesproken over het stikstof dossier. Ik wend mij nu, als NMV lid, wederom tot u om het volgende. In de melkveehouderij spelen een aantal lastige dossiers. Ik benoem het fosfaat en stikstof dossier. Daarnaast is er de verwevenheid tussen de verdeelde belangenbehartiging en de verwerkende industrie, waarbij vaak verschillende belangen elkaar kruisen. Zuivelnl is een interbranche organisatie waarbij deze zaken spelen. Financieel draait deze organisatie hoofdzakelijk op de bijdragen van de melkveehouders terwijl de zeggenschap bij de verwerkende industrie ligt. De laatste tijd gaat de discussie binnen Zuivelnl over de borging van export van zuivel buiten de EU. Zuivelnl heeft daar een instrument voor bedacht, genaamd koemonitor. Over de tot stand komen van de koemonitor is vanaf 2020 tot heden veel gesteggel geweest. Officieel is koemonitor voor de borging van de export, maar diverse partijen hebben diverse agenda's, waarbij borging export van ondergeschikt belang is geraakt. VWS en LNV hebben in dec 2019 de richtlijnen 625 en 853 gedelegeerd aan grotendeels Stichting Geborgde Dierenartsen (625 geheel en 853 Bijlage 3 sectie 9 Hoofdstuk 1 onder b) en een klein deel aan de Inspecteur generaal NVWA (853 bijlage 3 sectie 9 alles zonder hoofdstuk 1 b). Deze laatste gedelegeerde taak is er al vanaf 2006. Dit laatste gaat over het monitoren van celgetal, kiemgetal en groei remmende stoffen, zoonose , inrichting melklokaal, melktransport, reilen en zeilen in zuivelfabrieken. De Inspecteur generaal NVWA heeft op 9 dec 2020 hier wederom (sinds 2006) het ondermandaat gegeven aan COKZ. COKZ zegt in brief 3 sept en 4 dec 2020 dat koemonitor een systeem KAN wezen voor het ondermandaat, maar geeft in interne contacten aan dat koemonitor extreem uitgebreid is. Koemonitor is 10 % de richtlijn 853 en 90 % bijvangst voor data handel VAA. Zuivelfabrieken krijgen Koemonitor in licentie , en via leveringsvoorwaarden wordt dit afgedwongen. ACM beoordeelt op dit moment de mededinging omtrent die leveringsvoorwaarden koemonitor. De NMV heeft vragen gesteld binnen bestuur Zuivelnl over hoe de mandaten tot stand zijn gekomen. Zij krijgen geen antwoord. Als reactie wil de waarnemend voorzitter Zuivelnl Wil Meullenbroeks een gesprek over communicatie omdat 1 der bestuurders NMV zou lekken naar de pers. Dat is niet juist. Ik communiseer met de pers, open en transparant, omdat een LTO, een NMV maar ook een Zuivelnl er hoort te zijn voor hun achterban. De betrokken NMV bestuurder, die ook in Zuivelnl zitting heeft, wil graag eerst antwoord op vragen mandaat. Krijgt deze na 1,5 maand herhaalderlijk vragen niet en wordt door waarnemend voorzitter Zuivelnl de toegang tot de volgende vergadering Zuivelnl ontzegd. Gisteren heeft dat geleid tot veel bestuurlijke consternatie binnen NMV. De waarnemend voorzitter, Wil Meullenbroeks, die namens LTO vakgroep melkveehouderij zitting heeft in Zuivelnl, gaat niet over afvaardiging van andere organisaties. Ik verzoek u met klem in te grijpen over het handelen van de heer Wil Meullenbroeks. Daarnaast, na deze lange uiteenzetting,het volgende verzoek. Wordt het niet tijd voor 1 melkvee geluid, democratisch gekozen, waarbij er een duidelijke scheiding aanwezig is tussen belangenbehartiging en verwerkende industrie. Er moet een oplossing komen, we kunnen elkaar toch niet de tent uit blijven vechten! John Spithoven Ik wil hier nog het volgende aan toevoegen. Fosfaatdossier is uitgelopen op een volledige sectorale ramp. Ik twijfel niet aan de noodzaak van de regulering. Maar tot op de dag van vandaag laten alle belangenbehartigers, om politieke redenen, het afweten om op te komen voor het belang van hun leden. Het laatste voorbeeld is de discussie om de afroming deze week. We zitten midden in de stikstofdiscussie, waarbij wederom alle belangenbehartigers, politiek en verwerkende industrie meer met elkaar bezig zijn, dan met een oplossing. Een genainte vertoning met als resultaat wederom de boer als verliezer. Zuivelnl is de interbranche organisatie binnen de melkveehouderij waarbij de verwerkende industrie hun problematiek over de schutting zetten richting Zuivelnl, waarbij binnen die organisatie op kosten van de boer en zonder inspraak het probleem van de verwerkende industrie opgelost dient te worden. Daarnaast worden boeren overal in den lande slachtoffer van waardeloze belangenbehartiging. Wederom vindt men het belangrijker om elkaar vliegen af te vangen, dan het probleem te lijf te gaan. Daarom: Verwerkende industrie is er voor het verwaarden van onze producten, en gezien de prijszetting van de afgelopen 50 jaar in relatie tot de inflatie, ligt daar voor hun nog voldoende uitdaging, voordat zij belangenbehartiger worden. Verwevenheid politiek en belangenbehartiging is nodig om voor ons resultaten te boeken, maar bij voortdurend 1 richtingsverkeer van ons af, is daar niets te halen op dit moment. Het wordt tijd voor 1 melkveegeluid. Waarbij daarna goed samengewerkt wordt met de overige dierlijke sectoren zoals de POV en de alliantie NVP/LTO pluimvee. Want als je als NMV een inhoudelijke vraag stelt over koemonitor binnen Zuivelnl, en na 6 weken is het antwoord dat je met 1 der betrokken NMV ers een functioneringsgesprek wil, kenbaar gemaakt via een mail in opdracht van directie ia via de boodschapper waarnemend voorzitter en vervolgens de NMV er , zonder bestuursbesluit, buiten de deur zet, dan is het een zooi, een grote zooi! De heer v d Tak, voorzitter van LTO Nederland ziet dat ook, en wil op zeer korte termijn een gesprek met enkele mensen over toekomst van de melkvee belangenbehartiging.

Alle waarschuwingen van SSC ten spijt, dit zijn de gevolgen van de wet Stikstof reductie en natuurherstel.

Alle waarschuwingen van SSC ten spijt, dit zijn de gevolgen van de wet Stikstof reductie en natuurherstel. De afgelopen weken ben ik hier weinig geweest. Enerzijds druk met de zaak koemonitor en de Autoriteit Consument en Markt, anderzijds teleurgesteld in politiek en ook diverse belangenbehartiging. De wet Stikstofreductie en Natuurherstel is door de tweede kamer en de komende dagen ook door de eerste kamer. Een wet die niet alleen de veehouderij zal vernietigen, maar ook de complete economie. SSC heeft vele memo's op laten stellen, allen gedeeld met belangenbehartiging en politiek. Velen hebben niet de moeite genomen om kennis te nemen van inhoud en vooral de waarschuwing. Als laatste hebben we een eenvoudig schema opgesteld waarbij duidelijk werd dat deze wet zorgt dat eerst de KDW gehaald zal moeten worden alvorens er nieuwe depositie vergund kan worden. Niemand heeft daar iets mee gedaan, sommige waren zelfs opgelucht met de wet, omdat ze dachten dat de PAS meldingen werden geholpen. En de wet is nog niet door de eerste kamer heen en de linkse politiek vraagt al om uitvoer van de wet, oftewel eerst de realisatie van de KDW, alvorens er een nieuwe activiteit plaats mag vinden. Lees hieronder de acties van PvdD. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2021Z00304&did=2021D00916 021Z00304 (ingezonden 11 januari 2021) Vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de koehandel met Nieuwkoopse ‘stikstofruimte’ 1. Kent u de berichten ‘Boeren willen stikstofrechten verhuren aan de Rotterdamse haven’ en ‘Zuid-Holland komt met aparte beleidsregels voor Nieuwkoop’? 1) 2) 2. Kunt u bevestigen dat het vooral voor het Natura 2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck van groot belang is dat stikstofemissie wordt gereduceerd door de Nieuwkoopse veehouderij? Welke andere Natura 2000-gebieden worden (sterk) overbelast door de uitstoot van deze veehouders? 3. Kunt u bevestigen dat in de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck onder andere veenmosrietland voorkomt, waarvan de veilige grens voor stikstofdepositie ligt op 714 mol N/ha/jaar (de kritische depositiewaarde), wat inhoudt dat de stikstofdepositie daar eigenlijk onder zou moeten blijven? 3) 4. Kunt u bevestigen dat de gemiddelde stikstofdepositie in Nederland in 2018 ruim 1.700 mol N/ha/jaar was? Wat is de huidige stikstofdepositie rond de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck? 4) 5. Beaamt u dat de stikstofreductieopgave om de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck weer in gunstige staat van instandhouding te brengen zeer groot is? 6. Kunt u bevestigen dat het PAS-arrest van het Europese Hof van Justitie duidelijk heeft gemaakt dat wanneer Natura 2000-gebieden een (veel) te hoge stikstofbelasting hebben, maatregelen voor stikstofreductie aangemerkt moeten worden als maatregelen om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 6, lid 1 en 2 van de Habitatrichtlijn (en dus volledig ten goede moeten komen aan de natuur), en daarmeeniet ingezet mogen worden als mitigerende of compenserende maatregel voor nieuwe projecten (artikel 6, lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn)? 7. Kunt u bevestigen dat de PAS-uitspraak van de Raad van State daaraan heeft toegevoegd dat het (toch) deels uitgeven van deze ‘stikstofwinst’ (bijvoorbeeld door salderen)alleen is toegestaan wanneer de naleving van de verplichting van artikel 6, lid 1 en 2 van de Habitatrichtlijn op een andere wijze is verzekerd? 5) 8. Kunt u bevestigen dat met de nieuwe wet Stikstofreductie en natuurverbeteringniet is verzekerd dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck gehaald zullen worden? Zo nee, kunt u het tegendeel aantonen? 9. Deelt u het inzicht dat, zolang de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck zo sterk overbelast zijn met stikstof, het zeer onverantwoord is – en bovendien juridisch niet te verdedigen – dat ‘stikstofwinst’ die behaald wordt door maatregelen weer uitgegeven wordt aan nieuwe activiteiten? 10. Bent u bereid de Nieuwkoopse veehouders het eerlijke verhaal te vertellen, namelijk dat de uitstoot op korte termijn ten minste zal moeten halveren en dat deze reductiegeheel ten goede moet komen aan de natuur, en hen niet langer stroop om de mond te smeren door naar hun alternatieve ‘oplossingen’ te kijken?

Speciaal voor Jan S.

Ministerie van LNV t.a.v. Dhr. Oomen Postbus 20401 2500 EK Den Haag Onderwerp: onderzoeksvraag Tollebeek, 10 augustus 2010 Geachte heer Oomen, Hartelijk dank voor uw brief van 5 augustus jongstleden. Wat fijn dat u na 3 jaar en 2 maanden de tijd hebt kunnen vinden om uw motieven toe te lichten betreffende het afwijzen van de door mij opgestelde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag vloeide voort uit de mediation van 30 mei 2007. Ik heb mij er over verbaasd dat iemand, die toch geacht wordt redelijk ontwikkeld te zijn, een dergelijk verhaal op papier krijgt en het nog ondertekent ook. De kern van uw betoog is dat u van mening bent dat organische N en anorganische N weliswaar verschillende namen hebben en een verschillende werking (althans waar het landbouwkundig gebruik betreft), maar uit oogpunt van milieu wèl gelijkwaardig kunnen worden opgeteld. Meneer Oomen, gaat u er nu maar vanuit dat als twee dingen verschillend zijn, je ze dan ook niet gelijkwaardig op kunt tellen. Het feit dat ze verschillende namen en een verschillende werking hebben, geeft al meer dan voldoende aan dat er op z'n minst onderzoek gedaan moet worden of je ze überhaupt op kunt tellen en zo ja, hoe. Dit leren onze kinderen al op de basisschool. We hebben te maken met een wetgeving die louter bestaat uit de meest eenvoudige rekenkundige bewerkingen (optellen en aftrekken). Als er dan zulke vreemde antwoorden uitkomen, dat niemand meer snapt waar hij/zij mee bezig is, dan MOET je er vanuit gaan dat je te maken hebt met een rekenfout; dan is de kans groot dat je appels en peren aan het optellen bent. Menig basisschoolkind zal ook dìt snappen, bij een simpele optelling horen immers simpele antwoorden. Omdat het niveau in dit land kennelijk in dit stadium is blijven steken, heb ik bewust de onderzoeksvraag eenvoudig gehouden, zodat we bij stap één kunnen beginnen. U hebt het in uw brief over een stikstof- en fosfaatbalans op bedrijfsniveau. Echter, als je een balans wilt maken, zul je het wel goed moeten doen. Een balans moet links en rechts in evenwicht zijn. Je kunt bepaalde processen weglaten, bv. omdat ze niet te wegen of te meten zijn, of omdat je er gewoon niet aan gedacht hebt (!), maar dan zul je ook weer aan beide kanten evenveel gewicht moeten hebben, dus evenwicht moeten hebben, anders is de balans in strijd met de wet van behoud van massa. Doe je dit niet en is de balans dus niet in evenwicht, dan zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen oftewel met een factor moeten rekenen. Laten we het voorbeeld van het manifest van de meer dan honderd hoogleraren er eens bijnemen: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 6 kilo mest. Om uit dit gegeven een balans te maken, zul je beide kanten gelijk moeten maken òf in een verhouding moeten rekenen. De mestwet gaat uit van kilo's, het maakt niet uit of je van kilo's massa of kilo's N uitgaat, in beide gevallen zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen, omdat nòch het aantal kilo's massa, nòch het aantal kilo's N aan beide kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardig zijn, zodat er 2 kilo overblijft. Dit bedrijf houdt per kilo voer dat het voert dus 2 kilo mest “over” (NA de mestwetberekening). Ik noem dat het guldens- en rijksdaalderseffect*. Als zo'n bedrijf deze mest vers afzet, heeft het dus een enorm saldo. Dit saldo zal, nadat het bedrijf zijn eigen grond voldoende (dus boven de 170 N) heeft bemest, afgezet worden als zwarte mest. Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het komt dat je uit 5 kilo voer 7 kilo ander materiaal kunt halen. Welnu, dit komt dus door de ademhaling. Zoals eerder aangegeven zijn de mineralen in verschillende leefwerelden niet hetzelfde; ze hebben verschillende waarden. Onder invloed van het toevoegen van zuurstof (ademhaling), zetten plantaardige mineralen bij het verteren (verbranden) om in dierlijke mineralen, met anorganische mineralen als bijproduct. Deze omzettingen hebben tot gevolg dat massa/volume toenemen; alweer een bewijs dat je de verschillende mineralen niet gelijkwaardig kunt optellen. Ik heb u in de onderzoeksvraag het voorbeeld gegeven van de zware luiers van baby's. Bij baby's kun je dit effect heel duidelijk zien. Ze drinken acht keer per dag een minuscuul beetje melk en produceren loodzware luiers, vele malen zwaarder dan het beetje dat ze drinken. En het kind groeit er dan ook nog van! Als een saldobedrijf de mest langer in opslag laat zitten, om wat voor reden dan ook, “verdwijnt” door anaerobe werking (ook een proces dat ontstaat door omzettingen van mineralen en dus ontkent wordt door de mestwet) massa. We nemen weer het voorbeeld van het manifest van de hoogleraren: stel dat de helft van het volume “verdwenen” is, dan krijg je het gegeven: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 3 kilo mest. Het bedrijf moet nu nog steeds dezelfde hoeveelheid mest afzetten, maar heeft dit niet (meer). Dit is het beroemde minasgat. Hier moet dus de factor 0,8 gebruikt worden om de balans kloppend te krijgen. De ringmonsters die genomen werden naar aanleiding van de vele problemen die ontstonden door de mestwet(ten), zijn ook een mooi voorbeeld van de anaerobe werking in mest. Als de mineralen werkelijk gelijkwaardig zouden zijn, zouden de uitslagen van één en hetzelfde monster nooit zo verschillend kunnen zijn. U ziet dat de onderzoeksvraag wel degelijk van belang is. Als je mineralen uit verschillende leefwerelden gelijkwaardig op gaat tellen, dan worden de uitkomsten (door de verschillende waarden) een loterij. In het rapport “publicatienummer 2003/198” van het expertisecentrum van LNV hebben uw eigen medewerkers op blz. 12 + 13 de minassaldi en de minasgaten keurig op een rijtje gezet. Men trok alles overziend de conclusie dat het gemiddeld wel aardig leek te kloppen en stuurde het rapport zelfs naar mij toe, om aan te tonen dat er geen “structurele problemen” zijn. Zeg nu zelf; zo'n rapport zou genoeg reden moeten zijn om onmiddellijk met deze tenenkrommende waanzin te stoppen. Immers, het moet u toch ook bekend zijn dat een bedrijf nooit een hoger saldo op kan bouwen dan de opbrengsten van de grond + de verliesnormen (+ nog wat afrondingsverschilletjes) en dat dit alleen bereikt kan worden door helemaal niet te bemesten. Het is wel duidelijk dat MINAS (evenals de thans vigerende mestwet) niets met evenwichtsbemesting te maken heeft. Een andere fout in de mestwet is het optellen van verschillende processen, nl. het telen van gewassen en het houden van dieren. Dit zijn twee processen die volledig onafhankelijk van elkaar kunnen plaatsvinden. In de MINAS-wetgeving worden beide processen opgeteld. Om te laten zien waarom dit niet kan, hebben we een rekentruc nodig. Voor een bedrijf met dieren èn grond moet je even een proces stilzetten. Dit doen we door er vanuit te gaan dat het bedrijf al het voer in voorraad heeft. Rekenkundig mag dit, want als MINAS goed zou zijn zou hij in dit geval óók moeten kloppen. Het gaat hier niet om de grote getallen maar om het feit dat de evenwichtsbemesting constant zou moeten blijven, omdat het grondgebruik niet verandert. Een voorbeeld: een bedrijf heeft 3 ha. (akkerbouw) grond en een afzet van 2000 kg. N aan dierlijk product, ongeacht van welk diersoort of welk product. Vanuit deze situatie kun je schuiven met het aantal ha's en de netto dierlijke productie (meer of minder grond, meer of minder dierlijke afzet), steeds zal men zien dat er (los van de toegestane aanvoer voor het akkerbouwgewas), een bijpassende extra aanvoer van kunstmest mogelijk is, zonder dat er sprake is van een ander grondgebruik. Dus: dit voorbeeldbedrijf mag nu al 667 kg. N meer aanwenden per ha. Verkoopt het voorbeeldbedrijf nu één ha, dan mag het zelfs 1000 kg N extra aanwenden. Immers, dan mag het de extra aanvoer van kunstmest verdelen over twéé ha. Dit levert ook weer het bewijs dat MINAS niets met evenwichtsbemesting te maken kan hebben, omdat de opbrengst van de dierlijke productie meetelt als opbrengst van de grond, als deze twee processen opgeteld worden. Beide rekenfouten hebben tot gevolg dat de intensieve bedrijven erg bevoordeeld worden (de meeste bouwen enorme saldi op), terwijl extensieve bedrijven en akkerbouwers hun land nooit voldoende kunnen bemesten. Akkerbouwers voeren alleen (kunst)mest aan, Als een bedrijf dieren gaat houden, zal naarmate de intensiteit van een bedrijf toeneemt, er steeds meer aanvoer van kunstmest vervangen worden door aanvoer van voer, tot het bedrijf zóveel vee heeft, dat het meer voer aanvoert dan de dierlijke productie + verliesnormen + gewasopbrengst samen. Vanaf dàt moment moet het bedrijf mest af gaan zetten. Het extra voer dat het bedrijf dan nog aanvoert, genereert extra dierlijke opbrengst, die het weer afvoert, dus mag het nòg meer voer aanvoeren enz. (guldens- en rijksdaalderseffect). Ten aanzien van de laatste alinea van uw brief wil ik graag nog het volgende opmerken: inderdaad kende MINAS een wettelijke basis die geen ruimte liet voor verschillen in behandeling van verschillend gebonden stikstof. Helaas voor u kun je rekenregels niet veranderen, zelfs niet in een wet. Sterker nog: het is triest om een rekenfout tot wet te verheffen, zeker als dit gebeurt in een land dat zich graag als kennisland profileert en probeert het bèta-onderwijs te promoten. Het MINAS-stelsel is inmiddels vervangen door een nieuwe mestwetgeving: daar kan ik ook kort over zijn. In de nieuwe mestwet is de stalbalans voor hokdieren gewoon blijven bestaan (en ook de BEX is er op gericht om de kilo's gelijkwaardig op te tellen), dus nog steeds met saldi en minasgaten. Deze hoeven nu echter niet meer op papier te worden gezet en dat is vast niet zonder reden zo geregeld. Zo worden ze nl.” netjes” weggemoffeld. Ook worden er nog steeds de nodige boetes (vervanger van de heffingen) van vele tienduizenden euro's uitgedeeld, aan de bedrijven met minasgaten (die uiteraard ook nog steeds bestaan). De akkerbouwers en extensieve bedrijven daarentegen, komen de helft van hun benodigde mineralen tekort, omdat zij te maken hebben met omzettingen in de plant van anorganische naar organische mineralen (een gevolg van de koolzuurassimilatie, óók een proces dat “vergeten” is), hetgeen derving van gewasopbrengst en op termijn het dalen van de bodemvruchtbaarheid tot gevolg heeft. Ik zou, als ik u was, toch maar eens snel werk gaan maken van de onderzoeksvraag. Ik besef dat de uitkomsten een enorm gezichtsverlies zullen opleveren voor bepaalde “hoogopgeleiden” in dit land, maar de consequenties van het gewoon doorgaan met dit domme telwerk liegen er ook niet om. Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd teken ik, H.A.M. van der Pol * Voor de vergelijking “guldens- en rijksdaalderseffect” verwijs ik u naar de vele beroep- en bezwaarschriften, die o.a. bij Dienst Regelingen te vinden zijn.

LTO Nederland presenteert vanmiddag zijn nieuwe voorzitter

[b]Ben benieuwd, wie zal het zijn?. Ik verwacht dat het een vrouw is:[/b] Baas landbouwlobby zal geen activist zijn - Nieuwe LTO-voorzitter wacht als ’verbinder’ een helse klus Door Gert van Harskamp (Telegraaf) LTO Nederland presenteert dinsdagmiddag zijn nieuwe voorzitter. De ledenraad van de land- en tuinbouworganisatie bepaalt dan wie vanaf 1 januari de voorzittershamer mag overnemen van Marc Calon. Die legde in mei zijn functie neer, omdat hij geen draagvlak meer had. De belangenclub heeft de namen van de kandidaten goed stil weten te houden, maar duidelijk is wel dat LTO niet voor de activistische koers kiest en een leider wil die de scheuren in het boerenbastion kan dichten. Een ledenenquête heeft aan de basis gestaan van de profielschets. De nieuwe voorzitter is een verbinder, liefst zelf agrariër of iemand met affiniteit met de sector. Hij of zij moet een brug slaan naar ’het maatschappelijk speelveld dat minder bekend is met agrarisch Nederland’, beschikt over een goed netwerk in Den Haag en ervaring met mediaoptredens. Feit is dat de aanstaande boerenleider een hels karwei staat te wachten. Mestbeleid, stikstof, discussie rond gewasbeschermingsmiddelen en kringlooplandbouw, er komt heel veel tegelijk op de sector af. Een sterke belangenbehartiging is dan onontbeerlijk. Daarbij moet de LTO-voorzitter bij de achterban de rijen gesloten zien te houden, wat een hele uitdaging is na een periode vol boerenprotesten die de onderlinge verschillen in de sector goed blootlegde. Recent heeft LTO Jaap Haanstra en Jan Cees Vogelaar, kandidaat Tweede Kamerlid voor FvD, laten vallen. Die stelden zich kandidaat als duo-voorzitter. Met hen zou LTO zeker een activistischere koers varen. Waarom zou de nieuwe voorzitter niet gewoon uit de LTO-stal komen? Er zitten mensen die prima aan de profielschets voldoen. Dirk Bruins, voorzitter van LTO Noord, treedt samen met Wim Bens van ZLTO op als interim-voorzitter. Hij is melkveehouder, lid van het CDA en de districtsraad van FrieslandCampina en oud-bestuurslid van ZuivelNL. Ook de huidige LTO-directeur Hans van den Heuvel, eveneens CDA’er, past in het profiel. Hij is namens LTO lid van de Sociaal-Economische Raad (SER). Duidelijk is in ieder geval dat de nieuwe LTO-baas niet direct de trekker op het Malieveld parkeert. Gert van Harskamp

Nieuwe reacties

OCR ( Officiele Controle Richtlijn) of Koemonitor (Leveringsvoorwaarden)

Al 9 maanden is er discussie binnen de melkveehouderij hoe de EU richtlijn 853/2004 uitgevoerd dient te worden. Deze week werd er door de Stichting Geborgde Dierenartsen (SGD) duidelijkheid gegeven. Zij zijn door het ministerie van Volksgezondheid aangesteld als uitvoerende dierenarts in de OCR. Alleen met deze certificering worden er exportverklaringen naar derde landen af gegeven door het COKZ, die toeziet op de uitvoering van de richtlijn. De brief van de SGD geeft daar duidelijkheid over. http://www.imail2u.nl/webversie?m=7552&c=87995&h=bo4G7KSYdt%2bgABCFS2UEZXpQyulpbWFpbDJ1d2Vi In deze brief staat het volgende: "'Op grond van de OCR dient de officiële controle met vereiste deskundigheid en onpartijdig en vrij van elk belangenconflict te worden uitgevoerd. Met de aanwijzing van de SGD dierenarts heeft de overheid beoogd dat deze deskundigheid en onpartijdigheid door de SGD wordt geborgd."" Daarnaast heeft een derde partij in opdracht van Zuivelnl koemonitor ontwikkeld. Begin dit jaar hebben de meeste zuivelfabrieken koemonitor opgenomen in hun leveringsvoorwaarden. Volgens de SGD zijn onderdelen van koemonitor geen vervanger van OCR. Dit betekent dat als de zuivelfabrieken op dit punt blijven vasthouden aan hun leveringsvoorwaarden, zij de export naar derde landen in gevaar kunnen brengen. De geborgde dierenarts kan geen onderdeel worden van deze leveringsvoorwaarden omdat zij dan niet meer onpartijdig zijn. Met de brief van de SGD wordt ook duidelijk dat koemonitor een bovenwettelijke maatregel is. Vandaar dat koemonitor ter toetsing is aangeboden aan de ACM, die daar recentelijk een onderzoek naar is gestart. Het wordt echt tijd dat melkveehouders weten waar ze na 9 maanden aan toe zijn! Dus wie neemt er de verantwoordelijkheid?

Gelderland: wel stikstofruimte verleasen, niet extern salderen

Provincie Gelderland wil het tijdelijk verleasen van stikstofruimte mogelijk maken. Daarbij kan een ondernemer een deel van zijn ongebruikte stikstofruimte voor een bepaalde periode beschikbaar stellen aan een ander. Extern salderen wil de provincie nog niet toestaan. Gedeputeerde Staten van Gelderland nemen hierover op 15 september een besluit. Op die manier kunnen projecten die tijdelijk stikstof uitstoten makkelijker een vergunning krijgen. Dat kan een oplossing zijn voor bijvoorbeeld de aanleg van wegen, natuur, windmolens of voor evenementen. Daarvoor is een vergunning nodig als er stikstofuitstoot is op nabijgelegen stikstofgevoelige natuur. Niet alleen voor projecten die stikstofruimte zoeken kan leasen aantrekkelijk zijn, schetst de provincie. 'Door verleasen is het voor een veehouder aantrekkelijk om tegen een vergoeding tijdelijk bijvoorbeeld minder dieren te houden. En om de ruimte die dan ontstaat door iemand anders te laten gebruiken.' Extern salderen niet toegestaan Gelderland wil extern salderen met veehouderijen, waarbij stikstofruimte permanent wordt overgenomen, voorlopig niet toestaan. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) kondigde 8 september aan dat Noord-Brabant en Zeeland extern salderen per medio september gaan toestaan. Gelderland is terughoudender. De provincie is bang dat extern salderen leidt tot ongecontroleerd opkopen van agrarische bedrijven en het weglekken van stikstofruimte. Daarnaast kan dit leiden tot ongewenste leegstand en verloedering van het buitengebied. Openstellen van extern salderen met veehouderijen kan volgens Gelderland pas als goede aanvullende maatregelen zijn genomen om deze ongewenste effecten te voorkomen. De provincie werkt aan een Gelderse stikstofaanpak, samen met sectorpartijen uit de bouw, mobiliteit, landbouw, natuur, industrie, gemeenten en waterschappen. Deze stikstofaanpak is een gebiedsgerichte benadering. De maatregelen moeten leiden tot natuurherstel, structurele verlaging van de stikstofneerslag en de mogelijkheid om nieuwe activiteiten op het gebied van wonen en werken in de provincie vlot trekken.

boer.


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 9u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering