Tropisch temperaturen zijn in aantocht maar nog niet vandaag (of morgen)

Zonaanbidders opgelet: eind volgende week krijgen we te maken met tropische temperaturen. Dat zegt Berend van Straaten van Weerplaza vrijdagochtend in het radioprogramma KEIgoeiemorgen! op Omroep Brabant. Deze vrijdag is er nog weinig te merken van die aankomende weersverandering. "Dit is een druilerige, grijze dag", vertelt Van Straaten op de radio. "Een die meer op een oktoberdag lijkt dan op een junidag." Er is heel veel laaghangende bewolking en hier en daar valt lichte regen of motregen. "'s Middags is het wel wat vaker droog, maar de zon gaan we vandaag niet zien. De temperatuur komt uit op achttien graden." Vrijdagavond wordt het geleidelijk droger en daalt de temperatuur naar twaalf graden. Het weekend ziet er volgens de weerman van Weerplaza wel prima uit. "Zaterdag is het nog licht wisselvallig, met enkele buien, zeker in de ochtend. Maar in de middag is het vaak droog en zien we de zon geregeld. Al is het dan nog wel aan de frisse kant, met temperaturen tussen de zeventien en negentien graden." Zondag verloopt droog. "Dan zien we de zon ook wat vaker, al blijft de temperatuur steken op een graad of achttien." Volgende week krijgen we die weersverandering. "Maandag gaat de wind al draaien. De temperatuur komt dan uit op twintig graden. Niet zo heel warm, maar daarbij is het wel droog en schijnt de zon flink. Dinsdag zien we de temperatuur een flinke stijging inzetten en woensdag gaan we een periode in met stabiel zomerweer en temperaturen die mogelijk flink gaan oplopen. In het weekend gaan we waarschijnlijk ruim boven de dertig graden uitkomen." Op sommige weerapps worden voor volgende week zondag zelfs temperaturen tot 38 graden aangegeven en een nachttemperatuur van 28 graden. Maar daar hoeven we volgens Van Straaten niet voor te vrezen. "Dat is slechts één berekening van de vijftig in totaal. Van iedere berekening is de kans dat die klopt twee procent. De gemiddelde berekening voor volgende week zondag komt uit op 32 graden." Op een nachttemperatuur van 28 graden gaan we volgens hem ook niet uitkomen. "Dan zou je echt niet kunnen slapen."

Klepelen helpt tegen onkruiden in de wegberms

In veel gemeenten is de laatste jaren een duidelijke toename te zien van onkruiden in de wegbermen. Soorten zoals jacobskruiskruid, fluitenkruid, berenklauw en verschillende soorten zuring, waaronder ridderzuring, komen steeds vaker voor. Dit kan gevaarlijk zijn voor mens en dier en zorgt bovendien voor een minder verzorgd straatbeeld. Daarom is het belangrijk om te kijken naar de oorzaak van deze ontwikkeling en naar een passende oplossing. Uit onderzoek is gebleken dat de manier waarop wegbermen tegenwoordig worden beheerd, een belangrijke rol speelt. Veel gemeenten maaien de bermen met een cyclomaaier of ecomaaier. Vervolgens wordt het gemaaide gras met een acrobaat afgevoerd. Hierdoor blijft er nauwelijks organisch materiaal achter in de berm. Vroeger werden de bermen vaak geklepeld, waardoor het fijngemalen maaisel bleef liggen en kon verteren tot humus. Deze humus verrijkt de bodem met voedingsstoffen en draagt bij aan een gezonde, dichte grasmat. Doordat er tegenwoordig veel minder humus in de bodem aanwezig is, ontstaat een voedselarme en open begroeiing. Dit biedt juist meer ruimte aan ongewenste planten zoals jacobskruiskruid, berenklauw en verschillende soorten zuring. Deze soorten kunnen zich gemakkelijk vestigen en zich snel uitbreiden. Het opnieuw toepassen van klepelen kan daarom een goede oplossing zijn. Door het maaisel in de berm achter te laten, wordt de bodem weer voorzien van organisch materiaal. Hierdoor verbetert de bodemstructuur, neemt de hoeveelheid humus toe en krijgt het gras meer kans om zich goed te ontwikkelen. Een dichte grasmat maakt het voor onkruiden moeilijker om zich te vestigen. Kortom, het beheer van wegbermen heeft grote invloed op de hoeveelheid onkruiden. Het huidige maaibeheer, waarbij het maaisel wordt afgevoerd, zorgt voor minder humus en geeft onkruiden meer groeikansen. Door weer vaker te klepelen kan de bodem verbeteren en kan de groei van ongewenste onkruiden in de wegbermen worden beperkt

Tekort aan vaarzen in Amerika: koeien gezond oud laten worden steeds belangrijker

Meerdere ontwikkelingen tegelijk zorgen voor een historisch lage beschikbaarheid van vaarzen in Amerika, volgens dierenarts Dr. Gavin Staley De Amerikaanse melkveehouderij bevindt zich in een uitzonderlijke situatie. Tijdens het International Symposium on Dairy Nutrition in Wageningen eind maart schetste hij hoe meerdere ontwikkelingen tegelijk zorgen voor een historisch lage beschikbaarheid van vaarzen in Amerika. Het gevolg: melkveehouders moeten hun koeien langer aanhouden. Dit vraagt ook een andere kijk op diergezondheid, zo stelt Staley. Staley sprak over een ‘perfect storm’, oftewel het komt van alle kanten in de Amerikaanse melkveehouderij. Verschillende ontwikkelingen hebben de sector in een ongekende situatie gebracht. Een belangrijke factor is de krimp van de Amerikaanse vleesveestapel. Daardoor is de vraag naar kalveren voor de vleesketen sterk toegenomen. Gebruik van gesekst sperma en vleesstierkruisingen hebben in de melkveehouderij een grote vlucht genomen. Voor veel melkveehouders is een kruislingkalf financieel zeer aantrekkelijk geworden. Daardoor is op veel bedrijven minder sterk gestuurd op de productie van voldoende eigen vervangingsdieren. Het resultaat is dat de Verenigde Staten nu te maken hebben met het laagste vaarzenbestand in 48 jaar

Einde voor de PAS melder nadert

Deze week stuurde de minister het concept legalisatie programma naar de kamer. https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-visserij-voedselzekerheid-en-natuur/documenten/rapporten/2026/04/17/conceptopvolgerlegalisatieprogrammapasmelders Conclusie: Het vangnet voor de pasmelder verdwijnt. Artikel 22.21 uit de omgevingswet verdwijnt . Daar stond vastgelegd dat een PAS melder met of een onherroepelijke vergunning of een vrijstelling geholpen werden. In het concept legaliseringsplan staan vele mogelijke oplossingen , van een vergunning tot verplaatsing, van krimp tot beëindiging Op blz 3 valt te lezen dat ondanks reductie programma's het additionaliteitsbeginsel een oplossing in de weg blijft staan. De enige outlook die rest is een schade vergoeding voor alle staarten die gehouden worden boven bestaand gebruik van voor 1994. Een zwarte bladzijde in de veehouderij geschiedenis. Een PAS wetgeving die er kwam op initiatief van oa Ger Koopmans begin jaren 2010 leidt 15 jaar later tot gedwongen beëindiging van duizenden bedrijven Sterkte.

Als melkveehouder samenwerken voor extra grond?

Hoe komt u als melkveehouder aan extra grond, bijvoorbeeld voor extra mestplaatsingsruimte? Aankoop is duur en andere landbouwers hebben weinig belangstelling om hun landbouwgrond tijdelijk uit gebruik te geven, vanwege het risico om de landbouwvrijstelling kwijt te raken. Let dus extra op bij de onderlinge verhuur van landbouwgrond. We zetten een aantal overwegingen en aandachtspunten op een rij. Hoge grondprijzen maken een rendabele exploitatie van extra grond in eigendom niet eenvoudig. Bij een aanschafwaarde van 100.000 euro per hectare, met 4 procent rente en 3 procent aflossen (looptijd: 33 jaar), beginnen de financieringslasten van grond met 7.000 euro per hectare per jaar. En bij een aanschafwaarde van 120.000 euro zijn de financieringslasten al 8.400 euro. Zelfs bij lagere financieringslasten, bijvoorbeeld 3 procent rente en 2,5 procent aflossen (40 jaar looptijd), beginnen de financieringslasten al met 6.600 euro per hectare per jaar. Andere kosten, zoals polderlasten, zijn dan nog buiten beschouwing gelaten. Om rendement te behalen, moet hier een flink saldo vanuit de teelt van gewassen of vanuit de melk tegenover staan.

Waarom al die Woo verzoeken door Mob en andere "groene" clubs?

Diverse Woo verzoeken waarmee de gegevens over boerenbedrijven worden opgevraagd. Een aantal van die Woo verzoeken vragen om gegevens over vele jaren geleden. Het doel van deze Woo verzoekers is om per bedrijf een beeld te verkrijgen wat de ontwikkelingen zijn geweest vanaf het moment dat dieraantallen centraal werden vastgelegd en dit te vergelijken met de toen en de huidige vergunningen op de locaties van de boerenbedrijven. Door deze informatie kunnen er in een groot aantal gevallen handhavingsverzoeken worden gedaan om de bedrijven in omvang te verkleinen tot de laatst vergundee situatie. Bij Pasmelders is dat veelal de laatste verrgunning van voor de Pasmelding. In een groot aantal gevallen zijn er bedrijven die nooit een Nbw vergunning hebben gehad. Die konden volstaan met een melding . Die melding is geen vergunning en deze bedrijven lopen groot risico om door Mob en soortgelijke clubs op de korrel te worden genomen. Milieu informatie is met een Woo op te vragen dat komt voort uit het Verdrag van Aarhus waarin is bepaald dat milieuinformatie openbaar is. Hier zit meteen ook 1 van de 2 hoofdredenen dat wij als Stichting Stikstofclaim zeer sterke aversie tegen doelsturing. Het klinkt aardig om boeren een doel te geven en dan kunnen ze er zelf op hun eigen manier naar toewerken om het doel te bereiken. Echter een doel per bedrijf is milieu informatie. Dus al die individuele doelen zijn Woo baar bij het bevoegde gezag in veel gevallen de provincie. Met via een Woo verzoek verkregen informatie zal dan de Woo verzoeker de individuele bedrijven door de juridische gehaktmolen gaan trekken. Ons indringende advies aan boeren en tuinders is om bij alle bestuurders van LTO en NAJK en bij leden van de Tweede Kamer en bij Statenleden dit grote gevaar kenbaar te maken en de doelsturing aanhangers hierop aan te spreken. Doelsturing duwt alle boerenbedrijven in de trechter van de Mob gehaktmolen. De afgelopen tijd wordt er door de doelsturing aanhangers als antwoord gegeven dat het in de nieuw te vormen productschappen 2.0 zal worden belegd. Een productschap is een ZBO (Zelfstandig Bestuurs Orgaan) en dat zou geen overheid zijn. Uit ervaring weet ik dat ZBO's wel Woobaar zijn. Staatsbosbeheer is ook een ZBO https://www.staatsbosbeheer.nl/contact/woo/woo-besluiten Als het voortbestaan van je bedrijf je lief is kom dan in verzet tegen doelsturing. De tweede reden waarom SSC zich verzet tegen invoering van doelsturing is dat momenteel door rechters de enigste harde geborgde reductie van stikstof krimp van het aantal dieren wordt geaccepteerd. Doelsturing met een eigen invulling geeft geen geborgde daling van emissie de variabelen daarvoor zijn te groot. De komende maanden wordt de pap gestort. Zowel NAJK als LTO schuiven aan tafel bij de politiek en de nieuwe minister van LVVN en die kunnen dan zeggen dat ze in overleg met het bedrijfsleven het beleid hebben gemaakt. Beleid wat boerenbedrijven de gehaktmolen van Mob inschuift. Boeren en boerinnen laat nu van u horen Jan Cees Vogelaar voorzitter Stikstofclaim

Eerste onherroepelijke vergunning onder nieuwe regels voor innovatief stalsysteem melkveebedrijf

Persbericht provincie Gelderland De eerste natuurvergunning van de provincie Gelderland voor een innovatief stalsysteem is onherroepelijk. De aanvrager vermindert met dit circulair stalsysteem zijn stikstofuitstoot met ruim 50%. Deze vergunning is verleend onder de beleidsregels salderen van 5 juli 2025. Gedeputeerde Ans Mol: “Deze onherroepelijke vergunning biedt perspectief. Want we moeten van het stikstofslot af. De aanvrager vermindert met de Lely Sphere veel stikstof. En voldoet daarmee ruimschoots aan onze beleidsregels salderen, zodat de natuur kan herstellen. En dat is óók goed nieuws voor de aanvrager, want die kan vooruit.” Passende beoordeling De Gelderse beleidsregels salderen van 5 juli 2025 eisen 35% stikstofreductie bij intern salderen. Aanleiding vormde de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024, waardoor voor intern salderen een vergunning nodig werd. Hierdoor kwam de vergunningverlening grotendeels stil te liggen. De aanvrager dient aan te tonen dat aanpassingen in de vorm van een nieuw stalsysteem de uitstoot van stikstof vermindert. De producent van de Lely Sphere heeft hiervoor een model Passende Beoordeling ontwikkeld in afstemming met het ministerie van LVVN en een aantal provincies, waaronder Provincie Gelderland. Versnellingsaanpak stikstof De beleidsregels salderen maken onderdeel uit van de Versnellingsaanpak stikstof. Hiermee werkt de provincie stap voor stap aan maatregelen om de uitstoot van stikstof te verminderen en de natuur te herstellen. Zodat Gelderland van het stikstofslot komt en weer vergunningen kan verlenen. Op 20 januari 2026 stelde het provinciebestuur het beleid voor stikstofreductiegebieden vast. Op 27 januari 2026 besloot het provinciebestuur over aanvullende maatregelen om het herstel van stikstofgevoelige natuur te versnellen. Op die dag heeft het provinciebestuur ook de beleidsregels salderen van 5 juli 2025 aangepast. Deze gewijzigde beleidsregels treden 9 februari in werking en zijn niet van invloed op deze vergunning.

Reactie Stichting Stikstof Claim (SSC) op het coalitieakkoord D66, VVD en CDA

Vandaag, 30 januari 2026, is het coalitieakkoord gepubliceerd dat de afgelopen weken tot stand is gekomen na onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA. Het akkoord is breder dan alleen landbouw, stikstof en natuur. Onze reactie richt zich op deze drie onderwerpen, die voor SSC-aangeslotenen van groot belang zijn. Onze eerste beoordeling is dat er goede elementen in het akkoord zitten. Tegelijkertijd bevat het akkoord een wezenlijke, onvoldoende doordachte inzet op een nieuw doelsturingsgericht vergunningenstelsel. Dit zal de huidige onzekere periode sinds de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 met nog eens acht jaar verlengen. Positieve punten uit het akkoord 1. Natuur meten en monitoren Positief is dat de coalitie inzet op daadwerkelijke metingen van stikstofdepositie en op het gebruik van satellietgegevens om rekenmodellen te kalibreren en te valideren. Ook wordt ingezet op monitoring van stikstofdepositie in natuurgebieden. Daarnaast is SSC positief over de verplichting voor natuurorganisaties om, naar aanleiding van bodemanalyses, mitigerende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld bekalken). Ook positief is de inzet om prioritering aan te brengen in de mate van stikstofgevoeligheid van natuurgebieden. Niet overal hoeft stikstofbeleid tot forse maatregelen te leiden. Minder positief is SSC over de inzet om natuurgebieden meer met elkaar te verbinden. In de praktijk zal dit leiden tot nog meer natuur en daarmee nog meer beperkingen. Daar zitten we niet op te wachten. 2. Stikstofbeleid De eerdergenoemde prioritering van natuurgebieden bij de noodzaak tot stikstofmaatregelen zien wij als een juiste stap: niet alles hoeft overal. Positief is ook dat wordt ingezet op vrijwillige maatregelen en dat gebieden niet volledig op slot gaan, maar dat wordt gekeken naar wat wél mogelijk is. Daarnaast moeten provinciale plannen gaan voldoen aan landelijke randvoorwaarden, wat zorgt voor meer eenheid in beleid. Dat het beleid zich richt op het prioritair opkopen van verouderde bedrijven en bedrijven dichtbij stikstofgevoelige natuur zien wij eveneens als een positieve ontwikkeling. Het invoeren van een rekenkundige ondergrens (RKO) is een goede stap. Hiervoor is overigens geen stikstofreductie nodig, zoals het coalitieakkoord stelt. De RKO volgt uit een wiskundige analyse van de ruis in het rekenmodel. Deze ruis bedraagt circa 10 mol, waardoor een RKO van 1 mol morgen al zonder bezwaar kan worden toegepast. De coalitie trekt tot 2035 een bedrag van 20 miljard euro uit. Voor fors beleid is ook fors geld nodig. Nog niet duidelijk is of dit geld afkomstig is uit herschikking van bestaande middelen of dat het om extra middelen gaat. Positief is ook dat in 2032 wordt toegewerkt naar grondgebondenheid. Dit als stip op de horizon zetten geeft richting. Tevens is dit één van de weinige mogelijkheden om weer derogatie van de EU te verkrijgen voor het toestaan van meer dierlijke mest dan de huidige norm van 170 kg stikstof per hectare. Wij realiseren ons dat dit voor sommige bedrijven een zeer forse stap is, maar als de norm van 170 kg N per hectare blijft bestaan, is dat funest voor alle bedrijven. Tot slot zijn wij positief over het uit de wet halen van de KDW (kritische depositiewaarde). Wel maken wij ons grote zorgen over het voorgestelde alternatief voor vergunningverlening via doelsturing. Kritiekpunten Als Stichting Stikstof Claim zijn wij zeer kritisch op generieke emissiereductie. Deze geeft namelijk geen enkele ruimte voor vergunningverlening. Dat is een illusie. Landbouw is niet de enige uitstoter van stikstof en ook het buitenland vormt een forse component. Bovendien is generieke emissiereductie gebaseerd op de onjuiste theorie dat ammoniak grote afstanden aflegt. In werkelijkheid komt circa 65% tot 75% van de ammoniakemissie terecht op boerengrond. Generieke reductie op grotere afstand van natuur helpt de natuur dus niet. Zeer kritisch zijn wij ook op het ombouwen van het vergunningenstelsel naar doelsturing. Doelsturing is gebaseerd op rekenmodellen en natuurlijke processen met nóg grotere onzekerheden dan het huidige Aerius-model. In plaats van van regen naar de drup te gaan, duw je de veehouderij hiermee het luchtledige in met een loze belofte die nooit kan worden waargemaakt. Bij doelsturing wordt een boer in hoge mate afhankelijk van weersomstandigheden. Je krijgt vaste doelen, maar steeds veranderende (on)mogelijkheden om die doelen te bereiken. De door LTO en NAJK in het bouwstenenakkoord met IPO afgesproken generieke stikstofreductie van 42%/46% vanaf 2019 zal worden opgenomen in de wet. Los van de vraag of deze reductie haalbaar is, zijn wij ervan overtuigd dat deze generieke reductie – gezien recente rechterlijke uitspraken – niet gaat helpen om vergunningverlening weer op gang te brengen. 4. Nieuw vergunningenstelsel Ons grootste kritiekpunt is het voorgenomen nieuwe vergunningenstelsel, gericht op doelsturing en daarmee gepaard gaande onzekerheden. Nog belangrijker: een nieuw juridisch stelsel voor vergunningen betekent een forse verlenging van de huidige onzekere periode. Het ontwikkelen van een nieuw vergunningenstelsel kost circa 2 tot 3 jaar voordat een wet uitvoerbaar is. Daarna volgt naar verwachting een periode van ongeveer 5 jaar met gerechtelijke procedures. Alles bij elkaar zal dit coalitievoorstel de onzekere periode van de afgelopen zeven jaar verlengen met minimaal acht jaar. Dit is voor de meeste bedrijven ronduit funest en hierover is onvoldoende nagedacht. Deze reactie is een eerste beoordeling op basis van de tekst van het coalitieakkoord. Op basis hiervan zullen wij de komende maanden gesprekken voeren met leden van de Tweede Kamer, nieuwe bewindslieden en andere organisaties. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

Greetje

@Greetje


Topics
0
Reacties
352
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 6u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering