LTO - Onze worsteling met fosfaat

Door Jos Verstraten, Afgelopen week is het 3 jaar geleden dat ik bestuurder werd bij LTO. En in die 3 jaren draaide bijna alles rondom één centraal thema: fosfaat. Het zich voortslepende fosfaatdossier beweegt zich in de laatste maanden van het jaar richting een climax en tegelijkertijd een deceptie. In de vakgroep is de basislijn altijd helder geweest: derogatie behouden is noodzakelijk voor de Nederlandse veehouderij en groei in dieren kan alleen binnen de grenzen van de milieukaders (stikstof, fosfaat, NH3 en CO2). Aangezien de groei te onstuimig was, is een begrenzing in de vorm van het fosfaatrechtenstelsel geïntroduceerd. Knip LTO wilde een transitiemodel: afromen van rechten gedurende 6 jaren om onder het fosfaatplafond te komen. Dit was in Brussel echter vanwege het ontbreken van garantie voor nog langere overschrijding van het plafond onacceptabel. Er zouden dan ook meer rechten uitgedeeld worden dan het sectorplafond groot was en dat is ongeoorloofde staatsteun. Diezelfde reden zorgde ook voor uitstel van de invoering naar 2018 waardoor de sector genoodzaakt was om voor de tussenliggende periode zelf een oplossing te ontwikkelen: het fosfaatreductieplan. Op 6 december 2016 werd met een grote meerderheid de Fosfaatwet aangenomen. De knip werd gemaakt tussen grondgebonden of niet met de daarbij horende consequentie ten aanzien van de korting. De afroming bij verhandeling van rechten werd voorbestemd aan grondgebonden bedrijven en jonge ondernemers. De vakgroep had ingezet op het invoeren van een referentie gebaseerd op het gemiddelde aantal dieren tussen 1 januari 2015 en 2 juli. Daar ging de Kamer om juridische reden niet in mee. 2 juli 2015 werd het ijkpunt. De pijn van de beperking voor iedereen en de krimp voor velen wordt breed gevoeld en leidt soms tot grote frustraties. De diversiteit in onze sector is groot wat tot veel spanningen en wijzen naar elkaar heeft geleid. Voor het binnenhalen van de derogatie hebben we een hoge prijs betaald, maar het besef is er steeds meer dat ook zonder een derogatie er grenzen zijn aan groei. Opdracht 3 jaar geleden kreeg ik van de inmiddels opgeheven vakgroep ZLTO een specifieke opdracht mee richting de vakgroep LTO Melkveehouderij: als gevolg van de introductie van fosfaatrechten mogen er geen bedrijven omvallen. Ik heb deze opdracht zeer serieus genomen. Er is de afgelopen jaren veel inzet gepleegd richting de groep bedrijven, binnen en buiten LTO Nederland om, die buitenproportioneel de negatieve gevolgen voelen van de nieuwe wet. Vele mogelijkheden en oplossingen zijn de revue gepasseerd. Zo wilde de vakgroep er fosfaat voor reserveren, maar zo werkt het niet. Je kunt niet vóóraf een volume vastleggen, je kunt alleen kaders stellen. Het volume vloeit uit de kaders voort. Die kaders kan je niet als bestuurders vaststellen, daarom zijn mede op ons initiatief de kaders nader geduid door de knelgevallencommissie Kalden en vastgesteld in de Tweede Kamer. De commissie Kalden vond 1% korting voor knelgevallen door de niet-grondgebonden bedrijven het maximaal aanvaardbare. Daardoor gaven de kaders weinig ruimte. De commissie gaf vorig jaar al aan dat disproportionaliteit niet generiek te bepalen was maar individueel getoetst moest worden. Het ontschotten ( met veel mitsen en maren) tussen sectoren was ook een mogelijkheid geweest om extra ruimte te generen. Als gevolg van onvoldoende draagvlak binnen zowel de sectoren als politiek is dit echter niet gebeurd. Rumoer De laatste tijd is er ook veel rumoer ontstaan rondom het uitdelen van rechten aan de vleesveehouderij waarbij de suggestie is gewekt dat deze onterecht is en hier ruimte zit voor knelgevallen. Feit is dat door de identieke diercategoriën in de meststoffenwet jongvee van vleesvee is meegetrokken in het stelsel. Dankzij met name de inzet van de vakgroep Vleesvee, is er sprake van ontvlechting, op vrijwillige basis. De overheid heeft vleesveehouders gecontroleerd en in veel gevallen herbeschikt op de juiste diercategorie: rechten voor vleesvee zijn alleen toegestaan voor jongvee bedoelt om een kalf te krijgen. Door enkele opportunisten wordt voortdurend gewezen op bereidheid van Brussel voor een transitiemodel. Daarmee wordt steeds valse hoop gegeven. Brussel wil best meedenken maar onder voorwaarde dat er géén overschrijding van het fosfaatplafond plaatsvindt en er géén extra rechten of ontheffingen boven het sectorplafond worden uitgegeven omdat dit ongeoorloofde staatssteun is. Geen draagvlak Daardoor blijft er uiteindelijk maar één optie over en dat is meer ruimte halen bij niet grondgebonden melkveehouders. Er is teveel gebeurd en te weinig solidariteit in onze sector om dat offer vrijwillig te brengen. Daarbij zorgt het weer voor nieuwe knelgevallen. Het geeft een onbehaaglijk gevoel dat daarmee de basis van onze vereniging, samenwerken aan het collectieve belang, word aangetast. Mijn opdracht vanuit ZLTO heb ik niet 100% waar kunnen maken. Inmiddels is wel duidelijk dat er bedrijven zullen moeten stoppen omdat zij de last niet kunnen dragen of dat hun lot afhangt van de rechtsgang waarbij het de vraag is of het bedrijf gedurende dat proces in de benen is te houden. We kennen allemaal schrijnende gevallen. De kritiek van melkveehouders op de LTO organisatie zoals die zich deze week ontspringt in de media, is heftig. Ik interpreteer het als een kreet van wanhoop en frustratie richting politiek, collega’s en bestuurders. Gevoelsmatig begrijpelijk en ik voel me als bestuurder ook aangesproken. Maar tegelijkertijd ben ik ook van mening dat wij de afgelopen jaren het maximale eruit hebben gehaald. Hoe onbevredigend het eindresultaat dan ook is. Jos Verstraten is bestuurslid van de vakgroep LTO Melkveehouderij

Voorpagina Quotum.nu vernieuwd

[b]Quotum.nu bestaat al weer ruim 17 jaar. In al die jaren is [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/]de voorpagina[/url] vrijwel hetzelfde gebleven maar nu met al die verschilldende soorten aanbiedingen vonden wij het tijd voor een update.[/b] De laatste weken is [@Tinus] hiermee hard aan het werk geweest. Zoals jullie dat al hadden gezien heeft dat geresulteerd in een opdeling van al het aanbod in vier verschillende noteringen: [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=1&sortcol=leverbaar&sortdir=DESC&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Kooprechten 100% leverbaar[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=1&sortcol=leverbaar&sortdir=ASC&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Kooprechten 0% leverbaar[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?test=1&categorie_id=2&sortcol=price&sortdir=asc&periode=1jarig&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Leaserechten eenjarig[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=2&sortcol=price&sortdir=asc&periode=meerjarig]Leaserechten meerjarig[/url] Op de voorpagina stond altijd een grote grafiek, maar nu zijn het 4 losse grafieken geworden en op elke grafiek klik je door naar naar het goedkoopste aanbod. De namen van de 5 goedkoopste aanbieders staan ook in de blokjes. Wij hopen al het aanbod hiermee nog overzichtelijker hebben gemaakt.

Nieuwe brief van Carola.

Carola heeft vandaag een nieuwe brief gestuurd: [quote] Geachte Voorzitter, De afgelopen tijd zijn er zowel bij mij als bij RVO.nl veel vragen binnengekomen over de handhaving van het fosfaatrechtenstelsel. Nu het eind van het jaar nadert, vragen ondernemers om meer duidelijkheid over de manier waarop de handhaving van het fosfaatrechtenstelsel ter hand wordt genomen. Ik begrijp deze behoefte heel goed en wil hier met deze brief aan tegemoetkomen. Dit in aanvulling op de antwoorden die ik hierover heb gegeven in het schriftelijk overleg van 19 oktober jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 320). Ik wil benadrukken dat de meeste ondernemers zich terdege beseffen dat het van groot belang is om hun fosfaatproductie in het kalenderjaar 2018 en hun fosfaatrechten op elkaar af te stemmen. Voor diegenen die dit nog niet hebben gedaan resteert nog enige tijd tot het einde van het kalenderjaar. Ik ga ervan uit dat ondernemers hun verantwoordelijkheid in deze nemen, uitgaande van de aan hen afgegeven beschikkingen. Als er op bedrijfsniveau alsnog overschrijdingen van de fosfaatproductie plaatsvinden is handhaving aan de orde, waarbij mee gewogen kan worden - afhankelijk van concrete situaties - dat een deel van de beschikkingen wegens nog openstaand bezwaar of beroep nog niet onherroepelijk is. Naast de handhaving ga ik in deze brief in op de manier waarop ondernemers worden geholpen bij het verkrijgen van inzicht in hun fosfaatrechtensituatie binnen het fosfaatrechtenstelsel. Proces van handhaving Het fosfaatrechtenstel is bedoeld om de productie van fosfaat door melkvee te beperken. Ondernemers mogen onder het fosfaatrechtenstelsel gedurende een kalenderjaar niet meer fosfaat met melkvee produceren dan het op hun bedrijf rustende fosfaatrecht. Dit is vastgelegd in artikel 21b van de Meststoffenwet. Het is de verantwoordelijkheid van ondernemers zelf om hieraan te voldoen. Tegelijkertijd is het voor de sector als geheel van groot belang dat individuele ondernemers binnen hun fosfaatrechten produceren. Als dit niet gebeurt, brengt dat het risico met zich dat het fosfaatproductieplafond of het stikstofproductieplafond wordt overschreden. Dat risico mogen we niet lopen. Ik wil voorkomen dat een extra generieke korting moet worden toegepast op alle fosfaatrechten van niet grondgebonden melkveehouders. Bij de totstandkoming van de wet heeft de wetgever ervoor gekozen het fosfaatrechtenstelsel, overeenkomstig de handhaving van de dierrechtenstelsels, strafrechtelijk te handhaven op basis van de Wet op de Economische delicten. Ook voor de zwaarte van de strafrechtelijke sancties is daarmee voor het fosfaatrechtenstelsel en de dierrechtenstelsels voor varkens en pluimvee één lijn getrokken. Naast mijn verantwoordelijkheid voor het stelsel is er bij de handhaving daarom ook een rol voor het Openbaar Ministerie en de strafrechter weggelegd. De NVWA werkt op basis van een analyse die in nauwe samenwerking met RVO.nl wordt uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van onder andere de gegevens uit I&R rundvee, door zuivelondernemingen aangeleverde gegevens, het op het bedrijf rustende fosfaatrecht en andere bij RVO.nl geregistreerde data ten behoeve van de mestwetgeving. Op basis van deze eerste analyse en eventuele bevindingen uit andere inspecties selecteert de NVWA bedrijven voor nader onderzoek. Deze analyse zal vanaf medio maart worden uitgevoerd. De gegevens van de zuivelondernemingen over de hoeveelheid geleverde melk zijn namelijk eind februari beschikbaar voor de handhavende instanties. Voor ondernemers is het van belang om te beseffen dat de NVWA naast de gerichte controles ook bij andere inspecties op de mestwetgeving overtredingen op het fosfaatrechtenstelsel vast kan stellen. De NVWA mag bij een controle overigens meer dan één jaar terugkijken. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van het fosfaatrechtenstelsel kan er in 2019 nog geen sprake zijn van terugkijken, omdat het fosfaatrechtenstelsel pas sinds 2018 van kracht is. Maar ook in latere jaren kan de NVWA dus nog constateren dat een ondernemer in 2018 meer melkvee hield dan mocht op basis van de fosfaatrechten. Indien de NVWA bij de controle een overtreding constateert, wordt een proces verbaal opgemaakt dat aan het Openbaar Ministerie (OM) wordt gestuurd. Het OM beslist of wordt overgegaan tot vervolging en welke strafeis wordt gehanteerd. De strafrechter beslist of een straf wordt opgelegd en bepaalt de daadwerkelijke hoogte van de straf. De gerechtelijke procedures met betrekking tot overtredingen in het kalenderjaar 2018 kunnen daarom ook doorlopen tot na 2019. Bijsturen door ondernemer Het is belangrijk dat ondernemers door het jaar heen zelf goed zicht blijven houden op hun situatie, zowel waar het gaat om de hoeveelheid rechten als waar het gaat om de fosfaatproductie. Hiervoor zijn reeds diverse hulpmiddelen voor handen. Zo kan een ondernemer via Mijn RVO.nl zijn beschikkingen betreffende fosfaatrechten inzien en heeft hij via de zuivelondernemer inzicht in zijn actuele melklevering. Bovendien zijn er private instrumenten, zoals een fosfaatplanner die ondernemers een beeld geven van hoe hun fosfaatproductie er in een jaar uit zal zien. Dit maakt dat veel ondernemers in het afgelopen jaar hebben bijgestuurd in hun bedrijfsvoering. Het is essentieel dat ondernemers zich een goed beeld vormen van hun eigen situatie. Daarom komt RVO.nl op korte termijn met een applicatie waardoor ondernemers op elk moment eenvoudig het aantal rechten dat zij in een jaar kunnen benutten kunnen raadplegen. Daarnaast wil ik in overleg met sectorpartijen NZO, LTO en Rabobank, eventueel aangevuld met andere relevante partijen bezien in hoeverre het noodzakelijk en mogelijk is om aanvullend op het bestaande instrumentarium extra instrumenten te ontwikkelen die het inzicht in de eigen situatie in de komende jaren bevorderen. Uiteindelijk blijft het aan de ondernemer om te zorgen dat zijn productie in overeenstemming is met zijn rechten en eventueel een veilige marge aan te houden. Voor 2018 kunnen ondernemers ook nu nog bijsturen. Tot slot Ik realiseer me dat de implementatie van het fosfaatrechtenstelsel voor veel ondernemers tot veranderingen in hun bedrijfsvoering leidt. Het is echter in het belang van elke ondernemer, maar zeker ook van de sector als geheel, dat het fosfaatrechtenstelsel wordt nageleefd. Ik wil ondernemers daarom oproepen om ervoor te zorgen dat de fosfaatproductie op bedrijf in evenwicht is met de hoeveelheid rechten. Carola Schouten Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2018Z22107&did=2018D56456 [/quote]

Europa stemt er mee in dat van drijfmest kunstmest gemaakt wordt.

Bron: LC (open plublicatie) Europa stemt er mee in dat van drijfmest kunstmest gemaakt wordt. Tot grote vreugde van de Friese Europarlementariër Jan Huitema (VVD) die hier jaren voor gelobbyd heeft. Je ziet ruim vier jaar in het Europees Parlement. Is dit je grootste succes? Huitema: ,,Dat kun je wel zeggen ja. Ik ben zelf ook boer, in Makkinga, en het is al jaren mijn grote frustratie dat we in Europa een hectarenorm voor drijfmest hebben en een voor kunstmest. Daardoor gebeurt het regelmatig dat boeren drijfmest moeten afvoeren, maar nog wel kunstmest kunnen gebruiken. Heel krom.”’ Waarom? ,,Europa denkt dat drijfmest schadelijker is voor het milieu. Voedingsstoffen uit deze mest worden minder snel opgenomen door de planten dan voedingsstoffen uit kunstmest. Daardoor zorgt drijfmest voor meer uitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater. De kunstmestlobby doet er alles aan om dit beeld in stand te houden. Het is echter onzin. Uitspoeling is vooral een kwestie van het mismanagement. Als een boer voorafgaand aan een hoosbui kunstmest strooit, spoelen er veel meststoffen uit naar het milieu. Bij het uitrijden van drijfmest bij een licht buitje is er amper sprake van uitspoeling.” Schakelt Europa drijfmest nu gelijk aan kunstmest? ,,Dat is wel mijn streven, maar zo ver is het helaas nog niet. Toch is een belangrijke hobbel genomen. Europa stemt er mee in dat drijfmest bewerkt wordt tot een groene kunstmestvervanger. Er wordt nu gewerkt aan criteria waar die vervangers aan moeten voldoen. Die gelden voor heel Europa. Dat betekent dat boeren de drijfmest van hun veestapel beter kunnen benutten en minder of geen kunstmest meer hoeven af te nemen. Het betekent ook dat we het Nederlandse mestoverschot veel makkelijk in het buitenland kunnen afzetten als we het bewerken tot kunstmestvervangers. De criteria zijn er dus nog niet? ,,Klopt. Maar dat komt wel goed. In Nederland lopen tien veelbelovende pilots met kunstmestvervangers.” ,,Deze problematiek speelt al ruim 10 jaar. Waarom is Brussel nu om? ,,Het klimaatdebat heeft een belangrijke rol gespeeld. We moeten toe naar een kringloopeconomie. Daar past het hergebruik van dierlijke mest en organische stoffen prima in. De Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement zien dat gelukkig nu ook in. Bovendien is de productie van kunstmest zeer energie-intensief.”

Bewijs dat fosfaatrechten alleen voor melkvee is

Gisteren werd mij onder andere door Henk Schoonvelde verweten jullie onjuist voor te lichten. Met hulp van een medeprikker hier de weerlegging van de beschuldiging. Hieronder een link naar een kamerbrief van staatsecretaris van Dam van 3 maart 2016 waarbij vernoemd wordt hoeveel bedrijven fosfaatrechten krijgen en welk type bedrijven. Men heeft het over 18000 melkveebedrijven (pagina 2). Op pagina 6 staat de volgende passage. Toekenning van rechten In de Meststoffenwet zal worden vastgelegd dat bedrijven alleen fosfaat mogen produceren – en dus alleen melkvee mogen houden – als zij over voldoende rechten beschikken. Bij de introductie van het stelsel krijgen bedrijven met melkvee een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/… Dus op 3 maart 2016 was de voltallige politiek en belangenbehartiging op de hoogte dat alleen melkveebedrijven fosfaatrechten krijgen. Dus na deze datum zijn de bepalingen gewijzigd . Dat zowel belangenbehartiging als poitiek nu net doet of hun neus bloed gaat na deze kamerbrief niet meer op. Vervolgens heeft een bevriende onderzoeker is de WUR libery gezocht welke dieren in categorie overig rundvee zaten, omschreven in 2008. Hieronder een passage: Wageningse e-bibliotheek: edepot.wur.nl/212652/ Zie pag. 25, waarin WUR in de gaten houdt of Nederland nog onder het fosfaatplafond zit. . Bovenaan pag. 27 lees je uit welke categorieën 'overig' (inclusief overig rundvee) is opgebouwd: Het beeld van de dieraantallen in de categorie overig graasvee, schapen en geiten en vleeskalveren is divers (CBS, 2010): - het aantal vlees-, weide- en zoogkoeien en ander jongvee voor de mesterij is in 2008 tot en met 2010 ongeveer 15% lager dan in 2002; - het aantal schapen is in 2009 en 2010 ongeveer 5% lager dan in 2002, maar van 2005 tot en met 2007 zien we 10 tot 15% meer dan in 2002; - het aantal geiten is sinds 2002 gestaag gestegen tot een niveau dat in 2008 tot en met 2010 ongeveer 40% hoger is dan in 2002; - het aantal vleeskalveren is vanaf 2005 ieder jaar 15 tot 30% hoger dan in 2002, waarvan het hoogste cijfer voor 2010 geldt; - het aantal paarden en pony's stijgt gestaag en is in 2010 10 tot 15% hoger dan in 2002. Dit was de laatste keer dat ik hier iets over zeg. En belangenbehartigers, die mij belagen de afgelopen tijd, een sorry is op zijn plek. En Henk, volgens mij ben je zelf een beetje dom. Reageer @John Spithoven

pietjepuk


Foto's
0
Video's
0
Topics
0
Reacties
0
Stemmen
517
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 7u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering