Het WEF: Macht achter de schermen en de prijs die boeren betalen

Het World Economic Forum (WEF) presenteert zich als een onschuldige denktank die de wereld wil verbeteren, maar in werkelijkheid groeit het uit tot een machtscentrum zonder democratische controle. Vooral in de landbouw is de invloed van het WEF merkbaar, en die invloed vormt een directe bedreiging voor boeren, voedselzekerheid en nationale soevereiniteit wat zeker geldt in Nederland. Een van de grootste problemen van het WEF is dat het achter gesloten deuren beleid beĆÆnvloedt, zonder dat burgers daar ooit voor hebben gestemd. Politici, CEO’s en invloedrijke figuren ontmoeten elkaar jaarlijks in Davos om te praten over klimaat, voedsel en landbouw. Wat daar wordt besproken, sijpelt later door in nationale plannen. Dat is geen toeval, maar een bewuste strategie van invloed. Het is zorgwekkend dat zulke beslissingen niet in parlementen, maar in luxe conferentiehallen worden voorbereid. Ook in Nederland zijn de connecties met het WEF duidelijk zichtbaar. Rob Jetten, voormalig minister voor Klimaat en Energie en de huidige MINISTER PRESIDENT, wordt is iemand die volledig meegaat in de internationale WEF agenda. Zijn harde klimaat- en stikstofplannen sluiten naadloos aan bij de doelen die het WEF uitdraagt, zonder rekening te houden met de gevolgen voor boeren en burgers. De beste man of moet ik vrouw zeggen was vorig jaar nog aanwezig bij Davos om te praten over al deze plannen. Het is een schande eigenlijk dat CDA en VVD met deze vent in een coalitie stapt. Boeren betalen de prijs, terwijl de plannen worden verkocht als ā€œnoodzakelijkā€ en ā€œonvermijdelijkā€. Daarnaast is er koningin MĆ”xima, die openlijk actief is binnen WEF kringen en samenwerkt met internationale financiĆ«le en economische elites. Hoewel zij officieel geen politieke macht heeft, oefent zij wel degelijk invloed uit door haar netwerken en rol als internationaal boegbeeld. Voor veel mensen voelt dit alsof zelfs het koningshuis verweven is geraakt met een organisatie die steeds meer invloed krijgt op nationaal beleid. Het WEF spreekt voortdurend over de ā€œtransformatie van het voedselsysteemā€. In de praktijk betekent dit volgens critici dat traditionele boeren moeten verdwijnen, terwijl grootschalige landbouw, kunstmatig voedsel en technologische controle worden gepromoot. Kleine familiebedrijven worden weggezet als vervuilend en achterhaald, terwijl multinationals en investeerders profiteren. Dit wekt de indruk dat het WEF niet de boer, maar het grote geld dient. Ook streeft het WEF naar centralisatie van landbouw en voedselproductie. Volgens deze visie zouden kleine en middelgrote boeren uiteindelijk moeten verdwijnen, zodat voedselproductie in handen komt van grote bedrijven, kunstmatige vleesproductie en laboratoriumvoedsel. Uitspraken als ā€œyou will own nothingā€ laat zien dat het WEF een toekomst voor zich ziet waarin mensen en dus ook boeren hun eigendom en onafhankelijkheid verliezen. Verder pusht het WEF alternatieven zoals insecten, kweekvlees en digitale landbouw, terwijl traditionele landbouw wordt ontmoedigd. Hoewel deze innovaties als duurzaam worden gepresenteerd, vrezen tegenstanders dat dit leidt tot onnatuurlijk voedsel, verlies van cultuur en afhankelijkheid van technologie en patenten die in handen zijn van grote bedrijven. Even een tip voor de mensen die nog liggen te slapen na dit verhaal, weet even waar je op stemt tijdens gemeente raadverkiezingen vicinus

Eerste onherroepelijke vergunning onder nieuwe regels voor innovatief stalsysteem melkveebedrijf

Persbericht provincie Gelderland De eerste natuurvergunning van de provincie Gelderland voor een innovatief stalsysteem is onherroepelijk. De aanvrager vermindert met dit circulair stalsysteem zijn stikstofuitstoot met ruim 50%. Deze vergunning is verleend onder de beleidsregels salderen van 5 juli 2025. Gedeputeerde Ans Mol: ā€œDeze onherroepelijke vergunning biedt perspectief. Want we moeten van het stikstofslot af. De aanvrager vermindert met de Lely Sphere veel stikstof. En voldoet daarmee ruimschoots aan onze beleidsregels salderen, zodat de natuur kan herstellen. En dat is óók goed nieuws voor de aanvrager, want die kan vooruit.ā€ Passende beoordeling De Gelderse beleidsregels salderen van 5 juli 2025 eisen 35% stikstofreductie bij intern salderen. Aanleiding vormde de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024, waardoor voor intern salderen een vergunning nodig werd. Hierdoor kwam de vergunningverlening grotendeels stil te liggen. De aanvrager dient aan te tonen dat aanpassingen in de vorm van een nieuw stalsysteem de uitstoot van stikstof vermindert. De producent van de Lely Sphere heeft hiervoor een model Passende Beoordeling ontwikkeld in afstemming met het ministerie van LVVN en een aantal provincies, waaronder Provincie Gelderland. Versnellingsaanpak stikstof De beleidsregels salderen maken onderdeel uit van de Versnellingsaanpak stikstof. Hiermee werkt de provincie stap voor stap aan maatregelen om de uitstoot van stikstof te verminderen en de natuur te herstellen. Zodat Gelderland van het stikstofslot komt en weer vergunningen kan verlenen. Op 20 januari 2026 stelde het provinciebestuur het beleid voor stikstofreductiegebieden vast. Op 27 januari 2026 besloot het provinciebestuur over aanvullende maatregelen om het herstel van stikstofgevoelige natuur te versnellen. Op die dag heeft het provinciebestuur ook de beleidsregels salderen van 5 juli 2025 aangepast. Deze gewijzigde beleidsregels treden 9 februari in werking en zijn niet van invloed op deze vergunning.

Reactie Stichting Stikstof Claim (SSC) op het coalitieakkoord D66, VVD en CDA

Vandaag, 30 januari 2026, is het coalitieakkoord gepubliceerd dat de afgelopen weken tot stand is gekomen na onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA. Het akkoord is breder dan alleen landbouw, stikstof en natuur. Onze reactie richt zich op deze drie onderwerpen, die voor SSC-aangeslotenen van groot belang zijn. Onze eerste beoordeling is dat er goede elementen in het akkoord zitten. Tegelijkertijd bevat het akkoord een wezenlijke, onvoldoende doordachte inzet op een nieuw doelsturingsgericht vergunningenstelsel. Dit zal de huidige onzekere periode sinds de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 met nog eens acht jaar verlengen. Positieve punten uit het akkoord 1. Natuur meten en monitoren Positief is dat de coalitie inzet op daadwerkelijke metingen van stikstofdepositie en op het gebruik van satellietgegevens om rekenmodellen te kalibreren en te valideren. Ook wordt ingezet op monitoring van stikstofdepositie in natuurgebieden. Daarnaast is SSC positief over de verplichting voor natuurorganisaties om, naar aanleiding van bodemanalyses, mitigerende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld bekalken). Ook positief is de inzet om prioritering aan te brengen in de mate van stikstofgevoeligheid van natuurgebieden. Niet overal hoeft stikstofbeleid tot forse maatregelen te leiden. Minder positief is SSC over de inzet om natuurgebieden meer met elkaar te verbinden. In de praktijk zal dit leiden tot nog meer natuur en daarmee nog meer beperkingen. Daar zitten we niet op te wachten. 2. Stikstofbeleid De eerdergenoemde prioritering van natuurgebieden bij de noodzaak tot stikstofmaatregelen zien wij als een juiste stap: niet alles hoeft overal. Positief is ook dat wordt ingezet op vrijwillige maatregelen en dat gebieden niet volledig op slot gaan, maar dat wordt gekeken naar wat wĆ©l mogelijk is. Daarnaast moeten provinciale plannen gaan voldoen aan landelijke randvoorwaarden, wat zorgt voor meer eenheid in beleid. Dat het beleid zich richt op het prioritair opkopen van verouderde bedrijven en bedrijven dichtbij stikstofgevoelige natuur zien wij eveneens als een positieve ontwikkeling. Het invoeren van een rekenkundige ondergrens (RKO) is een goede stap. Hiervoor is overigens geen stikstofreductie nodig, zoals het coalitieakkoord stelt. De RKO volgt uit een wiskundige analyse van de ruis in het rekenmodel. Deze ruis bedraagt circa 10 mol, waardoor een RKO van 1 mol morgen al zonder bezwaar kan worden toegepast. De coalitie trekt tot 2035 een bedrag van 20 miljard euro uit. Voor fors beleid is ook fors geld nodig. Nog niet duidelijk is of dit geld afkomstig is uit herschikking van bestaande middelen of dat het om extra middelen gaat. Positief is ook dat in 2032 wordt toegewerkt naar grondgebondenheid. Dit als stip op de horizon zetten geeft richting. Tevens is dit ƩƩn van de weinige mogelijkheden om weer derogatie van de EU te verkrijgen voor het toestaan van meer dierlijke mest dan de huidige norm van 170 kg stikstof per hectare. Wij realiseren ons dat dit voor sommige bedrijven een zeer forse stap is, maar als de norm van 170 kg N per hectare blijft bestaan, is dat funest voor alle bedrijven. Tot slot zijn wij positief over het uit de wet halen van de KDW (kritische depositiewaarde). Wel maken wij ons grote zorgen over het voorgestelde alternatief voor vergunningverlening via doelsturing. Kritiekpunten Als Stichting Stikstof Claim zijn wij zeer kritisch op generieke emissiereductie. Deze geeft namelijk geen enkele ruimte voor vergunningverlening. Dat is een illusie. Landbouw is niet de enige uitstoter van stikstof en ook het buitenland vormt een forse component. Bovendien is generieke emissiereductie gebaseerd op de onjuiste theorie dat ammoniak grote afstanden aflegt. In werkelijkheid komt circa 65% tot 75% van de ammoniakemissie terecht op boerengrond. Generieke reductie op grotere afstand van natuur helpt de natuur dus niet. Zeer kritisch zijn wij ook op het ombouwen van het vergunningenstelsel naar doelsturing. Doelsturing is gebaseerd op rekenmodellen en natuurlijke processen met nóg grotere onzekerheden dan het huidige Aerius-model. In plaats van van regen naar de drup te gaan, duw je de veehouderij hiermee het luchtledige in met een loze belofte die nooit kan worden waargemaakt. Bij doelsturing wordt een boer in hoge mate afhankelijk van weersomstandigheden. Je krijgt vaste doelen, maar steeds veranderende (on)mogelijkheden om die doelen te bereiken. De door LTO en NAJK in het bouwstenenakkoord met IPO afgesproken generieke stikstofreductie van 42%/46% vanaf 2019 zal worden opgenomen in de wet. Los van de vraag of deze reductie haalbaar is, zijn wij ervan overtuigd dat deze generieke reductie – gezien recente rechterlijke uitspraken – niet gaat helpen om vergunningverlening weer op gang te brengen. 4. Nieuw vergunningenstelsel Ons grootste kritiekpunt is het voorgenomen nieuwe vergunningenstelsel, gericht op doelsturing en daarmee gepaard gaande onzekerheden. Nog belangrijker: een nieuw juridisch stelsel voor vergunningen betekent een forse verlenging van de huidige onzekere periode. Het ontwikkelen van een nieuw vergunningenstelsel kost circa 2 tot 3 jaar voordat een wet uitvoerbaar is. Daarna volgt naar verwachting een periode van ongeveer 5 jaar met gerechtelijke procedures. Alles bij elkaar zal dit coalitievoorstel de onzekere periode van de afgelopen zeven jaar verlengen met minimaal acht jaar. Dit is voor de meeste bedrijven ronduit funest en hierover is onvoldoende nagedacht. Deze reactie is een eerste beoordeling op basis van de tekst van het coalitieakkoord. Op basis hiervan zullen wij de komende maanden gesprekken voeren met leden van de Tweede Kamer, nieuwe bewindslieden en andere organisaties. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

UPLG-avond in Wilnis: focus op water en memorandum Bakker

De avond van LTO Noord over het UPLG in Wilnis op 28 januari 2026 was druk bezocht. Tijdens deze avond was er veel aandacht voor de waterkwaliteit en het zojuist verschenen memorandum van de Utrechtse gedeputeerde Bakker over dit onderwerp. Staf is gevraagd een presentatie te verzorgen. Deze is hieronder te downloaden. Goed nieuws Het UPLG heeft een forse wateropgave neergelegd in Noordwest-Utrecht. Vooral de fosfornormen worden niet gehaald. Omdat er gebruik is gemaakt van de gegevens in 2024, ligt hier de oude bronnenanalyse onder. In een bronnenanalyse staat welke bron welk aandeel heeft in de vervuiling. Volgens de oude analyse heeft de landbouw een flink aandeel. Medio 2025 verscheen een nieuwe bronnenanalyse, waaruit blijkt dat de achtergrondconcentratie (waar de landbouw niks aan kan doen) hoger is dan gedacht. En het aandeel nutriƫnten dat uit de landbouw komt, lager. Er zijn complimenten voor waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor het laten uitvoeren van de bronnenanalyse. Een bestuurder van dit schap bevestigt dat onder het UPLG de oude gegevens liggen. Provincie Utrecht heeft inmiddels bevestigd dat het aandeel van de landbouw in dit gebied klein is. Download hier de presentatie: https://stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2026/01/LTO-Noord-Wilnis-28-januari-2026-pdf.pdf

Populaire vlogger Kees Huizinga in Noord-Holland om geld op te halen.

Bedrijfsleven Agriport en West-Friesland schaart zich achter OekraĆÆne Middenmeer - De OekraĆÆense akkerbouwer Kees Huizinga heeft van verschillende bedrijven uit de Wieringermeer en West-Friesland geld en spullen mogen ontvangen. Huizinga is een bekende boer door zijn vlogs over het boerenleven in oorlogstijd. Vanuit Stichting de Leeuw Kyiv zamelt hij geld in voor het OekraĆÆense volk en leger. De akkerbouwer uit OekraĆÆne werd bekend vanwege zijn vlogs voor platform Nieuwe Oogst en is hier vandaag om geld op te halen. En om aandacht te vragen ook. De boer is dankbaar voor alle interesse en hulp, maar dat betekent niet dat Huizinga zich zomaar van alles laat aanleunen. Vooral niet als het zijn nieuwe vaderland betreft. En al helemaal niet als de Russische agressor iets van bijval dreigt te krijgen. ā€žZie jeā€, trekt de boer van leer tegen een van de aanwezigen. ā€žOok jullie worden beĆÆnvloed door Russische propaganda.ā€ Meer: https://www.noordhollandsdagblad.nl/regio/noordkop/noordkop-schagen/populaire-vlogger-kees-huizinga-in-noord-holland-om-geld-op-te-halen.-bedrijfsleven-agriport-en-west-friesland-schaart-zich-achter-oekrane/124273545.html Hier zijn presentatie in Eemnes 2024 https://www.youtube.com/watch?v=mTrisopzXVw

Vervuilt landbouw wel of niet?

[quote]Omdat de overheid alleen de uitstoot meeneemt en niet de opname, is het gevoerde beleid volgens velen moeilijk te begrijpen.[/quote] Door Jaap Majoor, De politiek wil de veehouderij sterk laten krimpen, omdat de veestapel zou worden aangewezen als grote veroorzaker van het stikstof- en COā‚‚-probleem. Maar klopt dat beeld wel? Kijk naar de hĆ©le kringloop Om deze vraag eerlijk te beantwoorden, moet de volledige kringloop worden meegenomen. Productief gras neemt tijdens de groei jaarlijks ongeveer 22 ton COā‚‚ per hectare op – aanzienlijk meer dan een bos. Daarnaast wordt in de bodem koolstof vastgelegd door een toename van het organische-stofgehalte. Hoeveel COā‚‚ precies in de bodem wordt opgeslagen, verschilt per bedrijf, maar gemiddeld gaat het om circa 550 kilo COā‚‚ per hectare per jaar. Deze aanzienlijke COā‚‚-vastlegging wordt door de overheid nauwelijks meegewogen, terwijl zij juist van groot belang is om klimaatverandering tegen te gaan. De vastgelegde COā‚‚ verdwijnt bovendien niet in het milieu, maar wordt via het gras opgenomen door de veestapel en omgezet in vlees en melk voor menselijke consumptie. Tegelijkertijd levert de veestapel via mest de noodzakelijke mineralen terug aan de bodem, waarmee de kringloop wordt gesloten. Uitstoot versus opname Koeien stoten stikstof en methaan uit. In de media wordt vaak gesteld dat ƩƩn koe, omgerekend naar COā‚‚, net zoveel uitstoot als een auto die 25.000 kilometer per jaar rijdt. Kijkt men uitsluitend naar uitstoot, dan klopt dat: een koe produceert ongeveer 18 ton COā‚‚-equivalent per jaar. Maar in de natuur telt niet alleen wat wordt uitgestoten, ook wat wordt opgenomen is van belang. Omdat de overheid alleen de uitstoot meeneemt en niet de opname, is het gevoerde beleid volgens velen moeilijk te begrijpen. Een fundamentele denkfout Er is bovendien een belangrijke denkfout in de politieke en wetenschappelijke benadering. De uitstoot van methaan en COā‚‚ door koeien blijft hooguit tien jaar in de atmosfeer en wordt daarna volledig afgebroken. Bij een gelijkblijvende veestapel neemt de totale uitstoot na die periode dus niet verder toe. In de afgelopen veertig jaar is de veestapel niet gegroeid, wat betekent dat er netto evenveel COā‚‚ is opgenomen als uitgestoten. Ter vergelijking: COā‚‚ uit auto’s blijft tot wel duizend jaar in de atmosfeer en stapelt zich voortdurend op. Deze twee vormen van uitstoot zijn daarom niet met elkaar te vergelijken of onderling uitwisselbaar. Stikstof in perspectief Een koe produceert ongeveer 145 kilo stikstof per jaar. Daarvan gaat maximaal 10 tot 17 procent verloren in de stal, gemiddeld zo’n 13,5 kilo stikstof per koe. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat deze stikstof grotendeels binnen een straal van 250 meter rondom de stal neerslaat. De landbouw werkt al met tal van maatregelen om deze verliezen verder te beperken, omdat deze stikstof hard nodig is voor gewasgroei. Verlies is dus nadelig voor zowel natuur als boer. Politiek stuurt op krimp Ondanks de aangedragen oplossingen weigert de politiek structureel mee te werken. Welke voorstellen de landbouw ook doet – vaak ondersteund door wetenschappers – ze worden terzijde geschoven. De enige overgebleven doelstelling lijkt een forse inkrimping van de veestapel. De provincie Utrecht neemt hierin het voortouw met het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), dat door veel boeren wordt ervaren als een poging hen uit de provincie te verdrijven. Een mogelijke uitweg Een radicale, maar sluitende oplossing zou zijn om stallen volledig te sluiten en alle stikstof en methaan af te vangen, om te zetten in groene stroom of gas. Daarmee kan de landbouw aantonen dat de uitstoot daadwerkelijk nul is. Tegelijk zuiveren landbouwgewassen de lucht door COā‚‚ op te nemen en zuurstof te produceren. Daarnaast kan mest worden bewerkt tot Renure, waarmee 250 tot 350 kilo stikstof per hectare kan worden benut zonder kunstmest. Zo verdwijnt de noodzaak voor milieubelastende kunstmest volledig. Landbouw als oplossing Met deze aanpak wordt de landbouw 100 procent duurzaam en juist onderdeel van de oplossing voor milieu- en klimaatproblemen. De Europese Unie dreigt Nederland met boetes tot 2,4 miljard euro vanwege het niet halen van doelen voor groene energie. Juist daarom zou de politiek deze oplossingen vanuit de landbouw moeten omarmen. Ze maken het mogelijk om zowel milieudoelen als energiedoelen wĆ©l te halen. Jaap Majoor Laag Zuthem

Stroomuitval in Nederland, hoe regelen jullie dat?

Ik zit de laatste tijd steeds vaker te denken: wat als hier de stroom er ineens uit ligt? En dan niet een half uurtje, maar gewoon langer. Met alles wat tegenwoordig elektrisch is op het bedrijf, ben je dan snel klaar. Melken, koelen, water, ventilatie – alles hangt aan stroom. En als de stroom weg is, is vaak ook het water weg. Dat vind ik misschien nog wel het spannendst. Ik ben benieuwd hoe jullie collega’s dit geregeld hebben, want in de praktijk loop je meteen tegen dit soort dingen aan: Noodstroom / aggregaat Hebben jullie een vast aggregaat of een mobiele? Automatisch starten of zelf aansluiten? Waar loopt bij jullie alles op: hele stal of alleen kritische onderdelen? Hoe lang kun je ermee draaien voordat de diesel op is? Melken bij stroomuitval Kun je nog melken of ligt alles plat? Robot of melkstal: wat blijft werken op noodstroom en wat niet? En vooral: hoe doen jullie het spoelen van de melkinstallatie als er geen stroom Ć©n geen water is? Water voor de koeien Hebben jullie een buffertank of voorraad? Draait de waterpomp mee op noodstroom? Hoe lang red je het voordat je echt in de knel komt? Melkkoeling Blijft de koeling draaien op noodstroom? Hoe lang kun je melk verantwoord bewaren? Wat als de RMO niet kan komen? Ventilatie en klimaat Hoe kritisch is dit bij jullie staltype? Hebben jullie iets van noodventilatie of is alles elektrisch? Alarmering Krijg je nog meldingen als de stroom weg is? Werkt mobiel internet dan nog, of valt dat ook weg? Ik merk dat je dit soort dingen eigenlijk pas goed doordenkt als je er al middenin zit… en dan ben je te laat. Benieuwd hoe anderen dit aanpakken. Wat werkt goed? Waar ben je tegenaan gelopen? En wat zou je, als je opnieuw moest beginnen, anders doen? Lijkt me goed om hier wat praktijkervaringen te delen. šŸ’ŖšŸšœ

Jarenlang verkeerd beleid? Nieuwe cijfers halen landbouw grotendeels uit stikstofschuld

Jarenlang stond de landbouw te boek als een van de grootste veroorzakers van stikstofvervuiling in het Nederlandse oppervlaktewater. Beleidskaarten, normen en maatregelen waren gebaseerd op het idee dat ongeveer 40 procent van de stikstof in landelijke wateren afkomstig was van bemesting. Nieuwe herberekeningen zetten dat beeld nu op losse schroeven, schrijft stichting Agrifacts. Het aandeel van de landbouw blijkt in veel regio’s fors lager te liggen dan jarenlang werd aangenomen. De nieuwe cijfers komen voort uit een recente bronnenanalyse, uitgevoerd met actuelere data en aangepaste rekenmodellen. Waar eerdere berekeningen waren gebaseerd op gegevens uit de periode 2010–2013, is nu gekeken naar de jaren 2017–2022. Dat verschil blijkt groot. Oude aannames bepalen jarenlang beleid Eind 2023 publiceerde het ministerie van Landbouw een kaart met zogenoemde nutriĆ«nten-verontreinigde gebieden, de NV-gebieden. Die kaart wees grote delen van Nederland aan waar extra maatregelen voor de landbouw nodig zouden zijn. De onderliggende aannames zorgden direct voor kritiek vanuit de sector en bij waterschappen. De kern van die kritiek was simpel: de kaart ging uit van verouderde cijfers en schreef stikstof toe aan landbouw, terwijl de herkomst van die stikstof niet hard was vastgesteld. Toch werden boeren op basis van die kaart geconfronteerd met extra regels. Herberekening halveert landbouwbijdrage Uit de nieuwe analyse blijkt dat het aandeel van de landbouw in de stikstofbelasting van het oppervlaktewater gemiddeld ongeveer is gehalveerd. Waar eerder bijna 40 procent werd toegeschreven aan bemesting, ligt dat aandeel nu rond de 20 procent. In sommige regio’s is het verschil nog groter. In Limburg werd aanvankelijk ongeveer 15 procent van de stikstof in regionale wateren toegerekend aan landbouw. Na herberekening blijkt dat nog maar circa 4 procent te zijn. In het zuiden van de provincie ligt het aandeel zelfs nog lager. Ook in andere delen van het land verdwijnen landbouwbijdragen grotendeels van de kaart. Hele gebieden die eerder als NV-gebied golden, blijken op basis van de nieuwe cijfers niet langer problematisch. Buitenlandse bronnen onderschat Een belangrijk deel van de correctie komt door beter inzicht in aanvoer van buitenaf. Water dat Nederland binnenkomt via rivieren, Rijkswateren en bovenstroomse gebieden bevat aanzienlijk meer stikstof dan eerder werd gedacht. Volgens de nieuwe berekeningen is die externe aanvoer ongeveer dubbel zo groot als aanvankelijk aangenomen. Waar buitenlandse en bovenstroomse bronnen eerst goed waren voor zo’n 65 tot 70 procent van de stikstofbelasting, ligt dat aandeel nu rond de 75 tot 80 procent. Daarmee zijn deze bronnen veruit dominant. Advertisement Ook natuurlijke processen speelden een grotere rol dan jarenlang werd aangenomen. Zo werd stikstof uit kwel, water dat vanuit diepere grondlagen omhoogkomt, vaak automatisch toegeschreven aan landbouw. Uit nader onderzoek blijkt dat dit in veel gevallen onterecht was. Kwelcorrectie verandert kaarten Waterschappen zoals Amstel, Gooi en Vecht, Rijnland en Zuiderzeeland deden aanvullend onderzoek naar de invloed van kwel. Zij concludeerden dat een aanzienlijk deel van stikstof en fosfor ten onrechte bij landbouw was neergelegd. Door deze zogeheten kwelcorrectie konden meerdere NV-gebieden worden geschrapt. Op de nieuwe kaart met aandachtsgebieden stikstof zijn deze gebieden niet meer terug te vinden. In andere regio’s is de kwel nog niet nader onderzocht, waardoor verdere correcties mogelijk volgen. Meten en beoordelen verschilt per regio Niet alle waterschappen beoordelen waterkwaliteit op dezelfde manier. Waterschap Scheldestromen stapte vorig jaar over op de Europese methode, waarbij niet afzonderlijk naar stikstof en fosfor wordt gekeken, maar naar het risico op eutrofiĆ«ring. Dat risico ontstaat pas als beide nutriĆ«nten in hoge concentraties aanwezig zijn. Is ƩƩn van beide beperkt, dan voldoet het water vaak alsnog. Andere waterschappen hanteren nog steeds afzonderlijke normen, wat leidt tot uiteenlopende beoordelingen bij vergelijkbare waterkwaliteit. Verouderde cijfers blijven doorwerken Opvallend is dat boeren in sommige gebieden nog steeds worden afgerekend op sterk verouderde gegevens. Zo wordt bij sloten vaak gewerkt met schattingen over mestaanvoer uit 2008. Sindsdien zijn bufferzones ingevoerd en is het mestgebruik afgenomen. Wageningen University & Research schat de onzekerheid van deze bron inmiddels op 100 procent. Toch blijft deze bron meetellen in beleid en handhaving. Landbouwminister Wiersma komt begin volgend jaar met een nieuwe kaart voor aandachtsgebieden, die de NV-kaart vervangt. Voor die kaart is de recente bronnenanalyse gebruikt. Toch kleuren veel gebieden nog vrijwel even rood als voorheen. Dat roept vragen op. Als het aandeel van de landbouw kleiner blijkt, zullen extra maatregelen ook minder effect hebben dan verwacht. Bovendien zijn maatregelen die sinds 2023 zijn ingevoerd, zoals de afbouw van de derogatie en verplichte bufferstroken, nog niet meegenomen.

Aanpassing rekentool stikstof: stikstofopgave in Noord-Holland kleiner dan gedacht!

Aanpassing rekentool stikstof: stikstofopgave in Noord-Holland kleiner dan gedacht Ook in Noord-Holland staan onze Natura 2000 (N2000)-gebieden onder druk door een te hoge stikstofneerslag. Dat heeft grote gevolgen: PAS-melders wachten bijvoorbeeld al lange tijd op legalisatie en woningbouwprojecten komen moeilijk van de grond wanneer zij dicht bij kwetsbare natuur liggen. Voor het berekenen van stikstofuitstoot en neerslag gebruiken we in Nederland de rekentool AERIUS. In de nieuwste versie is de stikstofneerslag in Noord-Hollandse stikstofgevoelige Natura 2000‑gebieden gemiddeld zo’n 100 mol per hectare per jaar (circa 9%) lager dan in de vorige versie. Daardoor blijkt de stikstofopgave in Noord-Holland kleiner dan eerder uit de rekentool naar voren kwam, waardoor we de doelen voor natuurherstel en emissiereductie waarschijnlijk eerder kunnen bereiken. Ik ben blij met deze update. We hebben er als provincie lang op aangedrongen om het rekenmodel beter te laten aansluiten op de werkelijke situatie in Noord-Holland. Deze verbetering helpt ons om gerichter aan de slag te gaan in onze natuurgebieden. Ook biedt het ruimte om een aantal projecten mogelijk weer te kunnen vergunnen. Tegelijkertijd is het belangrijk om reĆ«el te blijven: in de meeste gevallen kunnen we op korte termijn nog geen vergunning verlenen. Gevolgen vergunningverlening Bij het berekenen van stikstofneerslag worden natuurgebieden opgedeeld in kleine vakjes, de zogenaamde hexagonen. Projecten die stikstof uitstoten binnen 25 kilometer van overbelaste hexagonen hebben een natuurvergunning nodig. Door de AERIUS update zijn er met name in de Noord-Hollandse duingebieden minder met stikstof overbelaste hexagonen. Daardoor kan het gebeuren dat projecten die eerder binnen de 25‑kilometerzone vielen, daar nu net buiten vallen. Ook kan het zijn dat projecten met een beperkte uitstoot, zoals woningbouw, alleen effect hadden op hexagonen die inmiddels niet meer overbelast zijn. Het is daarom belangrijk om voor lopende projecten nieuwe AERIUS berekeningen te maken. Zo wordt duidelijk of er projecten of plannen eventueel wel mogelijk zijn. Op de afbeelding van het RIVM is te zien dat in vrijwel alle Noord-Hollandse N2000 gebieden de in AERIUS berekende stikstofdepositie afneemt. | 16 commentaren op LinkedIn

Ger Koopmans, Roy Meijer, Jeroen van Wijk en overige bestuurders....waar zijn jullie mee bezig?

Een half jaar geleden hebben Ger Koopmans en Roy Meijer samen met Vereniging Nederlandse Gemeenten en IPO het bouwstenen akkoord gepresenteerd. Jeroen v Wijk is betrokken geweest bij de uitwerking van de plannen in Utrecht, weer andere bestuurders zijn betrokken geweest bij de plannen in Noord Brabant en Zuid Holland. Vanmiddag is JC, overige bestuursleden van SSC, een paar advocaten en ondergetekende in Westbroek geweest. We hebben hun verhaal aangehoord en tips gegeven hoe te handelen op de brieven die Mirjam Sterk als gedeputeerde heeft verzonden. Een algemene brief met maatregelen om te komen tot een ammoniak plafond per ha, een PAS melders brief met een ontmoediging om nog verder te ondernemen, een zoneringsbrief met ernstige gebruiksbeperkingen en de laatste brief voor de ondernemers in de N2000 en vogelrichtlijn gebieden. Allemaal ontstaan op basis van overleg met belangenbehartiging en het bouwstenen akkoord. Het was een goede bijeenkomst, maar ik ben (we zijn) het zat om pro deo op te draven voor de puinhopen die benoemde bestuurders achter laten. En waarvoor? Niet voor de natuur, niet voor de vergunningverlening. Morgen is Flevoland aan de beurt. Nota bene tekent LTO voor het uitfaseren van gewasbescherming en laten ze zich een probleem aan praten. Dwing je vertegenwoordigers tot aftreden, vanavond nog. Ze zijn nooit geen ondernemer geweest, ze zijn incapabel en uit op persoonlijk succes, maar over jullie ruggen!

Defensie maakt definitieve keuzes: Lelystad Airport en Zeewolde cruciaal voor uitbreiding krijgsmacht

Defensie heeft definitief besloten welke locaties de voorkeur hebben voor de uitbreiding van de krijgsmacht. Daarbij wordt vastgehouden aan Lelystad Airport als basis voor F-35 jachtvliegtuigen en aan Zeewolde voor een centrale kazerne voor zo’n 7.000 militairen. Staatssecretaris Gijs Tuinman was donderdag in Zeewolde om de plannen te bespreken. Tegenover de NOS bevestigde hij de voorkeurslocaties, waarmee hij grotendeels herhaalde wat hij eerder deze maand op Radio 1 al vertelde. Voor Flevoland ligt Lelystad Airport het meest gevoelig. De provincie heeft aangegeven eerder te gaan met de stationering van de jachtvliegtuigen als het vliegveld ook geopend wordt voor vakantievliegtuigen. Staatssecretaris Tuinman erkent dat er nog politieke afstemming nodig is over de combinatie met burgerluchtvaart, maar noemt Lelystad Airport een logische keuze: "Lelystad is de beste plek voor uitbreiding van de jachtvliegtuigcapaciteit." Nieuwe deltawerken Hij snapt dat er voor de realisatie van de kazerne in Zeewolde nog veel moet gebeuren. "Goed inpassen betekent dat het geen kazerne wordt die niet ontsloten is. Mobiliteit, natuur en voorzieningen moeten goed geregeld worden voor de inwoners van Zeewolde." Tuinman noemt de uitbreiding van defensie onderdeel van de "veiligheidsdeltawerken van Nederland": een programma waarbij alles bij elkaar hoort en geen locatie afzonderlijk kan worden bekeken. Komst kazerne heeft grote gevolgen De gemeente Zeewolde stelt wel duidelijke voorwaarden aan de komst van de kazerne. Wethouder Helmut Hermans zegt tegenover de NOS dat de aanleg "prima" is, maar alleen als deze goed wordt ingepast. "Als dagelijks 5.000 tot 7.000 mensen naar de kazerne komen, heb je veel infrastructuur nodig", zegt Hermans. Over financiĆ«le steun is hij voorzichtig optimistisch: "De staatssecretaris begrijpt wat er nodig is, maar harde garanties zijn er nog niet. Die moeten in de bestuursovereenkomst komen zodra het kabinet een definitief besluit neemt." In totaal heeft Defensie 57 locaties in het land aangewezen voor uitbreiding. Het kabinet neemt volgende maand een definitief besluit over de plannen.

Lientje moet zelf toch ook zien dat ze geen schim meer is van de vrouw die fris met de tractor het Binnenhof op reed

Er is onrust en gekonkel binnen de BBB. Het was natuurlijk ook een te mooi idee dat Caroline van der Plas en Mona Keijzer in perfecte harmonie zouden kunnen samenwerken, schrijft Angela de Jong. Je kon er natuurlijk op wachten. Als twee vrouwen elkaar niet uit zichzelf de tent uitvechten, dan zijn het wel de mensen om hen heen die gaan lopen stoken. Ik heb het over de onrust binnen BBB. De nummer 2, Mona Keijzer, heeft bij de verkiezingen bijna evenveel stemmen gehaald als boegbeeld Caroline van der Plas en nu is het anonieme gekonkel binnen de partij begonnen. Mona moet een plekje omhoog. Ze is niet alleen de veel ervarener politica maar ziet er ook een stuk glamoureuzer uit. Caroline met haar boeren zakdoek en eeuwige peuk was leuk voor de opstartfase van de partij, zo vat ik de kritiek even samen, maar nu is het tijd voor een volgende stap. Dat is ook beter voor Caroline zelf, want ze oogt uitgeblust. En helaas voor haar, daar valt geen speld tussen te krijgen. De Lientje van nu is geen schim meer van de vrouw die fris en energiek met de tractor naar het Binnenhof reed. Ja ja, Caroline, zo gaat dat in de politiek, dacht ik toen ik over de onrust las. Je mag zonder morren je beste jaren opofferen voor een partij. Maar sneller dan je lief is, komt de dag dat je als een uitgemolken koe naar de slachtbank wordt geleid, om maar even in het BBB-thema te blijven, door mensen die hun baantje louter en alleen te danken hebben aan al jouw harde werk. Maar, zoals ik al aan het begin van dit stukje zei, ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat hier nóg iets meespeelt. Namelijk, dat het om twee opvallend sterke vrouwen gaat. Alle feministische golven ten spijt, vrouwen worden nog steeds sneller met elkaar vergeleken en tegen elkaar uitgespeeld. En samenwerken kunnen ze ook niet, toch? Vrouwen zijn snel jaloers. Neem zo’n Caroline, die móét zich toch wel zitten opvreten, omdat Mona knapper en slimmer is? Ik beken, ik zie in mijn hoofd ook moeiteloos een scĆØne uit Dynasty voor me: Mona en Caroline als een eigentijdse versie van Krystle en Alexis, die elkaar in de krochten van de Tweede Kamer de haren uit het hoofd trekken. ā€˜Ik mag naar Blake, eh Tim de Wit vanavond.’ ā€˜Nee, jij hebt hem al gehad, hij is van mij nu.’

Een filosofische blik op de stikstofcrisis

Wat doet stikstof met de natuur? Of wat doet de natuur met stikstof? De stikstofdiscussie in Nederland draait vaak om ƩƩn vraag: wat doet stikstof met de natuur? Maar misschien zouden we ons net zo goed moeten afvragen: wat doet de natuur met stikstof? Zij die willen bewijzen dat Natura2000-gebieden geen last hebben van stikstofdepositie kunnen dat bewijs niet leveren. Maar wie het tegendeel beweert — dat stikstof onze natuur wĆ©l onherstelbaar schaadt — kan dat evenmin. DƔƔr begint het essay ā€œCrisis om stikstof: een filosofisch en democratisch probleem in Nederlandā€, waarin de stikstofproblematiek niet alleen ecologisch, maar ook fundamenteel filosofisch wordt benaderd. De kringloop van stikstof: meer dan chemie De zogeheten ā€˜stikstof-ecologen’ kijken vooral naar wat stikstof met de natuur doet. Maar natuurbeschermers in de praktijk zien juist hoe de natuur zelf met stikstof omgaat. Ondanks een overvloed aan stikstof in lucht en bodem, blijft stikstof een beperkende factor voor plantengroei. Dat komt door miljarden bodembacteriĆ«n en schimmels die stikstof schaarser maken — en daarmee planten Ć©n zichzelf beschermen tegen een teveel aan ā€˜gratis’ stikstof uit de lucht. Buitenlandse wetenschappelijke literatuur laat zelfs zien dat bacteriĆ«n in de bodem meer stikstof afvoeren dan er via depositie neerdaalt. De huidige Kritische Depositiewaarde (KDW), waarop beleid en vergunningverlening zijn gebaseerd, ziet stikstof echter louter als een chemische stof — deels berekend, deels gemodelleerd. Maar voor de natuur zelf is stikstof vooral een biologische stof, onderdeel van een voortdurende kringloop. Darwin en de N2000-natuur Met hulp van Darwin en een simulatie laat het essay zien dat stikstofdepositie de huidige Natura2000-natuur niet bedreigt, maar juist heeft gevormd. De soorten die daar voorkomen, hebben zich in de loop der tijd aangepast aan de aanwezige stikstof. Soorten die dat niet konden, hebben eenvoudigweg nooit deel uitgemaakt van deze ecosystemen. Vanuit die redenering hoeft Nederland deze ā€˜stikstofgevoelige’ soorten ook niet wettelijk te beschermen — ze vallen buiten de logica van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Een veranderde werkelijkheid Opmerkelijk genoeg bleken soorten die in de jaren ’90 nog bestand waren tegen een dubbele hoeveelheid stikstof, 25 jaar later ineens ā€˜gevoelig’ voor de helft daarvan. De oorzaak ligt grotendeels in de manier waarop de overheid stikstof berekent, via het model AERIUS. Daarbij wordt de rol van het bodemleven — bacteriĆ«n, schimmels, wormen — ernstig onderschat. Deze levende materie zet ammoniak en stikstofoxiden (NOx) om in onschadelijk stikstofgas. Wat in werkelijkheid een natuurlijk proces van zelfherstel is, wordt in de modellen vrijwel genegeerd. Tijd voor herbezinning De Stichting Samenleving Landbouw Natuur (SLN) roept daarom politiek en bestuur — landelijk Ć©n provinciaal — op om de huidige stikstoffocus binnen het Natura2000-beleid grondig te herzien. De conclusie van het essay is helder: het huidige, destructieve beleid richting platteland en veehouderij mist wetenschappelijke grond. Het opschorten van vergunningen in grote delen van de economie is volgens deze analyse zinloos. Het volledige essay ā€œCrisis om stikstof: een filosofisch en democratisch probleem in Nederlandā€ is te lezen op de website van Stichting Samenleving Landbouw Natuur: https://samenlevinglandbouwnatuur.nl/crisis-om-stikstof-een-filosofisch-en-ook-een-democratisch-probleem/

1 mol

Hier een uitleg hoe we niet uit de vergunningcrisis komen. Een vergunningcrisis die ontstaan is door 12 jaar kabinetten Rutte. BBB doet haar uiterste best om in ander half jaar tijd te reparren wat partijen als VVD en CDA in 12 jaar hebben veroorzaakt. Maar helaas gaat dit niet goed. zo Vooropgesteld, de vergunningverlening moet zo spoedig mogelijk weer op de gang komen. Daarom mijn uitleg. Allereerst artikel 6 lid 3 3. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden. Basiskennis voor de kiem van de oplossing. 10 keer lezen! Ik behandel eerst nu het eerste deel dat gaat over significante gevolgen van een plan of project, individueel of gezamenlijk met andere projecten en plannen ,voor de aangewezen gebieden (N2000). De huidige rekenkundige ondergrens (RKO) is 0.005 mol N per ha . Het kabinet heeft het voornemen om de RKO te verhogen naar 1 mol N per ha per jaar. Maar het blijft een rekenkundige ondergrens, een meetdetectie limiet, een waarde voortgekomen uit de gebruik van modellen. Maar verlangt artikel 6 lid 3 dit? Nee. Zij verlangt een beoordeling van een project of plan op haar significante effecten op de aangewezen natuur. Is dat stikstof? Nee, dat hoeft niet, maar dat leg ik op een later moment uit. Dus , is een vorm van een rekenkundige ondergrens benadert vanuit het model, een afkapwaarde waarbij er nog wel en geen significante effecten zijn op de natuur? Dat mogen jullie zelf beoordelen. (en waarom begin ik daar nu over? Noem het voortschrijdend inzicht in een tijds stramien waarbij mijn tijd schaars is en mijn budget nihil, maar ik hoop wel dat het kabinet de komende reeksen van informatie ter harte neemt)

Hoe maak je Renure?

[b]Renure[/b] staat voor REcovered NUtRients from manurE – een Europese term voor herwonnen meststoffen uit dierlijke mest die qua samenstelling en werking vergelijkbaar zijn met kunstmest. Het idee is dat je uit mest de werkzame nutriĆ«nten (vooral stikstof en fosfaat) haalt en deze in een zuiverdere vorm opnieuw gebruikt. De productie van renure kan op verschillende manieren, meestal met een combinatie van technieken: 1. Scheiden van de mest - Mechanisch scheiden: dikke fractie (veel organische stof en fosfaat) en dunne fractie (rijk aan stikstof) worden gescheiden. - Dit kan met een mestscheider (pers, centrifuge, zeefband). 2. Bewerking van de dunne fractie - Omgekeerde osmose / nanofiltratie: verwijdert zouten en concentreert stikstof. - Stripping & scrubbing: ammoniak wordt uit de mest gehaald en gebonden als ammoniumsulfaat of ammoniumnitraat. - Indampen: water wordt verdampt, waardoor nutriĆ«nten geconcentreerd achterblijven. 3. Bewerking van de dikke fractie - Vaak composteren, drogen of vergisten (bij biogasinstallatie). - Het fosfaat kan uit de dikke fractie worden teruggewonnen, bijvoorbeeld als struviet (magnesiumammoniumfosfaat). 4. Eindproducten (renure) - Ammoniumzouten (zoals ammoniumsulfaat) – vloeibare kunstmestvervangers. - Nitraathoudende meststoffen – vergelijkbaar met KAS. - Struvietkorrels – langzaam werkende fosfaatmeststof. šŸ‘‰ Het doel is een meststof die voldoet aan kunstmestkwaliteit, zodat die in de EU eventueel buiten de mestplafonds (derogatie) kan worden gebruikt.

Grove den

@Grove den


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 5u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering