Prikkebordconsultatie: Onderhandelingsmacht in tijden van melkschaarste

In de uitspraak van de ACM in de zaak tussen Lactalis en de leveranciersvereniging LVLC over oneerlijke handelspraktijken (https://www.acm.nl/system/files/documents/acm-verklaart-bezwaren-tegen-besluit-lactalis-vanwege-overtreding-wet-ohp-ongegrond.pdf) komt zes keer de term onderhandelingsmacht voor. Onderhandelingsmacht is de mate waarin afnemers of leveranciers de prijzen of voorwaarden van hun af te nemen of te leveren producten of diensten kunnen beïnvloeden. Je zou verwachten dat in tijden van melkschaarste de leveranciers van particuliere zuivelondernemingen over een grote onderhandelingsmacht beschikken, zeker als ze zich hebben verenigd zoals de leveranciers van Vreugdenhil en Lactalis. Alle zuivelondernemingen zijn immers op zoek naar nieuwe leveranciers/leden, en door te dreigen met overstappen moeten de particuliere zuivelondernemingen de melkprijs wel verhogen om verzekerd te zijn van voldoende melk. In werkelijkheid blijkt de onderhandelingsmacht van leveranciersverenigingen zwaar tegen te vallen. Zo bungelt de melkprijs van Vreugdenhil dit jaar onderaan in melkprijsvergelijkingen (https://www.prikkebord.nl/topic/353020/) en is Lactalis in staat om de leveranciersvereniging te passeren als er over een nieuw melkprijsbeleid moet worden onderhandeld (zie nr. 99 in de uitspraak) De vraag aan de bezoekers van het prikkebord is dus: wat moeten de leveranciersverenigingen van Vreugdenhil en Lactalis doen om hun onderhandelingsmacht ten opzichte van Vreugdenhil en Lactalis te vergroten?

Waarom een Landbouwakkoord bij de Denen wel slaagde

[quote]“In Denemarken werken ze niet met voorschriften, maar met gedeelde doelen. Daar zit de energie. Dáár ontstaat vooruitgang.” - Martin Scholten[/quote] Martin Scholten is betrokken bij een brede Deens samenwerking, waarin de acht universiteiten met elkaar samen steun geven aan de transitie van het voedselsysteem, waarin de overheid met de sector en de ngo’s verenigd zijn in één doel: duurzame landbouw gericht op de toekomst, innovatief om een klimaat, milieu en natuurvriendelijke voedselproductie te borgen. Geen regelgeving als startpunt, maar een gezamenlijk gedragen routekaart met een pact op doelen. Niet omdat het zo moet, maar met een enorme bereidheid omdat het kan – én werkt als je samen aan de slag gaat. In deze blog analyseren we waarom het in Denemarken wel lukte; een Landbouwakkoord sluiten. De ruimte van TLR (Technisch Laboratorium Rotterdam) in Ridderkerk vormde onlangs het decor voor een sessie die naar meer smaakt. Martin Scholten – strateeg, wetenschapper en verbonden aan onder andere Wageningen University & Research, Aarhus University én Imagro – nam Delphy bij TLR mee naar ‘zijn’ Denemarken. Niet letterlijk, maar in gedachten en geest. Want daar, in dat relatief kleine Scandinavische land, krijgt de landbouwtoekomst wél verrassend veel vorm, inhoud en gang. Een Landbouwakkoord dat gaat over het hele voedselsysteem en alle landgebruik, en dat wel beklonken is. Wat kunnen we daarvan leren – en toepassen in Nederland? Vijf lessen uit Denemarken Martin deelde vijf elementen die volgens hem cruciaal zijn in het Deense succesverhaal: 1. De aard van het beestje Denen zijn collectiever ingesteld dan Nederlanders. Ze houden rekening met elkaar, hebben elkaar nodig, zijn terughoudend hun eigen wil door te drijven als dat nodig is. Dat geeft vertrouwen. Ze doen daar een beroep op elkaar met betrekking tot iets wat goed is. “Als ik rekening kan houden met de belangen van een ander, dan doe ik dat.” Wij Nederlanders zijn vrijer, eigengereider, uitgesprokener en individualistischer. Dat kán tot botsingen en polarisatie leiden. “En daarmee naar een neiging tot verplichtende regelgeving met op voorhand harde afspraken, uit onderling wantrouwen.” Door ons bewust te zijn van die verschillen, kunnen we beter leren samenwerken – ook binnen Nederland. 2. De politieke arena In Denemarken vormen vier middenpartijen steevast de stabiele kern van het regeringsbeleid. Ze zoeken actief verbinding en houden rekening met de belangen van de oppositie, in plaats van te vervallen in onenigheid van het polariserende debat. Dat creëert bestuurlijke rust en ruimte voor lange termijnbeleid. “Eensgezind het compromis zoeken, is de stabiele factor in dit sociaaldemocratisch denken.” 3. De issues die ertoe doen Waar Nederland worstelt met ‘het klimaat- en stikstofdossier’, werkt Denemarken vanuit milieukwaliteit, natuurkwaliteit én landbouwperspectief. Martin: “Beoordeel de natuur op basis van wat je ziet dat goed en fout gaat, en help de natuur met passend en zinvol maatwerk.” Geen generiek wettelijk kader met een wiskundig model, maar werkbare kaders met praktische ruimte voor verbetering. 4. De logistieke positie Nederland is ingericht op de import en export via Rotterdam en Schiphol, met een blik op de wereldeconomie. Denemarken produceert evenveel voedsel, met vier keer minder consumerende mensen, maar exporteert minder voedsel: 40% is van Deense bodem en biologisch. Die combinatie van schaal én verbondenheid met de eigen markt biedt perspectief. “Een rijkgeschakeerd landschap vormt de basis van de 6.000 agrarische ondernemers die ware landgoedbeheerders zijn. De landbouw of veehouderij is niet geconcentreerd, maar veel meer verspreid. Terwijl het aantal varkens gelijk is aan dat in Nederland, zie je geen concentraties van varkens. Nederland is meer gespecialiseerd en uniform, 50.000 boeren op dezelfde hoeveelheid agrarische grond als de 6000 Deense boeren tot hun beschikking hebben.” 5. De institutionele organisatiegraad In Denemarken bestaat er nog één krachtige sectororganisatie (voor de landbouw én de rest van het voedselsysteem) met een speciale minister voor de groene transitie die prominent lid is van het kernkabinet. Ook de ngo’s zijn sterk verenigd. In Nederland is dat allemaal erg versnipperd geraakt en dat belemmert de slagkracht. Samenwerking in het groen, mét doorzettingsmacht, blijkt cruciaal voor resultaat. Dan kan je voortgang boeken op basis van leren door doen, met vertrouwen naar een toekomst voor landbouw én natuur. Van frustratie naar vertrouwen Wat Martin raakt, is de daadkracht die hij in Denemarken ervaart – en de frustratie over de impasse in Nederland. “We blijven hier hangen in regels, terwijl we weten dat het anders kan. Niet meehuilen over wat niet meer mag, maar ondernemers ondersteunen in maatwerk met wat wél kan.” Imagro deelt die overtuiging. Of het nu gaat om gebiedsgericht werken, verdienmodellen voor morgen of het bouwen aan ketens die kloppen: wij geloven als optimistische aanjagers in het gesprek, de verbinding en het gezamenlijke eigenaarschap Wat vraagt dat van ons? De oproep van Martin is helder: Wees zuinig op wat er wél is. Koester het landschap, cultuur en biodiversiteit wat er is. Stel doelen, geen regels. En werk daar samen naartoe. Werk regionaal, met nationale rugdekking. Innovatie is aldoende leren. Meten is weten. Gebruik kennis als motor voor vooruitgang. Bij Imagro en Delphy nemen we die lessen ter harte. Niet door het Deense model één-op-één over te nemen, maar door te doen wat in Nederland nodig is: kiezen voor Richting, Ruimte én Realisme. Samen met ondernemers, ketenpartners en kennisinstellingen. Want de toekomst begint hier. En nu.

Gloort daar stikstofhoop voor de boerenlobby? ‘Dit was de beste toespraak ooit van een EU-commissaris’

Op de drempel van een nieuwe stikstofcrisis hoort staatssecretaris Rummenie (Landbouw, BBB) in Berlijn ‘een geweldige toespraak’. Nieuw geluid uit Brussel Maar op de Grüne Woche gloort voor het eerst hoop op een ander Brussels geluid. De net aangetreden EU-landbouwcommissaris Christophe Hansen wijst er tijdens de openingsceremonie op dat boeren een ‘onmisbare’ rol spelen bij behoud en herstel van kwetsbare natuur. Daarom moeten de administratieve lasten voor agrariërs verder omlaag, vindt hij. De Luxemburgse commissaris, die vloeiend Nederlands spreekt, benadrukt eveneens het belang van voedselzekerheid in een onrustige wereld. Pleidooien voor het verkleinen van de veestapel, zegt hij, vallen bij hem dan ook in verkeerde aarde. Bovendien is volgens Hansen de tijd van one size fits all voorbij, zegt hij. Oftewel: voor verschillende landen zouden verschillende regels kunnen gelden, bijvoorbeeld op basis van de beschikbare ruimte en het aantal inwoners. ‘Een geweldige toespraak’ Vertegenwoordigers uit de agrarische sector durven hun oren haast niet te geloven. Verstonden ze dat goed? Het was ‘de beste speech ooit van een EU-commissaris’, vindt de voorzitter van de Duitse boerenbond. “Deze woorden kwamen recht uit mijn hart”, zegt de Nederlandse LTO-voorman Ger Koopmans. Ook staatssecretaris Rummenie is positief. “Het was een eerste aanzet”, analyseert hij, “om als Europa niet alleen zo duurzaam mogelijk te produceren, maar dat ook op een realistische en haalbare manier te doen.” Want in Nederland is nu eenmaal minder ruimte dan in andere landen, herhaalt Rummenie. “Ik denk dat Hansen dat ook ziet. Het was echt een geweldige toespraak.”

Mh24

@Mh24


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: 23jr
Laatst online: 1mnd geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering