750 miljoen euro voor uitkoopregeling veehouders

Het kabinet heeft de details van twee vrijwillige uitkoopregelingen voor veehouders bekendgemaakt. Er is een half miljard euro beschikbaar, om zo het stikstofprobleem kleiner te maken. Melkveehouders die zich willen laten uitkopen moeten blijvend voor 95 procent afstand doen van de rechten om vee te houden. Voor varkens-, kippen- en kalkoenenhouders ligt dat percentage op 80 procent. De subsidie die zij krijgen bestaat uit een compensatie voor het verlies van deze productierechten en een compensatie voor het waardeverlies van het bedrijf. Er is tot 270 miljoen euro voor het stoppen met melkvee, 115 miljoen voor kippen en kalkoenen en 115 miljoen voor varkens. Daarnaast komt er een aparte regeling voor provincies die gericht veehouders in de buurt van door stikstofneerslag overbelaste Natura 2000-gebieden willen uitkopen. Voor deze regeling is nog eens 250 miljoen euro beschikbaar. Verdeeld De voorwaarden van de regeling zijn in concept openbaar gemaakt zodat burgers en direct betrokkenen op de voorstellen kunnen reageren. Tot nu toe reageren veehouders verdeeld op de uitkoopplannen van het kabinet. Boerenactiegroepen en afdelingen van LTO trokken zich vorige maand terug uit het overleg met minister Van der Wal omdat zij vinden dat het te weinig over toekomstperspectief voor de sector gaat. Van der Wal zegt dat er ook veehouders zijn die juist nu willen stoppen, als zij maar voldoende worden gecompenseerd.

Nieuwe reacties

Kansrijk spoor voor legalisatie PAS-melders

[b]Latente ruimte bij bemesting oplossing PAS-knelgevallen Het ministerie van LNV gaat de komende drie jaar de PAS-melders legaliseren, door stikstofruimte vrij te spelen via onder meer opkoopregelingen. Er zijn met een beetje politieke wil ook andere mogelijkheden beschikbaar, die minder ingrijpend zijn en bovendien sneller: het benutten van de latente bemestingsruimte.[/b] Minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof is verantwoordelijk voor het legaliseren van de PAS-melders. Ze trekt daar drie jaar vooruit, omdat ze de benodigde stikstofruimte wil vinden via opkoopregelingen en innovatie. Voor PASmelders is zo’n tijdsbeslag erg ruim, omdat de MOB rechtszaken heeft lopen tegen provincies om handhavend op te treden tegen PAS-melders. Daarnaast is voor herfinanciering en nieuwe financiering voor investering of bedrijfsovername de aanwezigheid van een Nb-vergunning een vereiste. Bedrijfsontwikkeling en overname liggen bij PAS-melders om deze reden momenteel stil. De vraag is daarom of er niet andere wegen zijn dan opkoop en innovatie om PAS-melders te legaliseren. Een kansrijk spoor lijkt de latente bemestingsruimte te zijn. [b]Aparte activiteit[/b] De casus Isover in Brabant biedt daarvoor de handvatten. De provincie verleende het industriële bedrijf Isover toestemming voor het uitstoten van stikstof via een zogeheten positieve weigering, omdat het bedrijf niet beschikte over een vergunning. Isover greep daarom terug op de situatie van 1994, de aanwijsdatum van de habitatrichtlijn, en bepaalde hoeveel stikstof het bedrijf toen uitstootte. Die uitstoot werd vervolgens via een passende beoordeling vastgelegd door de provincie, waardoor de stikstof ook verhandelbaar werd. Het grote nadeel in deze casus is dat Isover nu over veel meer stikstofrechten beschikt dan het uitstoot. Daarom Latente ruimte bij bemesting oplossing PAS-knelgevallen zal deze constructie niet lang meer stand houden, want de uitstoot moet juist naar beneden. Die situatie van Isover is ook toe te passen op landbouwbedrijven, maar dan zonder dit grote nadeel en daardoor wel kansrijk. Binnen de Nb-vergunning van veehouderijen is beweiden en bemesten niet meegenomen in de vergunningsaanvraag. Daardoor ontbreekt het aan een passende beoordeling. Binnen de bestaande Nbvergunningen gaat het enkel om de uitstoot van ammoniak uit de stal. Juridisch gezien is beweiden en bemesten dan ook een activiteit die niet vergund is, waardoor de provincie dit als een aparte activiteit kan zien. Ook hiervoor zouden provincies dan naar de aanwijsdatum moeten teruggaan. Doordat er sinds 1994 minder mest mag worden aangewend, het sinds 2008 verboden is om in twee gangen te bemesten, en onderwerken en de sleepvoet alleen nog gebruikt mag worden in combinatie met water op klei en veengronden, is de emissie flink gereduceerd. [b]Forfaitaire regionorm[/b] De vraag is welke rekenmethode er dan gevolgd dient te worden, om tot een juridisch houdbare vergunning te komen zonder dat de totale uitstootruimte van het bedrijf groter wordt. Bij12, de uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies, heeft een kaart Kansrijk spoor voor legalisatie PAS-melders van Nederland opgesteld met meer dan 200 regio’s, waarbij aan iedere regio een forfaitaire ammoniakemissie per hectare is toegekend. Die norm varieert per regio van circa 17 tot 37 kilogram ammoniakemissie per hectare per jaar. Deze norm zou gebruikt kunnen worden in een totaalberekening van het bedrijf. De vraag is wel of zo’n forfaitaire norm juridisch gezien hard genoeg is, omdat er geen onderscheid is gemaakt naar bouwland of grasland. Ook is zo’n forfaitaire norm een gemiddelde van een hele regio en gaat het bij een Nb-vergunning om een specifieke bedrijfslocatie, waardoor het beter is om cijfers per bedrijf en per perceel te hebben. De Raad van State buigt zich inmiddels over de hardheid van deze forfaitaire norm, in een zaak over de vergunning voor de woonwijk Delversduin in de gemeente Bergen (NH). Deze woonwijk ligt vlak bij het stikstofgevoelige Natura 2000 gebied het Noord-Hollands Duinreservaat. Het plangebied bestaat nu uit grasland, maar was lange tijd in gebruik als bollenveld. Doordat die percelen niet langer bemest worden, vindt er geen emissie meer plaats en kan die emissie gebruikt worden voor de uitstoot die vrijkomt bij de aanleg van de woonwijk. De Raad van State moet nog uitspraak doen. Maar als het deze mogelijkheid toestaat, kan de overheid deze vervallende emissie in heel Nederland natuurlijk ook zelf inboeken in de stikstofbank. Om daarmee ruimte te creëren voor PAS-melders. [b]Latente bemestingsruimte[/b] Het is juridisch gezien sterker om de berekening per perceel en bedrijf te maken. In het rekenvoorbeeld (zie kader) is uitgegaan van een gemiddeld melkveebedrijf op kleigrond dat in grondoppervlak gelijk is gebleven, maar in dieraantal is gegroeid. Uit het voorbeeld blijkt de uitstoot van het bedrijf via bemesting te zijn gedaald van 3.478 naar 1.257 kilogram ammoniak. Door het grotere aantal koeien en jongvee is de uitstoot uit de stal wel toegenomen van 956 naar 1.564 kilogram ammoniak. Wanneer dat met elkaar wordt verrekend, daalt de netto uitstoot van dit bedrijf met 1.613 kilogram. Op deze manier kan per bedrijf berekend worden hoeveel latente ruimte er aanwezig is. PAS-melders zouden dit voor hun eigen bedrijf kunnen berekenen. Afhankelijk van de bedrijfssituatie kan die ruimte in theorie al voldoende zijn om gelegaliseerd te worden. Waar dat niet voldoende is, zou die ruimte bij boeren in de omgeving die die ruimte zelf niet nodig hebben, tegen een passende vergoeding aangekocht kunnen worden door de provincie en rijksoverheid. Zij kunnen daarmee de PAS-melders legaliseren, zonder het risico te lopen op extra uitstoot. De rijksoverheid moet hier dan samen met de provincies wel een regeling voor instellen. Tekst: Robert Ellenkamp Rekenvoorbeelden: https://www.agraaf.nl/artikel/468033-latente-ruimte-bij-bemesting-oplossing-pas-knelgevallen/ [i]De redactie heeft het voorstel zoals beschreven in dit artikel voorgelegd aan het Inter Provinciaal Overlegorgaan (IPO): ‘De zorg voor de PAS-melders herkennen we. Deze hebben te goeder trouw gehandeld en moeten zo snel mogelijk worden gelegaliseerd. Het legalisatieprogramma van het ministerie moet zorgen voor legalisatie. Door verschillende uitgangspunten door elkaar te gebruiken en te bundelen, lijkt het beschreven voorstel een begaanbare weg. Dat is echter geen basis voor een generieke maatregel, maar hooguit voor een enkele specifieke situatie. Er is geen latente ruimte bij bemesten omdat het vergunningsvrij is. Er is geen garantie dat de depositie afneemt in het voorstel. De bewijslast voor de ‘bemestingsruimte’ is naar onze ervaring juridisch vaak zeer moeilijk hard te maken.’ [/i]

mob knalt emissie arme vloeren af

maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. De rechtbank acht een natuurvergunning dan noodzakelijk en is van oordeel dat de voersamenstelling in een voorschrift aan de vergunning zal moeten worden verbonden. Naarmate de agrariër meer vrijheid zal willen hebben, zal hij een buffer moeten aanleggen door minder dieren te gaan houden dan maximaal mogelijk is op basis van de Rav factor. - De met mest besmeurde oppervlakte per dierplaats. De wisselende oppervlakte per gehouden dier (afhankelijk van de veebezetting) is ook een oorzaak voor onzekerheid. Door het voorschrijven van een bepaalde oppervlakte per dierplaats kan deze onzekerheid worden weggenomen. Hierbij is wel van belang dat een agrariër niet verplicht kan worden om zijn volledige vergunning te gebruiken. Het voorschrift kan dan worden nageleefd door (afhankelijk van de veebezetting) delen van de stal af te sluiten voor de dieren zodat ze altijd dezelfde oppervlakte beschikbaar hebben. Hierdoor treden geen variaties op in de maximum emitterende oppervlakte. Gelet op het verschil tussen de oppervlakte in de stalbeschrijving en de oppervlakte bij vaststelling van de Rav emissiefactor zal een keuze moeten worden gemaakt en zal moeten worden bezien of deze keuze leidt tot een toename van de ammoniakemissie of niet. Met andere woorden, een agrariër kan er voor kiezen om een koe te houden op 4,5 m2 oppervlakte of op 5,5 m2 oppervlakte. Bij de keuze voor een grotere oppervlakte kan hij minder dieren houden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het vastleggen van de oppervlakte per dier of dierplaats als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Zolang sprake is van een verschil tussen de Rav factor en de stalbeschrijving, is er onzekerheid en is een natuurvergunning noodzakelijk. In de natuurvergunning zal de oppervlakte per dier of dierplaats in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. - Het onderhoud van de stal (schoonmaken) en de frequentie van de mestschuif. Verweerder en de agrariër kunnen ook kiezen voor verdergaande stalmanagement-maatregelen dan voorgeschreven in de stalbeschrijving. Bijvoorbeeld een hogere mestschuiffrequentie dan in de stalbeschrijving staat. Dit heeft een ammoniakemissiebeperkend effect. Ook dit zal moeten worden vastgelegd in een voorschrift omdat dit afwijkt van de aangevraagde stalbeschrijving. Deze maatregel kan als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Dan is een natuurvergunning noodzakelijk en zal de managementmaatregel in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. Conclusie 13. Bij de toetsing aan artikel 2.7 van de Wnb kan niet zonder meer van de haalbaarheid van de in de Rav genoemde emissiefactoren worden uitgegaan. De rechtbank is naar aanleiding van de bevindingen in het StAB-advies over de totstandkoming van de Rav factor van oordeel dat verweerder in dit geval niet van de Rav factor voor stalsysteem A.1.13 kon uitgaan. Gelet op de algemene onderzoeksrapporten kan verweerder ook niet van een gecorrigeerde Rav factor uitgaan. Het staat niet vast dat het project met het aangevraagde emissiearme stalsysteem daadwerkelijk zal leiden tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie. Er zijn veel factoren van invloed op de daadwerkelijke ammoniakemissie in een aangevraagd project. Er kunnen meerdere beschermingsmaatregelen worden getroffen. 14. Het beroep is gegrond gelet op rechtsoverwegingen 4, 10 en 11 van deze uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een bestuurlijke lus maar volstaat met een vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van vergunninghoudster met inachtneming van deze uitspraak binnen zes maanden na verzending van deze uitspraak. 15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 3,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1,5 punt voor het verschijnen op de zitting, 0,5 punt voor de reactie op het StAB-advies en 0,5 punt voor de overige reacties, met een waarde per punt van € 759,00, bij een wegingsfactor 1). Hiervoor wordt € 2.656,50 toegekend. De rechtbank kent daarnaast een vergoeding voor gemaakte deskundigenkosten toe van € 5.800,00, op basis van een ureninschatting van 48,50 uur vermeerderd met de duur van de zitting en een uurtarief van € 97,50 exclusief BTW. Het tarief en de gemaakte uren komen de rechtbank niet onredelijk voor. nu Brabant eist om stallen aan te passen geeft dit grote onzekerheid dus aanvraag van nieuwe vergunning geeft de MOB de mogelijkheid een zienswijze in te dienen met alle gevolgen van dien

"Als de rookpluimen zijn opgetrokken....."

Afgelopen donderdag 7 april brachten wij een persbericht uit waarbij wij met een advies kwamen over een mogelijke oplossing voor PAS knelgevallen. Wij richtte ons met dit advies aan de belangenclubs. https://www.stikstofclaim.nl/updates/oplossing-pas-knelgevallen-binnen-handbereik Hier werd door een aantal mensen/vertegenwoordigers heftig op gereageerd. Hier zal ik toelichten waarom we met dit advies kwamen. PAS melders en vrijgestelden behoren op basis van de wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) binnen een termijn van 3 jaar gelegaliseerd te worden. Daar is 1 jaar van over en er is tot nu toe nog niets gebeurd. Daarnaast is de groep PAS knelgevallen groter dan de omschreven groep in de Wsn. Wij zagen dat na de statenbrief Friesland de GGA vast ging lopen. Het wordt ook meer en meer duidelijk dat de provinciale GGA's er voor de vorm zijn, want de leegruimgebieden zijn al aangemerkt in het plan "Naar een ontspannen Nederland". Maar de ruimte voor de PAS melders moet komen uit de landelijke en provinciale opkoopregeling aangestuurd door de GGA's. En het wordt ook duidelijk dat het vrijwillige karakter minder wordt en de dwang groter.... De oogst van de provinciale beeindigingsregeling in 2021 was nul, vandaar de "woest aantrekkelijke" onteigening. Daarom bedachten wij een advies om een vangnet te bieden voor de PAS knelgevallen. Er is veel latente ruimte met een passende beoordeling (niet gebouwde vergunning). Door de beleidsregels is deze latente ruimte niet beschikbaar voor extern salderen. Alleen de ondernemer/eigenaar van de latente ruimte heeft de mogelijkheid om het zelf op te vullen. In ons persbericht gaven wij het advies om daar een keuze mogelijkheid aan toe te voegen, die bestond uit de emissie/depositie tegen een goede vergoeding gelabeld ter beschikking te stellen aan een depositie bank die dan weer ter beschikking zou kunnen komen voor het vangnet van de PAS knelgevallen. Niet meer, niet minder. De overheid zal hierin moeten faciliteren, maar dat is hun plicht op basis van de Wsn. De ondernemer en eigenaar van latente ruimte krijgt er een keuze mogelijkheid bij. En je zou zelfs breder kunnen kijken om bedrijfsbeeindigers ook een vrije keuze te bieden om depositieruimte voor legalisering tegen een vergoeding beschikbaar te stellen. Alles op basis van vrije keuze. En daar kan niemand tegen zijn! Want waar wil je als sector voor kiezen? Ondernemers een vrije keuze te geven of Ondernemers tegen een "woest aantrekkelijke" onteigening door de minister van hun erf te laten trappen. En ik heb nog nergens anders een plan gezien die sectorpartijen aandragen om dat laatste te voorkomen. En nu de GGA's overal sneuvelen komt die er ook niet .

Waarom zit het stikstofdossier muurvast? Omdat we niet lezen.....

Het stikstofdossier zit muur vast. 2 miljard investeringen aan stalsystemen trekken de vergunningverlening niet vlot. Ook allerlei sectorplannen zoals DE en CTM niet. Ze zorgen zelfs niet voor een verbetering van de natuurlijke kenmerken van een natuurgebied. Dat zal de komende weken ook meer en meer duidelijk worden. Maar waar ligt dat aan? Op 21 mei 1992 is de habitatrichtlijn vastgesteld. Hieronder Artikel 6 lid 3. Deze bepaling zorgt er voor dat het stikstofvraagstuk nooit opgelost gaat worden. En het wordt tijd dat iedereen eens goed kijkt naar dit artikel . Dus bestuurders en boeren lezen! En steek daarna alleen maar tijd om dit kabinet met hangende pootjes richting Brussel te laten trekken om het boetekleed aan te trekken en deze richtlijn werkbaar te maken. Hieronder de passage: 3. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden. En komt hier geen verandering in, dan zal binnen afzienbare tijd het volk lijden en de boeren hun akkers bewerken met paard en wagen om op die manier nog een schrale aalmoes van hun land te oogsten!

Inzet latente ruimte t.b.v. PAS-melders/interimmers/knelgevallen

Vraag aan John Spithoven; Agractie heeft eind 2020 het punt van het gebruik van latente ruimte om knelgevallen ingebracht tijdens besprekingen met LNV/DG Stikstof Hellen van Dongen. Dat zou niet mogelijk zijn om de volgende redenen (zie ook recente beantwoording aanverwante Kamervragen in foto); - PAS melding is illegaal sinds uitspraak RvS, de voorgaande situatie is geldig - Daarmee is ook de feitelijke hoeveelheid uitstoot (aantal dieren etc) wat onder de melding valt illegaal, en moet eerst compensatie plaatsvinden om te kunnen legaliseren zonder werkelijke stijging depositie. - De feitelijke emissies die onder PAS melding vallen zitten wél in Aerius, maar dus illegaal. - Deze legalisatie kan alléén gecompenseerd worden door eerst een feitelijk daling van de emissie/depositie te realiseren. Latente ruimte is geen feitelijke emissie, maar een fictieve emissieruimte op papier, en daarom niet inzetbaar om een feitelijke daling te realiseren. -Je realiseert namelijk geen feitelijke daling, wat wel vereist is volgens de uitspraak van de RvS. Rest ons te zeggen dat we de stikstofhoax belachelijke kolder vinden en het fundament; KDW en Aerius niet deugt! @john spithoven, zou je op deze uiteenzetting willen reageren?

brom


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: 61jr
Laatst online: 2mnd geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering