LTO voert spoedoverleg met landbouwminister Adema/ Waarschuwing John Spithoven

[quote]LTO Nederland voert komende week spoedoverleg met landbouwminister Piet Adema. Dat is de uitkomst van 'indringend contact' met minister-president Mark Rutte, diverse ministers en de top van het ministerie van LNV dat LTO naar eigen zeggen de afgelopen dagen had.[/quote] Bovenstaand bericht bereikte mij vanavond. De spanningen lopen tot het kookpunt. Maar ik wil elke belangenbehartiger waarschuwen om op dit moment niet met dit kabinet in gesprek te gaan. Ik zal hieronder op een transpartante en open manier uitleggen waarom ik deze waarschuwing doe. Het grootste knelpunt is op dit moment het verlies van derogatie met als gevolg een als maar meer en meer ontwrichtende mest markt. Als tweede de uitrol van het NPLG middels de internetconsultatie en de stappen die provincies zetten. Over dit laatste zeg ik nu niets. SSC komt voor een ieder met een uitleg wat de gevolgen zijn. Maar dan het eerste punt, het verlies van de derogatie. Mijn dringende advies, dit kabinet heeft bewust en willens en wetens de huidige chaos veroorzaakt. De handreiking deze week zal daarom de rechtspositie van alle leden van de belangenbehartiging en daarmee alle boeren schaden. Waarom? dat wordt in de volgende uitspraak uit Oostenrijk duidelijk. https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=212343&pageIndex=0&doclang=nl&mode=req&dir=&occ=first&part=1 De nitraatrichtlijn heeft tot doel de nitraten uit agrarische bronnen in wateren (grond en oppervlakte) onder de drinkwaternorm te brengen en vervolgens zorg te dragen dat er geen verslechtering op treedt. Deze norm is de 50 mg per liter. In bovenstaande uitspraak blijkt dat de nitraatrichtlijn onder het Unierecht valt en daarmee ook onder het Verdrag van Aarhus. Het verdrag van Aarhus, uit 1998, regelt voor een ieder inzage, inspraak en rechtsgang over emissie gegevens. Nederland heeft een landenrapportage, een actie programma en een addendum bij de EU commissie ingediend. Op basis van die aangeleverde gegevens (onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse kabinet), die voort vloeien als een verplichting van de Nitraatrichtlijn, heeft de EU commissie een besluit genomen over de derogatie van 2022 tot en met 2026. De EU commissie heeft dit met lidstaat Nederland gecommuniceerd middels de Derogatie beschikking. Vervolgens heeft het Nederlandse kabinet de derogatie beschikking via diverse uitvoeringsbesluiten onder gebracht in de Meststoffenwet. De minister heeft met deze handelswijze in strijd gehandeld met het verdrag van Aarhus. Elke ingezetene is het recht ontnomen op inzage, zienswijze en rechtsgang bij de landenrapportage, het actieprogramma, het addendum en de wijziging uitvoeringsbesluit Meststoffenwet . Als belangenbehartiging, hun leden en niet georganiseerden stilzwijgend bovenstaande dwaling accepteren , zullen zij hun recht op herziening verspelen. De minister en dit kabinet hebben de derogatie beschikking geaccepteerd en kunnen hier niet van afwijken. Daarom zullen zij ook niets in deze kunnen betekenen voor de boeren Maar belangenbehartiging, hun leden en niet georganiseerden kunnen wel wat doen. Dien komende maandag een herzieningsverzoek in met als motivatie in ieder geval het respecteren van het Unieverdrag en het verdrag van Aarhus. Mocht er behoefte wezen om inhoudelijke zaken op te voeren in het herzieningsverzoek, dan verwijs ik een ieder naar het beslisdocument van de EU commissie. In bovenstaande link (pre justitieel advies Oostenrijk) staat hoe een herzieningsverzoek gaat. Het is een hele lap tekst, ik heb op een zo transparant mogelijke manier geprobeerd uit te leggen wat de gevolgen zijn van een dealtje sluiten met dit kabinet, u accepteert stilzwijgend de gevolgen van het ontzeggen van het recht op inspraak, inzage en rechtsgang.

Zittingen bijplussen natuur

Er komen nog circa 950 zienswijzen ter zitting bij de rechtbank inzake bijplussen natuur Hieronder verslag zitting Middelburg Rechtszaak 06-02-2024 Middelburg Gistermiddag ondersteunde ik twee melkveehouders tegen de staat in rechtbank Middelburg. Beide melkveehouders donateurs SSC. Verdrag van Aarhus door staat niet aan voldaan. Staat bracht in dat alles volgens de regeltjes is gegaan er in eerste instantie maar 82 bezwaren waren en nu plots meer dan duizend. Staat bracht in alle data en kaarten zijn publiek toegankelijk . Heb ingebracht dat Staat volgens verdrag van Aarhus betrokken actief en volledig had moeten informeren over de maatregel en de gevolgen voor de betrokkenen. Dat is niet gedaan in 2013 bij de aanwijzing van de N2000 gebieden. Maar ook nu weer met het bijplussen is niet voldaan aan Aarhus en de Staat dus in gebreke Betrokken veehouders hadden veel eerder bezwaar aangetekend als de Staat wel had voldaan aan Aarhus in 2013 en bij het bijplussen en betrokken had gewezen op de gevolgen. Staat heeft dus betrokken bewust niet volledig geïnformeerd en bewust getracht bezwaren te ontlopen en daarmee de rechten van burgers geschonden. Kaarten en ecologische onderbouwing In tegenstelling tot wat de Staat beweerde zijn de kaarten met de verschillende habitats niet vrij toegankelijk maar is de NDFF database een betaalsite waar Bij12 de regie op heeft . Het gaat daarbij om de mogelijkheid tot inzage van hoeveel van welke soort aanwezig zijn op welke locatie welke groter is dan 1 are ( 10 meter x 10 meter) De op de RVO site geplaatste kaarten zijn niet volledig toegankelijk en de diverse plantensoorten en tellingen zijn daar niet beschikbaar. Ook ontbreken bij een deel van de aangewezen en bijgepluste habitats de ecologische onderbouwing . Iets wat een vereiste is om een habitat te mogen aanwijzen als te beschermen natuur. Voor de circa 950 bezwaarmakers wiens zaak nog gaat dienen Voor alle circa nog 950 bezwaarmakers wiens zaak gaat dienen de komende maanden richt op bovenstaande punten daar heeft LNV geen adequaat verweer en is LNV eerder al door de rechtbank Oost Brabant in gebreke gesteld. Maak werk van uw bezwaar ga naar de rechtbank en laat u zien en van u horen het heeft echt zin en nut omdat te doen

LTO ondertekent oproep aan formerende partijen over uitvoering klimaat- en energietransitie

Klimaatverandering vormt een steeds grotere uitdaging voor boeren en tuinders: risico’s worden groter en ook de inkomenspositie van boeren komt meer onder druk te staan. Tegelijkertijd wordt ook van de land- en tuinbouw gevraagd een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen voor 2030, zonder dat daar nog concrete afspraken over zijn gemaakt. Om te kunnen werken aan een duurzame agrarische toekomst is langjarig perspectief en stabiel investeringsbeleid nodig, zodat ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Bovendien moet er binnen de transitie aandacht zijn voor het verdienvermogen van de ondernemer, maar ook voor andere bedrijven en burgers moet de transitie betaalbaar blijven. Daarom is LTO medeondertekenaar van de oproep door een groep maatschappelijke partijen richting de formerende partijen om te blijven werken aan de klimaat- en energietransitie, waarbij duidelijk en consistent beleid cruciaal is.

Stikstofclaim deelt eerste tik uit aan Greenpeace en Staat in stikstofzaak

27 december 2023. De rechtbank heeft Stikstofclaim vandaag in het gelijk gesteld. Stikstofclaim verzocht de rechtbank om te mogen toetreden tot de stikstofzaak van Greenpeace als belanghebbende. Greenpeace en de Staat der Nederlanden waren hier fel op tegen, en trokken alles uit de kast om een toetreding te verhinderen. De rechter schoof de bezwaren van Greenpeace en de Staat terzijde, en besliste dat Stikstofclaim wordt toegelaten tot deze zaak. Nu moet de rechter óók de belangen van de aangeslotenen van Stikstofclaim meewegen. Greenpeace wil via de rechter afdwingen dat de Staat grote haast maakt met haar stikstofaanpak. Niet in 2035 moeten de kritische depositiewaarden in veel natuurgebieden worden gehaald, zoals de wet nu stelt, maar al in 2025. Dit is een van de vorderingen van Greenpeace. Greenpeace en de Staat der Nederlanden wilden samen de ‘degens kruisen’ in de rechtbank. Echter, daar heeft Stikstofclaim een stokje voor weten te steken. Greenpeace wilde het voorbeeld van klimaatactiegroep Urgenda volgen. Urgenda stapte naar de rechter en dwong de Staat tot strenger klimaatbeleid. Greenpeace hoopte hetzelfde kunstje te flikken voor het stikstofbeleid. Maar rekende even niet op Stikstofclaim. Stikstofclaim volgt veel stikstofrechtszaken en ervaart dat de landsadvocaat, die de Staat verdedigt, geregeld veel weggeeft in rechtszaken tegen NGO’s. Hetzelfde dreigde te gebeuren in de stikstof-rechtszaak van Greenpeace. “Je mag er in zo’n zaak niet op vertrouwen dat de Staat de belangen van de boeren verdedigt”, aldus Stikstofclaim. Greenpeace en de Staat zetten alles in het werk om te verhinderen dat Stikstofclaim zou worden toegelaten tot hun gerechtelijke procedure. Vandaag kwam de rechter met een uitspraak, die ging niet mee met de argumenten van beiden. Maar besliste dat Stikstofclaim wordt toegelaten. De rechter verklaarde Stikstofclaim ontvankelijk. Stikstofclaim komt op voor de belangen van de aangeslotenen. De rechtbank oordeelde tevens dat Stikstofclaim voldoende achterban vertegenwoordigt om te mogen opkomen voor de boeren die worden getroffen door de extra stikstofmaatregelen die Greenpeace vordert. Het bestuur van Stikstofclaim is blij met de uitspraak van de rechter. De rechter wordt nu gedwongen ook de belangen van de boeren mee te wegen. En niet uitsluitend de belangen van Greenpeace en de Staat. De rechtszaak zal in het voorjaar van 2024 aanvangen. Naar verwachting zal deze zaak één of enkele jaren in beslag nemen. [i]Steun Stikstofclaim financieel in de zaak tegen Greenpeace U kunt ons helpen om Greenpeace en de Staat juridisch aan te pakken. Doe een vrijwillige financiële donatie aan Stikstofclaim en help ons de strijd voort te zetten. Als richtbedrag kunt u denken aan bijvoorbeeld € 150. Maak uw donatie over op rekeningnummer NL64ABNA 0863 5259 03 t.n.v. Stichting Stikstofclaim. [/i]

Minister te kort door de bocht met wijzigingsbesluit voor Natura 2000-gebieden

's-Hertogenbosch, 15 december 2023 De minister voor Natuur en Stikstof heeft een wijzigingsbesluit (Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden) genomen zonder dat zij daarvoor bepaalde stukken ter inzage heeft gelegd. De rechtbank Oost-Brabant geeft de minister nu de tijd om agrariërs die in beroep gingen alsnog de gewenste stukken toe te sturen. Ook krijgen de agrariërs de tijd om daarop te reageren. Vanaf 2008 zijn er door de overheid aanwijzingsbesluiten voor alle Natura 2000-gebieden in ons land genomen. Daarin staan alle habitattypen en soorten genoemd die beschermd moeten worden. Bij die besluiten is de overheid een aantal typen en soorten vergeten en ook staan er typen en soorten op die niet aangetroffen zijn. De minister voor Natuur en Stikstof nam daarom in november 2022 een wijzigingsbesluit om dit te herstellen. Een groot aantal agrariërs dat hun bedrijf in de regio van de Natura 2000-gebieden heeft, stapte daarop naar de rechter. Zij vrezen kort gezegd voor de gevolgen van deze wijziging voor hun bedrijven. Bij alle rechtbanken in Nederland lopen rechtszaken. Vandaag doet de rechtbank Oost-Brabant uitspraak in de zaken die hier lopen. De agrariërs in deze zaken stellen onder meer dat de minister niet alle relevante stukken die nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerpbesluit en het definitieve besluit ter inzage heeft gelegd. De zogeheten habitattypenkaarten en het documentatiemateriaal waarop de kaarten zijn gebaseerd, waren niet openbaar beschikbaar. Een habitattypenkaart maakt zichtbaar waar de beschermde waarden in een Natura 2000-gebied zich concreet bevinden (en waar niet). Ook stellen de agrariërs dat het hen onmogelijk wordt gemaakt om te procederen tegen het wijzigingsbesluit, omdat onduidelijk is op welke habitattypenkaarten het besluit is gebaseerd. Daarmee is ook onduidelijk waar de toegevoegde habitattypen in het gebied voorkomen of zijn voorgekomen en kan dat niet worden gecontroleerd. Standpunt minister De minister erkent dat zij de habitattypen en het onderliggende documentatiemateriaal niet ter inzage heeft gelegd bij het ontwerpbesluit of het definitieve besluit. De kaarten worden gemaakt door de betrokken provincies en ministeries; zij zijn de bronhouders. Slechts een deel van de kaarten en documentatie wordt gepubliceerd op internet. Daarom koos de minister ervoor om niet zelfstandig alle kaarten ter inzage te leggen. In plaats daarvan wees zij op de mogelijkheid tot het opvragen van achtergronddocumenten bij het klantcontactcentrum van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De minister meent dat dit afdoende is. Oordeel rechtbank De minister heeft een openbaarmakingsplicht; een bestuursorgaan moet uit eigen beweging informatie verstrekken. Doel van de terinzagelegging is onder andere dat betrokkenen kennis kunnen nemen van het (ontwerp van het) besluit. Dan kunnen zij de gegevens en de aannames waarop het besluit is gebaseerd, controleren en de keuzes in het besluit beoordelen en afwegen of zij daartegen willen opkomen. Het is niet de bedoeling dat betrokkenen om inzage van de ontbrekende stukken moeten vragen. Dat zou inspraak belemmeren en drempels op kunnen werpen om te gaan procederen. In dit geval heeft de minister dus niet voldaan aan de openbaarmakingsplicht. Zij had de kaarten actief openbaar moeten maken en kon niet volstaan met verwijzen naar het klantcontactcentrum van RVO. De rechtbank doet vandaag een tussenuitspraak in deze kwestie. De minister heeft de rechtbank intussen afdrukken van de habitattypenkaarten van alle betrokken gebieden toegezonden. De agrariërs kunnen hiervan kennisnemen. Als dit niet voldoende is kunnen zij tot 19 januari 2024 verzoeken om inzage in habitattypenkaarten of toezending van achtergronddocumenten van specifieke habitattypen of soorten in Natura 2000-gebieden. De agrariërs zijn vervolgens tot 31 maart 2024 in staat om, als ze dat willen, de toevoeging van specifieke habitattypen en soorten onderbouwd te betwisten. De rechtbank beoordeelt daarna hoe verder te gaan in deze zaak. Uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2023:5852

Hoe oa Zuivelnl bijdraagt aan krimp 1000den melkveebedrijven

Gisteren kwam middels een kamerbrief het langverwachte onderzoek naar buiten over de werking emissie arme huisvesting. Dit gaat grote gevolgen hebben voor vele bedrijven. Ik had nog een belofte in te lossen van gisteren. https://www.prikkebord.nl/topic/310573/#p2150880 Onder invloed van wetgeving is de sector al jaren bezig met emissie reductie via huisvesting. Industrie investeerde in technieken om aan die behoefte te voldoen. Er werd een idee bedacht, op basis van een berekende emissie per dierplaats werd er een proefstalstatus bij ministerie van I en W aangevraagd. I en W had een protocol op gesteld hoe stalsystemen een definitieve status konden krijgen. Middels een protocol moest de industrie metingen laten uitvoeren. I en W verantwoordelijk voor het protocol en de definitieve registratie maar niet voor de metingen. Meten van ammoniak in een open rundveestal is bijna ondoenlijk. Invloeden van buitenaf beïnvloeden de resultaten. Om een voorbeeld te geven, de gangbare emissie factor is ontstaan op het voormalige IMAG in Duiven. 15 droge koeien werden gehouden in een gasdichte bunker waarbij alle input en output gemeten werd. Dus meten in een open stal is nogal een issue. De definitieve erkenning met de meetresultaten werden opgenomen in de RAV lijst. Zonder een waarde oordeel er aan te vellen, zien we dat industrie systemen gingen produceren op basis van licentie en de licenties onder gebracht werden bij lege BV's Van begin af aan was er twijfel over de behaalde reductie. Een CDM rapport uit 2021 wakkerde dat aan. Vooral in de pluimvee en varkenshouderij werd op basis van een mineralen balans een enorm stikstofgat geconstateerd. Tegelijkertijd deed het CBS een niet wetenschappelijke data studie op basis van de verhouding N en P in mestmonster van diverse stalsystemen. Deze laatste twee onderzoeken worden veel in rechtszaken de door de MOB aangehaald om nieuwe projecten met emissie arme technieken onderuit te halen. WUR wilde in 2021/2022 de data studie van CBS valideren. Zij deden een data verzoek bij het bestuur van Zuivelnl om de KLW data base te gebruiken. Het benoemde bestuur van Zuivelnl (die geen verantwoording schuldig is aan de melkveehouders) besloot de database van de KLW te delen. Het resultaat had ik in concept in april hier al geplaatst en de minister gisteren middels de kamerbrief. Conclusie, de N/P methode is valide en de resultaten hebben inmiddels een wetenschappelijke significantie. De minister zegt nu dat dit geen gevolgen heeft voor bestaande stallen. Dat is onzin. Elke (onherroepelijke) vergunning waar de emissie arme huisvesting in opgenomen is, is vogelvrij en kan door de MOB met succes aangevochten worden op basis van een arrest nov 22. Directe gevolgen: Bedrijven die een nieuwe vergunning (moeten, IOV NB) aanvragen hebben direct problemen met hun al bestaande emissie arme huisvesting. Indirectie gevolgen: Onherroepelijke vergunningen met emissie arme huisvesting vogelvrij. En met de wetenschap van licenties in lege BV's en de grote risico's voor vergunningen had het benoemde bestuur zonder toestemming van de boer nooit deze data mogen delen!!!!! En zo kom ik bij mijn stelling: Zuivelnl en MOB hebben 1 ding gemeen, de ene onbedoeld, de ander bewust, maar ze dragen beide bij aan forse krimp in de melkveehouderij. En waar zit de verantwoordelijkheid in dit debacle? Procotolhouder I en W? Licentiehouders met lege BV's? Domme bestuurders? Misschien is het wat voor het benoemde bestuur van Zuivelnl om hun geweten schoon te poetsen en dat ze een bodemprocedure starten door de schade van de disproportionele last te verhalen...........

Stikstof depositiebeleid verlaten voor emissiebeleid: quick win of quick big loss?

[b]Persbericht Stikstofclaim.[/b] Het afgelopen jaar hoor je steeds vaker de roep om te stoppen met het huidige stikstofdepositiebeleid en over te stappen op stikstofemissie beleid. Met dit opstel geeft het bestuur van de Stichting Stikstof Claim weer wat daarvan de gevolgen (kunnen) zijn. De huidige, op depositiebeleid ingerichte wetgeving, kent veel onvolkomenheden en politiek, belangenbehartigers en wethandhavers lopen op allerlei punten vast in de uitvoerbaarheid van de regelgeving. De onzekere positie van PAS-melders en interimmers, maar ook de gevolgen voor andere maatschappelijke activiteiten als een simpel evenement in de buitenlucht op het platteland, worden “plots” door overijverige ambtenaren en bange bestuurders (wethouders/gedeputeerden) tegen gehouden. De roep om een alternatief is dan ook te verwachten want de huidige minister van Natuur en Stikstof is niet in staat om een perspectief te schetsen dat er op afzienbare tijd acceptabele oplossingen komen voor de huidige knelpunten. Sterker nog, er komen steeds meer aanvullende beperkingen die oplossingen verder vertragen of zelfs onmogelijk lijken te maken. En ja, ze lacht er ook nog bij. Maar is de roep om stikstofemissie beleid dan “The Silver Bullit” waardoor we alle ellende achter ons kunnen laten? Volgens Stichting Stikstof Claim is dat zeer zeker niet het geval. Sterker nog, de zogenaamde oplossing is erger dan de kwaal. [b]We zetten de argumenten op een rij: Huidige vergunninghouders[/b] De bedrijven die momenteel over een NB vergunning beschikken hebben bij het huidige beleid een nagenoeg niet aan te tasten rechtszekerheid. Helemaal sinds het onderzoek van de UvA waarbij de emissie van een bedrijf tot op vrij geringe afstand tot het bedrijf van ongeveer 300 meter tot max. 500 meter is te herleiden tot dat bedrijf. Hierdoor is de mogelijkheid voor de Staat of een lagere overheid om een bedrijf te onteigenen, met als reden de stikstofdepositie op natuur, wetenschappelijk/juridisch nagenoeg onmogelijk geworden. Immers er is maar een beperkt aantal bedrijven dat binnen 500 meter van een stikstofgevoelig hexagoon liggen. [b]PAS-melders[/b] PAS-melders zitten momenteel in onzekerheid omdat hun PAS-melding rechteloos is geworden op 29 mei 2019. Echter, in de huidige WSN staat (dankzij Roelof Bisschop/Hans Maljaars SGP) dat de overheid wettelijk verplicht is de PAS-melders 3 jaar na intreding van de WSN te legaliseren. Van die 3 jaar zijn inmiddels 21 maanden verstreken. Over 15 maanden zijn de PAS-melders óf gelegaliseerd óf ze kunnen met succes een beroep doen op handhaving van de wet en de overheid via de rechter dwingen te legaliseren. Echter, eerder al zijn hiervoor oplossingen binnen de huidige wet. [b]Interimmers[/b] Deze lijken nu buiten de boot te vallen maar ook hiervoor zijn oplossingen binnen de huidige wet. De oplossingen worden beschreven aan het einde van dit betoog/opstel. Waarom is emissiebeleid zo een groot risico?. Bij de overstap naar emissiebeleid komt er een nieuw referentiepunt. Los van de vraag of je de huidige vergunningen juridisch kunt intrekken en inruilen voor een emissie referentie komt meteen de vraag: “wat is het referentiepunt?” Is dat de huidige vergunning met latente ruimte of de huidige vergunning zonder latente ruimte?. Zijn het de gerealiseerde dierplaatsen die de referentie vormgeven of is het gemiddelde aantal gehouden dieren geregistreerd bij RVO de laatste 3 jaar de referentie? De politiek kan er voor kiezen om bij de overstap naar emissiebeleid een generieke korting te doen over alle bedrijven bij ingang van het nieuwe beleid. Onze inschatting is dat de politiek die kans niet laat lopen. Een dergelijke korting kan 10% tot 12% bedragen. Momenteel is na de invoering van varkensrechten en fosfaatwetgeving geen ander instrument waarmee de politiek tot een generieke korting kan komen. Uitzondering daarop is een convenant met sectorpartijen waarbij landbouworganisaties zelf hun achterban een stukje de afgrond inschuiven. Ook kan de politiek er voor kiezen de rechten voor een beperkte periode uit te geven en na bijvoorbeeld 10 jaar deze in te trekken, te herzien of aan nieuwe voorwaarden te laten voldoen (zoals in België). Emissie van stikstof meten, zelfs realtime meten, zien we hier en daar verschijnen als aangedragen oplossing. Ammoniak emissies zijn met enige inzet en kosten meetbaar in stallen waar alle lucht centraal via een debietmeter gaat met ammoniakconcentratie meting en ook als het centraal de stal verlaat via 1 of 2 buizen met daarin ook debietmeters, die de m3 verplaatste lucht meten, en een ammoniakconcentratiemeter. Echter juridisch houdbaar zijn deze oplossingen nog niet gebleken. In open ligboxenstallen en stallen voor pluimvee en varkens met uitloop zijn emissie metingen niet nauwkeurig te doen behoudens daar waar zich binnen 300 meter geen andere stallen bevinden die de metingen kunnen beïnvloeden. Verder zijn er dan nog steeds grote onnauwkeurigheden in de metingen tussen de 30% en 60% dus ook niet houdbaar bij de rechter. Ook het berekenen van stikstof emissies per bedrijf kent de nodige onnauwkeurigheden waardoor de juridische houdbaarheid onzeker is. [b]Aarhus[/b] Het grootste risico bij de invoering van emissiebeleid en dus het uitgeven van stikstofemissie rechten is het verdrag van Aarhus. Volgens dat verdrag moet iedere burger van een lidstaat de mogelijkheid worden gegeven een zienswijze in te dienen bij projecten waarbij het milieu in het geding is. Reken maar dat Mobilisation van Johan Vollenbroek met of zonder medewerking van Volkert van der Graaf en een koppel links georiënteerde vrienden zich zal voorbereiden om voor alle veehouderijbedrijven een veelheid aan zienswijzen te gaan organiseren. [b]EU[/b] De huidige WSN en het beleid inzake uitvoering van de habitat richtlijn is voorgelegd en goedgekeurd in Brussel. Een nieuwe beleidsrichting zal niet binnen heel korte tijd goedkeuring van Brussel krijgen, daar gaat al snel een jaar of anderhalf over heen. [b]Tijd[/b] Dan is er nog een vrij funest bezwaar tegen de overstap van depositie naar emissie beleid en dat is tijd. Bij het huidige depositiebeleid is, zonder al te veel tijdrovende procedures, vrij snel tot positieve aanpassingen te komen omdat we vanwege de vele juridische procedures de afgelopen negen jaar vrij aardig weten aan welke knoppen we dienen te draaien. Overgaan op emissie beleid vraagt qua uitwerking en invulling in Nederlandse regelgeving op provinciaal en gemeentelijk niveau minimaal 2 jaar. Als de overstap wordt gemaakt van stikstofdepositiebeleid naar stikstofemissiebeleid is de wetgeving en de uitvoering pas echt hard als deze tot de hoogste rechter doormiddel van concrete rechtszaken is beproefd. Dus de onzekerheid voor ondernemingen of ze wel of niet over een harde vergunning beschikken bij emissiebeleid gaat vele jaren en tientallen uitspraken van de rechter duren. Jaren die we inmiddels bij het huidige stikstofdepositiebeleid achter de rug hebben en waarbij bijvoorbeeld de uitspraak over het Porthos project weer mogelijkheden heeft gebracht, ook voor andere bedrijven. Overstappen naar stikstofemissie beleid is dus geen risicoloze quickwin maar eerder een zeer risicovolle big loss. Bovenstaande overwegingen zijn voor Stichting Stikstof Claim redenen om de omissie in de huidige wetgeving te duiden en daarvoor constructieve en juridisch houdbare oplossingen aan te dragen die op redelijk korte termijn (binnen een jaar) realiseerbaar zijn. [b]Wat zijn dan die oplossingen?[/b] Voorzorgsbeginsel; ga meten. De huidige rechtspraak borduurt voort op het Europees bepaalde voorzorgsbeginsel. De rechter, tot aan de Raad van State aan toe, doet vaak de uitspraak dat niet met zekerheid is vast te stellen dat de natuur geen schade van een project zal ondervinden. Om dat te ondervangen zul je om te beginnen dus moeten weten wat de situatie in de natuur is. Wat is de toestand van de habitatten, wat is de mate van stikstofdepositie op die natuur en hoe zien de bodemanalysen van die gebieden er uit. Pas als je dat weet kun je beoordelen of 0,005 mol wel een significante bijdrage aan verslechtering gaat brengen of niet. Dus er moet weer worden gemeten in de natuurbodems iets wat tot 2011 ook gebeurde in het Trendmeetnet verzuring van het RIVM. Dit kan vrij eenvoudig op de meeste van de toenmalige locaties worden hervat en binnen een jaar heb je de eerste gegevens beschikbaar en kun je zien of er de afgelopen 12 jaar een verbetering of verslechtering heeft plaatsgevonden. Met die gegevens in de hand kun je hard maken of stikstofdepositie tot significante verslechtering gaat leiden en of de berekende depositie heeft kunnen leiden tot te hoge bodemvoorraden stikstof. De ons tot nu toe bekende onderzoeken door Stichting Agrifacts (Staf) en Agrio media laten zien dat dit op de Veluwe niet het geval is. De eerdere gegevens uit het Trendmeetnet verzuring tot 2011 geven ook geen aanleiding tot verontrusting. Naast bodemanalysen en het bemonsteren van het bovenste grondwater zal, hoe lastig het ook zal zijn, moeten worden overgegaan tot het meten van natte en droge depositie in natuurgebieden. Daarbij is herkomsttypering van die stikstofdepositie ook van belang. Immers, pas na echt depositiemeten in combinatie met bodemanalysen is een redelijke onderbouwing te geven of er ruimte is voor stikstofdepositie van een eventuele nieuwe activiteit. Het recente UvA onderzoek heeft laten zien dat stikstof vanaf een veehouderij na 500 meter niet meer meetbaar is te relateren aan die veehouderij. Stikstofdepositie in de natuur is dus maar heel beperkt te relateren aan individuele bedrijven en piekbelasters zijn nauwelijks aanwijsbaar. Onteigening op basis van stikstofdepositie op de natuur is nauwelijks mogelijk. Na het UvA onderzoek is dat wetenschappelijk en juridisch niet meer hard te maken. [b]KDW’s[/b] De Kritische Depositiewaarden worden gezien als de uiterste grens van welke stikstofdepositie nog toelaatbaar is op habitattypen. De KDW’s kennen een uitermate summiere onderbouwing die als enige drukfactor worden gehanteerd als beoordeling of het goed of slecht kan gaan met de natuur. Stikstof zal vast een drukfactor zijn voor stikstofgevoelige habitats. Echter, er zijn meer drukfactoren zoals verdroging, recreatie en slecht of onjuist beheer welke van invloed zijn op de toestand van de natuur. In Nederland wordt de toestand van de natuur geheel opgehangen aan het wel of niet overschrijden van de KDW en niet naar de daadwerkelijke toestand van de natuur. Gelukkig hebben een aantal politieke partijen ook in hun program staan dat de KDW niet de enige drukfactor is en dat er breder moet worden gekeken naar de natuur dan stikstof alleen. [b]Aerius[/b] Aerius is het rekeninstrument dat momenteel door de overheid als wettelijk instrument moet worden toegepast. Aerius kent geen validering met depositiemetingen en kalibratie is volgens de Rivm website niet mogelijk. Toch zijn er binnen Aerius (met blijvende onnauwkeurigheden) mogelijkheden om stikstofdepositie minder te overschatten dan nu het geval is. Het onderzoek van de UvA heeft hiervoor ook gegevens aangedragen. De veldemissie van ammoniak was in het 3-jarig onderzoek van UvA op twee bedrijven ongeveer 20 tot 30 kg lager dan nu in de rekenmodellen zit.Let wel dit is het meest langdurige en uitgebreide onderzoek dat de afgelopen 40 jaar is uitgevoerd en er is wereldwijd geen ander zo uitgebreid en langdurig onderzoek gedaan. Ook de droge depositie was op de bedrijven met een factor 2 tot 5 lager dan nu in de modellen zit. Daarnaast zit in de huidige modellen dat 80% van de ammoniak uit stallen naar de hogere luchtlagen gaat en 20% tot depositie in de nabije omgeving komt. Het 3-jarig UvA onderzoek stelt dat 91% van de emissie naar de hogere luchtlagen gaat en 9% van de emissie in de nabije omgeving van een stal tot depositie komt. Dat is een halvering en dan ook een zeer significante reden tot aanpassing van de modelwaarden. Bovenstaande kan het RIVM allemaal voorleggen aan het ministerie en zonder zelfs betrokkenheid van de Tweede Kamer kunnen deze aanpassingen worden gedaan. Het is een kwestie van willen. [b]Euros-Lotos[/b] Een andere mogelijkheid is om Aerius in te ruilen voor Euros Lotos. Het RIVM wil graag af van Aerius als instrument voor vergunning verlening. TNO heeft Euros Lotos beschikbaar en dat draait al in Duitsland. Sterker nog voor een aantal Nederlandse vergunningen met mogelijk grensoverschrijdende stikstofdepositie wordt nu al een Euros Lotos berekening gemaakt voor het Duitse deel. Om Euros-Lotos te gaan gebruiken zal LNV een aanpassing in de WSN moeten voorleggen aan de Tweede Kamer dat zou binnen een half jaar na de komst van een nieuwe minister moeten kunnen. [b]PAS-melders[/b] Zijn de PAS-melders te legaliseren ? Ja, dat kan. Legalisatie van de PAS-melders gaat niet leiden tot extra stikstofemissie. De huidige dieraantallen van de PAS-melders en interimmers zitten al in de huidige NEMA emissiecijfers en dus ook in Aerius. Legalisatie moet dan ook mogelijk zijn zonder aankoop van ammoniak. In de Porthos zaak heeft het ministerie van Economische Zaken een goede, uitgebreide argumentatie opgesteld waarom die activiteit van een vergunning kan worden voorzien. Dit zouden PAS-melders, in theorie, ook kunnen doen. Helaas kost dit een vermogen aan adviseurskosten. Mochten de Raad van State en de overheid van mening blijven dat voor PASmelders ammoniakrechten moeten worden aangekocht, dan is het mogelijk om, door een vrijwillige opkoopregeling voor latente ruimte (stal wel vergund, niet nog gebouwd) in werking te stellen, ammoniak rechten te verwerven. Pasmelders kunnen ook zelf ammoniakrechten kopen en deze declareren bij het LNV schadeloket. [b]Resume[/b] Al met al voldoende mogelijkheden om de onvolkomenheden binnen de huidige stikstofwetgeving op redelijk korte termijn te herstellen en juridisch houdbare vergunningen te houden en te verlenen. Het is niet een kwestie van kúnnen, maar wíllen landelijke en lagere overheden wel of geen oplossing. [b]Overstappen van stikstofdepositie beleid naar emissiebeleid is geen quick win maar heeft alles in zich om uit draaien op een big loss![/b] https://thumbs.boeren.online/groot/2023/38/7707-zwanen-in-de-herfst.jpg

Lubbert van Dellen: ‘Je kunt een veehouder niet afrekenen op depositie’

Uitkopen van piekbelasters heeft maar een heel beperkt effect op de stikstofdepositie in natuurgebieden. En voor een effectief stikstofbeleid moeten ook het transport en de industrie aan de bak. Dit stelt Lubbert van Dellen, secretaris van het Mesdag-Zuivelfonds, in een interview in de oktoberuitgave van Veeteelt en VeeteeltVlees. Verspreiding wetenschappelijk onderzocht Van Dellen baseert zijn conclusie op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) naar de verspreiding van ammoniak uit veestallen. In dit onderzoek werd met vijf verschillende meetmethoden rondom twee melkveebedrijven de depositie (neerslag) van stikstof gemeten. Dit gebeurde op vier verschillende afstanden en in vier windrichtingen van de stal. Hierdoor konden de onderzoekers bepalen hoe de stikstof uit ammoniak zich verspreidt. Lubbert van Dellen, secretaris Mesdag-Zuivelfonds: De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk dat het uitkopen van piekbelasters op meer dan 500 meter van een natuurgebied maar voor een heel klein beetje helpt om de stikstofdepositie op dit specifieke natuurgebied te beperken Negentig procent stikstof in ‘deken’ Slechts tien procent van de stikstof slaat neer binnen een straal van 500 meter van de stal. Dit betekent dat 90 procent van de stikstof die de lucht in gaat, terecht komt in de zogenaamde ‘stikstofdeken’ op grote hoogte. ‘De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk dat het uitkopen van piekbelasters op meer dan 500 meter van een natuurgebied maar voor een heel klein beetje helpt om de stikstofdepositie op dit specifieke natuurgebied te beperken’, concludeert Van Dellen. Ook transport en industrie moeten reduceren In het onderzoek is ook gekeken naar de bijdrage van verschillende sectoren aan de stikstofdepositie. Dicht bij de stal is driekwart van de neergeslagen stikstof afkomstig uit ammoniak uit de veehouderij en een kwart uit stikstofoxiden uit transport en industrie. Vanaf 300 meter van de stal heeft driekwart van de neergeslagen stikstof verkeer en industrie als bron en slechts een kwart de veehouderij. ‘Ook andere sectoren zullen dus vol aan de bak moeten om de stikstofdepositie op natuurgebieden te verminderen’, concludeert Van Dellen. ‘En als verkeer en industrie de ruimte krijgen om emissies te verlagen via innovatie in plaats van krimp, dan zal ook de veehouderij die ruimte moeten krijgen.’ Van depositie- naar emissiebeleid Van Dellen rekent erop dat de uitkomsten van het UvA-onderzoek invloed zullen hebben op het toekomstig stikstofbeleid. ‘We moeten van beleid dat stuurt op depositie naar beleid dat stuurt op emissie’ , stelt hij. ‘Dit onderzoek laat zien dat je veehouders niet kunt afrekenen op de stikstofdepositie op een specifiek natuurgebied. Het beleid zou veel meer gericht moeten zijn op vermindering van de ammoniakemissie door alle bedrijven. Bedrijven uitkopen kost de Nederlandse Staat veel geld. Dit geld zou veel effectiever besteed kunnen worden aan emissiebeperkende maatregelen door alle veehouders.’ Een uitgebreid interview met de secretaris van het Mesdag-Zuivelfonds is te lezen in de oktobernummers van Veeteelt en VeeteeltVlees die eind deze week verschijnen.

Motie - Zo snel mogelijk overstappen naar een op emissiereductie gericht beleid

Dit is de motie in het betreffende topic van John: https://www.prikkebord.nl/topic/316188/ Voorgesteld 17 oktober 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het recente rapport van de UvA, «Stikstofdepositie rond melkveebedrijven: ruimtelijke en temporele patronen», de eerdere stellingname van prof. Wim de Vries van de WUR bevestigt, namelijk dat er alleen een reële relatie is te leggen tussen emissie en depositie van ammoniak binnen een straal van 500 meter; overwegende dat in het huidige stikstofbeleid vooral gestuurd wordt op modelmatige depositiereductie; overwegende dat de Minister voor Natuur en Stikstof heeft aangekondigd de mogelijkheden voor het meer sturen op emissiereductie te verkennen; verzoekt de regering de resultaten van deze verkenning binnen een maand naar de Kamer te sturen en zo snel mogelijk – afgezien van de eerste 500 meter buiten een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied – over te stappen naar een op emissiereductie gericht beleid, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Vedder Van Campen Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2023Z17607&did=2023D42657

jan-cees


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 4u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering