Mogelijk alle vergunningen waardeloos: Wetvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering: TOELICHTING

Op 13 oktober 2020 stuurde de minister een kamerbrief naar de kamer met de titel wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering. Daarbij zat ook een memorie van toelichting. De eerste dag waren er enkele reactie zoals "Niets nieuws" (LTO) en "het licht gaat uit"(NMV). Inhoudelijk is er nog niet gereageerd. Vreemd, omdat de wet al op 20 november 2020 door de kamer behandeld wordt en enkele dagen daarna in stemming gebracht wordt. Daarna de eerste kamer en met een beetje pech is de volledige veehouderij voor het eind van het jaar al zijn rechten kwijt. Achter de schermen wordt er wel wat onvruchtbaar overlegd, maar geeft weinig hoop. Wat is de bedoeling van LNV In 2030 moet er op 50 % van de N2000 gebieden de KDW gehaald zijn middels een resultaatverplichting (dreigement is krimp) . Dat is op zich bijzonder, want een fatsoenlijke onderbouwing voor de KDW ontbreekt. LNV wil dit bereiken door gedwongen de komende 10 jaar de emissie te laten dalen op onze bedrijven, en wel met 26 %. In de kamerbrief van 24 april werd aangegeven dat de emissie verlaagt kan worden met een voermaatregel, meer weidegang en watertoevoeging bij de aanwending van mest. In de kamerbrief van 13 oktober heeft lnv het over gedwongen stalmaatregelen. Eind 2023 gelden er nieuwe normen emissie ammoniak voor nieuwbouw en renovatie en in 2025 moeten ook bestaande stallen worden aangepast rekening houdend met een overgangstermijn (afschrijving) Maar feitelijke implementatie over de maatregelen ontbreken nog. En de verwachting is dat er nog meer wetgeving aan komt over stikstofreductie. Maar dan de gifkikker uit de hoed van LNV. Het Wetvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering wordt ondergebracht onder de nieuwe Omgevingswet die ingaat op 1 januari 2022. Alle bepalingen van de nieuwe omgevingswet zijn dan ook van toepassing op het wetsvoorstel stikstofreductie en natuurherstel. Dat betekent waarschijnlijk ook dat elke Nbw/Wnb gaat vallen onder het overgangsrecht. Of te wel alle bestaande rechten op het gebied van vergunningen konden op termijn wel eens waardeloos worden. Elk bedrijf kan dan naar het omgevingloket voor een nieuwe vergunning met de nieuwe bepalingen omtrent stikstof. Tevens kan de overheid sturen waar zij mogelijk nog wel of geen veehouderij wil hebben. Ook kan zij aanvullende eisen gaan stellen, zoals verplichte weidegang of grondgebondenheid. Dit loopt uit op een regelrecht drama. Dus belangenpartijen, of jullie nu van de LTO, Agractie, NMV enz zijn. Het wordt tijd om wakker te worden. Deze wet bied voor de knelgevallen geen enkele redding en zorgt voor een grote annexatie van emissierechten door LNV. Nu moet de wet nog door de tweede en eerste kamer heen. De tweede kamer zal geen probleem zijn voor LNV. Maar omdat velen bij de provinciale staten verkiezing niet het advies van 1 der belangenclubs heeft opgevolgd , is er in de eerste kamer een grote oppositie partij ontstaan die misschien met een verstandige rechtse partij deze wettelijke dwaling tegen kan houden.

Wanneer gaat de FRC onderneming leveren.

Melkweb zondag 25 oktober 2020 Wanneer gaat de onderneming leveren? L.L.J. Bleumink (Leon) Melkveehouder, district Achterhoek-Liemers Met enige verbazing volg ik de discussie over de financiering van onze coöperatie. Al enige jaren maak ik me grote zorgen over diverse grote financiële missers/ beslissingen die juist mede, naast de vergrijzing, de oorzaak zijn van de discussie waarin we nu verzeild zijn geraakt, namelijk de winstgevendheid en daarmee ook de toevoeging aan de algemene reserve van de onderneming. En juist dat lijkt nu totaal te worden vergeten in de discussie over de financiering van Friesland Campina. Al jaren ga ik naar vergaderingen en stel ik kritische vragen over de missers zoals in Belgie (fabrelac) en Pakistan (Engro Foods) Het valt overigens niet mee om als lid hier goede informatie over te krijgen, meestal worden vragen afgedaan met “het ligt genuanceerder dan jij stelt”. Een recenter voorbeeld ligt hier in Nederland. In december 2015 besluit FrieslandCampina de kaasfabriek in Rijkevoort te sluiten. Voor 68 mensen werd het sociaal plan (met bijbehorende kosten) uit de kast getrokken. Echter, op 28 mei 2018 bericht vakblad Boerderij dat de kaasfabriek toch open moet blijven en gaat investeren in de locatie. “Er wordt weer geïnvesteerd in de kaasinstallaties en er moeten enkele tientallen mensen bij komen, in de functies van procesoperators tot ondersteunend personeel.” De heroverweging is het gevolg van voortschrijdend inzicht, zo wordt gemeld. Verbazend is dan ook dat op 02-07-2020 de top van FC vervolgens weer besluit om de fabriek toch te sluiten. 86 banen verdwijnen waarvan er 56 in vaste dienst waren. Het is volgens de directie om bedrijfseconomische redenen niet langer meer verantwoord de fabriek in Oost-Brabant, die deels werkt met verouderde machines, nog langer open te houden. Dus binnen een tijdsbestek van 4,5 jaar wordt besloten om een fabriek te sluiten, kosten gemaakt, toch open te houden, kosten gemaakt, toch weer te sluiten, wederom kosten gemaakt. Van het gemelde voortschrijdend inzicht is toch echt weinig te merken.   In iedere onderneming heb je succesvolle en minder succesvolle investeringen. Toch lijkt het de laatste jaren kenmerkend te zijn en haar weerslag te hebben op de uiteindelijke resultaten. Wat ik daarnaast opvallend vind is het repeterende verhaal van dhr. Schumacher dat de resultaten in ‘verre’ landen worden beïnvloed door tegenvallende wisselkoersen en politieke instabiliteit. Een onbegrijpelijke klaagzang aangezien dhr Schumacher toch ook moet weten dat dit inherent is aan investeringen in ‘verre’ onstabiele landen. Dit hoor je als internationaal opererend bedrijf in te calculeren. Daarnaast staat de verkoop van zekere winstmakers dicht bij huis zoals Creamy Creation en stremselfabriek CSK food haaks op de gevolgen van het gevoerde beleid.   In 2016 stelde Frieslandcampina naar een omzet te streven van 15 miljard euro in 2020. Daarbij moest de waardecreatie omhoog. Deze twee belangrijke peilers zijn bij lange na niet gehaald. In 2016 werd 362 miljoen winst gehaald bij 10,8 miljard liter melk met 21927 medewerkers, waardecreatie (prestatietoeslag plus reservering ledenbligaties) 3,44 Euro per 100 kg melk. In 2019 werd 278 miljoen winst gehaald bij 10,0 miljard liter melk met 23816 medewerkers, waardecreatie 1,38.   Daarnaast hebben we een aanpassing van de garantieprijssystematiek gehad waardoor de garantieprijs ongeveer een cent lager is, cumulatieve boekwinsten van ten minste 100 miljoen euro (bijvoorbeeld door verkoop van één of meerdere bedrijfsonderdelen niet mee te nemen bij de winstverdeling en er is tov 2016 10 % van de winst meer toegevoegd aan het eigen vermogen.   Om grote problemen te voorkomen moeten wij melkveehouders opnieuw gaan (in)leveren, die noodzaak zie ik ook wel. Maar om de slechte prestaties van de onderneming aan deze discussie voorbij te laten gaan kan niet. De belangrijke vraag voor mij is dan ook, WANNEER GAAT DE ONDERNEMING LEVEREN?

Weer een stikstofdomper na de sjoemelvloer nu de weidescheet

Denken we als sector er uit te komen met bronmaatregelen en meer weidegang, krijg je dit weer. Eerst werken de emissie arme vloeren niet en nu de weidegang die tegenvalt. Reductie via weiden is natuurlijk ook raar om te beredeneren wanneer je weet dat het weidegras meestal veel meer eiwit bevat dan de gewenste minimale hoeveelheid op rantsoenniveau. Gemiddeld is er best een kloppend rantsoen wanneer je het eiwitgehalte in vers gras compenseert met eiwit-arme bijvoeding op stal. Qua stikstofefficientie is nooit in de buurt te komen van rantsoenen die perfect uitgebalanceerd zijn verdeeld over de dag.

Stikstofreductie moet betaalde groene dienst zijn

Stikstofreductie moet betaalde groene dienst zijn Voor niets gaat de zon op. Als het aan Netwerk GRONDig ligt, geldt dat niet voor de bronmaatregelen die in het wetsvoorstel Stikstofreductie en Natuurverbetering staan. Een landelijke ammoniakreductie van 26% in 2030 voor de landbouw is een ambitieus doel. In de wettekst wordt uitgegaan van deelname aan de bronmaatregelen door melkveehouders zonder vergoeding: water bij mest; meer weidegang en minder eiwit in het rantsoen. Waarom zouden melkveehouders aan reductiemaatregelen gaan doen als daar geen betaling tegenover staat? Reduceren is een groene dienst. Betaling stimuleert deelname aan bronmaatregelen en maakt duurzaamheid tot verdienmodel. 2,5 miljard trekt het Kabinet de komende tien jaar uit voor bronmaatregelen, waarvan 1,5 voor landbouw en een miljard voor industrie. Het stoort GRONDig, het netwerk van grondgebonden melkveehouders, dat aanpassingen in het management op het melkveebedrijf die ammoniakreductie opleveren, niet direct aan de melkveehouder worden vergoed. Het Kabinet trekt zo’n 76 miljoen uit voor de bronmaatregelen meer weidegang en minder eiwit in het rantsoen, maar dit geld gaat vooral naar coaches en adviseurs. Melkveehouders zijn ondernemers, die een dienst kunnen leveren in de vorm van minder stikstof uitstoten. Dat kunnen zij vermarkten. Het is aan de melkveehouders zélf om te beslissen of zij daar kennis voor in moeten huren. “ Het Kabinet trekt 76 miljoen uit voor de bronmaatregelen ’meer weidegang’ en ‘minder eiwit in het rantsoen’, maar dit geld gaat vooral naar coaches en adviseurs. “ Vergund is vergund Melkveehouders met een legale vergunde situatie beschikken over stikstofruimte. Reduceren van stikstof kan voor deze groep geen verplichting zijn, want vergund is vergund. Om deze groep toch te stimuleren mee te doen aan het landelijke ambitieniveau is een vergoeding op zijn plaats. Het is aan de overheid om die gereduceerde stikstof op te kopen van de melkveehouder en vervolgens is het aan de overheid om deze beschikbare stikstof aan PAS melders te verstrekken of ter verdunning van de stikstofdeken in te zetten. Momenteel worden de bronmaatregelen besproken tussen het ministerie en sectorpartijen. Wil er schot in de zaak komen, dan zal het principe van de groene dienst voor ammoniakreductie een optie moeten worden. Dit hoort echt op tafel, anders voorziet GRONDig dat bronmaatregelen niet van de grond komen.

Hoe staat de gemiddelde boer tegenover het verpachten van een hoekje land (<1ha)?

Met een maat hebben wij het idee om een kleine akkerbouw-operatie op te gaan zetten. Omdat ruimte nogal schaars is (Randstad...) is dat verre van eenvoudig. Nu hadden we het idee om een aantal boeren direct te benaderen. We kennen persoonlijk geen boeren, dus kregen we het rare idee om misschien gewoon een mooie brief te schrijven en die bij een paar boeren door de bus te gooien. Met daarin de vraag: dit is ons idee, kunnen we bij u misschien (zeg in eerste instantie voor 2 jaar) een hoekje land pachten? Als het om minder dan een hectare land gaat, schijnt het verpachten redelijk eenvoudig te kunnen (geen makelaars, inschrijvingen, etc.), maar ja: hoe krijg je de boer zover? Zou de gemiddelde boer dit een ontzettend vreemde vraag vinden of verwachten jullie dat er misschien wel interesse uit zou kunnen komen? Wat zouden we moeten doen om maximaal interesse te wekken? Wat zou een vriendelijke jaarprijs zijn om voor te stellen voor, zeg, een hectare? Let alsjeblieft niet op de naam van mijn account. Weet niet hoe ik dit moet veranderen. Zal de brief natuurlijk met mijn echte Hollandsche naam ondertekenen..

het omkatten van zoogkoeien naar melkvee door het cbb

College van Beroep voor het bedrijfsleven Datum uitspraak 22-10-2019 Datum publicatie 22-10-2019 Zaaknummer 18/2175 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Inhoudsindicatie Msw. Fosfaatrechten. Op de peildatum 2 juli 2015 waren er op het bedrijf van appellante aanwezig een vaars en een koe, die verweerder als zoogkoe (diercategorie 120) had geregistreerd. De (drachtige) koe is eerst elders gemolken en stond droog. Zij is op 3 september 2015 overgenomen door een veehouderij waar zij heeft afgekalfd en nog één lactatieperiode is gemolken. Appellante heeft hiervoor voldoende bewijs geleverd en daarmee staat voor het College vast dat de door haar op 2 juli 2015 gehouden koe werd gehouden voor de melkproductie. Dat appellante zelf geen melkveehouderij heeft, doet daaraan niet af. Onder verwijzing naar de uitspraak van het College van 16 april 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:141) erkent verweerder dat hij voor de vaars fosfaatrecht moet toekennen. Beroep gegrond. Vindplaatsen Rechtspraak.nl JBO 2019/447 met annotatie van Meijden, D. van der Verrijkte uitspraa

OCR ( Officiele Controle Richtlijn) of Koemonitor (Leveringsvoorwaarden)

Al 9 maanden is er discussie binnen de melkveehouderij hoe de EU richtlijn 853/2004 uitgevoerd dient te worden. Deze week werd er door de Stichting Geborgde Dierenartsen (SGD) duidelijkheid gegeven. Zij zijn door het ministerie van Volksgezondheid aangesteld als uitvoerende dierenarts in de OCR. Alleen met deze certificering worden er exportverklaringen naar derde landen af gegeven door het COKZ, die toeziet op de uitvoering van de richtlijn. De brief van de SGD geeft daar duidelijkheid over. http://www.imail2u.nl/webversie?m=7552&c=87995&h=bo4G7KSYdt%2bgABCFS2UEZXpQyulpbWFpbDJ1d2Vi In deze brief staat het volgende: "'Op grond van de OCR dient de officiële controle met vereiste deskundigheid en onpartijdig en vrij van elk belangenconflict te worden uitgevoerd. Met de aanwijzing van de SGD dierenarts heeft de overheid beoogd dat deze deskundigheid en onpartijdigheid door de SGD wordt geborgd."" Daarnaast heeft een derde partij in opdracht van Zuivelnl koemonitor ontwikkeld. Begin dit jaar hebben de meeste zuivelfabrieken koemonitor opgenomen in hun leveringsvoorwaarden. Volgens de SGD zijn onderdelen van koemonitor geen vervanger van OCR. Dit betekent dat als de zuivelfabrieken op dit punt blijven vasthouden aan hun leveringsvoorwaarden, zij de export naar derde landen in gevaar kunnen brengen. De geborgde dierenarts kan geen onderdeel worden van deze leveringsvoorwaarden omdat zij dan niet meer onpartijdig zijn. Met de brief van de SGD wordt ook duidelijk dat koemonitor een bovenwettelijke maatregel is. Vandaar dat koemonitor ter toetsing is aangeboden aan de ACM, die daar recentelijk een onderzoek naar is gestart. Het wordt echt tijd dat melkveehouders weten waar ze na 9 maanden aan toe zijn! Dus wie neemt er de verantwoordelijkheid?

Bestuurlijk overleg stikstof - Agractie

Bestuurlijk overleg stikstof, LNV/Kabinet, doelstellingen en opgave. 6 oktober 2020 Bestuurlijk overleg stikstof Op maandag 28 september waren wij, samen met de meeste andere landbouwpartijen, in bestuurlijk overleg met LNV over stikstof reducerende maatregelen en andere gerelateerde zaken. Besproken zijn onze zorgen over de provinciale willekeur m.b.t. extern salderen, voortdurende onduidelijkheid over het oplossen van de ‘melders’ en bedrijven zonder NB vergunning, weglekstikstof, het ontbreken van een deugdelijk registratiesysteem met gescheiden registratie van NOx en NH3 en de voortgang in de verschillende werkgroepen. LNV/Kabinet Het ministerie stelt dat er, op basis van de Kamerbrief Aanpak Stikstof van 24 april, forse reductie opgaven voor de landbouw zijn met een duidelijke resultaatsverplichting. Het ministerie stelt dat de landbouw zelf voor de reductie/benodigde stikstofruimte moet zorgen voor het oplossen van de melders. Daarnaast moet gereduceerd worden om de ‘stikstofdeken’ te verlagen en zo een drempelwaarde mogelijk te maken. Tot slot heeft het Kabinet een forse reductiedoelstelling t.b.v. natuur om binnen 10 jaar in een groot aantal Natura 2000 gebieden onder de KDW te komen. Op zeer korte termijn zal er een Kamerbrief verschijnen die hieraan verder invulling geeft. Doelstelling Zoals eerder onder het Landbouw Collectief ingebracht heeft de sector mogelijkheden om emissie te reduceren door de drie sporen ‘water bij de mest’, ‘meer weidegang’ en ‘vermindering van eiwit in het voer’. Dit vergt echter maatwerk! De werkgroepen hebben hierover sinds juli enkele gesprekken gevoerd met ambtenaren van LNV, ook de werkgroep stikstofregistratie (SDRS) heeft zeer gedegen werk geleverd. Om in de werkgroepen verder te kunnen komen vraagt echter om heldere uitgangspunten, goede registratie mogelijkheden en geen stapeling van opgaven. Er is in de Kamerbrief van 24 april langjarig budget gereserveerd voor de verschillende maatregelen. Ons uitgangspunt is dat reductie aantrekkelijk moet zijn voor de individuele boer en niet tot kostenstijging of vermindering van toekomstperspectief mag leiden! Opgave Het is onze opgave om, in samenwerking met de andere landbouw partijen, te komen tot realistische en werkbare maatregelen die niet tot een kostenstijging zullen leiden op bedrijfsniveau. Goede registratie is noodzaak. Daarnaast op zeer korte termijn oplossen van ‘melders’ en bedrijven zonder NB vergunning die inmiddels al 1.5 jaar in onzekerheid zitten en geblokkeerd worden in hun bedrijfsvoering. Hiervoor zijn door de werkgroep SDRS verschillende oplossingen aangedragen. Dit geldt niet alleen voor bedrijven in de agrarische sector, maar ook bedrijven in andere sectoren zijn hierdoor getroffen. Zorgen Verschillende uitgangspunten en denkrichtingen in het beleid geven ons ernstige zorgen over de volgorde, haalbaarheid en betaalbaarheid van de voorgestelde maatregelen. Onder meer stapeling van opgaven leidt ertoe dat geen ruimte meer is voor gebiedsgerichte aanpak. U kunt erop rekenen dat wij geen verantwoordelijkheid zullen nemen voor maatregelen die niet realistisch, haalbaar en betaalbaar zijn, en zullen leiden tot een verdere verslechtering van de positie van de boer! Indien de ontwikkelingen in die richting gaan zullen wij gesprekken met LNV hierover stopzetten. Voor vragen kunnen leden ons mailen via info@agractie.nl.

Rijkuil


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 1jr geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering