Water als smeermiddel voor het probleem

Door Jack Rijlaarsdam, De Raad van State oordeelde vorige week dat de reductie die twee emissiearme vloeren leveren, juridisch gezien niet zeker genoeg is om als basis voor vergunningverlening te dienen. Snel uitgelegd: het effect van een vloer is onderzocht in vier proefstallen. De gemiddelde uitkomst hiervan is naar boven afgerond en is de factor waarmee gerekend mocht worden in de vergunning. Deze factor staat nu ter discussie en dus de vergunningen ook. Een vloerenfabrikant is gebaat bij een goede beoordeling, dus zal deze zorgen dat alles tiptop voor elkaar is in de proefstallen. Nieuwe rubbers onder de schuif, vaak schuiven en veel spoelen met water. Des te schoner de vloer in de stal is, des te lager de emissie. Een Brabantse melkveehouder gaf in de krant commentaar op de uitspraak van de rechter. Hij wist vanaf het begin al dat de vloer niet werkte. De rubber klepjes in de roosters bleven openstaan waardoor de ammoniak toch uit de kelder ontsnapte. Tegelijk was de melkveehouder zo eerlijk om te zeggen dat hij geen water gebruikte bij het schuiven, omdat daarvoor een tekort aan mestopslag op zijn bedrijf aanwezig is. Of dat handig van hem was, mag u zelf beoordelen. Des te schoner de vloer in de stal is, des te lager de emissie Onderzoekers en andere uitvreters staan klaar om nieuwe kostprijsverhogende maatregelen te bedenken, zoals sensoren om de ammoniakconcentratie te meten en dataloggers om dit te administreren. De melkveehouder gaf aan waar het manco zit. De vloer moet juist worden gebruikt. Nu kunnen we daarvoor een ambtenaar controles uit laten voeren, maar mijn idee is beter. Twee delen mest verdunnen met één deel water zorgt bij bemesten voor minder emissie. Om dit te stimuleren, komt er een subsidieregeling voor een wateropslagbassin. Ik pleit voor subsidie voor een mestbassin. De veehouder kan dan overmatig water gebruiken bij het schuiven van de vloer. De vloer blijft schoon, de klepjes sluiten netjes en de mest in de kelder en het bassin is al in de goede verhouding gemengd met water. De mest is gelijk klaar voor gebruik. De hoeveelheid gebruikt water kan eenvoudig worden aangetoond met een ouderwetse watermeter. Zo is de stalemissie goed geborgd en extra reductie bij uitrijden een mooie reden om subsidie te verstrekken.

Regeerakkoord: Landbouw, Natuur en stikstof

In Nederland leven we in een van de meest vruchtbare, maar ook dichtbevolkte delta’s ter wereld met een landbouwsector van wereldfaam. We willen onze unieke natuur beschermen, het verlies van biodiversiteit herstellen en perspectief bieden aan de agrarische sector. We investeren de komende jaren fors in een duurzame landbouw en in een robuust natuurareaal, om weer tot een balans te komen. Om de natuur in Nederland in goede staat te brengen kiezen we voor een brede aanpak die zich richt op de verscheidenheid aan gebieden. Die aanpak richt zich niet alleen op stikstof, maar ook op de (Europese) normen en opgaven van de waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit. Een gedifferentieerde aanpak zal leiden tot grote aanpassingen in het landelijk gebied. Daarmee maken we gebiedsgericht inzichtelijk wat de perspectieven zijn voor verschillende vormen van landbouw. Omdat deze aanpak langjarig, voorspelbaar en coherent beleid vereist, stellen we een ruimhartig transitiefonds in. We zetten de transitie in naar kringlooplandbouw met een goed verdienmodel, zodat boeren in staat gesteld en maatschappelijk gewaardeerd worden om de benodigde verandering te realiseren, waarbij jonge boeren toekomst krijgen. Daarbij verwachten we een niet-vrijblijvende bijdrage van banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de ‘retail’. - We brengen natuur en landbouw in balans door de transitie naar kringlooplandbouw voort te zetten op het terrein van voer, mest, bodem, pacht, dierenwelzijn en daarbij behorende innovaties. Met inzet van reststromen in veevoer, vervanging van kunstmest door organische mest en een grondgebonden melkveehouderij sluiten we kringlopen. Hierover worden afspraken gemaakt met toeleveranciers en de verwerkende industrie. We stimuleren nieuwe verdienmodellen zoals ‘bio-based’ bouwmaterialen, ‘carbon credits’ en stikstofbinding. Met langjarige overeenkomsten en een passende vergoeding vergroten we de mogelijkheden van (agrarisch-)natuur en landschapsbeheer. We creëren een tussenvorm van natuur- en landbouwgrond: landschapsgrond. Hiermee en door uitbreiding van natuurareaal vergroten we het leefgebied van kwetsbare soorten en brengen we de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn dichterbij. - Een Nationaal Programma Landelijk Gebied pakt de uitdagingen in de landbouw en natuur aan met een transitiefonds waarin tot 2035 cumulatief €25 miljard beschikbaar komt. In bestuurlijke afspraken met provincies worden voorwaarden vastgelegd aan het vrijgeven van rijksbudget. De Omgevingswet bevat het instrumentarium voor een onontkoombare aanpak voor natuurverbetering en een basis voor vergunningverlening. Met ecologische analyses stellen we vast wat nodig is om gebiedsgericht de opgaven ten aanzien van natuurherstel, klimaat en water te halen. Een ecologische autoriteit draagt zorg voor de wetenschappelijke en juridische borging van deze analyses. Een krachtige regie-organisatie ondersteunt dit proces en stuurt indien nodig bij. We maken per gebied ook inzichtelijk wat het toekomstperspectief voor de landbouw is. - We versnellen de doelstellingen in de wet stikstofreductie en natuurverbetering van 2035 naar 2030, waarmee dit in lijn komt met het advies van het adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes), waarbij alle sectoren hun evenredige stikstofbijdrage leveren. Ook in Europees verband zet het kabinet zich in voor stikstofreductie. - Om op verantwoorde wijze stikstofruimte uit te geven, werken we met goed onderbouwde kaders en eisen aan vergunningverlening. De integrale aanpak biedt op afzienbare termijn de basis voor ruimere vergunningverlening. Daarin zitten onzekerheden, gezien de grootte en de duur van de transitie. Mocht dit leiden tot onbedoelde effecten dan zal het kabinet deze effecten wegnemen met bestaand instrumentarium en waar nodig nieuw instrumentarium ontwikkelen. - In de gebiedsgerichte aanpak kunnen extensivering, omschakeling, innovatie, legalisering en verplaatsing helpen bij versnelling van verduurzaming in de landbouw. Daarbij wordt rekening gehouden met natuurlijk verloop in de sector. In gebieden waar de opgave tot emissiereductie en natuurherstel dermate groot is dat vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent, gaan we op het boerenerf het gesprek aan om samen te zoeken naar de mogelijkheden. - Met een grondbank vergemakkelijken we de instap voor jonge boeren en het vinden van ontwikkelruimte. Deze grondbank geeft vrijkomende grond uit te voor het extensiveren, omvormen en verplaatsen van bedrijven van boeren die graag door willen en voor natuur. - We versterken de positie van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Dit vraagt een aanzienlijke publieke investering in de publieke taken van de NVWA. Keuring en toezicht worden gescheiden. Daarnaast ambiëren we voor de retribueerbare activiteiten kostendekkende tarieven. We hervormen het tariefgebouw om te komen tot arrangementen en abonnementen die differentiëren naar bedrijfsgrootte en die goed gedrag en naleving belonen. - We intensiveren de ingezette omslag naar geïntegreerde gewasbescherming door het stellen van tussendoelen, bevorderen van innovatie en precisielandbouw, stimuleren van groene alternatieven en loskoppelen van verkoop en advies. We stemmen de normen voor het gebruik van middelen af op de Kaderrichtlijn Water. We doen onderzoek naar gezondheidseffecten bij boeren en omwonenden. - In navolging van het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden (2020) nemen we in overleg met boeren, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en andere ‘stakeholders’ het initiatief tot een convenant over de ontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij. Daarin maken we tevens afspraken over tijdshorizon, instrumentarium en financiële ondersteuning. Dit convenant vormt de basis van wetgeving die de komende kabinetsperiode in werking treedt voor een dierwaardige veehouderij in balans met de volksgezondheid. - Samen met ketenpartijen en de Autoriteit Consument en Markt maakt de overheid bindende afspraken om de positie van de boer in de keten te versterken. We verwachten een niet-vrijblijvende bijdrage van banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de retail. Waar nodig worden afspraken juridisch geborgd. Van supermarkten verwachten we transparantie over de wijze waarop hun gehele assortiment aantoonbaar duurzaam en diervriendelijk wordt, inclusief duurzaam inkoopgedrag en een eerlijke prijs voor boeren. We onderzoeken op welke wijze een bijdrage van de consument aan de verduurzaming van de landbouw vormgegeven zou kunnen worden. Om bewuste keuzes te stimuleren wordt in Nederland geproduceerd voedsel voorzien van een herkomstetiket. De overheid committeert zich bij haar inkoop aan duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel. - In de glastuinbouw is veel potentie om koploper te zijn in energiezuinige en circulaire productie van hoogwaardige producten. De sector kan zelfs CO2-postitief worden, maar leunt nu nog vooral op aardgas. We gaan deze overstap stimuleren in plaats van ontmoedigen. We creëren de randvoorwaarden om de glastuinbouw verder te verduurzamen en koploper te laten zijn in energiezuinige, circulaire producten. - Gezien de uitdagingen voor de visserij moet er voldoende ruimte en perspectief zijn voor innovatie en diversificatie. Meer: https://content05c1e.omroep.nl/urishieldv2/l27m151d94b96816091e0061b9f057000000.dbdac9c56a70d01f6da1e90851e96a94/nos/docs/15122021_coalitieakkoord.pdf

Boer John gooit het roer om: van melk naar honingbessen

Vijftien jaar geleden nam John Heesakkers de Janmiekeshoeve aan De Hei in Mariahout over van zijn ouders. Hij is de zevende generatie die op deze plek boert. Die eerdere generaties herkennen de Janmiekeshoeve straks niet meer. Van biologisch melkvee stapt John over op Agroforestry. Er komt geen melk meer van de hoeve maar wel kastanjes, walnoten, perziken, kersen en honingbessen. De eerste Heesakkers op de hoeve (Johan) bleef aan een boerendochter (Martha) hangen toen hij een stuk woeste grond achter de boerderij ontgon. Op die grond plant John nu weer bomen. Terwijl hij alles weet van koeien en melk, moet hij nu een oplossing verzinnen voor de reeën die in de lente aan het frisse groen van de jonge bomen knabbelen. "Klopt. Op m’n 55ste ben ik iets heel anders gaan doen maar dat geeft ook energie." John gebruikte als biologische boer al geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Omdat hij dat in zijn nieuwe bedrijf ook niet gaat doen, telt de grond straks mee voor het Ondernemend Natuurnetwerk Brabant. Mooi nieuws voor de provincie Brabant, die de grond meetelt bij de 10.000 hectare nieuwe natuur die voor 2027 moet worden aangelegd. Ook mooi nieuws voor John, omdat hij zo geld krijgt van het Groen Ontwikkelfonds Brabant dat met 250 miljoen euro uit de Essentgelden de motor moet zijn voor al die nieuwe Brabantse natuur. Johns bos verbindt straks de Lieshoutse Hei en natuurgebied Het Gerecht in Meierijstad. Over zijn grond kunnen dieren dwalen van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied. Zulke verbindingen geven de natuur extra adem. Een wandeling over Johns grond gaat ook door het kleine bos dat hij en zijn voorouders altijd hebben laten staan. John liet er een ven graven. Het werd een prachtig plekje dat ook al eens voor een theatervoorstelling is gebruikt. "Met een pop-uprestaurant erbij." Een gesprek met John is een gesprek met een boer die al een poosje op zoek is naar nieuwe mogelijkheden. Gewoon melkvee sprak hem niet meer aan. "Je levert heel veel melk en bent nooit degene die de prijs bepaalt."Hij kon zijn ei kwijt in de biologische melk, maar raakte verstrikt in de regels voor de fosfaatrechten. "Ik had voor veel geld meer fosfaatrechten kunnen kopen maar toen ben ik andersom gaan denken. Ik besloot juist mijn fosfaatrechten te verkopen en de opbrengst te gebruiken om met mijn bedrijf iets anders te doen. Voedsel produceren betekent niet automatisch melk leveren." Op zoek naar nieuwe ideeën kwam hij op de Dutch Design Week in Eindhoven terecht. "Het is fantastisch wat daar gebeurt. Via de contacten daar las ik het boek 'Herstellende Landbouw' over Agroforestry van Mark Shepard en toen dacht ik: ‘Dit is het, hier wil ik iets mee doen'." De financiële waarde van bosgrond is maar een vijfde van die van landbouwgrond. Bij de achttien hectare van John is dat een groot verschil. Economisch kan hij de stap alleen maar maken met de financiële steun van het Groen Ontwikkelfonds. "Iemand zei: ‘Ga eens langs bij de provincie. Als je in de buurt van een natuurgebied zit, is er wel iets te regelen'." Dat bleek zo te zijn. Inmiddels heeft John de eerste perziken geoogst. Tussen de bomen met vruchten en noten wil hij nog andere gewassen zaaien. "Spelt, lupine en graan." Hij noemt zijn bos dan ook geen ‘voedselbos’. "Ik wil iets meer controle. We gaan ook druppelslangen tussen de bomen leggen zodat we bij droogte water kunnen geven. We zitten hier wel op dat echte klapzand." Het is allemaal nieuw voor John, maar dat weerhoudt hem er niet van in hoog tempo nieuwe dingen te verzinnen. "Ik ben nu ook carbon farming aan het onderzoeken. Dat betekent dat ik betaald krijg voor de broeikasgassen die opgenomen worden door de bomen die hier gaan groeien." En dan meteen door: "Wist je dat er kastanjebier bestaat? Stel je voor dat we dat hier op de Janmiekeshoeve zouden gaan maken."

Mogelijke toekomst van het mestbeleid , N en P

Welke kant gaat Nederland op met de veehouderij? Het gevecht gaat over stikstof en de ruimte. LTO blijft vol houden aan technische bron maatregelen, naast het verkleinen van de sector. NMV is het spoor bijster en heeft op dit moment geen visie. Probleemstelling: Mineralenstromen zijn in onbalans, vergunningen bieden geen rechtszekerheid, rechtelozen door beleid en nationale ruimte behoefte.. Duidelijk is dat vergunning verlening stil ligt en bij ongewijzigd beleid niet vlot getrokken wordt, ook niet met de Wsn. Dus elke maatregel of plan van een belangenpartij die zorgt dat er een nieuwe of revisie vergunning aangevraagd moet worden, zorgen voor meer rechteloosheid. Voor NB wordt dit een spannende case. Ook derogatie loopt gevaar en politiek wil snijden in de staarten. Maar is dit nodig? Heeft iemand wel overzicht of voldoende feiten kennis? Even brainstormen Hoeveel grond is er nodig, er vanuit gaande dat de intensieve sector naast hun voedselproductie, met hun mestproductie in dienst staan van de grondgebonden sectoren. Melkveehouderij 13 miljard kg melk/16500 kg per ha is krap 800k ha(zorgt ook voor meer eiwit productie op bedrijf) Akkerbouw 550 k ha tuinbouw 100 k ha. Dan blijft nog 500k ha over voor woningen, industrie en natuur. Zie onderstaande afbeelding stikstifstroom. 507 miljoen kg N uit mest produceren we, daarvan gaat er 322 miljoen kg N verloren. Absurd. En om de boel nog verder uit balans te krijgen is er een kunstmest input van 222 miljoen N en via de output exporteren en verbranden we mest. Daarmee belasten we het klimaat twee keer. Te zot voor woorden. Bij de huidige productie is 1.5 miljoen ha land nodig en geeft dat een N druk van 340 kg N per ha en 110 kg fosfaat (P x 2.29). Wat is er nodig: Geld voor herverkaveling en opwaardering mest intensieve veehouderij en onderzoek betere benutbaarheid stikstof. Geen mest verbranden, maar kunstmest vervangen door opgewaardeerde mest Mestbeleid moet wijzigingen in andere plaatsingsnormen voor met waarbij kunstmest verdrongen moet worden door opgewaardeerde mest uit de intensieve veehouderij. Voordeel, enorme klimaat voordeel door kunstmest inwisselen. Daardoor neemt de stikstof druk in Nederland met een derde af. Daarnaast zullen we de overheid gezamenlijk moeten dwingen voor meer rechtszekerheid zodat we allemaal weer een vergunning krijgen omdat we laten zien dat we stikstof probleem ook werkelijk aanpakken, de stikstof deken verminderen en het belangrijkste : we houden de voedselproductie min of meer op peil. Waarom kan niemand nuchter denken?

’Immense veestapel drama voor natuur’

[b]Een hogere voedselprijs zou de boer in staat stellen om melk en vlees te produceren met minder kunstmest en minder gif, legt hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse uit. Door FRANK BERENDSE, HOOGLERAAR NATUURBEHEER[/b] In 1987 verhuisde ik van de Universiteit Utrecht naar Wageningen. Het eerste dat ik hoorde, was dat twee onderzoekers die de verontrustende omvang van de mestproblematiek signaleerden, door het ministerie op het matje waren geroepen. Hun rapport werd nooit gepubliceerd. Hetzelfde ministerie voelde zich overvallen toen ruim dertig jaar later de Raad van State besloot dat het mestbeleid niet deugde en anders moest. Rondom 1980 ging op een melkveebedrijf 85% van de stikstof in krachtvoer en kunstmest verloren door milieuverontreiniging met nitraat en ammoniak. Tegenwoordig is dat wat minder, maar Nederland is binnen Europa nog steeds onbetwiste koploper als het gaat om milieuverontreiniging met stikstof. De ammoniak uit mest en urine komt in de atmosfeer en daalt vervolgens neer op de Nederlandse natuur met dramatische gevolgen. Het gaat niet om een paar plantjes, maar om zo’n vierhonderd bijzondere plantensoorten die inmiddels uit Nederland zijn verdwenen of heel zeldzaam zijn geworden. Hetzelfde geldt voor vogels, vlinders en paddenstoelen. Geuren en geluiden De laatste vijftig jaar heb ik het Nederlandse landschap in razend tempo zien veranderen. Er is niets mis met verandering, maar veel natuurgebieden werden steeds leger en ook het kleurrijke boerenland dat steeds intensiever werd gebruikt, verloor niet alleen zijn kleuren, maar ook zijn geuren en geluiden. De luid roepende kieviten en grutto’s verdwenen, en in de Nederlandse polders verstomde zelfs het geluid van de tienduizenden veldleeuweriken die hier zongen. Niet alleen stikstof Om de omvang van de veestapel in stand te houden is veel kunstmest nodig voor gras en maïs, maar ook veel krachtvoer dat wordt ingevoerd vanuit Amerika. Daar neemt men het niet zo nauw met bestrijdingsmiddelen, terwijl de scheepsruimen behandeld worden met uiterst giftige stoffen om te voorkomen dat het scheepsruim bij aankomst leeg gevreten is door muizen en insecten. "Het probleem ligt bij de consument: bij u en bij mij" Het landbouwgif in het krachtvoer komt via het rundvee in de mest en vervolgens op het land. Dat heeft nogal wat gevolgen voor insecten in de wei en daarmee voor de vogels. Een gruttokuiken moet net uit het ei meteen op jacht naar vliegjes om zo te overleven. Die vliegjes zijn er steeds minder. Het gaat dan ook elk jaar weer slechter met de grutto in Nederland. Hoe lossen we het op? Niet door alleen met het vingertje naar de Nederlandse boer te wijzen. Het probleem ligt bij de consument, bij u en – eerlijk gezegd – ook bij mij. Wij willen allemaal voedsel dat tegen een zo laag mogelijke prijs in de supermarkt ligt. Een hogere prijs zou de boer in staat stellen om melk en vlees te produceren met minder kunstmest en minder gif. We zouden voedsel geproduceerd met veel mest en gif duurder kunnen maken door een fikse belasting op krachtvoer, kunstmest en landbouwgif. Dan zijn producten die schoon zijn geteeld niet langer duurder, maar juist goedkoper, zodat iedere consument de juiste keuze maakt. Dan wordt de veestapel vanzelf kleiner en komt het dode boerenland opnieuw tot leven, met zingende leeuweriken, pinksterbloemen en dotters langs de sloot. En ook met boeren die dan weer het brede respect krijgen dat ze verdienen. Frank Berendse is hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de Wageningen University & Research

Column: Duurzaam ondernemen

Bij vele boeren en tuinders klinkt dit bekend en tegelijkertijd ook wat vaag. Want wat betekent duurzaam ondernemen eigenlijk? Ik ging het even Googlen. "Bij duurzaam ondernemen gaat het om de balans tussen de drie p’s: people, planet, profit. Dit betekent dat u in uw bedrijfsvoering rekening houdt met de effecten op uw werknemers, het milieu en de maatschappij." Begrijpelijk.. zeker het stukje milieu. Een belangrijk onderdeel van het milieu is het klimaat. Ik ben me er van bewust dat er een klimaatverandering gaande is en dat daar zoveel mogelijk tegen gedaan moet worden. Het is namelijk ongekend dat je in één mensenleven (lees: ten opzichte van 4,56 miljard jaar) kan ervaren dat de aarde opwarmt. Even wat gevolgen van de klimaatverandering: smeltende ijskappen, verwoestijning, klimaatvluchtelingen, afstervend koraalrif, extremere weersomstandigheden en zo kan ik nog even doorgaan. Om te voorkomen dat de gemiddelde temperatuur van de aarde in 2050 niet met meer dan twee graden Celsius is gestegen, is in 2015 het welbekende klimaatakkoord van Parijs tot stand gekomen. Dit internationaal verdrag is door 195 landen ondertekend met als doel de uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke gassen terug te dringen met de beschikbare techniek van deze tijd. Hoewel de overheid steeds met nieuwe regels komt en de boer hier telkens op moet anticiperen, doet de Nederlandse boer het niet slecht. Door middel van beschikbare subsidies worden boeren gestimuleerd om te innoveren voor de toekomst. En dat is te zien want nergens zie je zoveel innovatie in de landbouw als in Nederland. Denk hierbij aan staldaken met zonnepanelen en particuliere windmolens die voor groene stroom zorgen waardoor agrarische bedrijven energieneutraal worden, emissiearme stalvloeren waardoor er minder ammoniak wordt uitgestoten of denk aan smartfarming oftewel precisielandbouw waarin een drone per vierkante meter kan bepalen welke behandeling tot de meeste opbrengst leidt. Bovenstaande innovaties zijn duidelijke voorbeelden van duurzaam ondernemen. Hierbij moet vermeld worden dat deze innovaties en technieken moeten worden toegepast bij een kleine winstmarge. De Nederlandse boer verdient een schouderklopje om steeds maar te voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving en daarbij innovaties toepast die voorlopen ten opzichte van de rest van de wereld. Het klimaat verandert en de boer verandert mee!

LNV: 'Van beroepsverbod is geen sprake'

Bij de deze week geïntroduceerde regeling gerichte opkoop is geen sprake van een beroepsverbod. Dat stelt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Vanwege het rumoer dat hierover ontstond, heeft het ministerie extra informatie opgenomen in de 'vragen en antwoorden' over deze regeling. 'Er geldt geen beroepsverbod. Het kan zijn dat een veehouder die gebruik maakt van de gerichte opkoopregeling, een andere veehouderijlocatie heeft dan de locatie waarover de koopovereenkomst gaat. Veehouders mogen die eventuele andere locatie(s) dan gewoon blijven voortzetten.' Begin deze week werd de nieuwe opkoopregeling geïntroduceerd waarmee provincies piekbelasters rond Natura 2000-gebieden kunnen opkopen. Het is niet toegestaan om vervolgens op een andere plek in het land een ander bedrijf over te nemen of een samenwerking aan te gaan. Volgens onder meer LTO Nederland komt dat neer op een beroepsverbod. Volgens LTO-bestuurder Trienke Elshof zal de regeling daardoor niet gaan werken. Bedrijfsverplaatsing Volgens het ministerie van LNV zijn er voor bedrijfsverplaatsing andere regelingen beschikbaar. 'Deze regeling is gericht op het definitief beëindigen van veehouderijlocaties. Daarom heeft deze regeling het karakter van een stoppersregeling. Wanneer een veehouder de intentie heeft om elders een bedrijf over te nemen, is deze regeling daarvoor niet het geëigende instrument.' Veehouders die willen verduurzamen of verplaatsen, kunnen wat het ministerie betreft gebruik maken van de andere regelingen. Bijvoorbeeld de Subsidie voor innovatie en verduurzaming van stallen (SBV), het Bedrijfsovernamefonds of het Omschakelfonds. Politiek Vanuit de politiek wordt er wisselend gereageerd. De SGP vindt dat de regeling niet aantrekkelijk genoeg gemaakt is, want boeren die willen verplaatsen kunnen niet deelnemen. 'Dat terwijl het kabinet juist vaart wil maken met de stikstofaanpak', stelt een woordvoerder. VVD-Kamerlid Mark Harbers ziet ook dat de regeling geen optie is voor bedrijven die door willen gaan, maar bereid zijn om dat op een andere locatie te doen. 'De provincies werken aan gebiedsgerichte plannen. De VVD vindt dat daarin mogelijkheden moeten worden geboden voor veehouders die willen verplaatsen. We gaan hier in komende debatten aandacht voor vragen.' Andere regelingen In andere stoppersregeling staan tevens bepalingen dat een ondernemer een bedrijf niet kan starten of overnemen op een andere locatie. Dat geldt onder meer voor Subsidieregeling sanering varkenshouderijen.

Ted6


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 5d geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering