Waarschuwing voor voedselschaarste vanwege voorjaarsdroogte

Boerenbelangenvereniging ZLTO luidt de noodklok vanwege het droge voorjaar. Omdat er geen regen valt dreigen oogsten te mislukken, wat kan leiden tot voedseltekorten. ZLTO vertegenwoordigt 12.000 boeren en tuinders in Gelderland-Zuid, Noord-Brabant en Zeeland. Volgens bestuurslid Janus Scheepers ontkiemen de zaden niet omdat ze droog in de grond liggen. "We kunnen de gepote en gezaaide planten niet boven krijgen of in leven houden, zo vroeg in het jaar al", zegt hij. Als de oogsten deels mislukken, is de vraag of er straks nog genoeg betaalbaar eten is, zegt Schepers. "Voor onze mensen maar natuurlijk ook voor onze dieren. Want we maken ook producten voor de dierlijke consumptie." Gisteren heeft het waterschap Brabantse Delta besloten dat in delen van Brabant niet meer beregend mag worden met water uit de sloot, beken of kanalen. Het waterschap heeft door de droogte zogenoemde onttrekkingsverboden ingesteld. Het gemiddelde neerslagtekort is nu zo'n 60 millimeter, blijkt uit de neerslagmonitor van het KNMI. Daarmee is dit jaar een van de droogste sinds het begin van de metingen in 1906. De komende twee weken wordt er geen regen verwacht, waardoor het neerslagtekort kan oplopen tot 90 millimeter. Het neerslagtekort dit jaar tot nu toe: In februari viel er veel regen in Nederland, maar de maand maart was extreem droog en ook in april bleef noemenswaardige neerslag uit. De lage waterstand die daardoor ontstond kan behalve tot voedseltekorten, ook leiden tot schade aan oevers en kaden. Daarnaast kunnen dieren en planten in het water doodgaan.

mob knalt emissie arme vloeren af

maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. De rechtbank acht een natuurvergunning dan noodzakelijk en is van oordeel dat de voersamenstelling in een voorschrift aan de vergunning zal moeten worden verbonden. Naarmate de agrariër meer vrijheid zal willen hebben, zal hij een buffer moeten aanleggen door minder dieren te gaan houden dan maximaal mogelijk is op basis van de Rav factor. - De met mest besmeurde oppervlakte per dierplaats. De wisselende oppervlakte per gehouden dier (afhankelijk van de veebezetting) is ook een oorzaak voor onzekerheid. Door het voorschrijven van een bepaalde oppervlakte per dierplaats kan deze onzekerheid worden weggenomen. Hierbij is wel van belang dat een agrariër niet verplicht kan worden om zijn volledige vergunning te gebruiken. Het voorschrift kan dan worden nageleefd door (afhankelijk van de veebezetting) delen van de stal af te sluiten voor de dieren zodat ze altijd dezelfde oppervlakte beschikbaar hebben. Hierdoor treden geen variaties op in de maximum emitterende oppervlakte. Gelet op het verschil tussen de oppervlakte in de stalbeschrijving en de oppervlakte bij vaststelling van de Rav emissiefactor zal een keuze moeten worden gemaakt en zal moeten worden bezien of deze keuze leidt tot een toename van de ammoniakemissie of niet. Met andere woorden, een agrariër kan er voor kiezen om een koe te houden op 4,5 m2 oppervlakte of op 5,5 m2 oppervlakte. Bij de keuze voor een grotere oppervlakte kan hij minder dieren houden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het vastleggen van de oppervlakte per dier of dierplaats als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Zolang sprake is van een verschil tussen de Rav factor en de stalbeschrijving, is er onzekerheid en is een natuurvergunning noodzakelijk. In de natuurvergunning zal de oppervlakte per dier of dierplaats in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. - Het onderhoud van de stal (schoonmaken) en de frequentie van de mestschuif. Verweerder en de agrariër kunnen ook kiezen voor verdergaande stalmanagement-maatregelen dan voorgeschreven in de stalbeschrijving. Bijvoorbeeld een hogere mestschuiffrequentie dan in de stalbeschrijving staat. Dit heeft een ammoniakemissiebeperkend effect. Ook dit zal moeten worden vastgelegd in een voorschrift omdat dit afwijkt van de aangevraagde stalbeschrijving. Deze maatregel kan als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Dan is een natuurvergunning noodzakelijk en zal de managementmaatregel in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. Conclusie 13. Bij de toetsing aan artikel 2.7 van de Wnb kan niet zonder meer van de haalbaarheid van de in de Rav genoemde emissiefactoren worden uitgegaan. De rechtbank is naar aanleiding van de bevindingen in het StAB-advies over de totstandkoming van de Rav factor van oordeel dat verweerder in dit geval niet van de Rav factor voor stalsysteem A.1.13 kon uitgaan. Gelet op de algemene onderzoeksrapporten kan verweerder ook niet van een gecorrigeerde Rav factor uitgaan. Het staat niet vast dat het project met het aangevraagde emissiearme stalsysteem daadwerkelijk zal leiden tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie. Er zijn veel factoren van invloed op de daadwerkelijke ammoniakemissie in een aangevraagd project. Er kunnen meerdere beschermingsmaatregelen worden getroffen. 14. Het beroep is gegrond gelet op rechtsoverwegingen 4, 10 en 11 van deze uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een bestuurlijke lus maar volstaat met een vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van vergunninghoudster met inachtneming van deze uitspraak binnen zes maanden na verzending van deze uitspraak. 15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 3,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1,5 punt voor het verschijnen op de zitting, 0,5 punt voor de reactie op het StAB-advies en 0,5 punt voor de overige reacties, met een waarde per punt van € 759,00, bij een wegingsfactor 1). Hiervoor wordt € 2.656,50 toegekend. De rechtbank kent daarnaast een vergoeding voor gemaakte deskundigenkosten toe van € 5.800,00, op basis van een ureninschatting van 48,50 uur vermeerderd met de duur van de zitting en een uurtarief van € 97,50 exclusief BTW. Het tarief en de gemaakte uren komen de rechtbank niet onredelijk voor. nu Brabant eist om stallen aan te passen geeft dit grote onzekerheid dus aanvraag van nieuwe vergunning geeft de MOB de mogelijkheid een zienswijze in te dienen met alle gevolgen van dien

LTO Noord stopt samenwerking met overheid bij terugdringen stikstof

Boerenbelangenorganisatie LTO Noord doet niet meer mee aan de gebiedsgerichte aanpak van stikstof in Overijssel. Aanleiding is de brief van minister Van der Wal, waarin onder meer versnelde en gedwongen uitkoop van boeren wordt besproken om de stikstofuitstoot terug te dringen. "De minister houdt vast aan de kritische depositiewaarde die onhaalbaar is", aldus LTO Noord in een persbericht. Minister Van der Wal van Stikstof en Natuur kondigde eerder in een 'hoofdlijnenbrief' aan dat de aanpak van stikstofuitstoot sneller en forser moet, wat tot veel onrust leidde onder boeren, ook in Overijssel. Gebiedgerichte aanpak van stikstof houdt in dat lokaal wordt gekeken hoe stikstofuitstoot het best kan worden teruggedrongen. In Overijssel zijn zes gebieden aangewezen waarin de provincie, boeren, natuurorganisaties en andere betrokkenen zoals LTO onderzoeken hoe dit het beste kan. Uitkoopregeling In de brief staat dat het kan voorkomen dat op sommige plekken, waar kwetsbare natuur zwaar onder druk ligt, het Rijk ingrijpt en boeren dwingt te stoppen als de natuurdoelen niet worden gehaald. De minister sprak van een 'woest aantrekkelijke uitkoopregeling'. Gisteravond zijn afdelingsbestuurders van LTO Noord in Overijssel en leden van het regiobestuur Oost bijeen bij elkaar gekomen. "Onze unanieme conclusie is dat wij momenteel geen aanknopingspunten meer zien die perspectief bieden aan de agrarische sector en evenmin aan individuele boeren en tuinders", staat in het persbericht. 'Onhaalbare waarden' "De minister houdt onverkort vast aan de kritische depositiewaarde (die onhaalbaar is), heeft geen oplossing voor de PAS-melders en andere knelgevallen en biedt de sector geen verdienmodellen. Bovendien dreigt de minister met ingrijpen als de gebiedsgerichte aanpak onvoldoende resultaat oplevert." Lees meer: "Uitspraken minister over aanpak stikstofuitstoot leiden tot onrust onder boeren in Overijssel" Volgens LTO is de provincie de regie en zeggenschap kwijt omdat het Rijk de provincie kan overrulen. "Dit betekent dat wij ons genoodzaakt zien onze deelname aan de gebiedsgerichte aanpak stikstof in Overijssel stop te zetten. Er is geen perspectief. Wij zijn bereid weer deel te nemen als ons als agrarische sector weer perspectief wordt geboden."

CDA'er over stikstofprobleem: spijt me dat we het zover hebben laten komen

CDA-landbouwwoordvoerder Boswijk is in een debat over de stikstofproblematiek door het stof gegaan. "Ik wil bij deze mijn excuus aanbieden voor de afgelopen dertig jaar. Het spijt me dat we dit als CDA zover hebben laten komen." Hij zei dat we "een heel mooie agrarische sector hebben, die toch uit de bocht is gevlogen" qua stikstofuitstoot. Het debat gaat onder meer over het al dan niet gedwongen opkopen van vervuilende boerenbedrijven in de buurt van kwetsbare natuurgebieden. Het CDA vindt dat vooral moet worden ingezet op vrijwillige medewerking van boeren, terwijl oppositiepartijen als GroenLinks, PvdA en de Partij voor de Dieren vinden dat dit te weinig zoden aan de dijk zet. PvdA-Kamerlid Thijssen vroeg Boswijk om excuses te maken. Hij zei dat Nederland vanwege het stikstofprobleem "op slot" zit. "Er worden geen woningen meer gebouwd, terwijl er ik weet niet hoeveel vluchtelingen deze kant op komen. Provincies geven geen vergunningen meer af, omdat ze met hun handen in het haar zitten." "Het spijt me, het spijt, het spijt me", antwoordde de CDA'er. "Maar dit gaat ons dus niet helpen." Hij vindt dat er toch vooral moet worden ingezet op vrijwillige medewerking om het vertrouwen van de boeren niet te verliezen. 'Boerenpartij' Dat vertrouwen is volgens Boswijk soms ver te zoeken. "Ik krijg ook de schuld en dat is deels ook terecht, want het CDA heeft zijn vingerdrukken hier ook op zitten en daar loop ik niet voor weg. We hebben als overheid te weinig gestuurd, en daar hebben we als CDA een verantwoordelijkheid in." Het CDA wordt wel een boerenpartij genoemd, omdat er van oudsher veel boeren op stemmen. Kort na zijn aantreden als Kamerlid presenteerde Boswijk een nieuwe landbouwvisie, waarin de partij voor het eerst zei dat de veestapel in Nederland op den duur kleiner zal moet worden. Hij zei vanmorgen in het debat dat hij daarmee al heeft aangetoond dat het CDA bereid is over zijn eigen schaduw heen te stappen. In het regeerakkoord staat dat het kabinet staat dat er gestreefd wordt naar vrijwillige medewerking van boeren aan bijvoorbeeld de opkoopregeling, maar dat "vrijwilligheid" in bepaalde gevallen "niet langer vrijblijvendheid betekent". De overheid wil dan "op het boerenbedrijf in gesprek gaan" om oplossingen te zoeken.

Staat aansprakelijk voor schade onverbindendverklaring PAS?

https://www.boerderij.nl/staat-aansprakelijk-voor-schade-onverbindendverklaring-pas Juriste J Kroon geeft hier een duidelijke uiteenzetting over de rechten van de PAS melders. Ook SSC heeft de staat omtrent dit dossier al in april 21 op voorhand aansprakelijk gesteld. https://www.stikstofclaim.nl/updates/stikstofclaim-stelt-staat-aansprakelijk-voor-schade-voortvloeiend-uit-wanbeleid-stikstof Deze week maakte de Raad van State bekend dat de adresgegevens van de PAS melders openbaar gemaakt dienen te worden. SSC onderzoekt op dit moment of er ,daar waar het prive adres en bedrijfsadres hetzelfde is, er nog een stokje voor te steken is. Er is een Europese richtlijn die daar namelijk iets over regelt. Binnenkort meer daarover. En daarnaast is er nog een groep, de vrijgestelde en de interimmers die ook recht hebben op dezelfde behandeling. Maar hoe worden de PAS melders gelegaliseerd? Dit geschiedt op basis van of intern salderen/ positieve weigering (waar we ook een procedure over voeren ivm meer rechtszekerheid) of middels een Wnb met ruimte uit het stikstofregistratie systeem. Dat stikstofregistratie systeem zal gevuld moeten worden met juridisch houdbare maatregelen, waarbij er eigenlijk maar 1 principe is wat daar voor zorgt en dat is dat een vergunde staart wordt ingeleverd om vervolgens weer via het stikstofregistratie systeem uitgegeven te worden. De saneringsregeling varkenshouderij zorgde voor een heel klein beetje stikstofruimte. Maar het enigste wat echt een oplossing biedt, is bedrijven met een vergunning opkopen (vergunde staarten en hoe dichter bij de N2000, des te liever) en weer uitgeven om bijvoorbeeld de PAS melders te legaliseren. En met het voornemen van de minister deze week om productierechten bij uit of opkoop in te nemen is de krimp van de veestapel in gang gezet. Maar waarom moeten bedrijven die hun zaakjes op orde hebben gedwongen worden plaats te maken omdat de overheid er een chaos van heeft maakt? En daarom heb en blijf ik zeer grote bedenkingen houden bij de rol van gebiedscommissies.

Fosfaatrechten, Dierrechten en stikstof

Na de kamerbrief van LNV 24 december is er terecht onrust ontstaan over een passage in de brief. Daar rept de minister in haar nadagen over invoering dierrechten. Veehouders bellen terecht verontrust, maar ook wij weten het niet. Ik zal mijn gedachtegang weergeven waarom er misschien een denkrichting die kant op is. Met fosfaatrechten gaat de veestapel nooit meer groeien, dat is een vaststaand feit. Er is alleen een mogelijkheid dat gerealiseerde en nog niet in gebruikte stalruimte op plekken opgevuld wordt. Dus een verschuiving tussen bedrijven. Een mogelijke inperking van die gerealiseerde stalruimte is een inperking op het vrij gebruik van het eigendom. Dat even ter info. Anderzijds levert (generieke) korting van fosfaatrechten geen stikstof op om bijv PAS meldingen of reductie voor de "stikstof deken" . Dierrechten zouden dat misschien wel tot doel kunnen hebben. Daarnaast is er het regeerakkoord. Dat is een (onhaalbaar) versnellingsakkoord op het gebied van stikstof waarbij de doelen van het halen van de KDW op 74 % van het areaal in 2030. We hébben in de WOB stukken kunnen zien hoe regie op ruimte en naar een Ontspannen Nederland op bestelling van de overheid is ontstaan met steun van LTO, RFC, COSUN en Agractie. En voor de goede orde, bovenstaande weergave is op basis van een niet gevalideerd model en niet wetenschappelijk onderbouwde doelen. Daarnaast is deze interpretatie niet wat de Brusselse VHR van een lidstaat verlangd. Hieronder een paar kaarten die uit de plannen komen en hun doorrekening en daarnaast het weerleggen van de onhaalbare KDW doelen zoals in regeerakkoord wordt gesteld.

Regeerakkoord: Landbouw, Natuur en stikstof

In Nederland leven we in een van de meest vruchtbare, maar ook dichtbevolkte delta’s ter wereld met een landbouwsector van wereldfaam. We willen onze unieke natuur beschermen, het verlies van biodiversiteit herstellen en perspectief bieden aan de agrarische sector. We investeren de komende jaren fors in een duurzame landbouw en in een robuust natuurareaal, om weer tot een balans te komen. Om de natuur in Nederland in goede staat te brengen kiezen we voor een brede aanpak die zich richt op de verscheidenheid aan gebieden. Die aanpak richt zich niet alleen op stikstof, maar ook op de (Europese) normen en opgaven van de waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit. Een gedifferentieerde aanpak zal leiden tot grote aanpassingen in het landelijk gebied. Daarmee maken we gebiedsgericht inzichtelijk wat de perspectieven zijn voor verschillende vormen van landbouw. Omdat deze aanpak langjarig, voorspelbaar en coherent beleid vereist, stellen we een ruimhartig transitiefonds in. We zetten de transitie in naar kringlooplandbouw met een goed verdienmodel, zodat boeren in staat gesteld en maatschappelijk gewaardeerd worden om de benodigde verandering te realiseren, waarbij jonge boeren toekomst krijgen. Daarbij verwachten we een niet-vrijblijvende bijdrage van banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de ‘retail’. - We brengen natuur en landbouw in balans door de transitie naar kringlooplandbouw voort te zetten op het terrein van voer, mest, bodem, pacht, dierenwelzijn en daarbij behorende innovaties. Met inzet van reststromen in veevoer, vervanging van kunstmest door organische mest en een grondgebonden melkveehouderij sluiten we kringlopen. Hierover worden afspraken gemaakt met toeleveranciers en de verwerkende industrie. We stimuleren nieuwe verdienmodellen zoals ‘bio-based’ bouwmaterialen, ‘carbon credits’ en stikstofbinding. Met langjarige overeenkomsten en een passende vergoeding vergroten we de mogelijkheden van (agrarisch-)natuur en landschapsbeheer. We creëren een tussenvorm van natuur- en landbouwgrond: landschapsgrond. Hiermee en door uitbreiding van natuurareaal vergroten we het leefgebied van kwetsbare soorten en brengen we de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn dichterbij. - Een Nationaal Programma Landelijk Gebied pakt de uitdagingen in de landbouw en natuur aan met een transitiefonds waarin tot 2035 cumulatief €25 miljard beschikbaar komt. In bestuurlijke afspraken met provincies worden voorwaarden vastgelegd aan het vrijgeven van rijksbudget. De Omgevingswet bevat het instrumentarium voor een onontkoombare aanpak voor natuurverbetering en een basis voor vergunningverlening. Met ecologische analyses stellen we vast wat nodig is om gebiedsgericht de opgaven ten aanzien van natuurherstel, klimaat en water te halen. Een ecologische autoriteit draagt zorg voor de wetenschappelijke en juridische borging van deze analyses. Een krachtige regie-organisatie ondersteunt dit proces en stuurt indien nodig bij. We maken per gebied ook inzichtelijk wat het toekomstperspectief voor de landbouw is. - We versnellen de doelstellingen in de wet stikstofreductie en natuurverbetering van 2035 naar 2030, waarmee dit in lijn komt met het advies van het adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes), waarbij alle sectoren hun evenredige stikstofbijdrage leveren. Ook in Europees verband zet het kabinet zich in voor stikstofreductie. - Om op verantwoorde wijze stikstofruimte uit te geven, werken we met goed onderbouwde kaders en eisen aan vergunningverlening. De integrale aanpak biedt op afzienbare termijn de basis voor ruimere vergunningverlening. Daarin zitten onzekerheden, gezien de grootte en de duur van de transitie. Mocht dit leiden tot onbedoelde effecten dan zal het kabinet deze effecten wegnemen met bestaand instrumentarium en waar nodig nieuw instrumentarium ontwikkelen. - In de gebiedsgerichte aanpak kunnen extensivering, omschakeling, innovatie, legalisering en verplaatsing helpen bij versnelling van verduurzaming in de landbouw. Daarbij wordt rekening gehouden met natuurlijk verloop in de sector. In gebieden waar de opgave tot emissiereductie en natuurherstel dermate groot is dat vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent, gaan we op het boerenerf het gesprek aan om samen te zoeken naar de mogelijkheden. - Met een grondbank vergemakkelijken we de instap voor jonge boeren en het vinden van ontwikkelruimte. Deze grondbank geeft vrijkomende grond uit te voor het extensiveren, omvormen en verplaatsen van bedrijven van boeren die graag door willen en voor natuur. - We versterken de positie van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Dit vraagt een aanzienlijke publieke investering in de publieke taken van de NVWA. Keuring en toezicht worden gescheiden. Daarnaast ambiëren we voor de retribueerbare activiteiten kostendekkende tarieven. We hervormen het tariefgebouw om te komen tot arrangementen en abonnementen die differentiëren naar bedrijfsgrootte en die goed gedrag en naleving belonen. - We intensiveren de ingezette omslag naar geïntegreerde gewasbescherming door het stellen van tussendoelen, bevorderen van innovatie en precisielandbouw, stimuleren van groene alternatieven en loskoppelen van verkoop en advies. We stemmen de normen voor het gebruik van middelen af op de Kaderrichtlijn Water. We doen onderzoek naar gezondheidseffecten bij boeren en omwonenden. - In navolging van het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden (2020) nemen we in overleg met boeren, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en andere ‘stakeholders’ het initiatief tot een convenant over de ontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij. Daarin maken we tevens afspraken over tijdshorizon, instrumentarium en financiële ondersteuning. Dit convenant vormt de basis van wetgeving die de komende kabinetsperiode in werking treedt voor een dierwaardige veehouderij in balans met de volksgezondheid. - Samen met ketenpartijen en de Autoriteit Consument en Markt maakt de overheid bindende afspraken om de positie van de boer in de keten te versterken. We verwachten een niet-vrijblijvende bijdrage van banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de retail. Waar nodig worden afspraken juridisch geborgd. Van supermarkten verwachten we transparantie over de wijze waarop hun gehele assortiment aantoonbaar duurzaam en diervriendelijk wordt, inclusief duurzaam inkoopgedrag en een eerlijke prijs voor boeren. We onderzoeken op welke wijze een bijdrage van de consument aan de verduurzaming van de landbouw vormgegeven zou kunnen worden. Om bewuste keuzes te stimuleren wordt in Nederland geproduceerd voedsel voorzien van een herkomstetiket. De overheid committeert zich bij haar inkoop aan duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel. - In de glastuinbouw is veel potentie om koploper te zijn in energiezuinige en circulaire productie van hoogwaardige producten. De sector kan zelfs CO2-postitief worden, maar leunt nu nog vooral op aardgas. We gaan deze overstap stimuleren in plaats van ontmoedigen. We creëren de randvoorwaarden om de glastuinbouw verder te verduurzamen en koploper te laten zijn in energiezuinige, circulaire producten. - Gezien de uitdagingen voor de visserij moet er voldoende ruimte en perspectief zijn voor innovatie en diversificatie. Meer: https://content05c1e.omroep.nl/urishieldv2/l27m151d94b96816091e0061b9f057000000.dbdac9c56a70d01f6da1e90851e96a94/nos/docs/15122021_coalitieakkoord.pdf

7de Actie programma nitraat en de toepassing van het voorzorgsbeginsel uit het Verdrag van Amsterdam

Het 7de actieprogramma nitraat doet terecht veel stof opwaaien. Dit programma is een samensmelting van de Kader richtlijn water, die het stikstofgehalte in diverse oppervlakte water monitort en normeert, en de nitraatrichtlijn, die normen stelt aan de hoeveelheid nitraat in het bovenste grondwater, 50 mg nitraat per liter. De overheid stelt nu middelvoorschriften op , die geen garantie zijn om de normen te halen. De twee in het oog springende middelen zijn rustgewassen in een bouwplan en bemestingsvrije zones van 2 en/of 5 meter langs oppervlakte water. Maarrrrr, wat als een gebied al aan de normen voldoet? Wat te doen als een gebied al heeft voldaan aan zijn voorzorgsbeginsel? Generiek beleid werkt voor zo'n gebied alleen maar belastend als middelvoorschrift en staat niet in relatie tot het gestelde en al gehaalde doel. Anders gezegt: Mag de overheid alle autorijders op de A2 beboeten voor een snelheidsovertreding terwijl maar 5 % te hard rijdt?

Stikstofblunder van der Tak in BuitenhofTV

In Buitenhof vanmiddag werd door de presentator Jan Pieter Hagens de bewering gedaan dan 61% van de stikstofemissie uit de landbouw komt en daarmee de landbouw dus ook de grootste veroorzaker zou zijn van het stikstofprobleem. Sjaak van der Tak had daar geen weerwoord op. Om te beginnen komt de 61% uit een briefing van TNO aan de Tweede Kamer twee jaar geleden. TNO erkende na kritiek van Staf dat bij de 61% aandeel landbouw de emissie vanuit de scheepvaart buiten beschouwing was gelaten en het gaat over cijfers 2016/2017. De huidige cijfers t/m 2019 zijn 51% aandeel landbouw en 49% overige sectoren alles omgereken naar kg stikstof. Niet al die stikstof vanuit de landbouw valt in de natuur. Sterker nog uit onderzoek van Sommers (Denemarken) en Jan Klaas Santing (Dwingerelveld) komt naar voren dat de meest ammoniak uit de veehouderij na circa 300 meter niet meer in de lucht meetbaar is . Deels komt dat door verdunning maar grotendeels ook doordat het als depositie is neergedaald op bodem en gewas. De zogenaamde "peikbelasters" vanuit de landbouw op natuur bestaan dus nauwelijk immers er staan maar weinig veehouderijbedrijven binnen de 300 meter van de x&y coördinaten van stikstofgevoelige natuur. In Nederland heeft de landbouw circa 54% van de grond in gebruik. De landbouw is dus ook de grootste ontvanger van stikstof ook de stikstof die door andere sectoren is veroorzaakt. Alle discussie alleen op emissie zetten is een discussietruck van journalisten ,ambtenaren en politicie. Het gaat er om welke emissie geeft welke depositie op welk gebied en dat is iets anders dan LTO nu doet. Namelijk meebewegen met de overheid zonder te weten waar ze het over hebben.

Jeroen van Maanen vanuit ledenbelang opgestapt

Juli 2020 trad ik toe in het dagelijks bestuur van NMV. In mijn eerste bericht heb ik mijn boodschap samengevat als "let's make NMV great (again)". Helaas moet ik concluderen dat ik hierin niet heb kunnen slagen en ben ik gisteren teruggetreden en heb mijn taken en functies voor NMV per direkt neergelegd. Vanaf het begin heb ik geprobeerd het boerengeluid in te brengen in de NMV, om belangen van melkveehouders nog beter te kunnen behartigen. De mate waarin melkveehouders zijn aangesloten bij een belangenbehartiger is veel te laag en zal omhoog moeten! In deze tijd van grote bedreigingen is een sterke daadkrachtige vakbond, die gaat en staat voor hét melkveegeluid, van levensbelang. Vanwege het gebrek aan leiderschap, interne verdeeldheid door ego's, het plegen van wanbestuur, omgang met personeel en het drukker zijn met interne (juridische) strijd (en hiermee ledengeld verkwanselen!) dan met belangen behartigen, kon ik vanuit ledenbelang niet anders dan opstappen. Door onthouden van informatie door het dagelijks bestuur (excl B. Doppenberg!) had ik geen enkele invloed meer. De NMV maakte van mij iemand wie ik niet ben en wens te zijn, passief en op handen zittend. De interne chaos is groot, maar met goede en heldere keuzes kan de NMV er in no time staan als n blok! Het begint met opschonen! Vanaf deze plek wil ik alle boeren en (NMV) bestuurders bedanken waarmee ik prettig heb samengewerkt, en waarvan ik de steun heb gekregen die ik nodig had. Als laatste roep ik alle NMV leden op de algemene leden vergadering van 1 september te bezoeken en hun geluid te laten horen, goede belangenbehartiging begint van onderaf! De NMV is méér nodig dan ooit en ik wens en gun de NMV zichzelf te hervinden. Maak het mooi! We moeten blijven strijden voor de toekomst van onze Nederlandse melkveehouderij, en het vormen van een sterk collectief landbouwblok! Ik zal, in welke rol dan ook, blijven strijden voor boerenbelang!Bedankt voor uw steun, Jeroen van Maanen

Bemesten en weidegang nog niet vergunningsplichtig

De Rechtbank Overijssel stelt in haar uitspraak van 29 juli niet dat het bemesten van grond en weidegang in de omgeving van Natura-2000 gebieden vergunningplichtig is. Dat bracht LTO Nederland gisteren naar buiten. Pas 2020 start weiden In deze zaak draait het zowel om bemesting als beweiding en tijdens de rechtszaak heeft de Provincie Overijssel niet aannemelijk gemaakt dat beide activiteiten negatieve gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied in de buurt. De Provincie Overijssel stelde zich op het standpunt dat het bij beweiden en bemesten om een bestaande situatie gaat die al bestond voordat in 1993 de vogel- en habitatrichtlijn werd ingevoerd. De betrokken veehouder zei tijdens de zitting dat hij pas in 2020 begon met weiden en daardoor had de Provincie moeten onderzoeken of er een effect was op het Natura 2000-gebied. Omdat de Provincie dat niet heeft gedaan, kon de rechter daar geen beslissing over nemen. Onderbouwing ontbreekt Over het bemesten van percelen zegt de rechter iets soortgelijks. De Provincie zei tijdens de zitting dat de landbouwpercelen ‘onafgebroken agrarisch zijn bestemd en dat daardoor in wezen onbeperkte mestuitgifte ter plaatse is toegestaan’, maar onderbouwde dat niet. Wel gaf de Provincie aan het te hebben onderzocht, maar kon dat tijdens de rechtszaak niet aan de rechter voorleggen. Daardoor kon de rechter geen beslissing nemen. Wanneer de Provincie het wel had kunnen onderbouwen en de rechtbank daarin was meegegaan, dan is wel de vraag of de Provincie alsnog een vergunning voor bemesten had moeten afgeven. De rechter verwijst daarvoor naar de rechtszaak van 29 mei 2019 bij Raad van State. Daarin oordeelde de rechter dat het bemesten van percelen niet tot hetzelfde project gerekend kan worden als de stal.

Geef mij uw stem en laat mij knokken

https://vimeo.com/523754386 Jan Cees reageert op [quote]Onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw kondigt het einde aan van de huidige kalvermesterij in Nederland. Nu gaan de 'overtollige' kalfjes uit de melkveehouderij na veertien dagen naar een bedrijf dat ze vetmest voor de vleesproductie. Deze bedrijven importeren ook veel kalveren uit het buitenland. In de toekomst moeten kalveren, volgens het rapport, langer of zelfs helemaal bij de melkveehouder blijven en wordt de import aan banden gelegd. "De kalversector wordt in bepaalde scenario's kleiner of verdwijnt zelfs helemaal, terwijl de rol van de melkveehouder zal veranderen", staat in het rapport. https://www.prikkebord.nl/topic/246249/ [/quote]

Jean-PierreK


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 7u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering