10.000 melkveehouders onrecht aandoen om 4400 aaibaren te pleasen

In een Wob die ik vorige week kreeg ( ja het was nog een Wob nog geen WOO) staat ergens na 1300 pagina  een interne notitie aan de minister van herfst 2021 De excretiecijfers melkvee worden niet aangepast in 2019,2020,2021 want dat geeft 4400 aaibare laagproductieve bedrijven een nadeel en circa 10.000 anderen een voordeel. En dat is nu in 2022 weer het geval. Vee goed verzorgen wordt afgestraft door LNV Overigens zijn sectorpartijen betrokken bij dit advies maar blijven stil. Fijn zulke belangenbehartigers En top zo een ministerie waar ik nu steeds beter van begrijp waarom ze geen perspectievenbrief kunnen schrijven. Perspecfief voor boeren druist tegen de wens van de ambtelijke top en bewindspersonen in. Die gooien het liever op een (landbouw) akkoordje waarin boeren zelf hun te vertrekken collega’s aanwijzen  Er zit zelfs een overzicht hoeveel melkveehouders wel voordeel of nadeel hebben in het niet aanpassen van de excretiecijfers Voor iedereen boven 9125 kg melk per koe is het de moeite waard om de rechter te vragen LNV de excretiecijfers te laten aanpassen 

Wakker Dier: melkkoeien staan 85 procent van hun leven op stal

[b]We zijn weer 14 dagen verder, alle ziektes en andere aandoeningen zijn blijkbaar op, nu ligt de weidegang onder de loop:[/b] Koeien die in de lente mogen weiden, staan alsnog gemiddeld 85 procent van het jaar binnen, in een vaak te krappe stal. In een nieuwe radio- en buitenreclame onthult Wakker Dier dit vandaag aan het grote publiek. Anne Hilhorst van Wakker Dier: "Koeien horen in de wei waar ze natuurlijk gedrag kunnen vertonen, niet in krappe stallen."  Koeien staan gemiddeld steeds langer binnen. Waar koeien in 2013 gemiddeld nog1.700 uur buiten stonden, was dit in 2021 nog maar 1.300 uur. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. Ieder jaar neemt het aantal weide-uren verder af. Hilhorst: “Ondanks alle mooie beelden die de zuivelindustrie ons voorschotelt, gaat het de verkeerde kant op.” Kale plekken, verwondingen en stress De meeste koeien leven in ligboxstallen. Zij liggen dan op een plek tussen twee stangen. Ligboxen zijn vooral handig voor de melkveehouder, omdat het gemakkelijker schoon te maken is. Het is geen goed systeem voor de koeien. De ‘boxen’ zijn krap en een koe kan alleen op bepaalde manieren liggen. Kale plekken, verwondingen en stress komen in een ligbox systeem vaker voor dan in een vrijloopstal. Geen ligplek voor koeien laag in rang Hoewel er geen wettelijke regels voor zijn, hanteren de meeste melkveehouders een maximale bezetting van honderd procent. Dat betekent dat er voor iedere koe een ligplek is. Maar dat is voor koeien eigenlijk te weinig. Het zijn kuddedieren met een sterke hiërarchie. Ze willen samen optrekken met hun metgezellen en afstand houden van koeien hoger in rang. Hilhorst: “Een koe laag in rang zal niet naast een dominante koe gaan liggen, ook niet als dat het laatste plekje is. Zij zal blijven staan en dat geeft stress.” Cijfers over weidegang Wakker Dier gebruikt bij haar berekening de door het CBS gepubliceerde cijfers over het gemiddelde aantal uren weidegang van ‘weidekoeien’. Daarin zijn de koeien die helemaal nooit buiten komen niet verdisconteerd. Wakker Dier rekent met de ‘weidekoeien’ cijfers van het CBS omdat de meeste melk die Nederlanders kopen afkomstig is van weidekoeien. Zuiver is niet zo zuiver als we denken Wakker Dier startte deze zomer een campagne om het leven van de melkkoe te verbeteren. De gemiddelde melkkoe geeft 36.000 liter melk in haar leven. Daarvoor moet ze hard werken onder vaak slechte omstandigheden. Veel dieren zijn ziek, of de uitputting nabij. Anne Hilhorst van Wakker Dier: “In de gangbare melkindustrie worden koeien echt gesloopt.” Wakker Dier wil dat alle melk minimaal gaat voldoen aan één ster van het Beter Leven Keurmerk en/of Nederlands biologisch (Natuurweide). Zodat het aantal weide uren en/of de omstandigheden in de melkveestal verbeteren.

Ik snap er niks van

Feiten gehaald van het internet: CO2-uitstoot is het vrijkomen van CO2 in de atmosfeer. Dit vindt plaats door de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en aardgas, maar ook dieren en mensen stoten CO2 uit. Het deel dat Nederland uitstoot, is ongeveer 0,46 procent van de wereldwijde uitstoot. Landen met hoogste totale CO2-uitstoot Deze landen hebben de hoogste totale CO2-uitstoot (cijfers 2020): 1. China – 10,7 miljard ton 2. Verenigde Staten – 4,7 miljard ton 3. India – 2,4 miljard ton 4. Rusland – 1,6 miljard ton 5. Japan – 1 miljard ton In Nederland bedraagt de totale CO2-uitstoot zo’n 138 miljoen ton per jaar. CO2 uitstoot berekenen: Het berekenen van CO2-uitstoot en het effect dat deze uitstoot heeft voor het milieu is erg ingewikkeld. Als deze feiten ziet snap ik niet waarom we in ons land zo'n strijd hebben om het milieu. Natuurlijk moeten we er iets aan doen. Maar onze bijdrage is maar 0,46 procent. Dan is mijn vraag wat zou het schelen als de mensen in Nederland minder vlees gaan eten. Hoeveel zullen we daarmee minder CO2 gaan uitstoten? Dat is toch minimaal. Ik vind ook dat we het milieu moeten helpen en ons daarvoor moeten inzetten, maar is daar deze hersenspoeling vanuit de media daar voor nodig? En waarom wordt er zoveel geld weggegooid voor zo weinig bijdage aan de C02 uitstoot?

Gevolgen verlies derogatie.

Komende vrijdag stemt het nitraat committee definitief voor uitfaseren derogatie voor Nederland. Staghouwer liep wat dat betreft voor de muziek uit. We laten even in het midden of Nederland actief verzocht heeft voor beëindiging of dat Brussel dat besloten heeft. Maar wat zijn de gevolgen. Ik ben eens wat aan het rekenen en zoeken geweest. Uitgangspunten Derogatie werd aangevraagd voor 800.000 ha, eenderde voor de 230 kg N norm en tweederde voor de 250 kg N norm Bij afschaffing betekent dat gemiddeld 75 kg N per ha verlies aan plaatsingsruimte voor graasdiermest , 60 miljoen kg N aan plaatsingsruimte. Een paar rekensommen 60 miljoen N extra mestafzet x €4 (16 a 17 euro per M3) 60 miljoen N aankoop kunstmest x €2 Totaal kosten voor de sector €360 miljoen per jaar of €450 per ha aangevraagde derogatie per jaar. Aanzienlijk Maar er stond meer is de kamerbrief van maandag 5 september wat onderbelicht blijft Er loopt een pilot mineralenconcentraat, deze is in 2021 voor het jaar 2022 verlengt. Maar 2023? Bij geen verlenging is dit een klap voor zowel de melkveehouderij, akkerbouw als varkenshouderij. Daarnaast verdwijnt er zo'n 350.000 ha aan mestplaatsingsruimte. Rundvee mest is alleen met de mestkraker van JOZ te verwerken. Anders zal er veel meer varkensmest verwerkt moeten worden. Maar in de kamerbrief valt te lezen dat men niet kiest voor mestverwerking maar voor aanpassingen aan de mestproductie plafonds. Zeg maar de pluimvee, varkens en fosfaat rechten. Binnen de laatste wijzigingen Meststoffenwet is hier al op voorgesorteerd. 350000 ha plaatsingsruimte vertegenwoordigd zo'n 525.000 grootvee eenheden. Hieronder twee afbeeldingen die belangrijk worden. De nationale stikstof balans, die door verlies derogatie alleen maar schever wordt. En een afbeelding over de verliezen bij gebruik kunstmest. Daarnaast heeft het verlies van derogatie ook nog een enorme impact op broeikasgassen. Kunstmest productie, meer mest op de assen, meer verwerken.... Of een extreme veekrimp Door de hoge opbrengst prijzen is zo"n beetje de hele agrarische sector incl vertegenwoordigers ingedut. MAAR IK ZOU MAAR OP MIjN HOEDE ZIJN........

Einde derogatie, rest nog dat we worden gechanteerd ermee.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 5 september 2022 Betreft Stand van zaken derogatie van de Nitraatrichtlijn Pagina 1 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lnv Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Geachte Voorzitter, Meststoffen zijn cruciaal voor de groei van gewassen. Zonder goede toepassing van meststoffen kan de landbouw in Nederland niet de hoeveelheid en goede kwaliteit landbouwproducten leveren zoals zij nu doet. De productie en het gebruik van meststoffen in de landbouw heeft echter ook bijeffecten. In Nederland gaat het dan met name om het teveel aan meststoffen dat in onze leefomgeving terecht komt. Vermesting van het milieu kan een bedreiging vormen voor ons drinkwater en kan bijdragen aan achteruitgang van de natuurlijke biodiversiteit. Sinds de jaren ’90 is in Europees verband de Nitraatrichtlijn de basis voor het Nederlandse mestbeleid. De Nitraatrichtlijn kent de mogelijkheid van een derogatie waardoor onder voorwaarden op grasland meer dierlijke mest kan worden toegepast. Nederland maakt hiervan sinds 2006 gebruik en het belang van de derogatie is dan ook groot voor de gehele agrarische sector. In de afgelopen decennia zijn door alle betrokkenen grote stappen gezet om de waterkwaliteit te verbeteren. Op diverse momenten is Nederland echter ook over milieugrenzen heen gegaan waardoor het nodig is geweest aanvullende maatregelen te nemen, met soms forse en pijnlijke ingrepen. Om de landbouw en natuur beter met elkaar in balans te brengen heeft het kabinet er voor gekozen fors te investeren in een duurzame landbouw en in een robuust natuurareaal. In het Coalitieakkoord is daarom voorzien in een gebiedsgerichte integrale aanpak die tot doel heeft om natuur, klimaat en water in Nederland in goede staat te brengen, gericht op de verscheidenheid aan gebieden, en te werken aan een duidelijk en goed toekomstperspectief voor boeren. Door middel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG) wordt hieraan uitvoering gegeven. Voor veel boerengezinnen is op dit moment nog geen duidelijkheid over de betekenis hiervan voor hun bedrijf en hoe zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Ik begrijp de emoties die dit met zich meebrengt en met mijn brief over de toekomst van de landbouw hoop ik binnenkort een deel van deze zorgen weg te kunnen nemen. In de komende periode zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over het advies van de heer Remkes, over de schets van de toekomst van de landbouw, over de kaders van het NPLG (verdere richtinggevende doelstellingen en Pagina 2 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 structurerende keuzes) en over de uitwerking van het principe ‘bodem en water sturend’. Vooruitlopend op de Kamerbrief over de toekomst van de landbouw informeer ik u hierbij over actuele ontwikkelingen met betrekking tot het mestbeleid, en meer in het bijzonder over de derogatie van de Nitraatrichtlijn. De Europese Commissie (EC) heeft de conceptderogatiebeschikking (op grond van Europese regelgeving vertrouwelijk) gedeeld met de lidstaten ter voorbereiding op de stemming in het Nitraatcomité van 15 september 2022. Omdat ik dit uw Kamer heb toegezegd, informeer ik u met deze brief alvast over de hoofdlijnen van de inhoud van de conceptderogatiebeschikking. Een definitieve beschikking zal pas aan Nederland worden verleend en openbaar worden na stemming hierover door de lidstaten in het Nitraatcomité (15 september a.s.) en daaropvolgende besluitvorming in het College van Commissarissen. Tevens licht ik in deze brief toe hoe ik derogatiebedrijven de komende periode wil ondersteunen. Dit doe ik door middel van een tijdelijke transitieregeling die erop is gericht het areaal grasland van deze bedrijven in de toekomst te behouden ten behoeve van de waterkwaliteit, en die bijdraagt aan de verduurzamingstransitie voor de landbouw op het gebied van stikstof, klimaat, waterkwaliteit en natuur. Het mestbeleid voor de periode 2022-2025 is vastgelegd in het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (hierna: 7e AP). Op 25 februari 20221 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de doorvertaling van het Coalitieakkoord in het addendum op het 7e AP om te voldoen aan de verplichtingen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water voor zover het de landbouw betreft. Het 7e AP en het addendum vormen daarmee de basis voor verlening van derogatie van de Nitraatrichtlijn voor de periode 2022-2025. Ik heb de Tweede Kamer diverse keren laten weten dat de onderhandelingen met de EC stevig zijn geweest. De EC ziet deze derogatieverlening uitdrukkelijk als ondersteuning van de in Nederland benodigde transitie van de landbouw (o.a. op het gebied van waterkwaliteit) en de impact daarvan op het landelijk gebied door het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit heeft geleid tot een significant andere beschikking dan eerder2. Voor het jaar 2022 zijn de voorwaarden in de conceptbeschikking gelijk aan de voorgaande beschikking. Mijn inzet is altijd geweest ondernemers rechtszekerheid voor een langere periode te kunnen bieden. Mede om deze reden is de looptijd van de conceptbeschikking langer dan de vorige, namelijk vier jaar, te weten van 2022 tot en met 2025. Daar tegenover staat dat de conceptbeschikking voor 2022 tot en met 2025 de laatste derogatie voor graasdiermest zal zijn die aan Nederland zal worden verleend. Vanaf 2026 is de stikstofgebruiksnorm uit dierlijke mest 170 kg per hectare. De conceptbeschikking voorziet daarbij vanaf 2023 in een stapsgewijze, jaarlijkse afbouw van de omvang van de extra plaatsingsruimte voor graasdiermest bovenop de norm van 170 kg stikstof per hectare en stelt aanvullende voorwaarden. De hoogte van de derogatie is de komende jaren als volgt: 1 Kamerstuk 33037, nr. 437 2 Kamerstuk 33037, nr. 446. Pagina 3 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Hoogte derogatienorm in door nutriënten verontreinigde gebieden Hoogte derogatienorm overige gebieden 2022 230 kg/N/ha3 250 kg/N/ha 2023 220 kg/N/ha 240 kg/N/ha 2024 210 kg/N/ha 230 kg/N/ha 2025 190 kg/N/ha 200 kg/N/ha 2026 Geen derogatie Geen derogatie Er zullen in de derogatiebeschikking substantiële aanvullende voorwaarden worden opgenomen om te borgen dat de geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak ook daadwerkelijk tot resultaat leidt en dat hiermee doelbereik voor de waterkwaliteitsopgave tijdig zal worden gerealiseerd. Vanaf 2023 zal Nederland bijvoorbeeld verontreinigde gebieden moeten aanwijzen in lijn met een eerdere Hofuitspraak over Duitsland4, waar de derogatie sneller zal worden afgebouwd en aanvullende eisen worden gesteld, zoals een verlaging van de stikstofgebruiksnormen vanaf 2025. Ook zullen de mestproductieplafonds worden bijgesteld in lijn met de verwachte resultaten van de maatregelen uit het 7e AP en het Addendum. Tevens wordt de regelgeving ten aanzien van bufferstroken aangepast in lijn met het nieuwe GLB. Ten aanzien van de handhaving zal de uitvoering van de versterkte handhavingsstrategie mest worden vervolgd. Een deel van deze aanvullende voorwaarden zal, meer dan in eerdere beschikkingen, ook gelden voor de Nederlandse landbouw als geheel. Sommige van deze voorwaarden gelden dus ook voor boeren die niet deelnemen aan de derogatie. Wanneer de derogatiebeschikking definitief is vastgesteld en openbaar is, zal ik de Tweede Kamer informeren over de details van deze aanvullende voorwaarden en de implementatie ervan vanaf januari 2023. Kunstmestvervanging uit dierlijke mest De afgelopen jaren heeft Nederland zich zeer actief ingezet voor het mogelijk maken van vervanging van kunstmest door hoogwaardige producten uit dierlijke mest binnen de Nitraatrichtlijn. Nederland heeft in april 2022 een aanvraag voor een landen-specifieke oplossing voor het gebruik van deze producten boven de gebruiksnorm dierlijke mest ingediend bij de EC, mede naar aanleiding van de motie Van der Plas, Bisschop en Boswijk (Kamerstuk 21501-32, nr. 1403). Dit maakte deel uit van de besprekingen met de EC over de derogatie voor graasdiermest. De EC beschouwt kunstmestvervanging echter als een separaat traject, waarin ik mij intensief zal blijven inzetten voor kunstmestvervanging door dierlijke mest in Europees verband en ook met andere lidstaten. Transitietegemoetkomingsregeling Het kabinet beseft dat de gevolgen van de afbouw van de derogatie voor de derogatiedeelnemers erg groot zijn. Deze bedrijven worden na een lange periode waarin zij uit konden gaan van de derogatie, nu geconfronteerd met de afbouw van deze jarenlang aan Nederland verleende gunst. De boodschap komt juist op het moment dat zij met hun bedrijven aan de vooravond staan van een ingrijpende, noodzakelijke verduurzamingstransitie op het gebied van stikstof, 3 In 2022 gaat het om het centrale en zuidelijke zandgebied en in het lössgebied overeenkomstig de voorgaande aan Nederland verleende derogatiebeschikkingen 4 Judgment of the Court of 21 June 2018, European Commission v Federal Republic of Germany, C-543/16, ECLI:EU:C:2018:481. Pagina 4 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 klimaat, waterkwaliteit en natuur. Hiervoor biedt het Rijk een integrale aanpak en kaders, via het NPLG, en ondersteuning. Hoewel de richting van de ontwikkelingen overeenkomsten kent, knelt de timing. Waar voor de realisatie van de doelen van het NPLG tot 2030 de tijd is, zorgt het afbouwpad van de derogatie er voor dat de circa 16.500 derogatiedeelnemers al veel sneller voor een extra opgave staan. Het kabinet wil deze derogatiedeelnemers met behulp van een tijdelijke transitietegemoetkoming ondersteunen, zodat het areaal grasland van deze bedrijven behouden blijft opdat de waterkwaliteit in Nederland niet achteruitgaat. De transitieregeling biedt deze bedrijven tevens de gelegenheid om deze periode te benutten om op basis van de veranderende situatie en de toekomstige kaders de juiste afwegingen kunnen maken voor hun bedrijf. Het kabinet wil dat deze bedrijven vanuit een krachtige positie, met behoud van grasland, de transitie van het landelijk gebied kunnen starten en ook door kunnen maken. Het verbeteren van de waterkwaliteit is onderdeel van de benodigde verduurzamingstransitie. Dit is een randvoorwaarde om te voldoen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Bovendien is grasland nodig voor weidevogels, die onderdeel uitmaken van de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Het kabinet wil daarom het behoud van grasland stimuleren en hiermee voorkomen dat grasland door derogatiedeelnemers wordt omgezet in bouwland voor de teelt van uitspoelingsgevoelige gewassen. Het kabinet wil stimuleren dat bedrijven de komende jaren een derogatievergunning blijven aanvragen, omdat hiervoor de verplichting geldt dat van het beschikbare areaal van deze bedrijven 80% grasland is. Kortom: door voldoende deelname aan de derogatieregeling, kunnen we het areaal grasland in Nederland de komende jaren op peil houden. Ook na de afbouw van de derogatie is behoud van grasland noodzakelijk om te voorkomen dat de waterkwaliteit en de natuur achteruit gaan. Het kabinet gaat onderzoeken op welke wijze in de periode tussen de afloop van de derogatie en de invoering van de wettelijke verplichting voor een aandeel permanent grasland in het kader van grondgebonden melkveehouderij, het behoud van grasland kan worden geborgd, met als doel het bestendig behoud van grasland. Daarbij betrek ik ook het NPLG. Het kabinet heeft als onderdeel van de transitie van het landelijk gebied het voornemen om een tijdelijke regeling vorm te geven, die voorziet in een transitietegemoetkoming aan landbouwers die in 2021 een derogatievergunning hadden. Deze tegemoetkoming ziet op een gedeelte van de extra kosten die deze derogatiedeelnemers moeten maken vanwege de afbouw van de derogatie, om zeker te stellen dat zij grasland behouden. De transitieregeling heeft een looptijd van maximaal 3 jaar en loopt van 1 januari 2023 tot uiterlijk 31 december 2025. Voor de regeling stelt het kabinet maximaal € 130 miljoen beschikbaar. De regeling wordt in 2023 gedekt vanuit de begrotingsreserve apurement. De jaren 2024 en 2025 worden taakstellend op de begroting van LNV verwerkt en ingevuld bij Voorjaarsnota. De budgettaire verwerking zal niet meer kunnen plaatsvinden in de op Prinsjesdag in te dienen begroting en zal daarom plaatsvinden via een Nota van Wijziging op de begroting 2023. Het doen van uitgaven en aangaan van verplichtingen is onder voorbehoud van parlementaire autorisatie. In de komende periode zal deze regeling in samenspraak met de sector en de Europese Commissie uitgewerkt worden. Pagina 5 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Het kabinet beseft dat de derogatiebeschikking een bredere uitwerking heeft en niet alleen impact heeft voor de derogatiedeelnemers. Ook andere bedrijven zullen de gevolgen ondervinden van de te treffen maatregelen (bijvoorbeeld bedrijven die mest op de markt brengen en bedrijven die mest aanwenden). Deze regeling is dan ook slechts voor een korte periode en beperkte groep behulpzaam, gericht op behoud van grasland, en vangt de meest directe impact van de afbouw van de derogatie op. Er moet in het kader van het NPLG veel meer gebeuren om de melkveehouders en andere agrarische ondernemers te ondersteunen. In de brief over de toekomst van de landbouw zal ik verder ingaan op de toekomst voor de agrarische sectoren en de ondersteuning die de overheid de gehele agrarische sector in de grote transitie kan bieden. De overheid staat aan de zijde van de agrarische ondernemers. Van de gehele keten wordt een nietvrijblijvende bijdrage aan de transitie verwacht. De subsidieregeling wordt uitgevoerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). De details zullen de komende tijd worden uitgewerkt, waarbij uiteraard in gesprek met sectorpartijen zal worden getoetst of de regeling aansluit bij de bedrijfspraktijk. De regeling zal zo eenvoudig mogelijk worden opgezet, om de uitvoering voor zowel de derogatiedeelnemers als RVO zo makkelijk mogelijk te maken. Dat betekent dat er gewerkt zal worden met forfaitaire bedragen en dat de regeling niet bedrijfsspecifiek zal kunnen zijn. De steun aan agrarische ondernemers moet passen binnen de strenge staatssteunkaders en zal worden gebaseerd op de De-Minimis Verordening voor de landbouwsector en ik zal de daarvoor geldende procedures volgen. Ik zal de Tweede Kamer op een later moment informeren over de nadere uitwerking van de regeling. Vervolg De procedure om tot een nieuwe beschikking te komen, is nog niet afgerond. De EC dient hiertoe de conceptderogatiebeschikking aan Nederland in het geplande Nitraatcomité op 15 september 2022 te agenderen. De lidstaten zullen dan in het comité een positief dan wel negatief advies over het voorstel van de EC geven om de conceptderogatiebeschikking aan Nederland te verstrekken. Het spreekt zich daarbij uit met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Bij een positief advies stelt de EC, na besluitvorming in het College van Commissarissen, de derogatiebeschikking vast. Hierover zal ik de Tweede Kamer vervolgens informeren. Bij een negatief advies van het Nitraatcomité zal ik de Tweede Kamer informeren over het proces dat dan gevolgd zal worden. Tot slot Mijn inzet is er steeds op gericht geweest derogatie verleend te krijgen. Ik heb in mijn brief van 25 februari 2022 reeds aangegeven dat Nederland met het 7e AP en het addendum een stevige bijdrage levert aan de realisatie van de waterkwaliteitsdoelen. Deze conceptderogatiebeschikking draagt daar verder aan bij. Ik ben me er zeer van bewust dat deze uitkomst grote impact zal hebben in de agrarische sector en voor individuele bedrijven en hun gezinnen, met name na afloop van deze derogatiebeschikking in 2026. Waarbij dit bovenop eerdere forse ingrepen komt waarvan de gevolgen nog steeds bij vele boerengezinnen leven. Zoals ik ook eerder in deze brief heb aangegeven, kunnen de gevolgen van deze uitkomst niet los worden gezien van de transitie naar een duurzame en krachtige landbouwsector via het NPLG en het perspectief voor de toekomst van de Pagina 6 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 landbouw. Deze uitkomst verhoogt de (tijds)druk op het nemen van maatregelen die in het kader van de opgaven rond klimaat, water en natuur nodig zijn. Het kabinet en provincies ondersteunen de betrokkenen bij deze transitie in de landbouw en het landelijk gebied. In het NPLG zal nader in worden gegaan hoe de afbouw van de derogatie mogelijk tot andere ruimtelijke keuzes leidt en hoe de doelen gehaald zullen worden. In oktober 2022 informeer ik u hier nader over. Ik zal de gevolgen van de afbouw van de derogatie ook betrekken bij mijn schets van de toekomst van de landbouw. Ik kan mij voorstellen dat boeren veel vragen hebben naar aanleiding van deze brief. RVO zal onder andere via de website (www.rvo.nl) ondernemers verder informeren over de inhoud van de gehele conceptderogatiebeschikking en de wijze waarop ondernemers gebruik kunnen maken van de derogatie in 2022 en de komende jaren. Ondernemers met vragen over deze conceptbeschikking kunnen ook terecht bij RVO vanaf maandag 5 september 2022via het telefoonnummer 088 – 042 42 42. Henk Staghouwer Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwalit

Doorbraak of een list?

Deze week hebben sector partijen voor het eerst gezamenlijk overleg gehad met gespreksleider Remkes over het stikstof dossier. Aan dat gesprek zaten vooraf voorwaarden verbonden. De kdw van tafel was er daar 1 van . Naar nu (achteraf)blijkt is er aan de voorwaarden niet voldaan. In een gezamenlijk statement valt op te maken dat er toch enige toenadering vanuit het kabinet Rutte lijkt te komen. Maar is dat zo? Ik zal het proberen uit te leggen. Het kabinet wil kijken naar een andere berekeningswijze van de kritische depositie waarde (KDW) Deze waarde is vastgesteld naar aanleiding van onderzoek op laboratorium niveau bij welke stikstof gift een habitat type nadelige zou kunnen ondervinden. Wederom een sur realistische benadering. De KDW, een grenswaarde , waarbij een habitat type nadelige gevolgen zou kunnen ondervinden, is voor sommige habitat type zo laag vast gesteld, dat de depositie bijdragen vanuit het buitenland (NOx) al zorgen voor een overschrijding. Doelen van 2030 uit het regeerakkoord zijn daarom ook nooit te halen. En daar is een list voor bedacht. In de technische briefing 16 juni 22 van PBL en RIVM is daarover gesproken. Men heeft het daar over de KDW-T. Wat is het voorstel? Men stelt voor om de KDW, daar waar deze voor een habitat type onder de 1000 mol per ha zit, op te hogen tot 1000 mol, zeg maar 14 kg N per ha. En dat tegen het licht van een achtergrond depositie van 22 kg N per ha en een veehouderij aandeel daarin van rond de 10 kg N per ha. En laat nu net toevallig de kabinet doelstelling 74 % depositie reductie wezen. Of te wel het verschil tussen de achtergrond depositie en de KDW-T. Dus met een andere berekeningswijze, lees de KDW-T, worden de doelen in 2030 gehaald. Waarom deze tussen stap? Men verwacht dat de NOx depositie vanuit het buitenland door de NEC richtlijn fors gaat dalen . (verwachting 🤪) En dan is nog iets opvallends. In een rapportage okt 21 schrijft het RIVM in opdracht van het kabinet dat de vergunning verlening makkelijker kan als de achtergrond depositie onder de KDW zit. Men gaat er vanuit dat er in die situatie geen passende beoordeling (lees Aerius berekening) meer gedaan hoeft te worden. Dus de list waar sector partijen NIET in moeten trappen, is de zogenaamde toenadering van de heer Rutte met tassen draagster v d Wal. Want Rutte heeft maar 1 moto!!! Des te meer veehouders er verdwijnen des te eerder gaat de BV Nederland weer draaien. Overigens zegt Rutte ook steeds tegen sector partijen " Ik kan de KDW niet uit de wet halen, want die heb ik nodig bij de vergunning verlening. Niemand snapt waarom hij dat zegt, tenzij je zijn agenda begrijpt.

Natuur nog stikstofgevoeliger, strengere maatregelen lijken onvermijdelijk

Een deel van de Nederlandse beschermde natuur heeft meer last van stikstof dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit een rapport van internationale wetenschappers dat later deze maand verschijnt. De bevindingen in het rapport zijn niet vrijblijvend. Als het kabinet zich aan de eigen afspraken houdt - wat het ministerie van LNV in een reactie zegt te zullen doen - moet een deel van de stikstofnormen in Nederland worden aangescherpt. De NOS legde de bevindingen uit de laatste voorlopige versie van het rapport naast de huidige Nederlandse stikstofeisen en sprak met juristen en ecologen over de gevolgen. Die zijn waarschijnlijk groot. Het zal in ieder geval veel moeilijker worden om de stikstofdoelen van het kabinet te halen. Het ministerie zegt daarover in een reactie: "wat het precies betekent voor de opgave laten we zo spoedig mogelijk in kaart brengen." Het rapport, verschenen onder VN-toezicht, stelt nieuwe grenzen waarbinnen in de toekomst ook de Nederlandse stikstofnormen moeten vallen. Het gaat om de zogeheten kritische depositiewaarde (KDW), die aangeeft hoeveel stikstof een natuurgebied aankan voordat er schade ontstaat. Die KDW wordt niet bepaald door de Tweede Kamer of door het kabinet, maar door ecologen in opdracht van het ministerie van LNV.

Veganisten proberen het overheidsbeleid te beïnvloeden

In de inleiding van het nieuwe plan [url=https://d3ncyx4db87lab.cloudfront.net/05/21/422/kritische_kanttekeningen_bij_aanpak_stikstofcrisis_en_handreikingen_voor_oplossingen_def.pdf]’Kritische kanttekeningen bij aanpak stikstofcrisis en handreikingen voor oplossingen’ [/url]is Lindeboom kritisch op het vermogen van Den Haag om voorbij de eigen overtuigingen te kijken. „Er zijn geluiden dat er verborgen agenda’s onder de huidige maatregelen liggen. Zo zouden veganistische utopisten het overheidsbeleid onevenredig beïnvloeden. Kritische wetenschappers worden doodgezwegen of krijgen een spreekverbod. Nieuwe informatie wordt genegeerd of geminimaliseerd. Dit verdient nadere aandacht.” LTO Nederland is blij met het nieuwe initiatief van de aan D66 gelieerde professoren. „De Nederlandse boeren en tuinders genieten wereldwijd waardering voor hun innovatiekracht en duurzaamheid. Innovatie zou dan ook centraal moeten staan als de overheid stikstof wil reduceren. Ondanks voorstellen vanuit de sector is dat nog niet het geval. We gaan de plannen van prof. Lindeboom bestuderen en hopen dat het kabinet dat ook van harte doet”, aldus een woordvoerder. Meer: https://digitalekrant.telegraaf.nl/static/cci/index.html?epub=https://digitalekrant.telegraaf.nl/cdn/premium/f65e8690e04a3dd57338705e415435a4/web/OPS/cciobjects.json#/pages/2-3

Wat moet Van der Wal morgen gevraagd worden?

Mij lijkt interessant om te weten waarom de 70 % ring om alle stikstofgevoelig natuur gelegd is en niet alleen om die natuur waar ook de KDW overschreden is. Het RIVM leek voorbereid te zijn op die vraag tijdens de briefing vermoedelijk heeft het RIVM het daar ook met het ministerie over gehad. Ook lijkt het mij interessant om te weten waarom de industriële ammoniakuitstoot ets niet zijn meegenomen? Bij NOx heeft het RIVM al gezegd omdat dat relatief verder van de bron deponeert, heel sterk is dat argument niet want bij grote NOx bronnen zal er wel degelijk een groot effect zijn op nabij gelegen N2000 in de berekeningen. Een andere vraag zou kunnen zijn of de analyse klopt dat het de bedoeling is dat er generieke maatregelen komen zodat in gebieden met 12% reductie geen bedrijven uitgekocht worden. In gebieden met 47 % zo'n 37 % van de bedrijven en in de gebieden met 70 % 60% van de bedrijven. Immers daar lijkt het textiel wel een beetje op. Als overal ongeveer grofweg 10 % generiek geminderd wordt en het kleurenplaatje mikt op 40% dan blijft nog de 30% over die genoemd wordt als schatting voor reductie veestapel. Omdat het gereduceerde vee niet mee kan reduceren moet het percentage generieke reductie iets hoger komen te liggen dan 10% dus zo'n 12%.

Waarschuwing voor voedselschaarste vanwege voorjaarsdroogte

Boerenbelangenvereniging ZLTO luidt de noodklok vanwege het droge voorjaar. Omdat er geen regen valt dreigen oogsten te mislukken, wat kan leiden tot voedseltekorten. ZLTO vertegenwoordigt 12.000 boeren en tuinders in Gelderland-Zuid, Noord-Brabant en Zeeland. Volgens bestuurslid Janus Scheepers ontkiemen de zaden niet omdat ze droog in de grond liggen. "We kunnen de gepote en gezaaide planten niet boven krijgen of in leven houden, zo vroeg in het jaar al", zegt hij. Als de oogsten deels mislukken, is de vraag of er straks nog genoeg betaalbaar eten is, zegt Schepers. "Voor onze mensen maar natuurlijk ook voor onze dieren. Want we maken ook producten voor de dierlijke consumptie." Gisteren heeft het waterschap Brabantse Delta besloten dat in delen van Brabant niet meer beregend mag worden met water uit de sloot, beken of kanalen. Het waterschap heeft door de droogte zogenoemde onttrekkingsverboden ingesteld. Het gemiddelde neerslagtekort is nu zo'n 60 millimeter, blijkt uit de neerslagmonitor van het KNMI. Daarmee is dit jaar een van de droogste sinds het begin van de metingen in 1906. De komende twee weken wordt er geen regen verwacht, waardoor het neerslagtekort kan oplopen tot 90 millimeter. Het neerslagtekort dit jaar tot nu toe: In februari viel er veel regen in Nederland, maar de maand maart was extreem droog en ook in april bleef noemenswaardige neerslag uit. De lage waterstand die daardoor ontstond kan behalve tot voedseltekorten, ook leiden tot schade aan oevers en kaden. Daarnaast kunnen dieren en planten in het water doodgaan.

mob knalt emissie arme vloeren af

maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. De rechtbank acht een natuurvergunning dan noodzakelijk en is van oordeel dat de voersamenstelling in een voorschrift aan de vergunning zal moeten worden verbonden. Naarmate de agrariër meer vrijheid zal willen hebben, zal hij een buffer moeten aanleggen door minder dieren te gaan houden dan maximaal mogelijk is op basis van de Rav factor. - De met mest besmeurde oppervlakte per dierplaats. De wisselende oppervlakte per gehouden dier (afhankelijk van de veebezetting) is ook een oorzaak voor onzekerheid. Door het voorschrijven van een bepaalde oppervlakte per dierplaats kan deze onzekerheid worden weggenomen. Hierbij is wel van belang dat een agrariër niet verplicht kan worden om zijn volledige vergunning te gebruiken. Het voorschrift kan dan worden nageleefd door (afhankelijk van de veebezetting) delen van de stal af te sluiten voor de dieren zodat ze altijd dezelfde oppervlakte beschikbaar hebben. Hierdoor treden geen variaties op in de maximum emitterende oppervlakte. Gelet op het verschil tussen de oppervlakte in de stalbeschrijving en de oppervlakte bij vaststelling van de Rav emissiefactor zal een keuze moeten worden gemaakt en zal moeten worden bezien of deze keuze leidt tot een toename van de ammoniakemissie of niet. Met andere woorden, een agrariër kan er voor kiezen om een koe te houden op 4,5 m2 oppervlakte of op 5,5 m2 oppervlakte. Bij de keuze voor een grotere oppervlakte kan hij minder dieren houden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het vastleggen van de oppervlakte per dier of dierplaats als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Zolang sprake is van een verschil tussen de Rav factor en de stalbeschrijving, is er onzekerheid en is een natuurvergunning noodzakelijk. In de natuurvergunning zal de oppervlakte per dier of dierplaats in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. - Het onderhoud van de stal (schoonmaken) en de frequentie van de mestschuif. Verweerder en de agrariër kunnen ook kiezen voor verdergaande stalmanagement-maatregelen dan voorgeschreven in de stalbeschrijving. Bijvoorbeeld een hogere mestschuiffrequentie dan in de stalbeschrijving staat. Dit heeft een ammoniakemissiebeperkend effect. Ook dit zal moeten worden vastgelegd in een voorschrift omdat dit afwijkt van de aangevraagde stalbeschrijving. Deze maatregel kan als beschermingsmaatregel worden aangemerkt. Deze maatregel kan worden betrokken bij de passende beoordeling. Dan is een natuurvergunning noodzakelijk en zal de managementmaatregel in een voorschrift aan de vergunning moeten worden verbonden. Conclusie 13. Bij de toetsing aan artikel 2.7 van de Wnb kan niet zonder meer van de haalbaarheid van de in de Rav genoemde emissiefactoren worden uitgegaan. De rechtbank is naar aanleiding van de bevindingen in het StAB-advies over de totstandkoming van de Rav factor van oordeel dat verweerder in dit geval niet van de Rav factor voor stalsysteem A.1.13 kon uitgaan. Gelet op de algemene onderzoeksrapporten kan verweerder ook niet van een gecorrigeerde Rav factor uitgaan. Het staat niet vast dat het project met het aangevraagde emissiearme stalsysteem daadwerkelijk zal leiden tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie. Er zijn veel factoren van invloed op de daadwerkelijke ammoniakemissie in een aangevraagd project. Er kunnen meerdere beschermingsmaatregelen worden getroffen. 14. Het beroep is gegrond gelet op rechtsoverwegingen 4, 10 en 11 van deze uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een bestuurlijke lus maar volstaat met een vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van vergunninghoudster met inachtneming van deze uitspraak binnen zes maanden na verzending van deze uitspraak. 15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 3,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1,5 punt voor het verschijnen op de zitting, 0,5 punt voor de reactie op het StAB-advies en 0,5 punt voor de overige reacties, met een waarde per punt van € 759,00, bij een wegingsfactor 1). Hiervoor wordt € 2.656,50 toegekend. De rechtbank kent daarnaast een vergoeding voor gemaakte deskundigenkosten toe van € 5.800,00, op basis van een ureninschatting van 48,50 uur vermeerderd met de duur van de zitting en een uurtarief van € 97,50 exclusief BTW. Het tarief en de gemaakte uren komen de rechtbank niet onredelijk voor. nu Brabant eist om stallen aan te passen geeft dit grote onzekerheid dus aanvraag van nieuwe vergunning geeft de MOB de mogelijkheid een zienswijze in te dienen met alle gevolgen van dien

Jean-PierreK


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 2u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering