Kaaskoningin uit Amerika even terug op ‘oale groond’: ‘Een beetje Twentse humor bij Trump, dat zou helpen’

WEERSELO - Marieke ter Keurs woont al zeventien jaar in Amerika. Ze bouwde er een imperium op als kaaskoningin. Deze week is ze toevallig terug in Twente. De beelden van de bestorming van het Capitool schokten daar diep. ,,In Amerika is alles mogelijk, dus helaas ook dit.” [img]https://images4.persgroep.net/rcs/DsabcGJ6EHTu7H-4V_wGw1QN2dw/diocontent/180977986/_fitwidth/694/?appId=21791a8992982cd8da851550a453bd7f&quality=0.8&desiredformat=webp[/img] Voor de Twentse, opgegroeid in Weerselo, kwam de uitbarsting niet als een verrassing. “Iedereen voelde dit aankomen. Een deel van de bevolking heeft Trump heilig verklaard. Ze volgen hem blindelings, ongeacht wat hij zegt. Agressie was altijd al een ding in Amerika, maar de laatste jaren is dat alleen maar gegroeid. Dat moest er een keer uitkomen, dat stond vast. Alleen het moment waarop heeft me verbaasd. Ik had het eerder verwacht. Woede laat zich niet beteugelen, en al helemaal niet in Amerika.” ,,Het was beschamend om te zien. De mensen die ik hier spreek, vragen me er ook allemaal naar. Hoe je in zo’n land kunt leven, willen ze dan weten. Dat vraag ik mezelf ook wel eens af. Toch is er ook altijd die andere kant. Amerika biedt mij de mogelijkheden die ik hier niet heb. Het is een land dat mensen breekt maar ook groot kan maken. Alles is er mogelijk, en helaas dus ook dit.” Sinds haar emigratie in 2003 beleefde ze haar eigen versie van de ‘American Dream’. Als eenvoudige boerin op een bedrijf met 900 melkkoeien in Wisconsin begon ze na de geboorte van haar tweede kind met de productie van Hollandse boerderijkaas. Het bleek een schot in de roos. Met als merknaam Marieke Gouda bouwde ze in snel tempo een klein kaasimperium op met veertig werknemers en een productie van 220.000 kilogram kaas per jaar. In het dorp waar ze woont, stemde zo’n 95 procent van de 1600 inwoners in 2016 op Trump. De mentaliteit is er anders dan in Nederland. “Als ik op Oudejaarsdag met oliebollen op de stoep sta bij mijn buurman en hem vertel dat dat een Hollandse traditie is, denkt hij dat ik een grap maak.” De hardheid die er altijd al was, is tijdens het presidentschap van Trump versterkt, vindt ze. “De armoede is gegroeid. Wie niet mee kan, valt in een donker gat. Er is geen sociaal vangnet, geen zorgverzekering zoals we die in Nederland kennen. Trump heeft de tegenstellingen aangewakkerd. De Mexicanen die bij ons werken, worden opgejaagd. Zijn handelspolitiek was slecht voor de boeren. De melkprijs is nog nooit zo laag geweest als nu. Veel bedrijven vallen om. Collega’s plegen zelfmoord. Het is een groot geluk dat wij die kaas hebben. Zonder dat is het de vraag of wij het ook hadden gered.” Met gemengde gevoelens gaat ze straks terug. Naar een land dat - ondanks Trump - toch ook een beetje haar land is geworden. “Ik hoop op Biden en, meer nog, op de mensen die hij meeneemt. ” De agressie, opgebouwd in jaren, zal echter nog wel even blijven, vreest ze. [img]https://images0.persgroep.net/rcs/lMLO2JC2rrqTLmMiVzcSPRMkClc/diocontent/180978009/_fitwidth/694/?appId=21791a8992982cd8da851550a453bd7f&quality=0.8&desiredformat=webp[/img]

Geen stennis, maar kennis helpt boer vooruit

Door 2 praktiserende veeartsen, In de melkveehouderij is alles kommer, kwel én kak. Tenminste, volgens voormalig veearts Nico Hoogland in De Volkskrant van 21 juni. In een vurig pleidooi bracht Hoogland een mengelmoes van waarheden – hele en halve – én onwaarachtigheden, op een toon waarin elk respect voor boeren ontbrak. Melkkoeien werden neergezet als erbarmelijke slachtoffers en veehouders als brute barbaren. Helaas was De Volkskrant niet bereid onze kanttekening bij de opinie van Hoogland te plaatsen, daarom publicatie via deze weg. Hoogland veroordeelt het gewichtsverlies van melkkoeien kort na afkalven. Dat koeien dan gewicht verliezen is correct, maar dit is niet ongewoon voor zoogdieren die nakomelingen baren en melk produceren, inclusief de mens. Volgens Hoogland komt dit door eiwittekorten. Hij schrijft dat veehouders daardoor noodzakelijkerwijs extra eiwit toevoegen aan runderrantsoenen. Dit is een misvatting. Het is niet zozeer eiwit, maar energie waar de koe na afkalven behoefte aan heeft. Als boeren zorgen voor goed voer en goede huisvesting, dan is de kans op gezondheidsproblemen na afkalven veel kleiner. Goed management maakt het verschil. Landbouw vereist tegenwoordig HBO-denkniveau Wat is goed management? Feit is dat niet alle boeren dat weten. Het vak van melkveehouder vereist inmiddels een HBO of academisch denkniveau. Dat betekent niet dat ambitie in de melkveesector ontbreekt. Integendeel, veel gedreven veehouders schuwen kennisvergaring niet. In de praktijk blijkt dat kennisvermeerdering direct bijdraagt aan beter bedrijfsrendement en dierwelzijn. Zuivelondernemingen kunnen boeren belonen met hogere melkprijzen voor het volgen van cursussen of workshops. Een aantal zuivelaars doet dit. Dierenartsen en voeradviseurs kunnen veehouders begeleiden. Boeren zijn terecht boos Jazeker, boeren zijn boos. De politiek – te weinig kennis van het landbouwvak – zorgt voor een grillig verloop van de vliegensvlug uitbreidende regels. Waarvan zij zelf de consequenties niet doorziet. Zij laten zich daarbij opjagen door actiegroepen die veehouders de status toedelen van dierenmishandelaar en milieuvervuiler. De Nederlandse melkveehouderij heeft sinds jaar en dag een ijzersterke positie in de markt. Dat is niet voor niets, zij behoort tot de wereldtop. Nederlandse melkveehouders hebben van doen met strenge milieuregels (fosfaat, ammoniak, nitraat) die er allemaal voor zorgen dat de melkveehouderij in Nederland niet kan groeien. Bovendien hebben zij te maken met vraag en aanbod in de zuivelmarkt. Het idee dat Nederlandse melkveehouders allemaal moeten overschakelen op een biologische productiewijze, zoals sommige partijen bepleiten, is niet realistisch. Het huidige marktaandeel voor biologische zuivel is 4,5%. Producten zijn er genoeg, de vraag is beperkt. Veehouders maken binnen de regelgeving gebruik van de ruimte die zij hebben. De laatste jaren verandert de regelgeving om de haverklap. Op dit moment wordt alweer nieuwe regelgeving gemaakt, dit keer om stikstofuitstoot te beperken door voor te schrijven hoeveel en welke eiwitbronnen in het diervoer mogen. Gat in kringloop zit bij mens, niet bij koe Voor de melkveehouderij is er ruimte zat in Nederland. Wij hebben 1,6 miljoen melkkoeien en 16.000 melkveebedrijven die samen ongeveer 1 miljoen hectare grond bezitten, bijna een kwart van de gehele Nederlandse bodem. Veruit het grootste deel van de melkveebedrijven is grondgebonden en circulair (kringloop). Dit houdt in dat koeien worden gevoerd met voer (hoofdzakelijk gras) van eigen bedrijf of geteeld in de regio. De mest gaat vervolgens terug op eigen grond, waardoor de kringloop gesloten is. De melkveehouderij is voor een groot deel circulair. Het grote gat in de kringloopgedachte van minister Schouten ligt niet bij de melkkoeien, maar bij de mens. De humane consumptie is allerminst circulair. Realiteit is zoek Bovenstaande neemt niet weg dat er een vraag voorligt: gaat Nederland mee in de mondiale voedselvoorziening of produceert Nederland alleen voor zichzelf, volgens de door sommige politici gewenste productiewijzen? Jammer dat stennismakers als Hoogland de realiteit waarin melkveehouders werken niet (willen) zien en zich beperken tot het schoppen tegen boeren. Hoogland kijkt niet naar de marktvraag (er is zeer beperkt vraag naar voedsel volgens productiewijzen zoals hij en veel actiegroepen wensen). Ook ziet hij niet dat Nederland nu al meer voedsel importeert uit het buitenland, dan dat er voedsel van Nederlandse makelij wordt geëxporteerd. Voormalig veearts Hoogland gebruikt zijn vergrootglas als brandglas, daarmee schiet niemand wat op. Meer kennis bij boeren is belangrijk voor een bestendige voedselproductie. Kennisopbouw bij politici, actiegroepen en Hoogland is zowaar nóg belangrijker, opdat zij een realistische kijk op de voedselproductie ontwikkelen. 2 praktiserende veeartsen

Friese boer kandidaat voorzitterschap LTO

Bron:LC Friese boer kandidaat voorzitterschap LTO Veehouder Broer Roorda: ,,Kontribúsje is fansels serieus jild.’’ ‘Contributie kan lager als LTO zich puur richt op behartigen van belangen’ GROU Broer Roorda in Grou heeft gesolliciteerd naar het voorzitterschap van boerenorganisatie LTO Nederland. AAN DIRK VAN DER MEULEN De 57-jarige Friese melkveehouder (150 melkkoeien, circa 70 hectare) is daarmee de tweede die zijn kandidatuur publiek heeft gemaakt. Eerder meldden de ervaren boerenbestuurders Jan Cees Vogelaar uit Lelystad en Jaap Haanstra uit Luttelgeest dat ze gezamenlijk de kar willen trekken bij de grootste boerenorganisatie van Nederland. Het voorzitterschap van LTO is vacant geworden door het plotselinge vertrek van Marc Calon. De Groninger bestuurder en akkerbouwer stapte 13 mei per direct op, omdat hij onvoldoende draagvlak ervoer bij de achterban. Roorda toonde zich destijds zeer ingenomen met het vertrek van Calon. In deze krant verklaarde hij dat hij zijn lidmaatschap van LTO zou hebben opgezegd als Calon was aangebleven. De Grouster melkveehouder wil aan de bak met drie actiepunten: LTO moet weer de prominente landbouworganisatie van Nederland worden, een forse verlaging van de contributie en een afbouw van de Europese landbouwsubsidies. Bij het eerste punt is van belang dat LTO afscheid neemt van de federatiestructuur met LTO Noord (de negen ‘noordelijke’ provincies), ZLTO (Brabant, Zeeland) en LLTB (Limburg), vindt Roorda. ,,Dy struktuer is net mear fan dizze tiid.’’ Roorda denkt dat veel boeren de LTO de rug hebben toegekeerd vanwege de hoge contributie. Zelf moet hij jaarlijks circa 1000 euro overmaken naar de belangenorganisatie. ,,Dat is fansels serieus jild.’’ Een verlaging van de contributie is mogelijk als de LTO zich puur richt op belangenbehartiging en afscheid neemt van overbodige organisaties zoals LTO Projecten. ,,Der wurdt sein dat dy harsels finansjeel rêde kinne, mar dêr leau ik gjin barst fan.” Daarnaast moet de landbouw af van de subsidieruif, betoogt de Friese melkveehouder. ,,It fersteurt de merk en liedt allinne mar ta hegere prizen foar lân en fosfaatrjochten.” Zijn sollicitatie ontstond min of meer bij toeval. Roorda meldde zich als kandidaat voor de ledenraad van LTO Noord, maar werd afgewezen. ,,Dan jou ik my op foar it foarsitterskip’’, zei Roorda gekscherend. De LTO-organisatie vatte het verzoek echter serieus op en paar dagen later volgde het bericht van zijn officiële aanmelding. ,,En doe tocht ik: wêrom ek net?” Roorda heeft vooral bestuurlijke ervaring op regionaal niveau. Zo was hij vier jaar voorzitter van de toenmalige afdeling Mid Fryslân en actief voor het Wetterskip Fryslân en de ruilverkavelingscommissie de Oude Jokse . Een vertrouwenscommissie zal in september gesprekken voeren met de kandidaten. Daarna volgt in oktober een voordracht aan de ledenraad die begin november zal stemmen. LTO Nederland hoopt zijn nieuwe voorzitter op 10 november te kunnen presenteren.

somerled-delremos


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Woonplaats: Groningen
Leeftijd: 39jr
Laatst online: 6u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering