Dirk Bruins: ‘Onderhandelen is de juiste tafel kiezen’

Dirk Bruins, bestuurslid LTO Nederland De brief van landbouwminister Jaimi van Essen is weinigen ontgaan. In de afgelopen weken ging het vooral over stikstof. Begrijpelijk, want dat werd prominent benoemd en raakt boeren hard. Maar in dezelfde brief wordt ook een koppeling gelegd met het gewasbeschermingsmiddelenbeleid. Dat verdient ook aandacht. Wie gewassen, fruit, bloemen, planten of bomen teelt, wil zijn toekomstige oogst kunnen beschermen tegen ziekten en plagen. Die mogelijkheden staan onder druk. Nieuwe technieken om via DNA de weerbaarheid te vergroten, stuiten op ethische en politieke discussies. Tegelijkertijd verdwijnen bestaande gewasbeschermingsmiddelen en is de Nederlandse markt voor producenten vaak te klein en te kostbaar om specifiek voor ons alternatieven te ontwikkelen. Dat is een lastige tegenstelling. De samenleving vraagt om plantaardig voedsel, vergroening van steden, minder verspilling en efficiënt gebruik van schaarse ruimte. Maar wie die ambities wil waarmaken, moet telers ook de mogelijkheid bieden om gezonde gewassen te telen. Daarom hebben we behoefte aan een langetermijnvisie: wetenschappelijk onderbouwd, met heldere doelen en onafhankelijke monitoring. Het debat mag niet worden bepaald door degene die het hardst roept. In de plantaardige sectoren zie ik juist veel realisme. Ondernemers weten dat stilzitten geen optie is en werken dagelijks aan verduurzaming en innovatie. Maar verandering vraagt ook om zekerheid, handelingsperspectief en beleid dat ook uitvoerbaar is. Goed onderhandelen is dan essentieel. Het debat mag niet worden bepaald door degene die het hardst roept In het Financieele Dagblad las ik onlangs een treffende les van Sven Koopmans van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS): kinderen weten al snel bij welke ouder de kans op een traktatie het grootst is. Zijn boodschap: onderhandel niet alleen met iemand die wil praten, maar vooral met iemand die over het gewenste resultaat kan beslissen. Dat lijkt mij een waardevolle les voor bestuurders die de komende tijd aan tafel zitten.

lto trekt keutel in na stikstofoverleg kabinet

Landbouworganisatie LTO trekt keutel in na stikstofoverleg kabinet: ’Constructief gesprek’ Den Haag- Boerenorganisatie LTO bindt in na een eerdere dreiging om stikstofgesprekken met het kabinet te staken. De koepelorganisatie zegt donderdag toezeggingen te hebben gehad van het kabinet, maar wat die toezeggingen dan concreet zouden zijn, blijft vaag. 20:23 uur | 20 augustus 2026 Voor de zomer kwam het kabinet met een groot stikstofpakket dat de stikstofuitstoot in Nederland fors moet terugdringen. Zo gaan nabij 100 natuurgebieden strenge stikstofregels gelden. Rondom deze gebieden worden zones getrokken van 500 tot 1000 meter. Boeren en andere stikstofuitstotende ondernemers gaan daarvan de gevolgen merken. De maatregel viel landbouwkoepel LTO zwaar op de maag. Dat er naast de zonering van het kabinet ook een strenge koeiennorm moet komen van 2,6 koeien per hectare is eveneens tegen het zere been van LTO. Grootste boerenorganisatie voert druk op kabinet op: dreigt gesprekken te staken als stikstofbeleid niet aangepast wordt Premier Jetten op bezoek bij een boer. Bij veel agrariërs is het lachen inmiddels vergaan. Donderdag is er in Den Haag een spoedoverleg met boerenorganisaties, die aanpassingen eisen van het stikstofbeleid. In aanloop naar een nieuw stikstofoverleg blies LTO dan ook hoog van de toren. Het kabinet moest volgens voormalig CDA-Kamerlid en tegenwoordig LTO-voorzitter Ger Koopmans water bij de wijn doen, anders dreigde de koepelorganisatie van tafel weg te lopen. Maar nu het overleg achter de rug is, bindt LTO in. De organisatie spreekt van ’een indringend en scherp maar ook constructief gesprek’ met het kabinet. Volgens LTO hebben de bewindslieden toegezegd ’dat er ruimte is om het stikstofpakket stevig te verbeteren’. Maar wat die verbeteringen dan zouden zijn, is niet helder. Premier Rob Jetten laat na het gesprek met LTO weten inderdaad bereid te zijn te kijken ’hoe het stikstofpakket nader wordt ingevuld en waar verbeteringen mogelijk zijn’. Aan de hete hangijzers – de strenge stikstofzones en de koeiennorm – wordt vooralsnog niet getornd. Vlaggen ondersteboven De stikstofdeal van het kabinet, dat door een Kamermeerderheid wordt gesteund, leidde aanvankelijk tot weinig gekrakeel, maar het protest zwelt aan. Er worden weer Nederlandse vlaggen ondersteboven opgehangen, snelwegblokkades opgeworpen en stikstofmarsen gehouden.

Brief van het bestuur aan LTO-leden

Beste leden, Op 26 juni stuurde minister Van Essen zijn stikstofaanpak naar de Tweede Kamer. Vanuit LTO lieten we direct weten dat die aanpak ‘op cruciale onderdelen anders moet’. Sindsdien spannen we ons er met man en macht voor in om de slechte onderdelen van tafel te krijgen. En om het pakket in totaliteit vergaand te verbeteren. Met deze brief praten we jullie bij over relevante ontwikkelingen. Wij blijven in gesprek Dagelijks voeren we gesprekken met tal van partijen die een rol spelen in het uitwerken van de stikstofaanpak. Met de minister van LVVN, de minister-president en andere leden van het kabinet, met ambtenaren, met Tweede en Eerste Kamerleden, met bestuurders van de provincies, de waterschappen, maatschappelijke organisaties en uiteraard met onze collega’s van andere boerenorganisaties. Wij denken dat we het beste voor jullie opkomen door – voorlopig – met al deze partijen in gesprek te blijven. Door zelf na te denken over hoe de aanpak beter, uitvoerbaarder en realistischer kan worden gemaakt. En door te benadrukken dat de aanpak aangepast móet worden als het kabinet wil dat wij mee blijven denken. Daarbij werken we nauw samen met de jonge boeren van het NAJK. Nogmaals: voor ons is een harde randvoorwaarde dat de plannen worden aangepast. Bijvoorbeeld als het gaat over zonering, grondgebondenheid, emissienormen en het tempo van vergunningverlening. Verscheidenheid agrarische belangenbehartigers inzetten als kracht Andere agrarische belangenbehartigers maken een andere afweging. Sommige organisaties kiezen voor een meer activistische aanpak of willen pas in gesprek nadat de brief van tafel is. Wij respecteren die verschillen. Sterker nog: dit maakt onze sector als geheel sterker. Het is goed dat er partijen zijn die van buitenaf druk zetten, én het is goed dat er partijen zijn die aan tafel zitten en de lijnen open houden. We zien dat er ook organisaties zijn die deze verschillen niet respecteren. Die ons scherp oproepen om de gesprekken met het kabinet stil te leggen. Soms gaat dat er stevig aan toe. Dat mag, dat hoort erbij, maar de voorbije weken zagen we soms ook dat onze inzet wordt verdraaid en (bewust) verkeerd weergegeven. We zagen uitingen waarbij landelijke, regionale en lokale LTO-bestuurders persoonlijk onder druk worden gezet, worden beschimpt of beledigd. We begrijpen dat emoties hoog oplopen. Bij iedereen. Dat geldt ook voor ons. Er staat veel op het spel. Voor jullie, voor je gezin, voor je bedrijf en voor onze sector als geheel. Maar die omgangsvormen moeten stoppen. Als we elkaar onderling aanvallen, maakt dat ons als sector zwakker. Volgende week overleggen we met Agractie en andere organisaties. We hopen nieuwe afspraken te maken over hoe we ons tot elkaar verhouden. We hoeven niet overal hetzelfde over te denken, we hoeven niet altijd hetzelfde te doen. Juist onze verschillen kunnen ons gezamenlijk versterken. Werkbezoek minister-president, stap naar betere voorstellen Als onderdeel van onze aanpak organiseerden we vorige week een werkbezoek voor minister-president Rob Jetten aan een melkveebedrijf in Noord-Brabant. Een van de honderden schitterende bedrijven waarvoor een platte GVE-norm onwerkbaar is. Ook vond een rondetafelgesprek plaats met melkveehouders die afhankelijk zijn van doelsturing om te voldoen aan grondgebondenheid. De premier was zichtbaar onder de indruk van wat hij zag en hoorde. Daarmee ligt er nog geen beter plan van het kabinet. Maar het is een van de vele stappen die we zetten om tot betere voorstellen te komen. Intrekkingsverzoek natuurvergunningen onacceptabel Het bericht dat provincie Noord-Brabant de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in wil trekken, landde als een bom. De manier waarop de provincie dat besluit heeft voorbereid, is totaal onacceptabel en onrechtvaardig. Op het plan van de pluimveehouders zelf om 50 tot 80% stikstofemissie te reduceren hebben zij nooit een reactie gekregen! In de Kamerbrief van 26 juni schreef minister Van Essen: “Met dit pakket kunnen handhavings- en intrekkingsverzoeken worden voorkomen.” Dat Van Essen vervolgens begrip uitsprak voor het Brabantse besluit, heeft ons vertrouwen geschaad. In een spoedoverleg dat LTO-voorzitter Ger Koopmans had met minister Van Essen, maakte Ger duidelijk dat de minister deze woorden moest corrigeren vóórdat Provinciale Staten daarover vergaderde. Het heeft ertoe geleid dat de minister donderdag een nieuw bericht aan de Kamer stuurde: “ik [heb] in gesprek met Noord-Brabant aangegeven dat ik verwacht dat zij geen onomkeerbare besluiten nemen, totdat het ‘trappetje van Remkes’ is uitgelopen.” Die aanwijzing is van groot belang – voor alle provincies en alle boeren die met intrekkingsverzoeken geconfronteerd kunnen worden. Het is een voorbeeld van hoe LTO impact heeft, juist door wél in gesprek te blijven. Statenvergadering Noord-Brabant Vrijdag vond in Den Bosch de Statenvergadering plaats over deze intrekkingsverzoeken. Naast de pluimveehouders spraken o.a. LTO en ZLTO in. Samen met andere boerenorganisaties organiseerde ZLTO een demonstratie op het provincieplein. Dat heeft slechts beperkt geholpen. De plannen zijn nog niet van tafel. De procedure loopt door, maar de provincie gaat nu wel in gesprek met de pluimveehouders. Volgens verantwoordelijk gedeputeerde Saskia Boelema helpt het als de stikstofaanpak van het kabinet snel concreet wordt. Dat geldt voor alle provincies. Er liggen tientallen intrekkingsverzoeken op de plank. Juridisch staat MOB sterker als het kabinet alle stikstofplannen weer in zou trekken. Daarom kiezen wij voor aanpassen en verbeteren. Het stikstofprobleem is juridisch een van de moeilijkste problemen waar Nederland de afgelopen tien jaar mee te maken heeft gehad. En niet alleen juridisch, maar ook politiek, bestuurlijk, maatschappelijk en ecologisch. Een simpele uitweg uit de impasse bestaat niet. Wie de 26 junibrief ‘heilig’ verklaart en zegt dat er niets meer aangepast mag worden, draagt niet bij aan een oplossing. En wie zegt dat de brief verscheurd moet worden, kan ook niet denken dat de problemen daarmee van tafel zijn. Nieuwsuur maakte een informatieve reportage over het verloop van de dag. Verder domineerde het nieuws dat één van de organisaties Jodensterren met de letter B uitdeelde. Vanuit LTO laten we ons nooit publiekelijk kritisch of negatief uit over het handelen van andere boerenorganisaties. Maar hier is duidelijk dat de betrokken pluimveehouders er niet mee geholpen zijn. Hier zijn grenzen overschreden. Vooruit kijken Deze week start een belangrijke fase: het kabinet praat met oppositiepartijen over steun voor de nieuwe begroting. Vanuit LTO zijn we intensief in gesprek met oppositiepartijen. We vragen hen om aanpassing van de plannen te eisen. En we leveren voorstellen aan waardoor het pakket beter wordt. Later deze week praten we opnieuw met minister Van Essen en minister-president Jetten. Volgende week staat vervolgoverleg gepland met de top van het kabinet en het ministerie over de plannen. Het zijn stuk voor stuk ‘kleine stapjes’, maar we hopen jullie met deze brief meer inzage te geven in waar ze wat ons betreft aan bij moeten dragen. We vragen ons steeds af of het nog zin heeft om in gesprek te blijven. Of dat ook wij een streep moeten trekken en de gesprekken stopzetten. Die afweging maken we permanent, waarbij de komende twee weken cruciaal worden. We werken samen met al onze bestuurders in de regio’s, afdelingen en vakgroepen aan het stikstofdossier. Jullie vertrouwen in ons, en in onze aanpak, weegt daarbij heel zwaar voor ons. We zijn jullie dankbaar voor dat vertrouwen en voor de steun die vaak naar ons wordt uitgesproken. Dit is geen proces van dagen of weken, maar van maanden of zelfs van jaren. Daarbij knokken wij elke dag weer voor een aanpak die haalbaar en realistisch is, die écht perspectief biedt. Perspectief om de doelen te halen vanuit eigen vakmanschap, met keuzes die passen bij het unieke karakter van jullie eigen bedrijf en ondernemerschap. Met vriendelijke groet, Ger Koopmans Dirk Bruins Annie van de Riet Thijs Rompelberg

Tropisch temperaturen zijn in aantocht maar nog niet vandaag (of morgen)

Zonaanbidders opgelet: eind volgende week krijgen we te maken met tropische temperaturen. Dat zegt Berend van Straaten van Weerplaza vrijdagochtend in het radioprogramma KEIgoeiemorgen! op Omroep Brabant. Deze vrijdag is er nog weinig te merken van die aankomende weersverandering. "Dit is een druilerige, grijze dag", vertelt Van Straaten op de radio. "Een die meer op een oktoberdag lijkt dan op een junidag." Er is heel veel laaghangende bewolking en hier en daar valt lichte regen of motregen. "'s Middags is het wel wat vaker droog, maar de zon gaan we vandaag niet zien. De temperatuur komt uit op achttien graden." Vrijdagavond wordt het geleidelijk droger en daalt de temperatuur naar twaalf graden. Het weekend ziet er volgens de weerman van Weerplaza wel prima uit. "Zaterdag is het nog licht wisselvallig, met enkele buien, zeker in de ochtend. Maar in de middag is het vaak droog en zien we de zon geregeld. Al is het dan nog wel aan de frisse kant, met temperaturen tussen de zeventien en negentien graden." Zondag verloopt droog. "Dan zien we de zon ook wat vaker, al blijft de temperatuur steken op een graad of achttien." Volgende week krijgen we die weersverandering. "Maandag gaat de wind al draaien. De temperatuur komt dan uit op twintig graden. Niet zo heel warm, maar daarbij is het wel droog en schijnt de zon flink. Dinsdag zien we de temperatuur een flinke stijging inzetten en woensdag gaan we een periode in met stabiel zomerweer en temperaturen die mogelijk flink gaan oplopen. In het weekend gaan we waarschijnlijk ruim boven de dertig graden uitkomen." Op sommige weerapps worden voor volgende week zondag zelfs temperaturen tot 38 graden aangegeven en een nachttemperatuur van 28 graden. Maar daar hoeven we volgens Van Straaten niet voor te vrezen. "Dat is slechts één berekening van de vijftig in totaal. Van iedere berekening is de kans dat die klopt twee procent. De gemiddelde berekening voor volgende week zondag komt uit op 32 graden." Op een nachttemperatuur van 28 graden gaan we volgens hem ook niet uitkomen. "Dan zou je echt niet kunnen slapen."

Een bijzondere week

Steeds vaker spreek ik mensen die de hoop op betere beleidstijden hebben opgegeven. Helaas zien collega-boeren met enige regelmaat de toekomst en hun eigen situatie zo zwart, dat zij zelf het zwarte gat verkiezen boven het leven. Iedere keer als dat gebeurt, voelt dat voor mij een beetje als falen. Falen van mijzelf en van Stikstofclaim. Blijkbaar hebben we die mensen op dat moment onvoldoende houvast, hoop en uitzicht op betere tijden kunnen geven. Uitzicht dat nodig is om een minder zwart toekomstbeeld te zien. Voor mij speelt daarin zeker een rol dat mijn zus op 7 oktober, zeven jaar geleden, zelf de keuze maakte om haar leven te beëindigen. In overleg met Co Scholten heb ik deze bijdrage geschreven. Ik wil hiermee helder maken dat er, ondanks alle stomme Haagse streken, absoluut lichtpuntjes zijn. Lichtpuntjes die groter zijn als je er goed naar kijkt. Ook wil ik aangeven waar wij als Stichting Stikstofclaim onze drive en energie vandaan halen. Dat doe ik door een deel van de belevenissen van vorige week te beschrijven. Niet volledig uitputtend, maar wel om een beeld te geven. De week van 29 juni Het was een heel bijzondere week, met hele mooie en heel trieste momenten. Toch blijft voor mij het mooie ook voor boeren overheersen. Er is meer dan goede hoop op verandering in beleid. Vorige week maandag, 29 juni, begon voor mij zoals de meeste maandagochtenden en dinsdagochtenden: met het uitmesten en opnieuw instrooien van de stallen. Niet met de greep of vork, maar met een knikshoveltje. Ook het instrooien doen we met een strooier voorop een shoveltje. In drie uur tijd verplaatsen we 24 paarden in twee groepen. Daarvan zijn 19 paarden tweejarige hengsten die al best wat mans zijn. Mooie, imposante dieren. Ze zijn inmiddels gewend aan halsters, maar kunnen af en toe nog behoorlijk onberekenbaar zijn. Iedere keer is het weer een uitdaging, maar ook heel leuk om te doen. Op die ochtenden neem ik meestal de telefoon niet op. Alleen als John Spithoven of Piet Faber belt, beiden actief voor Stikstofclaim, maak ik daar een uitzondering voor. Samen met onze dochter Lisa en ochtendhulp Ananda zijn we drie uur bezig. Aan het einde van de ochtend zijn er 12 grote balen stro verstrooid. Dat klinkt veel, maar de boxen zijn 3,5 bij 5 meter. Rond een uur of twee liggen de meeste paarden heerlijk languit in het verse stro. We hebben vier stallen met een verschillend aantal boxen. Iedere week mesten we ongeveer de helft uit. De andere helft strooien we donderdags bij. Kuil voeren in de ruiven doen we met de hand. Iedere week verwerken we ongeveer 16 vierkante balen kuil in de winterperiode. In de zomerperiode, wanneer de meeste paarden ook buiten komen, zijn dat ongeveer 12 balen per week. Samenwerken met mijn dochter Lisa geeft mij veel voldoening. Zij runt inmiddels het bedrijf. Ik ben het oudere manneke dat hand- en spandiensten verricht en af en toe nog raadgever mag zijn. Ik kan er enorm van genieten hoe professioneel zij met klanten omgaat, strak communiceert en afspraken maakt. De paarden die bij ons in opfok staan en de merries waarmee wordt gefokt, zijn grotendeels van klanten. Een klein deel is van onszelf. Van de 86 dieren zijn er 11 van onszelf. Gelukkig hebben we zakelijke klanten die weten dat we ons uiterste best doen. Maar zij begrijpen ook dat er bij levende dieren, ook al zijn ze tonnen waard, wel eens iets mis kan gaan. Wij maken geen onderscheid in behandeling of verzorging. Of de aanschafwaarde voor de klant nu zesduizend euro of zestigduizend euro was: voor ons zijn het allemaal levende dieren. Als houder heb je de heilige plicht om dieren goed te verzorgen. Ook jonge dieren moet je leren dat de mensenhand er niet is om te straffen, maar om te begeleiden en vertrouwen te geven. Bij het ene dier gaat dat sneller dan bij het andere. We hebben ook een keer meegemaakt dat een jonge hengst, ondanks alle tijd, liefde en aandacht, gewoonweg vals was en bleef. Dat zat er vanaf het begin in, toen hij als veulen werd gebracht. Paarden zijn net mensen. Je hebt er fijne en minder fijne tussen om mee te werken. Echt vals en slecht is bij paarden een grote uitzondering. Bij mensen komt dat vaker voor. Naast het werk thuis, meestal in de ochtenden, heb ik wekelijks twee tot vier afspraken in de middag. Afhankelijk van het jaargetijde heb ik daarnaast één à twee overleggen in de avond, ergens in het land. Er is bijna dagelijks telefonisch en per mail overleg met advocaten en adviseurs. Dat begint vaak rond half acht en loopt doordeweeks door tot in de avond. Veel mails beantwoorden, stukken lezen en dagelijks overleg. Vaak ook in het weekend. Daarbij is er veel overleg met Sandra Marseille. Zij runt het secretariaat, doet de administratie, plant alle afspraken in en bewaakt of gemaakte afspraken ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Voor mij is ook belangrijk dat zij de meeste stukken die ik schrijf leest en corrigeert, zowel tekstueel als inhoudelijk. Daarmee bewaakt zij de continuïteit in onze communicatie. Stikstofclaim is in de loop der jaren steeds meer een geoliede machine geworden. Daardoor worden de eerste vruchten nu rijp om te oogsten. Omdat we een best aardige kantine, annex Grand Café, in het voormalige manegebouw hebben, probeer ik zoveel mogelijk overleggen daar te plannen. Dat maakt dat ik mijn tijd efficiënt kan benutten en geen verrassingen heb in de kwaliteit van de koffie. Vergaderingen van Stichting Stikstofclaim zijn ook bij ons. Overleggen met Kamerleden, hun medewerkers en gedeputeerden zijn meestal in de Tweede Kamer of op provinciehuizen. Met de meeste Kamerleden en hun medewerkers is er goed appcontact. Dat geldt zo ongeveer voor iedereen rechts van Pieter Grinwis. Aan de linkerzijde van het politieke spectrum is er geen contact, ondanks pogingen om wel in gesprek te komen. Een andere week dan anders Deze week was anders dan anders. We verwachtten twee uitspraken van rechtbanken en er was, naar het zich liet aanzien, een belangrijk debat in de Tweede Kamer. In de aanloop naar dat debat was er dinsdagavond een overleg met alle boerenvakbonden. Dat gebeurde op initiatief van Agractie, in De Schakel in Nijkerk. Tot mijn verbazing schoven er ook twee LTO-bestuurders aan: een vakgroepvoorzitter en een provinciaal voorzitter. Dat hebben we eerder meegemaakt, ooit in het Landbouwcollectief. Meestal is LTO er weer vandoor als het er echt op aankomt. Dat was hier opnieuw het geval. Agractievoorzitter Erik Luiten gaf technisch goed leiding aan het overleg. Er werden afspraken gemaakt over een gezamenlijke verklaring. Na afloop stond er wat pers. Ook waren er ongeveer zestig trekkers en een shovel, die de avond opfleurden. Dan zie je ook weer een aantal mooie oude bekenden. Toch ben ik maar snel in de auto gestapt. De dag erop was het debat in de Tweede Kamer. Vooraf is het dan de moeite waard om nog te appen en te bellen met Kamerleden en fractiemedewerkers, om te proberen nog iets ten goede te keren. Woensdagmorgen 1 juli Woensdagmorgen 1 juli heb ik samen met mijn dochter de paarden gevoerd. Tot twee uur was ik thuis bezig. Tussendoor was ik aan het appen en bellen, voordat ik in de auto stapte naar Den Haag. Dat werd fileleed. De rit duurde bijna drie uur, in plaats van anderhalf. Tweede Kamer: een mooi, dierbaar gesprek en een dramatisch debat Bij aankomst in de Tweede Kamer gebeurde er voor mij iets bijzonders. Na binnenkomst sprak ik een paar bekenden, waaronder de fractiemedewerker landbouw van de PVV. Daarna liep ik naar de roltrap. Vlak voor de roltrap kwam ik Mirjam Bikker tegen. We groetten elkaar en gaven elkaar een hand. Beiden waren we van plan om verder te gaan, toen Mirjam Bikker vroeg: “Was Ella Vogelaar familie van je?” Ja, Ella was mijn oudste zus. Zij was bijna dertien jaar ouder dan ik. Mirjam vertelde dat Ella haar in de beginperiode van haar politieke loopbaan in de gemeente Utrecht had geholpen met raad en daad. Gewoon omdat Ella graag mensen hielp. Het klinkt misschien raar. Ik ben niet snel van slag, maar op dat moment wel even. In de Tweede Kamer, niet hetzelfde gebouw, maar wel het onderdeel van ons staatsbestel waar mijn zus ook veel heeft gewerkt. Om dan, ruim zes jaar na haar overlijden, iemand uit een heel ander politiek spectrum lovende woorden over mijn zus te horen spreken, deed iets met me. Mirjam had eigenlijk dezelfde ervaring met Ella als ik zelf had in mijn beginperiode bij LTO Melkveehouderij. Ook toen hielp Ella mij. We wisselden nog wat andere ervaringen uit. Ik bedankte haar dat zij haar ervaring met Ella met mij deelde. Haar antwoord was: “Wees welkom.” Het was een mooie groet en de afsluiting van een voor mij dierbaar gesprek. Op dat moment wist ik nog niet dat dit een dag later een vervolg zou krijgen. Daarna ging ik met de roltrap omhoog naar de publieke tribune. Daar bleef ik tot de Kamerleden zes uur later, na de eerste termijn, gingen dineren. Inhoudelijk vond ik het debat dramatisch gestuntel van de meeste Kamerleden. Uitzonderingen waren André Flach, Caroline van der Plas, Chris Jansen en Hidde Heutink. Teleurstelling was er bij mij ook over de inbreng van JA21, toen nog mijn eigen partij. De tweede termijn heb ik niet afgewacht. Rond tien uur ben ik naar huis gegaan. In de auto heb ik de antwoorden van de minister beluisterd. Debattechnisch was het heel handig, maar stikstofinhoudelijk sloeg het nergens op. Na thuiskomst heb ik het debat nog tot twee uur gevolgd. Daarna ben ik naar bed gegaan. Mijn conclusie: het debat was een drama. De beantwoording was inhoudelijk ook een drama, vol grote ambities die door deze minister nooit zullen worden waargemaakt. Donderdag: een belangrijke uitspraak Donderdagochtend heb ik een stuk of dertig boxen bijgestrooid. Ook werden een aantal paarden door de dierenarts gescand op cyclus. Bij een veulen met een liesbreuk werd de breuk weer leeg gemasseerd. Rond elf uur belden onze advocaten Robert van den Broek en Amber Hoogmoed. “Jan Cees, we moeten je wat vertellen.” In Overijssel, in de zaak met de vier PAS-melders, zijn we in het gelijk gesteld. De melding van de PAS-melders bij RVO moet door de provincie worden gezien als een vergunningaanvraag. De provincie moet daar binnen twaalf weken op beslissen. Althans, dat staat in de uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Overijssel. De zitting was op 8 mei. En nu was er dus deze uitspraak. Dan ga je met elkaar de gevolgen van zo’n uitspraak analyseren. Die gevolgen zijn immens groot. Je komt dan tot de conclusie dat deze uitspraak geldig is voor alle PAS-melders waarvan de melding bij RVO, om voor legalisatie in aanmerking te komen, door RVO is geaccepteerd als voldoende onderbouwd. Dat zijn ongeveer 1.448 PAS-melders. Een mooie uitspraak, waar het hele bestuur van Stikstofclaim blij mee is. De grap is dat alleen de Sterke Erven-bladen er aandacht aan besteden, ondanks het feit dat er een persbericht is gestuurd naar zo ongeveer alle agrarische media en dagbladen.

Brussel komt met plan Europese veehouderij - Koeien spelen een cruciale rol

Er is een eiwitplan, dat de onafhankelijkheid van eiwitimport wil vergroten. De European Dairy Association (EDA) verwelkomt het EU Protein Action Plan van de Europese Commissie als een stap naar een grotere strategische autonomie voor de Europese Unie (EU) door de binnenlandse productie van plantaardige eiwitten te verhogen. Een belangrijk punt in de reactie is de waardering voor de erkenning van de specifieke rol van herkauwers en lokaal geproduceerd ruwvoer, zoals grasland en kuilvoer, die de grootste bron van voedereiwit in de EU vormen. Bijna 70 procent van de eiwitopname van Europese melkkoeien is afkomstig uit dit ruwvoer. Daarvan wordt 95 procent direct op het eigen boerenbedrijf geproduceerd, wat aanzienlijk bijdraagt aan de circulariteit van de sector. Het plan ondersteunt ook het streven naar een efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het gebruik van organische meststoffen om de afhankelijkheid van externe kunstmest te verkleinen. De EDA benadrukt tot slot dat blijvend grasland niet alleen essentieel is voor voeding, maar ook een sleutelrol speelt in koolstofopslag en het behoud van biodiversiteit. Daarmee positioneert de Europese zuivelsector zich als een wereldwijde leider in efficiënte en duurzame eiwitproductie.

Column: De aanval op onze voedselzekerheid - LTO

Door Wim Brouwer, Generaties lang hebben boeren gewerkt aan een landbouwsysteem dat voedsel produceert voor miljoenen mensen. Veehouderij vormt daarvan een onmisbare schakel. Niet alleen omdat vlees, melk, en eieren belangrijke voedingsmiddelen zijn, maar ook omdat dier en plant in de landbouw onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Toch wordt vanuit de groene beweging steeds vaker het beeld neergezet dat de ideale toekomst bestaat uit akkers vol plantaardige eiwitten en stallen die voorgoed leegstaan. Alsof voedselproductie een eenvoudig rekensommetje is dat je achter een bureau kunt oplossen. Alsof dieren slechts een belasting vormen voor het milieu en geen onderdeel zijn van een natuurlijk en economisch systeem dat al eeuwenlang functioneert. Wat daarbij opvalt, is dat de werkelijkheid nauwelijks nog een rol lijkt te spelen. Dezelfde mensen die spreken over natuurlijke kringlopen, lijken te vergeten dat vruchtbare landbouwgrond voedingsstoffen nodig heeft. Dierlijke mest is niet zomaar afval; het is een essentiële bouwsteen voor de bodem waarop onze gewassen groeien. Akkerbouw en veeteelt zijn geen tegenpolen, maar partners in een systeem dat elkaar versterkt. Ook het beeld dat vleesconsumptie per definitie verkeerd zou zijn, verdient meer nuance dan het tegenwoordig krijgt. Natuurlijk kunnen mensen ervoor kiezen vegetarisch of veganistisch te leven. Dat is hun goed recht. Maar het verheffen van die keuze tot morele norm voor de hele samenleving is iets anders. Wat misschien nog het meest stoort, is de toon waarmee vaak wordt gesproken over boeren en voedselproducenten. Mensen die dagelijks zorgen voor ons voedsel worden neergezet als vervuilers, terwijl steeds minder mensen nog weten waar hun eten vandaan komt. Alsof voedsel vanzelf in de supermarkt verschijnt. Alsof landbouwgrond zonder boeren kan bestaan. Alsof dieren uitsluitend een probleem zijn en geen onderdeel van een zorgvuldig opgebouwde voedselketen. De gevolgen van dit groene wensdenken worden bovendien ernstig onderschat. Wanneer we de veehouderij steeds verder terugdringen en voedselproductie ondergeschikt maken aan ideologische doelen, komt onze voedselzekerheid onder druk te staan. Dat is geen theoretisch risico, maar een vraagstuk van strategisch belang. Nederland heeft in de afgelopen jaren veel van zijn economische en industriële zelfstandigheid uit handen gegeven. Juist daarom moeten we zuinig zijn op een van onze laatste echte strategische troeven: de mogelijkheid om zelf voedsel te produceren. Voedselzekerheid is geen luxe. Het is een fundament onder onze nationale veiligheid. Wie naar de wereld kijkt, ziet dat geopolitieke spanningen toenemen. Oorlogen, handelsconflicten, verstoringen van internationale aanvoerketens en groeiende machtsblokken maken landen kwetsbaar. In zo’n wereld is het onverstandig om de eigen voedselproductie bewust af te bouwen en afhankelijker te worden van import uit andere delen van de wereld. Een land dat zijn voedselvoorziening uit handen geeft, geeft uiteindelijk ook een deel van zijn zelfstandigheid uit handen. De ironie is dat juist de mensen die zeggen de natuur te verdedigen, soms lijken te vergeten dat ook de mens onderdeel is van diezelfde natuur. Landbouw, voedselproductie en natuurbeheer hoeven geen tegenstellingen te zijn. Eeuwenlang hebben boeren het Nederlandse landschap gevormd. De weilanden, de akkers en de bedrijven die ons dagelijks van voedsel voorzien, zijn niet de vijanden van het landschap. Ze maken er deel van uit. Misschien wordt het tijd om minder te luisteren naar ideologische blauwdrukken en meer naar de mensen die dagelijks verantwoordelijkheid dragen voor onze voedselvoorziening. Mensen die begrijpen dat duurzaamheid niet ontstaat door vee weg te denken, maar door verstandig om te gaan met dieren, grond en productie. Want een samenleving die haar boeren verliest, verliest meer dan een economische sector. Ze verliest een deel van haar onafhankelijkheid, haar voedselzekerheid en uiteindelijk haar vermogen om voor zichzelf te zorgen. Wim Brouwer

Het kan dus wel

Europa geeft groen licht voor meer circulair mestgebruik als alternatief voor dure kunstmest Aangemaakt op24 april 2026 ​De Europese Commissie heeft gisteren haar plan voorgesteld om de energiecrisis te bestrijden. Naast de ambitie om binnenlandse productie van duurzame biobrandstoffen en eigen energie te verhogen geeft Europa ook groen licht om dure kunstmest te vervangen door het circulair gebruik van dierlijke mest. Boerenbond verwelkomt deze Europese plannen en beklemtoont dat op korte termijn maatregelen noodzakelijk zijn. “De prijzen van kunstmest swingen de pan uit. Europa zet nu de deur open voor een maatregel die er al lang moest zijn: laat landbouwers meer dierlijke mest gebruiken in de plaats van de dure geïmporteerde kunstmest. Dat is een energiemaatregel die de Vlaamse overheid geen geld kost”, zegt voorzitter Lode Ceyssens. ​Europa geeft in haar energieplan groen licht om de dure, vaak geïmporteerde en fossiel geproduceerde kunstmeststoffen te vervangen door het circulair gebruik van dierlijke mest. Dat is een kosteloze maatregel die bovendien zeer snel kan uitgerold worden. Onze afhankelijkheid van kunstmeststoffen uit het buitenland werd de voorbije weken pijnlijk duidelijk. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten zijn de prijzen van kunstmeststoffen met 39% ​ gestegen, en bovendien zijn er door de doorrekening van de koolstoftaks en het aanhoudend conflict nog gigantische prijsstijgingen op komst. Uit een recente bevraging van Boerenbond bij 200 landbouwers blijkt dat slechts 20% voldoende voorraad meststoffen heeft voor het komende plantseizoen. Er moet dus nog veel aangekocht worden. Boerenbond dringt dan ook aan om de Europese plannen snel om te zetten in Vlaams beleid. ​“Het toelaten van meer dierlijke mest als vervanging van kunstmest is simpel, kosteloos en effectief”, duidt Lode Ceyssens. “Het gaat hier voor alle duidelijkheid niet om méér bemesting, wel om dierlijke mest te gebruiken als alternatief voor kunstmest. We roepen de Vlaamse Regering op om snel het noodzakelijk wettelijk kader te creëren. Gezien de geopolitieke situatie gebeurt dat beter vandaag dan morgen.” Meer boer dan je denkt Waarom akkers soms vol bloemen staan De boekhouding doen én nieuwe kaasjes bedenken? De boerenstiel is een moderne activiteit geworden Meer artikels Vormingen

jan 10

@jan 10


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Woonplaats: lopik
Leeftijd: 69jr
Laatst online: 7u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering