‘Boer zijn is iets heel groots, het is mijn plicht daarvoor op te komen’

Arjen Schuiling is boos. De regelgeving dreef zijn vader tot zelfmoord, daarvan is hij overtuigd. Of het gesprek ook een uurtje later kan? Net op de ochtend van het interview, kan hij namelijk zijn nieuwe auto ophalen, geïmporteerd uit Zweden. “Eigenlijk zou ik hem al eerder ophalen, maar toen zat ik in een politiecel.” Onbedoeld gezicht van boerenprotest Arjen Schuiling, akkerbouwer in Tynaarlo (Drenthe), werd onbedoeld het gezicht van de boerenprotesten in Groningen. Op die dag werd een deur van het provinciehuis met een trekker open gedrukt. Een andere trekker reed enkele dranghekken omver, Arjen was de bijrijder van de chauffeur die dat deed. Zelf mocht hij niet rijden anders had hij het wel gedaan. “Al had ik nooit hekken omvergereden”, zegt hij stellig. Dat hij niet zelf met zijn trekker naar Groningen kwam, was omdat zijn rijbewijs nog bij het CBR ligt. “Het was ingenomen. Waarvoor doet er niet toe, het was in elk geval geen overtreding met alcohol. Binnenkort krijg ik het weer terug. Gelukkig wel want nu heb ik overal een chauffeur voor nodig of ik moet een taxi bellen. Duizenden euro’s heb ik al uitgegeven aan taxikosten. Ook de nieuwe Audi (‘voor mijn vriendin, ik wil niet dat ze in een Up! rijdt’) haalde hij op met hulp van een chauffeur. ”Nee, ik ga echt niet zelf de weg op, want als ze me pakken, ben ik flink de pineut.” Niet dat hij bang is, geenszins. “Ik ben voor niemand bang. Al moet ik een jaar de cel in, dat boeit me geen flikker.”

FDF IS VERHEUGT DAT HET LANDBOUWBREDE COLLECTIEF NU DOOR ALLE BELANGENBEHARTIGERS VAN DE PRIMAIRE AGRARISCHE SECTOR BREED GEDRAGEN WORDT

[b]Persbericht In navolging van de door de FDF georganiseerde avond in Nijkerk op 24 oktober 2019, waarin een groot deel van de vertegenwoordigers van alle sectoren binnen de Nederlandse landbouw en veehouderij zich reeds committeerden aan het gezamenlijk landbouw collectief, is de FDF verheugd dat LTO en het NAJK gisteren ook bestuurlijk hebben bekrachtigd, deel te nemen.[/b] Hiermee is de volgende legendarische stap in de Nederlandse landbouw en belangenbehartiging een feit. Alle sectoren en belangenbehartigers hebben aangegeven schouder aan schouder zich in te willen en gaan zetten om het stikstofdossier op een door het collectief gewenste manier aan te gaan pakken. Dinsdag a.s. zal de tweede vergadering zijn met ditmaal de volledige belangenbehartiging. Tijdens en na deze vergadering zal gewerkt worden aan het opzetten van de structuren om maximaal gebruik te maken van de aanwezige kennis bij de aanwezige partijen. Over een aantal punten lijkt er op voorhand al grote mate van consensus in het collectief: -Geen koppeling met dierrechten en fosfaatrechten -Vergund is vergund -Respecteren van het eigendommen Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, landbouw en bedrijfsleven om een economische crisis en onherstelbare schade aan de landbouw te voorkomen. Het landbouwbrede collectief toont lef om gezamenlijk met deze taakstellende opdracht van start te gaan. Sinds 24 oktober heeft het collectief niet stil gezeten en invulling gegeven aan de wens van belangenbehartigers om op zoek te gaan naar een onafhankelijke voorzitter met statuur. We zijn verheugd dat de heer Aalt Dijkhuizen deze belangrijke taak op zich wil nemen in het belang van de boeren van Nederland. De trein dendert op grote snelheid door, en wij als FDF zijn er van overtuigd dat als alle kennis vanuit de Nederlandse landbouw, schouder aan schouder samen gaat werken wij ieder probleem aan kunnen en landbouw breed de regie kunnen nemen. Namens het bestuur van Farmers Defence Force Jeroen van Maanen

VIDEO: WYNIA’s WEEK: Eindelijk! Wetenschappers keren zich tegen het klimaatbeleid

Wetenschappers worden eindelijk minder bedeesd, als ze kritiek hebben op het klimaatbeleid, constateert SYP WYNIA. Klimaatwetenschappers lijken niet alleen alles te weten van de oorzaken van klimaatverandering, maar doen ook of ze alles weten van de gevolgen en van de oplossingen. Dat is natuurlijk onzin, maar van weeromstuit deden andere wetenschappers er het zwijgen toe. Zo was er nauwelijks kritiek te horen op het klimaatbeleid van de kabinetten-Rutte. Media zwegen critici doorgaans dood, zeker bij de Hilversumse omroepen. Maar het tij lijkt te keren. Economen, biologen, juristen, medici en technici beginnen zich uit te spreken tegen het vaak onrealistische, onbetaalbare en niet-effectieve klimaatbeleid van RutteDrie. Ingenieurs en economen stellen dat het gasverbod voor woningen en gebouwen eerder tot meer, dan tot minder CO2-uitstoot leidt. Medici waarschuwen voor de gezondheidsrisico’s van windmolens, houtstook en warmtepompen. Ingenieurs constateren dat het onrendabel is om in fabrieken en kassen gas te vervangen door stroom. Biologen stellen dat de houtstook het klimaat niet helpt, maar de natuur wel om zeep helpt. Etcetera, etcetera. Het kabinet denkt met de slagzin ‘haalbaar en betaalbaar’ de kritiek op het klimaatbeleid te hebben gesmoord. Het tegendeel is waar. Het beleid is haalbaar, noch betaalbaar. Meer daarover in Wynia’s Week! www.sypwynia.nl #VolgWyniasWeek #onhaalbaaronbetaalbaar

Overheid bombardeert boer tot staatsvijand nummer 1

[b]OPINIE SIETA VAN KEIMPEMA Inmiddels zijn we bijna 2 weken verder na de meest indrukwekkende boerendemonstratie die Nederland ooit heeft gekend. Met duizenden trekkers die allereerst optrokken naar De Bilt, en nog meer die op en rond het Malieveld stonden en in de Haagse straten.[/b] Het Kabinet verschanste zich 16 en 17 oktober achter groot machtsvertoon (of was het toch blinde paniek en angst?) door het Nederlandse leger in te zetten: tientallen grote legervrachtwagens met containers waren opgeroepen om de omgeving rond de Tweede Kamer en het Binnenhof, af te zetten. Een provocatie waarmee de indruk gewekt moest worden dat “de sfeer grimmig was”. Niets was minder waar: opnieuw en in nog grotere getale stonden duizenden burgers de boeren aan te moedigen: op viaducten, langs wegen en tussen de boeren op de Koekamp in Den Haag waar de boeren actie voerden. Wij stonden schouder aan schouder! Een verbolgen (en verscholen) Haagse burgemeester Remkes klaagde er over dat “de boeren zich niet aan de afspraken hielden” toen zij hun trekker op het Malieveld parkeerden. Dat met de gemeente (dus de burgemeester) afspraken waren vastgelegd dat twee straten – Benoorden- en Bezuidenhout - afgezet zouden worden voor de trekkers op 16 oktober “vergat” burgemeester Remkes gemakshalve even te vermelden aan de verzamelde pers. Zoals hij ook “vergat” deze straten daadwerkelijk te reserveren voor de trekkers. Waarna de boeren hun trekker opnieuw op en rondom het Malieveld parkeerden. Boerendiscriminatie De burgemeester weerde vervolgens zonder noodverordening, de boeren uit de Haagse binnenstad. Iedereen ’die eruit zag als een boer’, werd teruggestuurd als hij naar de binnenstad wilde. Agenten selecteerden op uiterlijke kenmerken die bij een boer(in) zouden kunnen horen zoals werk- of wandelschoenen. Mensen die de hoorzitting op 16 oktober wilden bijwonen, werd dit onmogelijk gemaakt. Als je boer bent (of er zo volgens agenten zo uit ziet) mag je blijkbaar gediscrimineerd worden zonder dat daar enige rechtsgrond aan ten grondslag ligt. Dan mag je geweigerd worden uit de binnenstad, verwijderd worden van terrasjes of geweerd worden uit cafés. Een kritische beoordeling welke partijen continue de boeren schofferen en laten vallen, levert een pijnlijke conclusie op: het was Ferdinand Grapperhaus (CDA) die het gezin in Boxtel compleet liet zitten. Meer dan 10 uur konden extremisten daar hun gang gaan. En denkt u nu niet dat dit Kabinet wat geleerd heeft van de maatschappelijke verontwaardiging door dit lamme optreden van destijds: de extremisten die twee weken geleden op heterdaad betrapt werden toen zij inbraken bij een konijnenfokker, komen er mee weg met een boete van 200 euro; te betalen aan de overheid - getuige de brief van het Openbaar Ministerie d.d. 23 oktober 2019. Dan wordt je even stil van zo’n mislukt “rechtssysteem” dat opnieuw op geen enkele wijze recht doet aan het leed dat de boerenfamilie in kwestie is aangedaan! In Den Haag zette Grapperhaus op 16 en 17 oktober het leger tegen de boeren in. In Groningen waren het Commissaris van de Koning René Paas (CDA) en gedeputeerde Henk Staghouwer (ChristenUnie) die te arrogant waren om de boeren fatsoenlijk te behandelen waardoor de emoties hoog opliepen. In Den Haag hield Johan Remkes (VVD) zich niet aan de afspraken én gaf de politie de opdracht om boeren, volledig op basis van willekeur, te discrimineren. Commissaris van de Koning, Wim van den Donk (CDA) deed er nog een tandje bij op 27 oktober met deze tweet: 75 jaar geleden kregen wij vrijheid, rechtsstaat en democratie terug. Vandaag herdenk ik mee in Bergen op Zoom en Tilburg. Nu wordt openlijk gedreigd met geweld. Dat wijs ik categorisch af. Daarvoor is geen ruimte in Brabant en Nederland. Vergelijkt Van de Donk boeren hier met de bezetters van 1940 – 1945? Terwijl het mensen gedwongen verjagen van hun erf/bedrijf en huis, het afnemen van eigendom en ontnemen van hun rechtspositie, juist fascistoïde elementen zijn. Uitgevoerd door deze overheid. Niet de bezetters, maar het gerechtvaardigde verzet stond vóór het Brabantse Provinciehuis. Niet alles kan Als de partijen waar boeren van oudsher op stemmen de boeren zo de rug toekeren, dan roept dat een reactie op. “Niet alles kan”, zei Helma Lodders (VVD) na het incident in Groningen. Inderdaad mevrouw Lodders: niet alles kan. Je kunt als politicus niet denken dat je ongestraft je achterban, je electoraat, zo kunt schofferen en elimineren zonder dat dit gevolgen heeft. Wat is een stem aan een partij waard, als deze partij het niet de moeite waard vindt om je als een volwaardig mens te behandelen? Je neer probeert te zetten als staatsvijand nummer 1? Iedere dag heeft elke politicus de gelegenheid om zijn/haar waarde voor de plattelandsbevolking en de boeren te bewijzen: in de Tweede Kamer. Tot nu toe hebben we daar weinig van gemerkt. Ik hoop dat de “boerenpartijen” zich beseffen dat ze nú aan de bak moeten voor het platteland en de boeren. Nu. Vóór 1 december. Met concrete oplossingen. Lukt dat niet? Dan zullen de volgende verkiezingen voor velen van ons, een keerpunt zijn. Ingezonden brief van Sieta van Keimpema, voorzitter van de Dutch Dairymen Board (DDB) https://www.boerenbusiness.nl/rss/nieuwsbrieven/artikel/10884486/overheid-bombardeert-boer-tot-staatsvijand-nummer-1

Commentaar: Schoutens worsteling

Een grote bron van zorg vormt het optreden van Carola Schouten, de minister van het door dit kabinet weer in ere herstelde ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit. Ze begon enthousiast en beloofde minder regels en meer duidelijkheid. Onderhand is de onzekerheid groter dan ooit en de regelbrij verder uitgebreid. Ten tijde van de fosfaatperikelen bleef dat nog redelijk onderhuids, omdat deze problematiek vooral de veehouderij raakt. Met haar plan voor een kringlooplandbouw en de aanpak van de stikstofcrisis ziet nu ook het grote publiek hoe deze minister worstelt. Haar visie op een nieuwe landbouw ontvouwde ze na een lange sessie met vele betrokkenen. Een half jaar later volgt echter een flinke domper: de door Schouten ingevoerde Taskforce Verdienmodel waarschuwt dat kringlooplandbouw Europees opgepakt moet worden. Lukt dat niet, dan gaan veel Nederlandse boeren financieel kopje onder. Schoutens optreden in de stikstofcrisis verdient ook niet de schoonheidsprijs. Haar brief van 4 oktober met oplossingen voor de korte termijn riep zoveel woede en vragen op, dat het wederom leidde tot massale protesten in Den Haag en bij de provinciehuizen. ,,Ik had dit beter moeten doen”, zei ze onlangs berouwvol in de Kamer. Schouten heeft tot 1 december de tijd gevraagd om meer duidelijkheid te verschaffen. Dan zal duidelijk worden of de ChristenUnie-politica nog wel de juiste vrouw op de juiste plaats is.

Agrarische sector roept ZuivelNL/NZO op alle werkzaamheden in stikstofdossier per direct te stoppen! Code rood!

Donderdagavond 24 oktober hebben op uitnodiging van de het Farmers Defence Force (FDF) ALLE partijen in de Nederlandse landbouw de koppen bij elkaar gestoken. Op een enkele afmelding na waren alle sectoren binnen veehouderij, intensieve veehouderij, akkerbouw, fruitteelt, vakbonden, LTO, FDF en Agractie, aanwezig evenals enkele externe adviseurs. In navolging van de acties van 1 en 16 oktober onderstreepte de aanwezigheid van allen de noodzaak en de bereidheid om één front te vormen om nu en in de toekomst schouder aan schouder te strijden voor het belang en voortbestaan de Nederlandse Agrarische sector. Stappen zijn gezet en contacten worden aangehaald om hier op korte termijn verdere uitwerking aan te geven. Maar de intentie is uitgesproken om vanaf nu samen op te trekken; ons niet meer tegen elkaar uit te laten spelen en samen de bedreigingen, uitdagingen en kansen te lijf te gaan. Een legendarische stap in de geschiedenis van de Nederlandse Agrarische sector! [b]Desastreuze plannen ZuivelNL[/b] Echter, op deze avond werd bekend dat er binnen de landbouw op korte termijn een grote bedreiging ligt. Vandaag, vrijdag 25 oktober, wil de Nederlandse zuivelindustrie bij monde van ZuivelNL/NZO een persbericht en een brief naar het ministerie van LNV de deur uit doen met een voorstel om het stikstofprobleem vlot te trekken. De informatie hieromtrent is alarmerend. Zonder voldoende kennis werd in grote haast een plan opgetuigd met verstrekkende gevolgen. Het persbericht lijkt onschuldig, de gevolgen daarvan zijn dat absoluut niet! Niet alleen voor de melkveehouderij, maar daarna ook voor andere sectoren zal het plan desastreuze gevolgen hebben. Een basis is daarin het voorzien van stallen van emissie arme vloeren. In de praktijk betekent dit, opnieuw vergunning aanvragen waarmee de huidige latente ruimte per direct word verspeeld. ZuivelNL/NZO laat hieruit blijken niets geleerd te hebben van het fosfaathoofdstuk. ZuivelNL/NZO geeft met de vandaag te versturen brief, het ministerie van LNV verstrekkende bevoegdheid om de gehele Nederlandse veehouderij een onhaalbare en desastreuze opdracht op te leggen. Hierbij roept de FDF op, aan alle leden en betrokkenen, dus niet alleen vanuit de melkveehouderij, maar alle diersectoren, om grote druk uit te oefenen op ZuivelNL, de NZO én Friesland Campina. We roepen deze 3 partijen met klem op zich niet langer op te werpen als belangenbehartiger, of zich op te werpen als partij richting de overheid om handreikingen te doen inzake stikstof. De Nederlandse zuivelindustrie is GÉÉN belangenbehartiger en GÉÉN stikstofdeskundige. Diverse ingewijden onderstrepen de misvatting en gevolgen van de brief van ZuivelNL/NZO en Friesland Campina. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald en daarmee de toekomst van de Nederlandse veehouderij op het spel te zetten. De FDF roept hierbij publiekelijk en hardop persoonlijk op, de heren, J. vd Hoogte, voorzitter NZO A. de Groot, penningmeester NZO en CEO Vreugdenhil H. Schumacher, bestuurslid en CEO Friesland Campina W. Buck, bestuurslid NZO, bestuurslid Zuivel.nl en Friesland Campina Jeroen Elfers, bestuurslid en Friesland Campina alsmede, J. Luten, direkteur Zuivel.nl J. Jorritsma, voorzitter Zuivel.nl H. Bakhuis, LTO W. Meulenbroeks, LTOH. Wiegersma, NMV O. Meuffels, Friesland Campina J. Kos [b]Met ingang van heden, ALLE WERKZAAMHEDEN AANGAANDE HET STIKSTOFPROBLEEM TE STAKEN. BETER TEN HALVE GEKEERD DAN TEN HELE GEDWAALD! Uit monde van de gehele Nederlandse landbouwsector, namens de FDF, roepen wij u allen op u aan te sluiten bij het collectief van de gezamenlijke sectoren, gevormd op 25 oktober 2019 te Nijkerk. [/b] Voortzetting van het zuivelplan is het begin van het einde van de gehele Nederlandse dierhouderij en wij houden jullie hier alleen persoonlijk verantwoordelijk voor. Wij strijden voor het behoud van de Nederlandse melkvee- en dierhouderij en distantiëren ons van elke vorm van belangenbehartiging via de vooruitlopende zuivel industrie. Wij roepen alle leden en betrokkenen op om: vandaag, vrijdag 25 oktober, zo snel en zo veel mogelijk invloed uit te oefenen via ALLE mogelijke kanalen richting Zuivel.nl, de NZO en Friesland Campina. Roept u allen deze partijen tot de orde en tot inkeer en tot aansluiting bij het collectief der gezamenlijke sectoren. De zuivelindustrie bij monde van ZuivelNL en NZO heeft vaker catastrofale fouten gemaakt en dit zullen wij niet nog eens laten gebeuren! Harde acties aan het adres van alle drie de bovenstaande partijen zullen niet worden geschuwd en waarschuwen hierbij met grote ernst alle betrokkenen. De beweging, opgestart onder aanvoering van de FDF en Agractie en inmiddels ondersteund door alle sectoren vanuit landbouw en daarbuiten heeft een duidelijk doel: tot hier en niet verder. Een ieder, persoonlijk of via zijn/haar organisatie die dat doel in gevaar brengt zal worden aangepakt op alle mogelijke manieren. De FDF kan begrijpen en zal ondersteunen dat leden en betrokkenen acties zullen ondernemen om het persbericht en brief richting LNV vanuit Zuivel.nl, NZO en Friesland Campina van de baan te krijgen. Deze waanzin om de veehouderij uit te leveren moet stoppen en wel hier!! Adres Friesland Campina : Stationsplein 4, Amersfoort NZO en Zuivel.nl Benoordenhoutseweg 46, Den Haag [b]KOMT ALLEN IN ACTIE, SCHOUDER AAN SCHOUDER, EN VERDEDIGT U TEGEN NADEREND KWAAD, HET DOEL HEILIGT DE MIDDELEN!![/b]

CDA'er Von Martels mocht boeren niet vertellen over inzet voor uniform stikstofbeleid

Hij is de enige boer in de Tweede Kamer, maar mocht vandaag niet spreken tijdens het boerenprotest in Den Haag. CDA-Tweede Kamerlid Maurits von Martels uit Dalfsen is verbaasd en teleurgesteld dat de organisatie alleen oppositiepartijen de ruimte gaf om het woord te doen. "Ik had graag willen zeggen waar we mee bezig zijn." Von Martels doelt daarmee op het inzetten op verhoging van de stikstofnormen, om het beleid meer gelijk te trekken met omliggende landen. "We willen dolgraag de grenswaarde, die in Nederland heel laag is en in Duitsland op een veel hoger niveau ligt, verhogen om te zorgen dat er ook weer meer mogelijk is in Nederland. Maar dat moet goed onderbouwd worden en juridisch houdbaar zijn. Daar moet reparatiewetgeving op komen." Donderdag willen het CDA en andere fracties dit aan bod laten komen. Uniform beleid Von Martels erkent dat de normen zoals die er nu liggen in het belang van de natuur zijn. "Maar als je merkt dat in verschillende landen er op een andere manier mee om wordt gegaan, dan vind ik dat we uniform beleid moeten hebben. Ik vind het jammer dat alle landen hun eigen manier gaan bedenken en dat de manier van meten en interpreteren verschillend is." https://www.youtube.com/watch?v=h8eViviJTx4

De boeren demonstreren tegen de meesterroof van de overheid

Door Jaap Majoor, Allereerst onze excuses voor de uit de hand gelopen demonstraties voor het provinciehuis in Groningen. Dit had niet mogen gebeuren, maar achter de schermen kan ik wel begrijpen, hoe dit ontstaan is. Het bestuur van de provincie Groningen bestaat voor een groot deel uit aanhangers van Jesse Klaver en Tjeerd de Groot. Dus mensen, die de boeren liever kwijt dan rijk zijn. [b]Maar wat is er nu aan de hand? [/b] Waarom gaan de boeren ook naar de provinciehuizen en het RIVM? Ik zal aan de hand van een voorbeeld proberen uit te leggen, wat er aan de hand is. In Nederland hadden de boeren meer dan 30 jaar een melkquotum. Wanneer een boer wilde uitbreiden, moest hij van een stoppende boer zijn melkquotum kopen. Er waren zelfs makelaars, die het complete melkquotum van een stoppende boer opkochten en vervolgens aan kleine beetjes weer verkochten aan bedrijven, die wilden uitbreiden. Immers de prijs was best hoog en zo kochten de bedrijven, die wilden groeien elk jaar iets erbij. De EU heeft het melkquotum in de EU afgeschaft in 2015 en dus ook in Nederland is het melkquotum verdwenen. De melkfabrieken riepen tegen de boeren: Kom maar met meer melk, wij verwerken het. Degene, die destijds het hardst riep om meer melk, was onze Tjeerd de Groot, destijds werkzaam bij de Nederlandse Zuivel Organisatie. Ook de banken zeiden: investeren. De jonge boeren, die wilden groeien, hebben hier dankbaar gebruik van gemaakt. Stel wij praten over boer Piet. Hij had in 2015 100 melkkoeien. Om uit te breiden heeft hij een vergunning aangevraagd voor 200 koeien. Die vergunning heeft hij destijds gekregen van de provincie. Vervolgens is hij een stal gaan bouwen, meestal kleiner dan de aangevraagde vergunning, omdat hij de vergunning voor toekomstige groei had aangevraagd. Stel hij heeft een stal gebouwd voor 180 koeien. In de loop van 2015 was de stal klaar. Vervolgens moesten er koeien gekocht worden om de stal te vullen. Omdat de koeien schaars waren en in verband met dierziektes, hebben de meeste boeren besloten te groeien door middel van de eigen fokkerij. In 2016 had Piet dus 115 koeien. In 2017 al 130 koeien. In 2017 zag de overheid, dat het fosfaatplafond, wat de EU ons opgelegd heeft, werd overschreden. Dus het aantal koeien moest omlaag. De overheid heeft als oplossing het fosfaatquotum ingevoerd. Er werd gekeken, hoeveel koeien had boer Piet in 2016. Dit waren 115 koeien. Dus boer Piet moest terug naar 115 koeien en er kwam een extra korting van 8 % door de overheid over het aantal koeien. Voor boer Piet betekent dit 115 koeien min 8 % = 105 koeien. Dus in eind 2017 was Boer Piet weer bij 105 koeien. Boer Piet wil toch naar 200 koeien groeien, dus om uit te breiden, probeert boer Piet nu fosfaatrechten te kopen. Deze rechten kosten per koe ca 11.500 euro. Dus in 2018 en begin 2019 heeft Piet zoveel gespaard, dat hij voor 5 koeien fosfaatrechten heeft gekocht en zit dan op 110 koeien. Nu komt het stikstofprobleem. De overheid weet geen oplossing. Alleen bij boeren is op korte termijn stikstofrechten te ontfutselen. Nu zegt Den Haag, boer Piet, jij hebt vergunning voor 200 koeien. Deze vergunning pakken wij af van jou, want jij hebt op 4 oktober maar plaats voor 180 koeien in je stal. Deze stikstofrechten gebruiken wij om aan de bouw en andere projecten te geven, zodat er toch weer iets door kan gaan in Nederland. Echter de provincies zien in, dat deze oplossing te weinig stikstofrechten oplevert, om de projecten, die op stapel staan, door te laten gaan. Dus zij zeggen nu: Nee boer Piet, jij hebt op 8 oktober slechts 110 koeien. Wij gaan uit van de 110 koeien, die jij hebt en de rest van jouw rechten pikken wij af. Al deze rechten kunnen wij gebruiken om onze projecten door te laten gaan. Boer Piet heeft de rechten gekocht,dure verplichtingen met de bank aangegaan en nu worden van hem alle groeimogelijkheden afgepakt om zijn stal te vullen. Zijn financiële verplichtingen aan de bank waren immers gebaseerd op 180 koeien. Hoe moet hij nu verder met zijn aflossingen? Een bedrijf, wat niet meer kan groeien, kan niet meer investeren in toekomstige ontwikkelingen en is ten dode opgeschreven. De overheid wil de nog niet gerealiseerde rechten stelen van de boeren. Omdat stelen niet mag, past de overheid de wet aan en wel zo dat het ineens geen stelen meer is. De provincies willen nog meer stelen van de boeren. Hoe slim zit de diefstal in elkaar? De minister zegt: Boer Piet, je mag uitbreiden naar die 180 koeien. Geen Probleem. Maar je moet intern salderen. Dit houdt in, als je dan van 110 koeien uitbreidt naar 180 koeien, mag je maximaal dezelfde Stikstofuitstoot hebben, dan je nu met 110 koeien hebt. Boer Piet heeft al een nieuwe stal dus is dit een onmogelijke opgave. Immers gemiddeld heeft de landbouw al sinds 1990 60 % minder Stikstofuitstoot. Dit betekent: In een oude stal zal de Stikstofafname ten opzichte van 1990 misschien slechts 40 % afgenomen zijn. Maar de nieuwe stal van Boer Piet zal, ten opzichte van 1990 al een Stikstofreductie van misschien wel 80 procent hebben. En dat terwijl hij vergunning gekregen heeft voor 200 koeien van de overheid. Boer Piet zal niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen en zal dus failliet gaan. Terwijl hij juist de boer was, die niet wilde stoppen. Heel onbegrijpelijk is, dat deze diefstalpraktijken zijn ontstaan door verontruste cijfers van het RIVM over de Stikstofuitstoot. Ook de Stikstof, die de gewassen opnemen, wordt niet meegeteld door het RIVM. Het RIVM wil alleen niet openbaar maken, hoe zij aan de cijfers komen. In ieder geval is een groot deel van de cijfers gebaseerd op aannames. Dus waar praten wij over? Al dat gesjoemel met cijfers van het RIVM, lijkt wel op bangmakerij van de bevolking en roept bij mij veel vraagtekens op. Ik vraag mij ook steeds meer af, hoe de natuurinstanties de RIVM beïnvloeden. Hoe slechter het RIVM praat over de natuur, hoe meer geld en gronden de natuurinstanties ontvangen van Den Haag. Immers door de wensen van natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, hebben wij zoveel Natura 2000 gebieden in Nederland gekregen. Veel meer dan de EU eiste. De politiek heeft zitten slapen en dit gewoon toegestaan. Uiteindelijk zijn de natuurinstanties de oorzaak van ons Stikstofprobleem. Zij hebben zelfs planten soorten op de lijst opgenomen, die niet eens in Nederland voorkwamen, maar waarvan zij wel droomden, dat die soorten in Nederland zouden komen. Dit lukt niet, nee logisch. Stikstofvervuiling bestaat uit 2/3 deel NOx ( industrie, luchtvaart en verkeer) en 1/3 deel NH3 . Van deze NH3, zeggen de geleerden, wordt 60% van de uitstoot veroorzaakt door de landbouw. Bij de landbouw zijn ook, de dieren die in het wild leven, de huisdieren (3 miljoen), de paarden en de dieren van de natuurinstanties voor het onderhoud van de natuurgebieden, te samen geteld. Verder is NOx veel zwaarder dan NH3 en zal de NH3 dus direct hoog in de atmosfeer vervluchtigen. De NH3 is dus zeer moeilijk te meten. Iets wat niet onderzocht is. Waarom niet eerst meten en dan weten. Dan pas concluderen. Door al deze aannames van het RIVM staat nu de hele economie op slot. En waarom. Als je bouwt en dan een huis neerzet, die veel minder uitstoot, is dit toch een win situatie. Dit beleid van de overheid leidt tot de ondergang van geheel Nederland. Wanneer u niet tot inkeer komt,zal dit tot massa ontslagen leiden. Zelfs de natuur zal dan nog meer verloederen . Er is maar een simpele verklaring voor de vervuiling van de aarde. De kringloopwijzer van de mens zelf. Deze kringloopwijzer moeten wij sluitend zien te krijgen en niet ons verschuilen achter de boer en dan zeggen . De boer heeft het gedaan, want hij heeft het niet gedaan. Sterker nog, geen sector heeft het zo goed gedaan, als de boer. Nee alleen wij zelf zijn de boosdoener. Echter geen enkele politieke partij praat hierover. De politiek doet alleen maar dweilen met de kraan open en in plaats van de kraan dicht draaien, wordt de kraan steeds verder open gezet.

Column Sjakie: De strijd moet nog beginnen

Door Jack Rijlaarsdam, Afgelopen dinsdag is een dag om niet te vergeten. Indrukwekkend was het machtsvertoon waarmee colonnes van honderden trekkers de snelwegen overspoelden, blokkades omzeilden en uiteindelijk het Malieveld in Den Haag in bezit namen. De meeste indruk maakten misschien nog wel het begrip en de steun van de gewone burgers die duimen opstaken in de file en toeterend de ingenomen rechterbaan inhaalden. De actie draaide onder andere om meer waardering van de maatschappij, maar daar blijkt eigenlijk helemaal geen gebrek aan. D66-Kamerlid Tjeerd de Groot heeft met zijn pleidooi voor halvering van de veestapel flink wat wrevel gewekt en zo onbedoeld de opkomst naar grote hoogte gestuwd. De plotseling ontstane saamhorigheid in de landbouw is daarmee misschien nog wel de mooiste bijvangst. Opvallend genoeg werd de actie gesteund door menig leverancier, maar was er van de coöperatieve afnemers geen spoor te bekennen. Hoewel FrieslandCampina het weekend voor de actie een advertentiecampagne lanceerde, werd ook daarin geen openlijke steun uitgesproken. Ondertussen staan de onderlinge verhoudingen binnen de nog kakelverse actieorganisatie al fors onder druk door meningsverschillen over de verder te varen koers. Het zou jammer zijn de opgebouwde goodwill weer te laten vervliegen. De plotseling ontstane saamhorigheid in de landbouw is misschien nog wel de mooiste bijvangst JACK RIJLAARSDAM, MELKVEEHOUDER IN STOMPETOREN Burgers hebben na de belastingdeals met buitenlandse bedrijven wel door dat cijfers die de overheid presenteert, wel vaker rammelen. In de zuivel ligt er bij ZuivelNL nog 15 miljoen euro op de plank na de overdracht van het fosfaatreductieplan aan de overheid. Dit budget kan nu worden benut om opgelegde regelgeving met gezond boerenverstand te pareren. Aangenomen wordt dat de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door het wegverkeer binnen ongeveer 500 meter neerslaat. Het is merkwaardig dat er voor ammoniak (NH3) met veel ruimere normen wordt gerekend. De netto-uitstoot van CO2 en NH3 door de veestapel hoort gecorrigeerd te worden voor de opnamen van deze stoffen door de voedergewassen. De methaanemissie van onze koeien vormt een kringloop met de opname van de gewassen, terwijl de NOx-uitstoot van verkeer en industrie afkomstig is van de onomkeerbare verbranding van fossiele brandstoffen. De waarheid is anders dan dat de overheid beweert. De echte strijd moet nog beginnen. Bron: Nieuwe Oogst

‘Wij boeren krijgen altijd de schuld’

[b]Boer Mark van den Oever[/b]: De oprichter van de Farmers Defense Force vindt het „zwaar onterecht” dat varkensboeren mogelijk worden aangepakt om de stikstofproblematiek op te lossen. De politiek moet maatregelen nemen tegen de grote industrie, vindt hij. Ze zijn al heel lang ontevreden, de boeren die zich hebben verenigd in de Farmers Defense Force (FDF). Tot harde actie was het tot nu toe niet gekomen. Maar de plannen voor inkrimping van de veestapel als uitweg uit de zogenoemde stikstofcrisis zijn „de druppel die bij ons de emmer deed overlopen”, zegt Mark van den Oever, boer in het Oost-Brabantse Sint Hubert en oprichter van de actiegroep. FDF is het antwoord van de boeren op de bezetting van een varkenshouderij in Boxtel, in mei dit jaar. De eerste dag in oktober is actiedag. „Wij gaan met duizend trekkers naar het Haagse Malieveld. Dat is een waarschuwing. Als we onze zin niet krijgen, leggen we de voedselvoorziening plat. No farmers no food. Als de mensen ons vergeten, dan vergeten wij hen ook een keer.” Van den Oever (40) heeft voor het interview en de foto een actieshirt aangetrokken; de strijdlust is groot. „Weet je waar wij de handen van onze leden voor op elkaar krijgen? Zandvoort! Als er niet naar ons wordt geluisterd, dan blokkeren we de Grand Prix. Dan gaat het hele feest niet door.” .... Stel dat hij minder varkens zou mogen houden? „De kosten blijven stijgen en de opbrengst daalt. Dan heb je gelijk geen winst meer! Terwijl we toch naar de supermarkt moeten om een boterham te kopen, niet?” Wat gebeurt er als hij straks geen duizend maar nog maar achthonderd varkens mag houden? „Dan moet ik rechten van een andere boer opkopen. Wat me wordt afgepakt, moet ik terugkopen van een boer die stopt. Dat zou in mijn geval een halve ton kosten. Ik moet dan een hypotheek nemen. Om lucht te kopen. Het is net als dat er tegen huiseigenaren wordt gezegd: neem een ton extra hypotheek, want dat is goed voor het milieu. Daar word je toch niet goed van?” En als de overheid de kosten vergoedt? „Ook dan blijf ik tegen. Want ook voerfabrieken zouden dan dicht moeten. Daar moeten dan mensen uit. Net als bij de slagerijen. Bij transporteurs. Voorlichters.”

Mesdag Zuivelfonds: Spoedonderzoek naar stikstofuitstoot in natuur

Mesdag Zuivelfonds laat een spoedonderzoek doen naar de stikstofdepositie op natuurgebieden, onder toezicht van de Universiteit van Amsterdam. Volgens de organisatie wordt de stikstofdepositie nu alleen geschat met modellen die nooit geijkt zijn met metingen. Met het onderzoek wil het Mesdag Zuivelfonds bewijzen dat de stikstofuitstoot van de veebedrijven in Nederland vooral op het boerenerf en het boerenland blijft en niet verder wordt verspreid. “Wij willen de politiek ervoor behoeden dat zij nu de landbouw opofferen op basis van de huidige modellen die grote onzekerheden kennen, terwijl uit metingen wel eens zou kunnen blijken dat zaken in werkelijkheid anders liggen", meldt Jan Cees Vogelaar, voorzitter van het Mesdag Zuivelfonds. Naar verwachting gaat het meetprogramma in januari 2020 van start. Volgens het Mesdag Zuivelfonds is er al jaren veel kritiek op de nu gebruikte modellen, omdat uit diverse studies blijft dat die er wel eens 30 tot 100% naast kunnen zitten. De huidige modellen, waarvan de Commissie Remkes ook haar adviezen baseert op het terugdringen van de stikstofuitstoot, wijzen uit dat bedrijven in een schil van 10 kilometer om een natuurgebied relatief veel stikstof uitstoten op dat natuurgebied. Maatregelen effectief De Rijksoverheid geeft volgens Mesdag continue aan de modellen niet te willen ijken, omdat zij daarvoor geen geschikte en betaalbare meetmethode in huis heeft. "Als je wilt dat maatregelen tegen stikstof effectief zijn, dan moet je weten om hoeveel stikstof het gaat en waar die precies vandaan komt. Nu is dat niet bekend, omdat dit niet met metingen is vastgesteld", zegt Vogelaar. De Universiteit van Amsterdam heeft nu wel een meetprogramma klaarliggen. Het Mesdag Zuivelfonds hoopt dat andere organisaties ook aanhaken. "Het liefst hadden wij dit onderzoek opgezet in samenwerking met andere organisaties in de landbouw en de overheid, maar daarvoor ontbreekt nu de tijd”, stelt Vogelaar. Mesdagfonds nodigt geïnteresseerde organisaties en ook de overheid uit om aan te haken bij dit onderzoek.

Nieuwe reacties

Mesdagfonds eist inzage in stikstofmodel en daagt RIVM voor rechtbank

[b]Persbericht Mesdag Zuivelfonds eist inzage in het stikstofmodel van het RIVM, nu de stikstofwetgeving onderuit is gegaan. Omdat het RIVM die transparantie niet wil geven, is Mesdag Zuivelfonds een procedure gestart tegen het rijksinstituut om inzage af te dwingen. [/b] “De schade voor de landbouw, de bouwsector en andere projecten is enorm en dat mede doordat het stikstofmodel fouten lijkt te bevatten”, verklaart Jan Cees Vogelaar, voorzitter van het fonds. Wetenschappers die het model willen controleren, wordt inzage geweigerd. Het RIVM stelt ‘het niet nodig te vinden’ en ‘de toegevoegde waarde er niet van te zien’ dat externe wetenschappers onder de motorkap van het model kijken. Mesdag Zuivelfonds probeert al jaren inzicht te krijgen in de onderbouwing van het stikstofbeleid. Dat valt niet mee. Maar liefst 3,5 jaar intensief trekken, sleuren, inzet van de Tweede Kamer en een kort geding waren nodig om de meetdata van zo’n 200 veldproeven te mogen inzien, die ten grondslag liggen aan het stikstofbeleid voor de landbouw. In dit geval ging het om metingen van Wageningen UR. Momenteel worden deze metingen wetenschappelijk onderzocht in de Verenigde Staten, binnenkort worden de uitkomsten verwacht. Ook het RIVM werkt niet mee aan een transparant stikstofbeleid. Onderzoekers die de onderbouwing van het stikstofmodel voor natuurgebieden willen toetsen, worden weliswaar gastvrij uitgenodigd door het RIVM voor een gesprek. De openbaarheid van bestuur kent echter een grens, onder de motorkap van het stikstofmodel mag niet worden gekeken. Al een jaar lang proberen externe wetenschappers inzage te krijgen. Tevergeefs. Vogelaar wil dat het RIVM de wetenschappers met spoed toelaat, om het stikstofmodel voor natuurgebieden te controleren. Voordat er onomkeerbare regelgeving op wordt gebouwd. “Van de overheid mag je deze transparantie verwachten. Als dat niet met vriendelijk vragen kan, dan maar via de rechter.” Vogelaar heeft sterke aanwijzingen dat het RIVM wat te verbergen heeft. Het RIVM had namelijk wel een aantal datasets beschikbaar gesteld. Die brachten aan het licht dat de meetdata in natuurgebieden een andere trend laten zien dan de uitkomsten van het rekenmodel. Het model past een mysterieuze statistische bewerking toe, die de stikstofhoeveelheid laat toenemen. “Er gebeurt iets vreemds met de cijfers, wij willen weten wat er aan de hand is.”

Veestapelkrimp voor Schouten niet onbespreekbaar

Landbouwminister Carola Schouten wil vooral een integrale en zorgvuldige oplossing voor de stikstofproblematiek. Maar krimp van de veestapel is niet meer onbespreekbaar, gaf ze woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer aan. Het Kamerdebat ging over dierenwelzijn maar werd aangegrepen om in te gaan op een voorstel dat Tjeerd de Groot eerder deze week lanceerde. Daarin stelt de D66'er voor om de intensieve veestapel te halveren. Hij bracht zijn voorstel in het kamerdebat opnieuw ter sprake. Volgens De Groot wil Schouten een omslag naar kringlooplandbouw en heeft ze in dat kader aangegeven dat het huidige landbouwsysteem niet meer houdbaar is. 'Maar aan de andere komt ze wel steeds met voorstellen die datzelfde systeem in stand houden. Er moet veel meer gebeuren dan ik nu zie.' Bijval De Groot kon met zijn voorstel op bijval van andere partijen rekenen. Zowel de Partij van de Dieren en Groen Links zijn blij dat nu ook een coalitiepartij de inkrimping van de veestapel bespreekbaar maakt. Kamerlid Laura Bromet van Groen Links vraagt zich echter wel af waarom De Groot alleen de intensieve veehouderij in wil krimpen. 'Waarom tellen koeien niet mee? Zij stoten de meeste stikstof uit.' Bromet pleitte wel voor een goed sociaal plan. Bovendien wil ze van de minister een noodwet om binnen een maand met voorstellen om uit de stikstofimpasse te komen. Ook de SP wil ingrijpen als het gaat om dieraantallen maar Kamerlid Frank Futselaar wil echter niet de 'grootste slager van Europa' worden. Bovendien acht hij minder vee rond natuurgebieden handiger dan generiek korten op dieraantallen, zoals De Groot suggereert. Krimp Schouten wil echter een integrale en zorgvuldige oplossing voor de stikstofimpasse. Krimp is daarbij niet meer onbespreekbaar. In dat verband verwees ze naar de sanering van de varkenshouderij die al voor een krimp van 7 tot 10 procent kan zorgen. En in het kader van het Klimaatakkoord zal ook het aantal koeien in het veenweidegebied afnemen. De minister wil de oplossing voor de stikstofproblematiek niet aan de markt over laten. Ook wil ze geen noodwet zoals Bromet voorstelde. 'Zo doen we dan niet, we gaan dit niet even in maand regelen. Het gaat wel over mensen en bedrijven. We zoeken naar een integrale en zorgvuldige oplossing. Bovendien wachten we eerst waar de commissie Remkes mee komt.' Er is in de landbouwbegroting nog geen geld gereserveerd voor maatregelen die het stikstofprobleem op moeten lossen. 'Maar de begroting is niet statisch. Als het nodig is gaan we schakelen. Kijk naar het Klimaatakkoord. Dat is ook niet in een begroting gevat maar wat moet gebeuren, gaat gebeuren.'

Nevedi: Weinig kennis over soja import en gebruik

In Nederland is weinig kennis over soja importen en het gebruik ervan in diervoeders en humane consumptie. Dat verwijt komt van de koepelorganisatie voor de veevoerbranche Nevedi. Reactie Nevedi: Feiten over soja in diervoer Rijswijk, 29 augustus 2019 | Bron: Nevedi Momenteel heerst discussie in de media over het gebruik van soja in diervoeders. Dit naar aanleiding van de recente branden in de Amazone. Niet alle discussies zijn feitelijk. Er blijkt weinig kennis over soja-importen in Nederland en het gebruik van sojaproducten voor diervoeder en humane consumptie. Ook worden wereldwijde, Europese en nationale cijfers door elkaar gebruikt. De diervoederindustrie verwerkt sojaproducten in diervoer, daarom wil Nevedi constructief bijdragen aan de discussie door de feiten op een rijtje te zetten. Tegelijkertijd nodigt Nevedi eenieder uit om de website van Nevedi te raadplegen waaronder onze Grondstoffenwijzer. Sojagebruik in de Nederlandse diervoederindustrie In 2018 gebruikte de Nederlandse diervoerindustrie 1,74 miljoen ton sojaproducten, voor het grootste gedeelte sojaschroot. Al deze soja is duurzaam geteeld en voldoet aan de duurzaamheidsstandaarden die op Europees niveau zijn gemaakt binnen de Europese brancheorganisatie voor de diervoederindustrie (FEFAC) en die vastgelegd zijn in de Fefac Soy Sourcing Guidelines (FSSG). Via deze benchmark zijn inmiddels 18 certificatieschema’s voor duurzame soja goedgekeurd. Al deze schema’s staan geen illegale ontbossing toe en 8 schema’s staan ook geen legale ontbossing toe (bron: Profundo 2019). De standaarden stellen daarnaast eisen voor wat betreft het respecteren van de rechten van de inheemse bevolking en andere duurzaamheidscriteria. Een van bekendste van de 8 ontbossingvrije standaarden is de Round Table Responsible Soy (RTRS). In Nederland worden RTRS-certificaten door Nederlandse natuur- en milieuorganisaties het meest aangehaald als duurzaam. Vanaf 2015 zijn er in Nederland afspraken tussen de diervoedersector en de productieketens voor zuivel, vlees en eieren dat voor alle dierlijke producten die op de Nederlandse markt worden afgezet, alleen RTRS-soja mag worden gebruikt. Voor de afzet van dierlijke producten buiten Nederland geldt dat in het geval van zuivel ook RTRS-soja moet worden gebruikt. Alle andere soja die in Nederlands diervoeder wordt gebruikt moet gecertificeerd zijn volgens een van de 18 standaarden die in de FSSG zijn goedgekeurd. Sojameel heeft de beste aminozuren in haar eiwit en is daarom een zeer geschikte grondstof voor het voer van jonge dieren die in de groei zijn. Er bestaan in Nederland momenteel geen eiwitgrondstoffen die efficiënter kunnen worden ingezet. Vooralsnog zijn consumenten/supermarkten ook niet bereid of in staat om duurdere alternatieven voor soja te vergoeden aan de Nederlandse boeren. De Nederlandse diervoedersector gebruikt derhalve al jaren 100% duurzame soja. Nevedi was zelf actief betrokken bij de oprichting van RTRS en loopt vanaf 2006 voorop in de verduurzaming van sojaproductie. Daarbovenop onderschrijft de Europese diervoederindustrie al vanaf 2006 het Amazon Soy Moratorium waarmee voorkomen wordt dat er soja uit de Amazone op de markt wordt gebracht in Europa, die afkomstig van gronden die na juli 2006 ontbost zijn. Vanuit de Europese diervoederorganisatie FEFAC werd deze week hierover een bericht gepubliceerd op de website van Feed Navigator. Sojabonen De eiwit- en vetrijke sojaboon kan als hele boon worden gebruikt in diervoer maar dat is niet gebruikelijk. Normaal wordt de boon gecrusht. Dit is een proces waarbij - nadat de hullen van de bonen zijn verwijderd - de olie van de rest van de boon wordt gescheiden. 1000 kg sojabonen leveren ca 190 tot 200 liter sojaolie, zo’n 20 kg sojahullen, 790 kg sojaschroot en een klein beetje productieverlies. In massa bestaat de sojaboon dus voor ca 20% uit olie en 80% sojameel. In de wereldmarkt schommelt de waarde van olie en meel, maar over jaren heen is de waardeverhouding olie/meel bijna gelijk. Aangezien de sojaolie vooral wordt gebruikt voor levensmiddelen en biobrandstoffen is de productie van soja afhankelijk van inkomsten uit de industrie voor levensmiddelen, biobrandstoffen en diervoeder. Omdat het sojameel hoofdzakelijk naar diervoeder gaat is de betrokkenheid van de diervoederindustrie bij de duurzame teelt van soja wereldwijd logisch. Wereldwijd wordt zo’n 334 miljoen ton soja geteeld. Hiervan komt zo’n 34,4 miljoen ton naar de Europese Unie. Uiteindelijk wordt daarvan 30,9 miljoen ton, in de vorm van sojaschroot, in de Europese diervoedersector gebruikt (cijfers 2017, IDH 2019). Het Nederlands verbruik is ongeveer 1,74 miljoen ton sojaproducten en dat is ongeveer 5 promille van de wereldproductie. Soja in Nederland Nederland importeert sojaschroot en sojabonen. Een belangrijk deel daarvan wordt rechtstreeks door geleverd aan andere landen in Europa. Daarnaast wordt een belangrijk deel van de geïmporteerde sojabonen in Nederland gecrusht. De olie, schroot en hullen die daarbij vrijkomen worden deels in Nederland afgezet en deels daarbuiten (Bron: CBS 2018).

Column Sjakie: Warme sanering of opheffingsuitverkoop

[b]Door Jack Rijlaarsdam,[/b] Langzaamaan beginnen de gevolgen van het schrappen door de Raad van State van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) duidelijk te worden. Niet alleen de veehouderij zit in de knel, ook de bouw, industrie en het verkeer mogen niet langer uitbreiden. De Raad van State heeft tevens aangegeven dat extern salderen als oplossingsrichting is toegestaan. Dit is een mooi woord voor het inpikken van andermans productieruimte, eventueel tegen een financiële vergoeding. Linda Janssen, voorzitter van de POV, sorteerde hier enkele weken geleden al op voor. Zij stelde in een opiniestuk voor dat de veehouderij de stikstofruimte, die ontstaat door ammoniak reducerende maatregelen toe te passen, te gelde zou kunnen maken. Indirect pleit zij hiermee voor verhandelbare stikstofrechten. Best opvallend, want in het fosfaatrechtendossier wilde de POV juist niet dat varkensrechten aan melkveehouders verkocht konden worden. De POV wilde de productieruimte behouden voor de blijvers en was bevreesd voor het opdrijven van de kostprijs in de varkenshouderij. Het lijkt een sympathiek voorstel: stoppers worden warm gesaneerd en investeringen in milieutechniek brengen eindelijk geld op. De keerzijde is ook duidelijk. De gewenste stikstofrechten worden gekocht door de hoogste bieders. De rendementen in bouw en industrie zijn aanmerkelijk hoger dan dat het in de veehouderij is, het lijkt daarom voor de hand te liggen dat alle rechten buiten de sector belanden. Individuele bedrijfsgroei wordt daardoor zo goed als onmogelijk. Sectoraal ontstaat er uiteindelijk ook een probleem. Wanneer bijvoorbeeld de helft van de stikstofruimte wordt weggekocht, zal een enkele zuivelaar misschien blij zijn dat er minder verlieslatende melk afgenomen hoeft te worden. Uiteindelijk komt echter ook de helft van de capaciteit van toeleverende en afnemende bedrijven zoals voerleveranciers, zuivelfabrieken en slachterijen leeg te staan. Dit zal menig bedrijf de kop kosten. Het is nu zaak voor onze belangenbehartigers de knopen te tellen. Een pleidooi voor verhandelbare milieuruimte is spelen met vuur. Voor toekomstige stoppers zal het een mooie aanvulling op het pensioen worden, maar voor de overige bedrijven zal er geen ontwikkelingsruimte meer zijn. Het is net vanuit wiens gezichtspunt je het bekijkt: warme sanering of opheffingsuitverkoop.

Stikstofimpasse doorbreken heeft prioriteit

Sinds het Programma Aanpak Stikstof (PAS) dit voorjaar werd afgeschoten door de Raad van State, heeft de stikstofproblematiek de ontwikkeling in veel sectoren op slot gezet. LTO werkt hard aan een advies waarmee de huidige impasse moet worden vlotgetrokken. De belangenbehartigingsorganisatie wil de impasse doorbreken die dit voorjaar is ontstaan, nadat de Raad van State de vergunningverlening volgens het PAS heeft afgeschoten. Voor boeren en tuinders is daarnaast totaal niet duidelijk hoe beweiden en bemesten moet plaatshebben vanaf volgend jaar. De land- en tuinbouworganisatie werkt aan een advies, zegt Trienke Elshof, LTO-bestuurder en portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving. 'In die notitie zullen we de belangrijkste oplossingsrichtingen voor onze sector aandragen.' Inkrimping veestapel Inkrimping van de veestapel is niet een van die richtingen. 'Domweg koeien uit de wei of stal halen is te makkelijk', stelt Elshof. 'Veehouders kunnen nog allerlei slimme emissiebeperkende maatregelen nemen om stikstof te reduceren. Laten we daar eens mee beginnen.' LTO Nederland reikt namens de achterban drie hoofdpunten aan die zij graag en spoedig wil realiseren. 'De vergunningverlening moet eerst weer rap op gang komen. Helderheid over beweiden en bemesten is punt twee. Tot slot houden we een stevig pleidooi voor een gebiedsgerichte aanpak om te salderen op plekken waar dit kan.' Commissie-Remkes Het advies zal LTO aanbieden aan de commissie die door de overheid is aangesteld om het stikstofdebacle in de breedte te slechten. Deze commissie, onder leiding van oud-minister Johan Remkes (VVD), komt eind september met een eerste zienswijze. Eind dit jaar volgt een uitgebreide visie van Remkes. Ondertussen wachten sommige bouwbedrijven nieuwe politieke besluiten niet af. Elshof bevestigt dat boeren soms actief benaderd worden met de vraag of ze hun bedrijf willen overdoen. 'Daarmee hopen ze de stikstofuitstootruimte te verkrijgen die ze nodig hebben voor hun projecten.' Adviseurs bevestigen eveneens dat her en der op boerenbedrijven wordt geaasd door projectontwikkelaars. LTO adviseert boeren om voorzichtig te zijn met deze aanbiedingen.

Luchtwassers en mestfabrieken, alleen zwakke bestuurders geloven er nog in

OPINIE - Het stikstofbeleid in Nederland schiet tekort, oordeelde de Raad van State kort voor de zomer. Het was een belangrijke overwinning voor milieuraadsman Valentijn Wösten. Zijn oplossing? Minder vee houden. Door Mr. Valentijn Wösten, bestuursrechtjurist Nederland heeft al 40 jaar de twijfelachtige eer het meest veedichte land van Europa te zijn. Met alle mest kunnen we elk jaar meer dan 30.000 wedstrijdzwembaden vullen van 50 meter lengte. Dat is veel te veel mest om op het land uit te rijden zonder bodem en grondwater zwaar te vervuilen. We moeten nu definitief vaststellen dat onze regering dit beruchte ‘mestoverschot’ in de afgelopen 40 jaar met valse milieubeloften en halfbakken maatregelen te lijf is gegaan. Luchtwassers en mestfabrieken, alleen zwakke bestuurders geloven er nog in. Het was dan ook niet verbazend dat de NRC in 2017 en 2018 in een serie artikelen het enorme illegale mestcircuit aan het licht bracht. Prullenman Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State, Nederlands hoogste bestuursrechter, het Programma Aanpak Stikstof (PAS) naar de prullenmand verwezen. Dit regeringsplan was gepresenteerd als een aanpak van de stikstofschade aan de natuur. Veehouderij is de belangrijkste oorzaak van deze stikstofschade. Het regeringsplan bleek in de praktijk in hoofdzaak een bedrijvenbeschermingsplan, waarmee in de afgelopen jaren duizenden natuurvergunningen aan veehouderijbedrijven zijn verleend. Daarbij ook vele honderden in Overijssel. Vernietigd Sinds 29 mei zijn meer dan honderd vergunningbesluiten door de rechter vernietigd en er zullen nog honderden volgen. De Nederlandse veehouderij bedreigt niet alleen onze bodem en ons grondwater, maar ook onze natuur. En dan hebben we nog niets gezegd over veehouderij als bron van broeikasgas, de volksgezondheidrisico’s of het vaak zwakke dierenwelzijn. Met het sneuvelen van het Programma Aanpak Stikstof staan onze politici opnieuw voor de vraag hoe het verder moet met de Nederlandse veehouderij, want wat is nu de oplossing? De simpelste manier om minder mest te krijgen is minder vee houden. Iedereen met een beetje verstand van de veehouderij weet dat het aantal veebedrijven al tientallen jaren krimpt. Kortom, de oplossing ligt gewoon voor het oprapen. Zorg dat de dierrechten van stoppende bedrijven niet kunnen worden opgekocht door de megabedrijven. Een volkomen redelijke oplossing, die niemand pijn doet. Kostbare tijd De vraag is wel, wie deze beslissingen moet gaan nemen? Niet degenen die verantwoordelijk zijn voor de veehouderijpolitiek van de afgelopen jaren. Niet degenen die zijn blijven zeggen dat luchtwassers en mestfabrieken alle problemen kunnen oplossen. Zij hebben hun kans gehad, kostbare tijd verspild en daarmee de problemen nog ernstiger gemaakt. Die mensen hebben zich gediskwalificeerd om nog een rol te kunnen spelen in de nu te nemen besluiten over de toekomst van de veehouderij. Nu zijn bestuurders nodig die de veehouderij wel toekomstbestendig willen maken. Die breken met de struisvogelpolitiek van Schreij­er-Pierik, Bleker, Koopmans en consorten. Die niet de zoveelste commissie willen oprichten om het probleem voor zich uit te schuiven, maar die nu dit varkentje gaan wassen. Want dit varkentje stinkt al meer dan 40 jaar aan alle kanten. Bron: https://www.destentor.nl/zwolle/luchtwassers-en-mestfabrieken-alleen-zwakke-bestuurders-geloven-er-nog-in~ababe1e4/

​‘Inkrimping veestapel? Hoe dom kun je zijn’

Jan Cees Vogelaar verbaast zich over het feit dat het Nederlandse stikstofbeleid is gebaseerd op een theoretisch model dat volgens hem niet klopt. In opdracht van het Mesdagfonds, waarvan hij voorzitter is, gaat de Universiteit van Amsterdam de werkelijke depositie van stikstof meten. Dit kan volgens hem voor verrassende uitkomsten zorgen. De roep om inkrimping van de veestapel is daarom uiterst voorbarig. De PAS is afgeschoten, grote infrastructurele projecten dreigen niet door te gaan zoals de verbreding van de A12 en A27, vliegveld Lelystad en vliegbasis Twente. De roep om inkrimping van de veestapel wordt steeds luider. Is dat terecht? “Hoe dom kun je zijn. Inkrimping van de veestapel wordt geroepen door vegetarische en veganistisch ingestelde groeperingen. Nu de PAS is afgeschoten wordt dat gegeven weer misbruikt om te pleiten voor minder dieren in Nederland. Het zijn onderbuikgevoelens. Wat er in Nederland aan de hand is, is een gevecht om de ruimte. Natuur-milieuorganisaties willen meer natuur. Dat betekent in hun ogen minder landbouw. De vraag is echter of stikstof het probleem is.” Hoezo? “De depositie van stikstof in Nederland is nog nooit gemeten. Geen overheid of onderzoeksinstelling heeft dit ooit gedaan. In Nederland werken we met het rekenmodel van het RIVM en Wageningen UR. Maar dat is een theoretische benadering waarvan je je sterk kunt afvragen of die klopt. Het is een black box. Er wordt verondersteld dat er 20 tot 30 kg stikstof per hectare neerslaat in Nederland. Maar als je naar de totale stikstofinput en stikstofoutput van Nederland kijkt, dan zou je verwachten dat dit hoogstens 8 á 9 kg zou zijn.” Wat is uw redenatie? “Staan de bossen in Nederland er slechter voor dan een halve eeuw geleden? In de jaren tachtig hadden we het over zure regen door ammoniak en uitlaatgassen die de natuur aantast. Nu hebben we het over stikstof en krijgt de landbouw de schuld. Tussen de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw en nu hebben we 500.000 hectare meer natuur en hetzelfde aantal hectare minder landbouw in Nederland. Het aantal koeien is nu hetzelfde als toen. Het aantal varkens is weliswaar 3 miljoen dieren hoger, maar die worden nu op een heel andere manier gehouden dan vroeger. Het aantal inwoners in Nederland is ondertussen wel gestegen van 13 miljoen naar 17 miljoen. En we hebben geen 500.000 auto’s maar 9 miljoen. Schiphol vervoert geen 365.000 passagiers maar 71 miljoen. Als je echt wilt weten wat er op de natuur valt, moet je gaan meten en bepalen waar die depositie vandaan komt.” En dat gaat u doen? “Ja, met het Mesdag-Zuivelfonds hebben we een budget bij elkaar gekregen om de depositie van stikstof in Nederland te gaan meten. Ook gaan we bekijken of we met isotopen kunnen bepalen waar de stikstof vandaan komt: van de industrie, auto’s, vliegtuigen, de Noordzee of van de landbouw. In januari volgend jaar willen we starten met meten.” Is de overheid geïnteresseerd in dit onderzoek? “We hebben de overheid geïnformeerd maar er is weinig belangstelling. De overheid blijft liever rekenen met de huidige modellen en is bang voor een onwelgevallige uitkomst. Ook voor natuur- en milieuorganisaties, het RIVM en Wageningen geldt dat. Het ammoniakbeleid is al jaren de melkkoe van Wageningen UR. Er is de laatste dertig jaar meer dan een miljard euro naar toe gegaan voor onderzoek. Wageningen is er bij gebaat dat het probleem in stand blijft.”

Rekenkamer: regels tegen milieuvervuiling door mest werken averechts

Aanpassingen aan wet- en regelgeving hebben de vervuiling van het milieu door mest niet kunnen tegengaan. Integendeel, de opeenstapeling van regels is eerder de oorzaak van het probleem dan de oplossing. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer na onderzoek naar de stand van zaken op weg naar een duurzame veehouderij in Nederland. Het is een vervolg op onderzoeken uit 2008 en 2013 naar verduurzaming van de intensieve veehouderij. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer toont aan dat aan de vooravond van de afschaffing van de melkquota in 2015 het overheidsbeleid op een te optimistisch scenario werd gebaseerd. De lijn die kabinet en Kamer in 2013 inzetten was: groeien mag, zolang de veehouders de mest op eigen land uitrijden of naar de mestverwerking brengen. Daarbij werd erop vertrouwd dat dit mogelijk was binnen de Europese normen voor de uitstoot van ammoniak, stikstof en fosfaat, die onder meer in dierlijke mest voorkomen. Voor de natuur is het schadelijk als er te veel van die stoffen in het milieu terechtkomen. ‘Voortdurende aanpassing regels’ De Algemene Rekenkamer nam onder meer het beleid dat verantwoorde groei van de melkveehouderij mogelijk maakte onder de loep. Dat beleid zorgde niet alleen voor een ‘opeenstapeling van wet- en regelgeving’ en ‘voortdurende aanpassing en uitbreiding van regels’ om de uitstoot van ammoniak, stikstof en fosfaat door de veehouderij te beperken. Het resulteerde ook niet in grip op de vervuiling door mest. Collegelid van de Algemene Rekenkamer Francine Giskes: “Nu hebben de ministers van LNV en IenW weinig grip op de mestvervuiling, die door de veehouderij wordt veroorzaakt. Dit zien we terug in de wet- en regelgevingspraktijk tegen mestvervuiling. Die praktijk belemmert de handhaving en beperkt goed zicht op het halen van uitstootnormen en het beschermen van de natuur.” Volgens de Rekenkamer was het daarom beter geweest als de keuze voor groei van de melkveehouderij pas was gemaakt, nadat de beschikbare ruimte daarvoor in kaart was gebracht. In het rapport staat daarom: “Met dit beleid is met instemming van het parlement een bewust risico genomen dat gevolgen heeft voor veehouders en de belasting van de biodiversiteit.” Kom met heldere normen De Algemene Rekenkamer beveelt zowel de ministers van LNV en IenW als het parlement aan om het ‘patroon te doorbreken’ van steeds weer aanpassen van bestaande regels en invoeren van nieuwe regels. “Stel heldere normen vast en ga daar op handhaven. Vereenvoudig de regels. Verminder de regeldruk.” In haar reactie erkent de minister van LNV dat de regelgeving ingewikkeld is geworden. Zij zegt zich momenteel te bezinnen op het mestbeleid, mede in het licht van de recente uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof. De Algemene Rekenkamer vraagt in haar nawoord daarop om in het beleid rekening te houden met tegenvallende uitkomsten in de praktijk. Dat verkleint de kans dat normen worden overschreden.

VVD: We moeten werken met de juiste cijfers en geen verouderde cijfers.

Door Helma Lodders Nederlandse melkveehouders mogen samen niet meer dan 84,9 mln kg fosfaat produceren. Om te zorgen dat er ook niet meer fosfaat geproduceerd wordt is sinds 1 januari 2018 het fosfaatrechtenstelsel van kracht. Iedere melkveehouder heeft op basis van gegevens uit het verleden fosfaatrechten toebedeeld gekregen. Één fosfaatrecht staat gelijk aan één kg fosfaat. Een ingewikkelde berekening laat zien hoeveel rechten je nodig hebt voor 1 koe. Dat is van een aantal factoren afhankelijk. Om verschillende redenen zijn er teveel rechten toebedeeld. Zo hebben boeren minder rechten gekregen dan waar ze recht op hadden, via bezwaarprocedures is dit in een aantal gevallen rechtgezet. Er zijn ook rechten toebedeeld aan vleesveehouders terwijl deze niet onder de fosfaatproductie van het melkvee vallen. En er wordt gewerkt met verouderde cijfers daarom is de fosfaatproductie op papier hoger dan in werkelijkheid. Deze week stuurde de minister een voorstel naar de Kamer om een aantal rechten uit de markt te halen. De VVD is kritisch op het voorstel van de minister. Er zijn nog honderden boeren die nog geen duidelijkheid hebben over het aantal fosfaatrechten. Daarmee verkeren zij in een onzekere situatie. Een andere reden is dat het voorstel zeer ingrijpend is voor stoppende boeren die het bedrijf willen verkopen. Het belangrijkste argument is dat de berekeningen achter het stelsel plaatsvindt op verouderde cijfers. Dat is al langer duidelijk en begin dit jaar heb ik, samen met collega Geurts, hierover aan de bel getrokken. Uit de informatie die de minister in antwoord op vragen van de VVD heeft gedeeld blijkt dat er minder fosfaat wordt geproduceerd. Dat blijkt ook uit rapportages van het CBS. Er zijn nu ongeveer 85 mln rechten in de markt en daar wordt ongeveer 77 mln kg fosfaat geproduceerd. Dat getal van 77 mln ligt ver onder het plafond van 84,9 mln, de afgesproken hoeveelheid. De VVD heeft gister ingestemd met het voorstel van de minister om de afroming van 10% tijdelijk te verhogen naar 20% om hiermee een aantal rechten uit de markt te halen. Maar wel met de voorwaarde dat de minister de berekeningen, voor de kenners de fosfaatexcretie, gaat aanpassen. 👇👇 Wij willen deze aanpassing voor 1 september dit jaar zien. Dit is belangrijk voor alle melkveehouders. We moeten werken met de juiste cijfers en geen verouderde cijfers. Verder heb ik samen met collega Geurts een wijzigingsvoorstel ingediend waarmee deze tijdelijke maatregel direct wordt teruggedraaid als er voldoende rechten uit de markt zijn gehaald. Ook heeft de minister toegezegd dat zij werk gaat maken van een eerder voorstel van collega Geurts en mij om een deel van het verleasen van rechten buiten de afroming te houden. Met deze toezeggingen en aanvullende besluiten heeft de VVD in kunnen stemmen met dit voorstel. Maar we zijn er nog niet. In het ‘systeem’ van het fosfaatrechtenstelsel zit nog een lek bij het vleesvee. Dit moet gedicht worden anders staan we volgend jaar weer voor een verrassing. De wetsbehandeling is heel erg snel gegaan. Dat heeft geen schoonheidsprijs verdiend. Ik heb begrip voor de minister dat zij zo snel mogelijk wil werken aan het terugbrengen van het aantal rechten. Tegelijkertijd moet ik mijn werk als Kamerlid wel goed kunnen doen. Zorgvuldigheid gaat boven snelheid. [img]https://scontent-amt2-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/61558981_343839766279418_185790909311352832_o.jpg?_nc_cat=101&_nc_eui2=AeEehNjtRb45LZmJG8IXKj0hTKK1I2I-w3DDAwEqBeyB7W_rbn9alShsORfSMQ-KGv-1pF9P8MXsqBobljH2YnlnFHfJ6eaZosbjqUjJweNkFA&_nc_ht=scontent-amt2-1.xx&oh=de9bfa7cf8555d96bed40368c3c06d6f&oe=5D545B2C[/img]

Schouten wil voorkomen dat boeren bedanken voor het nieuwe GLB

Minister Carola Schouten wil het nieuwe Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) gebruiken om de transitie naar kringlooplandbouw te bespoedigen. Om te voorkomen dat boeren niet meer in aanmerking willen komen voor toeslagen, bepleit ze soepele basis-eisen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat nieuwe eco-regelingen die de hectarepremie gaan vervangen, laagdrempelig en breed toegankelijk moeten zijn. Belonen is beter dan straffen, is het uitgangspunt. De basis-eisen, conditionaliteit genoemd, mogen niet te hoog zijn in verhouding tot de basispremie. Dierenwelzijn belonen Schouten schrijft speciale aandacht te zullen schenken aan de melkveehouderij die relatief hard getroffen zal worden door de afbouw van de hectarepremie. Schouten: ‘De eco-regelingen zijn een nieuw instrument, waarover nog volop discussie in de onderhandelingen gaande is. Wel is al duidelijk dat de eco-regelingen een welkome mogelijkheid zullen vormen om boeren die een extra bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen daarvoor te belonen. In de voorstellen van de Europese Commissie worden eco-regelingen gericht op leefomgeving en klimaat. Nederland zet zich met een aantal andere lidstaten in om hieraan ook dierenwelzijn als optie toe te voegen om de mogelijkheden te verruimen.’ Meer mogelijkheden voor lidstaten Schouten draait er niet omheen dat de basis hectare premie in de volgende GLB-periode (2021-2027) significant omlaag gaat. Op dit moment bedraagt deze premie circa 380 euro per hectare. Ze wil de verlaging vanaf 2021 stapsgewijs doorvoeren. De doelgerichte betalingen voor duurzaamheid en innovatie gaan dan gefaseerd omhoog. In haar brief schetst de minister de contouren van haar inzet voor het Nationaal Strategisch Plan (NSP), zoals het gaat heten. In dat plan wordt aangegeven hoe Nederland de ambities van de Europese Commissie voor het nieuwe landbouwbeleid concreet invult. Lidstaten mogen meer dan in het verleden de invulling van de Europese landbouwbudgetten zelf bepalen. De Tweede Kamer debatteert op 15 mei over het NSP. Tekst: Erik Colenbrander

Wijzigingen gebruik #sleepvoet 2019

[b]Hoe kun je nu regelgeving verplichten die voorbaat niet is te borgen, en straks weer volop verhalen in de media dat veehouders zich niet aan de regels houden??, dit moet je als sector niet willen;[/b] Vanaf 1 januari 2019 is emissiearm gebruik van mest verplicht bij grasland op klei- en veengrond, in het spraakgebruik wordt dit het ‘sleepvoetverbod’ genoemd. Voor het uitrijden op grasland op klei- en veengrond gaan de onderstaande regels gelden. Uitrijden met de sleepvoet is toegestaan, mits met een waterverdund systeem wordt gewerkt, waarbij de mest met 33% verdund moet zijn met water: minimaal 1 deel water en 2 delen drijfmest dus. De afleg mag dan boven de grond, tussen het gras in strookjes van 5 cm breed en met 15 cm afstand. De mest moet worden uitgereden met een systeem dat volledig tot de grond gesloten is. De grondgebruiker is verplicht het verdund uitrijden met de sleepvoet een keer per jaar, vóór de eerste bemesting, bij RVO te melden. Een praktische en goedkope methode om te registreren of de mest wel voldoende verdund is, is nog niet voorhanden. Daarom is het nog onduidelijk hoe gecontroleerd en gehandhaafd gaat worden. Wel is door de overheid gesteld dat de boer bij controle aannemelijk moet kunnen maken dat de mest op de juiste wijze is verdund. Uitrijden IN de grond kan ook, maar dat stuit in de praktijk op problemen vanwege een harde grond bij droogte (klei) of een tekort aan draagkracht van de bodem (veen). Alleen het Pulse-tracksysteem is goedgekeurd door het ministerie. Het systeem brengt de mest via kuiltjes in het grasland. Het punt is dat deze machine nog in ontwikkeling is en daardoor nog niet te koop is. De overheid heeft wel reeds aangekondigd dat per 2021 wel een ‘technische borging’ van het verdund aanwenden vereist gaat worden. In diverse initiatieven van private partijen of proeftuinen van onderzoek, overheid en bedrijfsleven zal hier de komende jaren aan gewerkt worden. LTO Nederland zal hierbij inzetten op praktische en betaalbare varianten.

ZURE MELK TROFEE van NMV voor PBL

Onafhankelijke wetenschappelijke kwaliteit; het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) impliceert dat te leveren. NMV constateert echter dat het PBL heer en meester is in het strooien met suggestieve cijfers en het op het verkeerde been zetten van burgers, politiek en media. De voorbeelden zijn talrijk, de gevolgen voor de landbouw, ten gevolge van de negatieve beeldvorming, groot. NMV introduceert ‘de zure melk trofee’; een prijs die ter bewustwording wordt uitgereikt aan een -door melkveehouders- genomineerde organisatie, persoon of bedrijf die de melkveehouderij beschadigt of in een verkeerd daglicht zet. Het PBL mag hem dit jaar in ontvangst nemen. [b]Waaraan dankt PBL de nominatie[/b] Het PBL is verantwoordelijk voor evaluatie van de meststoffenwet. Op grond van die evaluatie maakt de regering milieubeleid voor de melkveehouderij. In de jongste evaluatie, van voorjaar 2017, zette het PBL de landbouw aan de lat voor 60 procent van de vervuiling van het oppervlaktewater. Toen Mesdag Zuivelfonds en V-focus onderzoek deden naar de onderliggende cijfers, bleek het niet te kloppen. De landbouw werd door het PBL voor twee keer zoveel vervuiling aangeslagen als waarvoor zij verantwoordelijk was. Na kritische vragen van Kamerleden kwam de aap uit de mouw; PBL gaf toe dat de vervuiling die zij aan de landbouw toeschreef, niet allemaal door de landbouw is veroorzaakt. “Wij hadden de keuze een kleinere opgave neer te leggen bij de landbouw, of een grotere. Als een kleinere gekozen was, hadden we bij andere bronnen een grotere opgave moeten neerleggen. Groter dan die bronnen aankunnen”. Ook het kwantificeren van de omvang van de mestfraude ging grandioos mis; Het PBL rapporteerde dat 30 tot 40 procent van de dierlijke mest zich in het zwarte circuit bevindt. Toen Kamerleden een onderbouwing vroegen van het PBL over dit percentage, bleef het PBL die schuldig. Die was er niet. Het PBL bleek, met een wellicht vooringenomen natte vinger, de omvang van de fraude te hebben bepaald. Tenslotte is ook de rol van het PBL bij de uitwerking van het Klimaatakkoord reden voor het winnen van de trofee: het PBL is daarvoor door de Rijksoverheid aangesteld als rekenmeester. Van een rekenmeester verwacht je helderheid over cijfers. Deze rekenmeester lijkt als taak te hebben de cijfers suggestief te rapporteren om zo ‘het volk’ een bepaalde beeldvorming op te dringen. Het PBL gaf weliswaar toe de klimaatwinst van halvering van de zuivel- en vleesconsumptie fors te hebben overdreven. Dat deed het PBL niet uit zichzelf. De nieuwe Stichting Agri Facts had het instituut verzocht zijn foute uitlatingen in het openbaar te corrigeren. Het PBL blijft om de hete brij heen draaien om de werkelijke relatieve bijdrage te vermelden. Harm Wiegersma, voorzitter Nederlandse Melkveehouders Vakbond’; ‘Het kan niet zo zijn dat een instituut als het PBL met suggestieve cijfers strooit waarbij een compleet verkeerde beeldvorming tot stand komt. Dit is voor ons onacceptabel. Men moet zich er bij het PBL van doordrongen zijn wat de impact daarvan is op onze sector. Laat ze zich voortaan drie keer achter de oren krabben alvorens met onjuiste percentages te strooien. Laten we hopen dat deze trofee hen daar immer aan zal herinneren. Dat bij deze werkwijze niet alleen de melk, maar ook de verstandhouding met melkveehouders verzuurt. Terwijl zij melkveehouders, voor oplossingen aangaande klimaatproblematiek, juist heel hard nodig hebben’. NMV wil objectiviteit en onafhankelijkheid in cijfers terugzien. Het PBL is geen politieke partij, en zou zich verre moeten houden van het creëren van beeldvorming. Daarom krijgt het PBL de zure melktrofee op dinsdagmiddag 15 januari, om 15:00 uur op het PBL kantoor. De heren van het PBL worden aansluitend in een informele omgeving uitgenodigd het gesprek aan te gaan met melkveehouders, om alvast de eerste handreiking naar herstel van de beschadigde verstandhouding te doen.

PBL geeft eindelijk toe dat halvering vleesconsumptie, leidt tot paar procent minder broeikasgassen

[b]De officiële reactie van STAF op de PBL brief 10 januari 2019[/b] Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is er eindelijk toe overgegaan om de werkelijke klimaatwinst die gepaard gaat met halvering van de vleesconsumptie, op zijn website te benoemen. Halvering van de vleesconsumptie in heel Europa leidt tot een vermindering van broeikasgassen van 2 tot 4 procent, afhankelijk van de vleessoort die men laat staan (kip, varken of rund). Aanvankelijk hield het PBL het publiek voor dat de klimaatwinst 25 tot 40 procent zou bedragen. Vorige maand stelde het PBL dit al enigszins bij, na actie van Stichting Agri Facts, maar noemde nog altijd niet het werkelijke klimaatvoordeel van het eten van minder vlees. Tot vandaag, nadat STAF deze week opnieuw in actie kwam. Samenleving jarenlang op verkeerde been Stichting Agri Facts is enerzijds blij met het bereikte resultaat en de relatief vlotte aanpassing van de cijfers door het PBL. Anderzijds ziet STAF ook de schadelijke gevolgen van deze grote onzorgvuldigheid van het PBL, door veel te hoge broeikasgascijfers voor vleesconsumptie naar buiten te brengen. John Spithoven, voorzitter van STAF: “Het maakt nogal wat uit of je politiek en samenleving voorhoudt dat halvering van de vleesconsumptie 25–40 procent òf 2–4 procent minder broeikasgassen oplevert. Aan cijfers van het PBL wordt door politiek en samenleving veel waarde gehecht, daarbij is het PBL door de Rijksoverheid aangewezen als rekenmeester voor de uitwerking van het Klimaatakkoord. Wij moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat óók de cijfers over de land- en tuinbouw zorgvuldig tot stand zijn gekomen en met diezelfde zorgvuldigheid zijn gerapporteerd. Dat was hier beslist niet het geval.” Consumptie dierlijke producten in voorstellen Klimaatakkoord Halvering van de vleesconsumptie wordt niet realistisch geacht. Het PBL adviseert het kabinet om binnen het huidige Klimaatakkoord aan te sturen op een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten van 15 procent. In dat geval zal de klimaatwinst zo’n 0,5 tot 1 procent (minder broeikasgassen) zijn.

Qlip: Onvolledige registratie in KalfVolgsysteem

Nou joepie, ik heb het schijnbaar weer allemaal verkeerd gedaan. ============== Geachte heer, mevrouw, Met ingang van 1 juli 2018 is in het zuivelkwaliteitssysteem de norm opgenomen dat alle mannelijke dieren met een leeftijd tot en met 35 dagen door een erkende handelaar van uw bedrijf afgevoerd dienen te worden. Hiermee wordt aangesloten op het KalfVolgSysteem (KVS). De toetsing op deze norm wordt ieder kwartaal door Qlip uitgevoerd. Onlangs heeft Qlip gegevens opgevraagd van uw bedrijf over de afgevoerde mannelijke dieren van het afgelopen kwartaal en getoetst of de daarvoor in aanmerking komende dieren correct waren geregistreerd in het KVS. Daarbij zijn een of meerdere afwijkingen gevonden, zie achterkant van deze brief voor het overzicht met bevindingen. Hiermee voldoet uw bedrijf op dit moment niet aan de norm van het voor u geldende zuivelkwaliteitsstyteem. Wij vragen u om ervoor zorg te dragen dat alle daarvoor in aanmerking komende dieren via een erkende handelaar worden afgevoerd en de handelaar deze dieren correct registreerd in het KalfVolgSysteem. Na afloop van dit kwartaal zal opnieuw worden getoetst of alle daarvoor in aanmerking komende dieren op de juiste wijze worden afgevoerd. Indien dan opnieuw blijkt dat er afwijkingen worden gevonden informeren wij u op dat moment over het vervolgtraject. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u vragen hebben over deze brief, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Certificering op tel.nr.: 088 - 754 70 65 of per email een bericht sturen naar certificering@qlip.nl. =========== In de bijlage staan 6 mannelijke kalveren. Een kalf is niet geregistreerd in het KVS --> Deze is dan ook overleden, moeten dode dieren ook in het KVS gemeld worden dan? De andere 5 zijn wel geregistreerd in het KVS maar geen erkende handelaar?? Terwijl deze handelaar gewoon op de witte lijst staat. (https://openbaar.veehandel.nl). Moet allemaal kloppen dus. Zeg het maar, wat heb ik verkeerd gedaan of had ik anders moeten doen? Dit systeem klopt van geen kant. Ik geef ze mee aan een erkende handelaar en moet maar hopen dat het vervolgtraject allemaal klopt, je kunt als melkveehouder nergens controleren of bijhouden of het allemaal goed gaat. Maar als het volgens hun niet klopt word je er wel op aangesproken.

Weidezicht


Foto's
0
Video's
0
Topics
0
Reacties
0
Stemmen
363
Volgers

Over mij

Woonplaats: Zuid holland
Leeftijd: 42jr
Laatst online: 8min geleden

Werkzaam als zzp er in de Gww. Zoon van stoppende veehouder, vroeger mestvarkens en melkvee, nu nog melkvee en schapen. Boerenbloed, dat gaat er nooit meer uit.

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering