Veestapelkrimp voor Schouten niet onbespreekbaar

Landbouwminister Carola Schouten wil vooral een integrale en zorgvuldige oplossing voor de stikstofproblematiek. Maar krimp van de veestapel is niet meer onbespreekbaar, gaf ze woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer aan. Het Kamerdebat ging over dierenwelzijn maar werd aangegrepen om in te gaan op een voorstel dat Tjeerd de Groot eerder deze week lanceerde. Daarin stelt de D66'er voor om de intensieve veestapel te halveren. Hij bracht zijn voorstel in het kamerdebat opnieuw ter sprake. Volgens De Groot wil Schouten een omslag naar kringlooplandbouw en heeft ze in dat kader aangegeven dat het huidige landbouwsysteem niet meer houdbaar is. 'Maar aan de andere komt ze wel steeds met voorstellen die datzelfde systeem in stand houden. Er moet veel meer gebeuren dan ik nu zie.' Bijval De Groot kon met zijn voorstel op bijval van andere partijen rekenen. Zowel de Partij van de Dieren en Groen Links zijn blij dat nu ook een coalitiepartij de inkrimping van de veestapel bespreekbaar maakt. Kamerlid Laura Bromet van Groen Links vraagt zich echter wel af waarom De Groot alleen de intensieve veehouderij in wil krimpen. 'Waarom tellen koeien niet mee? Zij stoten de meeste stikstof uit.' Bromet pleitte wel voor een goed sociaal plan. Bovendien wil ze van de minister een noodwet om binnen een maand met voorstellen om uit de stikstofimpasse te komen. Ook de SP wil ingrijpen als het gaat om dieraantallen maar Kamerlid Frank Futselaar wil echter niet de 'grootste slager van Europa' worden. Bovendien acht hij minder vee rond natuurgebieden handiger dan generiek korten op dieraantallen, zoals De Groot suggereert. Krimp Schouten wil echter een integrale en zorgvuldige oplossing voor de stikstofimpasse. Krimp is daarbij niet meer onbespreekbaar. In dat verband verwees ze naar de sanering van de varkenshouderij die al voor een krimp van 7 tot 10 procent kan zorgen. En in het kader van het Klimaatakkoord zal ook het aantal koeien in het veenweidegebied afnemen. De minister wil de oplossing voor de stikstofproblematiek niet aan de markt over laten. Ook wil ze geen noodwet zoals Bromet voorstelde. 'Zo doen we dan niet, we gaan dit niet even in maand regelen. Het gaat wel over mensen en bedrijven. We zoeken naar een integrale en zorgvuldige oplossing. Bovendien wachten we eerst waar de commissie Remkes mee komt.' Er is in de landbouwbegroting nog geen geld gereserveerd voor maatregelen die het stikstofprobleem op moeten lossen. 'Maar de begroting is niet statisch. Als het nodig is gaan we schakelen. Kijk naar het Klimaatakkoord. Dat is ook niet in een begroting gevat maar wat moet gebeuren, gaat gebeuren.'

Nevedi: Weinig kennis over soja import en gebruik

In Nederland is weinig kennis over soja importen en het gebruik ervan in diervoeders en humane consumptie. Dat verwijt komt van de koepelorganisatie voor de veevoerbranche Nevedi. Reactie Nevedi: Feiten over soja in diervoer Rijswijk, 29 augustus 2019 | Bron: Nevedi Momenteel heerst discussie in de media over het gebruik van soja in diervoeders. Dit naar aanleiding van de recente branden in de Amazone. Niet alle discussies zijn feitelijk. Er blijkt weinig kennis over soja-importen in Nederland en het gebruik van sojaproducten voor diervoeder en humane consumptie. Ook worden wereldwijde, Europese en nationale cijfers door elkaar gebruikt. De diervoederindustrie verwerkt sojaproducten in diervoer, daarom wil Nevedi constructief bijdragen aan de discussie door de feiten op een rijtje te zetten. Tegelijkertijd nodigt Nevedi eenieder uit om de website van Nevedi te raadplegen waaronder onze Grondstoffenwijzer. Sojagebruik in de Nederlandse diervoederindustrie In 2018 gebruikte de Nederlandse diervoerindustrie 1,74 miljoen ton sojaproducten, voor het grootste gedeelte sojaschroot. Al deze soja is duurzaam geteeld en voldoet aan de duurzaamheidsstandaarden die op Europees niveau zijn gemaakt binnen de Europese brancheorganisatie voor de diervoederindustrie (FEFAC) en die vastgelegd zijn in de Fefac Soy Sourcing Guidelines (FSSG). Via deze benchmark zijn inmiddels 18 certificatieschema’s voor duurzame soja goedgekeurd. Al deze schema’s staan geen illegale ontbossing toe en 8 schema’s staan ook geen legale ontbossing toe (bron: Profundo 2019). De standaarden stellen daarnaast eisen voor wat betreft het respecteren van de rechten van de inheemse bevolking en andere duurzaamheidscriteria. Een van bekendste van de 8 ontbossingvrije standaarden is de Round Table Responsible Soy (RTRS). In Nederland worden RTRS-certificaten door Nederlandse natuur- en milieuorganisaties het meest aangehaald als duurzaam. Vanaf 2015 zijn er in Nederland afspraken tussen de diervoedersector en de productieketens voor zuivel, vlees en eieren dat voor alle dierlijke producten die op de Nederlandse markt worden afgezet, alleen RTRS-soja mag worden gebruikt. Voor de afzet van dierlijke producten buiten Nederland geldt dat in het geval van zuivel ook RTRS-soja moet worden gebruikt. Alle andere soja die in Nederlands diervoeder wordt gebruikt moet gecertificeerd zijn volgens een van de 18 standaarden die in de FSSG zijn goedgekeurd. Sojameel heeft de beste aminozuren in haar eiwit en is daarom een zeer geschikte grondstof voor het voer van jonge dieren die in de groei zijn. Er bestaan in Nederland momenteel geen eiwitgrondstoffen die efficiënter kunnen worden ingezet. Vooralsnog zijn consumenten/supermarkten ook niet bereid of in staat om duurdere alternatieven voor soja te vergoeden aan de Nederlandse boeren. De Nederlandse diervoedersector gebruikt derhalve al jaren 100% duurzame soja. Nevedi was zelf actief betrokken bij de oprichting van RTRS en loopt vanaf 2006 voorop in de verduurzaming van sojaproductie. Daarbovenop onderschrijft de Europese diervoederindustrie al vanaf 2006 het Amazon Soy Moratorium waarmee voorkomen wordt dat er soja uit de Amazone op de markt wordt gebracht in Europa, die afkomstig van gronden die na juli 2006 ontbost zijn. Vanuit de Europese diervoederorganisatie FEFAC werd deze week hierover een bericht gepubliceerd op de website van Feed Navigator. Sojabonen De eiwit- en vetrijke sojaboon kan als hele boon worden gebruikt in diervoer maar dat is niet gebruikelijk. Normaal wordt de boon gecrusht. Dit is een proces waarbij - nadat de hullen van de bonen zijn verwijderd - de olie van de rest van de boon wordt gescheiden. 1000 kg sojabonen leveren ca 190 tot 200 liter sojaolie, zo’n 20 kg sojahullen, 790 kg sojaschroot en een klein beetje productieverlies. In massa bestaat de sojaboon dus voor ca 20% uit olie en 80% sojameel. In de wereldmarkt schommelt de waarde van olie en meel, maar over jaren heen is de waardeverhouding olie/meel bijna gelijk. Aangezien de sojaolie vooral wordt gebruikt voor levensmiddelen en biobrandstoffen is de productie van soja afhankelijk van inkomsten uit de industrie voor levensmiddelen, biobrandstoffen en diervoeder. Omdat het sojameel hoofdzakelijk naar diervoeder gaat is de betrokkenheid van de diervoederindustrie bij de duurzame teelt van soja wereldwijd logisch. Wereldwijd wordt zo’n 334 miljoen ton soja geteeld. Hiervan komt zo’n 34,4 miljoen ton naar de Europese Unie. Uiteindelijk wordt daarvan 30,9 miljoen ton, in de vorm van sojaschroot, in de Europese diervoedersector gebruikt (cijfers 2017, IDH 2019). Het Nederlands verbruik is ongeveer 1,74 miljoen ton sojaproducten en dat is ongeveer 5 promille van de wereldproductie. Soja in Nederland Nederland importeert sojaschroot en sojabonen. Een belangrijk deel daarvan wordt rechtstreeks door geleverd aan andere landen in Europa. Daarnaast wordt een belangrijk deel van de geïmporteerde sojabonen in Nederland gecrusht. De olie, schroot en hullen die daarbij vrijkomen worden deels in Nederland afgezet en deels daarbuiten (Bron: CBS 2018).

Column Sjakie: Warme sanering of opheffingsuitverkoop

[b]Door Jack Rijlaarsdam,[/b] Langzaamaan beginnen de gevolgen van het schrappen door de Raad van State van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) duidelijk te worden. Niet alleen de veehouderij zit in de knel, ook de bouw, industrie en het verkeer mogen niet langer uitbreiden. De Raad van State heeft tevens aangegeven dat extern salderen als oplossingsrichting is toegestaan. Dit is een mooi woord voor het inpikken van andermans productieruimte, eventueel tegen een financiële vergoeding. Linda Janssen, voorzitter van de POV, sorteerde hier enkele weken geleden al op voor. Zij stelde in een opiniestuk voor dat de veehouderij de stikstofruimte, die ontstaat door ammoniak reducerende maatregelen toe te passen, te gelde zou kunnen maken. Indirect pleit zij hiermee voor verhandelbare stikstofrechten. Best opvallend, want in het fosfaatrechtendossier wilde de POV juist niet dat varkensrechten aan melkveehouders verkocht konden worden. De POV wilde de productieruimte behouden voor de blijvers en was bevreesd voor het opdrijven van de kostprijs in de varkenshouderij. Het lijkt een sympathiek voorstel: stoppers worden warm gesaneerd en investeringen in milieutechniek brengen eindelijk geld op. De keerzijde is ook duidelijk. De gewenste stikstofrechten worden gekocht door de hoogste bieders. De rendementen in bouw en industrie zijn aanmerkelijk hoger dan dat het in de veehouderij is, het lijkt daarom voor de hand te liggen dat alle rechten buiten de sector belanden. Individuele bedrijfsgroei wordt daardoor zo goed als onmogelijk. Sectoraal ontstaat er uiteindelijk ook een probleem. Wanneer bijvoorbeeld de helft van de stikstofruimte wordt weggekocht, zal een enkele zuivelaar misschien blij zijn dat er minder verlieslatende melk afgenomen hoeft te worden. Uiteindelijk komt echter ook de helft van de capaciteit van toeleverende en afnemende bedrijven zoals voerleveranciers, zuivelfabrieken en slachterijen leeg te staan. Dit zal menig bedrijf de kop kosten. Het is nu zaak voor onze belangenbehartigers de knopen te tellen. Een pleidooi voor verhandelbare milieuruimte is spelen met vuur. Voor toekomstige stoppers zal het een mooie aanvulling op het pensioen worden, maar voor de overige bedrijven zal er geen ontwikkelingsruimte meer zijn. Het is net vanuit wiens gezichtspunt je het bekijkt: warme sanering of opheffingsuitverkoop.

Stikstofimpasse doorbreken heeft prioriteit

Sinds het Programma Aanpak Stikstof (PAS) dit voorjaar werd afgeschoten door de Raad van State, heeft de stikstofproblematiek de ontwikkeling in veel sectoren op slot gezet. LTO werkt hard aan een advies waarmee de huidige impasse moet worden vlotgetrokken. De belangenbehartigingsorganisatie wil de impasse doorbreken die dit voorjaar is ontstaan, nadat de Raad van State de vergunningverlening volgens het PAS heeft afgeschoten. Voor boeren en tuinders is daarnaast totaal niet duidelijk hoe beweiden en bemesten moet plaatshebben vanaf volgend jaar. De land- en tuinbouworganisatie werkt aan een advies, zegt Trienke Elshof, LTO-bestuurder en portefeuillehouder Ondernemen in een Gezonde Omgeving. 'In die notitie zullen we de belangrijkste oplossingsrichtingen voor onze sector aandragen.' Inkrimping veestapel Inkrimping van de veestapel is niet een van die richtingen. 'Domweg koeien uit de wei of stal halen is te makkelijk', stelt Elshof. 'Veehouders kunnen nog allerlei slimme emissiebeperkende maatregelen nemen om stikstof te reduceren. Laten we daar eens mee beginnen.' LTO Nederland reikt namens de achterban drie hoofdpunten aan die zij graag en spoedig wil realiseren. 'De vergunningverlening moet eerst weer rap op gang komen. Helderheid over beweiden en bemesten is punt twee. Tot slot houden we een stevig pleidooi voor een gebiedsgerichte aanpak om te salderen op plekken waar dit kan.' Commissie-Remkes Het advies zal LTO aanbieden aan de commissie die door de overheid is aangesteld om het stikstofdebacle in de breedte te slechten. Deze commissie, onder leiding van oud-minister Johan Remkes (VVD), komt eind september met een eerste zienswijze. Eind dit jaar volgt een uitgebreide visie van Remkes. Ondertussen wachten sommige bouwbedrijven nieuwe politieke besluiten niet af. Elshof bevestigt dat boeren soms actief benaderd worden met de vraag of ze hun bedrijf willen overdoen. 'Daarmee hopen ze de stikstofuitstootruimte te verkrijgen die ze nodig hebben voor hun projecten.' Adviseurs bevestigen eveneens dat her en der op boerenbedrijven wordt geaasd door projectontwikkelaars. LTO adviseert boeren om voorzichtig te zijn met deze aanbiedingen.

Luchtwassers en mestfabrieken, alleen zwakke bestuurders geloven er nog in

OPINIE - Het stikstofbeleid in Nederland schiet tekort, oordeelde de Raad van State kort voor de zomer. Het was een belangrijke overwinning voor milieuraadsman Valentijn Wösten. Zijn oplossing? Minder vee houden. Door Mr. Valentijn Wösten, bestuursrechtjurist Nederland heeft al 40 jaar de twijfelachtige eer het meest veedichte land van Europa te zijn. Met alle mest kunnen we elk jaar meer dan 30.000 wedstrijdzwembaden vullen van 50 meter lengte. Dat is veel te veel mest om op het land uit te rijden zonder bodem en grondwater zwaar te vervuilen. We moeten nu definitief vaststellen dat onze regering dit beruchte ‘mestoverschot’ in de afgelopen 40 jaar met valse milieubeloften en halfbakken maatregelen te lijf is gegaan. Luchtwassers en mestfabrieken, alleen zwakke bestuurders geloven er nog in. Het was dan ook niet verbazend dat de NRC in 2017 en 2018 in een serie artikelen het enorme illegale mestcircuit aan het licht bracht. Prullenman Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State, Nederlands hoogste bestuursrechter, het Programma Aanpak Stikstof (PAS) naar de prullenmand verwezen. Dit regeringsplan was gepresenteerd als een aanpak van de stikstofschade aan de natuur. Veehouderij is de belangrijkste oorzaak van deze stikstofschade. Het regeringsplan bleek in de praktijk in hoofdzaak een bedrijvenbeschermingsplan, waarmee in de afgelopen jaren duizenden natuurvergunningen aan veehouderijbedrijven zijn verleend. Daarbij ook vele honderden in Overijssel. Vernietigd Sinds 29 mei zijn meer dan honderd vergunningbesluiten door de rechter vernietigd en er zullen nog honderden volgen. De Nederlandse veehouderij bedreigt niet alleen onze bodem en ons grondwater, maar ook onze natuur. En dan hebben we nog niets gezegd over veehouderij als bron van broeikasgas, de volksgezondheidrisico’s of het vaak zwakke dierenwelzijn. Met het sneuvelen van het Programma Aanpak Stikstof staan onze politici opnieuw voor de vraag hoe het verder moet met de Nederlandse veehouderij, want wat is nu de oplossing? De simpelste manier om minder mest te krijgen is minder vee houden. Iedereen met een beetje verstand van de veehouderij weet dat het aantal veebedrijven al tientallen jaren krimpt. Kortom, de oplossing ligt gewoon voor het oprapen. Zorg dat de dierrechten van stoppende bedrijven niet kunnen worden opgekocht door de megabedrijven. Een volkomen redelijke oplossing, die niemand pijn doet. Kostbare tijd De vraag is wel, wie deze beslissingen moet gaan nemen? Niet degenen die verantwoordelijk zijn voor de veehouderijpolitiek van de afgelopen jaren. Niet degenen die zijn blijven zeggen dat luchtwassers en mestfabrieken alle problemen kunnen oplossen. Zij hebben hun kans gehad, kostbare tijd verspild en daarmee de problemen nog ernstiger gemaakt. Die mensen hebben zich gediskwalificeerd om nog een rol te kunnen spelen in de nu te nemen besluiten over de toekomst van de veehouderij. Nu zijn bestuurders nodig die de veehouderij wel toekomstbestendig willen maken. Die breken met de struisvogelpolitiek van Schreij­er-Pierik, Bleker, Koopmans en consorten. Die niet de zoveelste commissie willen oprichten om het probleem voor zich uit te schuiven, maar die nu dit varkentje gaan wassen. Want dit varkentje stinkt al meer dan 40 jaar aan alle kanten. Bron: https://www.destentor.nl/zwolle/luchtwassers-en-mestfabrieken-alleen-zwakke-bestuurders-geloven-er-nog-in~ababe1e4/

​‘Inkrimping veestapel? Hoe dom kun je zijn’

Jan Cees Vogelaar verbaast zich over het feit dat het Nederlandse stikstofbeleid is gebaseerd op een theoretisch model dat volgens hem niet klopt. In opdracht van het Mesdagfonds, waarvan hij voorzitter is, gaat de Universiteit van Amsterdam de werkelijke depositie van stikstof meten. Dit kan volgens hem voor verrassende uitkomsten zorgen. De roep om inkrimping van de veestapel is daarom uiterst voorbarig. De PAS is afgeschoten, grote infrastructurele projecten dreigen niet door te gaan zoals de verbreding van de A12 en A27, vliegveld Lelystad en vliegbasis Twente. De roep om inkrimping van de veestapel wordt steeds luider. Is dat terecht? “Hoe dom kun je zijn. Inkrimping van de veestapel wordt geroepen door vegetarische en veganistisch ingestelde groeperingen. Nu de PAS is afgeschoten wordt dat gegeven weer misbruikt om te pleiten voor minder dieren in Nederland. Het zijn onderbuikgevoelens. Wat er in Nederland aan de hand is, is een gevecht om de ruimte. Natuur-milieuorganisaties willen meer natuur. Dat betekent in hun ogen minder landbouw. De vraag is echter of stikstof het probleem is.” Hoezo? “De depositie van stikstof in Nederland is nog nooit gemeten. Geen overheid of onderzoeksinstelling heeft dit ooit gedaan. In Nederland werken we met het rekenmodel van het RIVM en Wageningen UR. Maar dat is een theoretische benadering waarvan je je sterk kunt afvragen of die klopt. Het is een black box. Er wordt verondersteld dat er 20 tot 30 kg stikstof per hectare neerslaat in Nederland. Maar als je naar de totale stikstofinput en stikstofoutput van Nederland kijkt, dan zou je verwachten dat dit hoogstens 8 á 9 kg zou zijn.” Wat is uw redenatie? “Staan de bossen in Nederland er slechter voor dan een halve eeuw geleden? In de jaren tachtig hadden we het over zure regen door ammoniak en uitlaatgassen die de natuur aantast. Nu hebben we het over stikstof en krijgt de landbouw de schuld. Tussen de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw en nu hebben we 500.000 hectare meer natuur en hetzelfde aantal hectare minder landbouw in Nederland. Het aantal koeien is nu hetzelfde als toen. Het aantal varkens is weliswaar 3 miljoen dieren hoger, maar die worden nu op een heel andere manier gehouden dan vroeger. Het aantal inwoners in Nederland is ondertussen wel gestegen van 13 miljoen naar 17 miljoen. En we hebben geen 500.000 auto’s maar 9 miljoen. Schiphol vervoert geen 365.000 passagiers maar 71 miljoen. Als je echt wilt weten wat er op de natuur valt, moet je gaan meten en bepalen waar die depositie vandaan komt.” En dat gaat u doen? “Ja, met het Mesdag-Zuivelfonds hebben we een budget bij elkaar gekregen om de depositie van stikstof in Nederland te gaan meten. Ook gaan we bekijken of we met isotopen kunnen bepalen waar de stikstof vandaan komt: van de industrie, auto’s, vliegtuigen, de Noordzee of van de landbouw. In januari volgend jaar willen we starten met meten.” Is de overheid geïnteresseerd in dit onderzoek? “We hebben de overheid geïnformeerd maar er is weinig belangstelling. De overheid blijft liever rekenen met de huidige modellen en is bang voor een onwelgevallige uitkomst. Ook voor natuur- en milieuorganisaties, het RIVM en Wageningen geldt dat. Het ammoniakbeleid is al jaren de melkkoe van Wageningen UR. Er is de laatste dertig jaar meer dan een miljard euro naar toe gegaan voor onderzoek. Wageningen is er bij gebaat dat het probleem in stand blijft.”

Rekenkamer: regels tegen milieuvervuiling door mest werken averechts

Aanpassingen aan wet- en regelgeving hebben de vervuiling van het milieu door mest niet kunnen tegengaan. Integendeel, de opeenstapeling van regels is eerder de oorzaak van het probleem dan de oplossing. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer na onderzoek naar de stand van zaken op weg naar een duurzame veehouderij in Nederland. Het is een vervolg op onderzoeken uit 2008 en 2013 naar verduurzaming van de intensieve veehouderij. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer toont aan dat aan de vooravond van de afschaffing van de melkquota in 2015 het overheidsbeleid op een te optimistisch scenario werd gebaseerd. De lijn die kabinet en Kamer in 2013 inzetten was: groeien mag, zolang de veehouders de mest op eigen land uitrijden of naar de mestverwerking brengen. Daarbij werd erop vertrouwd dat dit mogelijk was binnen de Europese normen voor de uitstoot van ammoniak, stikstof en fosfaat, die onder meer in dierlijke mest voorkomen. Voor de natuur is het schadelijk als er te veel van die stoffen in het milieu terechtkomen. ‘Voortdurende aanpassing regels’ De Algemene Rekenkamer nam onder meer het beleid dat verantwoorde groei van de melkveehouderij mogelijk maakte onder de loep. Dat beleid zorgde niet alleen voor een ‘opeenstapeling van wet- en regelgeving’ en ‘voortdurende aanpassing en uitbreiding van regels’ om de uitstoot van ammoniak, stikstof en fosfaat door de veehouderij te beperken. Het resulteerde ook niet in grip op de vervuiling door mest. Collegelid van de Algemene Rekenkamer Francine Giskes: “Nu hebben de ministers van LNV en IenW weinig grip op de mestvervuiling, die door de veehouderij wordt veroorzaakt. Dit zien we terug in de wet- en regelgevingspraktijk tegen mestvervuiling. Die praktijk belemmert de handhaving en beperkt goed zicht op het halen van uitstootnormen en het beschermen van de natuur.” Volgens de Rekenkamer was het daarom beter geweest als de keuze voor groei van de melkveehouderij pas was gemaakt, nadat de beschikbare ruimte daarvoor in kaart was gebracht. In het rapport staat daarom: “Met dit beleid is met instemming van het parlement een bewust risico genomen dat gevolgen heeft voor veehouders en de belasting van de biodiversiteit.” Kom met heldere normen De Algemene Rekenkamer beveelt zowel de ministers van LNV en IenW als het parlement aan om het ‘patroon te doorbreken’ van steeds weer aanpassen van bestaande regels en invoeren van nieuwe regels. “Stel heldere normen vast en ga daar op handhaven. Vereenvoudig de regels. Verminder de regeldruk.” In haar reactie erkent de minister van LNV dat de regelgeving ingewikkeld is geworden. Zij zegt zich momenteel te bezinnen op het mestbeleid, mede in het licht van de recente uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof. De Algemene Rekenkamer vraagt in haar nawoord daarop om in het beleid rekening te houden met tegenvallende uitkomsten in de praktijk. Dat verkleint de kans dat normen worden overschreden.

VVD: We moeten werken met de juiste cijfers en geen verouderde cijfers.

Door Helma Lodders Nederlandse melkveehouders mogen samen niet meer dan 84,9 mln kg fosfaat produceren. Om te zorgen dat er ook niet meer fosfaat geproduceerd wordt is sinds 1 januari 2018 het fosfaatrechtenstelsel van kracht. Iedere melkveehouder heeft op basis van gegevens uit het verleden fosfaatrechten toebedeeld gekregen. Één fosfaatrecht staat gelijk aan één kg fosfaat. Een ingewikkelde berekening laat zien hoeveel rechten je nodig hebt voor 1 koe. Dat is van een aantal factoren afhankelijk. Om verschillende redenen zijn er teveel rechten toebedeeld. Zo hebben boeren minder rechten gekregen dan waar ze recht op hadden, via bezwaarprocedures is dit in een aantal gevallen rechtgezet. Er zijn ook rechten toebedeeld aan vleesveehouders terwijl deze niet onder de fosfaatproductie van het melkvee vallen. En er wordt gewerkt met verouderde cijfers daarom is de fosfaatproductie op papier hoger dan in werkelijkheid. Deze week stuurde de minister een voorstel naar de Kamer om een aantal rechten uit de markt te halen. De VVD is kritisch op het voorstel van de minister. Er zijn nog honderden boeren die nog geen duidelijkheid hebben over het aantal fosfaatrechten. Daarmee verkeren zij in een onzekere situatie. Een andere reden is dat het voorstel zeer ingrijpend is voor stoppende boeren die het bedrijf willen verkopen. Het belangrijkste argument is dat de berekeningen achter het stelsel plaatsvindt op verouderde cijfers. Dat is al langer duidelijk en begin dit jaar heb ik, samen met collega Geurts, hierover aan de bel getrokken. Uit de informatie die de minister in antwoord op vragen van de VVD heeft gedeeld blijkt dat er minder fosfaat wordt geproduceerd. Dat blijkt ook uit rapportages van het CBS. Er zijn nu ongeveer 85 mln rechten in de markt en daar wordt ongeveer 77 mln kg fosfaat geproduceerd. Dat getal van 77 mln ligt ver onder het plafond van 84,9 mln, de afgesproken hoeveelheid. De VVD heeft gister ingestemd met het voorstel van de minister om de afroming van 10% tijdelijk te verhogen naar 20% om hiermee een aantal rechten uit de markt te halen. Maar wel met de voorwaarde dat de minister de berekeningen, voor de kenners de fosfaatexcretie, gaat aanpassen. 👇👇 Wij willen deze aanpassing voor 1 september dit jaar zien. Dit is belangrijk voor alle melkveehouders. We moeten werken met de juiste cijfers en geen verouderde cijfers. Verder heb ik samen met collega Geurts een wijzigingsvoorstel ingediend waarmee deze tijdelijke maatregel direct wordt teruggedraaid als er voldoende rechten uit de markt zijn gehaald. Ook heeft de minister toegezegd dat zij werk gaat maken van een eerder voorstel van collega Geurts en mij om een deel van het verleasen van rechten buiten de afroming te houden. Met deze toezeggingen en aanvullende besluiten heeft de VVD in kunnen stemmen met dit voorstel. Maar we zijn er nog niet. In het ‘systeem’ van het fosfaatrechtenstelsel zit nog een lek bij het vleesvee. Dit moet gedicht worden anders staan we volgend jaar weer voor een verrassing. De wetsbehandeling is heel erg snel gegaan. Dat heeft geen schoonheidsprijs verdiend. Ik heb begrip voor de minister dat zij zo snel mogelijk wil werken aan het terugbrengen van het aantal rechten. Tegelijkertijd moet ik mijn werk als Kamerlid wel goed kunnen doen. Zorgvuldigheid gaat boven snelheid. [img]https://scontent-amt2-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/61558981_343839766279418_185790909311352832_o.jpg?_nc_cat=101&_nc_eui2=AeEehNjtRb45LZmJG8IXKj0hTKK1I2I-w3DDAwEqBeyB7W_rbn9alShsORfSMQ-KGv-1pF9P8MXsqBobljH2YnlnFHfJ6eaZosbjqUjJweNkFA&_nc_ht=scontent-amt2-1.xx&oh=de9bfa7cf8555d96bed40368c3c06d6f&oe=5D545B2C[/img]

Schouten wil voorkomen dat boeren bedanken voor het nieuwe GLB

Minister Carola Schouten wil het nieuwe Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) gebruiken om de transitie naar kringlooplandbouw te bespoedigen. Om te voorkomen dat boeren niet meer in aanmerking willen komen voor toeslagen, bepleit ze soepele basis-eisen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat nieuwe eco-regelingen die de hectarepremie gaan vervangen, laagdrempelig en breed toegankelijk moeten zijn. Belonen is beter dan straffen, is het uitgangspunt. De basis-eisen, conditionaliteit genoemd, mogen niet te hoog zijn in verhouding tot de basispremie. Dierenwelzijn belonen Schouten schrijft speciale aandacht te zullen schenken aan de melkveehouderij die relatief hard getroffen zal worden door de afbouw van de hectarepremie. Schouten: ‘De eco-regelingen zijn een nieuw instrument, waarover nog volop discussie in de onderhandelingen gaande is. Wel is al duidelijk dat de eco-regelingen een welkome mogelijkheid zullen vormen om boeren die een extra bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen daarvoor te belonen. In de voorstellen van de Europese Commissie worden eco-regelingen gericht op leefomgeving en klimaat. Nederland zet zich met een aantal andere lidstaten in om hieraan ook dierenwelzijn als optie toe te voegen om de mogelijkheden te verruimen.’ Meer mogelijkheden voor lidstaten Schouten draait er niet omheen dat de basis hectare premie in de volgende GLB-periode (2021-2027) significant omlaag gaat. Op dit moment bedraagt deze premie circa 380 euro per hectare. Ze wil de verlaging vanaf 2021 stapsgewijs doorvoeren. De doelgerichte betalingen voor duurzaamheid en innovatie gaan dan gefaseerd omhoog. In haar brief schetst de minister de contouren van haar inzet voor het Nationaal Strategisch Plan (NSP), zoals het gaat heten. In dat plan wordt aangegeven hoe Nederland de ambities van de Europese Commissie voor het nieuwe landbouwbeleid concreet invult. Lidstaten mogen meer dan in het verleden de invulling van de Europese landbouwbudgetten zelf bepalen. De Tweede Kamer debatteert op 15 mei over het NSP. Tekst: Erik Colenbrander

Wijzigingen gebruik #sleepvoet 2019

[b]Hoe kun je nu regelgeving verplichten die voorbaat niet is te borgen, en straks weer volop verhalen in de media dat veehouders zich niet aan de regels houden??, dit moet je als sector niet willen;[/b] Vanaf 1 januari 2019 is emissiearm gebruik van mest verplicht bij grasland op klei- en veengrond, in het spraakgebruik wordt dit het ‘sleepvoetverbod’ genoemd. Voor het uitrijden op grasland op klei- en veengrond gaan de onderstaande regels gelden. Uitrijden met de sleepvoet is toegestaan, mits met een waterverdund systeem wordt gewerkt, waarbij de mest met 33% verdund moet zijn met water: minimaal 1 deel water en 2 delen drijfmest dus. De afleg mag dan boven de grond, tussen het gras in strookjes van 5 cm breed en met 15 cm afstand. De mest moet worden uitgereden met een systeem dat volledig tot de grond gesloten is. De grondgebruiker is verplicht het verdund uitrijden met de sleepvoet een keer per jaar, vóór de eerste bemesting, bij RVO te melden. Een praktische en goedkope methode om te registreren of de mest wel voldoende verdund is, is nog niet voorhanden. Daarom is het nog onduidelijk hoe gecontroleerd en gehandhaafd gaat worden. Wel is door de overheid gesteld dat de boer bij controle aannemelijk moet kunnen maken dat de mest op de juiste wijze is verdund. Uitrijden IN de grond kan ook, maar dat stuit in de praktijk op problemen vanwege een harde grond bij droogte (klei) of een tekort aan draagkracht van de bodem (veen). Alleen het Pulse-tracksysteem is goedgekeurd door het ministerie. Het systeem brengt de mest via kuiltjes in het grasland. Het punt is dat deze machine nog in ontwikkeling is en daardoor nog niet te koop is. De overheid heeft wel reeds aangekondigd dat per 2021 wel een ‘technische borging’ van het verdund aanwenden vereist gaat worden. In diverse initiatieven van private partijen of proeftuinen van onderzoek, overheid en bedrijfsleven zal hier de komende jaren aan gewerkt worden. LTO Nederland zal hierbij inzetten op praktische en betaalbare varianten.

ZURE MELK TROFEE van NMV voor PBL

Onafhankelijke wetenschappelijke kwaliteit; het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) impliceert dat te leveren. NMV constateert echter dat het PBL heer en meester is in het strooien met suggestieve cijfers en het op het verkeerde been zetten van burgers, politiek en media. De voorbeelden zijn talrijk, de gevolgen voor de landbouw, ten gevolge van de negatieve beeldvorming, groot. NMV introduceert ‘de zure melk trofee’; een prijs die ter bewustwording wordt uitgereikt aan een -door melkveehouders- genomineerde organisatie, persoon of bedrijf die de melkveehouderij beschadigt of in een verkeerd daglicht zet. Het PBL mag hem dit jaar in ontvangst nemen. [b]Waaraan dankt PBL de nominatie[/b] Het PBL is verantwoordelijk voor evaluatie van de meststoffenwet. Op grond van die evaluatie maakt de regering milieubeleid voor de melkveehouderij. In de jongste evaluatie, van voorjaar 2017, zette het PBL de landbouw aan de lat voor 60 procent van de vervuiling van het oppervlaktewater. Toen Mesdag Zuivelfonds en V-focus onderzoek deden naar de onderliggende cijfers, bleek het niet te kloppen. De landbouw werd door het PBL voor twee keer zoveel vervuiling aangeslagen als waarvoor zij verantwoordelijk was. Na kritische vragen van Kamerleden kwam de aap uit de mouw; PBL gaf toe dat de vervuiling die zij aan de landbouw toeschreef, niet allemaal door de landbouw is veroorzaakt. “Wij hadden de keuze een kleinere opgave neer te leggen bij de landbouw, of een grotere. Als een kleinere gekozen was, hadden we bij andere bronnen een grotere opgave moeten neerleggen. Groter dan die bronnen aankunnen”. Ook het kwantificeren van de omvang van de mestfraude ging grandioos mis; Het PBL rapporteerde dat 30 tot 40 procent van de dierlijke mest zich in het zwarte circuit bevindt. Toen Kamerleden een onderbouwing vroegen van het PBL over dit percentage, bleef het PBL die schuldig. Die was er niet. Het PBL bleek, met een wellicht vooringenomen natte vinger, de omvang van de fraude te hebben bepaald. Tenslotte is ook de rol van het PBL bij de uitwerking van het Klimaatakkoord reden voor het winnen van de trofee: het PBL is daarvoor door de Rijksoverheid aangesteld als rekenmeester. Van een rekenmeester verwacht je helderheid over cijfers. Deze rekenmeester lijkt als taak te hebben de cijfers suggestief te rapporteren om zo ‘het volk’ een bepaalde beeldvorming op te dringen. Het PBL gaf weliswaar toe de klimaatwinst van halvering van de zuivel- en vleesconsumptie fors te hebben overdreven. Dat deed het PBL niet uit zichzelf. De nieuwe Stichting Agri Facts had het instituut verzocht zijn foute uitlatingen in het openbaar te corrigeren. Het PBL blijft om de hete brij heen draaien om de werkelijke relatieve bijdrage te vermelden. Harm Wiegersma, voorzitter Nederlandse Melkveehouders Vakbond’; ‘Het kan niet zo zijn dat een instituut als het PBL met suggestieve cijfers strooit waarbij een compleet verkeerde beeldvorming tot stand komt. Dit is voor ons onacceptabel. Men moet zich er bij het PBL van doordrongen zijn wat de impact daarvan is op onze sector. Laat ze zich voortaan drie keer achter de oren krabben alvorens met onjuiste percentages te strooien. Laten we hopen dat deze trofee hen daar immer aan zal herinneren. Dat bij deze werkwijze niet alleen de melk, maar ook de verstandhouding met melkveehouders verzuurt. Terwijl zij melkveehouders, voor oplossingen aangaande klimaatproblematiek, juist heel hard nodig hebben’. NMV wil objectiviteit en onafhankelijkheid in cijfers terugzien. Het PBL is geen politieke partij, en zou zich verre moeten houden van het creëren van beeldvorming. Daarom krijgt het PBL de zure melktrofee op dinsdagmiddag 15 januari, om 15:00 uur op het PBL kantoor. De heren van het PBL worden aansluitend in een informele omgeving uitgenodigd het gesprek aan te gaan met melkveehouders, om alvast de eerste handreiking naar herstel van de beschadigde verstandhouding te doen.

PBL geeft eindelijk toe dat halvering vleesconsumptie, leidt tot paar procent minder broeikasgassen

[b]De officiële reactie van STAF op de PBL brief 10 januari 2019[/b] Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is er eindelijk toe overgegaan om de werkelijke klimaatwinst die gepaard gaat met halvering van de vleesconsumptie, op zijn website te benoemen. Halvering van de vleesconsumptie in heel Europa leidt tot een vermindering van broeikasgassen van 2 tot 4 procent, afhankelijk van de vleessoort die men laat staan (kip, varken of rund). Aanvankelijk hield het PBL het publiek voor dat de klimaatwinst 25 tot 40 procent zou bedragen. Vorige maand stelde het PBL dit al enigszins bij, na actie van Stichting Agri Facts, maar noemde nog altijd niet het werkelijke klimaatvoordeel van het eten van minder vlees. Tot vandaag, nadat STAF deze week opnieuw in actie kwam. Samenleving jarenlang op verkeerde been Stichting Agri Facts is enerzijds blij met het bereikte resultaat en de relatief vlotte aanpassing van de cijfers door het PBL. Anderzijds ziet STAF ook de schadelijke gevolgen van deze grote onzorgvuldigheid van het PBL, door veel te hoge broeikasgascijfers voor vleesconsumptie naar buiten te brengen. John Spithoven, voorzitter van STAF: “Het maakt nogal wat uit of je politiek en samenleving voorhoudt dat halvering van de vleesconsumptie 25–40 procent òf 2–4 procent minder broeikasgassen oplevert. Aan cijfers van het PBL wordt door politiek en samenleving veel waarde gehecht, daarbij is het PBL door de Rijksoverheid aangewezen als rekenmeester voor de uitwerking van het Klimaatakkoord. Wij moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat óók de cijfers over de land- en tuinbouw zorgvuldig tot stand zijn gekomen en met diezelfde zorgvuldigheid zijn gerapporteerd. Dat was hier beslist niet het geval.” Consumptie dierlijke producten in voorstellen Klimaatakkoord Halvering van de vleesconsumptie wordt niet realistisch geacht. Het PBL adviseert het kabinet om binnen het huidige Klimaatakkoord aan te sturen op een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten van 15 procent. In dat geval zal de klimaatwinst zo’n 0,5 tot 1 procent (minder broeikasgassen) zijn.

Qlip: Onvolledige registratie in KalfVolgsysteem

Nou joepie, ik heb het schijnbaar weer allemaal verkeerd gedaan. ============== Geachte heer, mevrouw, Met ingang van 1 juli 2018 is in het zuivelkwaliteitssysteem de norm opgenomen dat alle mannelijke dieren met een leeftijd tot en met 35 dagen door een erkende handelaar van uw bedrijf afgevoerd dienen te worden. Hiermee wordt aangesloten op het KalfVolgSysteem (KVS). De toetsing op deze norm wordt ieder kwartaal door Qlip uitgevoerd. Onlangs heeft Qlip gegevens opgevraagd van uw bedrijf over de afgevoerde mannelijke dieren van het afgelopen kwartaal en getoetst of de daarvoor in aanmerking komende dieren correct waren geregistreerd in het KVS. Daarbij zijn een of meerdere afwijkingen gevonden, zie achterkant van deze brief voor het overzicht met bevindingen. Hiermee voldoet uw bedrijf op dit moment niet aan de norm van het voor u geldende zuivelkwaliteitsstyteem. Wij vragen u om ervoor zorg te dragen dat alle daarvoor in aanmerking komende dieren via een erkende handelaar worden afgevoerd en de handelaar deze dieren correct registreerd in het KalfVolgSysteem. Na afloop van dit kwartaal zal opnieuw worden getoetst of alle daarvoor in aanmerking komende dieren op de juiste wijze worden afgevoerd. Indien dan opnieuw blijkt dat er afwijkingen worden gevonden informeren wij u op dat moment over het vervolgtraject. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u vragen hebben over deze brief, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Certificering op tel.nr.: 088 - 754 70 65 of per email een bericht sturen naar certificering@qlip.nl. =========== In de bijlage staan 6 mannelijke kalveren. Een kalf is niet geregistreerd in het KVS --> Deze is dan ook overleden, moeten dode dieren ook in het KVS gemeld worden dan? De andere 5 zijn wel geregistreerd in het KVS maar geen erkende handelaar?? Terwijl deze handelaar gewoon op de witte lijst staat. (https://openbaar.veehandel.nl). Moet allemaal kloppen dus. Zeg het maar, wat heb ik verkeerd gedaan of had ik anders moeten doen? Dit systeem klopt van geen kant. Ik geef ze mee aan een erkende handelaar en moet maar hopen dat het vervolgtraject allemaal klopt, je kunt als melkveehouder nergens controleren of bijhouden of het allemaal goed gaat. Maar als het volgens hun niet klopt word je er wel op aangesproken.

LTO - LTO Nederland: land- en tuinbouwsector neemt verantwoordelijkheid

Ontwerp Klimaatakkoord een belangrijke mijlpaal Vandaag is na maanden onderhandelen het ontwerp Klimaatakkoord gepresenteerd. De inzet van LTO Nederland is dat boeren en tuinders concrete oplossingen hebben om klimaatverandering tegen te gaan. Belangrijke voorwaarde is dat er voldoende financiële- en beleidsruimte komt om de ambities waar te maken. De oplossingen en randvoorwaarden komen terug in het ontwerpakkoord. De agrarische sector heeft als ambitie om in 2030 6 Mton CO2 minder uit te stoten, een grotere reductie dan de 3,5 Mton CO2 die de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik als opdracht kreeg. LTO Nederland noemt het ontwerpakkoord een belangrijke mijlpaal. De vertegenwoordiger van boeren en tuinders betreurt het dat Greenpeace, de Natuur en Milieufederaties en FNV zijn weggelopen van de onderhandelingen. Aan de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik was met deze partijen overeenstemming. Landbouw en klimaat onlosmakelijk met elkaar verbonden De productie van gezond en gewaardeerd voedsel en het klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boeren en tuinders ondervinden immers als eerste de gevolgen van klimaatverandering: extreem weer zoals droogte of clusterbuien zorgen nu al voor problemen. Voedselproductie heeft ook een onvermijdelijke impact op het klimaat. Aan de ene kant door emissies van broeikasgassen, aan de andere kant door bijvoorbeeld CO2 uit de lucht te absorberen en als koolstof vast te leggen in de bodem. De sector is zich hiervan van bewust en neemt zijn verantwoordelijkheid. Innovatieve oplossingen De Nederlandse land- en tuinbouwsector is de meest innovatieve ter wereld. Boeren en tuinders vinden daarom ook oplossingen voor klimaatverandering. De sector stelt een pakket van maatregelen voor dat moet leiden tot een reductie van ruim 6 Mton in 2030. Deze ambitie is een grotere reductie dan de door het Kabinet gevraagde reductie van 3,5 Mton. Agrarisch ondernemers zijn van plan de ambitie waar te maken door onder meer precisielandbouw, klimaatvriendelijke bouwplannen, de productie van duurzame energie en het met behulp van natuurlijke processen vastleggen van koolstof in de bodem. Boeren en tuinders kunnen het niet alleen Klimaatverandering en voedselvoorziening zijn maatschappelijke vraagstukken. Er moet dan ook gezamenlijk naar duurzame oplossingen worden gezocht. Voor een brede transitie naar een klimaatneutrale land- en tuinbouwsector zijn bepaalde randvoorwaarden cruciaal. Zo is financiering complex en wordt inzet van alle partijen gevraagd – privaat en publiek. Het kan niet zo zijn dat alle kosten op agrarisch ondernemers worden afgewenteld. Om boeren en tuinders een handelingsperspectief te bieden is bovendien experimenteerruimte op gebied van wet- en regelgeving essentieel. Achterbanraadpleging ontwerpakkoord Het ontwerpakkoord is het resultaat van intensieve gesprekken tussen LTO Nederland en de verschillende (keten)partners. Het resultaat van de onderhandelingen wordt de komende maanden voorgelegd aan bestuurders en leden van LTO. Tevens zal het PBL de maatregelen doorrekenen. Pas na de achterbanraadpleging en doorrekening van het PBL kan sprake zijn van een te ondertekenen definitief akkoord.

LNV en CBS niet op lijn met betrekking tot peildatum fosfaatrechten.

LNV heeft de gegevens van RVO gebruikt, I en R, om op basis van code 100 , 101 en 102 fosfaatrechten uit te delen. Om aan de voorwaarden van de staatssteunbeschikking van de EC te voldoen moet men bij het uitdelen van de fosfaatrechten weten op welke bedrijven de dieren staan. I en R biedt daar geen oplossing voor. Vorig jaar tijdens de onderhandelingen liet EZ middels een berekening zien dat er verschil was van systematiek in CBS, plafond 2002, en I en R, 2 juli 2015. Dit was het betreffende jongvee van vleesvee probleem. Ik heb jullie dat laten zien afgelopen jaar. Ook liet men een berekening tijdens het overleg vorig jaar zien hoe 2 juli 2015 er uit zou zien middels de methodiek van CBS. Deze stukken liggen op dit moment bij de landbouwwoordvoerders in de tweede kamer. Nu is maandag 17 december 2018 door de heer Pierik van het CBS aan een aantal bestuurders aangegeven dat die berekening van CBS 2 juli 2015 onmogelijk is. De heer Pierik geeft aan dat CBS alleen op 1 moment in het jaar, op 1 april middels de landbouwtelling, weet hoeveel dieren er zijn volgens de systematiek van het fosfaatplafond. Op 1 december van het jaar maakt CBS een schatting middels een steekproef, maar geen exacte telling. Dus LNV is niet in staat om op basis van 2 juli 2015 te duiden waar code 100, 101 en 102 staat. Daarnaast is I en R nog steeds op een aantal fronten niet sluiten, neem bijv export van vee en Rendac. Daarom is het onmogelijk om de staatsteunbeschikking van de EC uit te voeren. Vandaar de huidige chaos. En dat kan geen basis zijn voor beleid.

Nieuwe reacties

Sleepvoetbemester mag in 2019 gebruikt worden, mits mest met water verdund wordt

De sleepvoetbemester mag in 2019 en mogelijk ook in 2020 gebruikt worden, mits de boer bij controle aannemelijk kan maken dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. Dat schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief aan de Tweede kamer. Per januari 2019 gaat het ‘sleepvoetverbod’ op grasland op klei- en veengronden in. Schouten benadrukt dat het verbod niet zozeer een verbod op het gebruik van de sleepvoetbemester betreft, maar een verbod op het met een bemester aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond. Bij die vorm van aanwenden van drijfmest is de ammoniakemissie namelijk aanzienlijk hoger dan bij het aanwenden van drijfmest in sleufjes in de grond met een zodenbemester of sleufkouterbemester. Alternatieven Er zijn in de afgelopen jaren alternatieven ontwikkeld voor het aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib op grasland op klei en veen waarbij de ammoniakemissie gelijk aan of lager is dan die bij gebruik van een zodenbemester. Twee methoden blijken te voldoen: de methode waarbij met een pulsetrackbemester de drijfmest in kuiltjes van maximaal 5 cm breed in de grond wordt gebracht en de methode waarbij met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester in strookjes van maximaal 5 cm breed tussen het gras op de grond wordt gelegd. Controle Het resultaat van de aanwending met de pulse-trackbemester kan op het oog worden gecontroleerd: als de mest netjes in de kuiltjes ligt en niet over de rand komt, is er sprake van emissiearm aanwenden. Het aanwenden van met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester vereist echter technische borging. Om te kunnen controleren of er (voldoende) water voor verdunning is gebruikt, is op de machine aanwezige digitale apparatuur nodig die de waterverdunning monitort. Regelgeving Schouten is van plan beide alternatieven op te nemen in een ministeriële regeling zodat deze in 2019 kunnen worden toegepast voor aanwending van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland op klei en veen. De technische borging van het alternatief waarbij met water verdunde drijfmest wordt aangewend met een sleepvoetbemester is echter voor die tijd niet gereed. Vooruitlopend daarop zal Schouten daarom regelen dat gedurende 2019 en 2020 door de boer bij controle aannemelijk moeten kunnen worden gemaakt dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. NVWA handhavingsplan 2019 Schouten zal de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vragen om in het handhavingsplan 2019 de naleving van dit alternatief expliciet mee te nemen. Middels een monitoringplan zal worden bekeken of de verwachte emissiereductie voldoende wordt bereikt. Indien de resultaten onvoldoende blijken, zal de minister bekijken of dit alternatief - in aanloop naar de in de versterkte handhavingsstrategie aangekondigde borgingstechnieken - moet worden heroverwogen. bron: Minsterie van LNV

Stichting Agri Facts boekt eerste resultaat

[b]Op 3 december is de Stichting Agri Facts, STAF, opgericht. De stichting gaat ‘gekleurde’ wetenschappelijke rapporten toetsen. ‘Afgelopen jaar zijn er zoveel rapporten en onderzoeken naar buiten gekomen. Wij onderzoeken of die kloppen, zo niet dan vragen we rectificatie en nemen zo nodig juridische maatregelen’.[/b] „Afgelopen jaar zijn er zoveel rapporten en onderzoeken naar buiten gekomen. Wij onderzoeken of die kloppen, zo niet dan vragen we rectificatie en nemen zo nodig juridische maatregelen”, zegt John Spithoven, melkveehouder in het Gelderse Maurik en voorzitter van de nieuwe stichting. „Er verschijnen zoveel rapporten van en voor overheden en ngo’s. Als wij er vraagtekens bij hebben, laten we het onderzoeken en vragen om rectificatie. Met de publicaties wordt nieuw beleid ontwikkeld. Staan er onjuistheden in dan is het toekomstig land- en tuinbouwbeleid ook niet juist”, licht de voorzitter toe. [b]Correctie bijdrage vleesconsumptie op klimaatprobleem[/b] Het eerste heeft STAF het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd de berichtgeving over het Klimaatakkoord en broeikasgasuitstoot ten aanzien van de landbouw te corrigeren. In zijn publicaties en berichtgeving stelt het PBL dat het eten van dierlijke producten een forse bijdrage levert aan het klimaatprobleem; het eten van minder vlees wordt gezien als een belangrijke oplossing voor het halen van de klimaatdoelen. „Deze voorstelling is misleidend. Deze rapporten liggen wel bij het klimaatoverleg op tafel en zijn basis voor toekomstig beleid. Dat klopt niet”, aldus John Spithoven. Krimp van de veehouderij heeft op het totale klimaatvraagstuk een zeer beperkt effect. Het is volgens de stichting onjuist te suggereren dat het eten van minder dierlijke producten aanzienlijk bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen. „Over twee weken weten we of er rectificaties volgen, zo niet dan gaan we juridische stappen ondernemen”, zegt John Spithoven. Inmiddels heeft STAF een eerste reactie van het PBL ontvangen. Daarin geeft het PBL aan een onjuistheid die STAF signaleerde, meteen te hebben gerectificeerd. Een uitgebreidere reactie is nog onderweg. [b]Non-profit[/b] De Stichting Agri Facts heeft als doel: Het controleren van de juistheid van (wetenschappelijke) feiten voor de onderbouwing van het land- en tuinbouwbeleid. Ook toetst STAF het gebruik van deze feiten en stelt zij alles in het werk om ervoor te zorgen dat correcte feiten worden gebruikt voor het land- en tuinbouwbeleid. De STAF wil haar doel onder meer te bereiken door het uitvoeren dan wel organiseren van wetenschappelijk onderzoek, lobbyactiviteiten en het genereren van media-aandacht. De STAF beoogt het algemeen nut en heeft geen winstoogmerk. De bestuursleden werken als vrijwilliger. Geesje Rotgers, wetenschapsjournalist, is de enige betaalde kracht. Bondgenoten financieren het onderzoek en stellen fondsen beschikbaar. „Het bestuur maakt de afweging welke onderwerpen wel of niet worden opgepakt op basis van het beschikbare budget, is er de juiste wetenschappelijke expertise te realiseren en verwachten we met het resultaat het beleidsmatige verschil te kunnen maken. We kijken hoe het loopt en gaan ons bewijzen. Het bedrijfsleven ondersteunt ons van alle kanten”, besluit John Spithoven. Tekst:Monique van Loon

Nieuwe reacties

Fosfaatsoap

Bruil: beschikking fosfaatrechtenstelsel roept vragen op Melkvee in een stal. De Goedkeuringsbeschikking Fosfaatrechtenstelsel, het document waarin de Europese Commissie aangeeft geen bezwaren te hebben tegen het Nederlandse fosfaatrechtenstelsel, roept vragen op over de stoppersregeling. Dat zegt hoogleraar Agrarisch Recht Willem Bruil. Het Engelstalige document dateert van 19 december 2017 en is kortgeleden gepubliceerd op de site van de Rijksoverheid. Een van de eisen die in het document worden genoemd als voorwaarde om in aanmerking te komen voor fosfaatrechten, is het feit dat bedrijven op 1 januari 2018 nog operationeel moeten zijn. Bedrijven die tussen 2015 en eind 217 zijn gestopt, kunnen geen rechten krijgen, zo staat in de goedkeuringsbeschikking. Niettemin hebben bedrijven die in 2017 deelnamen aan de stoppersregeling, wel rechten ontvangen. Bruil vindt dat vreemd. ,,Het document dateert van december 2017. Waarom worden er dan in januari 2018 toch nog rechten uitgekeerd aan stoppers?” Terugvorderen Bruil weet van een veehouder die het bedrijf en de fosfaatrechten vorig jaar heeft verkocht, en daarvoor in de plaats een melkveebedrijf in Duitsland heeft gekocht. Daar worden nu de rechten teruggevorderd, geeft hij aan. ,,Maar als je dit doortrekt, zou dat dus voor alle stoppers moeten gelden.” De Nijmeegse advocaat Peter Goumans verwacht dat RVO dat ook inderdaad gaat doen, zo verklaarde hij onlangs al tegenover Boerderij. Ook bij vleesveehouders worden nu fosfaatrechten teruggevorderd, nu is besloten dat ze die niet nodig hebben. Volgens Bruil is er overigens geen juridische basis voor het intrekken van een toegekend recht. ,,In elk geval niet zonder schadevergoeding.” De Europese Commissie heeft beoordeeld of het fosfaatrechtenstelsel niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun. In de goedkeuringsbeschikking wordt echter alleen gesproken over melkveebedrijven en nergens over jongvee-opfokbedrijven, of vleesvee- of zoogkoeienbedrijven. ,,De beschikking komt niet 1 op 1 overeen met de wettelijke definities en toekenningen. Dat rammelt”, stelt Bruil. Of dit ook impliceert dat jongvee-opfokkers dus ongeoorloofde staatssteun krijgen? ,,Tja, zeg het maar. Het zou kunnen.” De regels rond fosfaatrechten roepen sowieso veel vragen op, geeft hij aan. ,,Niet voor niets worden er zo veel procedures gevoerd.”

LTO wil crisismaatregelen voor boeren en tuinders tegen droogte

[b]Land- en tuinbouworganisatie LTO wil crisismaatregelen voor boeren en tuinders. Aanleiding voor de oproep is de huidige droogte, die de grootste ooit in Nederland is.[/b] Drie crisismaatregelen zijn het dringendst en daar moet minister Schouten van Landbouw zich sterk voor maken, zegt de belangenvereniging. Zo moeten boeren en tuinders meer en langer kunnen beregenen. Verder moeten boeren voedergewassen kunnen telen voor het vee voor de winter en moeten ze langer de tijd krijgen om mest uit te rijden. "De gewassen sterven op het land als ze geen water krijgen", aldus LTO-voorman Marc Calon. "Waterschappen moeten toestemming geven om meer en langer te beregenen." Het is volgens hem begrijpelijk als het overdag niet mag, maar voor 's nachts moet een uitzondering worden gemaakt. Honger Daarnaast groeit er geen gras en mais en eten koeien nu al van de wintervoorraad. "Dat betekent dat er helemaal geen voorraad is voor de winter en zonder wintervoer zullen er dieren geslacht moeten worden anders sterven ze van de honger." LTO wil uitzonderingen op de regels en voedergewassen inzaaien in de herfst in plaats van vanggewassen. Importeren van voer uit het omringende buitenland is geen optie, zegt Calon, want daar is het ook droog en heerst een tekort. Als derde maatregel wil LTO dat boeren twee weken langer mest kunnen uitrijden. Dat voorkomt een mestoverschot en zorgt ervoor dat gewassen aan het eind van de zomer nog zo veel mogelijk kunnen groeien. Schade Het is nog te vroeg om een raming van de schade te geven die de droogte in de landbouwsector heeft veroorzaakt. De financiële schade hangt deels af van de opbrengstprijzen. In Zeeland zijn er akkerbouwers die echt in de problemen zitten, zegt LTO. "Het voorjaar was extreem nat waardoor de boeren pas laat konden zaaien. De droogte van nu is groot en bovendien is het water brak, waardoor er niet beregend kan worden. Er zijn nog geen faillissementen, maar er zijn boeren die nu al aangeven in betalingsproblemen te komen." Minister Minister Schouten is op vakantie, maar een woordvoerder van het ministerie van Landbouw laat weten dat er contact is met verschillende organisaties binnen de sector en dat van diverse kanten verzoeken zijn binnengekomen in verband met de droogte. "We staan welwillend tegenover verzoeken waar we met praktische maatregelen kunnen helpen en als regels knellen, dan kijken we daarnaar", zegt de woordvoerder. "Als het gaat om financiële compensatie voor de gevolgen van het weer: dat zit er niet in. Daar kunnen boeren zich tegen verzekeren."

Raad van Bestuur WUR blokkeert vrijgave ammoniakdata.

[b]WUR kom op met de juiste gegevens!, de veehouderij heeft hier recht op!. Of zijn ze bang dat anders het hele mestbeleid als een te hard opgeblazen ballon in een keer helemaal uit elkaar knalt?:[/b] Persbericht Leeuwarden 15 juni 2018 Vrijdag 8 juni is tijdens een Rathenau-bijeenkomst met wetenschappers en het Mesdagfonds bekend geworden dat WUR nog de beschikking heeft over verloren gewaande data van ammoniakproeven tussen 1997 en 2011. Natuurlijk heeft het Mesdagfonds naar aanleiding van dit opmerkelijke nieuws aan WUR verzocht om die data ter beschikking te stellen. Tot onze teleurstelling heeft de Raad van Bestuur van WUR ingegrepen en de verloren gewaande data niet ter beschikking gesteld. Wel is van WUR een aanbod ontvangen om reeds bewerkte data ter beschikking te stellen. In 2015 zijn echter al meetdata ter beschikking gesteld, maar dit betroffen data uit veldproeven die geen enkele relatie hebben met het huidige ammoniakbeleid voor de veehouderij. M.a.w. met de wel beschikbaar gestelde data is het niet mogelijk de onderbouwing van het huidige beleid te toetsen. [b]Wat wil het Mesdagfonds?[/b] We hebben de ruwe meetdata nodig van bemestingsexperimenten waarop het huidige ammoniakbeleid voor de melkveehouderij is gebaseerd. Het gaat dan specifiek om meetdata van in ieder geval veldexperimenten met bovengronds bemesten, mestinjectie en sleepvoet.1 Het format daarvan is ons en WUR bekend. Voor de SUM publicatie van Hanekamp et al. (2017) zijn de ruwe data van de publicatie van Huijsmans en Hol (2012; Rapport 445) ontvangen. Het betrof hier echter de mesttoediening en inwerken in aardappelruggen en de mesttoediening in sleuven op niet beteeld geploegd kleibouwland. En dus geen relevante data. [b]Wat wil Mesdagfonds niet?[/b] Het Mesdagfonds heeft geen behoefte aan voorbewerkte data waar essentiële gegevens zijn verwijderd of aanpassingen in zijn gemaakt. Wat doet Mesdagfonds als vervolg? Het Mesdagfonds heeft donderdag 14 juni schriftelijk de Tweede Kamer verzocht tot ingrijpen. [i]1 De resultaten van deze proeven hebben geleid tot tabel 1 van het SUM-artikel van Huijsmans et al. uit 2016 (doi: 10.1111/sum.12201, p. 110). Het is deze tabel die we al drie jaar lang proberen te reproduceren.[/i] De komende maanden worden nog een aantal door Mesdag gefinancierde onderzoeken afgerond. De voorlopige resultaten van deze onderzoeken wijzen in dezelfde richting, namelijk dat de huidige onderzoeken en onderzoeksmethoden leiden tot forse overschattingen van de ammoniakemissie door de veehouderij en dus een overschatting van de effectiviteit van de miljarden aan investeringen die zijn besteed aan ammoniak reducerende maatregelen. Iets wat in de veronderstelde mate niet aanwezig is toch trachten te reduceren geeft hoge kosten en weinig resultaat. Het Mesdagfonds roept WUR op om alsnog de gevraagde gegevens te overleggen, waarvan het bestaan nu bekend gemaakt is en door diverse bronnen ook vanuit WUR intern is bevestigd. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Mesdagfonds

Ik voel me monddood gemaakt

[b]Hieronder een ingezonden brief van Henny Verhoeven in het Brabants Dagblad:[/b] Geachte commissaris van de Koning, beste meneer Van de Donk, Ik maak me zorgen over het provinciebestuur waar u de leiding over heeft. Op vrijdag 1 juni stapte de PVV-fractie op (nou ja, ze verlieten de zaal) tijdens de Statenvergadering. Ze kregen, voor de zoveelste keer, geen antwoord op inhoudelijke vragen. Het antwoord had gegeven moeten worden door Johan van den Hout. Die ochtend was ik er getuige van dat in het landbouwoverleg ook geen inhoudelijke reactie op vragen werd gegeven. Hagar Roijackers van GroenLinks had een aantal zeer terechte vragen ingediend over de uitwerking van het Brabantse stikstofbeleid. Ik was daar ook benieuwd naar. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven; de antwoorden bleven uit. Hoe het er mee staat? Gaat het volgens plan? Heeft het überhaupt effect? We weten het niet. Weglopen Op maandag 4 juni was ik bij de klimaattop in Breda. Ik begon daar te vertellen over CO2 opslag in de landbouw, over de CO2 kringloop in de melkveehouderij. Uw gedeputeerde begon met zijn ogen te draaien en liep weg. Ik weet niet hoe vaak de heer Van den Hout nog weg wil gaan lopen als ik spreek, maar hij heeft dit nu al aardig wat keren gedaan. Zo liep hij ook weg toen we inspraken vorig jaar tijdens het stikstofdebat. En ook mevrouw Spierings blijkt totaal niet geluisterd te hebben naar de insprekers. Toen ik haar tijdens een debat wees op het feit dat wij vanwege het stikstofbeleid een innovatief vogeldak hebben laten schieten, had zij daar nog nooit van gehoord. Ik heb dit echter al minstens twee keer ingebracht tijdens de inspreekmomenten waar zij bij zat. Ik maak me zorgen, meneer Van de Donk, want we zijn hier continu aan het beslissen over boeren, zonder dat we met ze praten. We nodigen ze af en toe uit maar luisteren niet. En vragen over het beleid worden niet beantwoord. Het onderdeel landbouw op de klimaattop werd afgehandeld door waterschapsmensen, door Staatsbosbeheer en de Brabantse Milieufederatie. Er waren drie boeren aanwezig maar als zij wat zeiden, was het van 'dat is niet zo maar daar gaan we het nu niet over hebben'. Ik voel me monddood gemaakt, meneer Van de Donk. Door uw mensen. U heeft eerder bemiddeld in een conflict tussen de voorzitter van ZLTO en de heer Van den Hout. U weet natuurlijk ook wel dat dit niet zomaar over miscommunicatie ging tussen twee mensen. Het gaat erom dat de voorzitter van ZLTO boer is en boeren vertegenwoordigt. En daarmee is hij van het verkeerde 'ras'. Zo is het vort, meneer Van de Donk, wij worden gediscrimineerd in Brabant. Ik maak me zorgen, meneer Van de Donk, want we gaan verzanden in juridische procedures, omdat het democratisch stelsel in Brabant niet meer werkt. Omdat u ook niet ingrijpt en mensen dwingt om in ieder geval elkaar aan te horen en om vragen inhoudelijk te beantwoorden. Henny Verhoeven is boerin te Keldonk.

Franse babymelk wereldwijd uit schappen wegens salmonellagevaar

De Franse overheid heeft een flinke corrigerende tik uitgedeeld aan één van 's werelds grootste melkfabrikanten, Lactalis. Zo'n zevenduizend ton aan babymelk moet wereldwijd uit de schappen worden gehaald. Het gevaar bestaat dat de melk is besmet met een salmonellabacterie en Lactalis tekort is geschoten bij de bestrijding ervan, zegt Parijs. Begin deze maand werd bekend dat twintig Franse zuigelingen besmet waren met salmonella nadat ze babymelk van Lactalis hadden gedronken. Daarop werd al een relatief klein deel van de melk uit de handel genomen. Afgelopen week werden desondanks nog eens vijf kinderen ziek van de salmonellabacterie. Uit onderzoek bleek dat de maatregelen die het bedrijf eerde nam 'niet afdoende waren om verdere besmetting te voorkomen', aldus het ministerie van Economische Zaken. Daarom is nu besloten om nog eens 620 partijen baby- en rijstmelk uit de handel te nemen. 'Risicomelk' Het zou gaan om honderdduizenden verpakkingen in de winkels. Ouders worden opgeroepen de melk niet meer te gebruiken. Bij twijfel wordt geadviseerd de melk eerst minimaal twee minuten te koken. Het is onbekend hoeveel van de 'risicomelk' zich in Frankrijk bevindt en hoeveel daarbuiten. Op de lijst die de Franse overheid heeft vrijgegeven worden onder meer China, Pakistan, Irak en Colombia als exportlanden genoemd. Een woordvoerder van de Franse Inspectie zegt desgevraagd dat het 'waarschijnlijk' is dat de melk ook naar Nederland is geëxporteerd. Parijs heeft alarm geslagen bij de Europese autoriteiten, die vervolgens de lidstaten op de hoogte brengen.

Sleepvoetverbod per 1 januari 2018

[b]Goed nieuws, van uitstel komt afstel...[/b] In november 2014 is in een wijziging van het Besluit gebruik meststoffen opgenomen dat vanaf 1 januari 2017 het in beginsel niet langer zal zijn toegestaan om drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op de bodem van grasland gelegen op klei- en veengrond te brengen; voor de toepassing op zand- en lössgrond is dat reeds vanaf 2010 verboden. Deze aanscherping strekt mede ter uitvoering van mijn brief aan uw Kamer van 11 oktober 2012 over het mestbeleid (Kamerstukken II 2012/13, 33 037, nr. 32) (Staatsblad 2014, nr. 462). Dat betekent dat de sleepvoetbemester per 1 januari 2017 niet meer gebruikt zou mogen worden op klei- en veengrond. De combinatie van een sleepvoetbemester met een sleepslang die met water verdunde mest aanvoert, is daarbij uitgezonderd. Door dit verbod wordt bijgedragen aan de vermindering van de ammoniakemissie die wordt nagestreefd in het kader van de PAS om de ammoniakdepositie op natuur te verminderen. In de Overeenkomst Generieke Maatregelen werd in het kader van dit verbod met het bedrijfsleven afgesproken dat er alternatieven voor de sleepvoet zouden worden ontwikkeld waarbij de reductie van de ammoniakemissie vergelijkbaar zou zijn met die van de zodenbemester. Er zijn alternatieven in ontwikkeling waarbij positieve verwachtingen zijn, maar waarvan het onderzoek nog niet is afgerond. De toepassing van alternatieven zal inclusief noodzakelijke aanpassingen in de regelgeving op z'n vroegst vanaf 1 januari 2018 mogelijk zijn. Ik heb daarom besloten het verbod op de sleepvoet in te laten gaan op 1 januari 2018. Bron: https://t.co/redirect?url=https%3A%2F%2Ft.co%2FLJP2iyoh10%3Ft%3D1%26cn%3DZmxleGlibGVfcmVjc18y%26iid%3D1a1483374b62429ab7c7623ffbdcf2e7%26uid%3D5996802%26nid%3D244%2B276893704&t=1&cn=ZmxleGlibGVfcmVjc18y&sig=0c100af07c892c195b8c15597eb91aa9a2c5d6d8&iid=1a1483374b62429ab7c7623ffbdcf2e7&uid=5996802&nid=244+276893704

Weidezicht


Foto's
0
Video's
0
Topics
0
Reacties
0
Stemmen
127
Volgers

Over mij

Woonplaats: Zuid holland
Leeftijd: 42jr
Laatst online: 2u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering