Hoogedelgestenge vrouwe M Sterk: Hoe verhouden bepalingen uit de habitatrichtlijn tot de grondwet artikel 93

Deze vraag heb ik zowel is Vianen als in Lexmond deze week gesteld aan de deputeerde Sterk en/of haar ambtenaren. De hoogedelgestrenge vrouwe Sterk en haar onderdanen van het provinciehuis konden geen antwoord geven. Bij deze het antwoord: Artikel 93 van de Nederlandse Grondwet en bepalingen van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) verhouden zich tot elkaar via het leerstuk van rechtstreekse werking en voorrang van internationaal en Europees recht. 1. Artikel 93 Grondwet Artikel 93 Gw bepaalt: “Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.” Dit betekent dat: internationale en Europese regels rechtstreeks in de Nederlandse rechtsorde kunnen werken; geen omzettingswet nodig is als een bepaling “een ieder verbindend” is; nationale rechters die bepalingen rechtstreeks moeten toepassen. 2. De Habitatrichtlijn als EU-recht De Habitatrichtlijn is: een EU-richtlijn, vastgesteld door een volkenrechtelijke organisatie (de EU); gericht tot de lidstaten, maar bevat ook concrete en dwingende verplichtingen. In beginsel moeten richtlijnen worden omgezet in nationaal recht (in Nederland vooral via de Wet natuurbescherming / Omgevingswet). Toch kunnen bepalingen van een richtlijn rechtstreekse werking hebben. 3. Rechtstreekse werking van bepalingen van de Habitatrichtlijn Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (o.a. Van Duyn, Marshall, Waddenvereniging) geldt: Een richtlijnbepaling heeft rechtstreekse werking wanneer zij: voldoende duidelijk en nauwkeurig is; onvoorwaardelijk is; niet of onjuist is omgezet; wordt ingeroepen tegen de overheid (verticale werking). ➡️ Verschillende kernbepalingen van de Habitatrichtlijn voldoen hieraan, met name: artikel 6, leden 2 en 3 (bescherming van Natura 2000-gebieden); deze bepalingen worden in Nederland regelmatig rechtstreeks toegepast door de rechter. 4. Koppeling met artikel 93 Grondwet Artikel 93 Gw vormt de constitutionele basis voor: de doorwerking van EU-richtlijnen in de nationale rechtsorde; het buiten toepassing laten van strijdig nationaal recht. Concreet: Als een bepaling van de Habitatrichtlijn “een ieder verbindend” is, dan werkt zij rechtstreeks in Nederland op grond van artikel 93 Gw; en moet de rechter strijdige nationale regels buiten toepassing laten (in samenhang met art. 94 Gw). 5. Gevolgen in de praktijk Bestuursorganen moeten vergunningen toetsen rechtstreeks aan art. 6 Habitatrichtlijn. Burgers en milieuorganisaties kunnen zich voor de rechter beroepen op deze bepalingen. Nationale regelgeving die onvoldoende bescherming biedt, kan worden gepasseerd. 6. Samenvattend Aspect Betekenis Art. 93 Gw Geeft directe werking aan EU-bepalingen die een ieder verbinden Habitatrichtlijn EU-richtlijn met deels rechtstreeks werkende bepalingen Gevolg Rechter past bepaalde artikelen van de Habitatrichtlijn rechtstreeks toe Praktijk Grote invloed op natuurvergunningen en stikstofbeleid

Raad van State: stikstofdoelen uit wet halen kan zo niet

Het kabinetsplan om de stikstofdoelen uit de wet te halen, is in de huidige vorm geen goed idee. Dat staat in een advies van de Raad van State (RvS). Het plan was een speerpunt van de BBB tijdens de verkiezingen. Het voorstel van demissionair minister Wiersma is om de stikstofdoelen uit de Omgevingswet te halen. Nu is Nederland verplicht om overbelasting door stikstof in stikstofgevoelige natuur te stoppen. In 2025, 2030 en 2035 moet respectievelijk 40, 50 en 74 procent van de stikstofgevoelige natuur daaraan voldoen. Wiersma (BBB) wil de drie stikstofdoelen uit de wet halen. In plaats daarvan zou de uitstoot van stikstof in 2035 "aanzienlijk minder" moeten zijn dan in 2019. Later zou een plan moeten volgen om dat doel te halen. Dat is de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van het kabinet, te vaag. Het is onduidelijk wat "aanzienlijk minder" concreet betekent en hoe Wiersma dat alternatieve doel wil halen. Europese regels schrijven voor dat beschermde Natura 2000-gebieden hersteld moeten worden en al helemaal niet mogen verslechteren. Hoe Wiersma daaraan wil voldoen, is niet duidelijk, zegt de RvS. Doorn in oog van Wiersma Nu wordt nog vastgesteld of beschermde natuur overbelast is door stikstof aan de hand van de 'kritische depositiewaarde' (KDW). Die waarde geeft de maximale hoeveelheid stikstof aan die de natuur aankan en is een doorn in het oog van Wiersma. Dat komt doordat de KDW's kunnen veranderen. Wetenschappers stellen ze elke tien jaar vast na uitgebreid onderzoek. Dat gebeurde voor het laatst in 2023: veel stikstofgevoelige natuur bleek nog gevoeliger dan gedacht, waarna de KDW's werden aangepast. Dat leidde ertoe dat het nog moeilijker werd om de wettelijke stikstofdoelen van 2025, 2030 en 2035 te halen. Daarom wil Wiersma van de KDW af. Ze omschreef het als een "bewegend doel" waar maar moeilijk op te sturen valt. Ook Wiersma's voorganger Van der Wal wilde er vanaf, maar concludeerde uiteindelijk dat er geen goed alternatief voor was dat aan Europese regels voldoet. Alternatief Toen Wiersma het wetsvoorstel naar de Raad van State stuurde, stelde de demissionaire landbouwminister dat het wel mogelijk was. "De juridische check is gedaan, dit is een houdbaar alternatief", zei ze er in juli over. De Raad van State ziet dat dus anders. In het vandaag gepubliceerde advies is te lezen dat de bezwaren over het wetsvoorstel zo serieus zijn dat het niet naar de Tweede Kamer gestuurd zou moeten worden. In het advies is ook te lezen dat de RvS bedenkingen heeft bij het plan om de focus van neerslag van stikstof te verleggen naar de uitstoot ervan. Veel boeren zijn daar voorstander van, omdat ze veel meer invloed hebben op uitstoot dan op waar stikstof neerdaalt. Daar heeft de Raad van State niets op tegen, maar dan moet Wiersma wel aantonen dat zo'n nieuw systeem voldoet aan Europese natuurbeschermingsregels. Die motivering is "niet overtuigend", staat in het advies. De Raad van State sluit niet uit dat het voorstel later alsnog naar de Tweede Kamer kan. Daarvoor zijn wel stevige aanpassingen nodig. Wiersma zegt in een reactie het advies te gaan bestuderen en te bekijken of het meegenomen kan worden "in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel".

Ger Koopmans, Roy Meijer, Jeroen van Wijk en overige bestuurders....waar zijn jullie mee bezig?

Een half jaar geleden hebben Ger Koopmans en Roy Meijer samen met Vereniging Nederlandse Gemeenten en IPO het bouwstenen akkoord gepresenteerd. Jeroen v Wijk is betrokken geweest bij de uitwerking van de plannen in Utrecht, weer andere bestuurders zijn betrokken geweest bij de plannen in Noord Brabant en Zuid Holland. Vanmiddag is JC, overige bestuursleden van SSC, een paar advocaten en ondergetekende in Westbroek geweest. We hebben hun verhaal aangehoord en tips gegeven hoe te handelen op de brieven die Mirjam Sterk als gedeputeerde heeft verzonden. Een algemene brief met maatregelen om te komen tot een ammoniak plafond per ha, een PAS melders brief met een ontmoediging om nog verder te ondernemen, een zoneringsbrief met ernstige gebruiksbeperkingen en de laatste brief voor de ondernemers in de N2000 en vogelrichtlijn gebieden. Allemaal ontstaan op basis van overleg met belangenbehartiging en het bouwstenen akkoord. Het was een goede bijeenkomst, maar ik ben (we zijn) het zat om pro deo op te draven voor de puinhopen die benoemde bestuurders achter laten. En waarvoor? Niet voor de natuur, niet voor de vergunningverlening. Morgen is Flevoland aan de beurt. Nota bene tekent LTO voor het uitfaseren van gewasbescherming en laten ze zich een probleem aan praten. Dwing je vertegenwoordigers tot aftreden, vanavond nog. Ze zijn nooit geen ondernemer geweest, ze zijn incapabel en uit op persoonlijk succes, maar over jullie ruggen!

Uitvoering Bouwstenen akkoord NAJK, LTO en IPO?

Zowel in de Statenvergadering van de provincie Noord Brabant als in de communicatie van de provincie Utrecht , u weet wel die van die oprotbrieven wordt verwezen naar het zogenaamde Bouwstenen akoord welke IPO, VNG de Unie van Waterschappen zijn overeengekomen met LTO en NAJK. Twee zogenaamde boerenclubs die op basis van onkunde en andere dan boerenbelangen ( vreten uit Staatsruif) boerenbedrijven voor de bus duwen.  Regionale plaatselijke bestuurders hebben geen idee hoe de NAJK en LTO bestuurders die het akkoord hebben ondertekend heel veel boerenbedrijven het ravijn in duwen Vandaar dat zes boerenbelangenbehartigers die niet uit de Staatsruif trekken een helder signaal hebben afgegeven Utrecht en Noord Brabant gaan de juridische molen in en jaren op slot ze denken voorlopers te zijn maar ze zullen de laatsten zijn die van het slot raken Prettige wedstrijd

AERIUS: het model dat niks kan, maar wel alles bepaalt. Stoppen dus met dat ding bij vergunning aanvragen.

Er is één zin die elke politicus en beleidsmaker in Nederland zich goed moet inprenten: Er is één zin die elke politicus en beleidsmaker in Nederland zich goed moet inprenten: AERIUS is ongeschikt. Ongeschikt voor vergunningen. Ongeschikt voor lokale sommetjes. Ongeschikt, punt. #niks #nada Professor Wim de Vries zei het in januari al, in het gesprek met Marianne Zwagerman. En inmiddels is ook Jan Willem Erisman – jarenlang een van de belangrijkste wetenschappelijke stemmen in het stikstofdossier – om. Luister maar naar zijn antwoorden op vragen in Fryslân: 🎧 Spotify-link: https://open.spotify.com/episode/7vLBswz5M1raw9PP87zGDo?si=sH7X4zMgSZyCtY-R4aDCZQ Dus laten we het nog één keer heel duidelijk zeggen, vooral richting #GLPvdA, #D66, #christenunie: Wie AERIUS nog steeds verdedigt, is mede-verantwoordelijk voor de toeslagenaffaire in slow motion. Want ook hier worden burgers en boeren vermalen onder de logica van een systeem dat niet klopt, maar juridisch wél doorslaat. En ja, ik ben ook streng richting #cdavandaag en #VVD. Daar zitten nog altijd draaikonten die weten dat het systeem niet deugt, maar het niet hardop durven zeggen. Zolang er mensen in Den Haag zijn die fluisteren “het is het beste wat we hebben”, weet ik genoeg: Dat is geen argument. Dat is een brevet van onvermogen. Als ik met kiespijn naar de tandarts ga en hij pakt een betonboor, dan zegt hij hopelijk niet: “Dit is voor nu het beste dat ik heb.” Dan zeg ik: “Wegwezen. Blijf met dat ding uit m’n bek.” Meer: https://deheij.substack.com/p/aerius-het-model-dat-niks-kan-maar [img]https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!LvXH!,w_1456,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F9400d2e0-a888-46e9-b5e3-016f02394470_1536x1024.png[/img]

Stikstofclaim informatie over gevaar doelsturing

Onderwerp: Reactie Stikstofclaim op bericht creëren van onrust In appgroepen gaat een bericht rond welke een reactie is op een artikel geschreven door Wouter de Heij. De Heij heeft de brief van Stichting Stikstofclaim en een post daarover door SSC-voorzitter Vogelaar als basis. Het bericht als reactie stelt dat wij, als Stikstofclaim, pertinent onjuiste stellingnames aangaan inzake het plan van IPO, VNG, VNO/NCW, LTO, Waterschappen en NAJK. Welke onjuiste stellingnames dat dan zouden zijn wordt niet beschreven. Blijkbaar durven de schrijvers van de reactie dat niet aan of, nog beroerder, ze kunnen het niet vanwege gebrek aan doordenken van het plan op effecten. LTO stelt dat vrijwel alle deskundigen, wetenschappers en het ministerie het eens zijn over een twee sporenbeleid dat bestaat uit het aanpassen van het wettelijk kader, KDW uit de wet en stoppen met Aerius en maatregelen daar waar nodig. Dat klopt en die stelling heeft Stichting Stikstofclaim ook. De wet deugt niet en behoeft aanpassing. Echter, waar LTO fout zit is dat een groot gedeelte van de wetenschappers en deskundigen zouden stellen dat er eerst stikstofreductie moet plaatsvinden voordat vergunningverlening weer mogelijk gaat worden. Dit laatste is pertinent onjuist. Ervaren stikstofjuristen en advocaten, en wij werken met een zestal van de meest ervaren stikstofadvocaten, onderschrijven dit niet. Voortoets en additionaliteit. Generieke stikstofreductie gaat niet leiden tot ruimte om vergunningverlening op gang te brengen. Volgens diverse uitspraken van de Raad van State en ook nog eens bevestigd door de uitspraak van 18 december 2024, moeten alle nieuwe vergunningaanvragen als geheel object een beoordeling krijgen middels de voortoets op additionaliteit. Zelfs alle vergunningen verleend tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 moeten opnieuw de voortoets op additionaliteit doorlopen. Ook de 8 zogenaamd gelegaliseerde PAS melders. Als de vergunde of te vergunnen hoeveelheid stikstof nodig is om een overschrijding op de KDW ongedaan te maken dan komt dat eerst aan de beurt en wat dan over is kan mogelijk in een vergunning worden beschikt. In het rapport van Houthoff van februari 2025 wordt verwezen naar intern en extern salderen als mogelijkheden en dat de uitspraak van 18 december door de Raad van State (Rendac en Amercentrale) een reparatie behoeft. Hoe dit dan moet is door Houthoff uitgebreid beschreven, maar iedereen met een klein beetje juridische ervaring kan weten dat een dergelijk proces de eerstkomende paar jaar niet door de overheid wordt afgerond. Voor legalisatie van de PAS melders stond ook drie jaar en dit is inmiddels met drie jaar verlengd. Overigens, in het rapport Houthoff komt het woord veehouderij 1 x voor in een voetnoot verder niet. Het woord boerderij kom 4 keer voor in relatie tot opkoop voor woningbouw en het woord bouw/gebouwd een keer of zes in combinatie met woningbouw. In die zin leest het stuk van Houthoff als of het geschreven is voor Bouwend Nederland. Doelsturing In het rapport Houthoff komt het woord doelsturing niet voor. Terwijl doelsturing en het gaan verstrekken van een stikstofplafond per bedrijf of referentiehoeveelheid stikstof per ha of per dier of fosfaatrecht één van onze kritiekpunten is. Ook het PBL is kritisch op doelsturing. Hoe doelsturing in te vullen en hoe doelsturing juridisch geborgd meetbaar en handhaafbaar moet worden daarvoor heeft de minister 1 miljard euro op haar begroting gezet. Natuurlijk is het dan begrijpelijk dat zo ongeveer alle adviesclubs en aandeelhouders van adviesclubs en organisaties die adviesprojecten uit voeren razend enthousiast zijn over doelsturing. Immers ze kunnen uit de staatsruif voor doelsturing gaan eten en de komende jaren hun declarabele uren gaan vullen. Stikstofquotum In het rapport Houthoff wordt op de pagina’s 5 en 18 verwezen naar het instellen van een stikstofquotum. Bij het instellen van doelsturing krijgen alle bedrijven een referentiehoeveelheid of zoals vermeld in rapport Houthoff een stikstofquotum. - Krijgt zo een quotum of referentiehoeveelheid waarde? - Wordt het wel of niet verhandelbaar? Uit gesprekken met ambtenaren van LVVN is de denklijn aangegeven dat er wordt nagedacht over het koppelen van kg N per fosfaatrecht. De tot op heden falende stikstofjuristen van LVVN nemen daarmee bewust een afslag van het instellen van een vorm die het per direct of in de toekomst mogelijk maakt om zonder schadeloosstelling te korten op stikstofemissie. Handig voor de Staat, een regelrechte bedreiging voor veehouders. Uit het NVV-arrest weten we dat de Staat tot 10% zonder compensatie kan korten op door de Staat uitgegeven rechten. Een linkse coalitie zal daartoe niet schromen. Reductie maakt vergunningverlening mogelijk? Door de samenstellers van het Bouwstenen document (LTO, NAJK, provincies, gemeenten en waterschappen) wordt gesteld dat door 42% of 46% generieke reductie van dat quotum de vergunningverlening van het slot komt. Dit is pertinent onjuist, zoals blijkt uit uitspraken van de Raad van State van zowel november 2022, april 2023 en december 2024, waarin duidelijk werd vastgesteld dat vergunningverlening niet afhankelijk is van generieke stikstofreductie, maar van project-specifieke toetsing op basis van artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn. Het PBL rapporteerde in haar evaluatierapport stikstofbeleid 2024 bovendien dat generieke emissiereductie geen nieuwe ontwikkelruimte schept zolang KDW- overschrijdingen blijven bestaan. En zowel de commissie Hordijk (2020) als het adviescollege stikstofproblematiek (Remkes, 2021) concludeerden eveneens dat vergunningverlening alleen mogelijk is als per project aantoonbaar geen significante negatieve effecten optreden, ongeacht generieke reductiedoelen. Staf heeft ooit in beeld gebracht hoeveel emissiereductie er zal moeten plaatsvinden om de KDW- overschrijdingen ongedaan te maken. Zelfs bij verwijdering van alle vee wordt in de meeste N2000 gebieden de KDW nog overschreden. Zie kaart hieronder. De groene gebieden zullen bij het volledig verdwijnen van veehouderij de KDW niet meer overschrijden de overige wel. Milieu informatie Een stikstofreferentie of stikstofquotum is milieu informatie. Alle dierhouders in Nederland hebben afgelopen week een brief ontvangen van minister Wiersma dat hun dieraantallen geregistreerd staan en dat deze doormiddel van een WOO verzoek openbaar worden gemaakt per UBN. Dat wordt nog even zoeken voor de verzoekers om daar de adressen bij te vinden. Veehouders in Gelderland hebben tevens een brief ontvangen dat hun adresgegevens en postcode samen met hun vergunning openbaar worden gemaakt en dat wordt een feestje voor clubs als MOB. Het verstrekken van een stikstofreferentie of quotum, of dat nu per ha, per dier of per fosfaatrecht zal worden gedaan, het maakt niet uit het is milieu-informatie. Dat betekent dat het met een WOO-verzoek opvraagbaar is en dat zal worden gedaan. Net als vorige week gaat het ministerie dan weer brieven aan boeren versturen dat ze het heel erg jammer vinden maar dat ze de gegevens per adres, postcode en x- & y- coördinaat openbaar moet maken. Politici die gaan roepen dat het niet zou moeten kunnen en schandalig is en LTO en NAJK die luid protest aantekenen. Maar de minister en de politici en LTO en NAJK zijn dan alweer lang vergeten dat ze daar uitgebreid op zijn gewezen door Stichting Stikstofclaim en Agractie. De stikstofreferentie van ieder boerenbedrijf komt dus openbaar. Dat is één van de ingrediënten voor succesvolle handhavingsverzoeken door de MOB. Juridische gevolgen doelsturing De juridische gevolgen van doelsturing en het gaan verstrekken van referenties op basis waarvan een reductie van stikstof per bedrijf middels doelsturing zal moeten gaan plaatsvinden, zijn niet doordacht en niet scherp in beeld bij alle doelsturing aanhangers. Het afgeven van referentiehoeveelheden stikstof in wat voor vorm dan ook legt alle bedrijven die een dergelijke referentie, plafond of quotum krijgen op het hakblok bij MOB. Doelsturing gaat ook niet snel tot vergunningverlening leiden. Het is een nieuwe insteek, vraagt nieuwe wetten en al met al zitten alle sectoren nog vele jaren op slot. Bovendien kunnen we in dit geval leren van de fouten van andere landen. In Duitsland, Denemarken en Ierland hebben ze al ervaring met de risico’s van doelsturing en digitale emissieregistratie. In Duitsland leidde verplichte stikstofregistratie per perceel tot datalekken, modelinspecties en een uitspraak van het Bundesverfassungsgericht (BvR 2656/18, 2021) dat de overheid het evenredigheidsbeginsel schond, door onevenredige toezicht last bij boeren te leggen. In Ierland verplicht het Nitrates Action Programme boeren tot kwartaalrapportages met als gevolg openbaarmaking van bedrijfsgegevens onder EU-richtlijn 2003/4/EG en duizenden audits met intrekking van derogaties. Deze voorbeelden tonen hoe politieke doelsturing de juridische en administratieve druk verplaatst van overheid naar ondernemer, met verlies van rechtszekerheid en vertrouwen als gevolg De PAS is uitgelopen op een drama voor de PAS melders. De invoering van doelsturing wordt een drama voor alle veehouders. Zeg later nooit dat er niet is gewaarschuwd. Onrust Wellicht ten overvloede, het doel van deze reactie is natuurlijk niet het creëren van onrust, maar het voorkomen van (herhaaldelijke) beleidsfouten die de sector opnieuw jarenlang zullen achtervolgen, zoals we nu met de erfenis van de PAS zitten. Stichting Stikstofclaim informeert veehouders over de mogelijke gevolgen van niet goed doordachte plannen. Dat die informatie tot grote zorgen leidt is terecht. Iedereen die een beetje inzicht heeft in de gevolgen van het voorgestelde beleid weet dat het niet positief zal uitwerken voor de positie van boerenbedrijven en boerengezinnen. Houdbare oplossingen Wat zijn oplossingen die juridisch wel houdbaar zijn? Tweeledig: Op korte termijn; oplossingen binnen de huidige wet kunnen relatief snel, binnen een half jaar, worden gerealiseerd. - Invoering van een rekenkundige ondergrens van 1 mol of iets hoger. Dat gaat een behoorlijk aantal Pasmelders en anderen helpen. En bouwprojecten helpen. - Draaien aan de knop droge depositie in Aerius. - Meten, meten, meten van depositie in de natuur en niet het luchtconcentratie geneuzel. Door metingen kan er sterkere argumentatie worden aangedragen in rechtszaken. - Gebiedsgericht op basis van vrijwilligheid reduceren dichtbij stikstofgevoelige natuur. (plan Agractie) - Natuurherstelwerkzaamheden, schaapskuddes, steenmeel toepassen, plaggen en goed natuurbeheer. Natuurherstelwerkzaamheden volgens afrekenbare beheersplannen. Op de langere termijn; wetswijzigingen waarbij de KDW geen hoofdrol meer spelen en Aerius wordt vervangen door daadwerkelijk beoordeling op basis van instandhouding in combinatie met satelliet- waarnemingen Bovenstaande zijn elementen van een aanpak die binnen het huidige wettelijke kader snel tot resultaat kunnen leiden en perspectief zekerheid kunnen bieden aan duizenden boerenbedrijven en Nederland van het slot kunnen krijgen. Nogmaals, wij houden met argumenten staande dat het overgaan naar doelsturing een grotere dwaling is dan het ooit instellen van de PAS. Het spreekwoord van ezel en steen is hier dubbel van toepassing. Iedere politieke partij met doelsturing in het verkiezingsprogram legt boeren op het hakblok bij MOB en geeft het krimpmes in handen van ambtenaren en politici om zonder compensatie voor de boer te korten. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

Kamerleden geven te kennen dat ze niet durven tegen te stemmen #pasmelders

Beste mensen, Er speelt veel op het gebied van het stikstofdossier. Na de voortvarende start van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel, in de volksmond de cie. Schoof, lijkt het er veel op dat de cie. Schoof niet met een nieuwe aanpak van het stikstofdossier gaat komen en heeft het er veel van weg dat Schoof het vraagstuk voor zich uit gaat schuiven. Eerder dit jaar heeft Franca Damen, die mede als advocaat bij Stikstofclaim is betrokken, een tweetal blogs gewijd aan het wetsvoorstel van minister Wiersma. Deze blogs zijn hier te lezen; https://www.francadamen.com/natuurbescherming/verval-van-de-wettelijke-legalisatieplicht/ https://www.francadamen.com/natuurbescherming/het-past-niet/ Als bestuur van de Stikstofclaim hebben we in diverse contacten met Kamerleden maar ook met ministers en ambtenaren aangegeven welke stappen er op korte termijn en op de langere termijn moeten worden genomen om het stikstofvraagstuk op een acceptabele manier aan te pakken. Het wetsvoorstel van minister Wiersma om de omgevingswet aan te passen en het legaliseren van PAS-melders uit de wet te halen is voor Stikstofclaim reden om een fors signaal af te geven dat de minister daarmee de PAS-melders in de afgrond schuift. In bijgevoegde brief geven wij een uitgebreide toelichting op onze oproep aan leden van de Tweede Kamer om niet in te stemmen met het wetsvoorstel Maatwerkaanpak PAS-melders. Dit demissionair Kabinet gaat het stikstofvraagstuk niet oplossen. Stikstofclaim knokt momenteel in, al geruime tijd lopende, rechtszaken voor PAS-melders, aanpassing van de invulling van de Nitraatrichtlijn en de Greenpeace-zaak. Richting minister Wiersma trekken we nu een streep. Dus de PAS-melders niet onder de bus en ga terug naar de tekentafel. Met dit schrijven informeren we eerst u, als aangeslotenen, de bijgevoegde oproep zal later vandaag aan de vaste commissie LVVN van de Tweede Kamer worden verstuurd en aan individuele leden en media. Met vriendelijke groet, Namens bestuur Stichting Stikstofclaim, Jan Cees Vogelaar

Prikkebordconsultatie: Onderhandelingsmacht in tijden van melkschaarste

In de uitspraak van de ACM in de zaak tussen Lactalis en de leveranciersvereniging LVLC over oneerlijke handelspraktijken (https://www.acm.nl/system/files/documents/acm-verklaart-bezwaren-tegen-besluit-lactalis-vanwege-overtreding-wet-ohp-ongegrond.pdf) komt zes keer de term onderhandelingsmacht voor. Onderhandelingsmacht is de mate waarin afnemers of leveranciers de prijzen of voorwaarden van hun af te nemen of te leveren producten of diensten kunnen beïnvloeden. Je zou verwachten dat in tijden van melkschaarste de leveranciers van particuliere zuivelondernemingen over een grote onderhandelingsmacht beschikken, zeker als ze zich hebben verenigd zoals de leveranciers van Vreugdenhil en Lactalis. Alle zuivelondernemingen zijn immers op zoek naar nieuwe leveranciers/leden, en door te dreigen met overstappen moeten de particuliere zuivelondernemingen de melkprijs wel verhogen om verzekerd te zijn van voldoende melk. In werkelijkheid blijkt de onderhandelingsmacht van leveranciersverenigingen zwaar tegen te vallen. Zo bungelt de melkprijs van Vreugdenhil dit jaar onderaan in melkprijsvergelijkingen (https://www.prikkebord.nl/topic/353020/) en is Lactalis in staat om de leveranciersvereniging te passeren als er over een nieuw melkprijsbeleid moet worden onderhandeld (zie nr. 99 in de uitspraak) De vraag aan de bezoekers van het prikkebord is dus: wat moeten de leveranciersverenigingen van Vreugdenhil en Lactalis doen om hun onderhandelingsmacht ten opzichte van Vreugdenhil en Lactalis te vergroten?

Negatieve nabetaling mogelijk in nieuw melkprijsbeleid Lactalis Leerdammer

Twee maanden geleden heeft Lactalis Leerdammer naar aanleiding van de uitspraak van de ACM het nieuwe melkprijsbeleid bekend gemaakt. Tot nu toe is daar niet veel aandacht besteed, terwijl het toch een paar bijzondere onderdelen bevat. Meest opvallend is de mogelijkheid voor Lactalis Leerdammer om een negatieve nabetaling aan de leveranciers op te leggen. Anders gezegd: Lactalis Leerdammer kan eerder uitbetaald melkgeld terugvorderen en inhouden op later uit te betalen melkgeld. Hoe ziet het nieuwe melkprijsbeleid er uit? Lactalis Leerdammer hanteert een formule (zie afbeelding 1) aan de hand waarvan de maandelijkse melkprijs wordt berekend. Na 12 maanden resulteert dit in de gemiddelde jaarmelkprijs. Er zijn vier mogelijke omstandigheden op grond waarvan Lactalis Leerdammer maximaal 5% naar boven en 5% naar beneden mag afwijken van deze jaarmelkprijs. In april van het volgende jaar bekijkt Lactalis Leerdammer of zich een van die omstandigheden heeft voorgedaan (zie afbeelding 2). De meest in het oog springende omstandigheid is: c. een markt- en/of bedrijfsmatige verstoring die leidt tot een omzetdaling van 10% of meer ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar in afzetmarkten waar Lactalis Leerdammer een relatief groot omzetaandeel heeft, waaronder Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland; Op grond van deze omstandigheid kan alleen naar beneden worden afgeweken. Als Lactalis Leerdammer gebruik maakt van deze omstandigheid dan leidt dit dus tot een negatieve nabetaling. Verder is voor de leveranciers niet te controleren of Lactalis Leerdammer terecht gebruik maakt van deze omstandigheid. De leveranciers kunnen immers niet controleren of de omzetcijfers die door Lactalis Leerdammer worden verstrekt correct zijn. Leveranciers van Lactalis Leerdammer lopen in het nieuwe melkprijsbeleid dus het risico dat ze vier maanden na afloop van het jaar nog maximaal 2,5 cent per kg geleverde melk moeten terugbetalen aan Lactalis Leerdammer.

RFC gaat rente van melkveehouders betalen.

Zuivelindustrie investeert in een toekomstbestendige melkveehouderij De zuivelondernemingen verenigd in de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) gaan de komende jaren extra investeren in een toekomstbestendige, innovatieve melkveehouderij. De zuivelbedrijven stellen melkveehouders die in de problemen zijn gekomen met de afzet van mest, in staat tegen gunstige financiële voorwaarden te investeren in een duurzame toekomst van hun bedrijf. De zuivelondernemingen doen dit op verzoek van de gezamenlijke melkveehouderijorganisaties in Nederland: Agractie, DDB, LTO, NAJK, Natuurweide, Netwerk Grondig en NMV. Zij hebben een plan van aanpak gemaakt om de mestproblematiek te hoofd te bieden. Onderdeel daarvan is een vrijwillige extensiveringsregeling waarmee melkveehouders kunnen kiezen voor een tijdelijk lagere veebezetting. Zij krijgen daarvoor een vergoeding van de overheid. Op verzoek van de melkveehouderijorganisaties maakt de zuivelindustrie het mogelijk dat deze melkveebedrijven desondanks kunnen blijven investeren in een duurzame toekomst. Banken voeren regeling uit In samenwerking met de banken (in elk geval Rabobank, ING en ABN Amro) wordt deelnemende melkveehouders de mogelijkheid geboden een deel van hun leningen te herfinancieren tegen gunstige rentetarieven. Daardoor hebben zij lagere financiële lasten en meer perspectief op een duurzaam voortbestaan van hun bedrijf. De zuivelindustrie neemt een deel van de rentekorting voor haar rekening. Verdere uitwerking volgt De regeling wordt de komende weken verder uitgewerkt in nauwe samenwerking met de banken en de primaire partijen. Daarbij ziet de zuivelindustrie erop toe dat alle daarvoor in aanmerking komende melkveehouders toegang kunnen krijgen tot de regeling en dat deze past binnen de geldende juridische kaders, zoals de Mededingingswet en de Wet oneerlijke handelspraktijken. Bijdrage aan structurele oplossing mestrcrisis Met deze bijdrage neemt de zuivelindustrie haar verantwoordelijkheid voor de keten en onderstreept zij haar inzet voor een duurzame en robuuste toekomst van de Nederlandse melkveehouderij. De investering draagt niet alleen bij aan een structurele oplossing van de mestcrisis. Zij biedt ook ruimte voor innovatie en voor een duurzame ontwikkeling van de melkveehouderij. Dat is in het belang van de hele zuivelketen. Vijf antwoorden op belangrijke vragen 1. Waarom doet FrieslandCampina hieraan mee? FrieslandCampina staat pal voor een gezonde en toekomstbestendige, innovatieve melkveehouderij. Samen met de andere NZO-leden vinden wij dat deze investeringsregeling daaraan bijdraagt. 2. Hoe helpt deze regeling de mestproblematiek op te lossen? Deze investeringsregeling biedt melkveehouders die als gevolg van de beperkte mestafzetmogelijkheden gedwongen zijn een deel van hun melkveestapel af te stoten de kans om tegen gunstige financiële voorwaarden toch te investeren in de toekomst van hun bedrijf. 3. Als je een beroep wilt doen op deze regeling moet je een deel van je koeien afstoten. De bijdrage van de zuivelindustrie betekent dus eigenlijk dat we als veehouders dus onze eigen krimp betalen? Die suggestie klopt niet. Melkveehouders die ervoor kiezen om een deel van hun melkveestapel af te stoten krijgen daarvoor geld van de overheid: hun fosfaatrechten worden vergoed en zij ontvangen een extensiveringspremie. De bijdrage van de zuivelindustrie maakt het juist mogelijk dat deze melkveehouders desondanks toch kunnen investeren in de toekomst van hun bedrijf. Want met de investeringsregeling hoeven zij een aantal jaren minder rente te betalen. 4. Wat zijn de gunstige financiële voorwaarden die deze regeling biedt? De melkveehouders die meedoen aan deze regeling hoeven vijf jaar lang geen risico-opslag aan de banken te betalen en krijgen een extra rentekorting van 0,5%. 5. Vanaf wanneer kan ik gebruik maken van de regeling? Zowel de vrijwillige extensiveringsregeling van het ministerie van LVVN als de investeringsregeling van de zuivelindustrie moeten nog nader worden uitgewerkt. Zodra er meer bekend is over de investeringsregeling zal FrieslandCampina zijn melkveehouders daarover informeren.

RIVM verhoogd eigenhandig de krimp doelen voor de veehouderij met 26 %

Zoals vanmiddag al beloofd hier de eerste bijdrage over de laatste inzichten van N depositie op stikstof gevoelige habitats in N2000 met een landbouw bron als herkomst. In de screenshot heb ik 2022 en 2023 naast elkaar gezet. 2023 is de laatst bekende depositie berekening die eind februari 25 door het RIVM werd gepresenteerd. Wat valt op? De depositie vanuit landbouw bronnen is van 608 naar 767 mol gestegen. Dit terwijl de emissie van ammoniak tussen 2022 en 2023 van 116 naar 112 kton is gedaald. Wat is het geval? RIVM past een meetcorrectie toe. Deze meetcorrectie doet RIVM omdat het model Aerius in kustgebieden een lagere NH3 concentratie berekend dan dat er gemeten wordt. En omdat er in de kustgebieden geen ammoniak bronnen zich op land bevinden noemt RIVM dit "Ammoniak uit zee". Wetenschappelijk heeft RIVM geen verklaring voor dit verschijnsel. (tot op heden) Om dit fenomeen te corrigeren past RIVM een meetcorrectie toe. In 2023 is die correctie 145 mol. Maar, nu komt die, die meetcorrectie wordt pas toegepast nadat de berekende totale depositie is verdeeld over de sectoren. RIVM plust dus 26% depositie bij de landbouw op die niet de bron eigenschappen landbouw hebben. En dat betekent dus dat de landbouw een forse extra reductie doelstelling krijgt. Zeer onterecht. Ben benieuwd of kamerleden hier vragen over stellen? Of zou het een bewuste actie zijn van het RIVM? Wanneer gaan we ons nu bezig houden met feitelijkheden en beleid gebasseerd op waarnemingen?

Steun voor SNOO-de plannen

Esther de Snoo, hoofdredacteur van agrarisch vakblad Nieuwe Oogst, zit vaster in het zadel dan ooit, meldt een woordvoerder. De Snoo kreeg dit weekend veel kritiek nadat ze in een opinie-artikel in De Telegraaf pleitte voor overheidsbeleid dat zich richt op een toekomstbestendige agrarische sector. Vooral op een forum voor melkveehouders, het zogenoemde Prikkebord, ging het volop los. Veelal zonder argumenten, en niet op feiten gebaseerd, deden reageerders hun best om het pleidooi van De Snoo onderuit te schoffelen. Vanuit andere hoeken kreeg De Snoo echter veel steun. Diverse agrarische belangenbehartigers hebben laten weten dat ook zij voorstander zijn van een toekomstbestendige agrarische sector. Ook het kabinet schaart zich achter de hoofdlijnen van het betoog van De Snoo. 'We overwegen om de commissie die onder leiding van premier Schoof werkt aan een oplossing van de stikstofproblemen, een keer door De Snoo bij te laten praten over wat er reilt en zeilt in de agrarische sector, meldt een woordvoerder van het ministerie van LVVN. 'Bij veel bewindslieden in het kabinet is onvoldoende kennis aanwezig over de agrarische sector, en het belang van die sector voor Nederland. De inbreng van De Snoo, kan daar verandering in brengen', aldus de woordvoerder.

ACM-topman Martijn Snoep: ‘Boeren zijn kwetsbaarder voor misbruik marktmacht’

Uit het interview: Jullie hebben Lactalis Leerdammer een dwangsom opgelegd vanwege zijn melkprijssystematiek. Kijken jullie ook naar andere particuliere zuivelverwerkers met een soortgelijk systeem? “We werken voor een belangrijk deel signaal-gedreven. Daar waar zij problemen ervaren, roepen we boeren op om zich bij ons te melden. Wij hebben gewoon niet de capaciteit om als een inspectie langs alle bedrijven te gaan. We zien gelukkig wel een stijging van het aantal signalen van boeren. Maar het is wel belangrijk dat bekendheid met de regelgeving en ook bekendheid met hun rechten bij boeren omhooggaat.”

GJ Bosch

@GJ Bosch


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 9u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering