Wijzigingen gebruik #sleepvoet 2019

[b]Hoe kun je nu regelgeving verplichten die voorbaat niet is te borgen, en straks weer volop verhalen in de media dat veehouders zich niet aan de regels houden??, dit moet je als sector niet willen;[/b] Vanaf 1 januari 2019 is emissiearm gebruik van mest verplicht bij grasland op klei- en veengrond, in het spraakgebruik wordt dit het ‘sleepvoetverbod’ genoemd. Voor het uitrijden op grasland op klei- en veengrond gaan de onderstaande regels gelden. Uitrijden met de sleepvoet is toegestaan, mits met een waterverdund systeem wordt gewerkt, waarbij de mest met 33% verdund moet zijn met water: minimaal 1 deel water en 2 delen drijfmest dus. De afleg mag dan boven de grond, tussen het gras in strookjes van 5 cm breed en met 15 cm afstand. De mest moet worden uitgereden met een systeem dat volledig tot de grond gesloten is. De grondgebruiker is verplicht het verdund uitrijden met de sleepvoet een keer per jaar, vóór de eerste bemesting, bij RVO te melden. Een praktische en goedkope methode om te registreren of de mest wel voldoende verdund is, is nog niet voorhanden. Daarom is het nog onduidelijk hoe gecontroleerd en gehandhaafd gaat worden. Wel is door de overheid gesteld dat de boer bij controle aannemelijk moet kunnen maken dat de mest op de juiste wijze is verdund. Uitrijden IN de grond kan ook, maar dat stuit in de praktijk op problemen vanwege een harde grond bij droogte (klei) of een tekort aan draagkracht van de bodem (veen). Alleen het Pulse-tracksysteem is goedgekeurd door het ministerie. Het systeem brengt de mest via kuiltjes in het grasland. Het punt is dat deze machine nog in ontwikkeling is en daardoor nog niet te koop is. De overheid heeft wel reeds aangekondigd dat per 2021 wel een ‘technische borging’ van het verdund aanwenden vereist gaat worden. In diverse initiatieven van private partijen of proeftuinen van onderzoek, overheid en bedrijfsleven zal hier de komende jaren aan gewerkt worden. LTO Nederland zal hierbij inzetten op praktische en betaalbare varianten.

Productie fosfaat van Nederlandse veehouders blijft weer onder EU-norm

De productie van fosfaat in dierlijke mest door Nederlandse veehouders is ook afgelopen jaar onder de afgesproken norm gebleven, net als een jaar eerder. Volgens voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werd in 2018 bijna 161 miljoen kilo fosfaat geproduceerd. Dat is circa 12 miljoen kilo minder dan maximaal door Brussel toegestaan. Europese regels moeten ervoor zorgen dat er niet te veel fosfaat uit mest in de bodem en in het grondwater terechtkomt. Fosfaat kan schadelijk zijn voor het milieu. Produceert een land te veel, dan volgen mogelijk Europese sancties. Het is het tweede jaar op rij dat Nederland weer onder de EU-norm zit. Daarvoor was jarenlang sprake van te veel fosfaatproductie. In 2016 werden daarom afspraken gemaakt met melkveehouders en varkensboeren om de fosfaatproductie in te dammen. Zo werd onder meer de veestapel kleiner en werd het fosforgehalte in mengvoer verlaagd. De stikstofuitscheiding nam in Nederland vorig jaar fractioneel af. Met 506,1 miljoen kilo lag de productie nog wel boven het stikstofplafond van 504,4 miljoen kilo. Onder meer door het toegenomen voerverbruik en een afnemend areaal snijmais zit er de laatste jaren meer gras en krachtvoer in het rantsoen van koeien. Gras en krachtvoer bevatten doorgaans drie keer meer stikstof dan snijmais. Per koe werd meer stikstof uitgestoten, waarmee de krimp van de veestapel op de totale productie nauwelijks effect sorteerde. Bron: https://www.nu.nl/economie/5744067/productie-fosfaat-van-nederlandse-veehouders-blijft-weer-onder-eu-norm.html

Tijd voor de echte cijfers

ANNIE SCHREIJER-PIERIK, LID VAN HET EUROPEES PARLEMENT VOOR HET CDA Meten is weten. Dat is een oude wijsheid, die nog steeds erg waar is. En het is hoog tijd dat de overheid eens goed gaat meten in het mestbeleid. Want de huidige cijfers stinken. Want hoeveel milieuvervuilende fosfaat zit er eigenlijk in mest? Dat is nogal belangrijk voordat we nog meer koeien moeten wegdoen om de normen te halen. Melkveehouder Albert Scholten overhandigde mij vorige week GD-mineralencijfers van drieduizend collega-melkveehouders. Gemiddeld bevat elke kilo melk 1,14 gram fosfor, terwijl de overheid rekent met 0,97 gram. Dat maakt nogal verschil. Fosfor die in melk zit, zit niet in de mest. Als je dit doorrekent, is er in Nederland plaats voor meer koeien. De berekening van Scholten sluit aan bij een berekening van een van mijn medewerkers. Die ontdekte dat de Nederlandse overheid een hogere fosfaatexcretie hanteert dan de Vlaamse overheid. Als Nederland de Vlaamse waarden zou overnemen, is er in Nederland zelfs helemaal geen mestoverschot meer. Maar we moeten ook eens goed meten waar fosfaat een probleem is. Je zou denken dat fosfaat dus vooral in het milieu zit in regio's met veel vee. En wat denkt u? In de praktijk is het fosfaatoverschot vooral in de Randstad en Zeeland en juist niet in de gebieden met veehouderijen in het noorden, oosten en zuiden van het land. Het is zo zonde dat topbedrijven moeten krimpen, terwijl milieuvervuilende luchtvaart en wegverkeer wel mogen groeien Onderzoeksjournalist Geesje Rotgers van V-focus heeft dit op een kaart van Nederland gezet. Ze presenteerde die bij een bijeenkomst die ik vorige week had georganiseerd over het fosfaatstelsel. 'Dus welk probleem lossen we eigenlijk op met dit fosfaatstelsel?' vroeg Rotgers scherp aan de zaal. Duidelijk niet het mestprobleem, als dat al een echt probleem is. Met echte cijfers en echte metingen moeten we echt beleid kunnen maken. Dan is er wel ruimte voor de veehouderij en kan de sector weer herstellen tot een economische 'witte motor'. De Nederlandse melkveebedrijven behoren tot de wereldtop: zo ongelooflijk efficiënt en innovatief vind je ze bijna nergens. Het is zo zonde dat topbedrijven moeten krimpen, terwijl milieuvervuilende luchtvaart en wegverkeer wel mogen groeien. Melkveehouders, landbouworganisaties en politiek moeten samen aan de slag gaan. Nu de echte cijfers boven water zijn gekomen, moet minister Carola Schouten (LNV) overstag gaan. Ze moet de echte wil tonen om de melkveehouders de ruimte te geven die hun toekomt.

volgens johannes kramer fnp over 20 jaar bioboer of geen boer.

Lijsttrekker Johannes Kramer van de Fryske Nasjonale Party (FNP) heeft de tongen losgemaakt met een speech waarmee hij voor zijn partij de aftrap voor de komende provinciale verkiezingen heeft gegeven. ,,De Friese landbouw moet geleidelijk groeien naar biologisch”, vindt hij. In een mini-interview, dat aankomend weekend in Veldpost verschijnt, verklaart Kramer dat de landbouw, die biologisch is, minder kwetsbaar is voor eventueel wegvallen van de derogatie en weer winstgevend wordt. ,,Niet alleen bedrijfseconomisch, maar ook ecologisch. Dat betekent een grondgebonden veehouderij die in balans met de natuur is.” De lijsttrekker, die momenteel landbouwgedeputeerde is in Friesland, constateert dat de traditionele veehouderij stukloopt op fosfaat, stikstof en CO2. ,,Elke keer wordt er een onderdeel uitgehaald en via een ingewikkeld systeem opgelost. Dat levert allemaal weer ongunstige bijeffecten op die vervolgens ook weer moeten worden aangepakt. Er is een helder en simpel afdwingbaar systeem nodig. Dus zonder bureaucratisch gedoe, geld kostende vrijstellingen en rechten en het opofferen van de belangen van Noord-Nederland aan die van Zuid-Nederland. Dat is dus simpel gezegd: hectares tellen en koeienstaarten. De norm voor biologische landbouw (1,7 GVE) is op dat punt prima.” Kramer erkent dat er steun van de overheid nodig is zodat de boeren de stap kunnen maken. ,,Zoals de overheid zich in de jaren ‘50 en ‘60 heeft ingezet voor schaalvergroting en daarmee alle boeren aan een Mercedes Benz heeft geholpen, zo zal de overheid nu op Europees, landelijk en provinciaal niveau de boer bij wijze van spreken moeten helpen aan een Tesla S.” Kramer richt zijn pijlen nadrukkelijk op de Europese Unie. ,,De Nederlandse boer produceert met name voor de Europese markt tegen wereldmarktprijzen. Het behouden van een level playing field is dus van levensbelang. De EU zal via wet- en regelgeving moeten afdwingen dat gezondere, milieu- en natuurvriendelijke producten worden geproduceerd.” Met een level playing field wordt een gelijkwaardig speelveld bedoeld. Hij voorspelt dat de overheden nog meer sturend worden in de vorm van verregaande vermindering van de veestapel, verbod op intensieve veehouderij en verhoging van waterpeilen in het veengebied. ,,Biologische landbouw zal in dat licht een wenkend perspectief voor velen kunnen worden. Dat geeft ons in Fryslân de mogelijkheid om hierop te anticiperen en in voorop te lopen. Het is dus vooral een geweldige kans. Door de biologische kwaliteit als unique selling point te benadrukken kan de Friese boer de historische toonaangevende positie in wereldzuivelland terugpakken. Over twintig of dertig jaar is het zo dat je een biologische boer bent of je bent geen boer.”

Keuze voor kievit bij mestinjectie levert boer in Friese greidhoek voorwaardelijke straf op

De bemesting van een maïsperceel is een boer in de greidhoeke ruim anderhalf jaar geleden duur komen te staan. Als fervent weidevogelbeschermer werkt hij al jaren samen met de vogelwacht om de nestelende kieviten en andere weidevogels zo goed mogelijk te helpen bij het nestelen van de kieviten en opgroeien van de kuikens. Voordat de maïs zou worden ingezaaid in mei 2017 is het omgeploegde land bemest met de zodebemester. Vogelnesten werden gespaard, maar het kon niet worden voorkomen dat er mede daardoor mest op de bovengrond bleef liggen. En dat is niet toegestaan volgens de meststoffenwet. Mest moet direct worden ondergewerkt. Rechtbank Omdat dit direct onderwerken niet is gebeurd, kwam de bijzonder opsporingsambtenaar (boa) in actie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) legde de boer al een korting op van de landbouwsubsidie van bijna vijfduizend euro. ,,Tegen een schikking die daarbovenop zou komen, hebben we dan ook bezwaar aangetekend”, zei zijn advocaat gisteren in de rechtbank. Volgens haar zou uit jurisprudentie blijken dat de boer niet nog eens gestraft zou kunnen worden voor hetzelfde feit. Je hebt te maken met de werking van een machine en aan de andere kant met de liefde voor de vogels De rechter ging hier niet in mee omdat volgens een latere uitspraak van het Hof een combinatie van een korting en een geldstraf wel mogelijk is. ,,De korting op de Europese landbouwsubsidies van meer dan 3 procent is een bestuursrechterlijke zaak, daarnaast kan de zaak ook strafrechterlijk nog worden behandeld.” Ook het feit dat de zaak na anderhalf jaar pas voor de rechter verschijnt, was volgens de rechtbank geen reden om de zaak niet te behandelen. Spagaat De melkveehouder toonde zich gisteren tijdens de behandeling van de zaak bewust van het feit dat je met een goede bescherming van de nesten, minder goed in staat bent om alle mest direct onder te werken. ,,Je zit in een spagaat. Laat je de loonwerker komen, dan kun je niet goed de nesten beschermen. Het ging in ons geval om 2,5 hectare van de totale oppervlakte vijftig hectare land, bedoeld voor maïs. Op dergelijk ondergeploegd land zitten altijd veel kieviten. In dat jaar waren er vier nestjes. Omdat het om ondergeploegd land gaat, leidt dat ertoe dat waar je rijdt, de bodem inspoort en dat de mest daardoor minder goed in de bodem terechtkomt. Er blijft dan altijd wat op liggen.” De officier van justitie erkende dat de boer met zijn handelen in een spagaat was gekomen. ,,Je hebt te maken met de werking van een machine en aan de andere kant met de liefde voor de vogels. Er is echter sprake van een strafbaar feit.” Zij kwam dan ook met een eis van vijftienhonderd euro boete waarvan duizend euro voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Geen waarschuwing De advocaat van het melkveebedrijf stelde dat de boer zeer zorgvuldig tracht om te gaan met milieu en weidevogels en dat het onbegrijpelijk is dat de huidige wetgeving ertoe leidt dat een boer dan kan worden geconfronteerd met fikse boetes. Ook was ze kritisch op de houding van de boa. ,,Normaliter is het zo dat wanneer je nooit iets verkeerds hebt gedaan, er een waarschuwing volgt. Nu werd er direct opgetreden terwijl er geen winstbejag is geweest en de boer een gewetenskeuze heeft moeten maken.” De economische politierechter zei te beseffen dat er een gedegen afweging van belangen is geweest, maar dat er desondanks sprake is geweest van een overtreding van de regels. ,,De mest is niet direct ondergewerkt.” Hij nam de eis dan ook deels over. Het leverde de boer een geheel voorwaardelijke boete op met een proeftijd van twee jaar.

Nieuwe reacties

Grondgebondenheid: een stip op de horizon?

Al jaren zoemt het rond in de sector: een stip op de horizon is nodig. Vóór de introductie van het fosfaatrechtenstelsel was het een belangrijk thema, want met een grondgebonden visie zou het stelsel niet nodig zijn. Echter, het rechtenstelsel kwam er toch en is nu bepalend voor de toekomst. Waar staat de sector over 20, 30 of 50 jaar? In het najaar van 2017 gaven de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en LTO Nederland de opdracht te komen tot een gedragen voorstel voor de invulling van de term 'grondgebondenheid in de melkveehouderij'. De groep die hiermee aan de slag ging, heeft zich gevormd tot de Commissie Grondgebondenheid. Deze Commissie presenteerde in het voorjaar van 2018 haar bindend advies over de toekomst van de melkveehouderij. De visie voor 2025 De Commissie heeft de visie gekoppeld aan het eiwitpercentage. In 2025 moet elke melkveehouder 65% van het eiwit dat het vee krijgt op eigen land telen. Met de eiwitindicator blijft de Commissie weg van de discussie over de grootvee-eenheid per hectare. Dit zou de melkveehouder meer vrijheid moeten geven. Door de toepassing van buurtcontracten kan ook grond van andere boeren benut worden. Door meer eigen eiwit te telen, voorziet de Commissie tevens een daling van onder meer de soja-import. Meer: http://www.boerenbusiness.nl/melk/artikel/10880867/grondgebondenheid-een-stip-op-de-horizon

Qlip: Onvolledige registratie in KalfVolgsysteem

Nou joepie, ik heb het schijnbaar weer allemaal verkeerd gedaan. ============== Geachte heer, mevrouw, Met ingang van 1 juli 2018 is in het zuivelkwaliteitssysteem de norm opgenomen dat alle mannelijke dieren met een leeftijd tot en met 35 dagen door een erkende handelaar van uw bedrijf afgevoerd dienen te worden. Hiermee wordt aangesloten op het KalfVolgSysteem (KVS). De toetsing op deze norm wordt ieder kwartaal door Qlip uitgevoerd. Onlangs heeft Qlip gegevens opgevraagd van uw bedrijf over de afgevoerde mannelijke dieren van het afgelopen kwartaal en getoetst of de daarvoor in aanmerking komende dieren correct waren geregistreerd in het KVS. Daarbij zijn een of meerdere afwijkingen gevonden, zie achterkant van deze brief voor het overzicht met bevindingen. Hiermee voldoet uw bedrijf op dit moment niet aan de norm van het voor u geldende zuivelkwaliteitsstyteem. Wij vragen u om ervoor zorg te dragen dat alle daarvoor in aanmerking komende dieren via een erkende handelaar worden afgevoerd en de handelaar deze dieren correct registreerd in het KalfVolgSysteem. Na afloop van dit kwartaal zal opnieuw worden getoetst of alle daarvoor in aanmerking komende dieren op de juiste wijze worden afgevoerd. Indien dan opnieuw blijkt dat er afwijkingen worden gevonden informeren wij u op dat moment over het vervolgtraject. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u vragen hebben over deze brief, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Certificering op tel.nr.: 088 - 754 70 65 of per email een bericht sturen naar certificering@qlip.nl. =========== In de bijlage staan 6 mannelijke kalveren. Een kalf is niet geregistreerd in het KVS --> Deze is dan ook overleden, moeten dode dieren ook in het KVS gemeld worden dan? De andere 5 zijn wel geregistreerd in het KVS maar geen erkende handelaar?? Terwijl deze handelaar gewoon op de witte lijst staat. (https://openbaar.veehandel.nl). Moet allemaal kloppen dus. Zeg het maar, wat heb ik verkeerd gedaan of had ik anders moeten doen? Dit systeem klopt van geen kant. Ik geef ze mee aan een erkende handelaar en moet maar hopen dat het vervolgtraject allemaal klopt, je kunt als melkveehouder nergens controleren of bijhouden of het allemaal goed gaat. Maar als het volgens hun niet klopt word je er wel op aangesproken.

LTO - LTO Nederland: land- en tuinbouwsector neemt verantwoordelijkheid

Ontwerp Klimaatakkoord een belangrijke mijlpaal Vandaag is na maanden onderhandelen het ontwerp Klimaatakkoord gepresenteerd. De inzet van LTO Nederland is dat boeren en tuinders concrete oplossingen hebben om klimaatverandering tegen te gaan. Belangrijke voorwaarde is dat er voldoende financiële- en beleidsruimte komt om de ambities waar te maken. De oplossingen en randvoorwaarden komen terug in het ontwerpakkoord. De agrarische sector heeft als ambitie om in 2030 6 Mton CO2 minder uit te stoten, een grotere reductie dan de 3,5 Mton CO2 die de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik als opdracht kreeg. LTO Nederland noemt het ontwerpakkoord een belangrijke mijlpaal. De vertegenwoordiger van boeren en tuinders betreurt het dat Greenpeace, de Natuur en Milieufederaties en FNV zijn weggelopen van de onderhandelingen. Aan de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik was met deze partijen overeenstemming. Landbouw en klimaat onlosmakelijk met elkaar verbonden De productie van gezond en gewaardeerd voedsel en het klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boeren en tuinders ondervinden immers als eerste de gevolgen van klimaatverandering: extreem weer zoals droogte of clusterbuien zorgen nu al voor problemen. Voedselproductie heeft ook een onvermijdelijke impact op het klimaat. Aan de ene kant door emissies van broeikasgassen, aan de andere kant door bijvoorbeeld CO2 uit de lucht te absorberen en als koolstof vast te leggen in de bodem. De sector is zich hiervan van bewust en neemt zijn verantwoordelijkheid. Innovatieve oplossingen De Nederlandse land- en tuinbouwsector is de meest innovatieve ter wereld. Boeren en tuinders vinden daarom ook oplossingen voor klimaatverandering. De sector stelt een pakket van maatregelen voor dat moet leiden tot een reductie van ruim 6 Mton in 2030. Deze ambitie is een grotere reductie dan de door het Kabinet gevraagde reductie van 3,5 Mton. Agrarisch ondernemers zijn van plan de ambitie waar te maken door onder meer precisielandbouw, klimaatvriendelijke bouwplannen, de productie van duurzame energie en het met behulp van natuurlijke processen vastleggen van koolstof in de bodem. Boeren en tuinders kunnen het niet alleen Klimaatverandering en voedselvoorziening zijn maatschappelijke vraagstukken. Er moet dan ook gezamenlijk naar duurzame oplossingen worden gezocht. Voor een brede transitie naar een klimaatneutrale land- en tuinbouwsector zijn bepaalde randvoorwaarden cruciaal. Zo is financiering complex en wordt inzet van alle partijen gevraagd – privaat en publiek. Het kan niet zo zijn dat alle kosten op agrarisch ondernemers worden afgewenteld. Om boeren en tuinders een handelingsperspectief te bieden is bovendien experimenteerruimte op gebied van wet- en regelgeving essentieel. Achterbanraadpleging ontwerpakkoord Het ontwerpakkoord is het resultaat van intensieve gesprekken tussen LTO Nederland en de verschillende (keten)partners. Het resultaat van de onderhandelingen wordt de komende maanden voorgelegd aan bestuurders en leden van LTO. Tevens zal het PBL de maatregelen doorrekenen. Pas na de achterbanraadpleging en doorrekening van het PBL kan sprake zijn van een te ondertekenen definitief akkoord.

Sleepvoetbemester mag in 2019 gebruikt worden, mits mest met water verdund wordt

De sleepvoetbemester mag in 2019 en mogelijk ook in 2020 gebruikt worden, mits de boer bij controle aannemelijk kan maken dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. Dat schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief aan de Tweede kamer. Per januari 2019 gaat het ‘sleepvoetverbod’ op grasland op klei- en veengronden in. Schouten benadrukt dat het verbod niet zozeer een verbod op het gebruik van de sleepvoetbemester betreft, maar een verbod op het met een bemester aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond. Bij die vorm van aanwenden van drijfmest is de ammoniakemissie namelijk aanzienlijk hoger dan bij het aanwenden van drijfmest in sleufjes in de grond met een zodenbemester of sleufkouterbemester. Alternatieven Er zijn in de afgelopen jaren alternatieven ontwikkeld voor het aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib op grasland op klei en veen waarbij de ammoniakemissie gelijk aan of lager is dan die bij gebruik van een zodenbemester. Twee methoden blijken te voldoen: de methode waarbij met een pulsetrackbemester de drijfmest in kuiltjes van maximaal 5 cm breed in de grond wordt gebracht en de methode waarbij met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester in strookjes van maximaal 5 cm breed tussen het gras op de grond wordt gelegd. Controle Het resultaat van de aanwending met de pulse-trackbemester kan op het oog worden gecontroleerd: als de mest netjes in de kuiltjes ligt en niet over de rand komt, is er sprake van emissiearm aanwenden. Het aanwenden van met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester vereist echter technische borging. Om te kunnen controleren of er (voldoende) water voor verdunning is gebruikt, is op de machine aanwezige digitale apparatuur nodig die de waterverdunning monitort. Regelgeving Schouten is van plan beide alternatieven op te nemen in een ministeriële regeling zodat deze in 2019 kunnen worden toegepast voor aanwending van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland op klei en veen. De technische borging van het alternatief waarbij met water verdunde drijfmest wordt aangewend met een sleepvoetbemester is echter voor die tijd niet gereed. Vooruitlopend daarop zal Schouten daarom regelen dat gedurende 2019 en 2020 door de boer bij controle aannemelijk moeten kunnen worden gemaakt dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. NVWA handhavingsplan 2019 Schouten zal de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vragen om in het handhavingsplan 2019 de naleving van dit alternatief expliciet mee te nemen. Middels een monitoringplan zal worden bekeken of de verwachte emissiereductie voldoende wordt bereikt. Indien de resultaten onvoldoende blijken, zal de minister bekijken of dit alternatief - in aanloop naar de in de versterkte handhavingsstrategie aangekondigde borgingstechnieken - moet worden heroverwogen. bron: Minsterie van LNV

Ledenraad FrieslandCampina stemt voor gebalanceerde groei

[b]Vandaag stemde de ledenraad van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina in met het voorstel van gebalanceerde groei. Deze aanpassing zorgt voor een goede balans tussen het aanbod van boerderijmelk en marktvraag, nu en in de toekomst. De gebalanceerde groei sluit aan bij de nieuwe strategie van FrieslandCampina met een focus op markt en duurzaamheid.[/b] Frans Keurentjes, voorzitter bestuur Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A.: “Afgelopen jaar hebben de leden van de zuivelcoöperatie veelvuldig en diepgaand met elkaar gesproken en stevig gediscussieerd over de balans tussen aanbod van boerderijmelk en marktvraag. De ledenraad heeft voor het voorstel tot gebalanceerde groei gestemd. Hierdoor kan de onderneming beter inspelen op rendabele afzet van melkproducten en kan de bedrijfsontwikkeling van het individuele melkbedrijf gebalanceerd plaatsvinden.” Als het totale aanbod boerderijmelk van de leden-melkveehouders in hetzelfde tempo groeit als de marktvraag, is er sprake van gebalanceerde groei. De ruimte voor groei wordt bepaald door een marktconform groeipercentage dat steeds voor een periode van twee jaar wordt vastgesteld op basis van voorspellingen van toekomstige wereldwijde groei. Voor 2019 en 2020 is het marktconforme groeipercentage vastgesteld op 1,5 procent. Daarnaast ontstaat er groeiruimte door bedrijven die stoppen, vertrekken of het hun toegekende vergelijkingsvolume niet benutten. Wanneer het collectieve melkaanbod boven de marktconforme groei uitkomt, geldt voor individuele melkveebedrijven die meer zijn gegroeid dan hun vergelijkingsvolume plus de latente ruimte toestaat een inhouding van 10 eurocent per kilo melk over de extra geleverde boerderijmelk. Voor bijzondere melkstromen kan van het marktconforme groeipercentage worden afgeweken als er meer vraag is dan aanbod van boerderijmelk voor die stroom. De aanpassing van het Melkgeldreglement gaat in op 1 januari 2019. Bron: Friesland Campina

Netwerk GRONDig overhandigt samen met kringloopboeren petitie aan het LNV

Vandaag, dinsdag 11 december 2018, overhandigt het Netwerk GRONDig samen met een peleton kringloopboeren de petitie 'Bestaande kringloopboeren demarreren naar Den Haag' aan het ministerie van LNV. ‘Geachte Kamerleden van de commissie LNV: Wij staan hier voor u: kringloopboeren van het eerste uur. Wij dragen al langer de kenmerken van een ander, duurzaam landbouwsysteem. Wij zijn het peloton, de koplopers voor al de bedrijven die transitie naar kringlooplandbouw in (moeten) gaan zetten. Kringlooplandbouw breekt met de oude landbouw, die gebaseerd is op zo hoog mogelijke voedselproductie tegen zo laag mogelijke kosten. Wij dienen meerdere belangen: voedsel, natuur, klimaat en bodemkwaliteit – en ze gaat uit van de draagkracht van de aarde en een efficiënt gebruik van grondstoffen op bedrijfsniveau en in de regio. Breken met de oude landbouw is ook breken met de oude cultuur en patronen die samenhangen met conventionele landbouw en haar in stand houden. Dat zijn veel schakels om de boerderij heen: kennisinstituten, erfbetreders, onderwijs en ook de overheid.’ "Kringlooplandbouw gaat niet alleen over eiwit of fosfaat" De visie van minister Schouten krijgt in 2019 vorm. De al bestaande grondgebonden kringloopboeren togen daarom naar Den Haag. Zij willen dat hun praktijkkennis en ervaring de lead krijgt in een eigen meerjarig Praktijkprogramma. Kringlooplandbouw gaat niet alleen over eiwit of fosfaat. Echte kringloopboeren zijn systeemdenkers en doeners. Het inzoomen op slechts deelaspecten van een bedrijf is dé valkuil. De huidige kringloopboeren willen dan ook dat andere kennisinstituten naast de WUR net zo goed worden betrokken bij de uitvoering van Schoutens visie. De Tweede Kamerleden kunnen een belangrijke rol spelen om de minister te verzoeken ook middelen in te zetten voor opschalen bestaande praktijkkennis met andere kennisinstituten. Die staan dichter bij de boeren. Overhandiging petitie Dictus Hoeksma, kringloopboer in Friesland van het eerste uur en lid van de boerenvereniging VANLA richt het woord tot de Kamerleden. Om 13.45 uur vindt in de Statenpassage de overhandiging van de petitie plaats. De organisatie is in handen van Netwerk GRONDig. Zeker 22 kringloop organisaties steunen het verzoek voor de uitvoering van een eigen Praktijkprogramma. Bron: Netwerk GRONDig

Kunnen gezinsbedrijven die niet grondgebonden zijn nog een 2e generieke korting financieel/geestelijk aan??

Volgens sommige ingewijden kan er mogelijk een 2e "generieke" korting komen tot max 10% !!! Vanwege de vele extra rechten die RVO creëert uit bezwaren en uit juridische uitspraken. Kortingen kunnen enkel gehaald worden bij de niet grondgebonden bedrijven van de 18000 bedrijven zijn er ongeveer 12000 grondgebonden van die overgebleven 6000 zit ongeveer de helft op nieuwe beschikkingen te wachten, dus die korting wordt over een zeer klein deel van de melkveehouders gehaald, deze bedrijven vaak niet gegroeid krijgen zo een gigantische oneerlijke druk (financieel,geestelijk) Wanneer rechters maar ook ministerie en belangenbehartigers grondgebonden zo belangrijk vinden wat doen we dan met uitspraken van rechters voor bedrijven die daardoor ver boven grondgebondenheid eis uitkomen (sommigen tot 50000kg/ha.) Is het fair om aan ene kant rechten uit te delen naar boeren die toevallig op 2/7 met een te grote stal aan het bouwen waren en daardoor veel intensiever worden aan andere kant rechten stelen bij gezinsbedrijven die intensief zijn ( vaak ook doordat mais/mest relaties niet meetellen)? Rechten zijn verkeerd uitgedeeld o.a aan vleesvee jongvee overig vee hierdoor geen ruimte voor knelgevallen en daardoor moeten onschuldige boeren worden bestraft met een extra generieke korting, zwaar oneerlijk. Brussel gaat beleid NL niet goedkeuren vanwege aantal beschikkingen 18000 afgesproken met EC 25000 uitgegeven Dit haalt staatsteuntoets niet! (terecht) LTO NMV najk kom in beweging, laat de fosfaatrechten overig vee uit Melkveeplafond zodat er ruimte is voor knelgevallen

Agrimest en de erkenning (LC artikel)

Ofschoon(ben zelf wel een gebruiker) een ieder zijn twijfels heeft over dit product en dat mag, hoop ik dat de lezers ook tussen regels door begrijpen of misschien wel kunnen concluderen dat bestaande oplossingen of hulpmiddelen misschien niet altijd "mogen". Met als reden het zou het bestaande verdienmodel of regelgeving ondermijnen. Onafhankelijkheid en onafhankelijk advies is moeilijk te verkrijgen van klein naar groot. bron: LC Waar blijft landelijke erkenning voor de mineralenmengsels uit Piaam? Meer en meer boeren gebruiken de mineralenmengsels van RinAgro uit Piaam. Het goedje maakt van de drijfmest een betere meststof en heeft ook tal van voordelen voor milieu en klimaat. Maar waar blijft de landelijke erkenning? Als scholier op de landbouwschool vroeg Rinze Joustra (57) zich vaak af hoe het toch kwam dat op mais op bepaalde percelen in het najaar niet wilde afrijpen. ,,Het kwam voor dat boeren dit gewas nog in januari moesten oogsten. Niet normaal.” Zelfstudie leerde Joustra dat het te maken had met de drijfmest in de kelders van de veehouders. Het bodemleven heeft ongeveer een half jaar nodig om uit deze mest stikstof te mineraliseren. Dat betekent dat veel voedingstoffen uit in het voorjaar toegediende mest pas in het najaar vrijkomen. Het gevolg: in plaats van dat de maisplant afrijpt, blijft ze groeien. Het geheim van de smid Waarom gaan we dan de mest in de wintermaanden niet verrijken, zo vroeg Joustra zijn leraren. ,,Ze moesten lachen, maar gaven geen antwoord.” Joustra bleef daarop zelf werken aan een antwoord en dat resulteerde in 2001 in de oprichting van RinAgro, een bedrijf in mineralenmengsels met bacteriën die zuurstof binden. In de loop der jaren is deze Agrimestmix steeds verder verfijnd waardoor een zuurstofrijkere omgeving gecreëerd wordt in de voorheen vrijwel zuurstofloze drijfmest. Wat die mengsels zijn, geeft Joustra niet het prijs. ,,Cliche: het geheim van de smid.” In een zuurstofloze omgeving heerst de dood ,,En dat biedt grote voordelen”, legt Joustra uit, ,,want in een zuurstofloze omgeving heerst de dood, daar is geen leven. In die drijfmest heersen de anaerobe bacteriën die als ze in aanraking komen met lucht een tegenreactie ontwikkelen. Ze produceren onder meer ammoniak, blauwzuurgas en de broeikasgassen methaan en lachgas. Door het zuurstofrijker maken van de mest, ontstaan deze gassen beduidend minder waardoor de uitstoot van broeikasgassen afneemt evenals de stank en er meer en betere voedingstoffen in de mest blijven waardoor de boer minder kunstmest en krachtvoer nodig heeft. En het is voor hem veel veiliger werken, omdat er minder van het gevaarlijke blauwzuurgas vrijkomt. Steeds meer melkveehouders onderkennen de voordelen. Telde RinAgro in 2010 zo’n 750 klanten inmiddels zijn het er 2500 in Nederland en circa 1000 in het buitenland. Het kost een gemiddeld bedrijf met 110 koeien circa duizend euro om zijn mest met Agrimestmix te behandelen. Ammoniakuitstoot wil maar niet dalen RinAgro verkreeg in 2014 een Nederlands octrooi voor zijn vinding en dit voorjaar de Europese. Het stoort Joustra echter dat de erkenning bij beleidsmaker en de onderzoeksinstituten nog ontbreekt. Vooral de erkenning dat zijn mineralenmengsel de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen verlaagt, zou de verkoop een enorme impuls kunnen geven. Het zou bovendien de melkveehouderij enorm ontlasten. De sector staat onder zeer grote druk om de ammoniakuitstoot te verlagen, want natuurorganisaties klagen steen en been dat die uitstoot zorgt voor een overbemesting van hun natuurterreinen. Om die overlast te beperken is het uiterst complexe PAS-programma opgetuigd en daarnaast legt de overheid boeren via de maatlat duurzame veehouderij op om bij nieuwbouw peperdure investeringen te doen in mestvloersystemen dan wel luchtwassers. De frustratie is groot, omdat de ammoniakuitstoot in Nederland maar niet wil dalen. Weinig medewerking Joustra klopt regelmatig in het Haagse aan om de voordelen van zijn mineralenmengsels onder de aandacht te brengen. Maar op de een of andere manier doorstaat zijn productconcept nooit de door Wageningen University gemaakte onderzoekselectie. Wordt hij bewust tegengewerkt? ,,Er is in ieder geval weinig medewerking”, merkt de Piamer ondernemer diplomatiek op. Joustra blijft onderwijl zijn bedrijf uitbouwen. Binnenkort start hij een productielocatie in het Duitse Kleef en recent is een nevenvestiging opgezet in Leeuwarden en volgt mogelijk nog een verhuizing naar een locatie bij de Dairy Valley bij de Dairy Campus. Hij heeft goede hoop dat de kringloopwijzer die de zuivelsector steeds dwingender wil opleggen, in het voordeel uitpakt van zijn bedrijf. ,,Dan wordt haarfijn blootgelegd dat melkveebedrijven die mijn Agrimestmix gebruiken heel gunstig scoren in de kringloopwijzer. Dat is logisch, want ze gebruiken minder kunstmest en krachtvoer.”

Agrifirm en WUR ontwikkelen ammoniak minimaliserende melkveestal

De landbouw heeft een stevige opdracht, mede vanuit de overheid, om de ammoniakemissie te reduceren. Zeker voor melkveehouders ligt hier een grote uitdaging. Agrifirm vat de koe bij de hoorns en ontwikkelt samen met Wageningen UR en andere partners een emissie-reducerende melkveestal. Dit nieuwe stalconcept voor melkveehouders is – net zoals de vorig jaar ontwikkelde ZERO-stal voor varkenshouders - een initiatief van Agrifirm om haar leden bij te staan in de maatschappelijke uitdagingen waarvoor de agrarische sector zich gesteld ziet. Agrifirm ontwikkelt de emissie-reducerende melkveestal in het kader van een publiek-private samenwerking (PPS) met Wageningen UR, het stalautomatiseringsbedrijf GEA Farm Technologies, het adviesbureau Vetvice, en Anders Beton, leverancier van stalvloeren. Ammoniakuitstoot minimaliseren Sinds 2015 werken deze partners samen, en begin volgend jaar volgt een meer gedetailleerde uitwerking van het nieuwe concept. Gerrit Schilstra, directeur van Agrifirm Exlan, licht alvast een tipje van de sluier op: “Het is onze doelstelling om de uitstoot van ammoniak vanuit de melkveestal vergaand te reduceren. Om ammoniakreductie te realiseren, kijken we naar het ontstaan en de werking van urease, en onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn om het ontstaan van ammoniak te voorkomen.” Dynamische omstandigheden Ammoniak ontstaat door interactie tussen urine en vaste mest. “Die interactie willen we voorkomen, waarbij we ook bekijken welke bodemoppervlaktes en vloersystemen optimaal zijn”, zegt WUR-onderzoeker Kees Lokhorst. “Een andere hoofdlijn is het klimatiseren. Open stalsystemen is een nadrukkelijke wens in de Nederlandse melkveehouderij. De omstandigheden waarbinnen je ammoniak wil reduceren zijn daarom dynamisch. Daar moet je met de vloer en de stalsystemen goed op inspelen.” Bemoedigende eerste resultaten De PPS van waaruit de emissie-reducerende melkveestal wordt ontwikkeld, is ontstaan vanuit vragen van agrarisch ondernemers aan Agrifirm Exlan. “Agrifirm leidt dit traject dat pre-concurrentieel is”, zegt Lokhorst. “Hun adviseurs staan in nauw contact met de melkveehouders die ze vertegenwoordigen. Het is de ambitie van alle samenwerkingspartners om grote stappen te zetten in ammoniakreductie.” Schilstra noemt de eerste onderzoeksresultaten bemoedigend, en daar is Lokhorst het mee eens. “We hebben onze ambitie nog niet voor de volle 100 procent gerealiseerd”, zegt hij. “Maar ik deel het positieve gevoel”. Bron: Agrifirm, 30-10-2018

dwers


Foto's
0
Video's
0
Topics
0
Reacties
0
Stemmen
300
Volgers

Over mij

Leeftijd: 49jr
Laatst online: 4u geleden

melkveehouder

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering