Kunnen gezinsbedrijven die niet grondgebonden zijn nog een 2e generieke korting financieel/geestelijk aan??

Volgens sommige ingewijden kan er mogelijk een 2e "generieke" korting komen tot max 10% !!! Vanwege de vele extra rechten die RVO creëert uit bezwaren en uit juridische uitspraken. Kortingen kunnen enkel gehaald worden bij de niet grondgebonden bedrijven van de 18000 bedrijven zijn er ongeveer 12000 grondgebonden van die overgebleven 6000 zit ongeveer de helft op nieuwe beschikkingen te wachten, dus die korting wordt over een zeer klein deel van de melkveehouders gehaald, deze bedrijven vaak niet gegroeid krijgen zo een gigantische oneerlijke druk (financieel,geestelijk) Wanneer rechters maar ook ministerie en belangenbehartigers grondgebonden zo belangrijk vinden wat doen we dan met uitspraken van rechters voor bedrijven die daardoor ver boven grondgebondenheid eis uitkomen (sommigen tot 50000kg/ha.) Is het fair om aan ene kant rechten uit te delen naar boeren die toevallig op 2/7 met een te grote stal aan het bouwen waren en daardoor veel intensiever worden aan andere kant rechten stelen bij gezinsbedrijven die intensief zijn ( vaak ook doordat mais/mest relaties niet meetellen)? Rechten zijn verkeerd uitgedeeld o.a aan vleesvee jongvee overig vee hierdoor geen ruimte voor knelgevallen en daardoor moeten onschuldige boeren worden bestraft met een extra generieke korting, zwaar oneerlijk. Brussel gaat beleid NL niet goedkeuren vanwege aantal beschikkingen 18000 afgesproken met EC 25000 uitgegeven Dit haalt staatsteuntoets niet! (terecht) LTO NMV najk kom in beweging, laat de fosfaatrechten overig vee uit Melkveeplafond zodat er ruimte is voor knelgevallen

Agrimest en de erkenning (LC artikel)

Ofschoon(ben zelf wel een gebruiker) een ieder zijn twijfels heeft over dit product en dat mag, hoop ik dat de lezers ook tussen regels door begrijpen of misschien wel kunnen concluderen dat bestaande oplossingen of hulpmiddelen misschien niet altijd "mogen". Met als reden het zou het bestaande verdienmodel of regelgeving ondermijnen. Onafhankelijkheid en onafhankelijk advies is moeilijk te verkrijgen van klein naar groot. bron: LC Waar blijft landelijke erkenning voor de mineralenmengsels uit Piaam? Meer en meer boeren gebruiken de mineralenmengsels van RinAgro uit Piaam. Het goedje maakt van de drijfmest een betere meststof en heeft ook tal van voordelen voor milieu en klimaat. Maar waar blijft de landelijke erkenning? Als scholier op de landbouwschool vroeg Rinze Joustra (57) zich vaak af hoe het toch kwam dat op mais op bepaalde percelen in het najaar niet wilde afrijpen. ,,Het kwam voor dat boeren dit gewas nog in januari moesten oogsten. Niet normaal.” Zelfstudie leerde Joustra dat het te maken had met de drijfmest in de kelders van de veehouders. Het bodemleven heeft ongeveer een half jaar nodig om uit deze mest stikstof te mineraliseren. Dat betekent dat veel voedingstoffen uit in het voorjaar toegediende mest pas in het najaar vrijkomen. Het gevolg: in plaats van dat de maisplant afrijpt, blijft ze groeien. Het geheim van de smid Waarom gaan we dan de mest in de wintermaanden niet verrijken, zo vroeg Joustra zijn leraren. ,,Ze moesten lachen, maar gaven geen antwoord.” Joustra bleef daarop zelf werken aan een antwoord en dat resulteerde in 2001 in de oprichting van RinAgro, een bedrijf in mineralenmengsels met bacteriën die zuurstof binden. In de loop der jaren is deze Agrimestmix steeds verder verfijnd waardoor een zuurstofrijkere omgeving gecreëerd wordt in de voorheen vrijwel zuurstofloze drijfmest. Wat die mengsels zijn, geeft Joustra niet het prijs. ,,Cliche: het geheim van de smid.” In een zuurstofloze omgeving heerst de dood ,,En dat biedt grote voordelen”, legt Joustra uit, ,,want in een zuurstofloze omgeving heerst de dood, daar is geen leven. In die drijfmest heersen de anaerobe bacteriën die als ze in aanraking komen met lucht een tegenreactie ontwikkelen. Ze produceren onder meer ammoniak, blauwzuurgas en de broeikasgassen methaan en lachgas. Door het zuurstofrijker maken van de mest, ontstaan deze gassen beduidend minder waardoor de uitstoot van broeikasgassen afneemt evenals de stank en er meer en betere voedingstoffen in de mest blijven waardoor de boer minder kunstmest en krachtvoer nodig heeft. En het is voor hem veel veiliger werken, omdat er minder van het gevaarlijke blauwzuurgas vrijkomt. Steeds meer melkveehouders onderkennen de voordelen. Telde RinAgro in 2010 zo’n 750 klanten inmiddels zijn het er 2500 in Nederland en circa 1000 in het buitenland. Het kost een gemiddeld bedrijf met 110 koeien circa duizend euro om zijn mest met Agrimestmix te behandelen. Ammoniakuitstoot wil maar niet dalen RinAgro verkreeg in 2014 een Nederlands octrooi voor zijn vinding en dit voorjaar de Europese. Het stoort Joustra echter dat de erkenning bij beleidsmaker en de onderzoeksinstituten nog ontbreekt. Vooral de erkenning dat zijn mineralenmengsel de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen verlaagt, zou de verkoop een enorme impuls kunnen geven. Het zou bovendien de melkveehouderij enorm ontlasten. De sector staat onder zeer grote druk om de ammoniakuitstoot te verlagen, want natuurorganisaties klagen steen en been dat die uitstoot zorgt voor een overbemesting van hun natuurterreinen. Om die overlast te beperken is het uiterst complexe PAS-programma opgetuigd en daarnaast legt de overheid boeren via de maatlat duurzame veehouderij op om bij nieuwbouw peperdure investeringen te doen in mestvloersystemen dan wel luchtwassers. De frustratie is groot, omdat de ammoniakuitstoot in Nederland maar niet wil dalen. Weinig medewerking Joustra klopt regelmatig in het Haagse aan om de voordelen van zijn mineralenmengsels onder de aandacht te brengen. Maar op de een of andere manier doorstaat zijn productconcept nooit de door Wageningen University gemaakte onderzoekselectie. Wordt hij bewust tegengewerkt? ,,Er is in ieder geval weinig medewerking”, merkt de Piamer ondernemer diplomatiek op. Joustra blijft onderwijl zijn bedrijf uitbouwen. Binnenkort start hij een productielocatie in het Duitse Kleef en recent is een nevenvestiging opgezet in Leeuwarden en volgt mogelijk nog een verhuizing naar een locatie bij de Dairy Valley bij de Dairy Campus. Hij heeft goede hoop dat de kringloopwijzer die de zuivelsector steeds dwingender wil opleggen, in het voordeel uitpakt van zijn bedrijf. ,,Dan wordt haarfijn blootgelegd dat melkveebedrijven die mijn Agrimestmix gebruiken heel gunstig scoren in de kringloopwijzer. Dat is logisch, want ze gebruiken minder kunstmest en krachtvoer.”

Agrifirm en WUR ontwikkelen ammoniak minimaliserende melkveestal

De landbouw heeft een stevige opdracht, mede vanuit de overheid, om de ammoniakemissie te reduceren. Zeker voor melkveehouders ligt hier een grote uitdaging. Agrifirm vat de koe bij de hoorns en ontwikkelt samen met Wageningen UR en andere partners een emissie-reducerende melkveestal. Dit nieuwe stalconcept voor melkveehouders is – net zoals de vorig jaar ontwikkelde ZERO-stal voor varkenshouders - een initiatief van Agrifirm om haar leden bij te staan in de maatschappelijke uitdagingen waarvoor de agrarische sector zich gesteld ziet. Agrifirm ontwikkelt de emissie-reducerende melkveestal in het kader van een publiek-private samenwerking (PPS) met Wageningen UR, het stalautomatiseringsbedrijf GEA Farm Technologies, het adviesbureau Vetvice, en Anders Beton, leverancier van stalvloeren. Ammoniakuitstoot minimaliseren Sinds 2015 werken deze partners samen, en begin volgend jaar volgt een meer gedetailleerde uitwerking van het nieuwe concept. Gerrit Schilstra, directeur van Agrifirm Exlan, licht alvast een tipje van de sluier op: “Het is onze doelstelling om de uitstoot van ammoniak vanuit de melkveestal vergaand te reduceren. Om ammoniakreductie te realiseren, kijken we naar het ontstaan en de werking van urease, en onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn om het ontstaan van ammoniak te voorkomen.” Dynamische omstandigheden Ammoniak ontstaat door interactie tussen urine en vaste mest. “Die interactie willen we voorkomen, waarbij we ook bekijken welke bodemoppervlaktes en vloersystemen optimaal zijn”, zegt WUR-onderzoeker Kees Lokhorst. “Een andere hoofdlijn is het klimatiseren. Open stalsystemen is een nadrukkelijke wens in de Nederlandse melkveehouderij. De omstandigheden waarbinnen je ammoniak wil reduceren zijn daarom dynamisch. Daar moet je met de vloer en de stalsystemen goed op inspelen.” Bemoedigende eerste resultaten De PPS van waaruit de emissie-reducerende melkveestal wordt ontwikkeld, is ontstaan vanuit vragen van agrarisch ondernemers aan Agrifirm Exlan. “Agrifirm leidt dit traject dat pre-concurrentieel is”, zegt Lokhorst. “Hun adviseurs staan in nauw contact met de melkveehouders die ze vertegenwoordigen. Het is de ambitie van alle samenwerkingspartners om grote stappen te zetten in ammoniakreductie.” Schilstra noemt de eerste onderzoeksresultaten bemoedigend, en daar is Lokhorst het mee eens. “We hebben onze ambitie nog niet voor de volle 100 procent gerealiseerd”, zegt hij. “Maar ik deel het positieve gevoel”. Bron: Agrifirm, 30-10-2018

Geen krimp van de veestapel bij klimaatakkoord

[b]De melk- en de zuivelsector willen met technische maatregelen voldoen aan de eisen die staan in het vandaag gepresenteerde klimaatakkoord van de overheid.[/b] Krimpen van het aantal dieren – dat ook reductie in uitstoot van broeikasgassen betekent – zou volgens LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) alleen maar kunnen leiden tot aanwas van vee in het buitenland. Daardoor zou de hier gerealiseerde reductie van broeikasgassen weer teniet worden gedaan. Meer eiwit van eigen land De Nederlandse zuivelindustrie heeft met de overheid afgesproken dat ze in 2030 2,6 megaton aan CO2-equivalenten aan broeigassen heeft gereduceerd. Maatregelen die invloed hebben op diervoeding, mestopslag en bemesting moeten leiden tot 0,8 megaton aan CO2-reductie. Energiebesparende maatregelen en productie van duurzame energie leveren nog eens 0,8 megaton aan CO2-reductie op. Door meer eiwit van eigen land te halen via eiwithoudende gewassen verwacht de sector dat er minder import van soja en palmpitten noodzakelijk is. Daarmee wordt in potentie 1,0 megaton aan CO2 bespaard. Overheid grijpt in bij niet realiseren doelstellingen In het vandaag gepresenteerde document ‘Klimaatverantwoorde zuivelsector’ wordt gemeld dat melkveehouders de maatregelen die ze nemen op bedrijfsniveau om broeikassen te reduceren, kunnen monitoren in een carbonfootprintmonitor. Vrijblijvend zijn de sectordoelstellingen evenmin: in het akkoord wordt ook gemeld dat de overheid zal ingrijpen op bedijfsniveau als de sector de doelstellingen niet realiseert. Klik hier om het document over het klimaatakkoord van de zuivelsector te bekijken: http://veeteelt.nl/sites/default/files/klimaatverantwoorde_zuivelsector_in_nederland_juni_2018.pdf#overlay-context=

Manifest en motie voor verlenging bovengronds uitrijden van mest

[b]Vandaag om 17:20 uur wordt de motie ingediend: PERSBERICHT [/b] De ‘Vereniging tot Behoud van Boer&Milieu’ (VBBM) heeft vandaag een manimest (manifest) aangeboden aan de vaste Kamercommissie van landbouw. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) was ook aanwezig om het manifest te ondersteunen. In het manifest pleiten zij voor toekomstbestendig mestbeleid. De huidige koers waarin technische en chemische maatregelen, om milieudoelstellingen te behalen, centraal staan is een doodlopende weg volgens VBBM. De vereniging is al 30 jaar pleitbezorger voor mestbeleid die biologische principes volgt. Het bovengrondse aanwenden van kwalitatief goede mest is daarbij een speerpunt. VBBM en NMV vinden de tijd rijp voor de overheid om een alternatieve koers te faciliteren. Ze vinden een bondgenoot in Tjeerd de Groot, landbouwwoordvoerder van D66, die warm pleitbezorger is van kringlooplandbouw. De Groot diende vandaag, samen met collega Futselaar (SP) een motie in om de vrijstelling voor bovengronds bemesten te continueren. [b]Van end of pipe naar bronmaatregelen[/b] In het manifest pleit VBBM voor de gewenste beleidsrichting; Gebaseerd op broninterventies en de biologie die leidend is. Er zijn uitstekende mogelijkheden voor emissiereductie via rantsoenmaatregelen voor vee of het laten fermenteren, in plaats van rotten (anaerobe omzetting van eiwit) van (drijf)mest. Mest van een goede kwaliteit heeft minder stikstofverliezen door emissie of uitspoeling omdat het veel organisch gebonden stikstof bevat. Boeren die zijn verenigd in de VBBM laten koeien, dankzij broninterventies, mest produceren welke 30% minder ammoniakale stikstof bevat dan mest die geproduceerd is op een gemiddeld bedrijf in Nederland. Omdat de totale emissie dankzij VBBM management laag is zou deze mest nog gewoon bovengronds moeten kunnen worden aangewend, vindt VBBM. Te meer nu de emissiefactor van verschillende bemestingsmethodes discutabel zijn en de berekende reductie zich niet terugvertaalt in een zichtbare daling van ammoniakconcentraties in de lucht. VBBM is overtuigd dat er een kanteling plaats dient te vinden bij de wetgever die zich door moet vertalen in een andere benadering in wetenschappelijk onderzoek. Het ministerie wees dit voorjaar de vraag om verlenging van de vrijstelling voor bovengrondse bemesting resoluut van de hand. De motie van Tjeerd de Groot (D66) en Frank Futselaar (SP), om de vrijstelling voor bovengrondse bemesting te verlengen met vijf jaar, is dan ook koren op de molen van beide boerenverenigingen. Tjeerd de Groot, landbouwwoordvoerder van D66, steunt dit manifest: “Kringlooplandbouw draagt bij aan duurzame voedselproductie die in evenwicht is met de natuur. Daarom dien ik vol overtuiging deze motie in met mijn collega Futselaar. Om de kringloop nog beter te sluiten pleit ik in de Tweede Kamer ook voor betere mestkwaliteit en een gezondere bodem. Dat is goed voor het klimaat, want het houdt het grondwater schoon en de natuur intact. Op die manier zorgen we er samen voor dat kringlooplandbouw écht de standaard wordt”. [b]Duurzaam mestbeleid[/b] Erik Valk, voorzitter van de VBBM: ‘Overheid, wetenschap en politiek hebben de laatste jaren de mond vol van duurzaamheid. Wat mij betreft een holle term waar het mestbeleid aangaat. Ze weigeren de ingezette weg van technische en chemische oplossingen los te laten. Mest wordt verplicht ondergewerkt waardoor lachgasproductie uit landbouwbodems is verdubbeld (bron: RVO) door stikstofomzettingen in de bodem. Vervolgens belanden we in het klimaatdossier voor een enorme uitdaging, terwijl lachgas 320 keer CO2 is. In het verleden is de grote fout gemaakt door van de biologie af te stappen en in verschillende milieudossiers door middel van techniek en chemie oplossingen af te willen dwingen. De natuur laat zich niet sturen, mest hoort op de grond, dat heeft een reden. Het onderwerken van mest is funest voor een goed functionerend bodemleven, wat cruciaal is voor de juiste omzetting van nutriënten. De enige juiste wijze van landbouw bedrijven heeft in mijn optiek alles te maken met het volgen van de principes van de natuur. Het k n anders, dat bewijzen boeren van de VBBM. Biedt hen de ruimte om dat te doen’. Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) ondersteunt manifest De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) was aanwezig bij de petitieaanbieding van VBBM en is positief over de ingediende motie van de Groot en Futselaar. Standpunten van VBBM passen bij wat NMV voor ogen heeft. Harm Wiegersma, voorzitter van NMV; ‘Veel beleid is tot stand gekomen omdat er constant ingezet is op productiemaximalisatie en efficiency. Er zijn alleen ook andere mogelijkheden om ammoniakemissie te beperken, waar NMV absoluut voorstander van is. Waar VBBM het met name zoekt in bronaanpak zijn wij bijvoorbeeld groot voorstander van het ‘Aeromix systeem’. Door het zuurstof aan mest toe te voegen krijg je mest die minder ammoniakaal stikstof bevat en gerijpt is. Wanneer je op deze wijze ammoniakemissie kunt reduceren zou die reductie gevalideerd moeten worden in het beleid, zodat het onderwerken van mest niet meer noodzakelijk is. Dat is beter voor het hele systeem, dat zien wij al jaren in. Hopelijk leidt deze motie er tevens toe dat de beleids- en wetmakers zich hier eens te meer bewust van worden er ruimte voor gaan bieden en onderzoeken faciliteren’. In 2013 zorgde een politieke motie van Henk van Gerven (SP) er voor dat boeren, die aan door VBBM gestelde voorwaarden voldoen, mest nog steeds bovengronds aan mogen wenden. Mestinjectie is bij wet verplicht maar kent volgens de vereniging vele ongewenste neveneffecten die nog steeds onderbelicht zijn. VBBM en NMV hopen dan ook dat op het moment dat er over de motie gestemd zal worden de kamer zich net als in 2013 kamerbreed achter de motie zal scharen. Dit maakt de weg vrij voor het scheppen van ruimte voor toekomstbestendig mestbeleid.

Column Sjakie - Onzekerheid is onacceptabel

Door Jack Rijlaarsdam, Het is duidelijk dat we als leden van FrieslandCampina voor een voldongen feit staan. Er komt al meer melk dan FrieslandCampina kan verwerken en verwaarden. Een eventuele toename van de melkaanvoer vergroot deze zorgen. Investeren in verwerking en verwaarding kost tijd en geld, beide zijn er eigenlijk niet. Regulering van de aanvoer is dan de enige overblijvende mogelijkheid. Niets doen is geen optie volgens het bestuur. Laat dat nu net hetgeen zijn wat de afgelopen paar jaar is gebeurd. De melk klotst al enige tijd tegen de plinten en het bestuur heeft daadwerkelijk ingrijpen vermeden door bonus- en standstillmaatregelen in te voeren. In 2015 werd al snel duidelijk dat de groei van de melkaanvoer sneller ging dan verwacht. Dat was het moment waarop de leden de keuze voorgelegd had moeten worden: investeren in verwerking en afzet of reguleren. Die keuze er nu niet meer. Het oplossen van deze crisis begint met het nemen van verantwoording. Door het steeds vooruitschuiven van strategische beslissingen is het bestuur in feite onderdeel van het probleem. Om als bestuur toch geloofwaardig aan een oplossing te kunnen werken, rest er voor oudgedienden als Frans Keurentjes, Erwin Wunnekink, Angelique Huijben en Hans Stöcker niets anders dan de eer aan zichzelf te houden en hun positie ter beschikking te stellen. Vervolgens zal er alles aan gedaan moeten worden om het grootste pijnpunt uit het voorstel op te lossen. Melkveebedrijven zijn niet alleen ondernemingen, maar vooral gezinsbedrijven. De afgelopen periode was er veel onzekerheid, maar met de komst van de fosfaatrechten werden de kaders duidelijk. FrieslandCampina geeft aan groei van individuele bedrijven niet te begrenzen, maar legt wel een latente claim van 10 cent per extra kilo melk op. Nu hangt er dus weer voor jaren onzekerheid boven de keukentafel. Dit is onacceptabel. Laat de leden dan maar geld inleggen voor alle extra melk of maak de referentie verhandelbaar. Op deze manier is het resultaat van groei in melk te begroten en kan ieder een onderbouwde keuze maken. Bron: https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2018/05/07/onzekerheid-is-onacceptabel

dwers


Foto's
0
Video's
0
Topics
0
Reacties
0
Stemmen
257
Volgers

Over mij

Leeftijd: 49jr
Laatst online: 10u geleden

melkveehouder

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering