Reactie Stichting Stikstof Claim (SSC) op het coalitieakkoord D66, VVD en CDA

Vandaag, 30 januari 2026, is het coalitieakkoord gepubliceerd dat de afgelopen weken tot stand is gekomen na onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA. Het akkoord is breder dan alleen landbouw, stikstof en natuur. Onze reactie richt zich op deze drie onderwerpen, die voor SSC-aangeslotenen van groot belang zijn. Onze eerste beoordeling is dat er goede elementen in het akkoord zitten. Tegelijkertijd bevat het akkoord een wezenlijke, onvoldoende doordachte inzet op een nieuw doelsturingsgericht vergunningenstelsel. Dit zal de huidige onzekere periode sinds de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 met nog eens acht jaar verlengen. Positieve punten uit het akkoord 1. Natuur meten en monitoren Positief is dat de coalitie inzet op daadwerkelijke metingen van stikstofdepositie en op het gebruik van satellietgegevens om rekenmodellen te kalibreren en te valideren. Ook wordt ingezet op monitoring van stikstofdepositie in natuurgebieden. Daarnaast is SSC positief over de verplichting voor natuurorganisaties om, naar aanleiding van bodemanalyses, mitigerende maatregelen te treffen (bijvoorbeeld bekalken). Ook positief is de inzet om prioritering aan te brengen in de mate van stikstofgevoeligheid van natuurgebieden. Niet overal hoeft stikstofbeleid tot forse maatregelen te leiden. Minder positief is SSC over de inzet om natuurgebieden meer met elkaar te verbinden. In de praktijk zal dit leiden tot nog meer natuur en daarmee nog meer beperkingen. Daar zitten we niet op te wachten. 2. Stikstofbeleid De eerdergenoemde prioritering van natuurgebieden bij de noodzaak tot stikstofmaatregelen zien wij als een juiste stap: niet alles hoeft overal. Positief is ook dat wordt ingezet op vrijwillige maatregelen en dat gebieden niet volledig op slot gaan, maar dat wordt gekeken naar wat wél mogelijk is. Daarnaast moeten provinciale plannen gaan voldoen aan landelijke randvoorwaarden, wat zorgt voor meer eenheid in beleid. Dat het beleid zich richt op het prioritair opkopen van verouderde bedrijven en bedrijven dichtbij stikstofgevoelige natuur zien wij eveneens als een positieve ontwikkeling. Het invoeren van een rekenkundige ondergrens (RKO) is een goede stap. Hiervoor is overigens geen stikstofreductie nodig, zoals het coalitieakkoord stelt. De RKO volgt uit een wiskundige analyse van de ruis in het rekenmodel. Deze ruis bedraagt circa 10 mol, waardoor een RKO van 1 mol morgen al zonder bezwaar kan worden toegepast. De coalitie trekt tot 2035 een bedrag van 20 miljard euro uit. Voor fors beleid is ook fors geld nodig. Nog niet duidelijk is of dit geld afkomstig is uit herschikking van bestaande middelen of dat het om extra middelen gaat. Positief is ook dat in 2032 wordt toegewerkt naar grondgebondenheid. Dit als stip op de horizon zetten geeft richting. Tevens is dit één van de weinige mogelijkheden om weer derogatie van de EU te verkrijgen voor het toestaan van meer dierlijke mest dan de huidige norm van 170 kg stikstof per hectare. Wij realiseren ons dat dit voor sommige bedrijven een zeer forse stap is, maar als de norm van 170 kg N per hectare blijft bestaan, is dat funest voor alle bedrijven. Tot slot zijn wij positief over het uit de wet halen van de KDW (kritische depositiewaarde). Wel maken wij ons grote zorgen over het voorgestelde alternatief voor vergunningverlening via doelsturing. Kritiekpunten Als Stichting Stikstof Claim zijn wij zeer kritisch op generieke emissiereductie. Deze geeft namelijk geen enkele ruimte voor vergunningverlening. Dat is een illusie. Landbouw is niet de enige uitstoter van stikstof en ook het buitenland vormt een forse component. Bovendien is generieke emissiereductie gebaseerd op de onjuiste theorie dat ammoniak grote afstanden aflegt. In werkelijkheid komt circa 65% tot 75% van de ammoniakemissie terecht op boerengrond. Generieke reductie op grotere afstand van natuur helpt de natuur dus niet. Zeer kritisch zijn wij ook op het ombouwen van het vergunningenstelsel naar doelsturing. Doelsturing is gebaseerd op rekenmodellen en natuurlijke processen met nóg grotere onzekerheden dan het huidige Aerius-model. In plaats van van regen naar de drup te gaan, duw je de veehouderij hiermee het luchtledige in met een loze belofte die nooit kan worden waargemaakt. Bij doelsturing wordt een boer in hoge mate afhankelijk van weersomstandigheden. Je krijgt vaste doelen, maar steeds veranderende (on)mogelijkheden om die doelen te bereiken. De door LTO en NAJK in het bouwstenenakkoord met IPO afgesproken generieke stikstofreductie van 42%/46% vanaf 2019 zal worden opgenomen in de wet. Los van de vraag of deze reductie haalbaar is, zijn wij ervan overtuigd dat deze generieke reductie – gezien recente rechterlijke uitspraken – niet gaat helpen om vergunningverlening weer op gang te brengen. 4. Nieuw vergunningenstelsel Ons grootste kritiekpunt is het voorgenomen nieuwe vergunningenstelsel, gericht op doelsturing en daarmee gepaard gaande onzekerheden. Nog belangrijker: een nieuw juridisch stelsel voor vergunningen betekent een forse verlenging van de huidige onzekere periode. Het ontwikkelen van een nieuw vergunningenstelsel kost circa 2 tot 3 jaar voordat een wet uitvoerbaar is. Daarna volgt naar verwachting een periode van ongeveer 5 jaar met gerechtelijke procedures. Alles bij elkaar zal dit coalitievoorstel de onzekere periode van de afgelopen zeven jaar verlengen met minimaal acht jaar. Dit is voor de meeste bedrijven ronduit funest en hierover is onvoldoende nagedacht. Deze reactie is een eerste beoordeling op basis van de tekst van het coalitieakkoord. Op basis hiervan zullen wij de komende maanden gesprekken voeren met leden van de Tweede Kamer, nieuwe bewindslieden en andere organisaties. Jan Cees Vogelaar Voorzitter Stichting Stikstofclaim

Veehouders bij kwetsbare natuur krijgen eerder geld om te stoppen

DEN HAAG – Veehouders binnen een kilometer van overbelaste natuurgebieden krijgen met voorrang subsidie als ze willen stoppen. Voor hen geldt ‘first come, first serve’, staat in de uitkoopregeling die demissionair landbouwminister Femke Wiersma (BBB) maandag heeft gepubliceerd voor reacties. Andere veehouders komen later in aanmerking als er nog geld is. De nieuwe regeling lijkt op een uitkoopregeling die onder het vierde kabinet-Rutte is opgetuigd. Daarbij waren de regels gunstiger voor veehouderijen die veel stikstof op kwetsbare natuur laten neerslaan. De piekbelasters kregen onder die regeling 120 procent van hun bedrijfswaarde vergoed. Bij Wiersma’s nieuwe regeling wordt dat 110 procent. Boeren binnen 1000 meter van overbelaste natuur krijgen ook sloopkosten van 45 euro per vierkante meter van hun stal vergoed. Gevraagd naar de reden dat boeren bij kwetsbare natuur deze keer niet 120 maar 110 procent van hun bedrijfswaarde krijgen, antwoordt een woordvoerder dat de oude regeling als unieke kans was gepresenteerd. Dat moest een “woest aantrekkelijke” regeling worden, zei Wiersma’s voorganger destijds. De nieuwe regeling moet ruimhartig maar ook “doeltreffend” zijn, aldus de woordvoerder. Voor de uitkoopregeling is in eerste instantie 750 miljoen euro klaargezet. Later komt daar mogelijk nog eens 375 miljoen euro bij. In de Tweede Kamer klonken vorig jaar veel twijfels of de maatregelen genoeg zijn om Nederland ‘van het slot’ te krijgen. Wiersma leek dat in een debat te erkennen: “Ik had het ook graag anders gezien.” Wiersma wil de regeling halverwege dit jaar openstellen. Of dat lukt is nog niet zeker, onder meer omdat de Europese Commissie nog goedkeuring moet geven.

Eetbaar balennet als vervanger voor plastic

Het Kiwi‑Econet is een biologisch afbreekbaar én eetbaar balennet gemaakt van jute, ontwikkeld door de Nieuw-Zeelandse boer Grant Lightfoot. Het dient als duurzaam alternatief voor traditionele plastic netten die rond hooi- en kuilbalen worden gewikkeld https://thumbs.tractorfan.nl/bijlage_groot/9/91301f9e-a63f-43e5-b984-78e26a912ad3.jpg 🌱 Kenmerken en voordelen 100% natuurlijk en biologisch afbreekbaar: Gemaakt van plantaardige jutevezels die in de bodem afbreken en bijdragen aan de organische stofopbouw Eetbaar voor vee: Veeboeren kunnen het net gewoon meevoeren met de balen, zonder verwijdering. Het is veilig, vrij van schadelijke stoffen en zelfs potentieel voedzaam Bespaart kosten en arbeid: Net als plastic rollen past het moeiteloos in bestaande balenpersen, maar je hoeft het na voeren niet te verzamelen. Dat scheelt werk en voorkomt plastic afval, bovendien zijn er geen verwijderingskosten Testresultaten positief: Tests door Eurofins en proefvoeding bij koeien lieten geen schadelijke residuen zien en toonden dat het net volledig verteerd of afgebroken is in het dier Ontstaan & beschikbaarheid Ontwikkeld door: Grant Lightfoot, die experimenteerde met natuurlijke materialen; jute bleek sterk genoeg én biologisch afbreekbaar Productie & distributie: Gefabriceerd in India, distributie inmiddels gestart in Nieuw-Zeeland, binnenkort beschikbaar in Europa . In Zwitserland werd het in juli 2025 voorgesteld bij landbouwbedrijven, compatibel met gangbare persen – al zit er ongeveer 500 m net op een rol (minder dan bij plastic) en de prijs ligt rond CHF 107 (ongeveer €100) per rol Samenvatting - Materiaal - Jute (plantaardig, afbreekbaar, eetbaar) - Milieu-impac - Vermindert plastic afval en microplastics - Veegezondheid - Geen schadelijke stoffen; verteert volledig - Efficiëntie - Bespaart arbeid en kosten bij verwijdering - Wereldwijde inzet In gebruik in NZ, VS, Europa (incl. Zwitserland) Kortom: het Kiwi‑Econet biedt een slimme, duurzame alternatief voor plastic bale netting. Het is niet alleen milieuvriendelijk en vee-veilig, maar ook praktisch – ideaal voor moderne landbouwers die grip willen op zowel efficiëntie als duurzaamheid. Bron: https://chatgpt.com/share/687b6816-e688-8001-8950-8480acb8c626

Laura Bromet (GroenLinks-PvdA): ‘Meer boeren, minder vee en grotere rol overheid’

https://www.boerderij.nl/laura-bromet-groenlinks-pvda-meer-boeren-minder-vee-en-een-grotere-rol-voor-de-overheid?utm_source=Maileon&utm_medium=email&utm_campaign=boe_nl_traffic_con_non_base-newsletter_email_oth_vandaag-2025-03-28&utm_content=https%3A%2F%2Fwww.boerderij.nl%2Flaura-bromet-groenlinks-pvda-meer-boeren-minder-vee-en-een-grotere-rol-voor-de-overheid&mlnt=bBe7oXguZvaTR5oVoYNzYTpK-BDeOBarl_sD5lqqh6wdO065dyXeIA&mlnm=2Wi6ekXWwvk&mlnl=WH2Pkci5w5s&mlnc=baGv9lpU_FA&mlnch=f-KaJ5cbraeTasunZhEJLg&mlnmsg=-MhtF1BP5QiIyp4lrvwMQQ Laura Bromet (GroenLinks-PvdA): ‘Meer boeren, minder vee en grotere rol overheid’ Redactie Theo Brummelaar parlementair verslaggever Grootste oppositiepartij GroenLinks-PvdA presenteert vanmiddag haar landbouwvisie Goed Eten, Goed Boeren. Een interview met Tweede Kamerlid Laura Bromet. Citaat: Gelukkigere boeren, maar dus ook minder boeren? “Dat is helemaal niet ons doel. De productie loopt tegen grenzen aan van wat kan en dat heeft te maken met de omvang van de veestapel en de intensieve veehouderij. In een ideale situatie wil ik zelfs meer boeren. Er zijn ook boeren die niet op een boerderij zijn opgegroeid, maar dat wel willen en niet kunnen vanwege de hoge grondprijzen. Die zie ik graag komen. Ik wil meer boeren, minder vee.” Meer boeren en minder vee, is er dan nog een verdienmodel? “Ja, het verdienmodel wordt nu veel te veel bepaald door de vrije markt. Ik zie een voedselsysteem voor me waarin de overheid een veel grotere vinger in de pap heeft. Dan gaat het over het verwerven en uitgeven van grond, subsidies voor omschakeling naar biologisch of een heffing op kunstmest of krachtvoer.”

Mestspecialist Jan Roefs: ‘Verwerking rundveemest kansrijk’

Mest wordt nog te veel gezien als afval. ‘Maar ook rundveemest is waardevol als grondstof en mestverwerking is daarom kansrijk.’ De rundveehouderij is, als het gaat om mest, niet gericht op de markt en Roefs ziet weinig bereidheid in de sector om op lange termijn samen te werken. ‘Als de insteek voor veehouders blijft: waar kan ik mijn mest nu zo goedkoop mogelijk kwijt, ontstaan er nooit goede ketens om de mest tot waarde te brengen’, denkt de NCM-directeur. Hij roept veehouders en hun organisaties op om zelf initiatief te nemen en hun lot niet over te laten aan mesthandelaren. ‘Die denken veelal op de korte termijn en vanuit eigenbelang.’ Pluimveehouders krijgen geld voor mest De NCM-directeur maakt in het interview een vergelijking met de pluimveehouderij. ‘Pluimveehouders ontvangen meestal geld voor hun mest, omdat de sector marktgericht organische meststoffen afzet in gebieden waar mest schaars is’, legt hij uit. Verwerking van rundveedrijfmest is duurder, maar ook deze mest is volgens Roefs zeker waardevol, bijvoorbeeld vanwege de vraag naar groen gas die kan worden ingevuld met de winning van methaan uit mest. ‘Voor de organische fractie in mest zijn er buiten Nederland grote markten. En mineralenconcentraten of gestripte ammoniak uit dierlijke mest kunnen straks lokaal worden gebruikt als renure met een veel lagere CO2-footprint dan kunstmest’, legt hij uit. Dit zegt Jan Roefs, directeur van het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM), aan de vooravond van een spannend mestjaar in een interview in Veeteelt en VeeteeltVlees.

robotmelker

@robotmelker


Topics
0
Reacties
0
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 3u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering