Waarom alleen landbouwinnovaties niet genoeg zijn om het stikstofprobleem op te lossen

Het kabinet trekt miljarden uit voor technologische oplossingen die de uitstoot van ammoniak uit de veehouderij moeten verlagen. Vijf vragen en antwoorden over innovatie als weg uit de stikstofcrisis. 1. Technologische oplossingen om de stikstofuitstoot terug te dringen: waar moeten we dan aan denken? Al jaren wordt er in de landbouwsector gewerkt met technologie om de uitstoot van ammoniak te verminderen. In de varkens- en pluimveesector gaat het bijvoorbeeld om luchtwassers, in de melkveestallen om speciale vloeren. Daarnaast zijn op dit moment tal van nieuwe innovaties in ontwikkeling. Dat varieert van technieken waarbij de lucht onder de stalvloer wordt afgezogen en door een luchtwasser gaat, tot sproeisystemen waarbij de uitstoot met ammoniakremmende middelen wordt geremd. En het 'koeientoilet', dat poep en plas van elkaar scheidt zodat er geen ammoniak kan ontstaan. 2. Kan het stikstofprobleem helemaal opgelost worden met technologie? Deskundigen denken van niet. Zo richten de innovaties zich alleen op de uitstoot in stallen, terwijl ook bij het uitrijden van mest op het land ammoniak vrijkomt. Daar doet technologie niets aan. Daarnaast moet ook de uitstoot van broeikasgassen zoals methaan worden teruggedrongen en lijdt de waterkwaliteit onder meer onder de uitspoeling van nitraat uit mest. De staltechnieken die nu beschikbaar zijn, richten zich alleen op ammoniak. Wel zijn er innovaties in ontwikkeling die tegelijkertijd ook een oplossing voor de uitstoot van methaan kunnen opleveren, maar dat is nog toekomstmuziek. Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) liet vorig jaar zien dat met de bredere inzet van emissiearme stallen de ammoniak-uitstoot met 6 miljoen kilo per jaar omlaag gebracht kan worden. In totaal wil het kabinet de uitstoot in 2030 met 39 miljoen kilo per jaar hebben teruggeschroefd. Datzelfde PBL waarschuwde in een andere studie dat ook al zouden Nederlandse boeren massaal overstappen op hoogtechnologische emissiearme stallen, er nóg te veel uitstoot zou zijn om de stikstof- en klimaatdoelen te halen Dat is een groot risico, waarschuwde het Planbureau. Veehouders hebben dan geïnvesteerd in dure systemen, waarna ze alsnog moeten krimpen of stoppen. 3. Waarom trekt Den Haag er dan tóch miljarden voor uit? Minister Christianne van der Wal van Natuur en Stikstof benadrukt voortdurend dat met innovatie alleen het probleem niet kan worden opgelost. Om haar eigen stikstofdoelen te halen is het ook nodig dat veehouders stoppen, verplaatsen of minder vee gaan houden. Toch hoopt het kabinet wel degelijk dat met nieuwe technische vondsten de uitstoot van veehouderijen verder omlaag kan worden gebracht. Daar heeft het kabinet dan ook een substantieel bedrag uitgetrokken: van de 25 miljard euro in het 'stikstoffonds' gaat zo'n 10 procent naar innovatie. Er staat inmiddels een subsidieregeling open waar bedenkers van technische oplossingen zich kunnen melden. Tot dusver kwamen daar 117 aanvragen binnen voor een totaalbedrag van een kleine 140 miljoen euro. Daarvan zijn er 49 gefinancierd met in totaal 44 miljoen euro. Ook zijn er subsidies voor boeren die staltechnieken willen aanschaffen. 4. Wanneer komen die nieuwe innovaties beschikbaar voor boeren? Gemiddeld duurt het al gauw 5 jaar voordat een nieuwe uitvinding als bewezen techniek kan worden toegelaten tot de markt. Zo moeten nieuwe stalsystemen op vier locaties gedurende een jaar worden gemeten. Het betekent dat uitvindingen die nu worden aangemeld pas in 2027 op de markt kunnen komen als ze succesvol zijn. En dat terwijl het kabinet stikstofdoelen heeft gesteld die in 2030 moeten worden gehaald. Vanuit de fabrikanten klinkt al langer kritiek dat de toelating van innovaties te traag en bureaucratisch verloopt. Vooralsnog lijkt Den Haag dat probleem ook op bureaucratische wijze op te willen lossen. Zo stelde het vorige kabinet een taskforce in die moest onderzoeken hoe het innovatieproces kon worden versneld, gevolgd door een kwartiermaker die voorbereidend werk moet gaan verrichten voor een nog aan te stellen innovatiegezant en regie-orgaan. 5. Zijn er nog meer beren op de weg? Een belangrijke reden waarom minister Van der Wal terughoudend is over innovatie, is dat diverse rechtbanken de afgelopen maanden vergunningen voor bestaande emissiearme stallen hebben vernietigd. Volgens rechters is er te veel twijfel of ze ook wel zo goed werken als ze beloven. Het kabinet wil voorkomen dat dit met nieuwe innovaties ook gebeurt en zoekt daarom naar manieren om meer juridische zekerheid in te bouwen dat technieken ook echt de verlaging van uitstoot opleveren die ze beloven. Ook is het de vraag of banken happig zijn om dure stalsystemen te gaan financieren in deze voor de landbouwsector onzekere tijden. En dan moeten bestaande stallen nog worden verbouwd of vervangen door nieuwe stallen. Aangezien er voor de woningbouw al te weinig handen zijn, is het de vraag of er voldoende vakmensen zijn om ook de stallen op de schop te nemen. Video: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/waarom-alleen-landbouwinnovaties-niet-genoeg-zijn-om-het-stikstofprobleem-op-te-lossen/

Wakker Dier eist verbod giftige koeienbaden

Minister Staghouwer (LNV) moet dieronvriendelijke voetbaden voor koeien per direct verbieden. Dit eist dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier in een brandbrief. De meerderheid van de Nederlandse melkveehouders laat zijn koeien regelmatig met hun klauwen door een bad giftige formaline lopen. Dit is bedoeld om te desinfecteren, maar wanneer koeien open wonden hebben brandt dit pijnlijk. Anne Hilhorst van Wakker Dier: “Afschaffen die handel.” Klauwontstekingen zijn een groot welzijnsprobleem bij melkkoeien. Ze ontstaan door een combinatie van harde stalvloeren en een hoge infectiedruk door poep. Om de klauwen van koeien te desinfecteren laten boeren hun koeien regelmatig door een laag water lopen: een voetbad. Dit desinfecteren kan met water en zeepsop, maar in de praktijk wordt er vooral formaline en andere giftige stoffen gebruikt. Formaline bijt in de wonden van koeien en werkt het genezingsproces zelfs tegen. Daarnaast kan het de ogen en luchtwegen van koeien en melkveehouders aantasten en is het kankerverwekkend. Vroegtijdige slacht Naar schatting heeft jaarlijks minstens de helft van de melkkoeien last van wonden of ontstekingen aan de klauwen. Aanhoudende infecties zorgen voor kreupelheid en pijn bij het staan en lopen. Veel koeien gaan om deze reden op jonge leeftijd naar de slacht. Hilhorst: “Dat ontstekingen alom voorkomen laat zien dat de melkveesector haar zaken niet op orde heeft.” Weidegang in plaats van gif Wakker Dier wil dat er meer wordt gedaan om ontstekingen preventief te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door koeien vaker in de wei te zetten en door stalvloeren poepvrij en van zachter materiaal te maken. Daarnaast roept Wakker Dier minister Staghouwer op om omstreden en dieronvriendelijke middelen als formaline per direct te verbieden in de veehouderij. Bron: Wakker Dier

Het nieuwe GLB: #vanVERGROENBELEID naar VERHONGERBELEID

Wanneer je niet voldoet aan >75% blijvend grasland mag je in 2023 geen mais telen op de percelen waar in 2022 mais staat. 7. Gewassen op bouwland roteren Gewasrotatie is goed voor de bodemgezondheid. U voorkomt ziektes en verbetert de structuur van de bodem. U teelt op al uw bouwlandpercelen ieder jaar een ander gewas als hoofdteelt. Een volgteelt na de hoofdteelt zien we ook als gewasrotatie. Op zand- en lössgrond is het ook verplicht om eens per 4 jaar een rustgewas als hoofdteelt te telen. Dit sluit aan bij het 7e NAP. Gebruikt u meer dan 75% van uw bouwland voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Dan hoeft u zich niet aan deze conditionaliteit te houden. Dit geldt ook als meer dan 75% van uw subsidiabele landbouwgrond blijvend grasland is of gebruikt wordt voor gewassen die onder water staan. Bij deze conditionaliteit kijken we naar welk gewas u in 2022 heeft geteeld. Dat mag niet hetzelfde zijn als in 2023. Houd daar rekening mee bij uw bouwplan. Ruilt u een perceel met iemand anders? Ook dan moet u in 2023 een ander gewas telen dan in 2022. De conditionaliteiten zijn onderdeel van het nieuwe Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). U houdt zich aan de 9 Goede landbouw- en milieucondities (GLMC) en de randvoorwaarden om betalingen uit het GLB aan te vragen.De conditionaliteiten zijn voorwaarden voor de basispremie, de extra betaling voor de eerste 40 hectare van uw bedrijf en de eco-regeling. Maar ook voor de extra betaling voor jonge landbouwers en het behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen.

Johan Vollenbroek eist ook sluiting Tata Steel

[quote]Tata Steel veroorzaakt schade aan alle stikstofgevoelige natuurgebieden in Nederland. Vooral in het Noord-Hollands Duinreservaat gaat het om astronomische hoeveelheden. Met een depositie van 337 mol is Tata Steel daar verantwoordelijk voor de helft van de overbelasting. Ter vergelijking: dat is 37 keer meer dan de belasting die 3600 boeren uit de PAS-rechtszaken samen op dit gebied leggen.[/quote] Johan Vollenbroek eist sluiting van Tata Steel. De natuurvergunning van het bedrijf moet per direct worden ingetrokken, wat betekent dat er voor het staalbedrijf geen plaats meer is in Nederland. Een eerste verzoek hiertoe is door een advocaat neergelegd bij het provinciebestuur van Noord-Holland. ,Milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) eist sluiting van Tata Steel. Haar raadsman heeft afgelopen dinsdag bij de provincie Noord-Holland een formeel verzoek ingediend om de natuurvergunning in te trekken. “Voor deze megavervuiler is in Nederland geen toekomst. Tata Steel dient te gaan nadenken over sluiting van haar bedrijf in IJmuiden.” aldus voorzitter Johan Vollenbroek. Dat Tata Steel enorm veel uitstoot, staat buiten kijf. Zowel voor CO2 als voor stikstof is het bedrijf met afstand de grootste vervuiler van Nederland. Ook komen er veel kankerverwekkende stoffen vrij bij de productie. Zie bijlage 2. Wat hierin meespeelt is het verouderde productieproces, dat niet c.q. beperkt voldoet aan de Europese eisen m.b.t. het gebruik van de best beschikbare technieken. Tata Steel veroorzaakt schade aan alle stikstofgevoelige natuurgebieden in Nederland. Vooral in het Noord-Hollands Duinreservaat gaat het om astronomische hoeveelheden. Met een depositie van 337 mol is Tata Steel daar verantwoordelijk voor de helft van de overbelasting. Ter vergelijking: dat is 37 keer meer dan de belasting die 3600 boeren uit de PAS-rechtszaken samen op dit gebied leggen.

Column: Ambtelijke (staats)greep op het landelijke gebied

Na lezing van alle 3200 pagina's en een kleine vijfhonderd pagina’s in vernoemde rapporten van de Greenpeace-Wob komt Jan Cees Vogelaar maar tot één conclusie. Stikstof is bijzaak. [b]Bewindslieden komen en gaan de ambtelijke macht blijft altijd bestaan.”[/b] Bovenstaande is een uitspraak die wijlen Sicco Mansholt mij ooit meegaf toen ik hem als 23-jarige, nu 36 jaar geleden, met auto naar de trein bracht na een NAJK-congres. Deze woorden hebben de afgelopen zomer voor mij een diepere betekenis gekregen, toen ik een aantal zelf ingediende Wob-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur, red.) met een positief besluit terugkreeg. Met name een Wob over de communicatie tussen ambtenaren van LNV en medewerkers van het Rathenau Instituut over het organiseren van bijeenkomsten die de verhoudingen en het begrip tussen het bedrijfsleven en LNV-ambtenaren zou moeten verbeteren was opvallend. En dan vooral de bijeenkomst welke werd georganiseerd om Geesje Rotgers, Jaap Hanekamp en mijzelf, als voorzitter van het Mesdagfonds, in het gareel te krijgen. De communicatie vanuit LNV over de organisatie, de uiteindelijke bijeenkomst en het op te stellen rapport gaven een bijzonder inkijkje in de LNV-burelen. Het concept-rapport week sterk af van de eindversie en het aan het licht komen van het jarenlang bedrog dat Wur pleegde met zogenaamde zoekgeraakt ammoniakdata werd weggemoffeld. Sinds die Wob heb ik nog een aantal Wob verzoeken ingediend bij LNV en bij diverse provincies. Hiervan zijn er nog een aantal onderweg en voor de beantwoording is er diverse keren uitstel van de termijnen gecommuniceerd. [b]Greenpeace[/b] Half december heeft LNV positief besloten over een Wob-verzoek van Greenpeace, gedaan op 14 juni 2021 met vragen omtrent de communicatie over de totstandkoming van het rapport: ”Stikstofruimte voor de toekomst”. Ruim 3200 pagina’s behorende bij dit Wob verzoek zijn begin januari online gezet en het is een hele kluif om te lezen, te beoordelen en regelmatig andere rapporten die worden genoemd op te zoeken en te kijken wat daarin staat. Het rapport is onderdeel van een drieluik van ABD Topconsult. In dezelfde maand vorig jaar zijn van deze adviesgroep ook de rapporten “Kiezen en delen” en “Normeren en beprijzen van stikstofemissies” verschenen. Alle drie de rapporten hebben de dezelfde teneur. De natuur gaat kapot en de hoofdschuldige is de veehouderij en die moet krimpen. Het is beetje een sport om in de Wob stukken te proberen na te gaan wie nu eigenlijk wat zegt in de bijgevoegde mails waarvan de mailadressen deels of helemaal zwart zijn gelakt. Een deel van de schrijvers ken ik en aan de hand van de formuleringen kan ik redelijk goed inschatten wie de schrijver is. [b]ABD Topconsult[/b] ABD Topconsult is een groepje hoge ambtenaren op de reservebank. Deze zijn soms vanwege een reorganisatie ergens tussen wal en schip geraakt soms omdat ze op de vorige plek niet helemaal top functioneerden of omdat ze bijvoorbeeld alleen worden ingezet als troubleshooter die doorgaans wat sneller rouleren. ABD Topconsult doet zich voor als onafhankelijk adviseur/samensteller van rapporten maar dat is geenszins het geval. Sterker nog, het tegendeel is het geval. Ambtenaren van LNV en de voorzitter van ABD Topconsult schrijfgroep hebben veelvuldig contact over de gewenste inhoud en richting en de ambtenaren van LNV zijn sturend. Opvallend is ook dat een nog niet gepubliceerd lopend onderzoek door Wur en Stichting Biosfeer als input is gebruikt. Dit onderzoek is ook niet later, na publicatie, aan de literatuurlijst toegevoegd maar het is hoogstwaarschijnlijk het onderzoek: “Stikstof en Natuurherstel” welke door de heren De Vries en Van den Burg in opdracht van Natuurmonumenten is gemaakt. In de literatuurverwijzing onderaan op pagina 44 staat dit nog lopende onderzoek onder een andere naam genoemd namelijk: “Stikstof en natuurverliesrisico”. Dit rapport heb ik natuurlijk ook gelezen. Wat blijkt: ook hier zijn de niet door stikstofdepositie metingen gevalideerde modellen van het RIVM het uitgangspunt. Daaromtrent wordt een hele analyse opgezet van dunne eierschalen en gebroken vogelpootjes. Dat je dit binnen een jaar kan oplossen met normaal bekalken, iets wat vroeger ook gewoon in onze cultuurbossen werd gedaan, wordt maar even vergeten. [b]Het ABD Topconsult rapport[/b] In het voorwoord van het rapport “Lange termijn verkenning Stikstofproblematiek” schrijft Harry Paul, de voorzitter van de ABD Topconsult schrijfgroep, dat de informatie van De Vries en Van den Burg onmisbaar was bij het formuleren van de doelen voor de lange en middellange termijn. Arnold van den Burg is een activistische onderzoeker die Johan Vollenbroek van Mob ondersteunde bij een procedure over stikstof bij het Europese Hof. Bijzonder dat juist een rapport van zijn hand als onmisbaar wordt gezien door Harry Paul. Johan Vollenbroek zelf en Valentijn Wösten (advocaat van Mob en Volkert van der G.) komen ook voor met aanbevelingen voor de inhoud van het rapport. Kalverhouderij geschoffeerd Al lezende komen er meer dingen voorbij. Zoals een topambtenaar van Algemene Zaken die nu bij I&W werkt die uitermate denigrerend en schofferend over de kalverhouderij schrijft op een toon die bij een activist past. Volgens mij heb ik zijn twitterprofiel ook in beeld en daarin zie je groot enthousiasme voor Urgenda en andere vergelijkbare activistische clubs. Dat de kalverhouderij een hele belangrijk rol heeft in de hele melkveehouderijketen wordt niet door hem genoemd. Wel spreekt uit zijn bijdrage een aversie tegen veehouderij als geheel. Ik ben benieuwd of over deze schofferende opmerkingen ook vragen worden gesteld in de Tweede Kamer. [b]Reeks van concepten[/b] Al heel in begin van de diverse concepten wordt de keuze gemaakt om de vermindering van de stikstofdepositie in Nederland op het bordje van de veehouderij te leggen. De andere sectoren gaan vanzelf wel omlaag vanwege het klimaatbeleid en de afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen is daarbij het idee. Dat er juist ook hele grote emitters zijn die niet zo veel Nox zullen verlagen blijft onbesproken. Ook wordt in de mailwisseling over de onderzoeksopdracht met ABD Topconsult het stikstofdossier als aanleiding genoemd om andere vraagstukken zoals natuurontwikkeling en het klimaatvraagstuk (methaan) aan te pakken, maar nog sterker werd aangedrongen op herinrichting van het landelijkgebied. Dit is ook opgenomen. Op die herinrichting kom ik later terug. [b]Niet meten[/b] In geen van de 3200 pagina’s heb ik de term “depositie meten” kunnen vinden. Wel het registreren en berekenen van emissie en een paar keer het meten van emissie. Dat meten van stikstofdepositie, maar ook het onderzoeken van stikstof in de bodem niet voorkomen is natuurlijk verbazingwekkend. Zeker als er ook in de mails en verschillende bijdragen grote zorg wordt uitgesproken over de schijnnauwkeurigheid en grote onzekerheden waar Aerius en het rekenmodel Ops mee kampen. Afwijkingen met factor twee locatie specifiek. De eerste de beste rechtszaak over onteigening met als basis een rekensom waar een onzekerheid in zit van factor 2 wordt vast vermakelijk. De onzekerheden worden niet alleen door Staf (Stichting Agrifacts, red.) aangeven maar ook door een wetenschapper van de Universiteit Leiden en door het Rivm zelf. Toch dendert de ABD Topconsult-trein door om vooral de veehouderij als oplossingsbrenger voor het “stikstofvraagstuk” te slachtofferen. Er wordt gestuurd in de teksten in welke gebieden de veehouderij dient te verdwijnen en waar nog enige ruimte is. Ook welke instrumenten daarvoor beschikbaar zijn zoals het mogelijk innemen van vergunningen worden genoemd door de landsadvocaat. [b]25 KM[/b] Minister Schouten heeft vorig jaar besloten in navolging van de commissie Hordijk om de afstand van stikstofdepositie vanaf de bron gelijk te trekken. De afstand voor ammoniak vanuit de veehouderij ging tot meer dan 100 km en die van verkeer Nox tot 5 km. Dit lijkt voordelig voor de Landbouw echter die 100 km was omstreden en die 25 km waarop ammoniak tot depositie kan leiden kent ook geen wetenschappelijke onderbouwing door depositiemetingen. Het zou ook minder dan 5 km of 1 km kunnen zijn. In de onderliggende stukken die ook hier weer aan de orde komen maar die ook via een andere Wob omtrent Schiphol al in beeld was, is er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor die 25 km. Anders dan dat we kunnen bedenken dat bij de keuze voor 5 km of minder er ook minder veehouderijbedrijven in het rekenmodel tot depositie op stikstofgevoelige natuur zou leiden en dat is bij voorgenomen herinrichting van het platteland niet gewenst. [b]Stikstof bijzaak[/b] Een opvallende mailwisseling is er met een medewerker van het PBL over de milieuschade van de diverse stikstofsoorten. De milieuschade van stikstof (Nh3 en Nox samen) aan de biodiversiteit is jaarlijks circa 1,1 miljard. Hiervan zou circa € 344 miljoen zijn toe te schrijven aan Nox dus verkeer en industrie. Blijft over voor veehouderij € 756 miljoen. Op deze getallen kom ik op het eind terug. Na lezing van alle 3200 pagina en een kleine vijfhonderd pagina’s in vernoemde rapporten kun je maar tot één conclusie komen. Stikstof is bijzaak. Het is een mooi argument om tot herinrichting van het landelijk gebied te komen. Het gaat om het vrij maken van grond voor natuur, infrastructuur en bebouwing. Toen ABD Topconsult haar rapport schreef was er circa 5 miljard euro bestemd voor het beleid. In het coalitieakkoord is 25 miljard voor het stikstofvraagstuk uitgetrokken. Het overgrote deel van dit geld gaat naar de opkoop van veehouderijbedrijven, het afwaarderen van de grond en deze weer kunnen inzetten als “landschapsgronden” waarop extensieve vormen van landbouw mogelijk zijn in de omgeving van natuurgebieden. Dit moet gebeuren via een gebiedsgerichte aanpak, de zogenaamde GGA. De boeren/boerinnen in die gebiedscommissies worden gebruikt als schaamlap voor het zogenaamde draagvlak van het bedrijfsleven. In alle drie de rapporten van ABD Topconsult staat te lezen dat de door Carola Schouten gewenste kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw als een soort van buffer fungeren tussen natuurgebieden en de overige landbouw. [b]Herinrichting landelijk gebied[/b] In alle drie de rapporten wordt gesproken over herinrichting van het landelijk gebied. Exact de woorden die stikstofminister Van der Wal gebruikte bij haar introductie. Op de website van LNV staat inmiddels het introductiedossier wat de ambtelijke staf heeft samengesteld voor de nieuwe bewindslieden Staghouwer en Van der Wal. In dat introductiedossier staat ook een organogram van LNV. Op 1 januari stond in het organogram van LNV nog een DG Natuur, Visserij en Landelijk Gebied, DG NVLG Johan Osinga. In het nieuwe organogram, welke in het introductiedossier is te zien, heeft Osinga de functie “Kwartiermaker transitie landelijkgebied” gekregen. LNV gaat 25 miljard euro spenderen om de berekende jaarlijkse milieuschade van € 756 miljoen te halveren in 2030 dat is dus een daling van die milieuschade van circa € 328 miljoen. De basis voor deze enorme uitgave van 25 miljard zijn rekenmodellen die niet door metingen zijn gevalideerd. Rekenmodellen waarvan het Rivm zelf, het Plan Bureau voor de Leefomgeving en de cie. Hordijk zeggen dat ze niet geschikt zijn voor plaats specifieke depositieberekeningen. Alsof je bij een verkeersovertreding een boete krijgt omdat je, waar je vijftig mag, mogelijk tussen de 30 en 60 hebt gereden. [b]Nauwkeurig depositie meten doen ze niet[/b] Sterker nog in geen enkel stuk, en ik heb de afgelopen weken en maanden circa 5.000 pagina’s doorgenomen, is een woord over stikstofdepositie metingen en het typeren naar stikstofbron te lezen. 25 miljard gaan uitgeven maar niet eerst meten of de rekenmodellen en de bestaande stikstoftheorie ook in het echt zo uitwerkt, is op zijn zachts gezegd niet een echt heel zorgvuldig besluit. De 25 miljard wordt geparkeerd in fondsen zodat de Tweede Kamer geen zicht meer heeft op de besteding en wordt beperkt in haar controlerende taak. Tussen de drie- en vierduizend veehouderijbedrijven krijgen een kruis over het bedrijf als zijnde “piekbelaster” door de provincie te verwerven om onderdeel te gaan vormen van de landschapsgronden waarop de natuur-inclusieve transitie zonder verdienmodel in de markt moet gaan plaatsvinden. En ter vermindering van de stikstofdruk. In Rusland en voormalige Oostbloklanden hebben we van dergelijk staatsingrijpen een ruim vijftig jaar durende praktijkproef gezien; dat was niet echt een groot succes als het gaat om boereninkomen. [b]Advies aan veehouders[/b] Mijn advies aan veehouders is. Zorg voor een goede rechtsbijstandverzekering en sluit je aan bij StikStofClaim. Naast StikStofClaim en de POV zie ik momenteel geen andere club die voldoende scherpte en doorgronding heeft op het stikstofdossier om de belangen te kunnen verdedigen. Pasmelders, jullie zitten klem en ik zie niet hoe provincies en het rijk tot een snelle oplossing gaan komen binnen het huidige wettelijke bestel. Jullie worden sinds 29 mei 2019 aan het lijntje gehouden en dat gaat nog jaren duren. Gezien de ruimtelijke ambities welke door de ambtenaren zijn opgeschreven heeft de overheid voorlopig ook geen belang om met een oplossing te komen. Belangenbehartigers, stap op de rem en ga niet verder tot dat er daadwerkelijk in ieder stikstofgevoelig natuurgebied stikstofdepositie metingen en herkomst typeringen zijn verricht. Tweede Kamerleden maar vooral Eerste Kamerleden, jullie kunnen de ministers dwingen om voordat er 25 miljard over de balk gaat er daadwerkelijk stikstofdepositiemetingen gaan plaats vinden. De Rekenkamer heeft hierover vorige week een zeer kritisch commentaar gegeven en zegt eigenlijk “dit kan zo niet”. We mogen hopen dat in een rechtstaat de ambtelijke (staats) greep naar de macht over boerengronden zonder deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing gaat sneuvelen bij het Europese Hof. Voor veehouders wordt het een heel belangrijk jaar, erop of eronder voor velen. Sterkte in deze moeilijke tijd. Tekst: Jan Cees Vogelaar

Veestapel verkleinen? Maak vooral een einde aan megastallen en help de biologische boer

[b]Het stikstofprobleem is een hoofdpijndossier. Maar duizenden boeren uitkopen hoeft niet, denkt Wouter Ubbink, VN-Jongerenvertegenwoordiger Biodiversiteit en Voedsel. Lagere vlees- en melkquota kunnen uitkoop voorkomen. Opinie Wouter Ubbink:[/b] Om het stikstofprobleem op te lossen trekt het kabinet in het regeerakkoord 25 miljard euro uit. Met dit bedrag zullen de twee nieuwe landbouwministers duizenden boeren moeten uitkopen om ruimte te maken voor de natuur. De grootte van het bedrag drukt urgentie uit, maar roept ook veel vragen op. Gaat alle uitkoop vrijwillig zijn? Hoe komt het geld terecht bij boeren die het echt nodig hebben en niet bij de grootgrondbezitters? En kan de kleine, biologische boer zijn of haar vak wel blijven beoefenen? Er is een oplossing voor deze vraagstukken: het aanscherpen van de vlees- en melkquota. Dat een quotum goed kan werken, bewijst de geschiedenis. Van 1984 tot 2015 bestond er in Europa al een melkquotum, om ervoor te zorgen dat de zuivelproductie binnen de perken bleef. Het systeem was echter zo ingericht dat boeren met veel vee efficiënter produceerden en dus meer winst konden maken dan collega's met maar een paar dieren in hun stal. Daarom was het voor de meeste boeren helemaal niet voordelig om het aantal dieren te verkleinen. Zuivelplafond Dat is precies de reden waarom er de laatste twintig jaar steeds minder boeren bij zijn gekomen, die bovendien steeds meer dieren bezitten. Het quotum zorgde wel voor een plafond op de zuivelproductie, maar het kon de intensivering van de landbouw niet voorkomen. Er werden megastallen gebouwd, met alle gevolgen van dien: minder dierenwelzijn en veel stikstofuitstoot op één plek. In feite bestaat het quotum voor boeren nu nog steeds, maar in een andere vorm. Boeren hebben nu fosfaat-, varkens- en pluimveerechten, die zij onderling kunnen verhandelen. Er zijn echter zoveel rechten dat megastallen kunnen blijven staan, waardoor nog steeds te veel stikstof wordt uitgestoten. In plaats van het uitkopen van boeren, zou de overheid het aantal rechten stapsgewijs kunnen verlagen. Dat stimuleert schaalverkleining. Over alles wat de boer produceert buiten het quotum moet dan namelijk een heffing betaald worden, dus minder vee levert meer op. Het lagere vlees- en melkquotum kan op die manier de motor zijn achter de verkleining van de veestapel. Draait de boer dan op voor de kosten? Nee! Melkquota zijn ooit ingevoerd om de positie van boeren juist te beschermen. Hoe minder aanbod van dierlijke producten, hoe hoger de prijs voor het product. En als de nieuwe ministers het slim aanpakken, hoeft de kleine boer er niet aan onderdoor te gaan. Vrijwillige schaalverkleining De truc is om quota aan te scherpen voor boeren die al veel dieren hebben. Dat kan door de prijs van fosfaatrechten te laten afhangen van de hoeveelheid dieren die een boer al heeft. Hoe meer vee er al in de stal staat, hoe duurder het wordt om nieuwe rechten te kopen. Grote boeren zullen dan vrijwillig overgaan tot schaalverkleining, en kleine boeren kunnen met de hogere prijs beter concurreren. Op die manier wordt de veestapel verkleind, zonder dat de overheid bakken met geld kwijt is met het opkopen van boeren die eigenlijk helemaal niet willen stoppen. Dat deze regering de veestapel gaat reduceren is een feit. De vraag is hoe ze dat op een eerlijke manier gaat doen. Met een lager vlees- en melkquotum zullen de grote bedrijven inzetten op schaalverkleining, en krijgt de kleine boer meer geld voor zijn producten. De overheid hoeft niet de hoofdprijs te betalen, want de marktwerking geeft ze de wind in de rug. Het is een win-win-winsituatie voor de natuur, voor de boeren en voor de portemonnee van de overheid. En de koeien zelf? Die zijn vast ook blij dat het wat minder druk wordt in hun voormalige megastal.

Nieuwe reacties

Fosfaatrechten, Dierrechten en stikstof

Na de kamerbrief van LNV 24 december is er terecht onrust ontstaan over een passage in de brief. Daar rept de minister in haar nadagen over invoering dierrechten. Veehouders bellen terecht verontrust, maar ook wij weten het niet. Ik zal mijn gedachtegang weergeven waarom er misschien een denkrichting die kant op is. Met fosfaatrechten gaat de veestapel nooit meer groeien, dat is een vaststaand feit. Er is alleen een mogelijkheid dat gerealiseerde en nog niet in gebruikte stalruimte op plekken opgevuld wordt. Dus een verschuiving tussen bedrijven. Een mogelijke inperking van die gerealiseerde stalruimte is een inperking op het vrij gebruik van het eigendom. Dat even ter info. Anderzijds levert (generieke) korting van fosfaatrechten geen stikstof op om bijv PAS meldingen of reductie voor de "stikstof deken" . Dierrechten zouden dat misschien wel tot doel kunnen hebben. Daarnaast is er het regeerakkoord. Dat is een (onhaalbaar) versnellingsakkoord op het gebied van stikstof waarbij de doelen van het halen van de KDW op 74 % van het areaal in 2030. We hébben in de WOB stukken kunnen zien hoe regie op ruimte en naar een Ontspannen Nederland op bestelling van de overheid is ontstaan met steun van LTO, RFC, COSUN en Agractie. En voor de goede orde, bovenstaande weergave is op basis van een niet gevalideerd model en niet wetenschappelijk onderbouwde doelen. Daarnaast is deze interpretatie niet wat de Brusselse VHR van een lidstaat verlangd. Hieronder een paar kaarten die uit de plannen komen en hun doorrekening en daarnaast het weerleggen van de onhaalbare KDW doelen zoals in regeerakkoord wordt gesteld.

’Immense veestapel drama voor natuur’

[b]Een hogere voedselprijs zou de boer in staat stellen om melk en vlees te produceren met minder kunstmest en minder gif, legt hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse uit. Door FRANK BERENDSE, HOOGLERAAR NATUURBEHEER[/b] In 1987 verhuisde ik van de Universiteit Utrecht naar Wageningen. Het eerste dat ik hoorde, was dat twee onderzoekers die de verontrustende omvang van de mestproblematiek signaleerden, door het ministerie op het matje waren geroepen. Hun rapport werd nooit gepubliceerd. Hetzelfde ministerie voelde zich overvallen toen ruim dertig jaar later de Raad van State besloot dat het mestbeleid niet deugde en anders moest. Rondom 1980 ging op een melkveebedrijf 85% van de stikstof in krachtvoer en kunstmest verloren door milieuverontreiniging met nitraat en ammoniak. Tegenwoordig is dat wat minder, maar Nederland is binnen Europa nog steeds onbetwiste koploper als het gaat om milieuverontreiniging met stikstof. De ammoniak uit mest en urine komt in de atmosfeer en daalt vervolgens neer op de Nederlandse natuur met dramatische gevolgen. Het gaat niet om een paar plantjes, maar om zo’n vierhonderd bijzondere plantensoorten die inmiddels uit Nederland zijn verdwenen of heel zeldzaam zijn geworden. Hetzelfde geldt voor vogels, vlinders en paddenstoelen. Geuren en geluiden De laatste vijftig jaar heb ik het Nederlandse landschap in razend tempo zien veranderen. Er is niets mis met verandering, maar veel natuurgebieden werden steeds leger en ook het kleurrijke boerenland dat steeds intensiever werd gebruikt, verloor niet alleen zijn kleuren, maar ook zijn geuren en geluiden. De luid roepende kieviten en grutto’s verdwenen, en in de Nederlandse polders verstomde zelfs het geluid van de tienduizenden veldleeuweriken die hier zongen. Niet alleen stikstof Om de omvang van de veestapel in stand te houden is veel kunstmest nodig voor gras en maïs, maar ook veel krachtvoer dat wordt ingevoerd vanuit Amerika. Daar neemt men het niet zo nauw met bestrijdingsmiddelen, terwijl de scheepsruimen behandeld worden met uiterst giftige stoffen om te voorkomen dat het scheepsruim bij aankomst leeg gevreten is door muizen en insecten. "Het probleem ligt bij de consument: bij u en bij mij" Het landbouwgif in het krachtvoer komt via het rundvee in de mest en vervolgens op het land. Dat heeft nogal wat gevolgen voor insecten in de wei en daarmee voor de vogels. Een gruttokuiken moet net uit het ei meteen op jacht naar vliegjes om zo te overleven. Die vliegjes zijn er steeds minder. Het gaat dan ook elk jaar weer slechter met de grutto in Nederland. Hoe lossen we het op? Niet door alleen met het vingertje naar de Nederlandse boer te wijzen. Het probleem ligt bij de consument, bij u en – eerlijk gezegd – ook bij mij. Wij willen allemaal voedsel dat tegen een zo laag mogelijke prijs in de supermarkt ligt. Een hogere prijs zou de boer in staat stellen om melk en vlees te produceren met minder kunstmest en minder gif. We zouden voedsel geproduceerd met veel mest en gif duurder kunnen maken door een fikse belasting op krachtvoer, kunstmest en landbouwgif. Dan zijn producten die schoon zijn geteeld niet langer duurder, maar juist goedkoper, zodat iedere consument de juiste keuze maakt. Dan wordt de veestapel vanzelf kleiner en komt het dode boerenland opnieuw tot leven, met zingende leeuweriken, pinksterbloemen en dotters langs de sloot. En ook met boeren die dan weer het brede respect krijgen dat ze verdienen. Frank Berendse is hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de Wageningen University & Research

Verkiezingen, wie krijgt mijn stem.

Morgen, dinsdag en woensdag kan iedereen zijn stem uitbrengen. Maar wie verdient er een landbouw stem? Voor mij staan in het rijtje SGP er Bischop, CDA er Omzigt, BBB duo en Ja21 Vogelaar. Komende jaren zal stikstof en klimaat beleid ons bestaansrecht bepalen. SGP is consistent in de lijn van beleid, landbouw gezind. Maar de steun aan de Wsn , een wet waar men naar een vaststaand doel wil met parameters die tot een afwijking komen van 100 % , is een stevige dwaling in de consistentie. CDA Omtzigt is een groot voorbeeld voor mij, zijn vasthoudendheid en boven de partijpolitieke policy uitstijgende bijdrage is een aanwinst voor ons land . Maar CDA krijgt genoeg zetels om zijn plek zeker te stellen. BBB stem ligt voor de hand, twee leuke dames doen hun best voor een mooi verhaal. Maar gaan we het winnen als sector met een mooi verhaal? Bied ons dat toekomst? Nee, ik denk niet dat mooie dames ons verder helpen. Nee, wat de landbouw nodig heeft is een pitbull , de stugkop die vasthoudendheid betracht en de inhoud kent. En dan kom ik uit bij Jan Cees, laat hij maar samen met Omzigt zorgen voor een eerlijker verhaal voor ons boeren!!!!

Steun stikstofwet in belang van PAS-melders

https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/01/30/steun-stikstofwet-in-belang-van-pas-melders Mevr de Snoo, u heeft weer een zeer polariserende column geschreven. Dit is uw stokpaardje. Zo zorgde u al voor wrijving in diverse organisaties. Ook zorgde u met uw bijdragen voor discussies binnen het LC. In tegenstelling tot een ruime meerderheid van de sector, was u geen fan van deze coalitie. Deze week valt de beurt aan de SGP. U noemt de SGP inconsistent. Ik denk dat de bijdragen van de SGP aan het landbouw debat meer verhelderend zijn dan de opdrachtgever van uw column. Dat de SGP eerst voor de stikstof wet heeft gestemd en nu door voortschrijdend inzicht deze steun weer intrekken , getuigd meer van moed dan van inconsistentie. Zeker na de uitspraken RvS deze week over verkeersdepositie en intern salderen in relatie tot Aerius met voortdurend bewegende doelen. Uw column , die onder controle van uw werkgever staat, gaat over het redden van de PAS meldingen. Daar ben ik ook voor, zij het niet tegen elke prijs. Dat hun namen op straat komen te liggen is pijnlijk, maar was te voorspellen, gezien het verdrag van Aarhus (oa openbaarheid emissie gegevens) Dat maar 1/6 van de PAS meldingen zich aangemeld hebben voor legalisering is bedenkelijk. Het vertrouwen in een oplossing is laag. Als u en uw werkgever alleen maar gaat voor legalisering van 1/6 van de PAS meldingen, is het raadzaam om in uw achteruitkijkspiegel te kijken. Ziet u daar alleen 1/6 van de PAS meldingen, gecentraliseerd rondom de vakgroep melkveehouderij en in hun kielzog het CDA, waar u en uw organisatie zo'n innige band mee heeft, of ziet u daar de complete veehouderij sector waar u en uw organisatie eigenlijk voor hoort te gaan. Blijft u en uw organisatie kiezen voor optie 1, dan is het raadzaam een fusie aan te gaan met de aan uw organisatie gelieerde politieke partij.

Stikstofwet niet controversieel in Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft dinsdag de behandeling van het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering niet controversieel verklaard. Dat betekent dat de plannen van minister Carola Schouten van LNV waarschijnlijk nog voor de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart kunnen worden behandeld. In de Eerste Kamer hadden de fracties van PVV, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie, SGP en Fractie-Van Pareren voorgesteld de stikstofwet controversieel te verklaren. Dit voorstel werd ondersteund door de Fractie-Otten. Bij elkaar hebben deze fracties 22 zetels in de senaat. Dat is lang niet voldoende voor een meerderheid. Onder landbouwbelangenorganisaties wordt verschillend gedacht over de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Farmers Defence Force en Agractie zagen het liefst dat de wet controversieel zou worden verklaard. LTO Nederland en NAJK zijn juist voor een spoedige behandeling, zodat er meer zekerheid komt voor de sector en met name dat de legalisering van de Programma Aanpak Stikstof (PAS)-melders geen vertraging oploopt. Bovendien wijzen zij op een aantal verbeteringen voor boeren en tuinders in het wetsvoorstel door aangenomen amendementen. LTO heeft wel een brief geschreven aan de fracties in de Eerste Kamer met het verzoek om het emissiereductiedoel voor 2035 van 50 procent uit de wet te schrappen. Dat doel is volgens de belangenbehartiger niet haalbaar. Minister Schouten kan in principe op steun rekenen voor haar wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Zij sloot een akkoord met de coalitie en oppositiepartijen SP, SGP en 50Plus. In de Tweede Kamer werd haar wetsvoorstel aangenomen op 17 december. In de Eerste Kamer heeft de behandeling vertraging opgelopen, maar zal de wet na beantwoording van schriftelijke vragen alsnog worden behandeld. De wet Stikstofreductie en natuurverbetering moet ervoor zorgen dat in 2035 bijna driekwart van de stikstofgevoelige natuur niet meer wordt beschadigd door stikstofneerslag. Daarvoor moet de stikstofuitstoot worden gehalveerd. Er zijn ook tussendoelen geformuleerd: in 2025 moet 40 procent van het stikstofgevoelige Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarde liggen, in 2030 de helft. PAS-melders legaliseren In een amendement is geregeld dat de PAS-melders voor 2023 moeten zijn gelegaliseerd. En er is vastgelegd dat rekening moet worden gehouden met stikstofdepositie vanuit het buitenland en de sociale en economische gevolgen van stikstofwetgeving. De senaat heeft ook de behandeling van het CETA-verdrag niet controversieel verklaard. Dit handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada is zowel in de politiek als in de landbouw niet onomstreden. Vorig jaar februari werd het met een kleine meerderheid in de Tweede Kamer goedgekeurd.

STAF: Provincie creëert zelf piekbelasters in stikstof

Gelderland creëert piekbelasters door nieuwe natuur tegen bedrijven aan te plussen In Gelderland is een serie piekbelasters ontstaan, doordat de Provincie nieuwe natuurontwikkeling tegen bedrijven aan, heeft ingetekend. De Provincie heeft bovendien gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en deze ook al ingetekend op de habitatkaart in Aerius, waardoor deze natuur meetelt voor het stikstofbeleid. Gevolg is dat betreffende bedrijven nu als forse piekbelaster uit de Aerius Aankoopcalculator rollen. De Rijksoverheid gebruikt de Aankoopcalculator om te bepalen welke bedrijven piekbelaster zijn en voor opkoop in aanmerking komen. Op 13 september 2017 stellen Provinciale Staten Gelderland het actualisatieplan voor nieuw te realiseren natuur vast. Er worden zoekgebieden aangewezen van in totaal 7.300 hectare, voor de realisatie van 5.300 hectare nieuwe natuur ( https://opendata.gelderland.nl/dataset/11078-omgevingsvisie--zoekgebied-nieuwe-natuur--provincie-gelderland ). De provincie heeft gekozen voor de ontwikkeling van stikstofgevoelige natuur en de locaties van de beoogde gebieden (zoekgebieden) alvast ingetekend op de habitatkaart in Aerius. Deze tellen dus al mee voor het stikstofbeleid. Opvallend is dat deze gebieden niet zijn in te zien met Aerius Monitor, de tool die de overheid beschikbaar heeft gesteld voor het publiek en waarmee per regio kan worden bekeken waar stikstofgevoelige natuur staat ingetekend. Met name in de Rijntakken (uiterwaarden van de grote rivieren) zijn talrijke zoekgebiedjes voor stikstofgevoelige natuur ingetekend, bij elkaar naar schatting 5000 hectare. Deze gebiedjes zijn geregeld zowat tegen bedrijven aan, ingetekend: de stikstofgevoelige natuur en een deel van het bedrijf liggen in hetzelfde hexagoon. Aerius Aankoopcalculator berekent voor deze bedrijven een enorme piekbelasting. Wanneer de Provincie voor haar natuurontwikkeling een afstand van 100 meter had aangehouden tot deze bedrijven, dan was de piekbelasting de helft minder. Bij 250 meter is dat 65 procent.

een dooie mus van Jan Cees Vogelaar.

Vogelaar wil naar een grondgebonden melkveehouderij, zo betoogde hij even terug op dit forum." Met een grondgebonden melkveehouderij zouden fosfaatrechten of straks eventueel ammoniak rechten overbodig zijn". Het lijkt gewoon te mooi om waar te zijn......en dan is het ook "te mooi om waar te zijn" Het is niets meer of minder dan een vette worst om stemmen binnen te hengelen voor de 2e kamer verkiezingen. Afschaffing van productierechten, of het nu fosfaat- of ammoniakrechten zijn, gaat nooit never meer gebeuren. Dat weet Vogelaar natuurlijk ook. Immers begrenzing via grondgebondenheid is helemaal geen begrenzing. Met zijn berekening van 2,5 gve/ha zou de melkveestapel kunnen groeien naar 2 miljoen stuks melkvee en daar komt dan nog bijbehorend jongvee bij. En met zijn rekenvoorbeeld van 18 tot 20.000 kg melk/ ha zou de melkplas nog met zo'n 35% kunnen groeien. Als Vogelaar zijn zin krijgt wordt deze grondgebondenheid niet meer dan weer een extra eis die de sector opgelegd krijgt. Als je dan met 10 koeien wilt groeien moet je behalve voor zo'n 70.000 euro aan fosfaatrechten ook nog eens 4 ha grond zien te verwerven. Kosten, afhankelijk welke regio je zit, tussen de 2 en 5 ton. De grond middels mest/voer contracten regelen is bij Vogelaar immers niet mogelijk. De melkveehouderij wordt zo een sector enkel en alleen voor de "happy few". Bedrijven die niet aan zijn gve norm kunnen voldoen zadelt hij met onmogelijke en onbetaalbare eisen op. Eisen die zo onrealistisch zijn dat deze collega's geen schijn van kans hebben. Jan Cees zit daar echter niet mee. Alles moet wijken voor zijn grote plan; een stoeltje in de 2e kamer. De kans dat dit gebeurt is, zie de peilingen, gelukkig nihil. Wel jammer dat er op die manier waardevolle stemmen verloren gaan.

Speciaal voor Jan S.

Ministerie van LNV t.a.v. Dhr. Oomen Postbus 20401 2500 EK Den Haag Onderwerp: onderzoeksvraag Tollebeek, 10 augustus 2010 Geachte heer Oomen, Hartelijk dank voor uw brief van 5 augustus jongstleden. Wat fijn dat u na 3 jaar en 2 maanden de tijd hebt kunnen vinden om uw motieven toe te lichten betreffende het afwijzen van de door mij opgestelde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag vloeide voort uit de mediation van 30 mei 2007. Ik heb mij er over verbaasd dat iemand, die toch geacht wordt redelijk ontwikkeld te zijn, een dergelijk verhaal op papier krijgt en het nog ondertekent ook. De kern van uw betoog is dat u van mening bent dat organische N en anorganische N weliswaar verschillende namen hebben en een verschillende werking (althans waar het landbouwkundig gebruik betreft), maar uit oogpunt van milieu wèl gelijkwaardig kunnen worden opgeteld. Meneer Oomen, gaat u er nu maar vanuit dat als twee dingen verschillend zijn, je ze dan ook niet gelijkwaardig op kunt tellen. Het feit dat ze verschillende namen en een verschillende werking hebben, geeft al meer dan voldoende aan dat er op z'n minst onderzoek gedaan moet worden of je ze überhaupt op kunt tellen en zo ja, hoe. Dit leren onze kinderen al op de basisschool. We hebben te maken met een wetgeving die louter bestaat uit de meest eenvoudige rekenkundige bewerkingen (optellen en aftrekken). Als er dan zulke vreemde antwoorden uitkomen, dat niemand meer snapt waar hij/zij mee bezig is, dan MOET je er vanuit gaan dat je te maken hebt met een rekenfout; dan is de kans groot dat je appels en peren aan het optellen bent. Menig basisschoolkind zal ook dìt snappen, bij een simpele optelling horen immers simpele antwoorden. Omdat het niveau in dit land kennelijk in dit stadium is blijven steken, heb ik bewust de onderzoeksvraag eenvoudig gehouden, zodat we bij stap één kunnen beginnen. U hebt het in uw brief over een stikstof- en fosfaatbalans op bedrijfsniveau. Echter, als je een balans wilt maken, zul je het wel goed moeten doen. Een balans moet links en rechts in evenwicht zijn. Je kunt bepaalde processen weglaten, bv. omdat ze niet te wegen of te meten zijn, of omdat je er gewoon niet aan gedacht hebt (!), maar dan zul je ook weer aan beide kanten evenveel gewicht moeten hebben, dus evenwicht moeten hebben, anders is de balans in strijd met de wet van behoud van massa. Doe je dit niet en is de balans dus niet in evenwicht, dan zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen oftewel met een factor moeten rekenen. Laten we het voorbeeld van het manifest van de meer dan honderd hoogleraren er eens bijnemen: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 6 kilo mest. Om uit dit gegeven een balans te maken, zul je beide kanten gelijk moeten maken òf in een verhouding moeten rekenen. De mestwet gaat uit van kilo's, het maakt niet uit of je van kilo's massa of kilo's N uitgaat, in beide gevallen zul je in een bepaalde verhouding moeten tellen, omdat nòch het aantal kilo's massa, nòch het aantal kilo's N aan beide kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardig zijn, zodat er 2 kilo overblijft. Dit bedrijf houdt per kilo voer dat het voert dus 2 kilo mest “over” (NA de mestwetberekening). Ik noem dat het guldens- en rijksdaalderseffect*. Als zo'n bedrijf deze mest vers afzet, heeft het dus een enorm saldo. Dit saldo zal, nadat het bedrijf zijn eigen grond voldoende (dus boven de 170 N) heeft bemest, afgezet worden als zwarte mest. Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het komt dat je uit 5 kilo voer 7 kilo ander materiaal kunt halen. Welnu, dit komt dus door de ademhaling. Zoals eerder aangegeven zijn de mineralen in verschillende leefwerelden niet hetzelfde; ze hebben verschillende waarden. Onder invloed van het toevoegen van zuurstof (ademhaling), zetten plantaardige mineralen bij het verteren (verbranden) om in dierlijke mineralen, met anorganische mineralen als bijproduct. Deze omzettingen hebben tot gevolg dat massa/volume toenemen; alweer een bewijs dat je de verschillende mineralen niet gelijkwaardig kunt optellen. Ik heb u in de onderzoeksvraag het voorbeeld gegeven van de zware luiers van baby's. Bij baby's kun je dit effect heel duidelijk zien. Ze drinken acht keer per dag een minuscuul beetje melk en produceren loodzware luiers, vele malen zwaarder dan het beetje dat ze drinken. En het kind groeit er dan ook nog van! Als een saldobedrijf de mest langer in opslag laat zitten, om wat voor reden dan ook, “verdwijnt” door anaerobe werking (ook een proces dat ontstaat door omzettingen van mineralen en dus ontkent wordt door de mestwet) massa. We nemen weer het voorbeeld van het manifest van de hoogleraren: stel dat de helft van het volume “verdwenen” is, dan krijg je het gegeven: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 3 kilo mest. Het bedrijf moet nu nog steeds dezelfde hoeveelheid mest afzetten, maar heeft dit niet (meer). Dit is het beroemde minasgat. Hier moet dus de factor 0,8 gebruikt worden om de balans kloppend te krijgen. De ringmonsters die genomen werden naar aanleiding van de vele problemen die ontstonden door de mestwet(ten), zijn ook een mooi voorbeeld van de anaerobe werking in mest. Als de mineralen werkelijk gelijkwaardig zouden zijn, zouden de uitslagen van één en hetzelfde monster nooit zo verschillend kunnen zijn. U ziet dat de onderzoeksvraag wel degelijk van belang is. Als je mineralen uit verschillende leefwerelden gelijkwaardig op gaat tellen, dan worden de uitkomsten (door de verschillende waarden) een loterij. In het rapport “publicatienummer 2003/198” van het expertisecentrum van LNV hebben uw eigen medewerkers op blz. 12 + 13 de minassaldi en de minasgaten keurig op een rijtje gezet. Men trok alles overziend de conclusie dat het gemiddeld wel aardig leek te kloppen en stuurde het rapport zelfs naar mij toe, om aan te tonen dat er geen “structurele problemen” zijn. Zeg nu zelf; zo'n rapport zou genoeg reden moeten zijn om onmiddellijk met deze tenenkrommende waanzin te stoppen. Immers, het moet u toch ook bekend zijn dat een bedrijf nooit een hoger saldo op kan bouwen dan de opbrengsten van de grond + de verliesnormen (+ nog wat afrondingsverschilletjes) en dat dit alleen bereikt kan worden door helemaal niet te bemesten. Het is wel duidelijk dat MINAS (evenals de thans vigerende mestwet) niets met evenwichtsbemesting te maken heeft. Een andere fout in de mestwet is het optellen van verschillende processen, nl. het telen van gewassen en het houden van dieren. Dit zijn twee processen die volledig onafhankelijk van elkaar kunnen plaatsvinden. In de MINAS-wetgeving worden beide processen opgeteld. Om te laten zien waarom dit niet kan, hebben we een rekentruc nodig. Voor een bedrijf met dieren èn grond moet je even een proces stilzetten. Dit doen we door er vanuit te gaan dat het bedrijf al het voer in voorraad heeft. Rekenkundig mag dit, want als MINAS goed zou zijn zou hij in dit geval óók moeten kloppen. Het gaat hier niet om de grote getallen maar om het feit dat de evenwichtsbemesting constant zou moeten blijven, omdat het grondgebruik niet verandert. Een voorbeeld: een bedrijf heeft 3 ha. (akkerbouw) grond en een afzet van 2000 kg. N aan dierlijk product, ongeacht van welk diersoort of welk product. Vanuit deze situatie kun je schuiven met het aantal ha's en de netto dierlijke productie (meer of minder grond, meer of minder dierlijke afzet), steeds zal men zien dat er (los van de toegestane aanvoer voor het akkerbouwgewas), een bijpassende extra aanvoer van kunstmest mogelijk is, zonder dat er sprake is van een ander grondgebruik. Dus: dit voorbeeldbedrijf mag nu al 667 kg. N meer aanwenden per ha. Verkoopt het voorbeeldbedrijf nu één ha, dan mag het zelfs 1000 kg N extra aanwenden. Immers, dan mag het de extra aanvoer van kunstmest verdelen over twéé ha. Dit levert ook weer het bewijs dat MINAS niets met evenwichtsbemesting te maken kan hebben, omdat de opbrengst van de dierlijke productie meetelt als opbrengst van de grond, als deze twee processen opgeteld worden. Beide rekenfouten hebben tot gevolg dat de intensieve bedrijven erg bevoordeeld worden (de meeste bouwen enorme saldi op), terwijl extensieve bedrijven en akkerbouwers hun land nooit voldoende kunnen bemesten. Akkerbouwers voeren alleen (kunst)mest aan, Als een bedrijf dieren gaat houden, zal naarmate de intensiteit van een bedrijf toeneemt, er steeds meer aanvoer van kunstmest vervangen worden door aanvoer van voer, tot het bedrijf zóveel vee heeft, dat het meer voer aanvoert dan de dierlijke productie + verliesnormen + gewasopbrengst samen. Vanaf dàt moment moet het bedrijf mest af gaan zetten. Het extra voer dat het bedrijf dan nog aanvoert, genereert extra dierlijke opbrengst, die het weer afvoert, dus mag het nòg meer voer aanvoeren enz. (guldens- en rijksdaalderseffect). Ten aanzien van de laatste alinea van uw brief wil ik graag nog het volgende opmerken: inderdaad kende MINAS een wettelijke basis die geen ruimte liet voor verschillen in behandeling van verschillend gebonden stikstof. Helaas voor u kun je rekenregels niet veranderen, zelfs niet in een wet. Sterker nog: het is triest om een rekenfout tot wet te verheffen, zeker als dit gebeurt in een land dat zich graag als kennisland profileert en probeert het bèta-onderwijs te promoten. Het MINAS-stelsel is inmiddels vervangen door een nieuwe mestwetgeving: daar kan ik ook kort over zijn. In de nieuwe mestwet is de stalbalans voor hokdieren gewoon blijven bestaan (en ook de BEX is er op gericht om de kilo's gelijkwaardig op te tellen), dus nog steeds met saldi en minasgaten. Deze hoeven nu echter niet meer op papier te worden gezet en dat is vast niet zonder reden zo geregeld. Zo worden ze nl.” netjes” weggemoffeld. Ook worden er nog steeds de nodige boetes (vervanger van de heffingen) van vele tienduizenden euro's uitgedeeld, aan de bedrijven met minasgaten (die uiteraard ook nog steeds bestaan). De akkerbouwers en extensieve bedrijven daarentegen, komen de helft van hun benodigde mineralen tekort, omdat zij te maken hebben met omzettingen in de plant van anorganische naar organische mineralen (een gevolg van de koolzuurassimilatie, óók een proces dat “vergeten” is), hetgeen derving van gewasopbrengst en op termijn het dalen van de bodemvruchtbaarheid tot gevolg heeft. Ik zou, als ik u was, toch maar eens snel werk gaan maken van de onderzoeksvraag. Ik besef dat de uitkomsten een enorm gezichtsverlies zullen opleveren voor bepaalde “hoogopgeleiden” in dit land, maar de consequenties van het gewoon doorgaan met dit domme telwerk liegen er ook niet om. Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd teken ik, H.A.M. van der Pol * Voor de vergelijking “guldens- en rijksdaalderseffect” verwijs ik u naar de vele beroep- en bezwaarschriften, die o.a. bij Dienst Regelingen te vinden zijn.

@JanCees kiest voor grondgebonden

[b]Een leuk stukje discussie hieruit geplukt: https://www.prikkebord.nl/topic/238685/#p1831792 [/b] Door [@JanCees] : [@Nijhof] Jij hebt blijkbaar een probleem met de door jouw gemaakte keuzen in je bedrijfvoering en strategie de afgelopen 15 jaar. Maar daarom ben je stereotype voor de gehele melkveehouderij. sterker nog je begint tot de catogorie van bedrijven te behoren die in aantal sterk aan het afnemen is . Nu al minder dan 18% van het aantal bedrijven zit boven de 2,6 GVE per ha en circa 11% boven de 3 GVE per ha en 4% van de bedrijven boven de 3,5 GVE per ha. Vanwege het feit dat de fraude druk en de controleerbaarheid en handhaafbaarheid in de huidige regelgeving het grootste is bij de bedrijven die niet grondgebonden zijn heeft 82% nu en over drie jaar 90% van de bedrijven te maken met voor hen onnodig zware regelgeving met grote kosten in de bedrijfsvoering. We praten dan over een kostenverplaatsing van of veroorzaakt voor regelgeving vanwege intensieve melkveebedrijven naar extensieve bedrijven van vele tientallen miljoenen euro's. Dat is de grote olifant die niemand bespreekbaar maakt. Feit is dat circa 12.000 melkveebedrijven met regelgeving zijn opgezadeld die eigenlijk niet voor hen is ontwikeld maar voor circa nu nog 2100 melkveebedrijven die meer dan 2,6 GVE per ha hebben. Als dit benoemt dan stroomt het over van reactie's van vooral deze groep bedrijven. De extensievere meerderheid denkt dat het inderdaad zo wel is maar gaat die discussie liever niet aan. Ik zeg dit al ruim 25 jaar en ben daar consequent in. In mijn tijd had LTO melkveehouderij dit ook als standpunt. Na mijn vertrek is met name onder druk van de ZLTO de definitie grondgebondenheid op die bezopen percentage eiwit van eigen land gekomen en vooral de inzet om de sjoemelwijzer (KLW) in te voeren. Een controle instrument wat in hoge mate onbetrouwbaar is. Grondgebondenheid is een onomkeerbare trend net als de toename in weidegang. Het is prima wat ij betreft als bedrijven niet grondgebonden willen ontwikkelen alleen laat deze catogorie bedrijven dan ook zelf alleen de kosten hiervoor dragen en laten we dan zorgen dat er geen kostbare regelgeving van toepassing hoeft te zijn op de grondgebonden bedrijven. Daarom zeg ik Grondgebonden bedrijven onder de 2,5 GVE en 20.000 kg melk per ha en weidegang kunnen goed zonder fosfaatrechten en ammoniakrechten. Dat betekend voor deze bedrijven een enorme daling in de kosten. Bedrijven die intensiever willen zijn en geen weidegang is ook prima alleen die wel fosfaatrechten en ammoniakrechten en luchtwassers op de stallen en alle mest verwerken. Grondgebonden melkveebedrijven kunnen en moeten dan ook de ruimte krijgen om alle geproduceerde mest op eigen grond af te zetten. Dat betekend de gebruiksnormen voor dierlijke mest met name fosfaat iets verruimen en binnen de stikstofgebruiksruimte omwisseling van dierlijke N voor N uit kunstmest. Milieutechnisch kan dat prima dat heeft het Mesdagfonds al een keer door WUR laten onderzoeken. Bepalend is welke grond hoort er bij de GVE norm. Dat is alle grond in de GDI opgave in eigendom en pacht en maximaal 20% van de grond op basis van kortdurende pacht of gebruiksovereenkomst wel alle gerigistreerd in de GDI en binnen 60 km van het melkleverend adres. Niet morgen direct maar een periode van zes jaar om iedereen de kans te geven er te komen. Waarom 2,5 GVE en 20.000 kg melk, (was 18,500). en weidegang. Omdat bij deze getallen mileitechnisch er weinig risico is voor uitspoeling van nutrienten en vanwege de weidegang de ammoniak emissie ook binnen de perken blijft en bij weidegang ligt er meestal grond om het bedrijf dan valt de stal ammoniak emissie voor een belangrijk deel op de eigen boerengrond. De beperkte situatie dat een stal dichter bij een natuurgebied dan de eigen grond daar gelaten. Waarom van 18.500 kg naar 20.000 kg ? Dat komt weer vanwege Mesdagonderzoek gepresenteerd augustus 2019 uitgevoerd door Wur animal science wat in beeld bracht dat voer efficiency in de melkveehouderij 10% beter is dan eerde op basis van onderzoek begin jaren 90 in beeld was gebracht. Ik zou zeggen ga maar eens rekenen geen fosfaatrechten geen ammoniakrechten en geen mestafzetkosten voor bedrijven onder de 2,5 GVE en wel kunnen groeien tot 20.000 kg melk per ha wat dit kan betekenen voor de melkveehouderij in Nederland. met nu circa 1 miljoen ha en nu 14,5 miljard kg melk. Dan begrijp je ook meteen waarom RFC nu op dit moment vanwege management problemen niet voor echt grondgebonden melkveehouderij is maar vooral de bedrijven onder de 2,5 GVE via de fosfaatregelgeving in de klauwen wil houden. De fosfaatregelgeving en het fosfaatreductieplan komen oof uit de koker van RFC en LTO-Melkveehouderij. Goed voor RFC op korte termijn een strategische blunder voor de melkveehouderij als geheel. De vaste lasten stijgen door en kunnen niet goed worden gemaakt door meer productie, iets wat in omliggende landen en concurenten in de markt wel mogelijk is. Begin nu niet te miepen over dat er bij meer productie een lagere melkprijs komt want de laagste melkprijzen hadden we tijdens de quotering en niet daarna. Het zijn de door het beleid veroorzaakte kosten die de melkveehouderij dwars zitten. Dat de melkveehouderij steeds meer grondgebonden aan het worden is dat is een feit dit ondanks de afname van boerengrond. Dat laatse is overigens waarom ik zeg Nederland is vol en we moeten niet ieder jaar tienduizenden immigranten opnemen want dat vreet ruimte die bij boeren weg moet komen. Nijhof je mag er van alles van denken en zeggen maar kom maar eens met een analyse die dit weerlegt en niet alleen met losse kreten De cijfers spreken voor zichzelf https://www.melkvanhetnoorden.nl/featured/grondgebonden-melkveehouderij-lastig-maar-logisch/ https://www.agrimatie.nl/PublicatiePage.aspx?subpubID=7352&themaID=2756§orID=3534 https://thumbs.tractorfan.nl/bijlage_groot/d/d8065f71-0ec3-4a8e-acdb-2aa36ba4f800.jpg

Keuzes Investico bepalen uitkomst stikstofcalculaties - Opinie Geesje Rotgers

Door Geesje Rotgers - Onderzoeksjournalist in de agrarische sector 'Handvol boerenbedrijven houdt Nederland op slot'. Dat is de uitkomst van het onderzoek van Investico, een platform voor onderzoeksjournalistiek op basis van berekeningen met de Aerius Calculator. De uitkomsten van Aerius Calculator zijn echter afhankelijk van wat je erin stopt. 'Handvol boerenbedrijven houdt Nederland op slot'. Dat is de uitkomst van het onderzoek van Investico, een platform voor onderzoeksjournalistiek op basis van berekeningen met de Aerius Calculator. De uitkomsten van Aerius Calculator zijn echter afhankelijk van wat je erin stopt. Dit is typisch zo'n onderzoek waarbij de keuzes die je maakt, de uitkomsten van je onderzoek bepalen. Investico kiest ervoor om boerenbedrijven te gaan saneren. En kijkt dan hoeveel boeren het veld moeten ruimen om andere projecten mogelijk te maken. De journalisten hadden natuurlijk ook de keuze kunnen maken om een biomassaverbrander te saneren. In dat geval was het verwijderen van één centrale genoeg geweest om heel bouwend Nederland te voorzien van stikstof. Waarom heeft Investico deze optie niet doorgerekend? Pijlen gericht op boerenbedrijven Doordat Investico zijn pijlen richt op de boerenbedrijven, kijkt zij naar de natuurgebieden in de oostelijke helft van Nederland en naar het agrarische platteland. Een aantal natuurgebieden op het agrarische platteland zijn geselecteerd voor een doorrekening. In deze helft van Nederland bevinden zich relatief veel boeren en wordt er relatief weinig gebouwd. Investico had natuurlijk ook kunnen kiezen voor het doorrekenen van industriële stikstofbronnen rondom natuurgebieden in de westelijke helft van Nederland. Hier wordt relatief veel gebouwd en hier zitten relatief weinig boeren. De uitkomsten van het onderzoek hadden dan anders uitgepakt. Deze keuze was ook logisch geweest, aangezien de meeste bouwstikstof nodig is in West-Nederland. Stikstofuitstoot Shell over heel Nederland Investico neemt het voorbeeld van de kalkoenenboer op de Veluwe, met een 'extreem hoge emissie vlakbij een natuurgebied.' Die emissie is volgens Investico 201.119 mol stikstof per jaar. Is dit extreem hoog? Het is maar waarmee je het vergelijkt. Als we kijken naar bijvoorbeeld Shell, een stuk verderop in Rotterdam, dan zien we dat dit bedrijf jaarlijks 1,75 mol per hectare uitstoot op de Veluwe. Veel meer dan de kalkoenenboer. De kalkoenenboer in Ermelo veroorzaakt gemiddeld jaarlijks 0,799 mol stikstof per hectare op de Veluwe. Dat komt doordat deze boer heel dichtbij het gebied zit. Bij deze boer blijft de depositie echter wel beperkt tot 1 natuurgebied. Dat is anders bij de energie-industrie. Shell stoot de relatief forse hoeveelheid stikstof niet alleen uit op de Veluwe, maar op alle natuurgebieden in heel Nederland. Het staat Investico natuurlijk vrij om ervoor te kiezen boerenbedrijven te saneren op het platteland om bouwprojecten in het stedelijke gebied vlot te trekken. En de uitkomsten eenzijdig te presenteren. Dat is dan wel een meer politieke keuze in plaats van een journalistieke. Geesje Rotgers - Onderzoeksjournalist in de agrarische sector

'Landbouw uitstootvrij maken is beste oplossing voor stikstofprobleem'

[b]We moeten niet de stikstofneerslag aanpakken, maar de stikstofuitstoot stopzetten. En dat kan de grootste producent van stikstof, de intensieve veehouderij, prima zelf. Zonder dat de veestapel moet worden ingekrompen. Dat betoogde emeritus-hoogleraar agronomie Rudy Rabbinge vanmiddag in Provinciale Staten.[/b] Rabbinge is wars van opkopen van boerenbedrijven en stikstofhandelsystemen want die kosten te veel, lossen het probleem niet op en maken de melkveehouderij kapot. Dat is in een notendop de boodschap die hij Provinciale Staten meegaf in een hoorcollege inclusief vragenuurtje over stikstof. [b]Waar komt al onze stikstof vandaan?[/b] Stikstof komt voor een flink deel uit de landbouw. Rabbinge geeft een historisch lesje: "Het probleem is 50 jaar geleden begonnen, toen begonnen we aan intensievere en niet grondgebonden landbouw. Mestoverschotten waren er al in de jaren '70, maar die werden eerst ontkend, later genegeerd en pas veel later schoorvoetend erkend. Halverwege de jaren '90 kwamen de Drentse milieuminister Margreeth de Boer en landbouwminister Jozias van Aartsen met een mineralensysteem: hoeveel gaat er in en hoeveel gaat er uit? Het MINAS." De landbouw en vooral de veehouderij is de grootste stikstofproducent. Rabbinge splitst uit: kippenhouderijen en akkerbouw zijn maar voor een klein deel verantwoordelijk, varkensboeren voor een groter deel, maar dat deel neemt al af. Het grootste deel komt van de intensieve melkveehouderij. Steeds meer koeien, steeds hogere opbrengsten, steeds meer mest en dus steeds hogere uitstoot. [b]De uitstoot van de landbouw kan naar nul[/b] Maar volgens Rabbinge kan zowel in de akkerbouw als in de intensieve veehouderij de uitstoot van stikstof terug naar nul. "Meer koeien in de wei, dat zorgt al voor minder uitstoot. Urine en mest gaan gelijkmatiger en gescheiden de grond in. En stallen zijn prima uitstootvrij te maken. Innoveren is zinvoller en goedkoper dan boerenbedrijven uitkopen en het aantal koeien verminderen. Uitkopen en opkopen kost miljarden. Dat moet je alleen in uitzonderlijke gevallen doen", doceert de Drentse landbouwdeskundige. Stallen honderd procent emissievrij maken is, als we het eenmaal in de vingers hebben, ook een prima exportmodel denkt Rabbinge. Rabbinge's verhaal lijkt koren op de molen van landbouwgedeputeerde Henk Jumelet. [b]Stoppen met drijfmest[/b] Rabbinge: "We moeten in de akkerbouw op het juiste tijdstip, op de juiste manier en met de juiste soort en hoeveelheid bemesten. Dus geen drijfmest in februari wanneer de grond het nog niet nodig heeft, doe dan vaste mest. Wacht met de drijfmest tot er gewassen op het land komen en er veel meer voedingsstof nodig is. En als je het echt goed wilt doen zou drijfmest helemaal moeten verdwijnen." En we moeten volgens Rabbinge ophouden te willen boeren op schrale gronden waar te veel moeite moet worden gedaan om de grond vruchtbaar te houden. "Als je daar toch per se wilt boeren moet het veel minder intensief en zal je genoegen moeten nemen met een ander verdienmodel." ChristenUnie-Statenlid Harm Henk Veldsema vraagt zich af of dit allemaal wel kan bij wat kleinschaliger landbouwbedrijven. Ligt dan noodzakelijke schaalvergroting en meer uitstoot niet op de loer? Rabbinge: "Dat kan prima, bijvoorbeeld door de inzet van techniek, bijvoorbeeld GPS in de akkerbouw." [b]Niet in stikstof handelen[/b] Van stikstofhandel zoals met extern salderen tussen bijvoorbeeld een melkveehouder en een bouwbedrijf dat een weg moet aanleggen is Rabbinge al helemaal geen voorstander. Dat gaat leiden tot uitverkoop van de melkveesector aan partijen die de portemonnee veel groter hebben is zijn mening. Het lost ook het probleem van de stikstofuitstoot niet op volgens de hoogleraar. En voor gesteggel over hoeveel er nu ergens weg moet om een natuurgebied boven de kritische depositiewaarde (KDW, hoeveel stikstof die mag neerdalen) te krijgen is Rabbinge ook geen voorstander. Vooral omdat die KDW berekend wordt door het door boeren fel bekritiseerde Aerius-systeem. "Dat rekenmodel is bedoeld om indicaties te krijgen, niet om beleid mee te maken, dat geven de bedenkers ervan zelf aan", zegt Rabbinge. [b]Drentse plan Duurzame Melkveehouderij[/b] "En wat vindt u van het Drentse plan Duurzame Melkveehouderij?", vroeg CDA-Statenlid Eline Vedder (zelf melkveehouder). Dat kan volgens Rabbinge wel wat scherper en concreter. Ga pilots doen, ga aan de slag is zijn boodschap. Het plan is een samenwerking van provincie, LTO, Natuur en Milieufederatie, Staatsbosbeheer, Drents Agrarisch Jongeren Contact en Natuurmonumenten. Doel is dat er in 2025 in Drenthe zoveel als mogelijk, sprake is van gesloten kringlopen van stikstof, fosfaat en organische stof op gebieds- en bedrijfsniveau. [b]Waarom luisteren ze in Den Haag niet?[/b] Rabbinge is een invloedrijk deskundige en was lid van de commissie Remkes die het stikstofrapport Niet Alles Kan Overal voor het kabinet schreef en in haar adviezen veel verder gaat dan het kabinet wil. "Waarom wordt er in Den Haag dan toch zo slecht naar u geluisterd?", vroeg PvdA-Statenlid Jos Schomaker aan Rabbinge. Het antwoord van de emeritus-hoogleraar was simpel: "Omdat er te veel verschillende belangen spelen." En aan de hand van een oud voorbeeld uit Portugal schetst Rabbinge hoe het nog steeds gaat. Rabbinge had jaren geleden al een regio aangewezen waar de grond niet zo geweldig is voor intensieve landbouw en waar ze misschien maar eens wat anders zouden moeten gaan doen. Het politieke antwoord was: dat zouden we graag willen, maar de EU geeft ons grote subsidies om daar op die plek landbouw te bedrijven dus dat gaan we niet doen.

BoerBart


Topics
0
Reacties
579
Volgers

Over mij

Leeftijd: 52jr
Laatst online: 22min geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering