FrieslandCampina en CRV introduceren Ruw Eiwit Monitor voor melkveehouders

FrieslandCampina en CRV introduceren Ruw Eiwit Monitor voor melkveehouders Ruw Eiwit Monitor geeft inzicht in ruw eiwithalte door het jaar heen FrieslandCampina en CRV introduceren samen een nieuw instrument om het ruw eiwit in het rantsoen door het jaar heen inzichtelijk te maken: de Ruw Eiwit Monitor. Hiermee kunnen melkveehouders het ruw eiwitgehalte van hun rantsoen volgen en vergelijken met andere melkveehouders. Een passend ruw eiwitgehalte draagt bij aan efficiënt voeren, lagere voerkosten en minder stikstofverliezen. De monitor geeft inzicht in hoeveel eiwit een rantsoen bevat ten opzichte van de energie (VEM). Melkveehouders voeren hun gevoerde rantsoen in de monitor in, kunnen dit aanpassen en historisch vergelijken. Ook kunnen ze het vergelijken met andere melkveehouders in een groepsoverzicht binnen een studieprogramma. Met deze inzichten kunnen melkveehouders hun rantsoen optimaliseren en zo besparen op bijvoorbeeld eiwitaankoop en mestafvoer, en stikstofverliezen reduceren. De monitor helpt tijdig bij te sturen, bijvoorbeeld door te kiezen voor energierijker krachtvoer of een ander maaimoment van het gras. Onderdeel van studieprogramma FrieslandCampina werkte mee aan de ontwikkeling van de monitor en gebruikt deze binnen het studieprogramma Ruw Eiwit voor leden-melkveehouders. Deelnemers aan dit programma werken samen, met hun eigen voeradviseur en in groepsverband, aan het optimaliseren van het ruw eiwitgehalte van hun rantsoenen. Deelnemers aan het programma konden de afgelopen maanden al met de monitor werken. Sinds 21 september is de monitor voor alle gebruikers van CRV Mineraal beschikbaar. Sanne Griffioen, Director Farm Sustainability bij FrieslandCampina: “De monitor en het studieprogramma helpen melkveehouders om het ruw eiwit in het rantsoen verantwoord te verlagen, met behoud van melkproductie en diergezondheid. Dat kan financieel voordeel opleveren door verlaging van mestafzetkosten. Daarnaast kunnen een verbeterde stikstofbedrijfsbalans en lagere CO2-uitstoot bijdragen aan betere resultaten binnen Foqus planet Duurzame ontwikkeling, het duurzaamheidsprogramma voor leden-melkveehouders. Goede prestaties binnen dit programma kunnen leiden tot een hogere duurzaamheidstoeslag en daarmee direct bijdragen aan het inkomen van onze leden-melkveehouders." Inzicht voor de melkveehouder Met deze samenwerking bundelen CRV en FrieslandCampina hun expertise om melkveehouders meer inzicht te geven in de samenstelling van hun rantsoen. Joost van Kreij, Manager Business Solutions & Innovation bij CRV: “CRV zoekt de samenwerking met partners om expertises te combineren. Met FrieslandCampina maken we het ruw eiwitgehalte van het rantsoen inzichtelijk. Daarmee ondersteunen we melkveehouders bewuster te sturen op efficiënter voeren, kostenbeheersing en minder stikstofverliezen.” FrieslandCampina en CRV blijven de monitor doorontwikkelen. Door de samenwerking tussen beide partijen kunnen gebruikers van CRV Mineraal de Ruw Eiwit Monitor de komende jaren gratis gebruiken.

NVWA treedt op tegen transport kalfjes uit Ierland: te lang onderweg zonder melk

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) treedt op tegen de import van piepjonge kalfjes uit Ierland. De dieren krijgen nu tijdens een dagenlange reis nauwelijks te drinken en dat is in strijd met de regels, stelt de autoriteit. Als de omstandigheden niet fors verbeteren, moeten de transporten op termijn ophouden. Eerder gaf de Nederlandse kalfsvleessector zelf aan in 2026 te willen stoppen met de transporten uit Ierland, vanwege het dierenleed onderweg. Uit onderzoek van de NOS bleek eerder dit jaar echter dat de transporten nog altijd doorgaan. Voor de NVWA is de maat nu vol. "We leggen een last onder dwangsom op aan vier Ierse vervoerders. Die hebben nu een jaar de tijd om hun werkwijze aan te passen. Lukt dat niet, dan moeten ze dwangsommen betalen", zegt NVWA-inspecteur Annebeth van Aartsen. Die verplichting geldt voor alle vervoerders, waarschuwt de NVWA. Jonger dan twee maanden Het gaat daarbij om de import van kalveren tot twee maanden. Het overgrote deel van de ingevoerde dieren is jonger dan dat, blijkt uit onderzoek van de NOS. In Nederlandse en Ierse overheidsdatabases wist de NOS 330.000 kalveren te traceren; 98,9 procent was bij aankomst in Nederland jonger dan twee maanden. De Ierse toezichthouders treden niet op tegen het kalverentransport. De Ierse overheid vindt de export niet in strijd met de Europese regels. Daarin staat dat dieren moeten worden gevoed als het "noodzakelijk" is tijdens het transport. De Europese Commissie en de NVWA interpreteren een wetenschappelijk onderbouwde termijn van 12 uur als "noodzakelijk". Binnen de Europese Commissie wordt nu positief gereageerd, meldt een betrokkene aan de NOS. "Eindelijk gaat de NVWA handhaven", klinkt het. De Commissie stuurt al langer aan op strengere handhaving van de dierenwelzijnsregels en is niet te spreken over de manier waarop Ierse bedrijven kalfjes onderweg verzorgen. Restproduct Ierland heeft een grote melkveesector. Om koeien melk te laten geven, moeten ze elk jaar een kalf krijgen. Vrouwtjes kunnen zelf ook weer melkkoe worden, stiertjes blijven over. Ze zijn een restproduct en worden tegen lage prijzen doorverkocht aan kalvermesterijen, bijvoorbeeld in Nederland. Op dit moment worden de dieren in Ierland in een vrachtwagen gezet, die op de veerboot naar Frankrijk gaat. Na een vaartocht 19 uur worden ze weer van de boot geladen, waar ze rust en drinken moeten krijgen. Daarna gaan ze verder op transport naar Nederland. Volgens de NVWA krijgen de dieren tijdens die reis van in totaal zeker 50 uur dus maar één keer te drinken, terwijl dat minimaal elke 12 uur zou moeten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt overigens dat de reis zelfs 80 uur kan duren. Niet alleen zijn er op de vrachtwagens geen drinksystemen die geschikt zijn voor melk, ook moeten de jonge kalveren worden geholpen bij het drinken. Op de veerboot is dat "praktisch onuitvoerbaar", bevestigde de Ierse overheid eerder. Stoppen De kans is daarom groot dat het transport op deze manier sowieso moet stoppen. "Dat betekent dat de dieren niet meer in één keer van Ierland via Frankrijk naar Nederland kunnen, maar het transport anders georganiseerd zou moeten worden", zegt NVWA-dierenarts Van Aartsen. "Dat heeft grote impact, ook op Ierse bedrijven." De dieren zouden bijvoorbeeld pas op latere leeftijd kunnen worden vervoerd. Vanaf een leeftijd van acht weken kunnen de dieren ook voedingsstoffen halen uit ruwvoer en krachtvoer. "Maar ook dan is er nog aandacht nodig voor de wijze waarop je de dieren voert", zegt Van Aartsen. De Nederlandse brancheorganisatie voor de kalfsvleessector zegt "niet precies te weten waar de handhaving over gaat", maar vindt "ten algemene dat iedereen zich aan de wet dient te houden". Vragen ter verduidelijking werden woensdagmiddag niet beantwoord. Handhavingsverzoek Aanleiding voor het ingrijpen door de NVWA is een handhavingsverzoek van Eyes on Animals en Dier&Recht. Na jaren van veldonderzoek en procederen zijn de dierenwelzijnsorganisaties opgelucht dat de toezichthouder gaat handhaven. Eerder zag de NVWA daar geen mogelijkheden voor. Dat had te maken met dat de overtredingen grotendeels niet op Nederlands grondgebied plaatsvinden, zegt Van Aartsen van de NVWA. Vooral op zee, op de ferry tussen Ierland en Frankrijk gaat het mis, zegt de dierenarts. "Dat is een deel van het transport waar Nederland niet direct het toezicht op heeft." Toch heeft de NVWA naar eigen zeggen nu wel genoeg in handen om de praktijk te stoppen. "We hebben goed moeten kijken waar op welke onderdelen van het transport we in beeld moeten krijgen om deze overtreding vast te kunnen stellen", legt Van Aartsen uit. De vier vervoerders waar de NVWA tegen gaat optreden hadden geen geschikte voersystemen en waren ook niet van plan om de kalveren melk te laten drinken. Daardoor kon een overtreding worden vastgesteld, stelt de NVWA.

NSC-Kamerlid Harm Holman komt met initiatiefwet Grondgebondenheid

PERSBERICHT - ‘Ruimte voor boeren om te boeren, vergoeding voor maatschappelijke opgaven’ Den Haag, 1 juli 2025 – Tweede Kamerlid Harm Holman komt na de zomer met een initiatiefwet om Grondgebonden landbouw te verankeren in de wet. Het voorstel maakt onderscheid tussen een agrarische hoofdstructuur, met een focus op voedselproductie, en maatschappelijke landbouwgebieden, met meer ruimte voor natuur en aanvullende vergoedingen. Hiermee komt er voor boeren eindelijk duidelijkheid en handelingsperspectief, in het al decennialang vastzittende landbouwdossier. Boeren weten al jaren niet waar ze aan toe zijn: regels veranderen voortdurend. Tegelijkertijd stapelen maatschappelijke problemen zich op: de stikstofuitstoot blijft te hoog, de waterkwaliteit voldoet niet aan Europese normen en natuurdoelen worden niet gehaald. Zonder duidelijke keuzes in het landgebruik en landbouwbeleid blijven deze opgaven onoplosbaar. Nederland moet van het slot. Met dit wetsvoorstel krijgen boeren weer perspectief en pakken we grote maatschappelijke uitdagingen zoals stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteit aan. "Het is tijd voor beleid dat werkt voor boer én omgeving," aldus Harm Holman, Tweede Kamerlid voor Nieuw Sociaal Contract en ex-melkveehouder uit Drenthe. "We zetten hiermee een fundamentele stap richting structuur en zekerheid, waar de sector al jaren op wacht." Landbouwbeleid op basis van gebiedstype Het wetsvoorstel legt via ruimtelijke ordening twee typen landbouwgebieden vast: Agrarische hoofdstructuur: Vruchtbare gebieden waar voedselproductie centraal staat. Boeren kunnen hier binnen duidelijke kaders duurzaam ondernemen en bijdragen aan milieudoelen. De inzet van technologie en doelsturing wordt actief ondersteund, met ruimte voor samenwerking en beloning bij prestaties. Maatschappelijke landbouwgebieden: dit betreft gebieden waar maatschappelijke doelen zoals stikstofreductie, waterkwaliteit en biodiversiteit centraal staan. Boeren in deze gebieden gaan vanuit de overheid een vaste beloning ontvangen voor hun bijdrage aan maatschappelijke diensten. Provincies bepalen via gebiedsprocessen welke gronden hiervoor in aanmerking komen. Einde aan willekeur, herstel van vertrouwen Het voorstel maakt een einde aan de grilligheid van het huidige beleid en voorkomt willekeur. Door onderscheid te maken tussen type gronden en landbouwdoelen ontstaat een gebalanceerd systeem dat recht doet aan zowel het vakmanschap van boeren als de ecologische opgaven van onze tijd. Holman: "Hiermee zorgen we voor een structurele oplossing. We voorkomen dat duizenden familiebedrijven verdwijnen én we zetten serieuze stappen richting onze natuur- en klimaatdoelen. We bieden boeren handelingsperspectief en duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten. Boeren moeten weer kunnen boeren en betaald worden wanneer zij maatschappelijk uitdagingen oppakken. Met het voorstel neemt de overheid eindelijk weer regie in een dossier dat al veertig jaar vastzit. Nieuw Sociaal Contract kiest bewust voor een realistische koers: beleid dat uitvoerbaar is, handelsperspectief biedt en draagvlak heeft – bij boeren, provincies én samenleving. Aanvullende informatie: Over de agrarische hoofdstructuur Zit op de meest vruchtbare bodems. Hier kunnen boeren gewoon weer boeren. Hier zal een graslandnorm komen voor de waterkwaliteit, met een ruim ingroeipad: oplopend van 0,2 hectare grasland in 2028 tot 0,35 hectare grasland per GVE in 2034. Minimaal 80% van de boeren voldoet al aan deze uiteindelijke norm. Andere boeren kunnen inzetten op samenwerking met akkerbouwers voor hun mestafzet (al dan niet in Renure vorm) Ruimte voor doelsturing en inzet van technologie voor bijdragen aan milieudoelen op basis van presteren en belonen. We omarmen het Marke model. Over de maatschappelijke landbouwgronden - In deze gebieden ligt de focus op maatschappelijke uitdagingen: stikstof, co2, bodemdaling, kwaliteit landschap; belevingswaarde, luchtkwaliteit, droogte, waterkwaliteit, agrarische diversiteit, biodiversiteit - Hier zal een lagere GVE-norm gelden (1,5 GVE/ha vanaf 2034) om aan al die maatschappelijke uitdagingen bij te kunnen dragen. - Hier staat een vaste betaling voor boeren van ca. 1000-2500 € per hectare tegenover. - Provincies bepalen in samenspraak met boeren via gebiedsprocessen welke gronden worden bestemd als maatschappelijke grond. - Een boer in dit gebied krijgt ruim de tijd en keuzemogelijkheden om een manier van boeren te vinden die bij hem of haar past.

m uut m

@m uut m


Topics
0
Reacties
1.005
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 1wk geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering