Extra koe kost € 1 per dag

KOSTEN EXTRA KOE Wat zijn de kosten voor die ene koe die u niet van uw eigen gras kunt voeren en waarvan u de mest niet kwijt kunt? En welke redenen zijn er om die koe toch niet te verkopen? Die vraag onderzochten de leden van onze economische studiegroep uit Alblasserwaard met Sjon de Leeuw. MINDER MEST KWIJT OP EIGEN LAND Door de afbouw van de derogatie en de invoer van de bufferstroken kunt u minder dierlijke mest kwijt op het land, maar de koeien maken er niet minder door! Veel melkveehouders moeten dus sinds dit jaar mest afvoeren. Dit jaar was afvoeren volgens de leden van de studiegroep nog geen probleem, maar volgend jaar komen er natuurlijk nog boeren de markt op met mest. Tabel kosten extra koeKOE VERKOPEN OF NIET? Om een goede afweging te maken om die ene koe wel of niet in de stal te houden waarvan de mest volledig moet worden afgevoerd en die niet van eigen land te voeren is, hebben ze in de studiegroep een berekening gemaakt. Is het nog rendabel om deze koe te houden? De leden rekenden met een melkprijs van 42,5 cent per kg melk en € 22,50 per kuub mest afvoerkosten. In de berekening werden gemiddelde opbrengst en veekosten zoals gezondheidszorg meegenomen (zie ook de tabel, klik voor een vergroting). Met deze melkprijs en mestafzetkosten kwamen ze tot de conclusie dat deze koe € 366 per jaar kost, een euro per dag dus. De melkveehouders schrokken niet van deze kosten. “We weten van de kosten, maar als de melkprijs omhoog gaat kun je toch weer aan deze koe verdienen”, zeggen ze. Daarnaast willen veel veehouders hun dieren houden vanwege de stikstofrechten. MEST AFVOEREN IN KOMENDE JAREN De afvoerkosten van mest gaan de komende jaren waarschijnlijk stijgen, omdat er meer steeds meer boeren op de markt komen. Deze berekening kan er over een jaar anders uitzien. Bent u ook benieuwd hoeveel de extra koe bij u kost? Maak onderstaande rekensom dan eens voor uw eigen bedrijf. Bij vragen kunt u contact opnemen met Sjon de Leeuw.

RVO waarschuwt: teveel regels, ondernemers haken gefrustreerd af

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) trekt aan de bel. Er zijn teveel regels, wetten en programma waardoor ondernemers de bomen door het bos niet meer zien, afhaken en gefrustreerd raken. Het moet simpeler, luidt de boodschap van de RVO. De politiek zit vol plannen, maar vergeet daarbij vaak de uitvoerbaarheid, aldus de organisatie. Het is tijd om minder te willen, want door minder te doen krijg je meer gedaan, stelt de RVO. De overheid wordt daarmee meer doeltreffend in haar ambities en het wordt simpeler en aantrekkelijker voor ondernemers. ‘Met minder kunnen we dus meer bereiken’, aldus RVO-directeur general Abdeluheb Choho. ‘Maar daarvoor zijn er wel scherpe keuzes van de politiek nodig.’ RVO roept de politiek en beleidsmakers op om nieuwe initiatieven te toetsen op uitvoerbaarheid en haalbaarheid voor ondernemers. Geef ruimte aan de uitvoering, laat de grootste groep het uitgangspunt zijn, nu wordt de uitzondering vaak tot norm verheven, aldus RVO. Houd het simpel en coördineer en verminder de administratieve lasten voor ondernemers, stelt de organisatie. Nederland loopt vast Ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland herkennen de zorgen van de RVO en vinden het ‘zeer goed dat ze dit signaal geven’. ‘Op tal van fronten loopt Nederland inmiddels vast. Van het overvolle stroomnet tot de enorme regelbrei. De hoeveelheid wet- en regeling voor het bedrijfsleven is de afgelopen jaren absoluut geëxplodeerd. Daar moeten we samen met de overheid en een nieuw kabinet en de uitvoerders van beleid mee aan de slag’, aldus beide organisaties. Ze willen bijvoorbeeld dat bij nieuwe regels een toets komt of de regels wel werkbaar zijn voor bedrijven of de wetgeving moet worden vereenvoudigd.

Nieuwe reacties

Agrimest en de erkenning (LC artikel)

Ofschoon(ben zelf wel een gebruiker) een ieder zijn twijfels heeft over dit product en dat mag, hoop ik dat de lezers ook tussen regels door begrijpen of misschien wel kunnen concluderen dat bestaande oplossingen of hulpmiddelen misschien niet altijd "mogen". Met als reden het zou het bestaande verdienmodel of regelgeving ondermijnen. Onafhankelijkheid en onafhankelijk advies is moeilijk te verkrijgen van klein naar groot. bron: LC Waar blijft landelijke erkenning voor de mineralenmengsels uit Piaam? Meer en meer boeren gebruiken de mineralenmengsels van RinAgro uit Piaam. Het goedje maakt van de drijfmest een betere meststof en heeft ook tal van voordelen voor milieu en klimaat. Maar waar blijft de landelijke erkenning? Als scholier op de landbouwschool vroeg Rinze Joustra (57) zich vaak af hoe het toch kwam dat op mais op bepaalde percelen in het najaar niet wilde afrijpen. ,,Het kwam voor dat boeren dit gewas nog in januari moesten oogsten. Niet normaal.” Zelfstudie leerde Joustra dat het te maken had met de drijfmest in de kelders van de veehouders. Het bodemleven heeft ongeveer een half jaar nodig om uit deze mest stikstof te mineraliseren. Dat betekent dat veel voedingstoffen uit in het voorjaar toegediende mest pas in het najaar vrijkomen. Het gevolg: in plaats van dat de maisplant afrijpt, blijft ze groeien. Het geheim van de smid Waarom gaan we dan de mest in de wintermaanden niet verrijken, zo vroeg Joustra zijn leraren. ,,Ze moesten lachen, maar gaven geen antwoord.” Joustra bleef daarop zelf werken aan een antwoord en dat resulteerde in 2001 in de oprichting van RinAgro, een bedrijf in mineralenmengsels met bacteriën die zuurstof binden. In de loop der jaren is deze Agrimestmix steeds verder verfijnd waardoor een zuurstofrijkere omgeving gecreëerd wordt in de voorheen vrijwel zuurstofloze drijfmest. Wat die mengsels zijn, geeft Joustra niet het prijs. ,,Cliche: het geheim van de smid.” In een zuurstofloze omgeving heerst de dood ,,En dat biedt grote voordelen”, legt Joustra uit, ,,want in een zuurstofloze omgeving heerst de dood, daar is geen leven. In die drijfmest heersen de anaerobe bacteriën die als ze in aanraking komen met lucht een tegenreactie ontwikkelen. Ze produceren onder meer ammoniak, blauwzuurgas en de broeikasgassen methaan en lachgas. Door het zuurstofrijker maken van de mest, ontstaan deze gassen beduidend minder waardoor de uitstoot van broeikasgassen afneemt evenals de stank en er meer en betere voedingstoffen in de mest blijven waardoor de boer minder kunstmest en krachtvoer nodig heeft. En het is voor hem veel veiliger werken, omdat er minder van het gevaarlijke blauwzuurgas vrijkomt. Steeds meer melkveehouders onderkennen de voordelen. Telde RinAgro in 2010 zo’n 750 klanten inmiddels zijn het er 2500 in Nederland en circa 1000 in het buitenland. Het kost een gemiddeld bedrijf met 110 koeien circa duizend euro om zijn mest met Agrimestmix te behandelen. Ammoniakuitstoot wil maar niet dalen RinAgro verkreeg in 2014 een Nederlands octrooi voor zijn vinding en dit voorjaar de Europese. Het stoort Joustra echter dat de erkenning bij beleidsmaker en de onderzoeksinstituten nog ontbreekt. Vooral de erkenning dat zijn mineralenmengsel de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen verlaagt, zou de verkoop een enorme impuls kunnen geven. Het zou bovendien de melkveehouderij enorm ontlasten. De sector staat onder zeer grote druk om de ammoniakuitstoot te verlagen, want natuurorganisaties klagen steen en been dat die uitstoot zorgt voor een overbemesting van hun natuurterreinen. Om die overlast te beperken is het uiterst complexe PAS-programma opgetuigd en daarnaast legt de overheid boeren via de maatlat duurzame veehouderij op om bij nieuwbouw peperdure investeringen te doen in mestvloersystemen dan wel luchtwassers. De frustratie is groot, omdat de ammoniakuitstoot in Nederland maar niet wil dalen. Weinig medewerking Joustra klopt regelmatig in het Haagse aan om de voordelen van zijn mineralenmengsels onder de aandacht te brengen. Maar op de een of andere manier doorstaat zijn productconcept nooit de door Wageningen University gemaakte onderzoekselectie. Wordt hij bewust tegengewerkt? ,,Er is in ieder geval weinig medewerking”, merkt de Piamer ondernemer diplomatiek op. Joustra blijft onderwijl zijn bedrijf uitbouwen. Binnenkort start hij een productielocatie in het Duitse Kleef en recent is een nevenvestiging opgezet in Leeuwarden en volgt mogelijk nog een verhuizing naar een locatie bij de Dairy Valley bij de Dairy Campus. Hij heeft goede hoop dat de kringloopwijzer die de zuivelsector steeds dwingender wil opleggen, in het voordeel uitpakt van zijn bedrijf. ,,Dan wordt haarfijn blootgelegd dat melkveebedrijven die mijn Agrimestmix gebruiken heel gunstig scoren in de kringloopwijzer. Dat is logisch, want ze gebruiken minder kunstmest en krachtvoer.”

Deadline klimaattop verstrijkt, geen akkoord in zicht: 'Ik teken geen doodvonnis'

De klimaattop in Dubai wordt verlengd. Vandaag zou eigenlijk de laatste dag van de top zijn, maar het is de landen nog niet gelukt om tot een akkoord te komen. Vooral over de toekomst van fossiele brandstoffen liggen de standpunten ver uit elkaar. Onder meer de EU wil dat op deze klimaattop "het begin van het einde van fossiel" wordt ingeluid, maar dat gaat veel te ver voor met name de olielanden.De voorzitter van de top publiceerde gisteren een concepttekst voor het akkoord. Daarin stond een rij aan opties voor landen om uitstoot te beperken. Een van de opties is de vermindering van "de productie en consumptie van fossiele brandstoffen op een eerlijke, ordelijke en rechtvaardige manier", in lijn met de wetenschap. Volgens de organisatie van de klimaattop zou het al "historisch" zijn als dit in de slottekst komt.Maar een grote groep landen gaat het niet ver genoeg. De tekst laat namelijk open hóe uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen moet worden afgebouwd en wanneer. Een vertegenwoordiger van de kleine eilandstaten, die nu al stukken land moeten opgeven door zeespiegelstijging, zeggen dat ze weigeren hun handtekening te zetten onder "hun doodvonnis".RestaurantmenuEU-klimaatcommissaris Hoekstra vergelijkt de tekst met een restaurantmenu waaruit iedereen kan kiezen waar hij zin in heeft. Maar daarvoor is de opwarming van de aarde te urgent, vindt Hoekstra. "Veertig jaar geleden waren deze maatregelen misschien nog optioneel. Maar nu moeten we ze allemaal doorvoeren, en snel ook."Hoekstra heeft een 'hoge-ambitie-alliantie' gevormd met onder meer de eilandstaten, Colombia, Kenia, Bangladesh en Chili. Maar om de patstelling te kunnen doorbreken heeft hij steun nodig van meer en invloedrijkere landen. Volgens Europarlementariër Bas Eickhout schort het daar nog aan. China, India en de VS houden de kaarten tegen de borst. "Die kijken rustig hoe het spel zich ontvouwt."Ook ontwikkelingslanden willen eerst concrete afspraken over geld voor adaptatie, oftewel het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, voor ze hun steun uitspreken voor minder fossiel. Ook gaat het om alternatieve inkomsten voor het gas en de olie die zij in de grond laten zitten. Zo noemen onder meer Uganda en Nigeria olie hun reddingsboei, die ze nodig hebben om zich te ontwikkelen.Logisch dat zij vragen om zekerheden, vindt Eickhout. Ontwikkelingslanden moeten de kans krijgen om betaalbaar over te schakelen op duurzaam. "Uiteindelijk is ambitie alleen mogelijk als het rechtvaardig voelt voor iedereen."Mogelijk nog meer dan een dagOliestaten zeggen dat ook voor hen een verplichte afbouw niet rechtvaardig voelt. Veel van de Golfstaten zijn nog voor een groot deel van hun inkomsten afhankelijk van olie. Er is vanuit deze landen geen officiële reactie op de concepttekst. Maar volgens bronnen van Reuters hebben ze voorzitter Al-Jabr onder druk gezet om de woorden 'fossiele brandstoffen' helemaal uit de tekst weg te laten. Dat heeft hij niet gedaan.Op dit moment wordt nog druk onderhandeld om tot een nieuwe tekst te komen. Daar moeten dan alle landen in een plenaire vergadering mee instemmen. Pas dan is er een akkoord. Dat kan volgens Hoekstra zeker nog een dag, zo niet langer duren. "Een goed eindresultaat is het enige dat telt."

WUR en Teagasc: overweeg CO2-quotum per melkveebedrijf

WUR en Teagasc: overweeg CO2-quotum per melkveebedrijf Redactie Jan Willem Veldman redacteur Food&Agribusiness Geef melkveebedrijven een hoeveelheid emissierechten voor broeikasgassen en verminder die vervolgens geleidelijk jaar na jaar. Dat is een van de denkrichtingen van onderzoekers verbonden aan Wageningen UR en het Ierse onderzoeksinstituut Teagasc in een rapport geschreven in opdracht van het Europees Parlement. Het gaat hier om een aanbeveling ter overweging in een onderzoeksrapport voor de ontwikkeling van de Europese zuivelsector na afschaffing van de melkquotering. Idee is om een markt te creëren voor emissierechten. In theorie zou het beprijzen van broeikasgasemissies melkveehouders ertoe aanzetten om de uitstoot op hun bedrijven te verminderen. Hierbij moet het nemen van maatregelen financieel aantrekkelijker zijn dan de aankoop van nieuwe emissierechten. Geen individuele prikkels Op dit moment heeft het meer of minder uitstoten van broeikasgassen door individuele melkveebedrijven geen gevolgen. Ook zijn er weinig of geen individuele prikkels voor melkveehouders om de uitstoot op hun bedrijven te verminderen. Zeker als het terugdringen van die emissies kosten met zich meebrengt door het nemen van technologische maatregelen of het verlagen van de melkproductie. Ook spreken de onderzoekers van een free rider-probleem. De vermindering van de uitstoot van een melkveebedrijf wordt verdeeld over de hele sector, in plaats van dat het ten goede komt aan het bedrijf dat de inspanning heeft geleverd. Bedrijfsmaatregelen Hoewel de voorgestelde aanpak op het eerste gezicht veel overeenkomsten toont met de eerdere melkquotering, zijn er volgens de onderzoekers wel belangrijke verschillen. Zo was de melkproductie door zuivelverwerkers relatief eenvoudig te registreren. Het meten van broeikasgassen op individuele melkveebedrijven is veel moeilijker. Om dit te doen zou een nauwkeurige en voortdurende schatting van de broeikasgasemissies geproduceerd door het melkveebedrijf moeten plaatsvinden. Dit is niet eenvoudig en kan kostbaar zijn om op schaal toe te passen. Een optie is om met vaste waarden te rekenen, bijvoorbeeld op basis van het aantal koeien op een bedrijf of de hoeveelheid gebruikte kunstmest. Een dergelijke aanpak kan echter oneerlijk uitpakken als geen rekening wordt gehouden met genomen bedrijfsmaatregelen om de uitstoot te beperken. Hoewel de EU als prioriteit heeft om de broeikasgasemissies uit de landbouw terug te dringen, lijkt een aantal zuivelverwerkers meer geïnteresseerd in het verkleinen van de CO2-voetafdruk van hun zuivelproducten, bijvoorbeeld door middel van een levenscyclusanalyse. Deze werkwijze kan volgens de onderzoekers zeker bijdragen aan het verminderen van de uitstoot, maar dan moet wel worden voorkomen dat de melkproductie toeneemt en op die manier het voordeel van een kleinere voetafdruk tenietdoet.

Transitie-expert Hoes pleit voor steun pioniers kringlooplandbouw

Transitie-expert Hoes pleit voor steun pioniers kringlooplandbouw Redactie Isolde van Leeuwen redacteur Nieuws & Business De overstap naar vernieuwende kringlooplandbouw is risicovol. Pionierende boeren moeten ondersteund worden, adviseert transitie-expert Anne-Charlotte Hoes. De transitie komt beter van de grond, volgens Anne-Charlotte Hoes, als de pionierende en radicale vernieuwers financiële, juridische en sociale steun krijgen bij hun ideeën in de praktijk te brengen. In haar onderzoek aan Wageningen Economic Research komt naar voren dat de overstap naar kringloopaanpassingen zich soms pas na jaren uitbetalen. De risico’s die dat met zich meebrengt, liggen nu grotendeels bij de boer. Juridisch lopen sommige experimenten, zoals bijvoorbeeld strorijke mest bovengrond aanwenden zonder bodemkering, tegen klemmende wet- en regelgeving aan. Daarnaast zijn er sociale uitdagingen, zoals financiële adviseurs die hun vraagtekens zetten bij de nieuwe aanpak. Overgang verkoopt zichzelf niet Hoes pleit voor meer onderzoek met kleine groepjes pionierende boeren, die werken aan de gevalideerde kennis over kringlooplandbouwbedrijven. Een boer kan dan kiezen welke aanpassingen passen bij zijn of haar bedrijf en kennis uitwisselen met boeren die de methode al hebben toegepast. De overgang naar kringlooplandbouw verkoopt zichzelf niet, blijkt uit onderzoek naar kleinere bedrijfsaanpassingen, die bijdragen aan kringlooplandbouw. Op korte termijn brengen deze aanpassingen vaak meer kosten, verlies aan productkwaliteit en meer arbeid met zich mee. Brug slaan tussen overheid en boer De uitvoeringsorganisaties van weleer, zoals de productschappen en Dienst Landelijke Gebied, kunnen volgens Hoes de brug slaan tussen de overheid en de boer. Bij deze organisaties kan de kennis en expertise rondom kringlooplandbouw gebundeld worden, zegt Hoes. Met die kennis en eventueel een tijdelijke afzetgarantie kunnen zij boeren ondersteunen, die de eerste stappen zetten naar kringlooplandbouw. Heel concreet over welke bedrijfsopties voor kringlooplandbouw ondersteuning moeten krijgen, is Hoes niet. De sector zelf is enorm divers, al heeft ze onderzoeken gedaan in uiteenlopende sectoren van de melkveehouderij tot akkerbouw en leghennen. Daarnaast zijn er binnen de deelsectoren een grote verscheidenheid aan bedrijven. “Welke methodes bij welke bedrijf goed tot zijn recht komen, is lastig van afstand te zeggen”, aldus Hoes. Boeren betrekken bij vormgeven toekomstbeelden Boeren zijn juist nodig bij het realiseren van een bio-based economie en de natuurdoelstellingen, stelt Hoes. Boeren hebben volgens Hoes veel inhoudelijke landbouw- en ecosysteemkennis. Ze stelt voor om boeren te betrekken bij het vormgeven van regionale toekomstbeelden. Hoes doet aanbevelingen voor beleid dat de overgang naar kringlooplandbouw makkelijk maakt. Het belonen van duurzame prestaties en het ontzorgen van boeren tijdens de overgang naar kringlooplandbouw vergemakkelijken de eerste stappen. Ook wetswijzigingen die kringloopsystemen beter ondersteunen en het opbouwen van kennis en vertrouwen in kringlooplandbouwbedrijven, kunnen de transitie verder helpen.

m uut m


Topics
0
Reacties
1.005
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 4u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering