Waar is onze democratie?

Door Jaap Majoor, Onze minister van Landbouw wil Nederland van het stikstofslot halen. Ik zeg *ons* stikstofslot, want verder in de wereld bestaat een dergelijk stikstofslot nergens. Hij kondigt ingrijpende maatregelen aan voor de landbouw. Extensieve boeren met veel grond en biologische boeren zullen daar waarschijnlijk minder last van hebben, tenzij hun bedrijf dicht bij een Natura 2000-gebied ligt. Biologische boeren beschikken vaak over veel grond, mede doordat zij bij de verpachting van gronden door natuurorganisaties en gemeenten vaak de voorkeur krijgen. Voor veel andere boeren ligt dat anders. Zeker jonge boeren, die bijvoorbeeld hun broers en zussen moeten uitkopen om het bedrijf voort te zetten, hebben die mogelijkheden niet. Zij dreigen uiteindelijk gedwongen te worden hun bedrijf te beëindigen. Wat het Nederlandse stikstofprobleem zo bijzonder maakt, is de grote verdeeldheid tussen ecologen, medewerkers van Wageningen University & Research (WUR) en mensen uit de praktijk. Hun bevindingen staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Zulke fundamenteel verschillende conclusies zouden toch aanleiding moeten zijn om kritische vragen te stellen en beide kanten zorgvuldig te onderzoeken. De linksgeoriënteerde politieke partijen luisteren vooral naar wetenschappers en natuurorganisaties die waarschuwen dat de natuur ernstig achteruitgaat. Vanuit hun politieke visie is dat wellicht te verklaren. Deze partijen lijken economische activiteiten die het milieu belasten zoveel mogelijk te willen beperken. Dat ook de landbouw daarin wordt meegenomen, past binnen die benadering. Maar wat voor mij moeilijk te begrijpen is, is dat ook de VVD en het CDA hierin meegaan. Ook zij lijken uitsluitend te luisteren naar de boodschap dat de natuur achteruitgaat. Als Kamerlid ben je gekozen om het Nederlandse volk te vertegenwoordigen. Bij een onderwerp dat zo ingrijpend is voor de landbouw en de economie als het stikstofbeleid, mag worden verwacht dat beide kanten van het verhaal serieus worden aangehoord. Dat betekent doorvragen, kritische vragen stellen en blijven doorvragen totdat een zorgvuldig en goed onderbouwd oordeel kan worden gevormd. Tot mijn verbazing gebeurt dat niet. Er wordt vrijwel uitsluitend geluisterd naar de groep wetenschappers en natuurorganisaties die stelt dat de natuur ernstig wordt bedreigd. De andere groep wetenschappers, WUR-medewerkers en boeren krijgt wel de gelegenheid om hun verhaal te doen, maar daarop worden nauwelijks vragen gesteld. Hun inbreng lijkt geen rol te spelen in de besluitvorming. Zelfs wanneer om een inhoudelijke reactie wordt gevraagd, blijft die vaak uit. Het voelt alsof je tegen een ondoordringbare muur spreekt. Dat is frustrerend. Daardoor groeit bij veel mensen die dagelijks met de natuur werken het gevoel dat hun kennis en ervaring niet serieus worden genomen. Het gevolg is dat zij steeds minder begrip hebben voor de besluiten die in Den Haag worden genomen. Daardoor rijst bij mij de vraag hoe goed onze democratie nog functioneert. Wanneer slechts één kant van een maatschappelijk debat werkelijk wordt gehoord, neemt het vertrouwen in de politiek af en groeit de polarisatie. Naar mijn mening dragen juist onze volksvertegenwoordigers daarvoor een grote verantwoordelijkheid. Hoe kunnen wij nog een open discussie voeren met Kamerleden die, in de ogen van veel boeren en deskundigen uit de praktijk, hun standpunt al hebben bepaald? Jaap Majoor - Laag Zuthem

Klepelen helpt tegen onkruiden in de wegberms

In veel gemeenten is de laatste jaren een duidelijke toename te zien van onkruiden in de wegbermen. Soorten zoals jacobskruiskruid, fluitenkruid, berenklauw en verschillende soorten zuring, waaronder ridderzuring, komen steeds vaker voor. Dit kan gevaarlijk zijn voor mens en dier en zorgt bovendien voor een minder verzorgd straatbeeld. Daarom is het belangrijk om te kijken naar de oorzaak van deze ontwikkeling en naar een passende oplossing. Uit onderzoek is gebleken dat de manier waarop wegbermen tegenwoordig worden beheerd, een belangrijke rol speelt. Veel gemeenten maaien de bermen met een cyclomaaier of ecomaaier. Vervolgens wordt het gemaaide gras met een acrobaat afgevoerd. Hierdoor blijft er nauwelijks organisch materiaal achter in de berm. Vroeger werden de bermen vaak geklepeld, waardoor het fijngemalen maaisel bleef liggen en kon verteren tot humus. Deze humus verrijkt de bodem met voedingsstoffen en draagt bij aan een gezonde, dichte grasmat. Doordat er tegenwoordig veel minder humus in de bodem aanwezig is, ontstaat een voedselarme en open begroeiing. Dit biedt juist meer ruimte aan ongewenste planten zoals jacobskruiskruid, berenklauw en verschillende soorten zuring. Deze soorten kunnen zich gemakkelijk vestigen en zich snel uitbreiden. Het opnieuw toepassen van klepelen kan daarom een goede oplossing zijn. Door het maaisel in de berm achter te laten, wordt de bodem weer voorzien van organisch materiaal. Hierdoor verbetert de bodemstructuur, neemt de hoeveelheid humus toe en krijgt het gras meer kans om zich goed te ontwikkelen. Een dichte grasmat maakt het voor onkruiden moeilijker om zich te vestigen. Kortom, het beheer van wegbermen heeft grote invloed op de hoeveelheid onkruiden. Het huidige maaibeheer, waarbij het maaisel wordt afgevoerd, zorgt voor minder humus en geeft onkruiden meer groeikansen. Door weer vaker te klepelen kan de bodem verbeteren en kan de groei van ongewenste onkruiden in de wegbermen worden beperkt

Een bijzondere week

Steeds vaker spreek ik mensen die de hoop op betere beleidstijden hebben opgegeven. Helaas zien collega-boeren met enige regelmaat de toekomst en hun eigen situatie zo zwart, dat zij zelf het zwarte gat verkiezen boven het leven. Iedere keer als dat gebeurt, voelt dat voor mij een beetje als falen. Falen van mijzelf en van Stikstofclaim. Blijkbaar hebben we die mensen op dat moment onvoldoende houvast, hoop en uitzicht op betere tijden kunnen geven. Uitzicht dat nodig is om een minder zwart toekomstbeeld te zien. Voor mij speelt daarin zeker een rol dat mijn zus op 7 oktober, zeven jaar geleden, zelf de keuze maakte om haar leven te beëindigen. In overleg met Co Scholten heb ik deze bijdrage geschreven. Ik wil hiermee helder maken dat er, ondanks alle stomme Haagse streken, absoluut lichtpuntjes zijn. Lichtpuntjes die groter zijn als je er goed naar kijkt. Ook wil ik aangeven waar wij als Stichting Stikstofclaim onze drive en energie vandaan halen. Dat doe ik door een deel van de belevenissen van vorige week te beschrijven. Niet volledig uitputtend, maar wel om een beeld te geven. De week van 29 juni Het was een heel bijzondere week, met hele mooie en heel trieste momenten. Toch blijft voor mij het mooie ook voor boeren overheersen. Er is meer dan goede hoop op verandering in beleid. Vorige week maandag, 29 juni, begon voor mij zoals de meeste maandagochtenden en dinsdagochtenden: met het uitmesten en opnieuw instrooien van de stallen. Niet met de greep of vork, maar met een knikshoveltje. Ook het instrooien doen we met een strooier voorop een shoveltje. In drie uur tijd verplaatsen we 24 paarden in twee groepen. Daarvan zijn 19 paarden tweejarige hengsten die al best wat mans zijn. Mooie, imposante dieren. Ze zijn inmiddels gewend aan halsters, maar kunnen af en toe nog behoorlijk onberekenbaar zijn. Iedere keer is het weer een uitdaging, maar ook heel leuk om te doen. Op die ochtenden neem ik meestal de telefoon niet op. Alleen als John Spithoven of Piet Faber belt, beiden actief voor Stikstofclaim, maak ik daar een uitzondering voor. Samen met onze dochter Lisa en ochtendhulp Ananda zijn we drie uur bezig. Aan het einde van de ochtend zijn er 12 grote balen stro verstrooid. Dat klinkt veel, maar de boxen zijn 3,5 bij 5 meter. Rond een uur of twee liggen de meeste paarden heerlijk languit in het verse stro. We hebben vier stallen met een verschillend aantal boxen. Iedere week mesten we ongeveer de helft uit. De andere helft strooien we donderdags bij. Kuil voeren in de ruiven doen we met de hand. Iedere week verwerken we ongeveer 16 vierkante balen kuil in de winterperiode. In de zomerperiode, wanneer de meeste paarden ook buiten komen, zijn dat ongeveer 12 balen per week. Samenwerken met mijn dochter Lisa geeft mij veel voldoening. Zij runt inmiddels het bedrijf. Ik ben het oudere manneke dat hand- en spandiensten verricht en af en toe nog raadgever mag zijn. Ik kan er enorm van genieten hoe professioneel zij met klanten omgaat, strak communiceert en afspraken maakt. De paarden die bij ons in opfok staan en de merries waarmee wordt gefokt, zijn grotendeels van klanten. Een klein deel is van onszelf. Van de 86 dieren zijn er 11 van onszelf. Gelukkig hebben we zakelijke klanten die weten dat we ons uiterste best doen. Maar zij begrijpen ook dat er bij levende dieren, ook al zijn ze tonnen waard, wel eens iets mis kan gaan. Wij maken geen onderscheid in behandeling of verzorging. Of de aanschafwaarde voor de klant nu zesduizend euro of zestigduizend euro was: voor ons zijn het allemaal levende dieren. Als houder heb je de heilige plicht om dieren goed te verzorgen. Ook jonge dieren moet je leren dat de mensenhand er niet is om te straffen, maar om te begeleiden en vertrouwen te geven. Bij het ene dier gaat dat sneller dan bij het andere. We hebben ook een keer meegemaakt dat een jonge hengst, ondanks alle tijd, liefde en aandacht, gewoonweg vals was en bleef. Dat zat er vanaf het begin in, toen hij als veulen werd gebracht. Paarden zijn net mensen. Je hebt er fijne en minder fijne tussen om mee te werken. Echt vals en slecht is bij paarden een grote uitzondering. Bij mensen komt dat vaker voor. Naast het werk thuis, meestal in de ochtenden, heb ik wekelijks twee tot vier afspraken in de middag. Afhankelijk van het jaargetijde heb ik daarnaast één à twee overleggen in de avond, ergens in het land. Er is bijna dagelijks telefonisch en per mail overleg met advocaten en adviseurs. Dat begint vaak rond half acht en loopt doordeweeks door tot in de avond. Veel mails beantwoorden, stukken lezen en dagelijks overleg. Vaak ook in het weekend. Daarbij is er veel overleg met Sandra Marseille. Zij runt het secretariaat, doet de administratie, plant alle afspraken in en bewaakt of gemaakte afspraken ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Voor mij is ook belangrijk dat zij de meeste stukken die ik schrijf leest en corrigeert, zowel tekstueel als inhoudelijk. Daarmee bewaakt zij de continuïteit in onze communicatie. Stikstofclaim is in de loop der jaren steeds meer een geoliede machine geworden. Daardoor worden de eerste vruchten nu rijp om te oogsten. Omdat we een best aardige kantine, annex Grand Café, in het voormalige manegebouw hebben, probeer ik zoveel mogelijk overleggen daar te plannen. Dat maakt dat ik mijn tijd efficiënt kan benutten en geen verrassingen heb in de kwaliteit van de koffie. Vergaderingen van Stichting Stikstofclaim zijn ook bij ons. Overleggen met Kamerleden, hun medewerkers en gedeputeerden zijn meestal in de Tweede Kamer of op provinciehuizen. Met de meeste Kamerleden en hun medewerkers is er goed appcontact. Dat geldt zo ongeveer voor iedereen rechts van Pieter Grinwis. Aan de linkerzijde van het politieke spectrum is er geen contact, ondanks pogingen om wel in gesprek te komen. Een andere week dan anders Deze week was anders dan anders. We verwachtten twee uitspraken van rechtbanken en er was, naar het zich liet aanzien, een belangrijk debat in de Tweede Kamer. In de aanloop naar dat debat was er dinsdagavond een overleg met alle boerenvakbonden. Dat gebeurde op initiatief van Agractie, in De Schakel in Nijkerk. Tot mijn verbazing schoven er ook twee LTO-bestuurders aan: een vakgroepvoorzitter en een provinciaal voorzitter. Dat hebben we eerder meegemaakt, ooit in het Landbouwcollectief. Meestal is LTO er weer vandoor als het er echt op aankomt. Dat was hier opnieuw het geval. Agractievoorzitter Erik Luiten gaf technisch goed leiding aan het overleg. Er werden afspraken gemaakt over een gezamenlijke verklaring. Na afloop stond er wat pers. Ook waren er ongeveer zestig trekkers en een shovel, die de avond opfleurden. Dan zie je ook weer een aantal mooie oude bekenden. Toch ben ik maar snel in de auto gestapt. De dag erop was het debat in de Tweede Kamer. Vooraf is het dan de moeite waard om nog te appen en te bellen met Kamerleden en fractiemedewerkers, om te proberen nog iets ten goede te keren. Woensdagmorgen 1 juli Woensdagmorgen 1 juli heb ik samen met mijn dochter de paarden gevoerd. Tot twee uur was ik thuis bezig. Tussendoor was ik aan het appen en bellen, voordat ik in de auto stapte naar Den Haag. Dat werd fileleed. De rit duurde bijna drie uur, in plaats van anderhalf. Tweede Kamer: een mooi, dierbaar gesprek en een dramatisch debat Bij aankomst in de Tweede Kamer gebeurde er voor mij iets bijzonders. Na binnenkomst sprak ik een paar bekenden, waaronder de fractiemedewerker landbouw van de PVV. Daarna liep ik naar de roltrap. Vlak voor de roltrap kwam ik Mirjam Bikker tegen. We groetten elkaar en gaven elkaar een hand. Beiden waren we van plan om verder te gaan, toen Mirjam Bikker vroeg: “Was Ella Vogelaar familie van je?” Ja, Ella was mijn oudste zus. Zij was bijna dertien jaar ouder dan ik. Mirjam vertelde dat Ella haar in de beginperiode van haar politieke loopbaan in de gemeente Utrecht had geholpen met raad en daad. Gewoon omdat Ella graag mensen hielp. Het klinkt misschien raar. Ik ben niet snel van slag, maar op dat moment wel even. In de Tweede Kamer, niet hetzelfde gebouw, maar wel het onderdeel van ons staatsbestel waar mijn zus ook veel heeft gewerkt. Om dan, ruim zes jaar na haar overlijden, iemand uit een heel ander politiek spectrum lovende woorden over mijn zus te horen spreken, deed iets met me. Mirjam had eigenlijk dezelfde ervaring met Ella als ik zelf had in mijn beginperiode bij LTO Melkveehouderij. Ook toen hielp Ella mij. We wisselden nog wat andere ervaringen uit. Ik bedankte haar dat zij haar ervaring met Ella met mij deelde. Haar antwoord was: “Wees welkom.” Het was een mooie groet en de afsluiting van een voor mij dierbaar gesprek. Op dat moment wist ik nog niet dat dit een dag later een vervolg zou krijgen. Daarna ging ik met de roltrap omhoog naar de publieke tribune. Daar bleef ik tot de Kamerleden zes uur later, na de eerste termijn, gingen dineren. Inhoudelijk vond ik het debat dramatisch gestuntel van de meeste Kamerleden. Uitzonderingen waren André Flach, Caroline van der Plas, Chris Jansen en Hidde Heutink. Teleurstelling was er bij mij ook over de inbreng van JA21, toen nog mijn eigen partij. De tweede termijn heb ik niet afgewacht. Rond tien uur ben ik naar huis gegaan. In de auto heb ik de antwoorden van de minister beluisterd. Debattechnisch was het heel handig, maar stikstofinhoudelijk sloeg het nergens op. Na thuiskomst heb ik het debat nog tot twee uur gevolgd. Daarna ben ik naar bed gegaan. Mijn conclusie: het debat was een drama. De beantwoording was inhoudelijk ook een drama, vol grote ambities die door deze minister nooit zullen worden waargemaakt. Donderdag: een belangrijke uitspraak Donderdagochtend heb ik een stuk of dertig boxen bijgestrooid. Ook werden een aantal paarden door de dierenarts gescand op cyclus. Bij een veulen met een liesbreuk werd de breuk weer leeg gemasseerd. Rond elf uur belden onze advocaten Robert van den Broek en Amber Hoogmoed. “Jan Cees, we moeten je wat vertellen.” In Overijssel, in de zaak met de vier PAS-melders, zijn we in het gelijk gesteld. De melding van de PAS-melders bij RVO moet door de provincie worden gezien als een vergunningaanvraag. De provincie moet daar binnen twaalf weken op beslissen. Althans, dat staat in de uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Overijssel. De zitting was op 8 mei. En nu was er dus deze uitspraak. Dan ga je met elkaar de gevolgen van zo’n uitspraak analyseren. Die gevolgen zijn immens groot. Je komt dan tot de conclusie dat deze uitspraak geldig is voor alle PAS-melders waarvan de melding bij RVO, om voor legalisatie in aanmerking te komen, door RVO is geaccepteerd als voldoende onderbouwd. Dat zijn ongeveer 1.448 PAS-melders. Een mooie uitspraak, waar het hele bestuur van Stikstofclaim blij mee is. De grap is dat alleen de Sterke Erven-bladen er aandacht aan besteden, ondanks het feit dat er een persbericht is gestuurd naar zo ongeveer alle agrarische media en dagbladen.

Biologische boeren zien kansen in stikstofplannen: ‘De markt moet in beweging komen’

[quote]De nieuwe stikstofplannen van het kabinet zorgen voor voorzichtig optimisme bij biologische boeren. Niet omdat zij verwachten dat boeren eenvoudig zullen omschakelen naar biologische landbouw, maar omdat de overheid volgens hen eindelijk oog krijgt voor de kracht van hun sector."Je kunt boeren niet zomaar laten omschakelen omdat de overheid dat wil", zegt Henk Klompe uit Biddinghuizen. Hij is voorzitter van Bioplant, de vereniging voor biologische akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers. Volgens Henk begint echte verandering niet bij subsidies of verplichtingen, maar moet de vraag vanuit de markt toenemen. "Als de markt beweegt, beweegt de boer ook."In de vorige week gepresenteerde kabinetsplannen voor stikstofreductie ziet Klompe wel kansen. Zo wil de overheid dat de catering bij overheidsinstellingen, ziekenhuizen en andere grote afnemers veel biologischer wordt. Volgens de plannen moet in 2035 de helft van alle producten daar biologisch zijn. "Dat zijn de openingen waar wij op hopen. Wanneer grote inkopers vaker voor biologisch kiezen, ontstaat er vanzelf meer ruimte voor boeren om die stap te zetten."Voor Klompe voelt het alsof de biologische sector eindelijk serieus wordt genomen als gesprekspartner. "Er wordt nu erkend dat wij op verschillende terreinen vooroplopen." Hij wijst op de innovaties die biologische boeren al jarenlang ontwikkelen.Omdat chemische gewasbeschermingsmiddelen in de biologische landbouw geen optie zijn, werken ze met ziektebestendige rassen en slimme mechanische technieken. Zo worden coloradokevers in aardappelgewassen niet met bestrijdingsmiddelen aangepakt, maar met machines die de insecten uit het gewas verwijderen.Volgens Klompe laat dat zien dat biologische landbouw niet alleen een alternatief is, maar ook kan bijdragen aan oplossingen voor vraagstukken rond stikstof en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. "We worden nu veel meer betrokken bij die discussie." 'Het gaat om de gezondheid'Zijn glimlach verraadt dat die erkenning hem goed doet. Toch draait het hem uiteindelijk niet om de waardering voor de sector. "We gunnen iedereen dat er minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en dat er minder stikstof nodig is. Uiteindelijk gaat het om de gezondheid van mensen en om gezond voedsel produceren. We werken binnen een streng gecontroleerd en wettelijk geborgd systeem. En we hopen dat steeds meer boeren én consumenten daarvan kunnen profiteren."[/quote]

STATEMENT: DE MAAT IS VOL!

Het kabinetsplan dat vrijdag gepresenteerd is met de kamerbrief van minister Van Essen moet van tafel. Deze minister had beloofd met een oplossing te komen om Nederland van het slot te krijgen, maar het tegendeel blijkt waar. De overheid toont zich hier wederom onbetrouwbaar. Als deze plannen hun uitwerking krijgen, wordt het een ongekende kaalslag op het platteland. Niet alleen in de zones, maar op het héle platteland én alles daaromheen. De sociale samenhang in onze buitengebieden wordt hiermee compleet weggeslagen. We worden met dit kabinetsplan weggestuurd met een onmogelijke opdracht voor boeren om emissies te reduceren, zonder gereedschapskist om dit te kunnen uitvoeren. Om te reduceren moeten er niet alleen geborgde technieken zijn, maar er moeten ook vergunningen zijn om dit te kunnen realiseren. De enige reductie die nu geborgd is, is een stuk van de veestapel ruimen. Dat zal geen enkel effect hebben op de natuur. Als dat het doel is, en daar lijkt het sterk op, dan kunt u weerstand verwachten. Dan wordt het nog een hete zomer. Daarom roepen wij de minister op om nu eerst écht werk te maken van vergunningverlening. Daarvoor moet allereerst een rekenkundige ondergrens ingevoerd worden. En dat moet niet eind 2027, maar MORGEN! Dit statement is tot stand gekomen met deelname van Agractie Nederland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Stichting Stikstofclaim (SSC), Dutch Dairy Board, Farmers Defence Force, Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), LTO en Nederlandse Vakbond van Pluimveehouders.

Jaimi van essen

Landbouw-minister Jaimi van Essen vreest dat hij na presentatie stikstofplan beveiliging nodig heeft Actueel • Gisteren • leestijd 2 minuten • 2752 keer bekeken • Bewaren Minister van Landbouw Jaimi van Essen zet zich schrap voor de presentatie van zijn stikstofplannen eind deze week. De D66-bewindsman houdt er onder meer rekening mee dat zijn voorstellen gevolgen zullen hebben voor zijn veiligheid. Dat valt op te maken uit een profiel in het AD. “Laatst ging hij met de tram naar het Scheveningse strand. Daar dacht hij, zo vertelde hij later: dit is misschien wel mijn laatste keer dat ik dat onbeveiligd deed.” Eerdere bewindslieden die probeerden om het stikstofprobleem op te lossen, kregen te maken met agressieve boeren. Zo reed een groep boeren in 2022 naar het erf van minister Christianne van der Wal. Haar kinderen stonden binnen te trillen, vertelde ze na afloop. Ook andere politici die de stikstofcrisis wilden oplossen, kregen te maken met intimidaties en agressie. In 2019 reed een boer tijdens een protestactie met een grafkist voor Jesse Klaver rond. In 2020 kwamen boeren onaangekondigd bij Rob Jetten thuis langs. De auto van zijn partijgenoot Tjeerd de Groot werd in brand gestoken. CDA-Kamerlid Eline Vedder vertrok nadat ze doelwit was geworden van ernstige bedreigingen van de achterban van Farmers Defence Force (FDF). Zo werd haar telefoonnummer online gezet, waarna ze werd bedolven onder telefoontjes en berichten. Ook werd er een deepfake-pornovideo van haar verspreid. “FDF heeft gedreigd mijn koeien naar de slacht te brengen”, vertelde Vedder in een interview. “Ik ben het afgelopen jaar regelmatig bedreigd, de hele boerderij hangt vol met camera’s. Er zijn periodes geweest dat vijf keer per dag de politie door mijn straat reed.” Meer over: actueel, jaimi van essen, stikstofcrisis, intimidaties, agressie 1 Praat mee Onze spelregels. Omschrijving *

Meer dan 188.000 bliksemontladingen door noodweer gisteravond: 'Dit is uitzonderlijk'

Volgens het KNMI zit er niet vaak zo veel energie in de lucht als gisteravond het geval was. De tropisch warme dag van gisteren eindigde met donder, bliksem en hevige regenbuien, met schade en een dode als gevolg. Daarbij mat het KNMI meer dan 188.000 ontladingen van bliksem in de lucht. Dat is uitzonderlijk, vertelt een woordvoerder. "De energie in de lucht was bijzonder hoog." In het onweerarchief van het KNMI valt te zien dat er in de afgelopen jaren slechts een aantal keer onweersbuien zijn voorgekomen waarbij er meer dan 100.000 bliksemontladingen werden gedetecteerd. Klimaatverandering Of de hevigheid van het onweer gisteren valt te wijten aan klimaatverandering valt niet met zekerheid te zeggen. Recent onderzoek van het KNMI laat zien dat de trends wat betreft onweer, hagel en windstoten "veel onzekerder zijn dan eerder gedacht". Of er een toename van bliksem in Nederland gaat voorkomen valt ook nog niet te voorspellen, volgens het weerinstituut. Wat het KNMI wel ziet, is dat het aantal zware buien met extreme neerslag is toegenomen: waar in de tweede helft van de vorige eeuw gemiddeld nog zo'n vijf dagen per jaar zware neerslag werd gemeten, zijn dat in deze eeuw zo'n negen per jaar. Het KNMI verwacht dat deze trend zich voortzet en er vaker extreme buien in de zomer zullen voorkomen. Het weerinstituut schrijft dat klimaatverandering daar op verschillende manieren invloed op heeft: doordat het warmer is neemt onder meer de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer toe. Dat kan buien intenser maken. Voor een buienwolk zijn namelijk drie ingrediënten nodig, schrijft het KNMI. "Vocht, een onstabiele atmosfeer en iets wat de lucht omhoog laat bewegen. Dit laatste kan een regenfront zijn, een heuvel waar een lucht tegenop beweegt, of voldoende warmte aan de grond." Zware buien zoals die van gisteren ontstaan vaak bij hoge temperaturen of vlak na een warme periode. Als warme, vochtige lucht zich met koude lucht vermengt, kan dat zich snel ontwikkelen tot een onweersbui. Als lucht opstijgt koelt deze af en neemt de vochtigheid toe. Doordat warme lucht stijgt en koudere lucht valt, bewegen luchtstromen met elektrisch geladen deeltjes langs elkaar en kan elektrische lading ontstaan. Als de lading groot genoeg is, kan er bliksem ontstaan. Veel schade Het noodweer van gisteren veroorzaakte veel schade: bomen waaiden om, een woning vloog in brand na een blikseminslag, een stortvloed spoelde een bruidfeest weg, en er viel een dode doordat een boom een auto raakte. In Midden-Nederland werd een NL-Alert verstuurd vanwege de extreme weersomstandigheden. Er werd opgeroepen binnen te blijven en alleen 112 te bellen in levensbedreigende situaties. De Onderzoeksraad voor Veiligheid waarschuwde in januari nog dat Nederland onvoldoende voorbereid is op veiligheidsrisico's door extreme regen. Het kabinet werd onder meer geadviseerd om ervoor te zorgen dat het makkelijker wordt om vroegtijdige weerwaarschuwingen af te geven, en informatie over (grond)waterstanden en stresstesten breder te delen. De aankomende dagen blijft het erg warm, met temperaturen die oplopen tot 32 graden. Door de aanhoudende hitte geldt er tot dinsdag een code geel. Ook is er opnieuw kans op onweer in het zuiden.

weurding

@weurding


Topics
0
Reacties
6.595
Volgers

Over mij

Woonplaats: elp
Leeftijd: 61jr
Laatst online: 1u geleden

Anknooier

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering