Gevolgen verlies derogatie.

Komende vrijdag stemt het nitraat committee definitief voor uitfaseren derogatie voor Nederland. Staghouwer liep wat dat betreft voor de muziek uit. We laten even in het midden of Nederland actief verzocht heeft voor beëindiging of dat Brussel dat besloten heeft. Maar wat zijn de gevolgen. Ik ben eens wat aan het rekenen en zoeken geweest. Uitgangspunten Derogatie werd aangevraagd voor 800.000 ha, eenderde voor de 230 kg N norm en tweederde voor de 250 kg N norm Bij afschaffing betekent dat gemiddeld 75 kg N per ha verlies aan plaatsingsruimte voor graasdiermest , 60 miljoen kg N aan plaatsingsruimte. Een paar rekensommen 60 miljoen N extra mestafzet x €4 (16 a 17 euro per M3) 60 miljoen N aankoop kunstmest x €2 Totaal kosten voor de sector €360 miljoen per jaar of €450 per ha aangevraagde derogatie per jaar. Aanzienlijk Maar er stond meer is de kamerbrief van maandag 5 september wat onderbelicht blijft Er loopt een pilot mineralenconcentraat, deze is in 2021 voor het jaar 2022 verlengt. Maar 2023? Bij geen verlenging is dit een klap voor zowel de melkveehouderij, akkerbouw als varkenshouderij. Daarnaast verdwijnt er zo'n 350.000 ha aan mestplaatsingsruimte. Rundvee mest is alleen met de mestkraker van JOZ te verwerken. Anders zal er veel meer varkensmest verwerkt moeten worden. Maar in de kamerbrief valt te lezen dat men niet kiest voor mestverwerking maar voor aanpassingen aan de mestproductie plafonds. Zeg maar de pluimvee, varkens en fosfaat rechten. Binnen de laatste wijzigingen Meststoffenwet is hier al op voorgesorteerd. 350000 ha plaatsingsruimte vertegenwoordigd zo'n 525.000 grootvee eenheden. Hieronder twee afbeeldingen die belangrijk worden. De nationale stikstof balans, die door verlies derogatie alleen maar schever wordt. En een afbeelding over de verliezen bij gebruik kunstmest. Daarnaast heeft het verlies van derogatie ook nog een enorme impact op broeikasgassen. Kunstmest productie, meer mest op de assen, meer verwerken.... Of een extreme veekrimp Door de hoge opbrengst prijzen is zo"n beetje de hele agrarische sector incl vertegenwoordigers ingedut. MAAR IK ZOU MAAR OP MIjN HOEDE ZIJN........

Doorbraak of een list?

Deze week hebben sector partijen voor het eerst gezamenlijk overleg gehad met gespreksleider Remkes over het stikstof dossier. Aan dat gesprek zaten vooraf voorwaarden verbonden. De kdw van tafel was er daar 1 van . Naar nu (achteraf)blijkt is er aan de voorwaarden niet voldaan. In een gezamenlijk statement valt op te maken dat er toch enige toenadering vanuit het kabinet Rutte lijkt te komen. Maar is dat zo? Ik zal het proberen uit te leggen. Het kabinet wil kijken naar een andere berekeningswijze van de kritische depositie waarde (KDW) Deze waarde is vastgesteld naar aanleiding van onderzoek op laboratorium niveau bij welke stikstof gift een habitat type nadelige zou kunnen ondervinden. Wederom een sur realistische benadering. De KDW, een grenswaarde , waarbij een habitat type nadelige gevolgen zou kunnen ondervinden, is voor sommige habitat type zo laag vast gesteld, dat de depositie bijdragen vanuit het buitenland (NOx) al zorgen voor een overschrijding. Doelen van 2030 uit het regeerakkoord zijn daarom ook nooit te halen. En daar is een list voor bedacht. In de technische briefing 16 juni 22 van PBL en RIVM is daarover gesproken. Men heeft het daar over de KDW-T. Wat is het voorstel? Men stelt voor om de KDW, daar waar deze voor een habitat type onder de 1000 mol per ha zit, op te hogen tot 1000 mol, zeg maar 14 kg N per ha. En dat tegen het licht van een achtergrond depositie van 22 kg N per ha en een veehouderij aandeel daarin van rond de 10 kg N per ha. En laat nu net toevallig de kabinet doelstelling 74 % depositie reductie wezen. Of te wel het verschil tussen de achtergrond depositie en de KDW-T. Dus met een andere berekeningswijze, lees de KDW-T, worden de doelen in 2030 gehaald. Waarom deze tussen stap? Men verwacht dat de NOx depositie vanuit het buitenland door de NEC richtlijn fors gaat dalen . (verwachting 🤪) En dan is nog iets opvallends. In een rapportage okt 21 schrijft het RIVM in opdracht van het kabinet dat de vergunning verlening makkelijker kan als de achtergrond depositie onder de KDW zit. Men gaat er vanuit dat er in die situatie geen passende beoordeling (lees Aerius berekening) meer gedaan hoeft te worden. Dus de list waar sector partijen NIET in moeten trappen, is de zogenaamde toenadering van de heer Rutte met tassen draagster v d Wal. Want Rutte heeft maar 1 moto!!! Des te meer veehouders er verdwijnen des te eerder gaat de BV Nederland weer draaien. Overigens zegt Rutte ook steeds tegen sector partijen " Ik kan de KDW niet uit de wet halen, want die heb ik nodig bij de vergunning verlening. Niemand snapt waarom hij dat zegt, tenzij je zijn agenda begrijpt.

Nieuwe reacties

Einde derogatie, rest nog dat we worden gechanteerd ermee.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 5 september 2022 Betreft Stand van zaken derogatie van de Nitraatrichtlijn Pagina 1 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lnv Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Geachte Voorzitter, Meststoffen zijn cruciaal voor de groei van gewassen. Zonder goede toepassing van meststoffen kan de landbouw in Nederland niet de hoeveelheid en goede kwaliteit landbouwproducten leveren zoals zij nu doet. De productie en het gebruik van meststoffen in de landbouw heeft echter ook bijeffecten. In Nederland gaat het dan met name om het teveel aan meststoffen dat in onze leefomgeving terecht komt. Vermesting van het milieu kan een bedreiging vormen voor ons drinkwater en kan bijdragen aan achteruitgang van de natuurlijke biodiversiteit. Sinds de jaren ’90 is in Europees verband de Nitraatrichtlijn de basis voor het Nederlandse mestbeleid. De Nitraatrichtlijn kent de mogelijkheid van een derogatie waardoor onder voorwaarden op grasland meer dierlijke mest kan worden toegepast. Nederland maakt hiervan sinds 2006 gebruik en het belang van de derogatie is dan ook groot voor de gehele agrarische sector. In de afgelopen decennia zijn door alle betrokkenen grote stappen gezet om de waterkwaliteit te verbeteren. Op diverse momenten is Nederland echter ook over milieugrenzen heen gegaan waardoor het nodig is geweest aanvullende maatregelen te nemen, met soms forse en pijnlijke ingrepen. Om de landbouw en natuur beter met elkaar in balans te brengen heeft het kabinet er voor gekozen fors te investeren in een duurzame landbouw en in een robuust natuurareaal. In het Coalitieakkoord is daarom voorzien in een gebiedsgerichte integrale aanpak die tot doel heeft om natuur, klimaat en water in Nederland in goede staat te brengen, gericht op de verscheidenheid aan gebieden, en te werken aan een duidelijk en goed toekomstperspectief voor boeren. Door middel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG) wordt hieraan uitvoering gegeven. Voor veel boerengezinnen is op dit moment nog geen duidelijkheid over de betekenis hiervan voor hun bedrijf en hoe zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Ik begrijp de emoties die dit met zich meebrengt en met mijn brief over de toekomst van de landbouw hoop ik binnenkort een deel van deze zorgen weg te kunnen nemen. In de komende periode zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over het advies van de heer Remkes, over de schets van de toekomst van de landbouw, over de kaders van het NPLG (verdere richtinggevende doelstellingen en Pagina 2 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 structurerende keuzes) en over de uitwerking van het principe ‘bodem en water sturend’. Vooruitlopend op de Kamerbrief over de toekomst van de landbouw informeer ik u hierbij over actuele ontwikkelingen met betrekking tot het mestbeleid, en meer in het bijzonder over de derogatie van de Nitraatrichtlijn. De Europese Commissie (EC) heeft de conceptderogatiebeschikking (op grond van Europese regelgeving vertrouwelijk) gedeeld met de lidstaten ter voorbereiding op de stemming in het Nitraatcomité van 15 september 2022. Omdat ik dit uw Kamer heb toegezegd, informeer ik u met deze brief alvast over de hoofdlijnen van de inhoud van de conceptderogatiebeschikking. Een definitieve beschikking zal pas aan Nederland worden verleend en openbaar worden na stemming hierover door de lidstaten in het Nitraatcomité (15 september a.s.) en daaropvolgende besluitvorming in het College van Commissarissen. Tevens licht ik in deze brief toe hoe ik derogatiebedrijven de komende periode wil ondersteunen. Dit doe ik door middel van een tijdelijke transitieregeling die erop is gericht het areaal grasland van deze bedrijven in de toekomst te behouden ten behoeve van de waterkwaliteit, en die bijdraagt aan de verduurzamingstransitie voor de landbouw op het gebied van stikstof, klimaat, waterkwaliteit en natuur. Het mestbeleid voor de periode 2022-2025 is vastgelegd in het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (hierna: 7e AP). Op 25 februari 20221 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de doorvertaling van het Coalitieakkoord in het addendum op het 7e AP om te voldoen aan de verplichtingen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water voor zover het de landbouw betreft. Het 7e AP en het addendum vormen daarmee de basis voor verlening van derogatie van de Nitraatrichtlijn voor de periode 2022-2025. Ik heb de Tweede Kamer diverse keren laten weten dat de onderhandelingen met de EC stevig zijn geweest. De EC ziet deze derogatieverlening uitdrukkelijk als ondersteuning van de in Nederland benodigde transitie van de landbouw (o.a. op het gebied van waterkwaliteit) en de impact daarvan op het landelijk gebied door het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit heeft geleid tot een significant andere beschikking dan eerder2. Voor het jaar 2022 zijn de voorwaarden in de conceptbeschikking gelijk aan de voorgaande beschikking. Mijn inzet is altijd geweest ondernemers rechtszekerheid voor een langere periode te kunnen bieden. Mede om deze reden is de looptijd van de conceptbeschikking langer dan de vorige, namelijk vier jaar, te weten van 2022 tot en met 2025. Daar tegenover staat dat de conceptbeschikking voor 2022 tot en met 2025 de laatste derogatie voor graasdiermest zal zijn die aan Nederland zal worden verleend. Vanaf 2026 is de stikstofgebruiksnorm uit dierlijke mest 170 kg per hectare. De conceptbeschikking voorziet daarbij vanaf 2023 in een stapsgewijze, jaarlijkse afbouw van de omvang van de extra plaatsingsruimte voor graasdiermest bovenop de norm van 170 kg stikstof per hectare en stelt aanvullende voorwaarden. De hoogte van de derogatie is de komende jaren als volgt: 1 Kamerstuk 33037, nr. 437 2 Kamerstuk 33037, nr. 446. Pagina 3 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Hoogte derogatienorm in door nutriënten verontreinigde gebieden Hoogte derogatienorm overige gebieden 2022 230 kg/N/ha3 250 kg/N/ha 2023 220 kg/N/ha 240 kg/N/ha 2024 210 kg/N/ha 230 kg/N/ha 2025 190 kg/N/ha 200 kg/N/ha 2026 Geen derogatie Geen derogatie Er zullen in de derogatiebeschikking substantiële aanvullende voorwaarden worden opgenomen om te borgen dat de geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak ook daadwerkelijk tot resultaat leidt en dat hiermee doelbereik voor de waterkwaliteitsopgave tijdig zal worden gerealiseerd. Vanaf 2023 zal Nederland bijvoorbeeld verontreinigde gebieden moeten aanwijzen in lijn met een eerdere Hofuitspraak over Duitsland4, waar de derogatie sneller zal worden afgebouwd en aanvullende eisen worden gesteld, zoals een verlaging van de stikstofgebruiksnormen vanaf 2025. Ook zullen de mestproductieplafonds worden bijgesteld in lijn met de verwachte resultaten van de maatregelen uit het 7e AP en het Addendum. Tevens wordt de regelgeving ten aanzien van bufferstroken aangepast in lijn met het nieuwe GLB. Ten aanzien van de handhaving zal de uitvoering van de versterkte handhavingsstrategie mest worden vervolgd. Een deel van deze aanvullende voorwaarden zal, meer dan in eerdere beschikkingen, ook gelden voor de Nederlandse landbouw als geheel. Sommige van deze voorwaarden gelden dus ook voor boeren die niet deelnemen aan de derogatie. Wanneer de derogatiebeschikking definitief is vastgesteld en openbaar is, zal ik de Tweede Kamer informeren over de details van deze aanvullende voorwaarden en de implementatie ervan vanaf januari 2023. Kunstmestvervanging uit dierlijke mest De afgelopen jaren heeft Nederland zich zeer actief ingezet voor het mogelijk maken van vervanging van kunstmest door hoogwaardige producten uit dierlijke mest binnen de Nitraatrichtlijn. Nederland heeft in april 2022 een aanvraag voor een landen-specifieke oplossing voor het gebruik van deze producten boven de gebruiksnorm dierlijke mest ingediend bij de EC, mede naar aanleiding van de motie Van der Plas, Bisschop en Boswijk (Kamerstuk 21501-32, nr. 1403). Dit maakte deel uit van de besprekingen met de EC over de derogatie voor graasdiermest. De EC beschouwt kunstmestvervanging echter als een separaat traject, waarin ik mij intensief zal blijven inzetten voor kunstmestvervanging door dierlijke mest in Europees verband en ook met andere lidstaten. Transitietegemoetkomingsregeling Het kabinet beseft dat de gevolgen van de afbouw van de derogatie voor de derogatiedeelnemers erg groot zijn. Deze bedrijven worden na een lange periode waarin zij uit konden gaan van de derogatie, nu geconfronteerd met de afbouw van deze jarenlang aan Nederland verleende gunst. De boodschap komt juist op het moment dat zij met hun bedrijven aan de vooravond staan van een ingrijpende, noodzakelijke verduurzamingstransitie op het gebied van stikstof, 3 In 2022 gaat het om het centrale en zuidelijke zandgebied en in het lössgebied overeenkomstig de voorgaande aan Nederland verleende derogatiebeschikkingen 4 Judgment of the Court of 21 June 2018, European Commission v Federal Republic of Germany, C-543/16, ECLI:EU:C:2018:481. Pagina 4 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 klimaat, waterkwaliteit en natuur. Hiervoor biedt het Rijk een integrale aanpak en kaders, via het NPLG, en ondersteuning. Hoewel de richting van de ontwikkelingen overeenkomsten kent, knelt de timing. Waar voor de realisatie van de doelen van het NPLG tot 2030 de tijd is, zorgt het afbouwpad van de derogatie er voor dat de circa 16.500 derogatiedeelnemers al veel sneller voor een extra opgave staan. Het kabinet wil deze derogatiedeelnemers met behulp van een tijdelijke transitietegemoetkoming ondersteunen, zodat het areaal grasland van deze bedrijven behouden blijft opdat de waterkwaliteit in Nederland niet achteruitgaat. De transitieregeling biedt deze bedrijven tevens de gelegenheid om deze periode te benutten om op basis van de veranderende situatie en de toekomstige kaders de juiste afwegingen kunnen maken voor hun bedrijf. Het kabinet wil dat deze bedrijven vanuit een krachtige positie, met behoud van grasland, de transitie van het landelijk gebied kunnen starten en ook door kunnen maken. Het verbeteren van de waterkwaliteit is onderdeel van de benodigde verduurzamingstransitie. Dit is een randvoorwaarde om te voldoen aan de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Bovendien is grasland nodig voor weidevogels, die onderdeel uitmaken van de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Het kabinet wil daarom het behoud van grasland stimuleren en hiermee voorkomen dat grasland door derogatiedeelnemers wordt omgezet in bouwland voor de teelt van uitspoelingsgevoelige gewassen. Het kabinet wil stimuleren dat bedrijven de komende jaren een derogatievergunning blijven aanvragen, omdat hiervoor de verplichting geldt dat van het beschikbare areaal van deze bedrijven 80% grasland is. Kortom: door voldoende deelname aan de derogatieregeling, kunnen we het areaal grasland in Nederland de komende jaren op peil houden. Ook na de afbouw van de derogatie is behoud van grasland noodzakelijk om te voorkomen dat de waterkwaliteit en de natuur achteruit gaan. Het kabinet gaat onderzoeken op welke wijze in de periode tussen de afloop van de derogatie en de invoering van de wettelijke verplichting voor een aandeel permanent grasland in het kader van grondgebonden melkveehouderij, het behoud van grasland kan worden geborgd, met als doel het bestendig behoud van grasland. Daarbij betrek ik ook het NPLG. Het kabinet heeft als onderdeel van de transitie van het landelijk gebied het voornemen om een tijdelijke regeling vorm te geven, die voorziet in een transitietegemoetkoming aan landbouwers die in 2021 een derogatievergunning hadden. Deze tegemoetkoming ziet op een gedeelte van de extra kosten die deze derogatiedeelnemers moeten maken vanwege de afbouw van de derogatie, om zeker te stellen dat zij grasland behouden. De transitieregeling heeft een looptijd van maximaal 3 jaar en loopt van 1 januari 2023 tot uiterlijk 31 december 2025. Voor de regeling stelt het kabinet maximaal € 130 miljoen beschikbaar. De regeling wordt in 2023 gedekt vanuit de begrotingsreserve apurement. De jaren 2024 en 2025 worden taakstellend op de begroting van LNV verwerkt en ingevuld bij Voorjaarsnota. De budgettaire verwerking zal niet meer kunnen plaatsvinden in de op Prinsjesdag in te dienen begroting en zal daarom plaatsvinden via een Nota van Wijziging op de begroting 2023. Het doen van uitgaven en aangaan van verplichtingen is onder voorbehoud van parlementaire autorisatie. In de komende periode zal deze regeling in samenspraak met de sector en de Europese Commissie uitgewerkt worden. Pagina 5 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 Het kabinet beseft dat de derogatiebeschikking een bredere uitwerking heeft en niet alleen impact heeft voor de derogatiedeelnemers. Ook andere bedrijven zullen de gevolgen ondervinden van de te treffen maatregelen (bijvoorbeeld bedrijven die mest op de markt brengen en bedrijven die mest aanwenden). Deze regeling is dan ook slechts voor een korte periode en beperkte groep behulpzaam, gericht op behoud van grasland, en vangt de meest directe impact van de afbouw van de derogatie op. Er moet in het kader van het NPLG veel meer gebeuren om de melkveehouders en andere agrarische ondernemers te ondersteunen. In de brief over de toekomst van de landbouw zal ik verder ingaan op de toekomst voor de agrarische sectoren en de ondersteuning die de overheid de gehele agrarische sector in de grote transitie kan bieden. De overheid staat aan de zijde van de agrarische ondernemers. Van de gehele keten wordt een nietvrijblijvende bijdrage aan de transitie verwacht. De subsidieregeling wordt uitgevoerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). De details zullen de komende tijd worden uitgewerkt, waarbij uiteraard in gesprek met sectorpartijen zal worden getoetst of de regeling aansluit bij de bedrijfspraktijk. De regeling zal zo eenvoudig mogelijk worden opgezet, om de uitvoering voor zowel de derogatiedeelnemers als RVO zo makkelijk mogelijk te maken. Dat betekent dat er gewerkt zal worden met forfaitaire bedragen en dat de regeling niet bedrijfsspecifiek zal kunnen zijn. De steun aan agrarische ondernemers moet passen binnen de strenge staatssteunkaders en zal worden gebaseerd op de De-Minimis Verordening voor de landbouwsector en ik zal de daarvoor geldende procedures volgen. Ik zal de Tweede Kamer op een later moment informeren over de nadere uitwerking van de regeling. Vervolg De procedure om tot een nieuwe beschikking te komen, is nog niet afgerond. De EC dient hiertoe de conceptderogatiebeschikking aan Nederland in het geplande Nitraatcomité op 15 september 2022 te agenderen. De lidstaten zullen dan in het comité een positief dan wel negatief advies over het voorstel van de EC geven om de conceptderogatiebeschikking aan Nederland te verstrekken. Het spreekt zich daarbij uit met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Bij een positief advies stelt de EC, na besluitvorming in het College van Commissarissen, de derogatiebeschikking vast. Hierover zal ik de Tweede Kamer vervolgens informeren. Bij een negatief advies van het Nitraatcomité zal ik de Tweede Kamer informeren over het proces dat dan gevolgd zal worden. Tot slot Mijn inzet is er steeds op gericht geweest derogatie verleend te krijgen. Ik heb in mijn brief van 25 februari 2022 reeds aangegeven dat Nederland met het 7e AP en het addendum een stevige bijdrage levert aan de realisatie van de waterkwaliteitsdoelen. Deze conceptderogatiebeschikking draagt daar verder aan bij. Ik ben me er zeer van bewust dat deze uitkomst grote impact zal hebben in de agrarische sector en voor individuele bedrijven en hun gezinnen, met name na afloop van deze derogatiebeschikking in 2026. Waarbij dit bovenop eerdere forse ingrepen komt waarvan de gevolgen nog steeds bij vele boerengezinnen leven. Zoals ik ook eerder in deze brief heb aangegeven, kunnen de gevolgen van deze uitkomst niet los worden gezien van de transitie naar een duurzame en krachtige landbouwsector via het NPLG en het perspectief voor de toekomst van de Pagina 6 van 6 Directoraat-generaal Agro Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ons kenmerk DGA-PAV / 22455744 landbouw. Deze uitkomst verhoogt de (tijds)druk op het nemen van maatregelen die in het kader van de opgaven rond klimaat, water en natuur nodig zijn. Het kabinet en provincies ondersteunen de betrokkenen bij deze transitie in de landbouw en het landelijk gebied. In het NPLG zal nader in worden gegaan hoe de afbouw van de derogatie mogelijk tot andere ruimtelijke keuzes leidt en hoe de doelen gehaald zullen worden. In oktober 2022 informeer ik u hier nader over. Ik zal de gevolgen van de afbouw van de derogatie ook betrekken bij mijn schets van de toekomst van de landbouw. Ik kan mij voorstellen dat boeren veel vragen hebben naar aanleiding van deze brief. RVO zal onder andere via de website (www.rvo.nl) ondernemers verder informeren over de inhoud van de gehele conceptderogatiebeschikking en de wijze waarop ondernemers gebruik kunnen maken van de derogatie in 2022 en de komende jaren. Ondernemers met vragen over deze conceptbeschikking kunnen ook terecht bij RVO vanaf maandag 5 september 2022via het telefoonnummer 088 – 042 42 42. Henk Staghouwer Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwalit

Brabantse CDA-kiezers lopen massaal over naar BBB en Omtzigt

Premier Mark Rutte en zijn coalitie kunnen wel inpakken als het aan de Brabanders ligt. Uit onderzoek van Omroep Brabant blijkt dat de coalitiepartijen worden gehalveerd als er nu verkiezingen zouden worden gehouden voor de Tweede Kamer. Grote winnaar is de BBB van Caroline van de Plas. Die partij wordt 5 keer zo groot. Onderzoeksbureau Newcom onderzocht of Brabanders nu anders zouden stemmen dan bij de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar. Opvallend is dat VVD, CDA en D66 allemaal fors verliezen. Die partijen worden stuk voor stuk gehalveerd. VVD: van 17 naar 9 procent.D66: van 11 naar 6 procent.CDA: van 8 naar 4 procent.ChristenUnie: blijft op 1 procent.Per partij wisselt wel de verklaring van het forse verlies. Brabanders die het CDA de rug toe keren doen dat vooral omdat ze de partij niet meer betrouwbaar en eerlijk vinden. Veel kiezers vinden dat de partij de boeren in de steek heeft gelaten. Ze geven aan dat ze hun heil zoeken bij de BBB van Caroline van der Plas. Die partij heeft volgens hen een beter programma en komt op voor de belangen van de boeren en de gewone man. Voormalige CDA-kiezers hebben ook veel vertrouwen in partijleider Van der Plas. Dat is dan ook meteen te zien in het onderzoek. De BBB schiet omhoog en wordt in Brabant 5 keer zo groot: van 2 naar 10 procent. Ook PVV profiteert een beetje en gaat van 9 naar 10 procent. Beide partijen zouden daarmee de grootste worden.Ook Pieter Omtzigt doet het goed. Vorig jaar was hij nog Kamerlid voor het CDA, nu is hij onafhankelijk Kamerlid. Als hij met een eigen lijst aan de verkiezingen meedoet, krijgt hij van de Brabanders 4 procent van de stemmen. Van voormalige CDA-kiezers, maar ook van mensen die vorige keer op de VVD stemden. Kiezers die zeggen dat ze niet meer op de VVD stemmen, geven daarvoor een andere verklaring dan de CDA-afhakers. Hier speelt het stikstofbeleid een veel kleinere rol. Bij de VVD haken veel kiezers af:door de 'algehele ellende' in het land, omdat ze Rutte niet meer betrouwbaar vindenen omdat de partij 'oprukt naar links'. Een veelgehoorde klacht: de VVD laat de oren te veel hangen naar coalitiegenoot D66.StikstofbeleidHet kabinet krijgt er flink van langs als het over het stikstofbeleid gaat. Twee derde van de ondervraagden geeft het kabinet een onvoldoende. Bijna de helft van de kiezers is het er niet mee eens dat het kabinet vasthoudt aan 2030 als deadline dat de stikstofuitstoot in Nederland met 50 procent moet zijn verminderd.Het halveren van de veestapel vinden de respondenten ook geen goed idee. Maar liefst de helft van de kiezers ziet dat niet zitten. Dat is opvallend, want vlak voor de verkiezingen in 2021 was dat nog 33 procent. Het verzet tegen de krimp van de veestapel groeit dus. De stikstofcrisis is voor de voormalig CDA-stemmers en de nieuwe BBB-kiezers van grote invloed op hun stemgedrag. Toch zijn er onderwerpen die kiezers nog meer aan het hart gaan, zoals de koopkrachtcrisis, de wooncrisis en de asielcrisis. Opvallend is dat vooral de VVD-stemmers daar teleurgesteld over zijn. Zo komt de partij in hun ogen onvoldoende op voor mensen met middeninkomens, wordt er te weinig gedaan aan de snel stijgende inflatie en is er veel onvrede over het huidige asielbeleid. De crisis op de woningmarkt draagt bij aan dat gevoel.

Agractie de weg kwijt?

Het heeft er veel van weg dat Agractie de weg kwijt is. Agractie gaat geld inzamelen voor gerechtelijke procedures tegen het stikstofbeleid. Dat klinkt heel flink en dat doet het natuurlijk goed in de beeldvorming. Stichting Stikstof Claim is opgezet om specifiek het stikstofbeleid juridisch aan te vechten.. SSC heeft de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan en bv via Wob procedures veel informatie binnengeharkt. SSC heeft iedere keer als er een overheidsmaatregel aankwam waartegen met enige kans van slagen juridische stappen mogelijk zijn de overheid daarvoor schriftelijk gemaand dat is altijd de eerste stap in een procedure. Heb je dat niet gedaan dan zijn juridische stappen nauwelijks meer mogelijk. Waartegen Agractie wil gaan procederen is dan ook niet duidelijk dat moeten ze nog gaan onderzoek en dat gaat geld kosten. Kosten die SSC al heeft gemaakt en daar waar procederen mogelijk is zijn procedures gestart en ook al 1 afgerond. De afgeronde procedure wad die tegen de voermaatregel waar LNV deze ter zitting in den Haag introk. Terwijl die procedure liep was Agractie nog met LNV aan het onderhandelen en flikkerden ze de varkenshouders onder de bus . Onnodig onder de bus. SSC heeft momenteel nog een paar procedures lopen allemaal trajecten van meer dan een jaar waar dit jaar nog uitspraken zijn te verwachten. Ook worden er voor aangeslotenen nieuwe procedures opgestart aan de hand van concrete gevallen. Het klinkt heel raar maar het is best lastig voor veehouders die geraakt wordt of schade ondervindt vanwege het stikstofbeleid om de keuze te maken om te gaan procederen. velen vinden het eng of zijn bang dat ze dan voortaan door de provincie worden klem gezet. Of men is bang voor de duur van een eventuele procedure terwijl ze zelf altijd kunnen beslissen om deze te stoppen. Agractie zou gewoon kunnen samenwerken met SSC. Agractie kiest iedere keer weer voor een eigen spoor. Tot nu toe niet erg succesvol en bij tijd en wijle loopt Agractie voor de voeten van SSC. Voor SSC is het doel namelijk de belangen te verdedigen van de aangeslotenen belangrijk . SSC deelt kennis aan bijvoorbeeld belangenbehartigers. Voorbeeld daarvan is dat door SSC is uitgezocht hoe je met op basis van vrijwillige opkoop latente ruimte de Pasmelders kan legaliseren. Het is tot op heden de enigste optie die de komende tijd mogelijk is. Agractie ging daarmee naar LNV maar deed dat weer zelfstandig en niet eerst een gezamelijk front vormen met alle partijen uit het bedrijfsleven. SSC heeft al eerder als conclusie getrokken dat zolang de belangenbehartigers niet 1 front vormen en zoland zij niet met 1 plan en 1 gezamenlijke communicatielijn richting LNV en politiek gaan er niets zal worden bereikt. SSC stelt regelmatig vast dat er gebrek is aan regie bij de belangenbehartigers en gebrek aan gezamenlijke strategie. Diverse keren heeft John Spithoven namens het bestuur SSC opgeroepen om te zorgen voor eenheid vanuit de belangenbehartiging. Momenteel is te zien dat NMV,LTO,POV,NOP,NVP , DDB, FDF en trekkergroepen elkaar vinden en dan gaat Agractie weer apart op stap met lijntje richting Remkes en Rutte. Weg eenheid. Agractie gaat nu bezig om geld in te zamelen voor juridisch onderzoek welke reeds is gedaan. Agractie heeft zich nog nergens gesteld als pratij en daardoor niet ontvankelijk. Agractie versnipperd de eenheid en de inzet en dat is precies wat de overheid zo goed uitkomt. Vorm 1 blok vanuit de belangenbehartiging en behartig de belangen doe dat transparant en met meer kennis van zaken dan tot nu toe. Laat juridisch stappen over aan SSC die is daar voor opgericht en ingericht.

Rutte spreekt boeren over stikstofbeleid: 'Onzekerheid niet met één gesprek weg'

Premier Rutte heeft vandaag een eerste gesprek gehad met bezorgde boeren over de stikstofproblemen. De komende weken volgen er meer. Hij wil vooral luisteren naar de zorgen die boeren hebben over de toekomst van hun bedrijf. Rutte was vanochtend op bezoek op een groot melkveebedrijf in Leusden, in de Gelderse Vallei. Daar waren meerdere boeren uit de omgeving aanwezig. Er hing een Nederlandse vlag op zijn kop om te laten zien dat zij zeer kritisch zijn over het stikstofbeleid. Hij had een "goed en indringend gesprek", zei Rutte na afloop. Hij heeft de zorgen niet kunnen wegnemen, maar dat was ook niet het doel. "De onzekerheid kan ik niet met één gesprek wegnemen." 'Water door de Rijn' De boeren die aan het gesprek deelnamen, waren blij dat ze gehoord werden. Maar ze hebben niet het idee dat er nu ook iets verandert. "De doelen staan nog fier overeind", zei een van hen. "Er moet nog heel wat water door de Rijn stromen voor wij op één lijn komen." Rutte gaat zich de komende tijd nadrukkelijker met het stikstofdossier bemoeien. Tot nu toe hield hij zich afzijdig. "Ik kan niet iedere portefeuille overnemen", zei hij. "Maar ik moet er wel voor zorgen dat het in goede banen wordt geleid." Sinds minister Van der Wal op 10 juni haar stikstofplannen bekendmaakte, is er veel onrust onder boeren. Een deel van hen voert harde acties met tractoren. Zij vrezen voor hun toekomst.

Todi


Topics
0
Reacties
1.091
Volgers

Over mij

Leeftijd: onbekend
Laatst online: 2mnd geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering