Lientje moet zelf toch ook zien dat ze geen schim meer is van de vrouw die fris met de tractor het Binnenhof op reed

Er is onrust en gekonkel binnen de BBB. Het was natuurlijk ook een te mooi idee dat Caroline van der Plas en Mona Keijzer in perfecte harmonie zouden kunnen samenwerken, schrijft Angela de Jong. Je kon er natuurlijk op wachten. Als twee vrouwen elkaar niet uit zichzelf de tent uitvechten, dan zijn het wel de mensen om hen heen die gaan lopen stoken. Ik heb het over de onrust binnen BBB. De nummer 2, Mona Keijzer, heeft bij de verkiezingen bijna evenveel stemmen gehaald als boegbeeld Caroline van der Plas en nu is het anonieme gekonkel binnen de partij begonnen. Mona moet een plekje omhoog. Ze is niet alleen de veel ervarener politica maar ziet er ook een stuk glamoureuzer uit. Caroline met haar boeren zakdoek en eeuwige peuk was leuk voor de opstartfase van de partij, zo vat ik de kritiek even samen, maar nu is het tijd voor een volgende stap. Dat is ook beter voor Caroline zelf, want ze oogt uitgeblust. En helaas voor haar, daar valt geen speld tussen te krijgen. De Lientje van nu is geen schim meer van de vrouw die fris en energiek met de tractor naar het Binnenhof reed. Ja ja, Caroline, zo gaat dat in de politiek, dacht ik toen ik over de onrust las. Je mag zonder morren je beste jaren opofferen voor een partij. Maar sneller dan je lief is, komt de dag dat je als een uitgemolken koe naar de slachtbank wordt geleid, om maar even in het BBB-thema te blijven, door mensen die hun baantje louter en alleen te danken hebben aan al jouw harde werk. Maar, zoals ik al aan het begin van dit stukje zei, ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat hier nóg iets meespeelt. Namelijk, dat het om twee opvallend sterke vrouwen gaat. Alle feministische golven ten spijt, vrouwen worden nog steeds sneller met elkaar vergeleken en tegen elkaar uitgespeeld. En samenwerken kunnen ze ook niet, toch? Vrouwen zijn snel jaloers. Neem zo’n Caroline, die móét zich toch wel zitten opvreten, omdat Mona knapper en slimmer is? Ik beken, ik zie in mijn hoofd ook moeiteloos een scène uit Dynasty voor me: Mona en Caroline als een eigentijdse versie van Krystle en Alexis, die elkaar in de krochten van de Tweede Kamer de haren uit het hoofd trekken. ‘Ik mag naar Blake, eh Tim de Wit vanavond.’ ‘Nee, jij hebt hem al gehad, hij is van mij nu.’

Deliitte: 'Schade door landbouw aan milieu veel groter dan opbrengsten '

De milieuschade door de landbouw in Nederland is jaarlijks veel groter dan de economische opbrengst van de sector. De toegevoegde waarde van de landbouw is 13,3 miljard euro, terwijl de kosten door uitstoot en verlies van biodiversiteit 18,6 miljard bedragen. Daardoor resteert een jaarlijkse schadepost van 5,3 miljard euro. Dit berekent financieel consultant Deloitte in zijn maatschappelijke kosten-batenanalyse De verborgen rekening. Het is voor het eerst dat een accountancybedrijf zo'n feitelijke analyse van de hele landbouw (akkerbouw, veeteelt en tuinbouw) maakt. De Robin Food Coalitie en de Transitiecoalitie Voedsel - beide pleitbezorgers van duurzame landbouw - zijn opdrachtgever van de donderdag gepubliceerde studie. Maatschappelijke kosten komen grotendeels ten laste van latere generaties; het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitgaven aan gezondheidszorg, herstel van milieuschade en aanpassing aan een warmer klimaat. Grootste aandeel in die verborgen kosten heeft volgens Deloitte de uitstoot van broeikasgassen (7,9 miljard euro per jaar) en van stikstof (7,2 miljard). Ook het verlies van biodiversiteit door agrarische activiteiten (2,5 miljard) loopt in de papieren. Gedegen indicatie ,,Ik ben wel verrast door de omvang van die maatschappelijke kosten", zegt landbouweconoom Krijn Poppe, een van de wetenschappelijke begeleiders van het rapport. ,,Toch is er conservatief gerekend, en dat moet ook wel bij zo'n studie. Het gaat om de gedegen indicatie die je wil laten zien. Deze cijfers geven aan dat de problematiek nijpend is." Veel mensen zullen volgens Poppe in de verleiding komen boeren de schuld te geven dat die kosten zo hoog zijn. ,,Dat is natuurlijk onzin. Het komt in algemene zin door het systeem, de manier waarop we het georganiseerd hebben. De consument kiest voor lage prijzen, en voor de voedselindustrie is het heel aantrekkelijk om in de Nederlandse delta te zitten." Want een deel van de problematiek, zoals de te hoge uitstoot van stikstof, komt volgens Poppe door congestie: te veel boerenbedrijven in een te klein gebied. ,,Er worden nu delen van Frankrijk bebost omdat de landbouw daar niet meer concurrerend is. Helaas is er geen Europees beleid voor een ruimtelijke ordening die voor een goede spreiding binnen de Europese Unie zorgt." Biologisch boeren De huidige agrarische productie is voldoende voor 2,5 maal de bevolking van Nederland. In het rapport komen ook alternatieven aan bod waarbij minder intensief en meer biologisch wordt geboerd, en waarbij de nadruk meer op plantaardige eiwitten ligt dan op dierlijke. Als alle boeren op biologische landbouw overstappen, zou de negatieve impact (schade min opbrengst) volgens Deloitte dalen van 5,3 miljard euro naar 1,1 miljard. Zo maken biologische boeren geen gebruik van pesticiden en kunstmest. Biologisch boeren is minder intensief en leidt tot lagere productie. Als de hele sector het doet, kan die 'nog maar' 1,7 maal de Nederlandse bevolking voeden. Die lagere productie gaat de consument wel merken. Nu zijn biologische producten gemiddeld de helft duurder. Gezien toekomstige schaalvoordelen verwacht Deloitte dat dit prijsverschil geleidelijk terugloopt tot 30 procent. Deloitte berekent ook een derde scenario waarin niet alleen biologisch wordt geboerd en dat meer nadruk legt op innovatie en plantaardige, in plaats van dierlijke proteïnen. Dit komt wel op een positief saldo uit. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten 2,7 miljard euro, veel lager dan de waarde die de landbouw toevoegt. Grootste aandeel in die verborgen kosten heeft de uitstoot van broeikasgassen (7,9 miljard euro per jaar) en van stikstof (7,2 miljard) Rapport Hoe berekent Deloitte maatschappelijke kosten Voor De verborgen rekeningmaakt Deloitte twee berekeningen. Het gaat hierbij om kosten die worden afgewenteld op de maatschappij en die leiden tot verlies aan (brede) welvaart. Allereerst becijfert Deloitte de uitstoot (vooral van CO2 en stikstof) en het gebruik van pesticiden. De basis vormen standaardgegevens waarin onder meer kosten voor milieuherstel en gezondheidszorg zijn opgenomen. De schade aan biodiversiteit wordt berekend door de natuurlijke opbrengst (weerbaarheid, bestuiving) van een specifiek gebied (grasland, moerasgebied) een prijs te geven. Bij biologische landbouw zorgt het ecosysteem voor economische voordelen - zoals minder ziektes - die bij intensieve landbouw verloren kunnen gaan. Eerder dit jaar becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving de totale schade door uitstoot van milieuverontreinigende stoffen in Nederland op 46 miljard euro. Verkeer (weg, water, lucht) draagt daar 30 procent aan bij, gevolgd door landbouw (27 procent) en industrie (21 procent). Bron: NRC

Rapport-Meester bevestigt stikstofkoers die BBB heeft ingezet Gepubliceerd op 24 oktober 2025

BBB verwelkomt het vandaag naar de Tweede Kamer gestuurde rapport van prof. dr. Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening en statistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In zijn rapport stelt hij dat het stikstofbeleid van de afgelopen jaren wetenschappelijk ondeugdelijk, bestuurlijk onverdedigbaar en gebaseerd op schijnnauwkeurige rekenmodellen en fictieve drempelwaarden was. Meester is een internationaal erkend wiskundige, gespecialiseerd in de betrouwbaarheid van modellen en de logica van wetenschappelijke bewijsvoering. Zijn rapport ‘De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid’ bevestigt de noodzaak van de koerswijziging die het huidige kabinet, onder aansturing van BBB minister Femke Wiersma en staatssecretaris Jean Rummenie, heeft ingezet. Directe meting stikstofdepositie bestaat niet Volgens Meester bestaan er geen directe metingen van stikstofdepositie, terwijl modellen zoals Aerius/OPS rekenen met aannames in plaats van meetgegevens. Ook de Kritische Depositiewaarde (KDW), waarop vergunningen jarenlang zijn gebaseerd, blijkt geen harde grens maar een benadering met grote onzekerheidsmarges. Zijn conclusie dat beleid niet langer mag steunen op “schijnnauwkeurige cijfers” maar op meetbare realiteit, sluit nauw aan bij de lijn die het kabinet nu volgt: een stikstof- én natuurbeleid dat is gebaseerd op meten, monitoring en brede ecologische beoordeling. Ondersteuning voor aanpak BBB ziet het rapport als een wetenschappelijke bevestiging van de beleidsverandering die nu plaatsvindt. De ingezette aanpak richt zich niet meer uitsluitend op stikstof, maar ook op waterhuishouding, bodemkwaliteit, beheer en invasieve soorten. Daarmee wordt gewerkt aan een breder, realistischer en uitvoerbaarder natuurbeleid dat de ecologische werkelijkheid recht doet én perspectief biedt aan boeren, bouwers en ondernemers. Wetenschappelijke onderbouwing Eerdere adviescommissies, zoals Trojan (2008) en Huys Nederland (2009), waarschuwden al dat stikstof niet als absolute graadmeter voor natuurkwaliteit gebruikt kon worden. Het rapport-Meester onderbouwt nu wetenschappelijk waarom die waarschuwingen terecht waren en waarom de koers van de afgelopen jaren onhoudbaar is gebleken. De bevindingen geven volgens BBB vertrouwen dat de nieuwe, meetbare en uitvoerbare aanpak de juiste weg is om Nederland uit de stikstoffuik te krijgen. Keuze is: stilstand of vooruitgang “Het rapport van professor Meester bevestigt wetenschappelijk wat wij al sinds onze oprichting zeggen: je kunt geen land besturen op modellen die meer aannemen dan meten”, zegt partijleider Caroline van der Plas. “Dit is een steun in de rug voor de koers die onze bewindspersonen ingezet hebben: van modelnauwkeurigheid naar meetbare werkelijkheid. Op woensdag 29 oktober kiezen we niet tussen partijen, maar tussen stilstand of vooruitgang. BBB kiest voor beleid dat werkt in de praktijk, op basis van feiten en gezond verstand.”" Bron: https://boerburgerbeweging.nl/fractienieuws/rapport-meester-bevestigt-stikstofkoers-die-bbb-heeft-ingezet/#:~:text=Rapport%2DMeester%20bevestigt,en%20gezond%20verstand.%E2%80%9D

Bovaer, toch niet zo fijn

Huibert van Dorp is een melkproducent met 600 koeien en een jaarlijkse productie van 13.000 kilo EKM. Bij het gebruik van Bovaer ervaart hij zieke koeien en een daling van de productie met 1,5 tot 2 kilo melk per koe per dag. Voor melkproducent Huibert van Dorp is het verplichte klimaatsinstrument Bovaer een treurige ervaring geweest. Sinds hij het in het voer mengt, zijn de dieren aangetast. - We hadden een koe die meer dan 40 graden koorts had. De dierenarts kwam op zondag, maar de koe overleefde het niet. Ze stierf de volgende dag. We hebben ook twee gevallen van maagkrampen gehad, waarbij de pens sterk opgezette was, en nu hebben we Bovaer op pauze gezet. Ik vind ook dat de groep slomer is als ik door de stal loop, en ik heb met anderen gesproken waarvan de koeien uierontsteking, dikke sprongen en benen krijgen, zodat ze niet kunnen opstaan. De melkproductie is ook gedaald, zegt hij. Als boer vindt hij het niet eerlijk dat men moet accepteren Bovaer te gebruiken, terwijl men ziet dat de koeien biologische schade lijden. - Het is een grote druk wanneer je tegelijkertijd risico loopt op boetes als je Bovaer niet geeft. Het is onredelijk, want we willen de dieren goed behandelen, zegt hij. **Verschillende ervaringen** Volgens Niels Bastian, docent aan de Aarhus Universiteit, is Huibert van Dorp lang niet de enige die 'een flinke klap heeft gekregen'. - Wanneer ik boeren ontmoet, zijn er altijd enkele die geen verschil hebben gemerkt sinds ze met Bovaer zijn begonnen, en anderen voor wie het problemen heeft veroorzaakt. Het lijkt erop dat het hard toeslaat, juist wanneer het wordt geïntroduceerd. Als het aanhoudt, moet men onderzoeken of er andere oorzaken kunnen zijn, zegt hij. Hoe kan men weten dat de problemen door Bovaer komen - krijgt de stof niet gewoon de schuld van alle problemen op dit moment? - Bij de individuele boer kan je niet weten of het door Bovaer of iets anders komt. Maar wanneer je ziet dat er nu veel onregelmatigheden zijn, terwijl de stof wordt ingevoerd, kan je dat niet zomaar afdoen als toevalligheden. Huibert van Dorp is lang niet de enige boer die significante uitschieters heeft, benadrukt Niels Bastian.

Na PAS-melders nu ook ‘positieve weigeringen’ in de gevarenzone

De landbouwsector kent al jaren de onzekerheid rondom PAS-melders: bedrijven die destijds geen natuurvergunning hoefden aan te vragen omdat het Programma Aanpak Stikstof voorzag in een vrijstelling. Toen de Raad van State in 2019 het PAS onderuit haalde, kwamen duizenden bedrijven in de knel: legaal bezig volgens de overheid, maar zonder geldige vergunning. Nu is er een nieuwe groep veehouders in beeld met een vergelijkbaar probleem. Het gaat om ondernemers die in het verleden een positieve weigering hebben gekregen. Daarbij verklaarde de provincie dat geen natuurvergunning nodig was, omdat de activiteit volgens de berekeningen geen extra gevolgen had. De boer mocht dus gewoon bouwen of uitbreiden. De Raad van State heeft nu geoordeeld dat zo’n positieve weigering geen natuurvergunning is en dus ook geen referentiesituatie oplevert. Met andere woorden: bij nieuwe aanvragen of controles wordt teruggevallen op de laatst geldige vergunning, vaak één van vele jaren eerder. Alles wat daarna op basis van een positieve weigering is gerealiseerd, staat daarmee juridisch op losse schroeven. Overeenkomsten met PAS-melders • Bedrijven handelden legaal volgens overheid en regelgeving. • Achteraf blijkt dat er geen juridische grondslag is. • De huidige situatie kan dus als vergunningloos of zelfs illegaal worden gezien. Verschillen • PAS-melders vallen onder een legalisatieprogramma, al gaat dat traag. • Voor positieve weigeringen bestaat nog geen route naar legalisatie. Deze groep hangt daardoor nóg meer in het luchtledige. De juridische knoop rond stikstof is daarmee opnieuw strakker aangetrokken. Waar PAS-melders wachten op legalisatie, dreigen boeren met een positieve weigering buiten de boot te vallen. Hun bedrijfsvoering kan, vaak vijftien jaar later, alsnog ter discussie worden gesteld. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@153310/202305657-1-r2/

Landbouwdeals per Lamborghini: hoe het snelle geld stoppende boeren verleidt

In het kort Buiten de publiciteit is in Nederland een handelaar actief die op grote schaal boerenbedrijven opkoopt. Theo Wijntjes biedt stoppende boeren duidelijkheid en snelheid, maar dat vertaalt zich in een relatief lage prijs. Door een slimme bedrijfsconstructie hoeft Wijntjes geen uitgebreide jaarrekeningen te deponeren, maar voor zijn financier Rabobank blijkt dat geen probleem. Niemand handelt zoals de grootste boerderijhandelaar van Nederland, Theo Wijntjes. Geen spoor van hem op het internet, maar op het platteland weet iedereen hem te vinden. Zijn positie dankt hij mede aan financiering van Rabobank, dat het met zijn eigen regels niet zo nauw lijkt te nemen om hem tegemoet te komen Lees het volledige artikel: https://fd.nl/bedrijfsleven/1556113/landbouwdeals-per-lamborghini-hoe-het-snelle-geld-stoppende-boeren-verleidt?utm_medium=email&utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief&utm_content=1352427_52065_20250530&utm_term=A

Waarom een Landbouwakkoord bij de Denen wel slaagde

[quote]“In Denemarken werken ze niet met voorschriften, maar met gedeelde doelen. Daar zit de energie. Dáár ontstaat vooruitgang.” - Martin Scholten[/quote] Martin Scholten is betrokken bij een brede Deens samenwerking, waarin de acht universiteiten met elkaar samen steun geven aan de transitie van het voedselsysteem, waarin de overheid met de sector en de ngo’s verenigd zijn in één doel: duurzame landbouw gericht op de toekomst, innovatief om een klimaat, milieu en natuurvriendelijke voedselproductie te borgen. Geen regelgeving als startpunt, maar een gezamenlijk gedragen routekaart met een pact op doelen. Niet omdat het zo moet, maar met een enorme bereidheid omdat het kan – én werkt als je samen aan de slag gaat. In deze blog analyseren we waarom het in Denemarken wel lukte; een Landbouwakkoord sluiten. De ruimte van TLR (Technisch Laboratorium Rotterdam) in Ridderkerk vormde onlangs het decor voor een sessie die naar meer smaakt. Martin Scholten – strateeg, wetenschapper en verbonden aan onder andere Wageningen University & Research, Aarhus University én Imagro – nam Delphy bij TLR mee naar ‘zijn’ Denemarken. Niet letterlijk, maar in gedachten en geest. Want daar, in dat relatief kleine Scandinavische land, krijgt de landbouwtoekomst wél verrassend veel vorm, inhoud en gang. Een Landbouwakkoord dat gaat over het hele voedselsysteem en alle landgebruik, en dat wel beklonken is. Wat kunnen we daarvan leren – en toepassen in Nederland? Vijf lessen uit Denemarken Martin deelde vijf elementen die volgens hem cruciaal zijn in het Deense succesverhaal: 1. De aard van het beestje Denen zijn collectiever ingesteld dan Nederlanders. Ze houden rekening met elkaar, hebben elkaar nodig, zijn terughoudend hun eigen wil door te drijven als dat nodig is. Dat geeft vertrouwen. Ze doen daar een beroep op elkaar met betrekking tot iets wat goed is. “Als ik rekening kan houden met de belangen van een ander, dan doe ik dat.” Wij Nederlanders zijn vrijer, eigengereider, uitgesprokener en individualistischer. Dat kán tot botsingen en polarisatie leiden. “En daarmee naar een neiging tot verplichtende regelgeving met op voorhand harde afspraken, uit onderling wantrouwen.” Door ons bewust te zijn van die verschillen, kunnen we beter leren samenwerken – ook binnen Nederland. 2. De politieke arena In Denemarken vormen vier middenpartijen steevast de stabiele kern van het regeringsbeleid. Ze zoeken actief verbinding en houden rekening met de belangen van de oppositie, in plaats van te vervallen in onenigheid van het polariserende debat. Dat creëert bestuurlijke rust en ruimte voor lange termijnbeleid. “Eensgezind het compromis zoeken, is de stabiele factor in dit sociaaldemocratisch denken.” 3. De issues die ertoe doen Waar Nederland worstelt met ‘het klimaat- en stikstofdossier’, werkt Denemarken vanuit milieukwaliteit, natuurkwaliteit én landbouwperspectief. Martin: “Beoordeel de natuur op basis van wat je ziet dat goed en fout gaat, en help de natuur met passend en zinvol maatwerk.” Geen generiek wettelijk kader met een wiskundig model, maar werkbare kaders met praktische ruimte voor verbetering. 4. De logistieke positie Nederland is ingericht op de import en export via Rotterdam en Schiphol, met een blik op de wereldeconomie. Denemarken produceert evenveel voedsel, met vier keer minder consumerende mensen, maar exporteert minder voedsel: 40% is van Deense bodem en biologisch. Die combinatie van schaal én verbondenheid met de eigen markt biedt perspectief. “Een rijkgeschakeerd landschap vormt de basis van de 6.000 agrarische ondernemers die ware landgoedbeheerders zijn. De landbouw of veehouderij is niet geconcentreerd, maar veel meer verspreid. Terwijl het aantal varkens gelijk is aan dat in Nederland, zie je geen concentraties van varkens. Nederland is meer gespecialiseerd en uniform, 50.000 boeren op dezelfde hoeveelheid agrarische grond als de 6000 Deense boeren tot hun beschikking hebben.” 5. De institutionele organisatiegraad In Denemarken bestaat er nog één krachtige sectororganisatie (voor de landbouw én de rest van het voedselsysteem) met een speciale minister voor de groene transitie die prominent lid is van het kernkabinet. Ook de ngo’s zijn sterk verenigd. In Nederland is dat allemaal erg versnipperd geraakt en dat belemmert de slagkracht. Samenwerking in het groen, mét doorzettingsmacht, blijkt cruciaal voor resultaat. Dan kan je voortgang boeken op basis van leren door doen, met vertrouwen naar een toekomst voor landbouw én natuur. Van frustratie naar vertrouwen Wat Martin raakt, is de daadkracht die hij in Denemarken ervaart – en de frustratie over de impasse in Nederland. “We blijven hier hangen in regels, terwijl we weten dat het anders kan. Niet meehuilen over wat niet meer mag, maar ondernemers ondersteunen in maatwerk met wat wél kan.” Imagro deelt die overtuiging. Of het nu gaat om gebiedsgericht werken, verdienmodellen voor morgen of het bouwen aan ketens die kloppen: wij geloven als optimistische aanjagers in het gesprek, de verbinding en het gezamenlijke eigenaarschap Wat vraagt dat van ons? De oproep van Martin is helder: Wees zuinig op wat er wél is. Koester het landschap, cultuur en biodiversiteit wat er is. Stel doelen, geen regels. En werk daar samen naartoe. Werk regionaal, met nationale rugdekking. Innovatie is aldoende leren. Meten is weten. Gebruik kennis als motor voor vooruitgang. Bij Imagro en Delphy nemen we die lessen ter harte. Niet door het Deense model één-op-één over te nemen, maar door te doen wat in Nederland nodig is: kiezen voor Richting, Ruimte én Realisme. Samen met ondernemers, ketenpartners en kennisinstellingen. Want de toekomst begint hier. En nu.

Boerderij in Biddinghuizen stoot te veel stikstof uit, koeien worden stuk voor stuk verkocht

De hele veestapel van de familie Grin uit Biddinghuizen wordt woensdag geveild. Het gaat om 250 koeien die volgens boerin Anje Grin stuk voor stuk een podium krijgen. https://thumbs-eu-west-1.myalbum.io/photo/1k0/86f23072-79af-485d-bb32-20db00e50e89.jpg https://thumbs-eu-west-1.myalbum.io/photo/1k0/328157c5-3cfa-4fb4-a851-db8719841d4f.jpg De veehouderij van de familie Grin werd door de Rijksoverheid aangemerkt als Piekbelaster. Het bedrijf zou, ondanks getroffen maatregelen, te veel stikstof uitstoten. Nieuwe vergunningen worden daardoor niet meer verleend. De familie Grin koos ervoor om zich te laten uitkopen. Het veilen van de koeien gebeurt in een grote feesttent. Daar staat een podium waar de koeien om beurten op gaan staan. Belangstellenden kunnen op dat moment een bod uitbrengen. Na de veiling gaan de dieren terug naar de stal. Op een later moment kunnen ze door de nieuwe eigenaren worden opgehaald. https://thumbs.boeren.online/groot/2025/16/7871-koeien-in-rust.jpg Het zal een drukke dag worden op de boerderij. De familie Grin verwacht zo'n 1000 belangstellenden. "Het zouden misschien ook wel 2000 kunnen zijn", zegt dochter Femke. De belangstelling voor de koeien van de familie Grin is groot. Dat bleek al uit de spontane reactie die Anje Grin kreeg op het moment dat zij als boegbeeld namens piekbelasters naar buiten trad. Er waren veehouders die toen al aangaven om een deel van de veestapel over te willen nemen. De koeien van Grin staan goed aangeschreven. Het gaat volgens Femke om een 'hoogwaardige veestapel met goede foklijnen'. Het bedrijf van de familie Grin had zich klaargestoomd voor de toekomst. Er zijn onder meer vooruitstrevende technieken gebruikt. https://thumbs-eu-west-1.myalbum.io/photo/1k0/f49cc5f2-5193-40d4-905f-4384b818c78c.jpg Schuren en stallen worden afgebroken De afkoopregeling is gebonden aan strenge eisen. Alles wat met de veehouderij te maken heeft moet weg. Alleen het woonhuis mag blijven. Alle schuren en stallen moeten worden afgebroken. Ook het erf moet als kale grond worden opgeleverd. De grote open stal krijgt een nieuwe bestemming. Deze is verkocht aan een veehouder in Drenthe. Als alle koeien weg zijn wordt de stal zorgvuldig gedemonteerd en op het erf van de nieuwe eigenaar weer opgebouwd.

In memoriam: Bennie Stevelink, koeienman met lef en scherpe visie

Diepbedroefd zijn we door het bericht dat onze geliefde columnist is overleden. Sinds 2021 schreef Bennie voor Nieuwe Oogst. Zijn columns waren scherp en met een eigen kijk op ontwikkelingen in de landbouw. Hij wist de gematigde, bescheiden boer in het stille midden een stem te geven. n 2021 startte hij met zijn columns voor Nieuwe Oogst, op verzoek van de redactie. Dit volgde op diverse opinies die hij schreef voor het weekblad. 'Als ik tegenstrijdig gedrag zie dan maakt mij dat nieuwsgierig', zo begon een van zijn stukken. Hij hield zijn lezers een spiegel voor en deelde zijn visie op de ontwikkelingen in de sector, de belangenbehartiging en de rol van de keten en overheid. Bennie was een authentieke, vooruitstrevende denker die niet schroomde de knuppel in het eigen hoenderhok te gooien. Dit werd hem niet altijd in dank afgenomen. Regelmatig werd hij op internetfora onder vuur genomen. Hij reageerde daarop vanuit de inhoud en nooit op de persoon. Hij durfde zich ook kwetsbaar op te stellen door kritisch te zijn op zichzelf, als boer en als onderdeel van het landbouwsysteem. Hij was ook regelmatig kritisch op de conservatieve en activistische krachten in de sector. 'Wie niet voor ons is, is tegen ons', schreef Bennie in een van zijn opiniërende artikelen over radicale boerengroepen. Dit leidde tot bedreigingen door collega-boeren. 'We weten je te vinden en komen je opzoeken', zo kreeg hij te horen. In de herfst kreeg Bennie buikpijn en kampte hij met een melanoom in het oog. De artsen wilden ook zijn buikklachten verder onderzoeken. Er bleek een tweede vorm van kanker in zijn lichaam te huizen. Nadere onderzoeken in Leiden en Almelo brachten de ernst aan het licht. 'Het is zwarter dan zwart', zo liet Bennie weten via de app in de tweede week van februari. De ziekte ontwikkelde zich razendsnel. Columns gebundeld Bennie had een melkveebedrijf met zeventig roodbonte koeien in het Overijsselse Deurningen. Precies een week voor zijn overlijden gingen zijn dieren weg. Daags erna is hij opgenomen in het ziekenhuis in Almelo. Zijn columns zijn gebundeld in een boekje. Maar het aan hem geven, kon niet meer. 'Ik ben te zwak om bezoek te ontvangen', liet hij begin deze week weten. Een dag later kreeg hij de laatste sacramenten toegediend. Schrijven was een uitlaatklep voor de vrijgezel die door zijn vrienden wordt omschreven als vriendelijk, rustig en bescheiden. Bennie kon niet altijd even makkelijk uit zijn woorden komen door een spraakgebrek, schrijven hielp hem zich te uiten. Hij zette zijn lezers aan het denken, ondanks soms de kritiek. Een goede columnist als Bennie laat zich daardoor niet van het schrijven weerhouden. Dit sierde hem als schrijver, als boer en als mens. Bennie werd 63 jaar.

Vragen Harm Holman aan minister LVVN

Goede vragen Harm Holman aan minister van LVVN 2025Z02305 (ingezonden 7 februari 2025) Vragen van het lid Holman (Nieuw Sociaal Contract) aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de aanpak, en het gebruik van de term, piekbelasters. 1. Hoeveel bedrijven hebben het stempel ‘piekbelaster’ gekregen in de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)-aanpak? 2. Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Holman c.s. (Kamerstuk 30252, nr. 134) over na afloop van de aanpak piekbelasting ook het stempel "piekbelaster" wegnemen? 3. Hoeveel piekbelasters kan deze stempel nu worden ontnomen? 4. Deelt u de constatering dat bedrijfsemissie met een depositie verder dan 1000 meter van een natuurgebied niet of nauwelijks toe te berekenen is aan het boerenbedrijf? Zo ja, waarom wordt er nog met 25 kilometer gerekend? Zo nee, welke argumenten heeft u hiervoor? 5. Hoeveel bedrijven liggen er binnen 500 meter van Natura 2000-gebieden? Hoeveel daarvan liggen bij prioritaire gebieden? 6. Hoeveel bedrijven liggen er binnen 1000 meter van Natura 2000-gebieden? Hoeveel daarvan liggen bij prioritaire gebieden? 7. Ziet u nog aanleiding om specifiek beleid te voeren voor bedrijven tussen 1 tot 25 kilometer? 8. Zijn er nog argumenten op grond waarvan provincies speciaal aandacht besteden en/of middelen beschikbaar stellen aan bedrijven verder dan 1000 meter van een Natura 2000-gebied op grond van depositie argumentatie? 9. Wat is de consequentie van het aanwijzen van prioritaire Natura 2000-gebieden door de rechter in de Greenpeace rechtszaak voor boeren in de nabijheid van die Natura 2000-gebieden? 10. Vindt u het een wenselijke ontwikkeling dat de provincie Gelderland heeft aangegeven in te zetten op drastisch minder stikstof rond de Veluwe en daarvoor ook de vergunningen tegen het licht te houden? 1) 11. Wat betekent het voor de rechtsgelijkheid van (boeren)bedrijven rondom prioritaire gebieden als provincies hun eigen plannen maken en zones bepalen? 12. Kunt u deze vragen één voor één en voorafgaand aan het stikstofdebat over de uitspraak van de Greenpeace rechtszaak beantwoorden? 1) NOS, 31 januari 2025, 'Gelderland wil zones met drastisch minder stikstof rond Veluwe' (Gelderland wil zones met drastisch minder stikstof rond Veluwe)

Voorstel van VVD en lokaal brabant

Brabantse boeren moeten hun stallen mogelijk pas medio 2027 aanpassen. VVD en Lokaal Brabant willen uitstel, omdat er nog geen geschikte innovaties beschikbaar zijn. Partijen in Provinciale Staten van Noord-Brabant willen melkveehouders en bedrijven met vleeskalveren meer tijd geven om de stikstofuitstoot in hun stallen te verminderen. In plaats van 1 januari 2026 moeten deze veehouders nu medio 2027 hun stal hebben aangepast. Het initiatief hiervoor komt van de coalitiepartijen VVD en Lokaal Brabant. Provinciale Staten bespreken het voorstel vrijdag. Lees ook: Gelderland wil zones rond stikstofgevoelige natuur aanwijzen ‘Je kunt niet iets onmogelijks vragen’ VVD’er Roel Gremmen en Hubert Koevoets (Lokaal Brabant) willen deze bedrijven meer tijd geven omdat er nu geen nieuwe technische innovaties zijn waarmee ze hun stikstofuitstoot kunnen beperken. “Je kunt veel vragen van mensen, maar niet iets onmogelijks”, vindt Koevoets. Gremmen: “Het is nu niet haalbaar. Innovaties komen wel beschikbaar, maar zijn er nu nog niet.” Andere veehouders moesten al eerder hun stallen aanpassen. Melkveehouders en kalverhouderijen kregen toen al extra tijd. Na twee stikstofuitspraken van de Raad van State vindt Gremmen het tijd om ‘breder’ naar het onderwerp te kijken. “De noodzaak is groot, er moet minder stikstof komen en de natuur moet worden hersteld. Premier Dick Schoof zoekt met een speciale werkgroep naar oplossingen. Innovaties komen eraan. We moeten wel realistisch blijven.” Uitstel als noodoplossing Uitstel van de zogenoemde stallendeadline vindt Gremmen een goede optie. “Het geeft bedrijven wat ruimte en tegelijk is er toch een stok achter de deur.” Koevoets verwijst naar een afspraak in het coalitieakkoord. “Daarin is afgesproken dat de stallendeadline wordt verschoven als negen maanden van tevoren duidelijk is dat er geen vergunning kan worden afgegeven voor maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen. En dat is nu het geval.” Door de stikstofproblematiek worden in Brabant moeizaam vergunningen afgegeven. De provincie wil de uitstoot terugdringen door boeren hun oudere stallen te laten aanpassen. Gedeputeerde Wilma Dirken (stikstof) zei tijdens een eerder debat over stalaanpassingen dat de provincie niet in de positie is om nog een paar jaar te wachten met maatregelen. “Het stikstofprobleem in Brabant is niet hetzelfde als in andere provincies. Daarom is in 2017 vastgelegd hoe we het wilden aanpakken.”

hypotheekboer


Topics
8
Reacties
351
Volgers

Over mij

Leeftijd: 50jr
Laatst online: 6u geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering