AANDACHT VOOR DEZE NIEUWE RAMP

Beste Boeren, gelezen de teksten van de internetconsultatie voor de nieuwe natuurherstelverordening, heb ik het volgende voor iedereen eruit gepikt. Lees de tekst, hang je spandoek op en en start de tractor. Reageren kan nog! De ambtenaren van LNNV zijn definitief tot diep extremisme gedaald: 1.. Ik begin met de ergste: Een geheel nieuwe GEDOOGPLICHT Gedoogplicht voor grondeigenaren en andere rechthebbenden van een onroerende zaak om feitelijke handelingen te gedogen die nodig zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied of van een Bijzonder Nationaal natuurgebied als passende maatregel om instandhouding af te dwingen op eigendom van iedereen. 2. Een toegangsverbod om de natuur in stand te houden op aangewezen gebieden; ook landbouwgrond 3. Er komt een bindende verplichting tot actief herstel van de natuur, met fatale termijnen. 4. Herstelmaatregelen zijn verplicht overal waar 'de natuur zich niet in goede toestand bevindt met Uiterlijk in 2030, 2040 en 2050 respectievelijk moet ten minste 30, 60 en 90/100 procent van het oppervlak dat zich in een niet goede toestand bevindt of dat nodig is om voldoende habitatoppervlakte te realiseren, onder herstelmaatregelen moet zijn gebracht. Deze verplichtingen gelden zowel voor heel Nederland en voor iedereen. 5. Ook buiten de Natura 2000 en NNN gebieden gelden de verplichtingen. Ja, ook op landbouwgrond. 6. Een uitzondering voor is er voor Defensie3 en hernieuwbare energieprojecten. Alles mag overal. Ja ook binnen Natura 2000 7. Verder bevat de verordening verplichtingen voor wateren en overstromingsgebieden, dammen en waterkeringen moeten weg. ECHT WAAR! 8. Veengebieden moeten verplicht vernat, je land mag onder water. 9 Aanleg van landschapselementen, wordt verplicht GLB vergoeding; vergeet het maar. 10. Er zal verplicht worden gestuurd op de voorraad organische koolstof in minerale bodems. 11. Buiten de Natura 2000-gebieden komen nieuwe verplichtingen. NNN gebieden krijgen een wettelijke status met absolute bescherming. De provincies moeten de maatregelen, geldt voor alle grond. 12. Bovendien brengt de verordening oplopend naar 2050 op landelijk niveau verplichtingen voor het herstellen en uitbreiden van de habitattypen en 90% daarvan in een goede toestand te brengen, dit is een voortdurende verplichting.

Provincie verder in gesprek met kippenboeren: accepteert 75.000 euro boete

Het college van Gedeputeerde Staten gaat 75.000 euro aan dwangsommen betalen om verder in gesprek te kunnen gaan met de vijf pluimveehouders die hun vergunning dreigen te verliezen. De boeren belasten de natuur bij hun bedrijven te veel en daarom ziet de provincie zich, na een uitspraak van de rechter, genoodzaakt de bedrijven gedwongen te stoppen. Dat besluit moest de provincie eigenlijk al vóór 10 juli nemen, maar het Brabantse college wil eerst verder in gesprek met de ondernemers. Omdat hierdoor de deadline wordt overschreden moet de dwangsom worden betaald. Dat staat in een brief van het college aan Provinciale Staten. Per dag dat de provincie geen officieel besluit neemt over de bedrijven, moet ze 100 euro per bedrijf betalen tot een maximum van 15.000 euro. Gedeputeerde Staten zijn van plan om dat besluit pas op 1 oktober te nemen en 'accepteren' dat ze de dwangsom moeten betalen. Deze zal optellen tot maximaal 75.000 euro. Ook landbouwminister Van Essen (D66) gaf eerder aan 'deze zomer nog' in gesprek te willen met de boeren. Communicatie moest beterIn de brief gaat het college door het stof om de communicatie met de boeren. Die hekelden eerder al dat de provincie weinig van zich liet horen. "Wij zijn ons ervan bewust dat deze besluiten enorm veel impact hebben. Wij hebben in de media ook de verwijten gelezen dat de ondernemers lange tijd niets van ons gehoord hebben. Het klopt dat wij het afgelopen half jaar geen inhoudelijke terugkoppeling hebben gegeven." Tussen april en december 2025 vonden ambtelijke gesprekken met de boeren plaats. Ook is er een gesprek op bestuurlijk niveau geweest. In dat gesprek dienden de boeren hun plannen in om minder stikstof uit te stoten, die de provincie vervolgens ging beoordelen. "Over de voortgang van het proces heeft enkel contact plaatsgevonden tussen de zaakgemachtigde (red. juridisch vertegenwoordiger) en onze jurist", schrijft het college. "Wij realiseren ons dat een tussenbericht richting de ondernemers beter was geweest. Dat hebben we ook aan de ondernemers aangegeven." Geen andere uitkomstToch benadrukken Gedeputeerde Staten dat betere communicatie niet tot een andere uitkomst had geleid. Uit de beoordeling van de plannen van de boeren om stikstofuitstoot terug te brengen blijkt volgens de provincie dat alle vijf de boeren tot de grootste belasters van omliggende natuur zouden blijven horen. "Dit betekent dat de voorstellen van de ondernemers onvoldoende effect zullen hebben." Zonder dat de boeren stoppen met het houden van dieren, kan volgens de provincie niet aan de uitspraak van de rechter voldaan worden. Tegen de uitspraak van de rechter ingaan, bijvoorbeeld door geen of een lichter besluit te nemen over de boeren, is volgens het college geen optie. Zo'n stap geeft volgens haar het verkeerde voorbeeld aan burgers en bedrijven: "Ook van hen verwachten we dat zij zich aan de wet houden." Daarbij is het afwijken van een uitspraak door de rechter volgens het college schadelijk voor de rechtsstaat. Tot 1 oktober en ook in de wettelijke periode die volgt om op het besluit te reageren, kunnen de vijf boeren er nog voor kiezen om tóch te voldoen aan de eisen die de rechter stelt. Ze zouden hun bedrijf dan helemaal moeten omgooien, bijvoorbeeld door een camping of kinderopvang te beginnen én geen dieren meer te houden. Om zo hun uitstoot met de benodigde 85 procent terug te dringen.

‘Ambtenaren sturen wel degelijk op halvering veehouderij’

Het is feest bij de (voormalige) topambtenaren van het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof (DG Stikstof). De architecten van het stikstofplan – op 26 juni 2026 door minister Jaimi van Essen naar buiten gebracht – heffen het glas. DG Stikstof ging in 2019 van start, onder bewind van toenmalig minister Carola Schouten. Voor het oplossen van het stikstofprobleem. Met als inzet: halvering van de veehouderij. Topambtenaar Vera Pieterman is blij dat het gelukt is, zo laat zij weten op platform LinkedIn: https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7476364901997805569/ . Pieterman werd per 18 november 2019 benoemd als programmadirecteur van DG Stikstof. Ook topambtenaar Hellen van Dongen kwam terug voor dit feestelijke moment.

Een bijzondere week

Steeds vaker spreek ik mensen die de hoop op betere beleidstijden hebben opgegeven. Helaas zien collega-boeren met enige regelmaat de toekomst en hun eigen situatie zo zwart, dat zij zelf het zwarte gat verkiezen boven het leven. Iedere keer als dat gebeurt, voelt dat voor mij een beetje als falen. Falen van mijzelf en van Stikstofclaim. Blijkbaar hebben we die mensen op dat moment onvoldoende houvast, hoop en uitzicht op betere tijden kunnen geven. Uitzicht dat nodig is om een minder zwart toekomstbeeld te zien. Voor mij speelt daarin zeker een rol dat mijn zus op 7 oktober, zeven jaar geleden, zelf de keuze maakte om haar leven te beëindigen. In overleg met Co Scholten heb ik deze bijdrage geschreven. Ik wil hiermee helder maken dat er, ondanks alle stomme Haagse streken, absoluut lichtpuntjes zijn. Lichtpuntjes die groter zijn als je er goed naar kijkt. Ook wil ik aangeven waar wij als Stichting Stikstofclaim onze drive en energie vandaan halen. Dat doe ik door een deel van de belevenissen van vorige week te beschrijven. Niet volledig uitputtend, maar wel om een beeld te geven. De week van 29 juni Het was een heel bijzondere week, met hele mooie en heel trieste momenten. Toch blijft voor mij het mooie ook voor boeren overheersen. Er is meer dan goede hoop op verandering in beleid. Vorige week maandag, 29 juni, begon voor mij zoals de meeste maandagochtenden en dinsdagochtenden: met het uitmesten en opnieuw instrooien van de stallen. Niet met de greep of vork, maar met een knikshoveltje. Ook het instrooien doen we met een strooier voorop een shoveltje. In drie uur tijd verplaatsen we 24 paarden in twee groepen. Daarvan zijn 19 paarden tweejarige hengsten die al best wat mans zijn. Mooie, imposante dieren. Ze zijn inmiddels gewend aan halsters, maar kunnen af en toe nog behoorlijk onberekenbaar zijn. Iedere keer is het weer een uitdaging, maar ook heel leuk om te doen. Op die ochtenden neem ik meestal de telefoon niet op. Alleen als John Spithoven of Piet Faber belt, beiden actief voor Stikstofclaim, maak ik daar een uitzondering voor. Samen met onze dochter Lisa en ochtendhulp Ananda zijn we drie uur bezig. Aan het einde van de ochtend zijn er 12 grote balen stro verstrooid. Dat klinkt veel, maar de boxen zijn 3,5 bij 5 meter. Rond een uur of twee liggen de meeste paarden heerlijk languit in het verse stro. We hebben vier stallen met een verschillend aantal boxen. Iedere week mesten we ongeveer de helft uit. De andere helft strooien we donderdags bij. Kuil voeren in de ruiven doen we met de hand. Iedere week verwerken we ongeveer 16 vierkante balen kuil in de winterperiode. In de zomerperiode, wanneer de meeste paarden ook buiten komen, zijn dat ongeveer 12 balen per week. Samenwerken met mijn dochter Lisa geeft mij veel voldoening. Zij runt inmiddels het bedrijf. Ik ben het oudere manneke dat hand- en spandiensten verricht en af en toe nog raadgever mag zijn. Ik kan er enorm van genieten hoe professioneel zij met klanten omgaat, strak communiceert en afspraken maakt. De paarden die bij ons in opfok staan en de merries waarmee wordt gefokt, zijn grotendeels van klanten. Een klein deel is van onszelf. Van de 86 dieren zijn er 11 van onszelf. Gelukkig hebben we zakelijke klanten die weten dat we ons uiterste best doen. Maar zij begrijpen ook dat er bij levende dieren, ook al zijn ze tonnen waard, wel eens iets mis kan gaan. Wij maken geen onderscheid in behandeling of verzorging. Of de aanschafwaarde voor de klant nu zesduizend euro of zestigduizend euro was: voor ons zijn het allemaal levende dieren. Als houder heb je de heilige plicht om dieren goed te verzorgen. Ook jonge dieren moet je leren dat de mensenhand er niet is om te straffen, maar om te begeleiden en vertrouwen te geven. Bij het ene dier gaat dat sneller dan bij het andere. We hebben ook een keer meegemaakt dat een jonge hengst, ondanks alle tijd, liefde en aandacht, gewoonweg vals was en bleef. Dat zat er vanaf het begin in, toen hij als veulen werd gebracht. Paarden zijn net mensen. Je hebt er fijne en minder fijne tussen om mee te werken. Echt vals en slecht is bij paarden een grote uitzondering. Bij mensen komt dat vaker voor. Naast het werk thuis, meestal in de ochtenden, heb ik wekelijks twee tot vier afspraken in de middag. Afhankelijk van het jaargetijde heb ik daarnaast één à twee overleggen in de avond, ergens in het land. Er is bijna dagelijks telefonisch en per mail overleg met advocaten en adviseurs. Dat begint vaak rond half acht en loopt doordeweeks door tot in de avond. Veel mails beantwoorden, stukken lezen en dagelijks overleg. Vaak ook in het weekend. Daarbij is er veel overleg met Sandra Marseille. Zij runt het secretariaat, doet de administratie, plant alle afspraken in en bewaakt of gemaakte afspraken ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Voor mij is ook belangrijk dat zij de meeste stukken die ik schrijf leest en corrigeert, zowel tekstueel als inhoudelijk. Daarmee bewaakt zij de continuïteit in onze communicatie. Stikstofclaim is in de loop der jaren steeds meer een geoliede machine geworden. Daardoor worden de eerste vruchten nu rijp om te oogsten. Omdat we een best aardige kantine, annex Grand Café, in het voormalige manegebouw hebben, probeer ik zoveel mogelijk overleggen daar te plannen. Dat maakt dat ik mijn tijd efficiënt kan benutten en geen verrassingen heb in de kwaliteit van de koffie. Vergaderingen van Stichting Stikstofclaim zijn ook bij ons. Overleggen met Kamerleden, hun medewerkers en gedeputeerden zijn meestal in de Tweede Kamer of op provinciehuizen. Met de meeste Kamerleden en hun medewerkers is er goed appcontact. Dat geldt zo ongeveer voor iedereen rechts van Pieter Grinwis. Aan de linkerzijde van het politieke spectrum is er geen contact, ondanks pogingen om wel in gesprek te komen. Een andere week dan anders Deze week was anders dan anders. We verwachtten twee uitspraken van rechtbanken en er was, naar het zich liet aanzien, een belangrijk debat in de Tweede Kamer. In de aanloop naar dat debat was er dinsdagavond een overleg met alle boerenvakbonden. Dat gebeurde op initiatief van Agractie, in De Schakel in Nijkerk. Tot mijn verbazing schoven er ook twee LTO-bestuurders aan: een vakgroepvoorzitter en een provinciaal voorzitter. Dat hebben we eerder meegemaakt, ooit in het Landbouwcollectief. Meestal is LTO er weer vandoor als het er echt op aankomt. Dat was hier opnieuw het geval. Agractievoorzitter Erik Luiten gaf technisch goed leiding aan het overleg. Er werden afspraken gemaakt over een gezamenlijke verklaring. Na afloop stond er wat pers. Ook waren er ongeveer zestig trekkers en een shovel, die de avond opfleurden. Dan zie je ook weer een aantal mooie oude bekenden. Toch ben ik maar snel in de auto gestapt. De dag erop was het debat in de Tweede Kamer. Vooraf is het dan de moeite waard om nog te appen en te bellen met Kamerleden en fractiemedewerkers, om te proberen nog iets ten goede te keren. Woensdagmorgen 1 juli Woensdagmorgen 1 juli heb ik samen met mijn dochter de paarden gevoerd. Tot twee uur was ik thuis bezig. Tussendoor was ik aan het appen en bellen, voordat ik in de auto stapte naar Den Haag. Dat werd fileleed. De rit duurde bijna drie uur, in plaats van anderhalf. Tweede Kamer: een mooi, dierbaar gesprek en een dramatisch debat Bij aankomst in de Tweede Kamer gebeurde er voor mij iets bijzonders. Na binnenkomst sprak ik een paar bekenden, waaronder de fractiemedewerker landbouw van de PVV. Daarna liep ik naar de roltrap. Vlak voor de roltrap kwam ik Mirjam Bikker tegen. We groetten elkaar en gaven elkaar een hand. Beiden waren we van plan om verder te gaan, toen Mirjam Bikker vroeg: “Was Ella Vogelaar familie van je?” Ja, Ella was mijn oudste zus. Zij was bijna dertien jaar ouder dan ik. Mirjam vertelde dat Ella haar in de beginperiode van haar politieke loopbaan in de gemeente Utrecht had geholpen met raad en daad. Gewoon omdat Ella graag mensen hielp. Het klinkt misschien raar. Ik ben niet snel van slag, maar op dat moment wel even. In de Tweede Kamer, niet hetzelfde gebouw, maar wel het onderdeel van ons staatsbestel waar mijn zus ook veel heeft gewerkt. Om dan, ruim zes jaar na haar overlijden, iemand uit een heel ander politiek spectrum lovende woorden over mijn zus te horen spreken, deed iets met me. Mirjam had eigenlijk dezelfde ervaring met Ella als ik zelf had in mijn beginperiode bij LTO Melkveehouderij. Ook toen hielp Ella mij. We wisselden nog wat andere ervaringen uit. Ik bedankte haar dat zij haar ervaring met Ella met mij deelde. Haar antwoord was: “Wees welkom.” Het was een mooie groet en de afsluiting van een voor mij dierbaar gesprek. Op dat moment wist ik nog niet dat dit een dag later een vervolg zou krijgen. Daarna ging ik met de roltrap omhoog naar de publieke tribune. Daar bleef ik tot de Kamerleden zes uur later, na de eerste termijn, gingen dineren. Inhoudelijk vond ik het debat dramatisch gestuntel van de meeste Kamerleden. Uitzonderingen waren André Flach, Caroline van der Plas, Chris Jansen en Hidde Heutink. Teleurstelling was er bij mij ook over de inbreng van JA21, toen nog mijn eigen partij. De tweede termijn heb ik niet afgewacht. Rond tien uur ben ik naar huis gegaan. In de auto heb ik de antwoorden van de minister beluisterd. Debattechnisch was het heel handig, maar stikstofinhoudelijk sloeg het nergens op. Na thuiskomst heb ik het debat nog tot twee uur gevolgd. Daarna ben ik naar bed gegaan. Mijn conclusie: het debat was een drama. De beantwoording was inhoudelijk ook een drama, vol grote ambities die door deze minister nooit zullen worden waargemaakt. Donderdag: een belangrijke uitspraak Donderdagochtend heb ik een stuk of dertig boxen bijgestrooid. Ook werden een aantal paarden door de dierenarts gescand op cyclus. Bij een veulen met een liesbreuk werd de breuk weer leeg gemasseerd. Rond elf uur belden onze advocaten Robert van den Broek en Amber Hoogmoed. “Jan Cees, we moeten je wat vertellen.” In Overijssel, in de zaak met de vier PAS-melders, zijn we in het gelijk gesteld. De melding van de PAS-melders bij RVO moet door de provincie worden gezien als een vergunningaanvraag. De provincie moet daar binnen twaalf weken op beslissen. Althans, dat staat in de uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Overijssel. De zitting was op 8 mei. En nu was er dus deze uitspraak. Dan ga je met elkaar de gevolgen van zo’n uitspraak analyseren. Die gevolgen zijn immens groot. Je komt dan tot de conclusie dat deze uitspraak geldig is voor alle PAS-melders waarvan de melding bij RVO, om voor legalisatie in aanmerking te komen, door RVO is geaccepteerd als voldoende onderbouwd. Dat zijn ongeveer 1.448 PAS-melders. Een mooie uitspraak, waar het hele bestuur van Stikstofclaim blij mee is. De grap is dat alleen de Sterke Erven-bladen er aandacht aan besteden, ondanks het feit dat er een persbericht is gestuurd naar zo ongeveer alle agrarische media en dagbladen.

Waarschuwing!!!

Vorige week kwam er een tool online waarbij een melkveehouder kon uitrekenen hoe met technische en management maatregelen te voldoen aan het emissie beleid van dit kabinet. https://emissie.intoagri.com/ De tool werd door de Rabobank, LTO Nederland/Nieuwe Oogst en tijdens een interview met de minister gepromoot. Dit weekend waren er diverse melkveehouders die mij benaderde met de boodschap dat ze de 2035 doelstelling al gehaald hadden. Na diepgaand onderzoek mijnerzijds constateerde ik dat stap 2 van de tool onjuist is. Stap 2 verwijst naar pagina 4 van de KLW rapportage. Daar staat een getal dat moet doorgaan als bedrijfsspecifiek emissie getal per eenheid voor stal en opslag. Omdat Zuivelnl niet zelf de rekenregels achter de KLW beheert maar WUR/WUM is de verwijzing naar pagina 4 onjuist. Dit getal is niet bedrijfsspecifiek. Dit getal ontstaat door opgave van veehouders over stalsystemen en NEMA normen. Zo kan het zijn dat een veehouder met een veld v vloer met rubber cassettes voldoet aan de eindnorm in de tool maar in feite nog een doelgat over houdt van 50 % reductie. Deze ochtend is er contact geweest met diverse partijen achter de tool. Mijn verzoek was , haal de tool offline. Dat is niet gebeurd, er is een disclaimer bij geplaatst. Kortom , wees voorzichtig. De tool is indicatief en voor de meeste stalsystemen ongeschikt.

STATEMENT: DE MAAT IS VOL!

Het kabinetsplan dat vrijdag gepresenteerd is met de kamerbrief van minister Van Essen moet van tafel. Deze minister had beloofd met een oplossing te komen om Nederland van het slot te krijgen, maar het tegendeel blijkt waar. De overheid toont zich hier wederom onbetrouwbaar. Als deze plannen hun uitwerking krijgen, wordt het een ongekende kaalslag op het platteland. Niet alleen in de zones, maar op het héle platteland én alles daaromheen. De sociale samenhang in onze buitengebieden wordt hiermee compleet weggeslagen. We worden met dit kabinetsplan weggestuurd met een onmogelijke opdracht voor boeren om emissies te reduceren, zonder gereedschapskist om dit te kunnen uitvoeren. Om te reduceren moeten er niet alleen geborgde technieken zijn, maar er moeten ook vergunningen zijn om dit te kunnen realiseren. De enige reductie die nu geborgd is, is een stuk van de veestapel ruimen. Dat zal geen enkel effect hebben op de natuur. Als dat het doel is, en daar lijkt het sterk op, dan kunt u weerstand verwachten. Dan wordt het nog een hete zomer. Daarom roepen wij de minister op om nu eerst écht werk te maken van vergunningverlening. Daarvoor moet allereerst een rekenkundige ondergrens ingevoerd worden. En dat moet niet eind 2027, maar MORGEN! Dit statement is tot stand gekomen met deelname van Agractie Nederland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Stichting Stikstofclaim (SSC), Dutch Dairy Board, Farmers Defence Force, Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), LTO en Nederlandse Vakbond van Pluimveehouders.

Tijdlijn mijlpalen uit de Stikstofbrief

Dit zijn de mijlpalen die het meest direct doorwerken in grondmarkt, waardering en transacties. **2026** - **17 juni** – Samenwerkingsovereenkomsten en uitvoeringsplannen Peel en Veluwe al ondertekend. - **26 juni** – Publicatie brief; start internetconsultatie Omgevingswetswijziging voor de Natuurherstelverordening. - **Voor de zomer** – Kamer geïnformeerd over hoofdlijnen convenant gewasbescherming. - **Begin juli** – SER-advies (o.a. "productschappen 2.0"). - **Augustus** → CBS-kwartaalcijfers mestproductie → besluit over (her)invoering afroming varkensrechten. - **Kort na de zomer** → Brief met uitwerking agrarisch natuurbeheer (uitbreiding ANB 130.000 → 280.000 ha); verdere besluitvorming Veluwe. - **September** – PBL-reflectie op de ambtelijke emissie-inschattingen. - **Uiterlijk 1 september** – Ontwerp-Natuurplan naar de Europese Commissie. - **Najaar** – Deelconvenanten gewasbescherming; eerste afspraken structurele natuurbeheerfinanciering; afspraken met sector over streefwaarde 2030. - **Eind oktober** → Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof + wetsvoorstel sectorale emissiedoelen + ontwerpprogramma naar Kamer; zienswijzeprocedure opent; voorstel korting productierechten als ultieme remedie. - **Voor eind 2026** → Onafhankelijke toetsing effect maatregelen (basis voor eerste vergunningverlening); borgingsmechanisme streefwaarde 2030; resultaten WUR-verkenning PAS-melders/interimmers; verkenning natuurvergunning gelijktrekken met milieuvergunning. - **Eind 2026** → Wetsvoorstel grondgebondenheid in internetconsultatie; uitvoeringsplannen/samenwerkingsovereenkomsten overige prioritaire gebieden. **2027** - **Eerste kwartaal** → Emissienormen intensieve veehouderij (per dierplaats) vastgesteld. - **Januari** → Instructieregels met voorschriften voor de zoneringsgebieden gepubliceerd; structureel geld voor natuurbeheer komt vrij. (Zone-regels treden uiterlijk 1-1-2035 in werking.) - **Begin 2027** → Geborgde afspraken met provincies over NNN-restantopgave (~30.000 ha). - **1 april** – Harde afspraken met ketenpartijen over groei vraag biologisch - **In de loop van 2027** → Zoneringsaanpak vastgesteld en vastgelegd in instructieregels; wetsvoorstel grondgebondenheid ingediend bij de Tweede Kamer. - **Uiterlijk 1 juli** – 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn vastgesteld. - **Uiterlijk 1 september** – Definitief Natuurplan naar de Europese Commissie. - **Uiterlijk Q4 2027** → Invoering rekenkundige ondergrens (RKO); lukt borging niet, dan gebiedsspecifieke drempelwaardes. - **2027/2028** – Eerste monitoringsmoment, met mogelijke bijsturing. **2028–2029** - **1 januari 2028** → Deadline voor gebieden om een eigen (gebiedseigen) aanpak in de zone tot stand te brengen, anders gelden de Rijksregels. - **1 januari 2029** – Beoogde invoering wettelijke maatregelen rond vraag biologisch, áls ketenafspraken mislukken. **Lange-termijn ijkpunten** - **2030** → Eerste stap grondgebondenheidsnorm; sectorale streefwaarde 23–25% NH3 landbouw. - **2032** → Tweede stap grondgebondenheid; actualisatie Natuurplan. - **2035** → Eindnorm grondgebondenheid 2,6 gve/ha; bedrijfsspecifieke emissienormen van kracht (0,164 kg NH3/fosfaatrecht melkvee); zone-regels uiterlijk in werking; doelen 42–46% NH3 (landbouw), 50% NOx (mobiliteit), 50% NH3 (industrie) t.o.v. 2019; eventuele korting productierechten als doelen niet gehaald. - **2036** – Structurele middelen (€435 mln/jaar) lopen door. - **2040/2050** – Doorkijk natuurdoelen in het Natuurplan. Samenvatting ChatGPT

Oppositie zet kabinet onder druk om extreem lage Nederlandse stikstofgrens eindelijk op te hogen: ’Wetenschap heeft hele goede argumenten aangereikt’

Oppositie zet kabinet onder druk om extreem lage Nederlandse stikstofgrens eindelijk op te hogen: ’Wetenschap heeft hele goede argumenten aangereikt’ De Tweede Kamer zet het kabinet-Jetten onder zware druk over de mogelijk te verhogen stikstofgrens en het gebruik van het Aerius-model. Tijdens het Catshuisberaad ligt een felle politieke discussie op tafel: Kamerleden hebben moties ingediend die het kabinet aanzetten tot snelle keuzes over zowel de grenswaarden voor stikstofdepositie als de rekenmethodiek die bepaalt hoe projecten natuur-schade meten. Het conflict draait om twee zaken: een hogere wettelijke stikstofdrempel zou ingewikkelde vergunningprocedures versoepelen en projecten in wonen, infrastructuur en landbouw makkelijker maken; tegenstanders waarschuwen dat dit ten koste kan gaan van beschermde natuurgebieden. Tegelijkertijd staat het Aerius-rekenmodel ter discussie: enkele experts en Kamerfracties vinden dat het model te star is of niet meer voldoet aan actuele inzichten, en willen een onafhankelijke toets of vervanging. Het Catshuisberaad fungeert als plek waar politieke moties en expertadviezen samenkomen en het kabinet wordt gedwongen richting te kiezen. De uitkomst is belangrijk voor het tempo van bouw- en infrastructuurprojecten en voor de manier waarop Nederland zijn natuurbescherming juridisch afdwingt. De vraag blijft of het kabinet erin slaagt een balans te vinden tussen economische behoefte en ecologische zekerheid, en welke technische en juridische stappen daarop volgen. Meer: https://www.telegraaf.nl/politiek/oppositie-zet-kabinet-onder-druk-om-extreem-lage-nederlandse-stikstofgrens-eindelijk-op-te-hogen-wetenschap-heeft-hele-goede-argumenten-aangereikt/157230622.html

Column: De aanval op onze voedselzekerheid - LTO

Door Wim Brouwer, Generaties lang hebben boeren gewerkt aan een landbouwsysteem dat voedsel produceert voor miljoenen mensen. Veehouderij vormt daarvan een onmisbare schakel. Niet alleen omdat vlees, melk, en eieren belangrijke voedingsmiddelen zijn, maar ook omdat dier en plant in de landbouw onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Toch wordt vanuit de groene beweging steeds vaker het beeld neergezet dat de ideale toekomst bestaat uit akkers vol plantaardige eiwitten en stallen die voorgoed leegstaan. Alsof voedselproductie een eenvoudig rekensommetje is dat je achter een bureau kunt oplossen. Alsof dieren slechts een belasting vormen voor het milieu en geen onderdeel zijn van een natuurlijk en economisch systeem dat al eeuwenlang functioneert. Wat daarbij opvalt, is dat de werkelijkheid nauwelijks nog een rol lijkt te spelen. Dezelfde mensen die spreken over natuurlijke kringlopen, lijken te vergeten dat vruchtbare landbouwgrond voedingsstoffen nodig heeft. Dierlijke mest is niet zomaar afval; het is een essentiële bouwsteen voor de bodem waarop onze gewassen groeien. Akkerbouw en veeteelt zijn geen tegenpolen, maar partners in een systeem dat elkaar versterkt. Ook het beeld dat vleesconsumptie per definitie verkeerd zou zijn, verdient meer nuance dan het tegenwoordig krijgt. Natuurlijk kunnen mensen ervoor kiezen vegetarisch of veganistisch te leven. Dat is hun goed recht. Maar het verheffen van die keuze tot morele norm voor de hele samenleving is iets anders. Wat misschien nog het meest stoort, is de toon waarmee vaak wordt gesproken over boeren en voedselproducenten. Mensen die dagelijks zorgen voor ons voedsel worden neergezet als vervuilers, terwijl steeds minder mensen nog weten waar hun eten vandaan komt. Alsof voedsel vanzelf in de supermarkt verschijnt. Alsof landbouwgrond zonder boeren kan bestaan. Alsof dieren uitsluitend een probleem zijn en geen onderdeel van een zorgvuldig opgebouwde voedselketen. De gevolgen van dit groene wensdenken worden bovendien ernstig onderschat. Wanneer we de veehouderij steeds verder terugdringen en voedselproductie ondergeschikt maken aan ideologische doelen, komt onze voedselzekerheid onder druk te staan. Dat is geen theoretisch risico, maar een vraagstuk van strategisch belang. Nederland heeft in de afgelopen jaren veel van zijn economische en industriële zelfstandigheid uit handen gegeven. Juist daarom moeten we zuinig zijn op een van onze laatste echte strategische troeven: de mogelijkheid om zelf voedsel te produceren. Voedselzekerheid is geen luxe. Het is een fundament onder onze nationale veiligheid. Wie naar de wereld kijkt, ziet dat geopolitieke spanningen toenemen. Oorlogen, handelsconflicten, verstoringen van internationale aanvoerketens en groeiende machtsblokken maken landen kwetsbaar. In zo’n wereld is het onverstandig om de eigen voedselproductie bewust af te bouwen en afhankelijker te worden van import uit andere delen van de wereld. Een land dat zijn voedselvoorziening uit handen geeft, geeft uiteindelijk ook een deel van zijn zelfstandigheid uit handen. De ironie is dat juist de mensen die zeggen de natuur te verdedigen, soms lijken te vergeten dat ook de mens onderdeel is van diezelfde natuur. Landbouw, voedselproductie en natuurbeheer hoeven geen tegenstellingen te zijn. Eeuwenlang hebben boeren het Nederlandse landschap gevormd. De weilanden, de akkers en de bedrijven die ons dagelijks van voedsel voorzien, zijn niet de vijanden van het landschap. Ze maken er deel van uit. Misschien wordt het tijd om minder te luisteren naar ideologische blauwdrukken en meer naar de mensen die dagelijks verantwoordelijkheid dragen voor onze voedselvoorziening. Mensen die begrijpen dat duurzaamheid niet ontstaat door vee weg te denken, maar door verstandig om te gaan met dieren, grond en productie. Want een samenleving die haar boeren verliest, verliest meer dan een economische sector. Ze verliest een deel van haar onafhankelijkheid, haar voedselzekerheid en uiteindelijk haar vermogen om voor zichzelf te zorgen. Wim Brouwer

Studiereis naar Denemarken in maart 2026

Meld je nu aan voor een inspirerende reis door het agrarische hart van Denemarken Van dinsdag 24 t/m donderdag 26 maart 2026 organiseert Melk van het Noorden, in samenwerking met Makkerz en binnenkort onder de naam https://www.FarmTripz.nl, een melkvee-gerichte studiereis naar Denemarken. Deze reis is speciaal samengesteld voor melkveehouders, ondernemers en andere betrokkenen in de melkveesector. Wat heeft het de agrarisch ondernemers gebracht die daarheen emigreerden? En hoe pakt de melkveesector de nieuwe CO₂-wetgeving op? Op deze reis bezoekt u minimaal vier verschillende melkveebedrijven en ondernemers met uiteenlopende visies en bedrijfsvoeringen. Bedrijven die onder andere op het programma staan: * Martijn Damsteegt runt in Tinglev een melkveebedrijf met ruim 1.000 koeien die gemiddeld circa 12.000 kilo melk produceren. * Torben Sonderby is biologisch boer met 240 melkkoeien en is testbedrijf voor Arla op het gebied van o.a CO2- en methaanreductie op bedrijfsniveau. * Luuk van der Wijst melkt nabij de plaats Nordenskov ruim 400 hoogproductieve koeien in een moderne melkstal met melkrobots. * De familie Broeders boert reeds meer dan 30 jaar in Denemarken. Waar ze startten met 80 koeien melken ze nu ruim 1.500 koeien op twee locaties nabij Rødekro.

Grote Verbouwing van het platteland: nu Utrecht, straks Nederland? | Op z’n Kop! #223 | NPO Radio 1

https://www.youtube.com/watch?v=_pehtkRNPsU In deze aflevering van Op z’n Kop! gaan Marianne Zwagerman en Rick van Velthuysen in gesprek met gedeputeerde Mirjam Sterk (CDA) van de provincie Utrecht. Sterk houdt zich bezig met de transitie van het landelijk gebied, natuur en landbouw. De aanleiding voor het gesprek is het plan waar zij met de provincie Utrecht al een jaar aan werkt: het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). In de provincie Utrecht wordt dit beleid uitgerold, maar straks zullen we het in heel Nederland gaan zien. Het UPLG heeft grote invloed op het bestaan van verschillende boeren en tuinders in de provincie Utrecht: hun bedrijven hebben volgens dit beleid geen toekomst meer. Dat terwijl er discussie is over de cijfers waarop het plan is gebaseerd. Cijfers uit Brussel tonen aan dat de staat van de natuur in Nederland veel beter is dan wat aan boeren en burgers wordt verteld. Volgens Europese rapportages blijken veel natuurgebieden juist te verbeteren, terwijl ze in Nederland als ‘rood’ worden bestempeld. Daarnaast zijn waternormen per waterschap verschillend en wordt vervuiling structureel aan de landbouw verweten. Deze plannen raken niet alleen onze boeren, maar ook onze vrijheid en voedselzekerheid. Want wat betekent het als beleid kan worden gebouwd op verkeerde data? En verandert ons platteland straks in beton? Kijk mee en oordeel zelf! ___ #boeren #stikstofdebat #landbouw

Jarenlang verkeerd beleid? Nieuwe cijfers halen landbouw grotendeels uit stikstofschuld

Jarenlang stond de landbouw te boek als een van de grootste veroorzakers van stikstofvervuiling in het Nederlandse oppervlaktewater. Beleidskaarten, normen en maatregelen waren gebaseerd op het idee dat ongeveer 40 procent van de stikstof in landelijke wateren afkomstig was van bemesting. Nieuwe herberekeningen zetten dat beeld nu op losse schroeven, schrijft stichting Agrifacts. Het aandeel van de landbouw blijkt in veel regio’s fors lager te liggen dan jarenlang werd aangenomen. De nieuwe cijfers komen voort uit een recente bronnenanalyse, uitgevoerd met actuelere data en aangepaste rekenmodellen. Waar eerdere berekeningen waren gebaseerd op gegevens uit de periode 2010–2013, is nu gekeken naar de jaren 2017–2022. Dat verschil blijkt groot. Oude aannames bepalen jarenlang beleid Eind 2023 publiceerde het ministerie van Landbouw een kaart met zogenoemde nutriënten-verontreinigde gebieden, de NV-gebieden. Die kaart wees grote delen van Nederland aan waar extra maatregelen voor de landbouw nodig zouden zijn. De onderliggende aannames zorgden direct voor kritiek vanuit de sector en bij waterschappen. De kern van die kritiek was simpel: de kaart ging uit van verouderde cijfers en schreef stikstof toe aan landbouw, terwijl de herkomst van die stikstof niet hard was vastgesteld. Toch werden boeren op basis van die kaart geconfronteerd met extra regels. Herberekening halveert landbouwbijdrage Uit de nieuwe analyse blijkt dat het aandeel van de landbouw in de stikstofbelasting van het oppervlaktewater gemiddeld ongeveer is gehalveerd. Waar eerder bijna 40 procent werd toegeschreven aan bemesting, ligt dat aandeel nu rond de 20 procent. In sommige regio’s is het verschil nog groter. In Limburg werd aanvankelijk ongeveer 15 procent van de stikstof in regionale wateren toegerekend aan landbouw. Na herberekening blijkt dat nog maar circa 4 procent te zijn. In het zuiden van de provincie ligt het aandeel zelfs nog lager. Ook in andere delen van het land verdwijnen landbouwbijdragen grotendeels van de kaart. Hele gebieden die eerder als NV-gebied golden, blijken op basis van de nieuwe cijfers niet langer problematisch. Buitenlandse bronnen onderschat Een belangrijk deel van de correctie komt door beter inzicht in aanvoer van buitenaf. Water dat Nederland binnenkomt via rivieren, Rijkswateren en bovenstroomse gebieden bevat aanzienlijk meer stikstof dan eerder werd gedacht. Volgens de nieuwe berekeningen is die externe aanvoer ongeveer dubbel zo groot als aanvankelijk aangenomen. Waar buitenlandse en bovenstroomse bronnen eerst goed waren voor zo’n 65 tot 70 procent van de stikstofbelasting, ligt dat aandeel nu rond de 75 tot 80 procent. Daarmee zijn deze bronnen veruit dominant. Advertisement Ook natuurlijke processen speelden een grotere rol dan jarenlang werd aangenomen. Zo werd stikstof uit kwel, water dat vanuit diepere grondlagen omhoogkomt, vaak automatisch toegeschreven aan landbouw. Uit nader onderzoek blijkt dat dit in veel gevallen onterecht was. Kwelcorrectie verandert kaarten Waterschappen zoals Amstel, Gooi en Vecht, Rijnland en Zuiderzeeland deden aanvullend onderzoek naar de invloed van kwel. Zij concludeerden dat een aanzienlijk deel van stikstof en fosfor ten onrechte bij landbouw was neergelegd. Door deze zogeheten kwelcorrectie konden meerdere NV-gebieden worden geschrapt. Op de nieuwe kaart met aandachtsgebieden stikstof zijn deze gebieden niet meer terug te vinden. In andere regio’s is de kwel nog niet nader onderzocht, waardoor verdere correcties mogelijk volgen. Meten en beoordelen verschilt per regio Niet alle waterschappen beoordelen waterkwaliteit op dezelfde manier. Waterschap Scheldestromen stapte vorig jaar over op de Europese methode, waarbij niet afzonderlijk naar stikstof en fosfor wordt gekeken, maar naar het risico op eutrofiëring. Dat risico ontstaat pas als beide nutriënten in hoge concentraties aanwezig zijn. Is één van beide beperkt, dan voldoet het water vaak alsnog. Andere waterschappen hanteren nog steeds afzonderlijke normen, wat leidt tot uiteenlopende beoordelingen bij vergelijkbare waterkwaliteit. Verouderde cijfers blijven doorwerken Opvallend is dat boeren in sommige gebieden nog steeds worden afgerekend op sterk verouderde gegevens. Zo wordt bij sloten vaak gewerkt met schattingen over mestaanvoer uit 2008. Sindsdien zijn bufferzones ingevoerd en is het mestgebruik afgenomen. Wageningen University & Research schat de onzekerheid van deze bron inmiddels op 100 procent. Toch blijft deze bron meetellen in beleid en handhaving. Landbouwminister Wiersma komt begin volgend jaar met een nieuwe kaart voor aandachtsgebieden, die de NV-kaart vervangt. Voor die kaart is de recente bronnenanalyse gebruikt. Toch kleuren veel gebieden nog vrijwel even rood als voorheen. Dat roept vragen op. Als het aandeel van de landbouw kleiner blijkt, zullen extra maatregelen ook minder effect hebben dan verwacht. Bovendien zijn maatregelen die sinds 2023 zijn ingevoerd, zoals de afbouw van de derogatie en verplichte bufferstroken, nog niet meegenomen.

Lientje moet zelf toch ook zien dat ze geen schim meer is van de vrouw die fris met de tractor het Binnenhof op reed

Er is onrust en gekonkel binnen de BBB. Het was natuurlijk ook een te mooi idee dat Caroline van der Plas en Mona Keijzer in perfecte harmonie zouden kunnen samenwerken, schrijft Angela de Jong. Je kon er natuurlijk op wachten. Als twee vrouwen elkaar niet uit zichzelf de tent uitvechten, dan zijn het wel de mensen om hen heen die gaan lopen stoken. Ik heb het over de onrust binnen BBB. De nummer 2, Mona Keijzer, heeft bij de verkiezingen bijna evenveel stemmen gehaald als boegbeeld Caroline van der Plas en nu is het anonieme gekonkel binnen de partij begonnen. Mona moet een plekje omhoog. Ze is niet alleen de veel ervarener politica maar ziet er ook een stuk glamoureuzer uit. Caroline met haar boeren zakdoek en eeuwige peuk was leuk voor de opstartfase van de partij, zo vat ik de kritiek even samen, maar nu is het tijd voor een volgende stap. Dat is ook beter voor Caroline zelf, want ze oogt uitgeblust. En helaas voor haar, daar valt geen speld tussen te krijgen. De Lientje van nu is geen schim meer van de vrouw die fris en energiek met de tractor naar het Binnenhof reed. Ja ja, Caroline, zo gaat dat in de politiek, dacht ik toen ik over de onrust las. Je mag zonder morren je beste jaren opofferen voor een partij. Maar sneller dan je lief is, komt de dag dat je als een uitgemolken koe naar de slachtbank wordt geleid, om maar even in het BBB-thema te blijven, door mensen die hun baantje louter en alleen te danken hebben aan al jouw harde werk. Maar, zoals ik al aan het begin van dit stukje zei, ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat hier nóg iets meespeelt. Namelijk, dat het om twee opvallend sterke vrouwen gaat. Alle feministische golven ten spijt, vrouwen worden nog steeds sneller met elkaar vergeleken en tegen elkaar uitgespeeld. En samenwerken kunnen ze ook niet, toch? Vrouwen zijn snel jaloers. Neem zo’n Caroline, die móét zich toch wel zitten opvreten, omdat Mona knapper en slimmer is? Ik beken, ik zie in mijn hoofd ook moeiteloos een scène uit Dynasty voor me: Mona en Caroline als een eigentijdse versie van Krystle en Alexis, die elkaar in de krochten van de Tweede Kamer de haren uit het hoofd trekken. ‘Ik mag naar Blake, eh Tim de Wit vanavond.’ ‘Nee, jij hebt hem al gehad, hij is van mij nu.’

Deliitte: 'Schade door landbouw aan milieu veel groter dan opbrengsten '

De milieuschade door de landbouw in Nederland is jaarlijks veel groter dan de economische opbrengst van de sector. De toegevoegde waarde van de landbouw is 13,3 miljard euro, terwijl de kosten door uitstoot en verlies van biodiversiteit 18,6 miljard bedragen. Daardoor resteert een jaarlijkse schadepost van 5,3 miljard euro. Dit berekent financieel consultant Deloitte in zijn maatschappelijke kosten-batenanalyse De verborgen rekening. Het is voor het eerst dat een accountancybedrijf zo'n feitelijke analyse van de hele landbouw (akkerbouw, veeteelt en tuinbouw) maakt. De Robin Food Coalitie en de Transitiecoalitie Voedsel - beide pleitbezorgers van duurzame landbouw - zijn opdrachtgever van de donderdag gepubliceerde studie. Maatschappelijke kosten komen grotendeels ten laste van latere generaties; het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitgaven aan gezondheidszorg, herstel van milieuschade en aanpassing aan een warmer klimaat. Grootste aandeel in die verborgen kosten heeft volgens Deloitte de uitstoot van broeikasgassen (7,9 miljard euro per jaar) en van stikstof (7,2 miljard). Ook het verlies van biodiversiteit door agrarische activiteiten (2,5 miljard) loopt in de papieren. Gedegen indicatie ,,Ik ben wel verrast door de omvang van die maatschappelijke kosten", zegt landbouweconoom Krijn Poppe, een van de wetenschappelijke begeleiders van het rapport. ,,Toch is er conservatief gerekend, en dat moet ook wel bij zo'n studie. Het gaat om de gedegen indicatie die je wil laten zien. Deze cijfers geven aan dat de problematiek nijpend is." Veel mensen zullen volgens Poppe in de verleiding komen boeren de schuld te geven dat die kosten zo hoog zijn. ,,Dat is natuurlijk onzin. Het komt in algemene zin door het systeem, de manier waarop we het georganiseerd hebben. De consument kiest voor lage prijzen, en voor de voedselindustrie is het heel aantrekkelijk om in de Nederlandse delta te zitten." Want een deel van de problematiek, zoals de te hoge uitstoot van stikstof, komt volgens Poppe door congestie: te veel boerenbedrijven in een te klein gebied. ,,Er worden nu delen van Frankrijk bebost omdat de landbouw daar niet meer concurrerend is. Helaas is er geen Europees beleid voor een ruimtelijke ordening die voor een goede spreiding binnen de Europese Unie zorgt." Biologisch boeren De huidige agrarische productie is voldoende voor 2,5 maal de bevolking van Nederland. In het rapport komen ook alternatieven aan bod waarbij minder intensief en meer biologisch wordt geboerd, en waarbij de nadruk meer op plantaardige eiwitten ligt dan op dierlijke. Als alle boeren op biologische landbouw overstappen, zou de negatieve impact (schade min opbrengst) volgens Deloitte dalen van 5,3 miljard euro naar 1,1 miljard. Zo maken biologische boeren geen gebruik van pesticiden en kunstmest. Biologisch boeren is minder intensief en leidt tot lagere productie. Als de hele sector het doet, kan die 'nog maar' 1,7 maal de Nederlandse bevolking voeden. Die lagere productie gaat de consument wel merken. Nu zijn biologische producten gemiddeld de helft duurder. Gezien toekomstige schaalvoordelen verwacht Deloitte dat dit prijsverschil geleidelijk terugloopt tot 30 procent. Deloitte berekent ook een derde scenario waarin niet alleen biologisch wordt geboerd en dat meer nadruk legt op innovatie en plantaardige, in plaats van dierlijke proteïnen. Dit komt wel op een positief saldo uit. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten 2,7 miljard euro, veel lager dan de waarde die de landbouw toevoegt. Grootste aandeel in die verborgen kosten heeft de uitstoot van broeikasgassen (7,9 miljard euro per jaar) en van stikstof (7,2 miljard) Rapport Hoe berekent Deloitte maatschappelijke kosten Voor De verborgen rekeningmaakt Deloitte twee berekeningen. Het gaat hierbij om kosten die worden afgewenteld op de maatschappij en die leiden tot verlies aan (brede) welvaart. Allereerst becijfert Deloitte de uitstoot (vooral van CO2 en stikstof) en het gebruik van pesticiden. De basis vormen standaardgegevens waarin onder meer kosten voor milieuherstel en gezondheidszorg zijn opgenomen. De schade aan biodiversiteit wordt berekend door de natuurlijke opbrengst (weerbaarheid, bestuiving) van een specifiek gebied (grasland, moerasgebied) een prijs te geven. Bij biologische landbouw zorgt het ecosysteem voor economische voordelen - zoals minder ziektes - die bij intensieve landbouw verloren kunnen gaan. Eerder dit jaar becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving de totale schade door uitstoot van milieuverontreinigende stoffen in Nederland op 46 miljard euro. Verkeer (weg, water, lucht) draagt daar 30 procent aan bij, gevolgd door landbouw (27 procent) en industrie (21 procent). Bron: NRC

Rapport-Meester bevestigt stikstofkoers die BBB heeft ingezet Gepubliceerd op 24 oktober 2025

BBB verwelkomt het vandaag naar de Tweede Kamer gestuurde rapport van prof. dr. Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening en statistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In zijn rapport stelt hij dat het stikstofbeleid van de afgelopen jaren wetenschappelijk ondeugdelijk, bestuurlijk onverdedigbaar en gebaseerd op schijnnauwkeurige rekenmodellen en fictieve drempelwaarden was. Meester is een internationaal erkend wiskundige, gespecialiseerd in de betrouwbaarheid van modellen en de logica van wetenschappelijke bewijsvoering. Zijn rapport ‘De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid’ bevestigt de noodzaak van de koerswijziging die het huidige kabinet, onder aansturing van BBB minister Femke Wiersma en staatssecretaris Jean Rummenie, heeft ingezet. Directe meting stikstofdepositie bestaat niet Volgens Meester bestaan er geen directe metingen van stikstofdepositie, terwijl modellen zoals Aerius/OPS rekenen met aannames in plaats van meetgegevens. Ook de Kritische Depositiewaarde (KDW), waarop vergunningen jarenlang zijn gebaseerd, blijkt geen harde grens maar een benadering met grote onzekerheidsmarges. Zijn conclusie dat beleid niet langer mag steunen op “schijnnauwkeurige cijfers” maar op meetbare realiteit, sluit nauw aan bij de lijn die het kabinet nu volgt: een stikstof- én natuurbeleid dat is gebaseerd op meten, monitoring en brede ecologische beoordeling. Ondersteuning voor aanpak BBB ziet het rapport als een wetenschappelijke bevestiging van de beleidsverandering die nu plaatsvindt. De ingezette aanpak richt zich niet meer uitsluitend op stikstof, maar ook op waterhuishouding, bodemkwaliteit, beheer en invasieve soorten. Daarmee wordt gewerkt aan een breder, realistischer en uitvoerbaarder natuurbeleid dat de ecologische werkelijkheid recht doet én perspectief biedt aan boeren, bouwers en ondernemers. Wetenschappelijke onderbouwing Eerdere adviescommissies, zoals Trojan (2008) en Huys Nederland (2009), waarschuwden al dat stikstof niet als absolute graadmeter voor natuurkwaliteit gebruikt kon worden. Het rapport-Meester onderbouwt nu wetenschappelijk waarom die waarschuwingen terecht waren en waarom de koers van de afgelopen jaren onhoudbaar is gebleken. De bevindingen geven volgens BBB vertrouwen dat de nieuwe, meetbare en uitvoerbare aanpak de juiste weg is om Nederland uit de stikstoffuik te krijgen. Keuze is: stilstand of vooruitgang “Het rapport van professor Meester bevestigt wetenschappelijk wat wij al sinds onze oprichting zeggen: je kunt geen land besturen op modellen die meer aannemen dan meten”, zegt partijleider Caroline van der Plas. “Dit is een steun in de rug voor de koers die onze bewindspersonen ingezet hebben: van modelnauwkeurigheid naar meetbare werkelijkheid. Op woensdag 29 oktober kiezen we niet tussen partijen, maar tussen stilstand of vooruitgang. BBB kiest voor beleid dat werkt in de praktijk, op basis van feiten en gezond verstand.”" Bron: https://boerburgerbeweging.nl/fractienieuws/rapport-meester-bevestigt-stikstofkoers-die-bbb-heeft-ingezet/#:~:text=Rapport%2DMeester%20bevestigt,en%20gezond%20verstand.%E2%80%9D

Bovaer, toch niet zo fijn

Huibert van Dorp is een melkproducent met 600 koeien en een jaarlijkse productie van 13.000 kilo EKM. Bij het gebruik van Bovaer ervaart hij zieke koeien en een daling van de productie met 1,5 tot 2 kilo melk per koe per dag. Voor melkproducent Huibert van Dorp is het verplichte klimaatsinstrument Bovaer een treurige ervaring geweest. Sinds hij het in het voer mengt, zijn de dieren aangetast. - We hadden een koe die meer dan 40 graden koorts had. De dierenarts kwam op zondag, maar de koe overleefde het niet. Ze stierf de volgende dag. We hebben ook twee gevallen van maagkrampen gehad, waarbij de pens sterk opgezette was, en nu hebben we Bovaer op pauze gezet. Ik vind ook dat de groep slomer is als ik door de stal loop, en ik heb met anderen gesproken waarvan de koeien uierontsteking, dikke sprongen en benen krijgen, zodat ze niet kunnen opstaan. De melkproductie is ook gedaald, zegt hij. Als boer vindt hij het niet eerlijk dat men moet accepteren Bovaer te gebruiken, terwijl men ziet dat de koeien biologische schade lijden. - Het is een grote druk wanneer je tegelijkertijd risico loopt op boetes als je Bovaer niet geeft. Het is onredelijk, want we willen de dieren goed behandelen, zegt hij. **Verschillende ervaringen** Volgens Niels Bastian, docent aan de Aarhus Universiteit, is Huibert van Dorp lang niet de enige die 'een flinke klap heeft gekregen'. - Wanneer ik boeren ontmoet, zijn er altijd enkele die geen verschil hebben gemerkt sinds ze met Bovaer zijn begonnen, en anderen voor wie het problemen heeft veroorzaakt. Het lijkt erop dat het hard toeslaat, juist wanneer het wordt geïntroduceerd. Als het aanhoudt, moet men onderzoeken of er andere oorzaken kunnen zijn, zegt hij. Hoe kan men weten dat de problemen door Bovaer komen - krijgt de stof niet gewoon de schuld van alle problemen op dit moment? - Bij de individuele boer kan je niet weten of het door Bovaer of iets anders komt. Maar wanneer je ziet dat er nu veel onregelmatigheden zijn, terwijl de stof wordt ingevoerd, kan je dat niet zomaar afdoen als toevalligheden. Huibert van Dorp is lang niet de enige boer die significante uitschieters heeft, benadrukt Niels Bastian.

Na PAS-melders nu ook ‘positieve weigeringen’ in de gevarenzone

De landbouwsector kent al jaren de onzekerheid rondom PAS-melders: bedrijven die destijds geen natuurvergunning hoefden aan te vragen omdat het Programma Aanpak Stikstof voorzag in een vrijstelling. Toen de Raad van State in 2019 het PAS onderuit haalde, kwamen duizenden bedrijven in de knel: legaal bezig volgens de overheid, maar zonder geldige vergunning. Nu is er een nieuwe groep veehouders in beeld met een vergelijkbaar probleem. Het gaat om ondernemers die in het verleden een positieve weigering hebben gekregen. Daarbij verklaarde de provincie dat geen natuurvergunning nodig was, omdat de activiteit volgens de berekeningen geen extra gevolgen had. De boer mocht dus gewoon bouwen of uitbreiden. De Raad van State heeft nu geoordeeld dat zo’n positieve weigering geen natuurvergunning is en dus ook geen referentiesituatie oplevert. Met andere woorden: bij nieuwe aanvragen of controles wordt teruggevallen op de laatst geldige vergunning, vaak één van vele jaren eerder. Alles wat daarna op basis van een positieve weigering is gerealiseerd, staat daarmee juridisch op losse schroeven. Overeenkomsten met PAS-melders • Bedrijven handelden legaal volgens overheid en regelgeving. • Achteraf blijkt dat er geen juridische grondslag is. • De huidige situatie kan dus als vergunningloos of zelfs illegaal worden gezien. Verschillen • PAS-melders vallen onder een legalisatieprogramma, al gaat dat traag. • Voor positieve weigeringen bestaat nog geen route naar legalisatie. Deze groep hangt daardoor nóg meer in het luchtledige. De juridische knoop rond stikstof is daarmee opnieuw strakker aangetrokken. Waar PAS-melders wachten op legalisatie, dreigen boeren met een positieve weigering buiten de boot te vallen. Hun bedrijfsvoering kan, vaak vijftien jaar later, alsnog ter discussie worden gesteld. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@153310/202305657-1-r2/

hypotheekboer

@hypotheekboer


Topics
8
Reacties
351
Volgers

Over mij

Leeftijd: 51jr
Laatst online: 27min geleden

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering